Wie is God eigenlijk ?
De vindplaats van materiaal
voor Bijbelstudie, geloofstudie, catechese, school, kring, persoonlijk
geloof, studie thuis, kerk, club, nieuws, godsdienstonderwijs,
zingeving en vooral heel veel mogelijkheden om je Bijbelkennis te
vergroten. Blijf
niet afhankelijk van anderen maar lees zelf de Bijbel. Investeer in
geestelijke rijkdom.
Vraag
waar ieder mens mee worstelt
Of
je nu in een bus of trein zit, of in de volle wachtkamer van een dokter
of tandarts op je beurt zit te wachten, meestal gaat het er zwijgzaam
toe. Sommige mensen kijken voor zich uit, verzonken in hun eigen
gedachten. Anderen bladeren enigszins ongeïnteresseerd de bekende
tijdschriften door.
De meeste mensen hebben elkaar niets of weinig te zeggen omdat ze elkaar niet of nauwelijks kennen.
Als je met een goede vriend
of vriendin op stap bent, gaat het heel anders. Dan praat je volop en
vertel je elkaar over je plannen en ervaringen. De mensen om wie je het
meest geeft, zijn dan ook de mensen die iets voor je zijn gaan
betekenen, van wie je merkt dat ze op je gesteld zijn.
Mensen met wie je kunt
praten, die belangstelling voor je hebben en je begrijpen. Die wat voor
je over hebben en je helpen als dat nodig is. Voor zulke mensen krijg
je respect en waardering. Zij verdienen daardoor een belangrijke plaats
in je leven.
De Bijbel zegt ons dat God
als een goede, trouwe Vriend met ons wil omgaan. Toch hebben we het
daar moeilijk mee. Meestal omdat we eigenlijk niet weten wie Hij is en
wat Hij voor ons kan betekenen. We zijn te weinig op de hoogte van Zijn
daden in het verleden en van datgene wat Hij nog steeds wil doen.
Daarom geloven veel mensen niet in God. Ze hebben een onduidelijke,
vage indruk van Hem, waarbij Hij onbereikbaar lijkt en buiten de
werkelijkheid van het leven staat. Bij anderen is het beeld en idee
over God zó vertekend, dat ze absoluut geen interesse voor `het
geloof' hebben.
Toch hebben we niet het
recht over God te oordelen, als we niet eerst vanuit een open en
onbevangen houding, serieus en oprecht over de vraag nadenken wie Hij
is.
Wij moeten hiervoor ons
licht opsteken door het lezen en bestuderen van het meest aangewezen
boek: de Bijbel. Het is de `handleiding voor het leven' en is door God
aan ons gegeven. Door het lezen en overdenken van de inhoud van dit
boek komen we er achter wie Hij is en hoe we Hem kunnen leren kennen.
Als een Vriend en Vader die ons liefheeft en ons leven een inhoud en
doel wil geven.
Enkele feiten
De eerste zin uit de Bijbel
is: "In het begin schiep God de hemel en de aarde." God is dus de
Schepper van de wereld. Van alles wat we zien en van de dingen die we
niet zien. Van de zon, de maan en de sterren, de planten- en de
dierenwereld, van elektriciteit en van geluidsgolven, noem maar op.
Maar Hij heeft ook mensen gemaakt, en ons allerlei mogelijkheden
gegeven.
Verder leert de Bijbel dat God er altijd is geweest. Eeuwig noemt de
Bijbel het. Hij is het begin en het einde. Ook is God sterk en machtig,
en niemand is zo verstandig, rechtvaardig, goed en liefdevol als Hij.
En God is heilig, dat betekent dat Hij volmaakt is en 100% zuiver, niet
in staat om het verkeerde te doen.
Hij wil ons daarom leren hoe wij met Hem en elkaar kunnen leven. Om die
reden heeft Hij verschillende mensen uit het verleden allerlei
gedachten van en over Hem laten opschrijven, waardoor de Bijbel
ontstond. En daarin lezen we over Gods bedoeling met ons leven en met
de wereld waarin we leven.
Misschien vind je het
moeilijk in God te geloven, omdat je Hem niet kunt zien. Denk dan eens
aan al die dingen die je niet kunt zien, maar die er toch zijn. Denk
bijvoorbeeld eens aan de wind. Als het hard waait, zien wij de wind
niet. Toch weten we dat de wind er is, want we zien de bladeren aan de
bomen bewegen en we horen het geluid.
