DE TIEN GEBODEN - 8e GEBOD
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Volgens het boek Exodus, ontving Mozes op de top van de berg Horeb in de woestijn Sinaï van de HERE ofwel JHWH op
twee stenen tafels
HET ACHTSTE GEBOD
8e gebod: Gij zult niet stelen
Kernwoorden: oprechtheid, rechtvaardigheid,
gerechtigheid
Uitwerking
- Wees eerlijk met declaraties, ga zorgvuldig met uw
(werk)tijd om, bereken meer- en minderwerk correct.
- Hoedt u voor politieke diefstal: met het idee van een
collega aan de haal gaan en haar verkopen als uw eigen
voorstel.
- Wie zich onterecht ziek meldt steelt
gemeenschapsgelden.
- Zorg voor een eerlijke en billijke beloning en
zorgvuldige inzet van winst uit arbeid en vermogen.
- Eerlijk zakendoen.

Sleutelwoorden: Liefhebben en Eerbied

AANDACHTSPUNTEN
God is de Heere van de schepping. Gebruik zorgvuldig de
schepping, met
voorkoming van uitputting en overproductie.
God regeert de
wereld(politiek).
Heb God lief en niet het geld.
Winst is een levensmiddel
geen levensdoel.
Het eigen ego is een afgod.
Breng offers aan God, niet
aan de zakelijke carrière.

REDENEN OM MET BOVENSTAANDE REKENING TE HOUDEN
Oorspronkelijk had het woord 'stelen' betrekking op het roven van
mensen: zich van iemand meester maken, een vrije mens ontvoeren om hem
als slaaf te verkopen. Het waren praktijken die in de tijd waarin deze
woorden geschreven werden, nog volop beoefend werden. In het begin werd
dus niet de gelddief, maar de mensendief geviseerd. Daar beschermt dit
woord niet de bezitters, maar het komt op voor de rechtelozen.
Tot op vandaag worden mensen 'gestolen'. Onschuldige mensen worden
ontvoerd en gegijzeld. Vliegtuigkapingen kunnen mensen dagenlang
in spanning houden. Onder de terreur van militaire regimes 'verdwijnen'
tienduizenden zonder proces. Bepaalde volken en groepen worden
onderdrukt door zovele vormen van geweld. Mensen worden opgesloten en
van hun vrijheid beroofd. Er is vandaag zelfs nog sprake van
kinderarbeid. We horen hoe overal ter wereld vrouwen en kinderen
de wereld van de prostitutie ingedreven worden om zich te laten
'gebruiken'. Er zijn ook andere, minder spectaculaire vormen van
'mensenroof'. Persoonlijke relaties tussen mensen worden vaak door een
of andere vorm van 'bezitsdenken' 'ontmenselijkt'. 'Mijn kind', 'mijn
vrouw' als een verstikkende omklemming. 'Ik krijg je nog wel' als een
dreigende vuist. Mensen worden soms 'gebruikt' als een wegwerpvoorwerp,
interessant zolang zij / hij bruikbaar is.
En hoe kan iemand zichzelf ontplooien, als men hem niet de materiële mogelijkheden biedt om zijn
eigen leven te leiden? Gaandeweg kreeg dit 'woord van God' een nieuwe
dimensie: vrijheidsberoving heeft ook iets te maken met het ontnemen
van dingen die je voor het leven nodig hebt. Je bent al op weg daartoe,
als je iets van zijn bezittingen ontvreemdt. Van zijn eigenheid naar
zijn eigendom. Van 'een mens stelen' naar 'een mens bestelen'. Denk
slechts aan auto- en fietsdiefstallen. Inbraak en diefstallen nemen
toe. Warenhuizen hebben dagelijks met diefstallen te maken. Naast de
kruimeldiefstallen zijn er de brutale roofovervallen. Er is ook de
witteboordencriminaliteit. Met het aanvaarden van steekpenningen,
smeergeld en snoepreisjes weten bepaalde individuen zich onrechtmatig
te verrijken. Mensen knoeien bij het invullen van schadeformulieren of
ziekenbriefjes. Privé-gesprekken worden gevoerd tijdens de
werkuren, enzovoort. Onrecht en corruptie lijken wel in ons systeem
ingebakken. Denk maar aan oneerlijke handelspraktijken, geraffineerde
vormen van reclame en verkooptechnieken, je schulden niet betalen of je
schuldeisers jarenlang laten wachten, je mond houden als men je per
ongeluk te weinig aanrekent. Zoveel onrecht wordt gecamoufleerd of
goedgepraat met 'zaken zijn zaken', 'ik moet al genoeg afdragen',
‘iedereen doet het'...
