DE TIEN GEBODEN - 3e GEBOD
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Volgens het boek Exodus, ontving Mozes op de top van de berg Horeb in de woestijn Sinaï van de HERE ofwel JHWH op
twee stenen tafels
HET DERDE GEBOD
3e gebod: Gij zult den naam des HEEREN uws Gods niet
ijdellijk gebruiken; want de HEERE zal niet onschuldig
houden, die Zijn naam ijdellijk gebruikt.
Kernwoorden: gehoorzaamheid, gerechtigheid,
toewijding
Uitwerking
- Vloek niet.
- Misbruik Gods naam niet ter vergroting van de eigen
handel en gebruik geen merknamen of reclame-uitingen
met religieuze bijklank
.
- Eerbiedig Gods naamrecht absoluut.
- Gebruik Gods Naam met eerbied. Ook in het politieke
debat.

Sleutelwoorden: Liefhebben en Eerbied

AANDACHTSPUNTEN
God is de Heere van de schepping. Gebruik zorgvuldig de
schepping, met
voorkoming van uitputting en overproductie.
God regeert de
wereld(politiek).
Heb God lief en niet het geld.
Winst is een levensmiddel
geen levensdoel.
Het eigen ego is een afgod.
Breng offers aan God, niet
aan de zakelijke carrière.

REDENEN OM MET BOVENSTAANDE REKENING TE HOUDEN
Om dit gebod ten volle te kunnen begrijpen, past enige uitleg rond het
belang dat de omgeving van Israël hechtte aan de kennis van de
naam. In onze cultuur wordt een bepaalde naam gegeven omdat men er een
voorliefde voor heeft. In Klein-Azië en Egypte daarentegen werd
een nauw verband gelegd tussen de naam en het wezen van de mens. Wie
iemands naam kende, kon zich een beter beeld vormen van zijn wezen en
op die manier macht over hem uitoefenen. Dat gold ook voor de relatie
met de goden. De kennis van hun naam maakte het mogelijk om met
magische formules over hen te beschikken en hen dienstbaar te maken aan
de mensen. Daarom probeerden veel goden hun echte naam te verbergen,
zodat ze niet ter beschikking van mensen moesten staan.
God neemt daar afstand van: Hij openbaart zijn naam waarin hij
bovendien radicaal de kant kiest van de mensen: ‘Ik ben die
is’ of in een andere vertaling: ‘Ik zal er zijn voor
u’.
Via het gebed, riten, tekens en sacramenten kunnen gelovigen zijn naam ‘eer’ aandoen.
Van misbruik van de naam van God spreken we in de hiernavolgende gevallen.
Misbruik door bijgeloof en magie
Bijgeloof betekent ‘verkeerd, vals geloof’, maar ook een
onechte geloofshouding. Bijgeloof veronderstelt een magisch wereldbeeld
en het aanvaarden van onverklaarbare machten en krachten waaraan de
mens zich onderworpen voelt en die hij door magische handelingen
probeert te beïnvloeden en gunstig te stemmen. Wie bijgelovig
ingesteld is, mist het vertrouwen dat de mens alleen gedragen wordt
door Gods liefde en goedheid en dat hij alleen van Hem zijn heil kan
verwachten. Bijgeloof staat een persoonlijke relatie met God in de weg.
De mens vlucht in een schijnwereld.
Magie is verwant met bijgeloof en moet worden gezien als een vorm van
occultisme. Het occultisme houdt zich bezig met natuurverschijnselen en
psychische verschijnselen die de gewone wetmatigheden lijken te
overstijgen. Door middel van bepaalde praktijken (het dansen van glazen
en tafels, automatisch schrijven, pendelen, in een kristallen bol
kijken, bandopnames…) wil men in contact treden met het
‘bovennatuurlijke’, met overledenen en geesten. Deze vorm
van occultisme noemt men spiritisme. Een tweede vorm van occultisme is
de magie. Door beheersing van vermeende geheime krachten wil men een
negatief of een positief effect bereiken.
Zowel door bijgeloof als magie willen mensen beschikken over Gods
vrijheid en zijn bevrijdende zorg voor de mensen. God wordt dan een
onvrije afgod, de mens een slaaf van deze afgod.