Zo mogen we ook weten dat
God bestaat. We zien Hem niet. Maar we zien wèl allerlei dingen
die Hij doet. Kijk bijvoorbeeld maar eens om je heen in de natuur... Of
dacht je soms dat dat allemaal vanzelf gaat?
Uit al deze dingen (zoals bijv. het groeien van allerlei gewassen
waardoor mensen en dieren voedsel hebben) merken we dat we te doen
hebben met een machtige en liefdevolle God. Met een God die bestaat.
Hij woont in de hemel en ziet ons.
Hij wil voor ons zorgen.
In één van de
bijbelboeken staat het zo: "De ogen van de Here gaan over de gehele
aarde, om krachtig bij te staan, wier hart volkomen naar Hem uitgaat".
Het betekent dat God naar ons kijkt en ons wil helpen. Maar het
betekent óók dat we dan moeten geloven dat Hij bestaat,
en recht op onze aandacht heeft.
En als we aan het bestaan van God twijfelen? Dan daagt de Bijbel ons
uit om met Hem kennis te maken, door Hem te zoeken en over Hem en Zijn
woorden na te denken. David zei: "Daarom vertrouwen op U wie Uw naam
kennen, want Gij hebt nooit verlaten wie U zoeken, o Here."
Als we iets gaan begrijpen
(ook als is het nòg zo beperkt) van Gods grootheid,
rechtvaardigheid en liefde, zullen we Hem ook leren vertrouwen. En als
we ontdekken dat God te vertrouwen is, zal ons vertrouwen in Hem steeds
groter worden. God leeft en is te vinden door iedereen die Hem zoekt en
over Zijn wezen en boodschap nadenkt.
God erkennen
In de Bijbel lezen we over
mensen die God zochten en leerden erkennen, mensen die met Hem leefden
en door Hem geholpen werden. In de grote én kleine dingen van
het leven, omdat God geïnteresseerd is in alle details van ons
leven.
Ook David - de koning die begon als een eenvoudige maar moedige herdersjongen - heeft dit ervaren.
God hield van David omdat hij met Hem rekening hield en Hem als Schepper en Leider van zijn leven erkende.
In één van zijn psalmen zegt David bijvoorbeeld: "Erkent
dat de Here God is; Hij heeft ons gemaakt en Hem behoren we toe, Zijn
volk, de schapen die Hij weidt."
We lezen in de Bijbel over véél meer mensen die God
kenden en Zijn trouw in het kleine en grote ervaarden. Maar we lezen
ook over mensen die God ontrouw werden. En over mensen die vijandig of
onverschillig tegenover Hem stonden. De Bijbel is daarom bijzonder
actueel en geeft in de vorm van geschiedenissen en richtlijnen een
indruk hoe we ook in onze tijd als mens een zinvol leven kunnen hebben.
God is overal
Nòg iets over God.
God is geest. Dit betekent dat God niet gebonden is aan een lichaam of
aan een bepaalde plaats. God is overal, onveranderlijk en onbeperkt.
In de Bijbel lezen we bijvoorbeeld: "God is geest en wie Hem aanbidden, moeten aanbidden in geest en waarheid".
Dit betekent dat God met Zijn Geest contact wil hebben met onze geest, met dàt wat we innerlijk zijn.
Het gaat God niet om uiterlijkheden of om een stuk traditie. Het gaat
Hem in de allereerste plaats om èchte vriendschap en liefde, die
innerlijk, dus geestelijk wordt beleefd.
We
gaan dan ook ontdekken hoe we God kunnen dienen en liefhebben met al
dat andere wat hij ons heeft toevertrouwd: een lichaam, gevoel,
verstand en een wil, om te kunnen denken, voelen, beslissen en werken.
