Over AMBTEN gesproken
is de vindplaats van materiaal
voor Bijbelstudie, geloofstudie, catechese, school, kring, persoonlijk
geloof, studie thuis, kerk, club, nieuws, godsdienstonderwijs,
zingeving en vooral heel veel mogelijkheden om je Bijbelkennis te
vergroten. Blijf
niet afhankelijk van anderen maar lees zelf de Bijbel. Investeer in
geestelijke rijkdom.
AMBTEN
Het
NieuweTestament gebruikt een verscheidenheid aan uitdrukkingen om de
diverse ambten, die in de kerk bestaan, te beschrijven. Laten wij naar
deze termen en hun betekenissen kijken,
Diaken:(diakonos)Letterlijk
een dienaar, die aan de tafel bedient. In Handelingen 6werden 7 mannen
door de Apostelen geordineerd om toezichtte houden opde fysieke
dienstplichten in de kerk.
Diakones:(diakonon)
De vrouwelijke vorm van diaken wordt in Romeinen 16:1gebruikt om Phoebe
tebeschrijven, die de kerk in Korintië diende.De ambten van
diakenen diacones hebben geestelijke kwalificaties
(1Timoteüs3:8-15), maar zijn ambten om te voorzien in de
fysieke
noden van de broeders.
Evangelist:
De evangelist: Wa tbetekent dit? – Niet moeilijk: verkondiger
vangoed nieuws.He tlijkt me ook duidelijk dat dit direct in Jezus zelf
is terug te vinden.Zie bijvoorbeeld Matteus 4:23, waar staat dat
Jezushet evangelie van het koninkrijk predikte en genas elke ziekte en
elkekwaal onder het volk.
Evangelist:
(euangelistes) Een "verteller van het goede nieuws".Het komt
vanhetzelfde woord, dat wordt vertaald door "evangelie". Wordt in
Efeze4:11 vermeld als een specifiek ambt of rang in
hetdienaarschap;iemand, die dit ambt heeft zal naast zijn ambt van
oudste,toezichthouder en herder, leiderschap geven in de verspreiding
van deevangelieboodschap.
(verg.
2Timoteüs 4:5)
Verkondiger van goed nieuws Matteus 4:23 - Brengen van veelzijdige boodschap van het evangelie Passie
Evangelisatie heeft geen hele positieve betekenis vandaag de dag. Een beetje op straat staan prediken of mensen aanklampen die helemaal niet met je willen praten is ook niet erg aantrekkelijk. Ik heb er een tijdje over na zitten denken waarom deze bediening hier genoemd staat.Het gaat immers om bedieningen voor de gelovigen? Evangelisatie is toch primair gericht op de ongelovigen? Toen ik naar Jezus keek, zag ikmogelijk het antwoord. Daar waar Jezus het evangelie predikt, zie je het woord waar worden, dat het Koninkrijk van God baan breekt met geweld! Er gaat een enorme kracht uit van de evangelieverkondiging. Het is een boodschap van bevrijding, genezing, herstel, en nog meer dan dat: van Gods heerlijkheid zelf! Dat is wat Jezus aanbiedt aan de mensen om Hem heen. En dat is wat een onwaarschijnlijke beweging opgang brengt.
Apostel:(apostolos)
Betekent "boodschapper" of speciale afgezant en wordt gebruikt om het
hoogste ambt in de Nieuwtestamentische kerk te beschrijven. In de
eerste eeuw beschreef het niet alleen de originele 12 mannen, die door
Christus geordineerd en uitgestuurd werden, maar ook mannen zoals
Jakobus, de broer van de Heer en Paulus. Dit ambt houdt een speciale
opdracht in en wordt gekenmerkt door opmerkelijke vruchten. (2
Korintiërs 12:12)
Profeet:
De profeet: Vraag: wat betekent dat? – Antwoord: roeper,
geroepeneof ziener. Komt veel voor in het OT zowel als het NT. Een
profeet iseen roepende (soms in de woestijn, maar niet altijd!), en een
ziener: hij spreekt door de Geest woorden van God en ziet in de Geest
wat Goddoet en gaat doen.
Roeper,
geroepene Ziener
Lukas 24:19 -
Legger van fundament (Ef 2:20) - Doorgeven van woorden van God (1 Kor
14:3)
Richting
(prophetes)
Benaming voor het ambt van iemand, door wie God directspreekt door een
speciale openbaring. Alhoewel in het Nieuwe Testamentgewoonlijk
gebruikt om naar mannen te verwijzen, die God gebruikte omhet Oude
Testament te schrijven, kan het ook naar een Nieuwtestamentisch ambt
verwijzen. (verg. Handelingen 21:10) Alhoewelde Kerk van God op het
ogenblik niemand erkent, die dit ambt bezit, zalhet duidelijk binnen
enkele jaren weer uitgeoefend worden, als God Zijn laatste twee
getuigen oproept. (Openbaring 11:3)
Jezus wordt her en der als profeet genoemd, en hij refereert ook aan
zichzelf als profeet. “Een profeet wordt in zijn eigen stad
niet
geëerd”. In Lukas 24:19 zien we dat de
Emmaüsgangers,zonder Hem te herkennen, aan Jezus vertellen dat
“Hij een profeet was, krachtig in werk en woord voor God en
al
het volk”. Jezou kunnen zeggen dat de profeet vaak tussen God
en
het volk in staat– soms naar God gekeerd (de ziener) en soms
naar
het volk gekeerd(de roeper). In de bediening richting God (als je dat
zo kunt zeggen) neemt dat trouwens vooral in het Oude Testament vaak de
vorm aan van aanbidding en geestvervoering. Ook in het nieuwe Testament
zie je dat terug, bijvoorbeeld in Efeze 5:19, waaruit je kunt
concluderen dat onze hedendaagse aanbiddingsleider iemand met een
profetische bediening is.
De woorden die de profeet spreekt volgens I Korinthe 14: 3 zijn
bemoedigend, vermanend, of vertroostend. Meer nog dan dat, je zoukunnen
zeggen dat de profetische bediening richting geeft (ingeestelijk
opzicht) aan individuele gelovigen of aan de gemeente.
