Dansen op de vulkaan
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God:
Het roer moet om . . .
Er op los leven is
een wat groots begrip, geassocieerd met egoïsme,
bandeloosheid, overdaad en zorgeloos immoralisme. Je denkt bij 'er op
los leven' toch eerder aan limousines met ingebouwde champagnekoeler en
dansen op de rand van de vulkaan. Maar ook: in de samenleving groeit de
weerstand tegen de waarheid van Gods Woord. Een guur klimaat heerst in
ons land: bevolkingsgroepen die tegenover elkaar komen te staan,
individualisme, intolerantie. Tegelijk is er de genotscultuur met een
leef-maar-raak mentaliteit, die de gemeenschapszin verstoort.
1 Corinthiërs 1:1-17 ( tot 16:1-9 )
|
1:3 |
…genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Here Jezus Christus. |
|
1:5 |
…in alle woord en alle kennis,… |
|
1:7 |
…terwijl gij uitziet naar de openbaring van onze Here Jezus Christus. |
|
1:9 |
…geroepen tot gemeenschap met zijn Zoon Jezus Christus, onze Here. |
|
1:10 |
…weest vast aaneengesloten, één van zin en één van gevoelen. |
|
1:12 |
Ik bedoel dit, dat ieder uwer zijn leus heeft:… |
|
1:17 |
Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het evangelie te verkondigen, en dat niet met wijsheid van woorden, om niet het kruis van Christus tot een holle klank te maken. |
Corinthe.
Een grote havenstad aan de zee. In het Griekse land. Een heidense stad.
Paulus komt daar op zijn reizen. Hij gaat van stad tot stad. Hij is
bewogen en vol van de liefde van Jezus. Het wordt in het boek
Handelingen beschreven. Wat gebeurt er veel in het leven van
Paulus. Het is echt een vol leven. Fantastisch. En nu schrijft hij
brieven. Als Paulus niet in de gevangenis had gezeten, hadden we nooit
al deze brieven gehad. Deze brief schrijft hij echter vanuit Efeze.
Prijs de HERE! Wat een genade. Wat een zegen.
Direct als Paulus zich tot de lezers richt, schrijft hij aan hen:
“genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Here
Jezus
Christus.” Alleen deze aanhef al: daar word je
enthousiast
van! Genade en vrede van onze Here Jezus Christus. Het is de genade die
ons toegewenst wordt. En zo is het ook. We leven van genade.
Want
wie zijn we zelf? Wij leven van de genade dat we, door het bloed van
Jezus, deelgenoot mogen zijn van het eeuwige leven. Dat is toch alleen
maar genade? Want we komen toch zelf geen stap verder. Wij zijn
geroepen. Want zouden wij uit onszelf gekomen zijn? Vast en
zeker
niet. We zijn geroepen om de naam van Jezus aan te roepen. En als Hij
ons roept dan is Hij getrouw. Hij zal ons dan ook niet in de steek
laten. Glorie voor zijn Naam! Hij geeft ons dan ook alle kennis en
wijsheid. Zijn schepsels zijn wij. Wij worden wijs in alle woord en
kennis. Hoe? Door het Woord te lezen, door het te bestuderen, door er
kennis uit op te doen. Als we het lezen dan worden we wijs. Zo gaat
het. Dat is de weg. Als je het doet, dan zul je het ervaren. Het is
niet een gewoon boek. Het zijn de woorden van God. Wij verwachten dat
Koninkrijk van Hem. Daar zien we naar uit. Daar leven we voor.
Hij
zal ons bevestigen. Hij zal het doen. Wij zijn geroepen om
gemeenschap te hebben met Hem. Wat een geweldige roeping. Wat een
zekerheid. Wat een vooruitzicht. Wie had dat gedacht? Daar krijg je
toch nooit genoeg van. Prijs de HERE!
Maar jullie moeten dan geen ruzie maken. Daar gaan we weer. We hebben
zijn prachtige boodschap gehoord. En dan zien we toch weer kans om de
boel in de war te sturen. Ruzie te maken. De één
is van
Paulus en de ander van Apollos. Daar gaat het toch niet om, beste
mensen. Jullie zijn toch allemaal van Christus. Daar gaat het om!
Jullie moeten geen poppetjes gaan volgen, maar Jezus Christus. Jullie
moeten niet letten op de verschillen tussen de verschillende
predikers, want die zijn er en die zullen er blijven, maar jullie
moeten letten op de boodschap. Paulus is blij dat hij niet
veel
mensen gedoopt heeft, want anders waren die ook allemaal achter hem aan
gaan lopen. Neen. Hij is niet gekomen om te dopen, maar om het
evangelie te verkondigen, en dat niet met wijsheid van woorden, om niet
het kruis tot een holle klank te maken, maar met betoon van Geest en
kracht. Het gaat om het kruis van Christus. Om zijn dood en
opstanding. Dat moet centraal staan, want anders maak je dat tot een
holle klank. Dan zien de mensen, dat het je in het diepst van je hart
niet echt gaat om Jezus, Die je predikt, maar om jezelf. Dan bereik je
met je boodschap de mensen niet.
1 Corinthiërs 1:18-2:5
|
1:18 |
Want het woord des kruises is wel voor hen, die verloren gaan, een dwaasheid, maar voor ons die behouden worden, is het een kracht Gods. |
|
1:25 |
Want het dwaze van God is wijzer dan de mensen en het zwakke van God is sterker dan de mensen. |
|
1:29 |
…opdat geen vlees zou roemen voor God. |
|
1:30 |
Maar uit Hem is het, dat gij in Christus Jezus zijt, die ons van God is geworden: wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing,… |
|
2:2 |
Want ik had niet besloten iets te weten onder u, dan Jezus Christus en die gekruisigd. |
|
2:4 |
…maar met betoon van geest en kracht,… |
Het
is een dwaasheid. Ja, dat is het. Als je het vanuit ’t
menselijk
verstand bekijkt, dan is dat hele verhaal van Jezus en het
kruis
en verlossing en lijden en sterven enz. een volslagen dwaasheid. De
hele heilsgeschiedenis is een dwaasheid. En zo is dat ook voor
ongelovigen. Als je je verstand laat werken, dan heb je medelijden met
die arme christenen, die geloven in een persoonlijke God, Die zijn
eigen Zoon zendt om aan een kruis te sterven. Dat is de
verliezer.
Nee, daar moeten we het niet van hebben. We zoeken het verder zelf wel
uit. Wij weten het wel! Kijk toch eens, wie die volgelingen van die
zielige Jezus zijn? Daar kun je ook niet veel mee beginnen. Behoren die
tot de groten der aarde? Welnee. Het zijn een stelletje vissers en
onaanzienlijken. Daar kun je de zaak niet mee opbouwen. Dwaasheid is
het. Geen aandacht aan schenken. Laat ze maar een beetje hun
eigen
dwaasheid geloven. Zolang we er geen last van hebben, laten we ze hun
gang gaan.