Machtsmisbruik in naam van God
In de geschiedenis zijn er verschrikkelijke dingen gebeurd in naam van
God. Ook de Kerk is in de loop van haar geschiedenis meer dan eens
bezweken voor de verleiding van de macht. Telkens weer heeft de mens de
neiging om God in zijn eigen kleine wereld binnen te halen en Hem te
misbruiken om eigen menselijke belangen te dienen, om eigen ideeën
en overtuigingen door te drukken, om bestaande machtsposities goed te
praten, om bestaande toestanden en sociale wantoestanden heilig en
onaantastbaar te verklaren.
Zo werd Gods naam gebruikt om het onderscheid tussen rijk en arm te
rechtvaardigen, om de verdrukte arbeiders stil te houden, om de
ondergeschikte plaats van de vrouw te verdedigen. In Gods naam werd er
gekoloniseerd en werden mensen tot slaaf gemaakt. In Gods naam
werden dodelijke wapens gezegend, kruistochten gehouden, miljoenen
mensen gedood... Met God-aan-onze-kant waren wij eerst met de Russen
tegen de Duitsers en nadien met de Duitsers tegen de Russen. Ook
tijdens de Tweede Wereldoorlog droegen de Duitse soldaten de leuze
'Gott mit uns' op de gespen van hun koppelriemen. Bij de Fransen stond
diezelfde God duidelijk aan hun kant: 'Dieu le veut', terwijl de
Engelsen Hem aan hun zijde wisten: 'In God we trust'... Zo wordt de
naam van God weerloos en kwetsbaar overgeleverd aan de willekeur van
mensen.
Daartegenover klinkt dit derde woord: 'Houd mijn naam in ere. Laat mijn
naam niet zomaar te pas en te onpas vallen. Noem mijn naam niet bij
dingen waar Ik niets mee te maken wil hebben'. Als wij dit negatieve
grensverbod willen ombuigen tot een positief streefgebod, kunnen
we een dubbele richting uit. Aan Gods naam houden wij enerzijds een
belofte over (‘God ziet om naar mensen’) anderzijds ligt in
zijn naam onze opdracht om deze naam van God (‘Ik zal er
zijn voor u’) waar te maken.
Het blijkt dat we ten aanzien van onze eigen belangen wel overal rekening mee houden.

UIT DANKBAARHEID GAAN VOOR HET BESTE RESULTAAT
Komt God werkelijk op de eerste plaats in uw leven? Een in de Verenigde
Staten gehouden enquête onder 1500 studenten wees uit dat er twee
soorten van waarden zijn die zij naar hun zeggen aanhangen: in de
eerste plaats waarden die henzelf, hun familie en hun vrienden
betreffen; in de tweede plaats waarden die de mensheid (in het
algemeen) en God betreffen.
Het is opmerkelijk dat bij deze 'ontwikkelde' jonge mensen God op de
laatste plaats komt! Toch zei 90 procent van alle ondervraagden in God
te geloven. Deze algemene geestelijke lethargie en passieve minachting
voor God – en voor de grootte van Zijn ambt en macht –
wijst op een steeds meer voorkomende houding, zelfs onder kerkgangers
en belijdende christenen. Mensen spreken graag over godsdienst en over
God, maar zij hebben geen ontzag voor Zijn positie en Zijn naam.
En deze geestelijke kanker draagt in zich het zaad van de vernietiging van onze Westerse beschaving!
Het derde gebod
Bij de bespreking van het eerste en het tweede gebod zagen wij dat wij
ons ervoor moeten hoeden uit wat dan ook een god te maken, en die
vervolgens in de plaats van de ware God te stellen. En wij leerden dat
God ons gebiedt Hem rechtstreeks te aanbidden – met Hem te
wandelen, met Hem te spreken, Hem werkelijk in geest en waarheid te
kennen en te vereren – met vermijding van elke afbeelding,
gelijkenis of fysiek voorwerp als 'hulpmiddel' bij de aanbidding of om
ons aan de grote Schepper te 'herinneren'.