Dienaar:
(diakonos)
Dezelfde term, die vertaald wordt als diaken, maar in bepaalde
samenhang gebruikt om een ambt van geestelijke bediening te
beschrijven. Net zoals er een letterlijke "bediening aan tafels" was om
de noden van de Jeruzalem kerk te bedienen, is er ook een geestelijke
bediening, weergegeven door het bedienen van het geestelijk voedsel van
Gods woord aan de tafel van de Heer. Paulus gebruikt de term op
dezemanier in passages zoals 2 Korintiërs 3:6; 2
Korintiërs
6:4;Kolossenzen 1:23 en 1 Tessalonicenzen 3:2. Het is een algemene
term,die benadrukt, dat alle ambten van prediking en lering in de kerk,
op de eerste plaats bedoeld zijn om Gods volk te dienen.
Oudste:
(Presbyteros) Betekent letterlijk, zij die ouder zijn en, in de context
van de kerk, worden degenen beschreven, die gekozen worden uit
debroeders om hun geestelijke volwassenheid. Oudtestamentische
"oudsten" waren leiders - raadsmannen en rechter. Naast hun rol van
raadgever en het onderwijzen aan degenen, die minder ervaren zijn in
het toepassen van het woord van God, wordt in de kerk een beroep op hen
gedaan omzieken te zalven. ( Jakobus 5:14) Dit is een geordineerd ambt
in de gemeente. (Handelingen 14:23; Titus 1:5) In vele gevallen
verwijst dezeterm naar plaatselijke mannen, die geordineerd werden om
in hun eigen gemeente te dienen (Handelingen 20:17), maar het wordt ook
gebruikt alsalgemene term, die naar alle dienaren verwijst. (1 Petrus
5:1)
Bisschop:
(episkopos) Letterlijk "iemand, die toezicht houdt" en wordt in vele
vertalingen vertaald met "bisschop". Het is in het algemeen een term
voor dienaren en verwijst naar hun verantwoordelijkheid om de gemeente
te besturen, waar zij toezicht over hebben gekregen. (verg. Handelingen
20:28; Filippenzen 1:1; Titus 1:7) In zijn schrijven aan
Timoteüs
vergelijkt de Apostel Paulus dit geestelijk ambt met de manier,
waaropeen man en vader toezicht houdt over zijn gezin. (1
Timoteüs3:2-5)
Pastor:
(poimen)
Betekent in het Grieks "herder", maar verwijst in Efeze 4:11 naar een
ambt in de kerk. God vergelijkt Zijn volk vaak met schapen en deze term
beschrijft het geestelijke ambt van het bezoeken, beschermen en het
voeden van Gods kudde
Herder:
een bekend
beeld uit de bijbel. Zie bijvoorbeeld Psalm 23. Jezus noemt zichzelf de
Goede Herder, en geeft in verschillende gelijkenissen invulling
daaraan. Het woord herder zie je terug in ‘hoeder’.
Het
Engels kent twee woorden hiervoor: shepherd en pastor. Die laatste
wordt veel gebruikt als aanduiding voor de voorganger in de gemeente.
En zoals we al snel kunnen concluderen is het leiden, voeden,
beschermen van de kudde de belangrijkste taak van de herder. Toch hoeft
dit niet te betekenen dat de herder ook altijd de voorganger is of
andersom. Sterker nog: deze vijfvoudige bediening wordt vaak uitgelegd
als een soort totaal-model voor leiderschap in de gemeente –
niet
alleen herders, maar ook apostelen, profeten,evangelisten en leraars.
De herontdekking van de vijfvoudige bedieningis dan een antwoord op het
feit dat de kerk (generaliserend gesproken) erg op zichzelf gericht is
geworden doordat het leiderschap vooral bestaat uit herders en leraars.
Verkondiger van goed nieuws Matteus 4:23 - Brengen van veelzijdige boodschap van het evangelie - Passie
Het
woord dat ik hier
vermeld is Bescherming – had ook
‘veiligheid’ of zo
kunnen zijn. Waar het om gaat is dat de herderlijke bediening zorg
heeft voor zijn kudde – denk aan woorden als pastoraal.
Leraar:
Ook leraar
is een tamelijk heldere bediening, althans, op het eerste oog. Gericht
op het overbrengen van kennis, mensen helpen geestelijk groeien. Het is
ook niet moeilijk om deze bediening bij Jezus te herkennen. Toch is het
wel leuk om te kijken naar de eerste keer dat hij als zodanig wordt
erkend: in Lukas 2:46 en 47: Jezus is 12 jaar,zit in de tempel tussen
de leraren, en “luisterde naar hen en stelde hen vragen.
Allen nu
die Hem hoorden, waren buiten zichzelf over zijn inzicht en zijn
antwoorden.” Er was geen sprake van ‘klassikaal
onderricht’, van eenrichtingsverkeer. Jezus leerde in de
tempel
door middel van dialoog, van gesprek. Later werd hij Meester van een
aantal discipelen (overigens in die tijd een bekend fenomeen). Ik denk
ook dat het bij de bediening van leraar niet gaat om ‘platte
kennisoverdracht’ maar om het overdragen van leven, zoals dat
gebeurt in een discipel-meester verhouding. De discipel wil worden
zoals de meester, en loopt letterlijk in alle dingen met hem mee om dat
te bereiken. Het woord dat hierbij hoort is Wijsheid.