Onmiddellijk daarna volgt de prediking, die daar dwars doorheen prikt:
Het woord des kruises is voor hen die verloren gaan een dwaasheid, maar
voor ons die geloven is het een kracht Gods tot behoud. De mensen
zoeken wijsheid. De wetenschap. Dat is het. De Grieken waren daar vol
van. Maar wij prediken een gekruisigde Christus. Een aanstoot voor de
wetenschap. Want wat verbeeldt de wetenschap zich wel? God is
toch
de Schepper? En het dwaze van God is wijzer dan de mensen. Want wie
heeft nu eigenlijk, wie gemaakt? Hoe kan de mens God verklaren? Hoe kan
de pot tegen de pottenbakker tekeergaan? Wat een dwaasheid om
dat
te proberen. Kijk eens wat de mensen doen. Wat een arrogantie. Ze weten
niet eens hoe ze geboren worden. Maar ze gaan allemaal dood. En dan
maar denken, dat ze de wijsheid in pacht hebben. Zielig. Het
is
juist het zwakke, wat God kiest om de wijsheid van de wereld te
beschamen. Zie maar, je kunt toch niet zeggen dat die mensen gek zijn.
Ze leven en zijn blij te leven vanuit de genade van God. Zij
zijn
het, die de wereld veranderen. En ze hebben het niet over zichzelf,
maar ze geven alle eer aan hun God, die alle mensen geschapen heeft. Ze
hebben het over Jezus Christus en Die gekruisigd. Ze leggen uit dat het
niet anders kan, dan dat de Zoon van God kwam om de ellende en de zonde
in de wereld te verzoenen. Dat kon geen mens. Kijk toch eens om je
heen. Wat een ellende. Wat een toestand. Wat een haat en nijd. En dat
zit ook in ons. Dat kan niemand ontkennen. De boze heerst in deze
wereld. Dat kan ook niemand ontkennen. Daar lijden we onder. Zo kan het
niet geweest zijn. God schiep de wereld goed. Dat kun je in de
schepping zien.
Maar de zonde kwam. Dat kun je ook niet ontkennen; dat is de duivel, de
grote tegenstander van God. Maar God zal ons weer uit de ellende
redden. Hij komt om de nieuwe wereld van recht en gerechtigheid te
grondvesten. Dat zie je voor je ogen. Hier zullen we het niet vinden.
Daar worden we allemaal voor uitgenodigd. Luister niet naar de stem van
jezelf. Maar gebruik je verstand en je hart om te erkennen, dat God je
Schepper is en dat zijn Zoon kwam om ieder mens met Hem te verzoenen.
Kies voor Jezus en je zult ontdekken, dat je dan echt weg weet met al
je kennis en wetenschap. Dan zul je pas de marsroute ontdekken
van
liefde, geluk en het eeuwige leven. En wie wil dat nu niet? De
oplossing ligt om de hoek. Jezus Christus en Die gekruisigd. Lees het
maar. Het is ons allemaal geopenbaard in de Bijbel. Mis de boot niet!
1 Corinthiërs 2:6-16
|
2:7 |
…als een geheimenis, is de verborgen wijsheid Gods, die God (reeds) van eeuwigheid voorbeschikt heeft tot onze heerlijkheid. |
|
2:12 |
Wij nu hebben niet de geest der wereld ontvangen, maar de Geest uit God, opdat wij zouden weten, wat ons door God in genade geschonken is. |
|
2:15 |
Maar de geestelijke mens beoordeelt alle dingen, zelf echter wordt hij door niemand beoordeeld. |
|
2:16 |
Want wie kent de zin des Heren, dat hij Hem zou voorlichten? Maar wij hebben de zin van Christus. |
Paulus
gaat nog even verder. Het is de verborgen wijsheid van God. Het is een
geheimenis. Als je die hebt ontvangen dan pas weet je het. Dan leef je
eruit. Zolang je er niet uit leeft, dan begrijp je dit geheimenis niet.
Dan kun je er geen kant mee op. Daar is het nu juist ook een geheimenis
voor. Prijs de HERE! Leef vanuit dat geheimenis! Het is ons
geopenbaard. En dan staat er een merkwaardig woord. Het is ook niet aan
de beheersers van deze eeuw geopenbaard, want anders zouden ze
de
Here der heerlijkheid niet hebben gekruisigd. Het is ons
geprofeteerd in Jesaja 64:4 Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft
gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid
voor degene, die Hem liefhebben.
Het is ons dus geopenbaard. Het is ons niet aan komen waaien. Het is
ons geopenbaard. Het is de Geest van God, Die het ons
openbaart.
Het is niet vlees en bloed. Het komt niet van de mensen. Maar het is de
Geest van God Zelf. Dat is het grote geheim. Het zijn dus niet onze
woorden, maar het zijn de woorden die door de Geest van God in ons
binnenste zijn gelegd. Van daaruit spreken we. Een ongeestelijk mens
kan dat niet begrijpen. Want het klinkt hem als dwaasheid in de oren.
En dat is ook te begrijpen. Maar wij, die door genade het hebben
ontdekt, of beter: de Geest van God heeft het in onze harten
gelegd, wij leven eruit. Vol zijn we ervan. Wij willen dit ook aan
andere mensen doorgeven. We krijgen er niet genoeg van. Het zijn de
woorden van God. Prijs de Heer! Lees je Bijbel, bid elke dag, opdat je
groeien mag. Dat is toch heerlijk. Doen!
Wij zien alles door de bril van de Schepper. Wij zien dan de zaken ook
geestelijk. Wij hebben dan ook geen geest van beoordelen en
veroordelen. Zo van: wij weten het beter dan de ander, wij zullen het
wel eens zeggen. Neen. Wij beoordelen alles vanuit de Geest van
Christus. En daarin kan niemand ons beoordelen en veroordelen.
Want dat is niet van ons, maar dat is van Christus. Wij hebben de zin
van Christus. Wij leven van de bediening van Hem. Wij zijn van Hem. Dus
wij kunnen niet beoordeeld worden. Hij leidt ons leven. Hij beoordeelt
ons. Hij wijst ons de goede weg. Want het is ons van
eeuwigheid
geopenbaard door zijn Geest. Dat is een geheimenis. Maar het is een
feit. Dat kan iedereen ontdekken. Want Hij is voor iedereen gekomen.