Waar bezit nodig is om een vrij mens te kunnen worden, kan aan de
andere kant dat bezit het een mens ook wel eens onmogelijk maken om
echt vrij te zijn. Het kan hem tot slaaf maken. Dit is niet zozeer het
geval voor de armen en de kleinen, maar veeleer voor de hebbers en de
houders.
Er is nog een derde laag in de betekenis van dit gebod. In het Eerste
Testament wordt telkens weer in alle toonaarden herhaald: deze aarde is
van God, en dus van ons allen samen. Alles komt van God en moet ter
beschikking staan van ons allen. Wij zijn geen eigenaars, maar slechts
rentmeesters van wat ons werd toevertrouwd. Van huize uit behoren
de goederen van deze wereld aan niemand in het bijzonder, maar ze zijn
er voor héél de mensheid. Dit betekent dat mensen die
zoveel bezitten dat anderen niets hebben, aan die anderen tekortdoen.
Er bestaat zoiets als de sociale gebondenheid van de eigendom. Zo
hebben eigenaars van productiekapitaal de plicht dit kapitaal
bereidwillig en verantwoord in te zetten. Het is ook een plicht van de
eigen overvloed aan de noodlijdenden te geven. In de Middeleeuwen werd
een niet gering deel van de bevolking verzorgd door middel van
aalmoezen. Tegenwoordig wordt de sociale gebondenheid van de eigendom
grotendeels gerealiseerd door belastingen die progressief stijgen met
het inkomen. Het individu kan thans zijn sociale verplichtingen niet
nakomen door alleen maar aalmoezen te geven. Bovendien blijft de
solidariteitsverplichting gelden: hij moet de noodlijdenden helpen.
Dit
kan hij concreet realiseren door…het verbod te stelen; bij diefstal spelen verschillende motieven een
rol: macht, geldingsdrang, een ziekelijke neiging, afgunst, hebzucht,
genotzucht, egoïsme. Tegenwoordig wordt diefstal vaak niet meer
gezien als een vergrijp, maar veeleer als een onbelangrijk delict.
Plannen bedenken die ingaan tegen de economische existentie van de
medemens, legaal en onrechtmatig schenden van eigendom zijn
tegenwoordig aan de orde van de dag in het economische leven. Aan de
morele en wettelijke plicht gestolen goed terug te geven, wordt vaak
niet eens meer gedacht.
het verbod andermans eigendom te beschadigen; niet alleen het stelen,
maar ook het vernielen van eigendom schaadt de naaste. Het is niet
alleen gericht tegen objecten, maar het is ook een inbreuk op de
rechten van de persoon, want eigendomsrecht is uiteindelijk een
toepassing van de persoonsrechten tot in de zakenwereld. De essentie
van het vergrijp ligt in het onrecht dat de medemens aangedaan wordt.
Daarom hoort de ondoelmatige en slordige omgang met machines en
installaties op het werk evengoed bij het gebod dat diefstal
veroordeelt.
het verbod bedrieglijk te handelen; een onrechtmatige toe-eigening of
beschadiging van andermans eigendom gebeurt vaak door bedrog. Dat
begint bij valsheid in geschrifte en gaat via verduistering en allerlei
vormen van oplichterij tot de meest verschillende manieren van
oneerlijke concurrentie.
Het respecteren van geestelijke eigendom; hieronder valt het respecteren van octrooirechten en auteursrechten.
de plichten tegenover maatschappelijke eigendom; maatschappelijke
eigendom moet net zo goed gerespecteerd worden als persoonlijke
eigendom. Dit houdt in dat volgende zaken eigenlijk niet horen:
misbruik van het sociale verzekeringssysteem, verzekeringsbedrog,
belastingontduiking, smokkel, zwartrijden, vandalisme…
de inachtneming van de ecologische houdbaarheid.
de opbouw van een wereldwijde sociale gerechtigheid. God heeft de aarde
met alles wat ze bevat geschapen voor alle mensen en alle volkeren.
Daarom moeten de goederen der aarde zo ontgonnen en verdeeld worden,
dat alle mensen menswaardig kunnen leven. De basisprincipes voor de
opbouw van rechtvaardige internationale economische betrekkingen zijn:
rekening houden met het welzijn van zwakkere en armere volkeren, zorgen
voor gerechtigheid en ontwikkeling van de benadeelde volkeren. Men moet
streven naar een samenwerking van partners die zoveel mogelijk gelijke
kansen hebben.