Taak:
Woord:
Apostel Gezant,
gezondene Hebreeën 3:1 - Leggen van (leerstellig) fundament
(Ef2:20) Zekerheid
Profeet Roeper,
geroepene Ziener
Lukas 24:19 -
Legger van fundament (Ef 2:20) - Doorgeven van woorden van God (1 Kor
14:3)
Richting
Evangelist
Verkondiger van goed nieuws Matteus 4:23 - Brengen van veelzijdige
boodschap van het evangelie Passie
Herder Hoeder,
leider Johannes 10:11 - Leiden, voeden, beschermen van de kudde (ps 23)
Bescherming
Leraar
Onderwijzer Lukas 2:46-47 - Leren in wijsheid (Kol 1:28) - Niet: platte
kennisoverdracht
Wel: Discipel
– Meester
De vijfvoudige bediening (Efeze 4:11)
Artikel
31 - De ambten in
de kerkWij geloven dat de dienaren van Gods Woord, de ouderlingen en
dediakenen tot hun ambt behoren gekozen te worden in de weg van wettige
verkiezing door de kerk, onder aanroeping van Gods naam en in goede
orde, zoals Gods Woord leert.
Daarom moet ieder zich er terdege voor wachten, zich met ongeoorloofde
middelen in te dringen, maar hij moet de tijd afwachten dat hij doorGod
geroepen wordt, om daarin het overtuigend bewijs te hebben dat zijn
roeping van de Here komt.
Wat de dienaren des Woords betreft, zij hebben, waar zij ook staan,
gelijke macht en gelijk gezag, omdat zij allen dienaren van
JezusChristus zijn, de enige algemene Bisschop en het enige Hoofd van
de kerk.
Bovendien, de heilige verordening van God mag niet geschonden worden of
in verachting raken; daarom zeggen wij dat ieder voor de dienaren des
Woords en de ouderlingen van de kerk bijzondere achting moet hebben
omhet werk dat zij doen. Ieder moet zonder morren, twist of tweedracht,
zoveel mogelijk in vrede met hen leven.
1 Hand. 1:23, 24; 6:2, 3. 2 Hand. 13:2; 1Kor. 12:28; 1Tim. 4:14;
1Tim.5:22; Heb. 5:4. 3 2Kor. 5:20; 1Pet. 5:1-4. 4 Mat. 23:8, 10; Ef.
1:22;5:23. 5 1Tes. 5:12, 13; 1Tim. 5:17; Heb. 13:17.

Lees ook eens: Kerkelijk werker als professional
Lees ook eens: Kerkelijke ambtsdrager als ziekentrooster
Lees ook eens: Koningschap en leiderschap
AMBTEN IN DE KERK
De kerk
is het lichaam van
Christus. Alle leden van Gods kerk behoren tot Zijn lichaam. De
gelijkenis van de Wijnstok (Joh. 15) maaktduidelijk dat zelfs
onbekeerden toch in Christus zijn ingelijfd. De doop spreekt daar ook
duidelijk over. Eerlijkheidshalve moeten wevaststellen dat er
onvruchtbare ranken aan de Wijnstok zijn.
Er heeft een geweldige verbreding plaatsgevonden van het Oude
Testament. Toen vormden slechts enkelen de kerk. Thans zijn alle
gelovigen gezalfd met de zalving van Christus tot profeet, priester
enkoning. De ambten gelden van alle christenen. Wij zijn een koninklijk
priesterdom om te verkondigen de deugden van Degene die ons
geroepenheeft uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht
1 Petr. 2:9
Alle leden zijn dan ook verantwoordelijk voor het geheel van de
gemeente. De regering van de gemeente berust bij haar zelf.
Overigensbetekent dit geen democratie, maar Christocratie. Niet onze
wil of dievan de meerderheid is doorslaggevend, maar geheel de gemeente
is geplaatst onder het gezag van Gods Woord. Ook wijzen wij de
hierarchie af waarin een plaatsvervanger van Christus de kerk op deze
aarde zou regeren. Het is principieel dat de kerkenraad in haar
besluitvorming niet uitgaat van de meerderheid, maar door te luisteren
naar elkaar en rekening te houden met elkaar zoekt te verstaan wat de
wil van God is. Het nemen van een meerderheidsbesluit is een
noodoplossing.
Het algemene priesterschap van alle gelovigen komt tot uitdrukking in
het bevestigingsformulier van de ambtsdragers. Zij zijn door de
gemeente en mitsdien door God geroepen. Wat de Roomse Kerk heeft
voorbehouden aan de priesters, verklaart de Reformatie een zaak te
zijnvan de gemeente. Concreet krijgt dat ook gestalte in de
zesjaarlijkse stemming waarin de belijdende leden van de gemeente
bepalen of zij zelfde ambtsdragers benoemen of de kerkenraad daartoe
(gedeeltelijk) machtigen. Het is ook wezenlijk dat ieder gemeentelid
een zelfstandig oordeel vormt over de leer van Gods Woord.
Drie ambten
De regering (sleutelmacht) van de gemeente behoort aan Christus.
Voorzover de gemeente het eigendom van Hem is, berust deze bevoegdheid
bijde gemeente in haar geheel, de uitoefening daarvan heeft God
voorbehouden aan ambtsdragers. De verheerlijkte Christus heeft
apostelen, profeten, herders en leraars gegeven (Ef. 4:11). Christus
Zelf weidt Zijn gemeente door middel van de ambten. De ambtsdragers
komen zo op uit de gemeente en zij staan tegenover de gemeente als zij
handelen met het gezag van God en Zijn Woord. Zij mogen hun ambt niet
misbruiken om over de gemeente te heersen, maar dienen haar te dienen.
Wij kennen de drie ambten van ouderling, diaken en predikant. De
ouderling regeert de gemeente en houdt toezicht op de leer. Tucht valt
in het bijzonder onder zijn verantwoordelijkheid. De diaken is geroepen
om mensen in nood te hulp te komen en "troostrijke redenen" te spreken.
De predikant is de pastor (=herder). Vaak menen mensen dat hij twee
taken heeft, namelijk herder en leraar. Dat is niet terecht; hij is
herder op de manier van leraar, zowel in de prediking als in de
catechese. Door het onderwijs weidt hij de gemeente als een herder inde
grazige weiden van Gods Woord. Tussen deze ambtsdragers is geen sprake
van rangorde. De predikant is niet belangrijker dan de ouderling of de
diaken.