Maar hoe zullen ze het weten als wij het ze niet zeggen? Daarom mogen
wij met volle vrijmoedigheid het evangelie prediken. Het evangelie van
genade. Want wij hebben het ook maar alleen door genade gekregen. Prijs
de Here! Wat een diepe gedachte van Paulus, en wat een evangelie. Je
hoeft jezelf niet weg te cijferen. Je verstand gaat niet op slot. Nee,
integendeel. Je wordt er alleen maar enthousiaster van, want je ontdekt
dat je verstand in het juiste perspectief wordt gezet van
Koning
Jezus, Die je voorlicht en je de weg wijst. Het is een profetisch
stukje. Jesaja profeteert het ene hoofdstuk na het andere. Je krijgt er
niet genoeg van. Heerlijk toch? Prijst zijn naam! Hij is machtig. Hij
zal het ook doen. Prijs de HERE! Vers 16: Want wie kent de zin des
Heren, dat hij Hem zou voorlichten? Dat is toch een eerlijke zaak. Als
God ons geschapen heeft, waar halen wij dan het lef vandaan om
Hem
voor te lichten. Dat kan toch helemaal niet? Hij heeft ons toch
gemaakt? Dan is het beter dat we naar Hem luisteren. Want Hij weet hoe
we in elkaar zitten. Wat een arrogantie om te veronderstellen
dat
wij onze Maker de les zouden lezen. En juist dat gebeurt schering en
inslag. We doen net alsof wij de wijsheid in pacht hebben. En we
“wetenschappen” er maar lustig op los. Maar zo zit
het
niet. Pas als je de zin van Christus hebt, dan zul je pas de volle
wijsheid en wetenschap kunnen bedrijven. Glorie voor zijn
Naam!
Een uitdaging aan alle wetenschappers om dit verhaal eens te
analyseren en er een eerlijk antwoord op te geven.
1 Corinthiërs 3:1-23
|
3:3 |
Want als er onder u nijd en twist is, zijt gij dan niet vleselijk, en leeft gij niet als (onveranderde) mensen? |
|
3:6 |
Ik heb geplant,… …maar God gaf de wasdom. |
|
3:7 |
Daarom, noch wie plant, noch wie begiet, betekent iets, maar God, die de wasdom geeft. |
|
3:9 |
Want Gods medearbeiders zijn wij; Gods akker, Gods bouwwerk zijt gij. |
|
3:16 |
Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont? |
|
3:17 |
Want de tempel Gods, en dat zijt gij, is heilig! |
|
3:23 |
…doch gij zijt van Christus, en Christus is van God. |
Natuurlijk
kennen we allemaal dit hoofdstuk. Maar ik ontdek er weer heel nieuwe
dingen in. Daarom is het zo belangrijk dat we elke dag ons laten
voeden en vullen door het Woord van God. Daar komt wijsheid en
concrete aanwijzing uit voort. Dan houden we het rechte pad.
Want
we zitten zo maar weer verkeerd. We hebben ons oordeel zo maar klaar.
En we zijn ook nog overtuigd van ons gelijk. Stel je voor. Hier gaat
het over partijschappen. Dat is kennelijk hoog opgelopen. Paulus moet
er dit lange stuk aan wijden. Het gaat niet om onze eigen wijsheid.
Want dat is vleselijk. Het is de dwaasheid van God, zoals de mensen
zeggen. En dan denken we vaak aan anderen. Maar het staat er in de
eerste plaats voor onszelf. Elke keer als we vleselijk zijn, dan
geloven we dus in de wijsheid van de wereld, het vlees. En dat is
dwaasheid voor God. Als wij in partijschappen zitten, en hoe vaak
zitten we dat niet, dan moeten we ontzettend oppassen, want dan zijn we
zo maar vleselijk bezig. Paulus ontwapent het op een
ontnuchterende manier. Weg met alle partijschappen. Want het gaat om
God, Die de wasdom geeft. Hoe zit het met onze wasdom? Nou,
één ding is zeker, dat zodra wij partij kiezen
voor de
één of de ander, of voor het
één of het
ander, dan is er weinig wasdom. Dan hebben we het over iemand
of
iets dat ons in de weg zit. Dan is er weinig groei. Dan hebben we geen
vrede in ons hart. Maar onrust. Dan is de liefde zoek. Dan hebben we
wel een vroom verhaal. En dat zullen ze ongetwijfeld allemaal hebben
gehad. Want we zijn toch van de kerk? We zijn toch van die en die. Wij
weten het toch allemaal heel zeker? We hebben er ook nog over gebeden.
Maar ondertussen woekert de kanker van de partijschappen
voort,
want kijk nou eens naar Apollos. Neen, geef mij Paulus maar. Welnee
joh, je moet bij hèm zijn. En daar gaan we weer. En met de
moderne computers en e-mails tegenwoordig, gooien we de ene scheuring
na de andere op het net. Welja. We hebben toch gelijk. En of we de
ander er nu schade mee berokkenen of niet, doet niet ter zake. Ik ben
van…, enz. En in feite zitten we dan ons eigen gelijk te
halen.
In feite hebben we het dus over onze eigen trots en ons eigen gelijk en
ons egoïstisch en arglistig hart. Ja of nee?
Wat is het toch een openbarend en verhelderend en genezend stukje. Het
gaat om God, Die de wasdom geeft. Het gaat om God. En als er iemand is
die plant, of iemand die begiet: de vruchten zul je zien. Als er wasdom
is dan komen er vruchten. Laat de ander gaan. Wat je ook op
hem
tegen hebt. Want we zijn allemaal vol gebrek. Het fundament is Jezus
Christus. Wordt daarop gebouwd dan zit het goed. En vergeet al
het
andere. Wat dat dan ook is. Het gaat om de tempel van God. En het gaat
waarmee je op het fundament bouwt aan die tempel. Met edele metalen of
gesteenten, dan wel hout, hooi, of stro. Het vuur zal het doen blijken.
Daar komt het op aan. Pas op, dat je dicht bij het fundament blijft:
Jezus Christus, het Woord van God. We leven uit de genade, want zonder
het kruis van Jezus, kunnen we niet eens bestaan. Het is enkel genade,
dat we door Hem mogen leven. Pas dus op! Bouw op dat fundament. Zelfs
als je het gebrekkig en half doet, dan nog word je gered, maar als door
vuur heen. Speel er dus niet mee. Speel niet met vuur. Want je kunt
schade lijden aan je ziel. En dat is niet de bedoeling. Dus blijf bij
God. Hij staat centraal. Niet jij geeft de wasdom, maar God
geeft
de wasdom. En het komt nog dichterbij. God woont in mij. Weet gij niet,
dat gij Gods tempel zijt! Hoe kan God nu wonen in een twistvol,
onrustig strijdend, hard leven. Denk erom, houd de boel heilig anders
lijd je schade. Want de tempel Gods, en dat zijt gij, is heilig!