Het is goed God Zelf aan het woord te laten. De volgende
bijbelgedeelten kunnen hierbij helpen. Zij vertellen iets over Gods
karakter en handelen
"Groot is onze Here en geweldig in kracht, Zijn verstand is onbeperkt." (Psalm 147:5)
"Een eeuwig God is de Here, Schepper van de einden der aarde. Hij wordt
noch moede nog mat, Zij verstand is niet te doorgronden." (Jesaja 40:28)
"Ik ben de eerste en Ik ben de laatste en buiten Mij is er geen God." (Jesaja 44:6)
"Heilig, heilig, heilig is de Here God, de Almachtige, die was en die is en die komt." (Openbaring 4:8b)
"Ik ben de alpha en de omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde." (Openbaring 22:13)
"God is geen man, dat Hij liegen zou; of een mensenkind dat Hij berouw
zou hebben. Zou Hij zeggen en niet doen, of spreken en niet
volbrengen?" (Numeri 23:19)
"God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis." (Johannes 1:5)
"Wie tot God komt, moet geloven, dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken." (Hebreeën 11:6)
Jezus toonde ons wie God is
"Niemand heeft ooit de
Vader gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die
heeft Hem doen kennen." (Johannes 1:18)
"Wie Mij (Jezus) gezien heeft, heeft de Vader gezien." (Johannes 14:9b)
Jezus Christus laat ons zien wie God is.
De Apostel Paulus zegt dit heel nadrukkelijk in de nu volgende verzen:
"Hij is het beeld van de onzichtbare God." (Colossenzen 1:15)
"In Hem woont al de volheid der godheid lichamelijk." (Colossenzen 2:9)
Door naar de manier van leven en werken van Jezus Christus te kijken, ontdekken we iets over het karakter van God
Wij mogen Jezus navolgen in onze relatie tot God, de medemens én onszelf
1. Relatie tot God
a. Heb ik geloof en vertrouwen in God en liefde tot Hem
- Geloof ik in God, ben ik bereid moedig voor mijn geloof uit te komen en er zelfs spot en minachting voor te doorstaan?
- Of ben ik eerder beschaamd voor mijn geloof en zwijg ik er maar liefst over?
- Ben ik bereid te geloven in de door God geopenbaarde waarheden, die de Kerk me voor houdt te geloven?
- Heb ik vertrouwen in Gods voorzienigheid of laat ik bij de minste tegenslag de moed zakken en maak ik Hem verwijten?
- Heb ik me overgegeven aan wanhoop door niet meer te geloven in Gods liefde en barmhartigheid.
- Ben ik bereid naar God toe te groeien en Hem te beminnen of leef ik onverschillig en oppervlakkig alsof God er niet was?
- Zijn er perioden in mijn leven geweest dat ik zonder geloof in God leefde?
- Wanneer lijden me treft, ben ik dan opstandig? Ben ik bereid
mijn lijden te dragen, te offeren, in vereniging met het lijden van
Christus?
Neem ik met Jezus het kruis op om Hem te volgen?
- Heb ik ooit God gehaat?
- Ben ik dankbaar jegens God voor verkregen gunsten en heb ik oog
voor Gods dagelijkse weldaden in mijn leven, voor de kleine dingen van
elke dag die Hij mij geeft?
Of ben ik ondankbaar en zie ik enkel dat wat niet goed gaat?
- Heb ik ooit het katholiek-christelijk geloof verloochend door
naar een andere christelijke belijdenis, een andere godsdienst, of een
sekte over te gaan?
b. Heb ik andere “goden” in mijn leven?
- de afgod geld
- de afgod bezit
- de afgod macht
- de afgod genot
- de afgod prestige
- de afgod “lekker eten”, mooie kleding, enz.?
- Hecht ik overdreven belang aan bepaalde “krachten”
in de kosmos, hierbij vergetend dat God aan de oorsprong staat van het
gehele universum en er niets buiten Hem om gebeurt?
c. Gebruik ik Gods naam lichtvaardig?
- in vloeken?
- in bedenkelijke moppen over God en de heilige zaken?
- in ijdele discussies over God waarin ik gelijk wil halen?
- door het zweren bij God of de heilige zaken?
- heb ik me schuldig gemaakt aan het publiceren of verspreiden van heiligschennende literatuur?
d. Maak ik de duivel tot meester over mijn leven?
- door deel te nemen aan occulte praktijken?
zoals: - oproepen van geesten ( = seances/spiritisme), waarzeggerij etc.
e. Volbreng ik mijn religieuze plichten?
- Bid ik dagelijks tot mijn Schepper en Vader of wend ik mij slechts tot Hem als het mij niet goed gaat?