Het is niet de taak van een predikant om op een burgerlijke
psycho-sociale wijze ieder genoeg aandacht te geven. De verwachtingen
van de dienaar van het Woord zijn vaak scheef gegroeid. De onderlinge
zorg is een zorg van de hele gemeente. De predikant is een vrijgestelde
ambtsdrager. Hij hoeft niet voor zijn eigen inkomen te zorgen. Zo kan
hij alle energie gebruiken om grondig te graven in de Schriften, zichte
verdiepen in kerk en theologie om zo de gemeente geestelijk teleiden
door de turbulentie van onze tijd. De evangeliedienaar kan (zeker in
een grote gemeente) niet overal achteraan gaan, wel is hijvoor ieder in
nood en met vragen beschikbaar. Het zogenaamde crisispastoraat (onder
ambtsgeheim) vraagt naast de prediking en catechese zoveel dat er
weinig tijd overblijft. Wel is het van belangdat hij de kudde doorgaat
om zo de schapen te leren kennen en in de prediking in te gaan op de
noden van de gemeente. Stelt men hogere eisen aan de predikant, dan is
uitbreiding van het aantal predikantsplaatsen noodzakelijk.
Het ambt aller
gelovigen
Gezien het priesterschap van alle gelovigen betekent de bevestiging van
ambtsdragers niet dat de gemeente monddood wordt gemaakt of dat de
ambtsdragers plaatsvervangend werk zouden doen in de gemeente. Neen,
alle leden van de gemeente zijn voor elkaar en voor het geheel
verantwoordelijk. De ambtsdragers geven structuur aan alle arbeid in de
gemeente, maar het is niet zo dat de rest van de gemeente zich voor
haar luiheid kan verontschuldigen. Elk gemeentelid is geroepen om
persoonlijk de prediking te toetsen. Ieder mag de predikant rekenschap
vragen van zijn boodschap. Als gemeente hebben we elkaar nodig en mag
ieder zijn of haar inbreng geven. We zijn als het ware
één groot gezin. De kerkenraad neemt ieders
inbreng
serieus, is bereid tot verantwoording, maar heeft haar eigen
zelfstandigheid in de besluitvorming.
DIENAAR DES
WOORDS
Een dominee (afkorting: ds of ds.) of predikant is iemand die voorgaat
bij een godsdienstoefening van protestantse gezindte. Het woord dominee
is afkomstig van het Latijnse dominus dat heer betekent. Dominee is een
aanspreektitel, zoals professor dat is bij een hoogleraar. Voor de
aanduiding van het beroep wordt het woord 'predikant' gebruikt.
De belangrijkste functie van een predikant is verklaarbaar vanuit de
archaïsche omschrijving "dienaar van hetWoord" (Verbi divini
minister). In brede zin is haar of zijn taak hetopbouwen van geloof en
christelijk leven van de gelovigen door middel van prediking vanuit de
Bijbel en het geven van onderwijs (bijvoorbeeld in de vorm van
kringenwerk). Daarnaast is pastoraat belangrijk (pastoris Latijn voor
herder, vergelijk pastor in de RK-kerk). Hierin wordt hij of zij
bijgestaan door een team van ouderlingen en diakenen, dekerkenraad.
Andere traditionele predikantstaken zijn het geven van
geloofsonderricht aan jongeren (catechisatie), het kerkelijk
bevestigenen inzegenen van huwelijken, en kerkelijke ambten, het leiden
van begrafenissen, het toedienen van de protestantse sacramenten doop
en avondmaal, en in het algemeen het stimuleren en/of leiden vano
pbouwende activiteiten voor allerlei doelgroepen en doeleinden binnende
kerkelijke gemeente.
De predikant is vaak voorzitter van de kerkenraad. Vanouds was een
predikant de spil van elke lokale kerk en werd er hoog tegen het ambt
opgekeken. Later zijn in de meeste kerkgenootschappen de verhoudingen
gewijzigd, maar soms wordt de dominee nog meer gezien als de 'primus
'(eerste) dan de 'primus inter pares' (eerste onder gelijken).
Een speciale functie bekleedt de legerpredikant
wiens gemeente bestaat uit een legeronderdeel. In essentie is de
functieinvulling gelijk aandie van een predikant in de
burgermaatschappij, met daaraan toegevoegd het verzorgen van lessen
Geestelijke Verzorging, een variant op de zondagsschool.

God,
onze hemelse Vader,
wil uit het verdorven menselijk geslacht een gemeente roepen en
vergaderen tot het eeuwige leven. Hij wil daarvoor de dienst van mensen
gebruiken. Daarom schenkt Christus vanuit de hemel ambtsdragers aan
zijn gemeente. De apostel Paulus wijst daarop, wanneerhij zegt: En Hij
heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zo wel evangelisten als
herders en leraars, om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot
opbouw van het lichaam van Christus (Ef. 4 : 11,12). Als de goede
Herder stelt Hij in voortdurende zorg voor zijn kudde herders aan, omin
zijn naam de schapen te weiden. Zij verzorgen deze schapen van Christus
door de verkondiging van het Woord, door de bediening van de
sacramenten en door de dienst der gebeden. Zo wordt de kudde gevoed
enop de rechte weg geleid. Hand. 6 : 4 Aanvankelijk is deze taak in de
christelijke kerk vervuld door de apostelen. Later stelden zij, geleid
door de Geest van Christus, in elke gemeente ouderlingen aan. Volgens 1
Timoteüs 5 : 17 waren er ouderlingen die leiding gaven en
ouderlingen die bovendien geroepen waren tot prediking en onderwijs. De
laatsten noemen wij thans dienaren des Woords. Zij hebben de bediening
van de verzoening ontvangen, waarover Paulus spreekt:
En dit alles is uit God, die door Christus ons met Zich verzoend heeft
en ons de bediening der verzoening gegeven heeft, welke immers hierin
bestaat, dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende was,
door hun hun overtredingen niet toe terekenen, en dat Hij ons het woord
der verzoening heeft toevertrouwd. Wij zijn dus gezanten van Christus,
alsof God door onze mond u vermaande; in naam van Christus vragen wij
u: laat u met God verzoenen
2 Kor. 5 : 18-20
De taak van de dienaren des Woords kunnen wij dan ook als volgt
omschrijven:
Hand. 20
: 20
Ef. 5 : 8-14
2 Tim. 3 : 15
In de eerste plaats moeten zij het Woord van God zuiver en overkort aan
hun gemeente verkondigen. Zij doen dit overeenkomstig het bevel van de
apostel Paulus: Ik betuig u nadrukkelijk voor God en Christus Jezus,
die levenden en doden zal oordelen, met beroep zowel op zijn
verschijning als op zijn koningschap: verkondighet woord, dring erop
aan, gelegen of ongelegen, weerleg, bestraf en bemoedig met alle
lankmoedigheid en onderrichting (2 Tim. 4 : 1,2). Naar het voorbeeld
van deze apostel verrichten zij dit werk in het openbaar en bij de
gelovigen thuis. Zij zullen alle dwalingen en ketterijen met Gods Woord
weerleggen, de onvruchtbare werken van de duisternis ontmaskeren en de
gemeenteleden oproepen Gods navolgers tezijn en in het licht te
wandelen.