Nou, nou. Laten we maar in onze schulp kruipen en een toontje lager
zingen en onze schuld belijden en ons voor God verootmoedigen met al
ons strijden en met onszelf bezig zijn. Want we denken dat we voor God
bezig zijn en dat de ander zich moet bekeren en dat zal ongetwijfeld
waar zijn, maar wij moeten zeker onze knieën buigen en ons
voor
God verootmoedigen en Hem aanroepen en smeken om vergeving, omdat we
niet voor de ander gebeden hebben en dat we de situatie niet voor de
troon van God gebracht en gelaten hebben, maar dat we zelf aan het
strijden zijn gegaan en nog zijn en zo de tempel Gods, en dat ben ik
dus zelf, schenden. HERE God, vergeef! U woont in mij, maar ik heb U er
bijna uitgegooid. Maar U in uw grote genade, blijft er toch in. Want U
wilt niet dat ik verloren ga, maar het eeuwige leven hebbe. HERE, als U
mij niet vastgehouden had, dan was ik allang omgekomen. O HERE God,
dank U wel. Help mij vol liefde en verwarming bewogen te zijn met de
ander en zijn of haar situatie, als ik zie dat er iets kapot gaat aan
het fundament van Christus. Laten mijn woorden, woorden van U
zijn
en niet mijn eigen woorden.
HERE help mij, niet op mijn eigen vleselijke wijsheid te roemen, maar
op de wijsheid die van U komt. Die is wel dwaasheid voor de mensen,
maar het is de kracht Gods tot behoud voor een ieder die gelooft. Dank
U HERE God, dat ik van Christus ben en dat Christus van God is.
Wat een verbond. Wat een hechte relatie. Wat een wonder. Wat een
kracht. Dat kan niet stuk. Weg met alle partijschappen. Waar liefde
woont, gebiedt de HERE zijn zegen. Daar woont Hij Zelf. Daar wordt zijn
Heil verkregen en het leven tot in eeuwigheid. Heerlijk! Dank U HERE,
voor dit bijbelgedeelte. We gaan verder in uw Woord. Want dan komen we
steeds goed uit.
1 Corinthiërs 4:1-21
|
4:1 |
Zo moet men ons beschouwen: als dienaren van Christus, aan wie het beheer van de geheimenissen Gods is toevertrouwd. |
|
4:2 |
Voor zulke beheerders is dit tenslotte het vereiste: betrouwbaar te blijken. |
|
4:4 |
…Hij, die mij beoordeelt is de Here. |
|
4:7 |
En wat hebt gij, dat gij niet ontvangen hebt? |
|
4:12 |
…worden wij gescholden, wij zegenen; worden wij vervolgd, wij verdragen; |
|
4:13 |
worden wij gelasterd, wij blijven vriendelijk; wij zijn als het uitvaagsel der wereld geworden, als aller voetveeg, tot op dit ogenblik toe. |
|
4:15 |
…ik heb u in Christus Jezus door het evangelie verwekt. Ik vermaan u dus: volgt mijn voorbeeld. |
|
4:20 |
Want het Koninkrijk Gods bestaat niet in woorden, maar in kracht. |
|
4:21 |
Wat wilt gij? Moet ik met de roede tot u komen, of met liefde en in een geest van zachtmoedigheid? |
Paulus
gaat verder. Hij is de beheerder van het geheimenis van God. En dan
gaat het erom dat je betrouwbaar blijkt. Het gaat er dan niet om hoe de
mensen je beschouwen en beoordelen, maar hoe God je
beoordeelt. En
God brengt alles aan het licht. Niets blijft verborgen. Voor Hem ligt
alles open. We kunnen voor Hem niets verbergen. Pas dus op dat
je
geen oordeel velt over iemand. Het oordeel is aan de HERE. Het
gaat erom of iemand de woorden van God doorgeeft. En dat kun je toetsen
aan het Woord van God. Alles wat binnen het Woord van God
staat,
is betrouwbaar. Daar moet je jezelf en iedereen aan toetsen. Zijn er
dan gedachten of daden, die daar niet bij horen, dan kun je die naast
je neerleggen. Het gaat erom dat het Woord van God stand houdt tot in
eeuwigheid. Weg met alle oordelen over de één en
de
ander. Iedereen heeft wel wat waar je iets op aan te merken hebt. Maar
het gaat erom dat je jezelf moet wegcijferen voor de HERE. Zet de ander
op de eerste plaats. Daar gaat het om. Wij hebben het woord allemaal
door genade ontvangen. Het is niet van ons zelf. Het is genade. Schep
dan niet op tegen de ander. Wees niet opgeblazen! Zing een
toontje
lager. Stop ermee! Ga niet op je eigen troon zitten. Maar God zit op de
troon. En niemand anders. Dat zul je wel ontdekken.
Wees nederig! Zie naar ons! Worden wij vervolgd, wij verdragen; worden
wij gelasterd, wij blijven vriendelijk… Nou, nou. Hoe vaak
gaan
we niet meteen in de aanval als een ander ons iets aandoet. De vlam zit
zo in de pan. Zijn we bereid de onderste weg te gaan? Bereid om
gehoorzaam te zijn aan God, Die zoveel tegenspraak van zondaren tegen
Zich verdragen heeft. Hij stierf de dood des kruises. Hij schreeuwde
niet. Hij was het Lam, dat ter slachting geleid werd. En wij?
Willen wij zijn voorbeeld volgen? Welnee. Eerst onze gram halen. Eerst
onze zin doordrijven. Eerst zullen ze naar mij luisteren. Enz. enz.
enz. En waarom doet de HERE me dit aan? En dat aan? En we zitten vol
met vragen die we als voorwaarde stellen om ons onvoorwaardelijk aan de
HERE over te geven. En zo komt er nooit een eind aan. Want we bedenken
steeds weer nieuwe vragen. Stommelingen die we zijn. Want zo komt de
vrede van God nooit in ons hart. Volg de Here Jezus. Hij wijst je de
weg. Dan blijf je op het goede spoor. Doe weg alle opgeblazenheid. Want
het Koninkrijk Gods bestaat niet in woorden, maar in kracht. Dat is
taal. Weg met al die woorden. Maar leef in de kracht van het Koninkrijk
van God. En je zult zien wat er gebeurt.
Dit stukje is voor elke situatie waar de eenheid zoek is. De weg naar
de eenheid bestaat uit eenvoud en nederigheid waarin de
één de ander uitnemender acht dan zichzelf. Je
zult zien
wat daar een geweldige kracht uit voortkomt. Want dan wordt elk talent
optimaal ontwikkeld. Je bent dan bezig om de ander naar voren te
schuiven. Maar in het de ander naar voren schuiven, schuif je jezelf
ook naar voren. Want er is maar één richting,
namelijk:
vooruit. Dan zullen er een hoop ellendige toestanden verdwijnen. Dan
zullen we zien, dat de armoede verdwijnt. Dat er nieuwe dingen
gebeuren. Dat evangelisatie prioriteit krijgt. Want niet de
woorden, de opgeblazenheid, zoals Paulus zegt, staan voorop, maar de
kracht van God. En waar de kracht van God zich kan openbaren, daar is
opwekking. Glorie voor zijn Naam! HERE wek ons op. HERE help, dat de
mensen de Bijbel weer gaan lezen. Het is een grote genade om daarmee te
helpen. Dank U HERE dat U ook mij hieraan weer ontdekt hebt. Help mij
het in praktijk te brengen. Want ik kom er nog zoveel aan te kort. Ik
doe met al mijn woorden ook tekort aan de kracht van God. Dank U HERE!