- Heb ik steeds de dag des Heren geheiligd?
* door ‘s zondags trouw naar de H. Mis te gaan?
* door van de zondag een gewijde dag te maken waarop ik zware arbeid probeer te vermijden?
- Heb ik ooit in staat van doodzonde gecommuniceerd en zo het lichaam van Christus heiligschennend ontvangen?
- Heb ik de vereiste eerbied voor de Eucharistie: Het Lichaam en Bloed van Christus onder de gedaante van Brood en Wijn?
- Heb ik eerbied in de kerk, waar Christus aanwezig is in de H. Hosties in het tabernakel?
- Ga ik regelmatig (minstens 1 maal per jaar) te biechten of ben ik ook gedurende lange tijd niet te biechten geweest?
Is mijn zondenbelijdenis steeds oprecht geweest in de biecht? Heb
ik alles gezegd, ook als het me veel moeite kostte of draaide ik dan
rond de pot?
- Heb ik ooit heiligschennis gepleegd (door bv. te spotten met de
sacramenten) en daardoor afbreuk gedaan aan de verschuldigde eerbied
tegenover God?
2. Relatie tot de naaste
a. Gij zult niet doden.
- Heb ik een moord op mijn geweten? Of was ik medeplichtig?
Heb ik mijn schuldig gemaakt of ben ik medeplichtig geweest aan
abortus (o.a. door gebruik van abortieve anticonceptiva) of euthanasie?
- Is door mijn schuldige nalatigheid een mens gestorven?
- Jezus zegt: “Wie zijn broeder of zuster haat is een moordenaar…”
Heb ik ooit een mens gehaat, vervloekt, verwenst?
Heb ik ooit een mens “gedood” door hem te negeren,
dood te zwijgen, hem in de put te duwen of hem gewoon aan zijn lot over
te laten wanneer hij in nood verkeerde?
b. Gij zult geen echtbreuk plegen
- Heb ik mijn echtgeno(o)t(e) verlaten om met een andere partner te gaan leven?
- Heb ik ooit overspel gepleegd, ook al is mijn huwelijk niet spaak gelopen?
c. Gij zult uw naaste of het goed van uw naaste niet begeren
- Begeer ik seksueel mijn naaste?
Indachtig het woord van Jezus:”Wie naar een vrouw/man kijkt
om haar of hem te begeren, heeft reeds echtbreuk gepleegd”.
- Begeer ik de bezittingen en de talenten van anderen?
- Ben ik jaloers om mijn medemens?
… omdat hij / zij rijker is?
omdat hij / zij knapper is?
omdat hij / zij intelligenter is?
omdat hij / zij meer succes of geluk in het leven heeft?
omdat het hem / haar goed gaat?
d. Gij zult niet stelen.
- Heb ik gestolen, ook al gaat het om onbenullige zaken?
- Heb ik de Staat bedrogen en mij schuldig gemaakt aan belastingontduiking?
- Ben ik oneerlijk in financiële aangelegenheden?
- Maak ik me schuldig aan winstbejag?
- Heb ik mensen materieel uitgekleed?
- Maak ik mij schuldig aan uitbuiting van anderen?
* door mijn ondergeschikte het loon te onthouden waarop hij
recht heeft.
* door mijn werknemers minder te betalen dan billijk is
* door te profiteren van de zwakke positie van mijn werknemer,
huurder, enz…
e. Gij zult uw naaste niet bedriegen
- Belieg ik mijn naaste?
- Bedrieg ik mijn naaste? (o.a. in geldzaken)
f. Gij zult uw naaste niet belasteren.
- Heb ik kwaad gesproken over mijn naaste?
- Zit ik voortdurend over anderen te spreken, ook al is het niet dadelijk geroddel.
- Belaster ik mijn naaste, dit wil zeggen, heb ik achter zijn rug
dingen gezegd die niet waar zijn of waarvan ik niet zeker ben of ze wel
waar zijn?
- Zit ik voortdurend met anderen achter hun rug te lachen of zelfs te spotten?
- Geef ik vaak kritiek op de anderen:
- op de overheden van Kerk en maatschappij
- op mijn medemensen
- op situaties waarmee ik geconfronteerd word?
of zeg ik ook eens iets goeds over iemand wanneer hij er niet bij is?