Het derde gebod betreft Gods naam, Zijn ambt, Zijn positie als de grote, soevereine Heerser van het universum:
Exodus 20:7 Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel
gebruiken, want de Here zal niet onschuldig houden wie zijn naam ijdel
gebruikt.
In de Bijbel hebben namen een betekenis. De oorspronkelijke hebreeuwse
naam Abram werd veranderd in Abraham – Abraham betekent immers
"vader van een menigte volken". En dat was precies waartoe Abraham was
bestemd:
Genesis 17:5 en gij zult niet meer Abram genoemd worden, maar uw
naam zal zijn Abraham, omdat Ik u tot een vader van een menigte volken
gesteld heb.
Evenzo heeft Gods naam een betekenis.
Gods naam onthult wie de God is die u aanbidt
Elke naam of titel van God openbaart een kenmerk van het goddelijke
karakter. Bij de bestudering van Gods Woord leren wij met iedere nieuwe
naam waarmee Hij zich openbaart, nieuwe feiten aangaande Gods aard en
karakter. Met andere woorden, God noemt zich naar wat Hij is!
Indien men de naam van God gebruikt op een wijze die de ware betekenis
en het karakter van God loochent, dan overtreedt men het derde gebod.
God zegt door Jesaja:
Jesaja 48:1 Hoort dit, gij huis van Jakob, die u noemt met de
naam Israël en die uit de wateren van Juda voortgekomen zijt; die
zweert bij de naam des Heren en die de God van Israël belijdt,
maar niet in waarheid en niet in gerechtigheid.
De mensen op wie deze profetie betrekking heeft, gebruiken de naam van
God, maar geven geen gehoor aan de openbaring van God die in Zijn naam
ligt opgesloten.
En hoe schokkend het ook mag klinken, veel godsdienstige mensen
herhalen steeds opnieuw in preken of gebeden de naam van God. Zij
gebruiken Gods naam ijdel – zonder enig nut of doel!
Het oorspronkelijke gebod zegt: "De Here zal niet onschuldig houden wie
Zijn naam ijdel gebruikt." Het hebreeuwse woord dat hier met
'onschuldig' wordt weergegeven, kan ook worden vertaald met 'rein': "De
Here zal niet rein houden wie Zijn naam ijdel gebruikt." Het criterium
van geestelijke reinheid is iemands houding jegens de naam van God! Men
is rein of onrein naar gelang men de naam van God in waarheid dan wel
in ijdelheid gebruikt. Begrijpt u wat dit betekent? Het duidt er
stellig op dat iemand die – op grond van oprechte religieuze
twijfels – de naam van God uit zijn woordenboek heeft geschrapt,
er beter aan toe is dan de belijdende christen die voortdurend over God
praat, maar Hem in zijn dagelijks leven loochent!
In het Onze Vader wordt ons opgedragen Gods naam te 'heiligen'. En het
derde gebod, waarover wij het hier hebben, heeft direct te maken met
het tonen van het juiste respect voor de naam van God. Een van de tien
hoofdpunten van Gods eeuwige, geestelijke wet is hieraan gewijd!
Laten wij echter eerst degenen die over deze zaak wellicht verkeerd
zijn ingelicht, duidelijk maken dat de verering van Gods naam niet
betekent dat men moet proberen Hebreeuws of Grieks te spreken, of moet
leren Gods naam in de oorspronkelijke bijbelse talen uit te spreken! Er
zijn bepaalde sekten die hier een kwestie van groot belang van maken.
Sommige beweren dat 'Jehova' de naam van de Vader is. Andere beweren
dat het 'Jahweh' is, en weer andere 'Jahveh', terwijl er ook zijn die
nog andere variaties gebruiken. De waarheid is dat, aangezien iedereen
erkent dat de Hebreeuwse klinkers niet bewaard zijn gebleven, niemand
precies weet hoe de Hebreeuwse naam van God moet worden uitgesproken!
Bij de beschrijving van de betekenis van iemands naam vermeldt
Moulton-Milligans Vocabulary of the Greek Testament het volgende: "Bij
een gebruik gelijk aan dat van het Hebr. ... [onoma, 'naam'] geeft dit
in het N.T. karakter, naam, gezag van de aangeduide persoon aan" (p.