1 Corinthiërs 5:1-13
|
5:1 |
Inderdaad men spreekt van hoererij onder u,… |
|
5:5 |
…leveren wij in de naam van de Here Jezus die man aan de satan over tot verderf van zijn vlees, opdat zijn geest behouden worde in de dag des Heren. |
|
5:6 |
Weet gij niet, dat een weinig zuurdeeg het gehele deeg zuur maakt? |
|
5:8 |
…maar met het ongezuurde brood van reinheid en waarheid. |
|
5:11 |
…met zo iemand moet gij zelfs niet samen eten. |
|
5:13 |
Hen, die buiten zijn, zal God oordelen. Doet, wie niet deugt, uit uw midden weg. |
Zo,
dat is duidelijke taal. Daar moeten we het van hebben. Weg met al het
zweverige gedoe. Wat wel of wat niet kan; waar de grens ligt. Wat fout
is, is fout. Daar hoeven we niet te ingewikkeld over te doen. Wie in
hoererij leeft, is fout. En wat is hoererij? Dat is ook simpel, ieder
die het houdt met een ander dan zijn eigen vrouw in woorden, gedachten
of daden. En vul het nu zelf maar in. Hier gaat het over iemand die
leeft met de vrouw van zijn vader. Een kind met zijn moeder. Maar wat
doen ze? Doen ze de man en de moeder weg uit hun midden? Neen. Ze
tolereren het. Ze hebben er waarschijnlijk allerlei smoezen voor. En
daar gaan ze dan. Paulus is duidelijk. Het gaat om het
Paaslam.
Het gaat om de zuiverheid. Je kunt niet avondmaal vieren en deze zonden
dulden. Dan ben je Jezus tot schande. Dan zal God je in het gericht
doen komen. Weet je niet dat een weinig zuurdeeg het gehele
deeg
zuur maakt. Maar je moet het ongezuurd eten. Houd je rein en heilig.
Het gaat om de eer van God. Het is toch de gemeente van God? Je moet
hem overleveren aan de satan in de Naam van de Here Jezus.
Klinkt dat hard? Neen, dat is liefde. Want dat is de weg, waardoor hij
zich kan bekeren en gered worden. Anders eindigt hij in het koninkrijk
van de satan, in het eeuwig onheil. Dat geldt niet alleen voor
hoereerders, maar ook voor geldgierigen, afgodendienaars,
lasteraars en dronkaards. Houd je verre van hen. Je moet zelfs niet met
ze eten. Doet wie niet deugt uit uw midden weg. Glorie voor zijn Naam!
Weg met hen. Wie buiten staan, zal God oordelen. Daar gaat het nu niet
om. Het gaat er nu om dat je de gemeente zuiver houdt. Doe weg uit uw
midden. Doe er wat aan! Spreek erover! Bid er voor! Want de zonde zet
zich zo maar vast in de gemeente. En als je het ene tolereert, dan
woekert het andere al voort. Zonde roept zonde op. Met name op het
terrein van seksualiteit duiken de zonden zo maar op. De Here
Jezus is daar heel duidelijk over. Wie in zijn hart begeert, die pleegt
reeds echtbreuk. Nou, dat is eerlijke taal. Het meeste overspel wordt
dan ook in het hart gedaan. We moeten ons daar verre van houden. God
weet wat voor slimme politiek de duivel speelt. Hoeveel mannen
zijn niet voor verleiding bezweken? Het is onvoorstelbaar hoe de
verleiding van de vrouw de ontucht introduceert in het leven. Daarom is
God ook zo fel tegen de duivel van de verleiding. Het is een zuigende,
verlokkende werking. De samenleving is daar vandaag de dag vol van.
Daar moeten we ons tegen richten. Daar moeten we een dam tegen
opwerpen. Dat moeten we niet gedogen. Dat moeten we uitbannen. En daar
kun je niet vroeg genoeg mee beginnen. Dat is Gods plan in je leven om
je het ongezuurde brood van de reinheid en de waarheid te laten eten.
Daar heeft Jezus zijn leven voor gegeven. Daarom mogen we het
Pascha eten. Het zuivere Lam van God, Dat de zonden der wereld
wegneemt. Het is fantastisch. Het is geweldig. Daar word je enthousiast
van. Glorie voor zijn Naam! We hoeven niet te twijfelen. We weten wat
goed is. HERE, geef ons de moed om er luid en duidelijk over te zijn,
voor onszelf en voor anderen.
1 Corinthiers 6:1-11
|
6:2 |
Of weet gij niet, dat de heiligen de wereld zullen oordelen? |
|
6:3 |
Weet gij niet, dat wij over engelen oordelen zullen? |
|
6:5 |
Is er dan bij u geen enkel wijs man, die uitspraak zal kunnen doen tussen broeders? |
|
6:7 |
Waarom lijdt gij niet liever onrecht? |
|
6:9 |
Of weet gij niet, dat onrechtvaardigen het Koninkrijk Gods niet beërven zullen? |
|
6:11 |
Maar gij hebt u laten afwassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd door de naam van de Here Jezus Christus en door de Geest van onze God. |
We
moeten recht zoeken bij de heiligen. Hebben we iets, zoek dan de oudste
op. Heilig je voor de gemeente. Verwacht het niet van ongelovigen. Zoek
wijze broeders op in de gemeente. Of zijn er geen wijze broeders? Wij
zullen toch de wereld oordelen. De wereld zal ons niet oordelen. Wij
zullen zelfs over engelen oordelen. Wij zijn van een zeer hoge komaf.
Wij zijn kinderen van God. Wij behoren Hem toe. Wij zijn wel
ìn
deze wereld, maar we zijn niet vàn deze wereld. Glorie voor
zijn
Naam! Hem zij alle eer en glorie. Als wij die hoge bevoegdheid hebben,
waarom zoeken we het dan nog in de meest onbeduidende rechtspraak, die
van der wereld. Zo moet het onder ons niet zijn. Zoek het niet bij de
ongelovigen. Het recht ligt bij God. En waarom lijd je ook niet liever
onrecht? Waarom laat je je niet liever te kort doen? Want we weten toch
dat onrechtvaardigen het Koninkrijk van God niet zullen
beërven.
Het gaat er dus in de eerste plaats om, dat we zelf rechtvaardig zijn.