Het blijkt dat we ten aanzien van onze eigen belangen wel overal rekening mee houden.

UIT DANKBAARHEID GAAN VOOR HET BESTE RESULTAAT
Nadat de God des hemels vanaf de berg Sinaï met donderende stem de
geboden had uitgesproken aangaande de ware aanbidding van Hem, en de
wetten die de meest heilige zaken van de mens beschermen – het
gezin, het huwelijk en het menselijk leven zelf – gaf God het
achtste gebod. Dit is Gods wet waardoor alle particuliere eigendommen
en bezittingen worden beschermd:
Exodus 20:15 Gij zult niet stelen.
Omdat de mensen niet geloven dat de God die dit gebod gaf werkelijk
bestaat, en niet vrezen Zijn wetten ongehoorzaam te zijn, is er meer
letterlijke diefstal dan ooit. Wij overtreden het achtste gebod evenwel
ook op honderden andere manieren door een verwaterd stelsel van morele
wetten.
Na de bespreking van een of ander laag plan om een concurrent of een
klant te bedriegen, halen zakenlieden de schouders op en zeggen: "Ach,
dat is gewoon zaken doen." Of na een vergadering over onjuist meten,
slechte kwaliteit of misleidende reclame zal een zakenman opmerken:
"Wat maakt het uit? Als ik het niet doe, doet een ander 't wel." Er
wordt heel wat uitgedacht om wetten en regels oneigenlijk te gebruiken
of te misbruiken om zichzelf te verrijken. Bij het bedriegen van de
overheid of bij het doen van valse belastingaangifte sust men zijn
geweten meestal met de woorden: "Laat de regering maar wat zuiniger aan
doen. Ze pikken toch al te veel geld in. Dus wat geeft het?"
Ja, wat geeft het? Dat is toch "gewoon zaken doen"?
Welnu, het zijn toevallig ook zaken die God aangaan – en Hij
heeft een wet in werking gesteld die luidt: "Gij zult niet stelen."
Wanneer u Gods wet schendt, schendt zij u! Want Gods wetten zijn levend
en actief – evenals de wet van de zwaartekracht. Wanneer u ze
overtreedt, volgt automatisch de straf.
Het recht op eigendom
Overeenkomstig Gods Woord en Zijn wet bestaan er slechts twee
rechtmatige manieren om in het bezit van iets te komen. De eerste is
door een schenking – of een erfenis – van een ander mens,
dan wel van God zelf. De tweede is door eerlijke arbeid, waardoor iets
als rechtmatige terugbetaling wordt verkregen. Iedere andere manier is
diefstal: iets wegnemen wat een ander toebehoort.
Het achtste gebod erkent het rechtmatig verwerven van bezit en verbiedt
diefstal. Het is belangrijk hierbij op te merken dat het achtste gebod
in principe alle vormen van communisme verbiedt die het recht van de
mens op eigendom afwijzen. Tevens verbiedt dit gebod internationale
diefstal, waarbij regeringen met toepassing van geweld eigendommen en
bezittingen van hun eigen onderdanen of die van andere naties verbeurd
verklaren en stelen. En tot onze voortdurende schande moet worden
gezegd dat wat dit betreft alle naties schuldig zijn aan het schenden
van Gods wet!
De mensen leren tegenwoordig op enorme schaal en in georganiseerd
verband te stelen. Niet alleen pikken zij duizenden artikelen uit
warenhuizen, winkels, scholen en zelfs kerken, maar ook organiseren
jonge mensen regelmatig ingewikkelde systemen van bedrog bij
proefwerken en examens op scholen en universiteiten. Omdat men daar in
het algemeen niet al te ongerust over is, verbreidt deze praktijk zich
ongehoord snel. Maar wat deze jonge mensen wellicht niet is verteld, is
dat zij door dit bedrog op een onrechtmatige wijze voor een examen
slagen of een bevoegdheid verwerven – en dat is stelen. Het is
een directe schending van het achtste gebod van God!
De industrieel of winkelier die onjuiste maten en gewichten gebruikt,
of die een slechte kwaliteit of ondeugdelijk werk levert om het publiek
te bedriegen, is even schuldig aan schending van het achtste gebod als
een gewone dief! Hij probeert meer voor zijn product te krijgen dan wat
hem rechtmatig toekomt. Gelet op de onrechtmatige winsten die hij hoopt
te maken, probeert hij iets extra's voor niets te krijgen. In principe
doet hij niets anders dan stelen! In hoeveel duizenden gevallen dit
type wetteloosheid en bedrog wordt toegepast weet God alleen.