Ook is het hun taak de gemeenteleden te bezoeken, de zieken
tevertroosten en de jeugd van de kerk en anderen die door God geroepen
worden, te onderwijzen in de heilige Schriften, die hen wijs kunnen
maken tot behoud, door het geloof in Jezus Christus.
Zo roepen zij door hun vermaning en vertroosting de hele gemeente tot
het heil van Christus.
Hand. 2 : 42 Ten tweede is hun de bediening van de sacramenten
opgedragen, omdat Christus het bedienen daarvan aan de verkondiging van
het evangelie verbonden heeft. Daarom is het de taak van de dienaren
des Woords de doop te bedienen naar het bevel van Christus: Gaat
danheen, maakt al de volkeren tot mijn discipelen en doopt hen in de
naam van de Vader en de Zoon en van de Heilige Geest (Matt. 28 : 19).
Ook bedienen zij het avondmaal, waarvan ons de viering door Christus
bevolen is, toen Hij zei: Doet dit tot mijn gedachtenis
Luc. 22 : 19
Gen. 4 : 26, 1 Tim. 2 : 1, 2.
Ten derde is het hun taak als voorganger van de gemeente in de
eredienst de naam van de Here aan te roepen, smekingen,
gebeden,voorbeden en dankzeggingen te doen voor alle mensen, voor
koningen en alle hooggeplaatsten.
Tit. 1 : 7,
1 Kor. 14 : 33, 40,
1 Tim. 3 : 1-5
1 Petr. 5 : 2, 3.
Ten vierde behoren de dienaren des Woords, samen met de ouderlingen,
als beheerders van het huis van God er voor te zorgen, dat in de
gemeente alles in vrede en met goede orde toegaat, op de manier die
Christus geboden heeft. Daarom zien zij toe op de leer en het leven
vande gemeenteleden en hoeden Gods kudde.
Matt. 18 : 18
In opdracht van Christus bedienen zij de sleutel van de christelijke
tucht, waardoor zij het koninkrijk der hemelen ontsluiten voor de
gelovigen en toesluiten voor de ongelovigen.
Openb. 1 : 16, 20,
1 Petr. 5 : 4.
Uit dit alles blijkt hoe belangrijk het werk van de dienaren des Woords
is, want hierdoor wil God mensen tot het heil brengen. Zij worden
genoemd de sterren in de rechterhand van Christus, die
wandelt
tussen de kandelaren, zijn gemeenten. Zij dragen in dit werk grote
verantwoordelijkheid. Paulus schrijft dan ook aan Timoteüs:
Wat
gij van mij gehoord hebt onder vele getuigen,vertrouw dat toe aan
vertrouwde mensen, die bekwaam zullen zijn om ook anderen te
onderrichten
2 Tim. 2 : 2
Wanneer zij als herders van de kudde trouw zijn geweest in hun
dienst,zullen zij, als de Opperherder verschijnt, de nooit verwelkende
krans van de heerlijkheid verwerven.
OUDERLING
Ouderling
is een kerkelijk ambt. De christelijke kerk wordt door ambten gediend.
Al in Bijbelse tijden was er sprake van oudsten, die onde rleiding van
een opziener de kerkelijke gemeente bestuurden. Sommige oudsten (zoals
Timoteüs en Titus) hadden grotere apostolische bevoegdheden
gekregen om plaatselijk orde op zaken te kunnen stellen. Dit was
vergelijkbaar met de situatie in Israël waar men ook oudsten
kende
die al naar gelang hun bevoegdheid werden aangeduid als oudste over
tien, vijftig, honderd, enz..

Met het
oog hierop zullen
wij vooraf met elkaar luisteren naar wat de Heilige Schrift ons leert
over het ambt van ouderlingen en diakenen. Christus, die als Hoofd van
de kerk zit aan de rechterhand van God de Vader, regeert en verzorgt
zijn gemeente op aarde. Hij wil daarvoor dedienst van mensen gebruiken.
Daarom schenkt Christus ambtsdragers aanzijn gemeente.
De apostel Paulus wijst daarop, wanneer hij zegt: En Hij heeft zowel
apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en
leraars, om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van
het lichaam van Christus (Ef. 4 : 11, 12).
Daarin betoont Christus Zich de goede Herder. In voortdurende zorg voor
zijn kudde stelt Hij herders aan, om in zijn naam de schapen te weiden.
Hand. 14 : 23
1 Tim. 5 : 17
1 Tim. 4 : 14
Over het ambt van ouderlingen lezen wij in het Nieuwe Testament dat de
apostelen, geleid door de Geest van Christus, in elke gemeente
ouderlingen, ook wel oudsten genoemd, aanstelden. Reeds in het Oude
Testament werd met het woord oudste een persoon aangeduid die een
regeerambt bekleedde. Nu waren er in de eerste christelijke gemeente
ouderlingen die leiding gaven en ouderlingen die bovendien geroepen
waren tot prediking en onderwijs. De laatsten noemen wij dienaren des
Woords. Met hen vormen de ouderlingen de raad van Christus’
gemeente.