- Heb ik vals getuigd tegen mijn naaste?
g. Gij zult uw naaste niet veroordelen.
- Heb ik mijn medemens veroordeeld, in gedachten of woorden?
- Vel ik eerlijk en onpartijdig rechtspraak?
- Ben ik barmhartig en vol begrip voor mijn naaste die van de goede weg is afgeraakt en aan lager wal is geraakt?
h. Vergeef elkaar.
- Ben ik vergevingsgezind, “tot 70 maal 7 maal toe”, dit is altijd?
Of koester ik wrok, rancune jegens mijn naaste wanneer hij mij onrecht aangedaan heeft?
- Ben ik belust of wraak wanneer een medemens me nadeel berokkend heeft?
- Blijf ik jarenlang koppig zwijgen jegens iemand waarmee ik ruzie gemaakt heb?
- Blijf ik bereid de eerste stap te zetten wanneer ik ruzie heb
met iemand, of is het altijd de andere die naar mij moet toekomen?
- Ben ik bereid vergeving te vragen wanneer ik een ander onrecht heb aangedaan?
- Heb ik een medemens grof beledigd, uitgescholden zonder daarna vergeving te vragen?
- Neem ik het anderen kwalijk wanneer ze me achterstellen en zo mijn eigenliefde kwetsen?
i. Bemin uw vijanden.
- Bid ik voor mijn vijanden in plaats van ze te haten?
- Beantwoord ik geweld met geweld of met geweldloosheid, zoals Jezus vraagt?
- Ben ik vriendelijk voor allen, ook voor hen die mij niet mogen, of alleen voor hen die mij goed gezind zijn?
j. Wees goed voor de vreemdeling in uw midden.
- Ben ik gastvrij voor de immigranten en vluchtelingen in mijn omgeving?
- Respecteer ik hun overtuiging?
- Ben ik racistisch in mijn woorden en daden?
- Beschouw ik de vreemdeling als mijn evenmens of als een tweederangsburger?
- Maak ik mij schuldig aan religieus fanatisme en minacht ik andere godsdiensten?
k. Wees barmhartig zoals uw Vader in de hemel barmhartig is.
- Hoe is mijn houding ten opzichte van “sukkelaars”,
bedelaars, mensen die aan lager wal zijn geraakt, “miseriemensen?
Acht ik mij hoog verheven boven hen?
- Minacht ik hen en weiger ik elk contact? Veroordeel ik hen in mijn manier van spreken?
i. Doe nooit wat onzuiver is.
- Heb ik me schuldig gemaakt aan perverse praktijken:
ongelijkwaardige, tegennatuurlijke of liefdeloze seksuele handelingen?
- Heb ik mijn huwelijksleven anticonceptiva gebruikt, alhoewel de Kerk dit verbiedt?
- Heb ik mijn toevlucht genomen tot sterilisatie?
- Leef ik in concubinaat, dit wil zeggen, woon ik met een man/vrouw samen zonder kerkelijk gehuwd te zijn?
- Heb ik vóór het huwelijk seksuele betrekkingen gehad?
m. Vader en moeder zult gij eren.
- Heb ik mijn ouders steeds gehoorzaamd en geeerbiedigd?
- Heb ik hen oprecht bemind?
- Bezoek ik hen regelmatig wanneer ik het ouderlijk huis al verlaten heb?
- Heb ik hen bijgestaan in hun oude dag, materieel en moreel?
- Bid ik voldoende voor hun zielerust, wanneer zij overleden zijn?
n. Geef geen ergernis.
- Heb ik mijn naaste ergernis gegeven door mijn slecht gedrag en voorbeeld?
- Heb ik bijgedragen tot het verspreiden van dwaalleren op
religieus en moreel gebied, door bv. in te gaan tegen de officiële
leer van de katholieke Kerk inzake geloof en zeden?
- Heb ik ooit een medemens ertoe aangezet kwaad te doen?
o. Heb ik mijn plichten van staat steeds vervuld?
- Heb ik steeds mijn beroepsplicht vervuld en gedaan wat van mij verwacht werd?
- Heb ik naar behoren zorg gedragen voor de mensen die aan mij waren toevertrouwd?
- Heb ik mijn ouderlijke plichten steeds volbracht?