En doet iemand ons onrecht aan, dan weten we ook dat God rechtvaardig
oordeelt. Wij zullen er niet minder van worden. Laat het over je heen
komen. Als je onrecht lijdt, dan ben je nog de winnaar. Want God is het
Die rechtvaardig oordeelt. En je kunt schade lijden in deze wereld,
maar je kunt winnen bij God.
We moeten de zaken dus goed onderscheiden. Het gaat hier nog steeds
over die grove zonde in de gemeente. Al die afvalligen, al die
zondaars, zullen het Koninkrijk Gods niet beërven. En dan komt
er
een rijtje. En dat spreekt vanzelf. Natuurlijk zullen zij het
Koninkrijk Gods niet beërven. Daar zal ieder het mee eens
zijn.
Sommigen van u zijn dat geweest. Want we worden getrokken vanuit de
duisternis tot het licht. Glorie voor de Naam van Jezus! Wat een
wonder. Maar gij hebt u laten afwassen, maar gij zijt geheiligd, maar
gij zijt gerechtvaardigd door de Naam van de Here Jezus Christus en
door de Geest van onze God.
Hoe komen we eruit? Door de Naam van de HERE God hoog te houden. Door
de ander uitnemender te achten dan onszelf. Door de minste te willen
zijn. Door met wijze broeders te spreken. Door de zonde niet in je hart
te laten opkomen. Door rein en heilig te leven en ook de ander
niet tot aanstoot te zijn. Recht zoeken bij God. Recht zoeken bij de
gemeente. En niet bij hen die buiten zijn. Dat betekent niet
dat
we van onze rechten als burgers geen gebruik mogen maken. Natuurlijk
wel. God heeft de overheid gegeven om ons te beschermen. We
moeten
de overheid eren. Gehoorzaam zijn. Maar we moeten binnen de gemeente de
zuiverheid en het recht zoeken van de liefde van de HERE God. Hij heeft
zijn geboden gegeven en die gelden in de eerste plaats in de gemeente
zelf. Daar past geen hoererij en al die andere zonden die
genoemd
worden. Daar houden we ons verre van. We helpen elkaar om niet in
geschillen te komen. Want de liefde heerst. Daar hebben we wijze mannen
voor, de oudsten, die ons op het rechte pad kunnen houden, doordat ze
het deeg van het ongezuurde brood heilig houden. Dat kan soms moeilijk
zijn. Maar dan geldt weer: wees de minste. Waarom laat gij u niet
liever tekort doen? Wat voor schade lijd je daardoor? Je wordt behoed
voor heel veel onheil. Dat staat vast.
1 Corinthiërs 6:12-20
|
6:12 |
Alles is mij geoorloofd, maar ik zal mij door niets laten knechten. |
|
6:15 |
Weet gij niet, dat uw lichamen leden van Christus zijn? Zal ik dan de leden van Christus wegnemen om er leden ener hoer van te maken? Volstrekt niet! |
|
6:18 |
Vliedt de hoererij. … Maar door hoererij bezondigt men zich aan zijn eigen lichaam. |
|
6:19 |
Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest,… |
|
6:20 |
Want gij zijt gekocht en betaald. Verheerlijkt dan God met uw lichaam. |
Het
zit Paulus wel hoog. Hij komt er weer op terug. Hoererij. Houd je er
buiten. Het lichaam is niet voor de hoererij. Doch voor de
HERE.
Gij zijt gekocht en betaald. Wij zijn leden van Christus. Als je je aan
een hoer hecht, dan neem je leden van het lichaam van Christus weg.
Want je wordt één met haar. Vliedt de hoererij.
Wij zijn
een tempel van de Heilige Geest. Het wordt steeds in vragende
en
beschuldigende vorm gezegd. Zo in de trant van: Jullie weten toch wel.
Wat doen jullie nou? Hoe kan het nu dat je dit doet? Jeweet toch dat je
van Christus bent. Doe daar dan niet aan mee! Je bent een tempel van de
Heilige Geest. Je bent gekocht en betaald door het bloed van
Christus. Je bent leden van een lichaam en Christus is het Hoofd. Je
kunt toch niet jezelf van Christus laten aftrekken door je lichaam met
hoererij te bezoedelen? Het komt er echt op aan. Het is een scherpe
scheiding. Het is Jezus of de hoererij. En niet allebei. Wij zijn niet
van onszelf. Wij zijn van Christus. En als we niet van onszelf zijn,
dan moeten we ook niet doen alsof. Wat doen we toch stom dat we denken
van Christus te zijn als we hoererij bedrijven. Dat gaat niet
samen. Jullie, daar in Corinthe, weet toch wat je doet. Moet
ik
het nu nog scherper zeggen? Hoererij en Jezus gaan niet samen.
En
pas op, want je bezoedelt je lichaam. Het komt er echt op aan.
Er is niets nieuws onder de zon. Hoe uit de praktijk gegrepen is deze
vermaning. Hoe is de hoererij door de eeuwen heen niet een
zonde
die steeds weer op de loer ligt. De Bijbel is daar luid en duidelijk
over. Het komt steeds weer terug. Het zou interessant zijn om eens een
studie te maken hoe vaak situaties van hoererij voorkomen in de Bijbel.
Ik denk aan David en Bathseba, het klassieke voorbeeld. Maar,
ga
maar door. En steeds is het oordeel scherp en duidelijk. God
haat
de hoererij. Paulus zegt: Elke andere zonde gaat buiten zijn eigen
lichaam om. Maar hoererij is de zonde van het lichaam. Doe het uit je
midden weg. Laat je er niet mee in! Doe het niet! Weg ermee! Dat geldt
ook vandaag. De wereld zit vol met hoererij. Je kunt je niet omdraaien
of je wordt op een of andere manier geconfronteerd met erotiek. We zijn
ervan vergeven. En het seksuele is er steeds op uit om je te verleiden.
En hoererij is niet alleen de daad, maar ook de gedachte. Wie een ander
aanziet om haar te begeren, pleegt in zijn hart al hoererij. Het is
verschrikkelijk. Wat is het toch fantastisch dat de Bijbel zo
luid
en duidelijk is. We zouden er van alles om heen kunnen fantaseren. We
zouden het allemaal niet zo scherp zien als we ook weer hier niet door
de Bijbel zelf op het rechte pad worden gehouden.
Kennelijk was het een ernstige zaak in Corinthe. Daar moeten scherpe
maatregelen genomen worden. Laat het niet voortsudderen. Laat
het
niet van kwaad tot erger worden. Als vandaag aan de dag de helft van de
jongelui in de kerk met elkaar naar bed gaat, dan moet dat uit ons
midden weg. Hoe? Heel eenvoudig, door het Woord van God te
laten
spreken. Niet wegduwen en verslappen, maar scherp en
duidelijk. En
keer op keer. Want er hangt veel van af. We zijn delen van het lichaam
van Christus. Het gaat dus niet om een kleine zonde of iets dat niet zo
belangrijk is. Het gaat om een zonde van het lichaam van Christus. We
doen af aan ons heil. We zijn gekocht en betaald en we verkopen ons
terug aan de wereld. Bekeren! En dat kunnen we op onszelf toepassen als
we denken aan de tv, de radio, de krant. Wend je af! Wend je af! Vliedt
de hoererij. Prijs de HERE voor zijn scherpe analyse.