451). Verder – en belangrijker – inspireerde God zelf
Daniël en Ezra het Aramese woord voor God te gebruiken in negen
hoofdstukken van de Bijbel die zij in deze taal schreven, terwijl de
schrijvers van het Nieuwe Testament allen werden geïnspireerd de
Griekse woorden voor de Godheid te gebruiken.
Uiteraard ligt het werkelijke belang van deze kwestie niet in de
fonetische klank die wordt gebruikt om God te beschrijven, maar in de
betekenis die Zijn namen uitdrukken! Deze erkende autoriteit op het
gebied van de bijbelse taalwetenschap laat dus duidelijk zien dat
iemands naam zijn functie, gezag en in het bijzonder zijn karakter
aanduidt. De namen van God tonen ons hoe God is – ze openbaren
Zijn karakter!
Weet u werkelijk hoe God is? Hebt u respect voor Zijn uiteenlopende functies en Zijn naam zoals u behoort te hebben?
Sla uw bijbel op en ga het eens na!
Gods aard en karakter geopenbaard
Genesis 1:1 In den beginne schiep God de hemel en de aarde.
In dit allereerste vers van de Bijbel openbaart God zichzelf met de
Hebreeuwse naam Elohim. Er is één God – maar meer
dan één lid van de Godheid, het Goddelijke gezin!
Ditzelfde woord Elohim wordt gebruikt in Genesis 1:26:
Genesis 1:26 En God zeide: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis…
Hier, in de context van deze passage, blijkt duidelijk dat de naam van
God – Elohim – door meer dan één persoon
wordt gedragen. In het Nieuwe Testament wordt dit duidelijk gemaakt
door de openbaring dat God de Vader alle dingen schiep door Jezus
Christus, die bij God was en God was van den beginne.
Johannes 1:1 In den beginne was het Woord en het Woord was bij
God en het Woord was God. Vers 14 Het Woord is vlees geworden en
het heeft onder ons gewoond…
Efeze 3:9 (Statenvert.) En allen te verlichten, [dat] [zij]
[mogen] [verstaan], welke de gemeenschap der verborgenheid zij, die van
[alle] eeuwen verborgen is geweest in God, Welke alle dingen geschapen
heeft door Jezus Christus.
In deze passages wordt geopenbaard dat God meer dan één
persoon is: God de Vader en het 'Woord' of de Woordvoerder, die later
Jezus Christus werd toen Hij als mens werd geboren. Deze relatie van
Vader en Zoon toont dat God een gezin is. En de wijze waarop het woord
Elohim in deze eerste verzen van Genesis en elders wordt gebruikt,
wijst er stellig op dat God het scheppende koninkrijk of gezin is!
Interessant genoeg is Elohim een meervoudsvorm, maar wordt afhankelijk
van het verband enkelvoudig dan wel meervoudig gebruikt.
Doordat God de Schepper is, is Hij tevens de Heerser over Zijn
schepping. Wij zien dat God, onmiddellijk nadat Hij de eerste man en
vrouw had geschapen, hun een zegen en een gebod gaf:
Genesis 1:28 En God zegende hen en God zeide tot hen: Weest
vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde en onderwerpt haar…
Ja, de ware God is Heerser – en u dient Hem te gehoorzamen, omdat Hij u heeft geschapen en u elke ademtocht geeft!
In Zijn omgang met Abraham noemt God zich soms El Sjaddaj, hetgeen
'God, de Almachtige' betekent. God is de bron van alle macht! Zijn naam
moet in ere worden gehouden, want deze staat voor Hem die de bron is
van alle kracht, alle macht en alle gezag.
De naam die in het Oude Testament meestal is vertaald met 'HERE', is
een vertaling van de Hebreeuwse letters JHWH of YHWH, soms weergegeven
als Jahweh of Jahveh. Het oorspronkelijke Hebreeuwse woord betekent 'de
Eeuwige' of 'de Volkomen Zelfstandige'. In Genesis 21:33 wordt het op
deze wijze gebruikt:
Genesis 21:33 En [Abraham] plantte te Berseba een tamarisk [boom
– esjel in het Hebreeuws], en riep daar de naam van de Here
[JHWH], de eeuwige God, aan.