Door aan de ouderlingen met de dienaren des Woords de leiding van de
gemeente toe te vertrouwen, beschermt Christus zijn kerk tegen
heerszuchtig optreden
van enkelingen.
1 Petr. 5 : 2
Over de taak van de ouderlingen spreekt het Nieuwe Testament op meerdan
één plaats. Aan hen is met de dienaren des Woords
toevertrouwd de gemeente te regeren en herderlijk te verzorgen.
Hand. 20 : 28-31
1 Tess. 2 : 11, 12
1 Tess. 5 : 14
Tit. 1 : 9
Matt. 18 : 17, 18
In de eerste plaats zien zij erop toe, dat elk lid van de gemeente
zichin belijdenis en wandel gedraagt naar het evangelie. Zij bezoeken
trouwde leden van de gemeente, om hen met het Woord van God te
vertroosten,te vermanen en te onderwijzen. Zij wijzen hen die zich in
leer of leven misgaan, terecht en dragen er naar vermogen zorg voor,
dat de sacramenten niet ontheiligd
worden. Over hen die volharden in hun zonde, oefenen zij de
christelijke tucht.
Tit. 1 : 7
1 Kor. 14 : 33
Vervolgens behoren zij als beheerders van het huis van God ervoor
tezorgen, dat in de gemeente alles in vrede en met goede orde toegaat,
opde manier die Christus geboden heeft. Het is hun taak erop toe te
zien,dat niemand zonder wettige roeping het ambt bekleedt. Zij moeten
metraad en daad de dienaren des Woords behulpzaam zijn.
Hand. 20 : 28-31
Hand. 20 : 28
1 Tim. 3 : 1-7
1 Tim. 4 : 7, 8
In de derde plaats zien de ouderlingen toe op leer en even van de
dienaren des Woords: Er mag immers geen dwaalleer verkondigd worden
ende gemeente moet in elk opzicht worden opgebouwd. De apostel Paulus
vermaant de ouderlingen erop toe te zien, dat geen wolven de
schaapskooi van Christus binnendringen. Om deze taak als herder over
Gods kudde trouw te kunnen vervullen, moeten de ouderlingen de Schrift
ijverig onderzoeken en zich oefenen in de dienst van God.
DIAKEN
Het ambt van diaken is één van de gewijde ambten
in de
vroeg-christelijke Kerk. Het diakenambt is onder meer bedoeld om
invulling te geven aan de christelijke barmhartigheid.
De instelling van het diaconaat staat in de Bijbel, in het boek der
Handelingen (hoofdstuk 6) beschreven. Omdat de hulp aan arme weduwen in
de christengemeente in Jeruzalem niet goed verliep, en de apostelen
daar zelf niet voldoende tijd voor hadden, besloot de christelijke
gemeente, onder gebed tot God, zeven mannen te kiezen die de zorg voor
de armen moesten vormgeven. Zij verzamelden middelen voor de armen
endeelden die uit aan hen die dat nodig hadden. Dit is de eerste
Schriftuurlijke vermelding van het diakenschap.
Als helpers van de bisschoppen van de vroege Kerk, ontvingen de mannen
die uitgekozen waren om diaken te worden, de handoplegging. Deze ritus
werd in de vroeg-christelijke Kerk gezien als een sacramentele
handeling waaraan genade verbonden was.
Het diaconaat was niet uitsluitend gericht op de armenzorg en was niet
in het laatst een functie die ook de Eucharistie en zielzorg betrof.
Bovenal waren zij ook verkondigers van het Woord van het
Evangelie.Vroege bronnen als de Didache en de H. Schrift zelf wijzen
hier op.
Toen de Rooms-katholieke Kerk zich wereldwijd verbreidde, is overal het
diakenambt verspreid. Ook veel Nederlandse kerken, gemeentes en
parochies kennen vandaag de dag nog steeds diakens (diakenen)

Over de
dienst der
barmhartigheid leert de Schrift, dat deze voortvloeit uit de liefde van
Christus. Hij kwam in de wereld om tedienen en ontfermde Zich over
velen die in nood waren. In navolging van haar Heer zorgde de eerste
christelijke gemeente ervoor, dat niemand in haar midden gebrek had.
Aan ieder werd uitgedeeld naar behoefte. De Here roept ook nu tot het
betonen van gastvrijheid, offervaardigheid en barmhartigheid, om
zwakken en hulpbehoevenden volop te laten delen in de vreugde.
Deut. 14 : 28, 29
Deut. 16 : 11, 14
Deut. 24 : 19-21
van Gods volk. In de gemeente van Christus mag niemand ongetroost leven
onder de druk van ziekte, eenzaamheid en armoede.
Filip. 1 : 1
1 Tim. 3 : 8-13
Hand. 6 : 1-7
Hand. 11 : 29
2 Kor. 8 : 9
1 Tim. 5 : 16
Rom. 12 : 8
1 Tess. 3 : 12
2 Petr. 1 : 7
Gal. 6 : 10
Ter wille van dit dienstbetoon heeft Christus diakenen aan zijn
gemeente geschonken. Wij lezen hoe de apostelen speciale ambtsdragers
lieten verkiezen, toe zij zelf door hun vele arbeid niet in staat waren
deze dienst naar behoren te vervullen. Het is daarom de taak van de
diakenen te zorgen voor de goede voortgang van dit dienstbetoon in de
gemeente.
Zij zullen zich door huisbezoek van de moeiten op de hoogte stellen en
de leden van de gemeente tot hulpbetoon opwekken. Bovendien moeten zijn
de gaven inzamelen, beheren en in Christus’ naam uitdelen.
De diakenen behoren de gemeenteleden die Christus’ liefdegaven ontvangen, met Gods Woord te bemoedigen en te vertroosten. Zij zullen zich met woord en daad beijveren, dat ook hierin de gemeenschap die de Heilige Geest in de gemeente werkt en aan het heilig avondmaal doet genieten, zichtbaar wordt. Zo zullen zij toenemen in liefde tot elkaar en tot alle mensen.