Diefstal door misleidende reclame
Een van de grootste commerciële zonden van onze tijd is de
algemene praktijk van misleidende reclame. Men brengt de consument in
de verwachting dat bijvoorbeeld een bepaalde 'pil' hem zal doen
afvallen of aankomen, zijn potentie zal vergroten, zijn dunner wordend
haar zal genezen, of wat ook het geval mag zijn. En in de meeste
gevallen is die bewering zonder enige twijfel een verdraaiing van de
feiten.
Een dergelijke handelwijze is in feite stelen van mensen die geld uitgeven om het beloofde resultaat te bereiken.
In veel gevallen worden de slachtoffers van een dergelijk grootscheeps
bedrog niet alleen van hun geld beroofd, maar tevens van hun
gezondheid, geluk en gemoedsrust. Menig 'gerespecteerd' zakenman of
maatschappelijk leider heeft zijn positie grotendeels bereikt door
soortgelijke massale misleiding en diefstal!
Onze naties en volken dienen de ogen te openen! Al kan men een zonde
aan de buitenkant als 'respectabel' doen voorkomen, vergeet niet dat
God de ware Rechter is.
De Almachtige zegt:
1 Corinthe 6:9 Of weet gij niet, dat onrechtvaardigen het
Koninkrijk Gods niet beërven zullen? afgodendienaars, overspelers,
schandjongens, knapenschenders, dieven, geldgierigen, dronkaards,
lasteraars of oplichters zullen het Koninkrijk Gods niet beërven.
Laat er geen misverstand over bestaan, het is Gods wil dat Zijn
dienstknechten voorspoedig zijn in materiële rijkdom zolang zij
deze op eerlijke wijze verwerven en niet hun zinnen erop zetten. De
apostel Johannes schreef: "Geliefde, ik bid, dat het u in alles wel ga
en gij gezond zijt, gelijk het uw ziel wel gaat" (3 Joh. 1:2).
Bezoedelde welvaart
Bovendien moeten wij ons realiseren dat de rijkdom van een industrieel
die is bezoedeld door een onnodig hoog aantal dodelijke
bedrijfsongevallen in zijn fabrieken, onrechtvaardig verkregen winst
is, en in het licht van Gods wet is hij gebrandmerkt als een dief, zo
niet als een moordenaar!
Het beginsel van het achtste gebod wordt in de verhouding tussen
kapitaal en arbeid keer op keer geschonden. Jakobus werd
geïnspireerd de oneerlijke werkgever te waarschuwen:
Jakobus 5:4 Zie, het loon, dat door u is ingehouden van de
arbeiders, die uw landen hebben gemaaid, schreeuwt, en het geroep van
hen, die uw oogst hebben binnengehaald, is doorgedrongen tot de oren
van de Here Sebaot [dat is de Here der heerscharen, waarmee Hij Zijn
macht en kracht aanduidt, die Zijn oordeel nog verschrikkelijker maken].
Het is evenzeer waar dat menige werknemer zijn werkgever berooft! Hij
doet dit door zijn loon in ontvangst te nemen zonder er een eerlijke,
volwaardige arbeidsprestatie tegenover te stellen. En dat is stelen!
De werknemers in de Westerse wereld, die een overmatig deel van hun
arbeidstijd doorbrengen met 'koffiepauzes' en 'rookpauzes', zijn er de
oorzaak van dat onze industrieën in de wereldomvattende
handelsoorlog van tegenwoordig ernstig worden benadeeld. Dit gebrek aan
productiviteit is van invloed op het lot van de Westerse volken!
Het achtste gebod van de Almachtige God bevat een boodschap voor zowel
kapitaal als arbeid. Voor het kapitaal: "Een eerlijk dagloon voor een
dag eerlijke arbeid." Voor de arbeid: "Een dag eerlijke arbeid voor een
eerlijk dagloon."
Het stelen van een medemens is evenwel niet het enige principe dat in
het achtste gebod ligt besloten. God is eigenaar van veel meer bezit
dan enig mens.
Haggai 2:9 Van Mij is het zilver en van Mij is het goud, luidt het woord van de Here der heerscharen.
Stelen van God
In Maleachi 3, waar God spreekt tot het hedendaagse Jakob of Israël (vers 6), verklaart Hij:
Maleachi 3:8 Mag een mens God beroven? Toch berooft gij Mij. En
dan zegt gij: Waarin beroven wij U? In de tienden en de heffing.