Dit Hebreeuwse woord toont ons Gods hoedanigheid als de eeuwiglevende
God en wordt gebruikt om Zijn eeuwigdurende functie aan te geven binnen
een verbondsrelatie met degenen die Hij heeft geschapen.
God heeft altijd bestaan en zal altijd bestaan om Zijn zegeningen, Zijn
beloften en Zijn verbond met Zijn volk te volbrengen! Onze God is de
Eeuwige – de Volkomen Zelfstandige.
In Zijn gehele Woord wordt Gods naam in verband gebracht met Zijn
kenmerkende eigenschappen: Zijn macht, Zijn eeuwige bestaan, Zijn
barmhartigheid, Zijn trouw, Zijn wijsheid, Zijn liefde. Lees hoe de
profeet David Gods naam met Zijn scheppingsmacht in verband brengt:
Psalmen 8:2 O Here, onze Here, hoe heerlijk is uw naam op de
ganse aarde, Gij, die uw majesteit toont aan de hemel. 3 Uit de
mond van kinderen en zuigelingen hebt Gij sterkte gegrondvest, uw
tegenstanders ten spijt, om vijand en wraakgierige te doen verstommen.
4 Aanschouw ik uw hemel, het werk van uw vingers, de maan en de
sterren, die Gij bereid hebt: 5 Wat is de mens, dat Gij zijner
gedenkt, en het mensenkind, dat Gij naar hem omziet?
Hier blijkt dat God Zijn majesteit toont aan de hemel. Vervolgens laat
David zien dat God de hemel, de aarde en de mens heeft geschapen. Geen
wonder dat Gods naam en ambt moeten worden geëerbiedigd!
In ons dagelijkse spraakgebruik vervloeken velen van ons de naam van
onze Schepper en onze God! Wij gebruiken onze levensadem om de naam te
vervloeken en te verwensen van juist degene die ons het leven geeft en
de ademtocht waarmee wij Zijn naam vervloeken! In een uitdrukking die
verschrikkelijk veel wordt gebruikt, wordt God gevraagd iemand te
'verdoemen'. Arm en rijk gebruiken allen even vlot en gemakkelijk deze
verachtelijke vloek, en denken vaak hiermee hun 'mannelijkheid' te
bewijzen of tegen iets opgewassen te zijn! Toch zal het moeilijk zijn
ook maar één normaal mens te vinden die dit verzoek in
zijn volle, vreselijke betekenis uitgevoerd zou willen zien. Het
bezigen van deze uitdrukking is het lichtvaardig gebruiken van de naam
van onze God – Hem vragen iets te doen wat Hij nooit van plan is
geweest.
God heeft nooit iemand 'verdoemd' zoals men dat schijnt te denken! Deze
gedachte is een afschuwelijke ketterij! Gods werk is het werk van
behoud, en God zal geen mens het eeuwige leven onthouden, tenzij die
mens opzettelijk en uit eigen vrije wil Gods weg afwijst.
God zegt: "Op zulken sla Ik acht: op de ellendige, de verslagene van
geest en wie voor mijn woord beeft" (Jes. 66:2). Hetzelfde kan worden
gezegd over het diepe respect en het goddelijke ontzag dat wij behoren
te hebben voor Gods naam, die direct Gods karakter, Zijn Woord en Zijn
doeleinden vertegenwoordigt.
Moet men zweren?
De mensen zijn tegenwoordig niet alleen gewend op profane wijze te
vloeken en Gods naam aan te roepen om hun verwensingen kracht bij te
zetten, maar in een aantal landen bestaan er ook veel juridische
formaliteiten waarbij Gods naam wordt aangeroepen in de vorm van een
eed.
Jezus Christus zei:
Mattheus 5:34 Maar Ik zeg u, in het geheel niet te zweren: bij de
hemel niet, omdat hij de troon van God is; 35 bij de aarde niet,
omdat zij de voetbank zijner voeten is; bij Jeruzalem niet, omdat het
de stad van de grote Koning is.