1 Corinthiërs 7:1-9
|
7:3 |
De man kome jegens de vrouw zijn (echtelijke) verplichtingen na en evenzo de vrouw jegens haar man. |
|
7:5 |
…opdat niet de satan u verzoeke wegens [uw] gemis aan zelfbeheersing. |
|
7:8 |
Maar tot de ongehuwden en de weduwen zeg ik: Het is goed voor hen, indien zij blijven, zoals ik. |
|
7:9 |
Want het is beter te trouwen dan van begeerte te branden. |
Een
klein stukje, maar er komt weer veel aan de orde. Ik begrijp het wel
niet allemaal. Het zal toch niet zo zijn dat Paulus bedoelt, dat, omdat
de verleiding er van de hoererij is, je dan maar moet trouwen, maar dat
het beter is om niet te trouwen. Je zou wel eens willen weten wat ze
Paulus hebben gevraagd hierover. Misschien hebben ze wel
gevraagd
of iedereen moet trouwen. Of dat vrijgezel zijn niet goed zou zijn. En
hoe zit het dan bij u, Paulus? U bent ook niet (meer) getrouwd. Paulus
keurt het ongetrouwd zijn niet af. Je kunt daarvoor kiezen.
Maar
als je van begeerte brandt, als je wilt trouwen, dan moet je dat vooral
doen. Daar is niets op tegen; dat is wat de Bijbel zegt. Maar dan moet
je je wel tegenover je vrouw, tegenover je man als man en vrouw
gedragen. Je moet je echtelijke verplichtingen wel nakomen. Je
moet wel gemeenschap met elkaar hebben, want dat behoort tot
de
plichten van het huwelijk.
Misschien hebben ze wel gevraagd: Maar Paulus, als ik het belangrijker
vindt om me te wijden aan het gebed, moet ik dan nog wel gemeenschap
hebben? Of is bede en vasten niet belangrijker dan gemeenschap?
Misschien probeerden ze een verkeerde scheiding te brengen
tussen
het geestelijke en het seksuele. Paulus is daar heel duidelijk
over. Je moet je echtelijke verplichtingen nakomen. Anders moet je maar
niet trouwen. Dan had je zo moeten blijven als ik ben. En als je je
wilt wijden aan het gebed en vasten, dan moet je dat in
onderling
overleg doen. En als die tijd voorbij is, dan moet je je weer aan
elkaar geven.
Pas ook op, want de satan kan het ook gebruiken om je te verleiden. Met
vrome smoezen je onthouden, maar dan toch van begeerte
branden.
Paulus praat er niet omheen. Hij zegt waar het op staat. Het is uit het
leven gegrepen. Paulus wil er niet te ver op ingaan. Hij zou
wel
willen dat alle mensen waren als hij. Doch God heeft ieder zijn
bijzondere gave gegeven, de één deze, de
andere die.
De één getrouwd met de gaven die daarbij horen,
de ander
ongetrouwd met de gaven en verplichtingen die daarbij horen. Maar als
je ongehuwd bent of weduwe: Blijf maar zo. Maar als je je niet kunt
beheersen, dan moet je trouwen. Want het is beter te trouwen dan van
begeerte te branden. Het is toch eigenlijk weer een fantastisch stukje.
Je kunt er wel heel benepen over praten. En aan inlegkunde doen als zou
Paulus het huwelijk niet belangrijk vinden, maar dat is onzin. Het
huwelijk is heel belangrijk. Maar opnieuw wordt benadrukt: kom
je
echtelijke verplichtingen na, inclusief het seksuele. Want wat een
ellende kan er uit voort komen als in een huwelijk de man en de vrouw
dat verwaarlozen. Wat een spanning. Wat een teleurstelling. En wat kan
er veel verkeerd gaan, met vrome smoezen of met ruzie of wat dan ook.
De satan probeert ook in de huwelijksrelatie te wroeten en
veel
ellende te veroorzaken door een verkeerde wijze van seksueel met elkaar
omgaan. Het gaat erom dat je elkaar, ook seksueel, trouw hebt beloofd.
Als het dan allemaal niet naar je wens gaat, dan blijft nog de
verplichting om elkaar daarin te helpen en trouw te zijn. Maar je moet
er ook weer geen obsessie van maken. Het is een bevrijdend
stukje.
Eerlijk en richtinggevend. Ieder van ons kan er weer zijn of haar
voordeel mee doen. En het geweldige is, dat hoe op dit gebied bepaalde
dingen ook scheef gegroeid mag zijn: begin weer opnieuw. Heb
de
moed om het te doen. Er wordt veel geleden op dit gebied binnen het
huwelijk. Het moet dan ook een duidelijke pastorale plaats hebben
binnen de gemeente. Voor jong en voor oud. Prijs de HERE!
1 Corinthiërs 7:10-24
|
7:11 |
…is dit tóch gebeurd, dan moet zij ongehuwd blijven of zich met haar man verzoenen – en een man moet zijn vrouw niet verstoten. |
|
7:14 |
Want de ongelovige man is geheiligd in zijn vrouw… |
|
7:15 |
Maar indien de ongelovige haar verlaat, laat hij haar verlaten. |
|
7:19 |
…besneden zijn betekent niets,… maar wèl het houden van Gods geboden. |
|
7:23 |
Gij zijt gekocht en betaald. Weest geen slaven van mensen. |
Duidelijke
taal, opnieuw. Blijf bij elkaar. Je mag niet weglopen. Loop je weg en
je trouwtweer, dan sta je schuldig tegenover God. Je bent getrouwd. Je
bent één. Verlaat elkaar dus niet. Doe je het wel
dan
handel je tegen de wil van de HERE. Je moet je met elkaar verzoenen.
Daar gaat het om. Een man moet zijn vrouw niet verlaten. Klaar uit!
Daar hoeven we niet meer woorden aan te spenderen. Dus mannen, die hun
vrouw verlaten, plegen echtbreuk. En vrouwen die weglopen en een ander
trouwen, die plegen eveneens echtbreuk. We kunnen daar hele verhalen
over houden. Hoe het toch allemaal gekomen is. Hoe moeilijk het is. Wat
er toch allemaal aan spanningen in een huwelijk kunnen zijn. En dat zal
allemaal waar zijn. Maar wat God samengevoegd heeft en jij zelf ook,
dat kan je niet scheiden. Trouw geeft aan de weerbaarheid
volharding om ook bij problemen de verzoening te zoeken. En
dat
dat moeilijk is, heeft niets met het huwelijk te maken, dat heeft te
maken met de zonde die in ons allemaal zit. We moeten ons constant met
elkaar verzoenen. En dat dat moeilijk is, dat hoeven we elkaar ook niet
te vertellen. We kunnen zo onze eigen lijst opstellen, hoe moeilijk dat
is. We weten ook dat we altijd eerst de eerste stap van de ander
verwachten voordat wij eens over de brug willen komen. Maar
dat is
verkeerd. Dus, zijn er spanningen in je huwelijk? Zet de
eerste
stap. Je zult versteld staan. En ga niet zwijmelen over je
teleurstellingen, want die zijn altijd legio. Maar hoevaak is ook de
ander niet in jou teleurgesteld? Dus, zet de eerste stap. Doe
het
nu.