* Heb ik mijn kinderen alles gegeven wat zij voor hun menselijke
ontplooiing nodig hadden?
Vooral: heb ik hen veel liefde geschonken?
* Ben ik steeds vergevingsgezind en barmhartig geweest voor
hen als zij misdeden?
* Heb ik alles gedaan wat in mijn mogelijkheden lag om hen terug
op de goede weg te brengen, wanneer zij daar van afgedwaald
waren?
* Heb ik al mijn kinderen gelijke kansen gegeven en geen één
benadeeld ten opzichte van een ander?
* Heb ik de zwakke kinderen altijd met bijzondere zorg omringd?
* Heb ik mijn kinderen christelijk opgevoed?
* Heb ik hen leren bidden?
* Heb ik hen over God en de onzichtbare werkelijkheden
gesproken?
* Heb ik hen steeds aangemaand hun christelijke plichten te
volbrengen, o.a. de zondagsplicht?
* Heb ik hen gesproken over de christelijke waarden van liefde,
trouw, vergevingsgezindheid, onderling hulpbetoon?
* Durfde ik hen zeggen dat ik niet met hen akkoord ging wanneer
zij afweken van de Goddelijke wet?
* Heb ik mijn kinderen behoed voor verderfelijke invloeden:
- slechte vrienden
- slechte TV-programma’s en lectuur?
* Ben ik steeds bereid geweest mijn kinderen te ontvangen, in
welke situatie zij ook verzeild geraakten?
* Heb ik steeds de deur van mijn huis voor hen geopend
gehouden?
* Sta ik hen bij in hun morele en materiële noden wanneer zij mij
om hulp vragen?
* Bid ik genoeg voor hen, om alzo zorg te dragen voor
hun eeuwig leven na dit leven?
* Help ik mijn kinderen moedig beproevingen te doorstaan,
wetend dat lijden en kruis in elk leven onvermijdelijk zijn, ja,
noodzakelijk om het eeuwig leven te verwerven?
p. Heb ik gezondigd door nalatigheid?
- Heb ik door plichtsverzuim mijn medemens schade toegebracht?
- Heb ik dingen verzwegen die ik had moeten zeggen om mijn naaste te helpen?
- Durf ik wantoestanden aanklagen of zwijg ik?
- Heb ik mijn naaste verdedigd als dat nodig was of heb ik laf gezwegen?
- Heb ik kansen laten voorbijgaan om goed te doen?
q. Bemin uw naaste als uzelf. Wat je niet wilt dat je gebeurt, doe dat ook niet aan een ander.
- Heb ik de werken van barmhartigheid beoefend wanneer de gelegenheid zich voordeed?
Indachtig het woord van Jezus: “Wat gij aan de minste van de mijnen hebt gedaan, hebt gij aan Mij gedaan.”?
- de hongerigen spijzen
- de dorstigen laven
- de naakten kleden
- de zieken bezoeken
- de gevangenen bezoeken
- de doden begraven
- de zwervers opnemen (of onderdak bezorgen)
- Heb ik mijn medemens in nood geholpen door het geven van geld?
Steun ik al eens financieel één of ander goed werk?
- Ben ik voldoende behulpzaam?
- Help ik steeds mijn bejaarde of gehandicapte medemens?
- help ik een gehandicapte of bejaarde bv. de straat over te
steken of loop ik het hoekje om?
- heb ik oog en zorg voor bejaarden en gehandicapten in mijn
onmiddellijke omgeving?
…. door hen te bezoeken
hun boodschappen te doen
hen bij te staan in materiële en geestelijke
noden…
of doe ik alsof ze er niet zijn?
- Heb ik respect voor mijn bejaarde of gehandicapte evenmens?
- Wil ik gediend worden of ben ik bereid de anderen te dienen?
- Ben ik vriendelijk voor iedereen?
Bekijk ik de ander slechts in functie van zijn lichamelijke
schoonheid, zijn talenten, aanzien of rijkdom? Heb ik de neiging voor
deze mensen vriendelijker te zijn?
- Maak ik tijd om naar anderen te luisteren? Of heb ik nooit tijd?
- Ben ik trouw in mijn afspraken en relaties met anderen?
- Ben ik eerlijk in woord en daad?
- Ben ik een vredebrenger waar conflicten heersen of een onruststoker die ruzies nog aanwakkert?