Gods naam is zo heilig, dat ons wordt geboden die niet aan te roepen om
onze woorden of onze eed kracht bij te zetten! Gelukkig kent ons land
veel religieuze voorrechten, zoals godsdienstvrijheid. Ofschoon diverse
openbare instanties u bij gelegenheid zullen vragen de rechterhand te
heffen en te 'zweren', realiseert men zich algemeen dat hiertegen
bezwaren kunnen bestaan; daarom kunt u het woord 'beloven' gebruiken in
plaats van te zweren.
En in feite is, zoals wij allen zouden moeten weten, de eenvoudige
bevestiging of formele verklaring van een godvrezend christen veel
betrouwbaarder dan tienduizend eden uit de mond van een leugenaar in de
getuigenbank! De bespotting die sommige zakenlieden, politici en zelfs
hoogleraren hiervan maken door in de getuigenbank Gods naam ijdel te
gebruiken, levert overvloedig bewijs van deze bewering!
Religieuze titels die moeten worden vermeden
Sprekend over het gebruik van bepaalde uitdrukkingen als religieuze titel zei Christus:
Mattheus 23:9 En gij zult op aarde niemand uw vader noemen, want een is uw Vader, Hij, die in de hemelen is.
Ofschoon in sommige grote godsdienstige organisaties dit gebod op
flagrante en in het oog springende wijze wordt genegeerd, is deze
uitspraak van Gods Woord volkomen duidelijk voor iedereen die wil
gehoorzamen.
Onze enige geestelijke Vader is God! Elk gebruik van dit woord als
religieuze titel voor een mens is niet minder dan een directe
godslastering van de Schepper, die alle mensen heeft geschapen –
ook de zwakke, vergankelijke menselijke wezens die zich op schaamteloze
wijze een naam die een goddelijke titel is toe-eigenen.
Natuurlijk behoren wij onze menselijke vader 'vader' te noemen, zoals God dit zelf in het vijfde gebod doet.
De meest algemene zonde
Toen Hij Zijn discipelen, en ons als christenen, leerde bidden, zette
Jezus Christus de juiste wijze uiteen waarop wij de Almachtige God
moeten benaderen en de houding van eerbied die wij voor Zijn ambt en
Zijn naam dienen te hebben. In de eerste regels van wat doorgaans 'het
Onze Vader' wordt genoemd, zijn in sommige bijbelvertalingen
hoogstwaarschijnlijk verkeerde leestekens geplaatst. Na de aanroep
"Onze Vader die in de hemelen zijt" – waarmee de mens zich tot
God richt – volgen er drie met elkaar samenhangende verzoeken,
waarna een zinsdeel volgt dat op alle drie verzoeken slaat en niet
uitsluitend op het laatste. De correcte weergave is als volgt: "Onze
Vader die in de hemelen zijt, uw naam worde geheiligd, uw Koninkrijk
kome, uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde." Het
zinsdeel "gelijk in de hemel alzo ook op de aarde" heeft niet
uitsluitend betrekking op "uw wil geschiede", maar eveneens op "uw
Koninkrijk kome" en "uw naam worde geheiligd".
Deze gedachten, vervat in wat het Onze Vader wordt genoemd het heiligen
van Gods naam, de komst van Zijn Koninkrijk en het geschieden van Zijn
wil zijn eenvoudig verschillende fasen van dezelfde zaak. Iemand
heiligt immers Gods naam door zich aan Zijn Koninkrijk en regering te
onderwerpen, Zijn wil te doen en Zijn wetten te gehoorzamen.
Het alleen in ere houden van de fonetische klank van Gods naam is
slechts een nietig onderdeel van het onderhouden van het derde gebod.
Jezus vroeg:
Lukas 6:46 Wat noemt gij Mij Here, Here, en doet niet wat Ik zeg?
Bidden zonder gehoorzaamheid is een subtiele vorm van godslastering!