Hier beschuldigt God de Westerse volken van deze tijd ervan dat zij hun
Schepper en Zijn Werk beroven! Geen wonder dat er zo weinig ware
religie op aarde is overgebleven! Geen wonder dat er zoveel verwarring
en bedrog is in de naam van het christendom!
God vervolgt:
Vers 9 Met de vloek zijt gij vervloekt, en Mij berooft gij, gij
volk in zijn geheel. 10 Breng de gehele tiende naar de
voorraadkamer, opdat er spijze zij in mijn huis; beproeft Mij toch
daarmede, zegt de Here der heerscharen, of Ik dan niet voor u de
vensters van de hemel zal openen en zegen in overvloed over u uitgieten.
Dit is een krachtige uitdaging van de Almachtige God!
God zegt dat Hij u zal zegenen wanneer u – volgens Zijn gebod
– door geloof in Hem en in Zijn Woord begint tienden te betalen.
Er kunnen letterlijk honderden voorbeelden worden genoemd waaruit
blijkt dat God inderdaad de tiendenbetaler zegent, ook in materieel
opzicht. Hij doet dit niet altijd onmiddellijk. Wellicht moet u Hem
eerst enige tijd gehoorzamen en geloof tonen. Maar als u Hem dient, Hem
gehoorzaamt, Hem vertrouwt, zal God Zijn deel van de overeenkomst
uitvoeren. Uw zegen zal zeker komen!
De positieve toepassing van het gebod
De positieve toepassing van het achtste gebod vindt men in de nieuwtestamentische brief aan de Efeziërs.
Efeze 4:28 Wie een dief was, stele niet meer, maar spanne zich
liever in om met zijn handen goed werk te verrichten, opdat hij iets
kan mededelen aan de behoeftige.
Enerzijds wordt in deze passage stelen veroordeeld. Anderzijds worden
werken en geven geschetst als de levenswijze die door de positieve
toepassing van Gods gebod wordt voorgeschreven.
Eigendom en bezit moeten worden verworven door eerlijke arbeid –
niet louter om persoonlijke verlangens en behoeften te bevredigen, maar
opdat eventuele overvloed vrijwillig aan een broeder in nood wordt
geschonken. De diepste intentie en geest van Gods wet impliceren dat
iemand niet alleen steelt door zich iets van een ander toe te eigenen,
maar evenzeer door te weigeren arbeid te verrichten teneinde de
vruchten daarvan met anderen, die in nood verkeren, te delen! De ware
christen behoort bij te dragen in de noden der heiligen en zich toe te
leggen op gastvrijheid (Rom. 12:13). Als Gods verwekte kinderen moeten
wij worden als Hij (Matth. 5:48). En Jezus zei: "Mijn Vader werkt tot
nu toe en Ik werk ook" (Joh. 5:17).
De positieve les van het achtste gebod is ook samen te vatten in deze
allesomvattende woorden van Jezus, de Christus: ,,Het is zaliger te
geven dan te ontvangen" (Hand. 20:35). Indien wij, door Gods Geest,
werkelijk leren volgens deze woorden te leven, zullen wij inderdaad de
geest van het achtste gebod vervullen!
Het blijkt dat we ten aanzien van onze eigen belangen wel overal rekening mee houden.

UIT DANKBAARHEID GAAN VOOR INNOVATIE VAN JE HANDELEN
De profeet David was een man naar Gods hart (Hand. 13:22).
David schreef:
Psalmen 119:97 Hoe lief heb ik uw wet! Zij is mijn overdenking de ganse dag.
David bestudeerde en overpeinsde Gods wet dagelijks! Hij leerde de wet op elke situatie in het leven toe te passen.
Dit schonk hem wijsheid.
Vers 98 Uw gebod maakt mij wijzer dan mijn vijanden, want het is altoos bij mij.
Gods wet wees David de weg die hij diende te gaan – schonk hem een levenswijze.
Vers 105 Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.
In
deze 119e Psalm verklaarde David voortdurend hoe lief hij Gods wet had
en hoe hij deze wet als richtsnoer voor zijn leven gebruikte. Doet u
dat ook?
De meeste mensen is geleerd dat Gods wet is afgeschaft.
Of anders heeft u zich eenvoudig niet gerealiseerd dat het de enige
levenswijze is die de mens geluk en vreugde zal brengen. U wist niet
dat Gods wet de natuur en het karakter van God openbaart. En God
gebiedt ons:
1 Petrus 1:16 … Weest heilig, want Ik ben heilig.
Bedenk
dat christenen, de 'kleine kudde' van Jezus, worden aangeduid als
degenen, die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus
hebben.