- Bid ik voor de overledenen die zich nog in het vagevuur
bevinden, in het bijzonder voor al de mensen die ik gekend heb en voor
mijn voorouders?
Het gebed voor de overledenen is een zuivere daad van naastenliefde, zij zijn immers op ons gebed aangewezen.
- Heb ik mijn medemens lichamelijk of geestelijk mishandeld?
- Heb ik mijn medemens op één of andere manier gechanteerd?
- Respecteer ik het bezit van mijn naaste of heb ik de goederen van mijn naaste vernield?
- Wens ik mijn naaste heimelijk kwaad of ongeluk toe?
- Heb ik leedvermaak met mijn naaste als hij in moeilijkheden zit, door eigen fout of die van anderen?
- Maak ik mij schuldig aan machtsmisbruik?
- Speel ik de baas over mijn medemens?
- Maak ik me vlug kwaad?
- Ben ik opvliegend of agressief geweest in woord en daad?
- Ben ik onvriendelijk, humeurig en prikkelbaar jegens mijn naaste?
- Ben ik ongeduldig?
- Ben ik een zeurpiet, een lastpost voor mijn naaste?
- Wil ik in discussies altijd gelijk halen en verafgood ik mijn eigen mening?
- Dring ik mijn overtuiging op?
- Leg ik mijn religieuze of andere overtuigingen met geweld aan anderen op?
- Bemoei ik me voortdurend met de zaken van anderen?
- Leg ik een ongezonde nieuwsgierigheid aan de dag met betrekking tot het persoonlijke leven van mijn naaste?
- Heb ik een gegeven woord gebroken door dingen te zeggen die ik had moeten zwijgen?
- Heb ik meineed gepleegd?
- Ben ik onbeleefd jegens anderen?
3. Relatie tot mezelf
a. Doe nooit wat onkuisheid is.
- Heb ik me overgegweven aan zelfbevrediging?
b. Wees steeds kuis in uw gemoed.
- Laat ik mijn seksuele fantasieën de vrije loop of ga ik er energiek tegen in?
- Kijk ik naar slecht films of TV-programma’s?
- Lees ik pornografische literatuur?
- Doe ik mee met dubbelzinnige gesprekken?
c. Wees niet hoogmoedig.
- Acht ik mij beter dan anderen omwille van mijn sociale positie, beroepskennis, vaardigheden, talenten?
- Ben ik erop uit geëerd, geprezen te worden?
- Ben ik belust op ijdele glorie?
- Ben ik verwaand en opschepperig?
- Ben ik ijdel? Besteed ik overdreven veel zorg aan mijn lichaam en mijn uiterlijk?
- Ben ik ongehoorzaam en opstandig jegens hen die gezag over mij dragen?
- Wanneer ik goede werken verricht, doe ik het dan om op te vallen bij de mensen of handel ik in het verborgene?
- Wanneer ik eerlijk Gods geboden probeer te onderhouden en mij
tracht te onthouden van elke zonde, bekruipt mij dan soms onwillekeurig
het gevoel dat ik “beter ben” dan anderen, dat ik niet ben
zoals zij?
Met andere woorden, ben ik op mijn hoede voor het gevaar van de
geestelijke hoogmoed, waarbij ik mezelf verheven acht boven de anderen?
d. Lusteloosheid, droefgeestigheid, gulzigheid, verslaving
- Ben ik lui en lusteloos?
- Laat ik me gaan in mijn droefheid, koester ik mijn verdriet wanneer lijden me treft? Sluit ik me op in mijn verdriet?
- Ben ik gulzig geweest?
- Heb ik me schuldig gemaakt aan drankmisbruik of drugsgebruik?
4. Eerbied voor de schepping
- Heb ik eerbied voor Gods schepping?
- Heb ik me schuldig gemaakt aan dierenmishandeling?
- Draag ik door mijn gedrag bij aan de vervuiling en de verwoesting van de natuur?
- Maak ik me schuldig aan verspilling van voedsel, gebruiksgoederen?
5. Vorm je denken over God
Wie is God? Vraag waar velen mee worstelen.
Wat wil God? Vraag waar velen graag een antwoord op zouden willen hebben.
Hoe lees ik de bijbel? Voor velen blijkt dat niet gemakkelijk te zijn.