BIJBELSTUDIE OVER DE KERK
Deze bijbelstudie is gemaakt aan de hand van de Nederlandse
Geloofsbelijdenis, artikels 27 t/m 32. Deze artikelen kunnen direct in
verband worden gebracht met de kerk en zijn daarom gekozen voor de
bijbelstudie. Het onderwerp de kerk van heel veel kanten belicht
worden, en er had ook nog veelmeer over gezegd kunnen worden. In de
bijbelstudie komen veel teksten voor, dus veel leeswerk, maar het lijkt
me goed om de bijbel voor zichzelf te latenspreken.
Lees ook eens: Het
goddelijk gezag van de Bijbel
De katholieke
of algemene kerk (Art.27)
Lezen Efeziërs 2:17-22.
In Efeziërs kunnen we lezen dat de kerk bestaat uit heiligen
en
huisgenoten Gods. (De kerk is een heilige vergadering van ware
gelovigen, die hun heil verwachten van Jezus Christus, gewassen door
zijn bloed, geheiligd en verzegeld door de Heilige Geest.
De heilige kerk is niet gevestigd in, gebonden aan, of beperkt tot een
bepaalde plaats, of gebonden aan bepaalde personen, maar zij is
verbreid en verstrooid over heel de wereld. Toch is zij met hart en wil
samengevoegd en verenigd in eenzelfde Geest, door de kracht van het
geloof NGB Art;27)
Bij kerk hebben we het dus niet over het gebouw, maar over alle ware
gelovigen verspreid over de hele wereld.
* In hoeverre mogen we ons druk maken om het gebouw, en de
inrichting van de kerk?
* Stelling: de kerk in Nederland heeft z’n langste
tijd wel gehad.
De katholieke of algemene kerk is van alle tijden. In Genesis 4:26
kunnen we lezen dat men begon de naam des Heren aan te roepen. In het
oude testament heeft de kerk ook veel moeilijke momenten meegemaakt. In
de tijd van Noach, Abraham en Achab leek het erop dat de kerk op zou
houden te bestaan. In Matthëus 28:16-20 kunnen we gelukkig
lezen
dat God altijd voor zijn kerk zal blijven zorgen tot aan de voleinding
der wereld.
* Als we kijken naar de kerk in de wereld op dit moment,
kunnen
we dan zeggen dat we dicht bij de voleinding van de wereld zijn gekomen?
De roeping
zich bijde kerk te voegen (Art.28)
Lezen Handelingen 2:41-47
In de tekst kunnen we lezen over de eerste gemeente. Mensen kwamen tot
geloof en lieten zich dopen en voegden zich daarna bij de gemeente.
Gelovigen moeten zich bij de kerk voegen, zich onderwerpen aan de
onderwijzingen tucht tot opbouw en eenheid van de gemeente. Kolossenzen
3:15-17 laat ons duidelijk zien wat de waarde is vanhet kerk zijn. We
zijn bij elkaar geroepen door Christus om vol te zijn van Hem zodat we
elkaar kunnen onderwijzen, en met elkaar kunnen zingen om God lof
tebrengen.
Om kerk van Christus te kunnen blijven moeten we ons afscheiden van de
ongelovigen, of hen die dwalingen veroorzaken. Romeinen 16:17
‘Maar ik vermaan u, broeders, dat gij hen in het oog houdt,
die,
in afwijking van het onderwijs, dat gij hebt ontvangen, de onenigheden
en de verleiding veroorzaken, en mijdt hen.’
* Is dat niet tegenstrijdig? Je moet je afscheiden van
ongelovigen, en tegelijk moet je juist ook open staan voor hen.
Hebreen 10:24-25 ‘En laten wij op elkander acht geven om
elkaar
aan te vuren tot liefde en goede werken. Wij moeten onze eigen
bijeenkomsten niet verzuimen, zoals sommigen dat gewoon zijn, maar
elkander aansporen, en dat des te meer, naarmate gij de dag ziet
naderen.’
* Hoe kunnen we er nu voor zorgen dat kerkdiensten niet
verzuimd worden?
De kenmerken
van deware kerk, van haar leden en van de valse kerk (Art.29)
Lezen Galaten 1:6-10en 1 Timotheus 3:14-16
In beide bovenstaande teksten word naar voren gehaald dat het evangelie
zuiver moet blijven, het is de enige waarheid, en alleen het evangelie
van Christus leidt tot redding. Als kerk moeten we er dus voor waken
dat het evangelie altijd zuiver bediend wordt. Dit is 1 van de
kenmerken van de ware kerk.
Het 2e kenmerk is de zuivere bediening van de sacramenten. Lezen
Handelingen.19:3-5 en 1Korintiers.11:20-29. We moeten waardig omgaan
met de 2 sacramenten, de heilige doop en het heilig avondmaal.
Het 3e kenmerk van de ware kerk is uitoefening van de tucht. Lezen
Matthëus. 18:15-18.Dit zijn de 3 kenmerken van de ware kerk.
De
ware kerk heeft altijd Christus centraal staan.
* Hoe kunnen we als kerk ervoor zorgen dat de 3 kenmerken
uitgevoerd worden/blijven zoals God dat wil?
* Stelling: als ik maar lid ben van de ware kerk is dat
voldoende.
De regering
van dekerk (Art.30)
Lezen Efeziërs 4:11-17
In de tekst kunnen we lezen dat God apostelen, profeten,evangelisten,
herders en leraars aan de gemeente geeft. Zij zijn er om de gemeente te
begeleiden en de eenheid te bevorderen, zodat we allemaal mogen groeien
in het geloof tot de volle kennis van Christus. Ze zijn er dus niet om
inde kerk te heersen, maar om te begeleiden in het geloof.
Handelingen 6:1-7laat ook duidelijk zien dat er wel opzieners in de
kerk nodig zijn. Binnen de gemeente van Christus waren problemen
ontstaan. In deze gemeente werden mannen aangesteld die ervoor moesten
zorgen dat er weer naar iedereen omgekeken werd,en de eenheid in
Christus bewaard bleef.