De zogenaamd religieus ingestelde mensen die wel over godsdienst en God
spreken, maar weigeren Zijn Woord en Zijn wet te gehoorzamen, zijn
schuldig aan een grotere zonde dan degene die toegeeft volgens een
vleselijke levenswijze te leven, maar die zich niet anders voordoet dan
hij is. De hypocrisie van religieuze groeperingen en godsdienstige
mensen is oneindig veel erger dan de goddeloosheid van de straat. God
prijzen en dit vervolgens tegengaan door zich te verzetten tegen Zijn
wegen en wetten is zeer beslist godslasterlijk – het is het ijdel
gebruiken van Gods naam!
Een geestelijke of iemand anders die welsprekend en met vrome houding
predikt en bidt, maar vervolgens het kleinste van Gods geboden
overtreedt (Matth. 5:19), die lastert God terwijl hij bidt! Maar zelfs
al weet hij de wereld te bedriegen, God zal hij nooit kunnen bedriegen!
Sprekend over de 'godsdienstijveraars' van Zijn tijd, die weigerden
zich volledig aan de wil en de wet van God te onderwerpen, verklaarde
Jezus:
Markus 7:6 Maar Hij zeide tot hen: Terecht heeft Jesaja van u,
huichelaars, geprofeteerd, zoals er geschreven staat: Dit volk eert Mij
met de lippen, maar hun hart is verre van Mij. 7 Tevergeefs eren
zij Mij, omdat zij leringen leren, die geboden van mensen zijn.
Op gelijke wijze belijden ook vandaag velen met de mond geloof in God, maar hun aanbidding is ijdel!
Mattheus 7:21 Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal
het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil mijns
Vaders, die in de hemelen is.
God geve u de bereidheid Zijn wil en wet te gehoorzamen! God moge u
leren Hem in geest en in waarheid te aanbidden en Zijn grote naam te
eerbiedigen – want deze vertegenwoordigt Zijn scheppingskracht,
Zijn wijsheid, Zijn trouw, Zijn liefde en goedheid, Zijn geduld en
grenzeloze barmhartigheid. Deze naam vertegenwoordigt het karakter en
de positie en de waardigheid van de grote God, die de leiding heeft
over het universum!
Het blijkt dat we ten aanzien van onze eigen belangen wel overal rekening mee houden.

UIT DANKBAARHEID GAAN VOOR INNOVATIE VAN JE HANDELEN
De profeet David was een man naar Gods hart (Hand. 13:22).
David schreef:
Psalmen 119:97 Hoe lief heb ik uw wet! Zij is mijn overdenking de ganse dag.
David bestudeerde en overpeinsde Gods wet dagelijks! Hij leerde de wet op elke situatie in het leven toe te passen.
Dit schonk hem wijsheid.
Vers 98 Uw gebod maakt mij wijzer dan mijn vijanden, want het is altoos bij mij.
Gods wet wees David de weg die hij diende te gaan – schonk hem een levenswijze.
Vers 105 Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.
In
deze 119e Psalm verklaarde David voortdurend hoe lief hij Gods wet had
en hoe hij deze wet als richtsnoer voor zijn leven gebruikte. Doet u
dat ook?
De meeste mensen is geleerd dat Gods wet is afgeschaft.
Of anders heeft u zich eenvoudig niet gerealiseerd dat het de enige
levenswijze is die de mens geluk en vreugde zal brengen. U wist niet
dat Gods wet de natuur en het karakter van God openbaart. En God
gebiedt ons:
1 Petrus 1:16 … Weest heilig, want Ik ben heilig.
Bedenk
dat christenen, de 'kleine kudde' van Jezus, worden aangeduid als
degenen, die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus
hebben.
Openbaring 12:17 En de draak werd toornig op de vrouw en
ging heen om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht,
die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus hebben.
God geeft ons de volgende beschrijving van het karakter van Zijn heiligen:
Openbaring 14:12 Hier blijkt de volharding der heiligen, die de geboden Gods en het geloof in Jezus bewaren.
Indien
u wilt worden gerekend tot Gods kinderen, dan dient u dit levende
geloof – dit gehoorzame geloof – in de Almachtige God te hebben door
Jezus Christus Zijn leven in u te laten leven! Dan dient u Gods
geestelijke wet, zoals die wordt geopenbaard in de Tien Geboden, te
begrijpen en te onderhouden, al is het ook met vallen en opstaan.