Bijbellezen is heel belangrijk, maar hoe doe je dat?
Vind je dat moeilijk, of wil je gestimuleerd worden, gebruik dan eens één van de volgende bijbelstudies.
Laat ons God zien...:
Wie wil er niet graag God zien? In de tijd van de bijbel waren er een
aantal mensen die graag God wilden zien en… God liet zich
kennen.
In Exodus maakt God zijn naam bekend
aan Mozes. Wat is Gods karakter? Vijf bijbelstudies over vijf aspecten
van Gods karakter. Klik maar om een thema!
- Gods Genade
- Gods Rechtvaardigheid
- Gods Barmhartigheid
- Geduld en Trouw
- Gods Goedheid
6. Vorm je denken over belangrijke zaken
De nieuwe mens:
Als we in Jezus geloven en ons aan God verbinden, belooft God ons zijn
Geest te sturen, waardoor wij vernieuwd worden naar het beeld van
Jezus.
Vergeving:
Een belangrijke rol in het christelijk geloof speelt vergeving. God wil
ons vergeven en vraagt ons ook elkaar te vergeven. Maar wat houdt
vergeven eigenlijk in?
Gods leiding in je leven:
3 Bijbelstudies over Gods leiding in ons leven, deel 1: Gods
voorzienigheid, deel 2: God kennen en Hem navolgen, deel 3: Over
leiding gesproken, bijbelse voorbeelden.
Gods Gezin I en en Gods Gezin II
: Door Jezus wil God ons als Zijn kinderen aannemen. Christenen zijn
broertjes en zusjes van elkaar en vormen samen een gemeente: Gods
gezin. Wat staat hierover in de bijbel? Hoe moeten wij met elkaar
omgaan? Hoe belangrijk is het dienen van elkaar?
7. Kies duidelijke doelstellingen in je leven
1. Oog hebben voor de ander
2. Groeien inpersoonlijk geloof
3. Als getuigend mens leven
4. Jezelf toerusten voor maatschappij en gemeente
1. Oog hebben voor elkaar
Wil een mens zijn voor
mensen die omzien naar elkaar, oprechte interesse tonen in elkaar en
iedereen zich geaccepteerd weet. Je hoeft je als mens niet anders voor
te doen dan je bent. Wees iemand waarmee je vriendschappen kan opdoen,
juist ook met andere mensen dan dat je in eerste instantie had
verwacht. Gezelligheid en sociale contacten nemen immers een
belangrijke plaats in.
2. Groeien in geloof
Als mens bevind je je
voortdurend in een levensfase waarin je op zoek bent naar je eigen
identiteit, ook op het gebied van het geloof. Kritisch als je bent,
trek je waarheden in twijfel en ga je op zoek naar wat je zelf gelooft.
Weet je nog wel wat je gelooft en geloof je het nog wel echt? Wat
betekent het voor jou om te geloven? Hoe kun je een levende relatie
hebben met God?
Op holyhome.nl wordt er aandacht geschonken aan deze vragen. We
ontdekken kennis en begrip op te doen van de bijbel, jezelf en de ander
op te bouwen in geloof, onze persoonlijke relatie met God te verdiepen
en om deze relatie te integreren in het leven van alledag.
3. Getuigend leven
Als volgelingen van Jezus
worden wij door Hem opgeroepen om het licht in de wereld te zijn. Het
is onze opdracht om ons geloof niet onder stoelen of collegebanken te
steken, maar in woord en daad ervoor uit te komen en het in onze
levensstijl te laten zien. Wil in deze wereld getuige zijn van Jezus
Christus.
4.Toerusting voor maatschappij en gemeente
Je aards bestaan is
boordevol levensfasen waarin belangrijke beslissingen genomen worden.
De toekomst van morgen wacht, waarin je zowel binnen de maatschappij
als binnen een gemeente een plek zult moeten vinden.
Wil, aan de hand van God, een brug zijn tussen je geloof, de
maatschappij en gemeente. Denk er samen met anderen over na over je rol
en taken in de maatschappij en in je gemeente en over de relatie tussen
je geloof en de wetenschap of je vakgebied. Je ontwikkelt talenten en
doet ervaringen op die je later in de maatschappij en je gemeente van
pas komen.


