* Tot op welke hoogte mag een kerk geregeerd worden?
* God geeft apostelen, profeten, evangelisten, herders en
leraars
aan de kerk, worden al deze functies ook in de kerk vervuld?
De ambten in
de kerk (Art.31)
Lezen 1 Timothëus 3
In de bijbel komen in het bijzonder twee ambten naar voren,dat van
ouderling (opziener) en diaken. In de tekst wordt duidelijk gesproken
over welke mensen geschikt kunnen zijn voor een van deze ambten.
Belangrijk ishet dat niemand voor zijn tijd er voor vecht om ouderling
of diaken te worden. Hebreeën 5:4 “En niemand matigt
zichzelf die waardigheid aan, doch men wordt er toe geroepen door God,
zoals immers ook Aäron”.
De bijbel spreekt ook over eerbied en respect voor de oudsten, (1
Timothëus.5:17-19). En Hebreeën 13:17
“Gehoorzaamt uw
voorgangers en onderwerpt u aan (aan hen), want zij zijn het, die
rekenschap zullen moeten afleggen. Laten zij het met vreugde kunnen
doen en niet al zuchtende, want dat zou u geen nut doen” De
ambtenin de gemeente zijn dus een heel verantwoordelijke taak, en de
ambtsdragers zullen ook afgerekend worden op hun taak. Daarnaast moet
de gemeente in vrede leven met de ambtsdragers.
* Als je kijkt naar je thuisgemeente, hoe wordt er omgegaan
met
de verantwoordelijkheid die de kerkenraad draagt over de gemeente?
* Mag het ambt van ouderling of diaken geweigerd worden?
De orde en
tucht inde kerk (Art.32)
Lezen Matthëus18:15-21
De kerk van Christus moet te allen tijde zuiver gehouden worden.
Dwaalleraars moeten bestreden worden en Gods gemeente moet een gemeente
zijn waarin iedereen zich onderwerpt aan de genade van Christus, en ook
zo leeft zo als Hij het van ons vraagt. In Matthëus wordt ons
verteld wat we moeten doen als mensen volharden in bepaalde zonde. Het
slot is dat mensen buiten de kerk wordt gezet, een hele verdrietige
zaak, maar God wil Zijn kerk zuiver houden, zoals we ook al eerder
hebben kunnen lezen in Romeinen 16:17-21 ‘Maar ik vermaan u,
broeders, dat gij hen in het oog houdt, die, in afwijking van het
onderwijs, dat gij hebt ontvangen, de onenigheden en de
verleiding veroorzaken, en mijdt hen.’
De Bijbel over het 'Ambt'
Genesis 1, Genesis 1:26-31
Genesis 2, Genesis 2:18
Genesis 3:16 e.v., Genesis 3:15-20, Genesis 3
Genesis 4:19-24
Exodus 15:20
Numeri 1
Numeri 11:16 e.v.
Numeri 12, Numeri 12:1-8
Numeri 27:1-11
Numeri 30
Richteren 4
2 Samuël 20:15-22
2 Koningen 22:14 e.v.
2 Kronieken 34:22 e.v.
Spreuken 31:10 e.v., Spreuken 31
Psalm 128
Jesaja 8:3
Micha 6:1-4
Mattheüs 20:26
Mattheüs 23:11
Marcus 9:35
Marcus 10:43
Lucas 2:26-38
Lucas 8:2-3 en 38-42
Lucas 10:40, Lucas 10:38-42
Lucas 24:9-10
Johannes 4
Johannes 8
Johannes 12:26
Johannes 20:1-18
Handelingen 1:15-26
Handelingen 2
Handelingen 6, Handelingen 6:1-15,
Handelingen 6:1 en 4, Handelingen
Handelingen 9:36
Handelingen 13:15
Handelingen 14:21-28
Handelingen 18:23-28
Handelingen 21:8-9
Romeinen 5:12-15
Romeinen 8
Romeinen 12:4-11, Romeinen 12:1-8
Romeinen 13:1, Romeinen 13:4, Romeinen 13:1-7
Romeinen 15:8
Romeinen 16:1,3, Romeinen 16:1 2, Romeinen 16
1 Korintiërs 3:5
1 Korintiërs 6:2-5
1 Korintiërs 11, 1
Korintiërs 11:3
1 Korintiërs 12:28, 1
Korintiërs 12:5, 1 Korintiërs 12
1 Korintiërs 14:34 e.v., 1
Korintiërs 14:34, 1 Korintiërs 14
1 Korintiërs 15:27, 1
Korintiërs 15:28
1 Korintiërs 16:16
2 Korintiërs 3:6
2 Korintiërs 6:4
2 Korintiërs 11:23
Galaten 3:28 e.v., Galaten 3:1-4 en 11,
Galaten 3
Efeze 1:22
Efeze 2
Efeze 3:7
Efeze 4:11, Efeze 4
Efeze 5, Efeze 5:24
Efeze 6:21
Filippenzen 1:1
Filippenzen 2:6-7
Filippenzen 4:2-3
Kolossensen 1:7, Kolossensen 1:25
Kolossensen 3:18, Kolossensen 3:23 en 25,
Kolossensen 3:16
Kolossensen 4:7
1 Tessalonicenzen 3:2
1 Tessalonicenzen 5
1 Timotheüs 2, 1 Timotheüs
2:12, 1 Timotheüs 2:2-7 en 11, 1 Timotheüs 2:8-14
1 Timotheüs 3, 1 Timotheüs
3:4, 1 Timotheüs 3:8 en 12
1 Timotheüs 4:6
Titus 1:5 e.v.
Titus 2:5
Hebreeën 1:14
Hebreeën 12:9
1 Petrus 2:18
1 Petrus 3:1-7, 1 Petrus 3:22
1 Petrus 4:7-11
1 Petrus 5:5
Openbaringen 2:20-24


