Het blijkt dat we ten aanzien van onze eigen belangen wel overal rekening mee houden.
TOT BESLUIT VAN DIT GEBOD
Vergeet niet de wet van Christus
"de wet van Christus" (1 Kor. 9:21)
Voor christenen
is niet de wet van Mozes de leefregel. Hoe God wil dat wij zullen leven
vinden we in het Nieuwe Testament, in het onderwijs van Jezus en in het
onderwijs van de apostelen. Deze gedeelten van de bijbel zijn immers
rechtstreeks tot ons, christenen, gericht. Het onderwijs van de
apostelen vinden we in de brieven van het Nieuwe Testament. Daar, en in
het onderwijs van Jezus, staat hoe wij moeten leven.
Wij
moeten leren om de geboden van Jezus te onderhouden (Mattheus 28:19).
Ook op andere plaatsen spreekt de Here Jezus over zijn geboden
(Johannes 14:15,21; 15:10)
Jezus
heeft ons een nieuw gebod gegeven (Johannes 13:34). Voor ons geldt de
eis der liefde, daar moeten we naar wandelen (Romeinen 14:15). We zijn
schuldig om lief te hebben (Rom. 13:8).
Wij
moeten doen wat de apostelen ons in het Nieuwe Testament hebben
voorgeschreven. We moeten ons houden aan het onderwijs der apostelen.
- "Wie God kent hoort naar ons (de apostelen); wie uit God niet is hoort naar ons niet"
(1 Johannes 4:6)
Jezus
verwacht gehoorzaamheid van ons. "Wat noemt gij mij Here Here en doet
niet hetgeen Ik zeg" (Lucas 6:46). Als we Jezus Heer noemen dan
verwacht de Here Jezus ook dat we Hem als Heer gehoorzamen.
We
moeten daders van het woord zijn (Jak. 1:22). We moeten doen wat in de
bijbel staat. Geloof en gehoorzaamheid horen bij elkaar.
In
het onderwijs van de apostelen worden 9 van de 10 geboden van de wet
van Mozes herhaald en bekrachtigd. Alleen het sabbatsgebod ontbreekt.
Dat komt omdat het sabbatsgebod speciaal het teken was van het verbond
van Mozes. Wij staan als christenen niet onder dit verbond en daarom
vinden we in het Nieuw Testament geen enkele opdracht om de sabbat te
houden. Integendeel er wordt juist gewaarschuwd tegen het verplicht
houden van de sabbat (Kol. 2:16,17; zie ook Romeinen 14:5).
De
leefregel voor de Christen wordt gevormd door de geboden van Jezus,
door het onderwijs van de apostelen, en de leiding van de Heilige
Geest.
Wees gedachtig dat gij de dag des heren heilig
Dat betekent: “deze dag is heilig”. De joodse sabbatsviering werd gekenmerkt door rust en bevrijding. Dit bleef in de christelijke viering van de zondag bewaard. Wel kwam er een element bij: de bevrijding werd ook een bevrijding uit de ketenen van de dood.
De zondag is zo een wekelijks herhaald paasfeest geworden. De door de Kerk ingestelde plicht om op zondag aan de gemeenschappelijke viering van de eucharistie deel te nemen onderstreept
het gewicht hiervan. De aansporing om de zondag vrije tijd te laten zijn ligt eveneens in de lijn van de sabbatsviering. ‘To celebrate your existence’, zoals de Amerikanen zeggen.
Bij de heiliging van de dag des Heren kun je denken aan het belang van tot rust komen, op adem komen, ruimte voor recreatie (‘herschepping’), je niet in beslag laten nemen door dat wat je de hele week al in beslag neemt. De ‘zondagsrust’ is een van de elementen die hierbij een rol speelt.
Een ander diaconaal accent is: het mogelijk maken dat ook mensendie het financieel en emotioneel zwaar hebben met vakantie kunnen
Zie dit gebod altijd in samenhang met de andere geboden
|