Openbaring 12:17 En de draak werd toornig op de vrouw en
ging heen om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht,
die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus hebben.
God geeft ons de volgende beschrijving van het karakter van Zijn heiligen:
Openbaring 14:12 Hier blijkt de volharding der heiligen, die de geboden Gods en het geloof in Jezus bewaren.
Indien
u wilt worden gerekend tot Gods kinderen, dan dient u dit levende
geloof – dit gehoorzame geloof – in de Almachtige God te hebben door
Jezus Christus Zijn leven in u te laten leven! Dan dient u Gods
geestelijke wet, zoals die wordt geopenbaard in de Tien Geboden, te
begrijpen en te onderhouden, al is het ook met vallen en opstaan.
Het blijkt dat we ten aanzien van onze eigen belangen wel overal rekening mee houden.
TOT BESLUIT VAN DIT GEBOD
Vergeet niet de wet van Christus
"de wet van Christus" (1 Kor. 9:21)
Voor christenen
is niet de wet van Mozes de leefregel. Hoe God wil dat wij zullen leven
vinden we in het Nieuwe Testament, in het onderwijs van Jezus en in het
onderwijs van de apostelen. Deze gedeelten van de bijbel zijn immers
rechtstreeks tot ons, christenen, gericht. Het onderwijs van de
apostelen vinden we in de brieven van het Nieuwe Testament. Daar, en in
het onderwijs van Jezus, staat hoe wij moeten leven.
Wij
moeten leren om de geboden van Jezus te onderhouden (Mattheus 28:19).
Ook op andere plaatsen spreekt de Here Jezus over zijn geboden
(Johannes 14:15,21; 15:10)
Jezus
heeft ons een nieuw gebod gegeven (Johannes 13:34). Voor ons geldt de
eis der liefde, daar moeten we naar wandelen (Romeinen 14:15). We zijn
schuldig om lief te hebben (Rom. 13:8).
Wij
moeten doen wat de apostelen ons in het Nieuwe Testament hebben
voorgeschreven. We moeten ons houden aan het onderwijs der apostelen.
- "Wie God kent hoort naar ons (de apostelen); wie uit God niet is hoort naar ons niet"
(1 Johannes 4:6)
Jezus
verwacht gehoorzaamheid van ons. "Wat noemt gij mij Here Here en doet
niet hetgeen Ik zeg" (Lucas 6:46). Als we Jezus Heer noemen dan
verwacht de Here Jezus ook dat we Hem als Heer gehoorzamen.
We
moeten daders van het woord zijn (Jak. 1:22). We moeten doen wat in de
bijbel staat. Geloof en gehoorzaamheid horen bij elkaar.
In
het onderwijs van de apostelen worden 9 van de 10 geboden van de wet
van Mozes herhaald en bekrachtigd. Alleen het sabbatsgebod ontbreekt.
Dat komt omdat het sabbatsgebod speciaal het teken was van het verbond
van Mozes. Wij staan als christenen niet onder dit verbond en daarom
vinden we in het Nieuw Testament geen enkele opdracht om de sabbat te
houden. Integendeel er wordt juist gewaarschuwd tegen het verplicht
houden van de sabbat (Kol. 2:16,17; zie ook Romeinen 14:5).
De
leefregel voor de Christen wordt gevormd door de geboden van Jezus,
door het onderwijs van de apostelen, en de leiding van de Heilige
Geest.
Gij zult niet stelen
“Ik heb genoeg” klinkt prettiger. Hoewel dit woord persoonlijk eigendom beschermt, wil dat niet zeggen dat persoonlijk eigendom als onaantastbaar wordt gezien. Integendeel, de bijbel beschouwt alles als leengoed van Jahweh, de schepper en leenheer van het land. Hij is de eigenlijke eigenaar en iedereen is aan hem verantwoording verschuldigd. Dat wil ook zeggen dat eigendom en beheer vallen onder de eis tot gerechtigheid. In deze zin heeft de Kerk dit woord ook opgevat: enerzijds een oproep tot eerbied voor de personen en hun bezittingen en anderzijds een oproep
tot rechtvaardigheid in de economische verhoudingen. De voorkeursoptie voor de armen is daarbij steeds onderdeel van de kerkelijke traditie geweest.
Zie dit gebod altijd in samenhang met de andere geboden
|