En wat ook heel duidelijk is: trouw niet met een ongelovige. En als je
met een ongelovige getrouwd bent voordat je tot geloof gekomen bent
– hoe vaak komt dat niet voor – ga dan niet weg als
de
ander erin bewilligt samen te willen blijven. Maar verlaat hij
of
zij jou, laat het zo zijn.
Het gaat bij alles om het houden van Gods beginselen. Je moet het niet
in andere dingen zoeken. Het gaat er niet om of je besneden
bent
of niet. Niet dat het niet belangrijk is. Maar laat je niet geroepen
voelen om je te laten besnijden. En als je een slaaf bent,
berust
daar dan in. Maar als je vrij kunt komen, maak daar dan gebruik van. We
zijn alleen slaven van Christus. Of je nu een vrije bent of een slaaf.
Wat je vooral niet moet doen, is jezelf tot een slaaf van mensen te
maken. Dat is gevaarlijk. Want het gaat erom dat je gekocht bent door
Christus. Het gaat om de roeping van God. Blijf dan in de toestand,
zoals God je geroepen heeft. Het gaat om de vrijheid in Christus. Want
dan ben je pas echt vrij. Want je bent gekocht en betaald in Christus.
En dat weet je en daar put je je vrijheid en je vrede uit. Dan komen
ook de dingen in het juiste perspectief. Dan weet je hoe je je hebt op
te stellen binnen je huwelijk. Dan weet je dat alle verleidingen om je
huwelijk kapot te laten maken moeten worden weerstaan. En op
het
huwelijk worden vreselijke aanvallen gedaan. Wat is er veel verkeerd.
Wat een ellende kan het allemaal veroorzaken. We weten er allemaal van.
Misschien wel in onze eigen situatie. En de kinderen lijden
eronder. Je komt je leven niet van het probleem af. En binnen
het
huwelijk? Wat een haat en nijd. Wat een chronische vergroeiingen. Het
is een ramp. Maar God zij dank, er is redding. Naar Jezus toe. Blijf
bij Hem. Leg hem je nood voor. Belijd je schuld. Want je bent gekocht
en betaald door Christus. En Hij gaf zijn leven voor de zonden van de
wereld en ook voor die van ons. Zouden wij ons dan niet met haast
moeten spoeden naar die plekken in ons leven waar het schreeuwt om
verzoening? Prijs de Heer!
1 Corinthiërs 7:25-40
|
7:26 |
Ik acht dus om de bestaande nood dit goed, dat het voor een mens goed is, zo te zijn. |
|
7:28 |
…en wanneer een jongedochter trouwt, dan doet ook zij daarmede geen kwaad. |
|
7:29 |
Ten slotte, laten zij, die een vrouw hebben, zijn als zonder vrouw;… |
|
7:31 |
Want het uiterlijk van deze wereld is bezig te verdwijnen. |
|
7:36 |
…hij doe, wat hij wil; het is geen zonde, laten zij trouwen. |
|
7:38 |
Wie dus zijn jongedochter uithuwelijkt, doet wèl, en wie haar niet uithuwelijkt, doet beter. |
Wat
voor vragen zouden de gemeenteleden van Corinthe aan Paulus gesteld
hebben? Het is kennelijk een noodsituatie. Wat zou die geweest kunnen
zijn? We moeten dus de antwoorden van Paulus zien vanuit de
noodsituatie die er in de gemeente was. Het is beter om met een
gelovige te trouwen. Maar als die er niet zijn? Dan is het ’t
beste, dat je blijft zoals als ik, zegt Paulus, ongetrouwd. Maar als je
bent getrouwd met een ongelovige zoals in die dagen, dan doe je daarmee
geen kwaad, maar je haalt je wel de nodige problemen en strijd op je
hals. Als je man erin het goed vindt dat je gelooft, dan is dat geen
probleem. Wijd je vooral aan de HERE. Kom wel je echtelijke plichten
na. Natuurlijk. Maar richt die op de HERE en zijn geboden. Want het
uiterlijk van deze wereld is bezig te verdwijnen. De wereld
legt
zich toe om schatten op deze aarde te verzamelen, maar wij leggen ons
toe op het Koninkrijk dat nimmer meer vergaat.
Maar als je vindt dat je dochter al wat ouder wordt en je laat haar
trouwen met een man, dan doe je daar ook niet slecht aan. Het is geen
zonde, maar je haalt je wel problemen op je hals. Dus de conclusie is:
wie laat trouwen doet goed en wie niet laat trouwen, doet beter.
Alhoewel Paulus er de voorkeur aan geeft om niet al die problemen van
een huwelijk met een ongelovige op je hals te halen. Het is een nogal
gecompliceerd stukje. Wat was de vraag van de leden van de gemeente? En
wat was de nood? Je kunt je zo voorstellen dat je dochters
ouder
worden en er geen man komt die gelooft, om mee te trouwen. En dan zou
je je hele leven ongetrouwd moeten blijven. Dat was ook niet
eenvoudig in die dagen. Dat zal best spanningen hebben gegeven
in
de gemeente. Wat moeten we daar nu mee aan? Paulus blijft benadrukken
dat het belangrijkste is dat je je leven rein bewaart. Daar
past
een gelovige man bij. En daar moeten we vanuit gaan. Maar als je
dochters dan toch ouder geworden zijnde willen trouwen, dan moet je
daar dan ook in meegaan. Paulus zegt het niet als een wet, maar als een
aanbeveling. Hij eindigt met te zeggen dat hij ook van mening is de
Geest van God te hebben. Het is beter, meent hij, om als je geen
huwelijk in de HERE kunt sluiten om dan ongetrouwd te blijven. Dat gold
toen voor toen en dat geldt zeker voor nu. Trouw niet met een
ongelovige. Ga geen liefdesrelatie aan met een ongelovige, zoek iemand
die ook de HERE wil dienen. Doe je het niet, dan krijg je de nodige
problemen in je huwelijk. En je weet hoe het allemaal in een huwelijk
gaat. De kinderen komen. Keuzes moeten gemaakt worden. Het is
allemaal niet zo eenvoudig. Zit je in zo’n situatie, lees dan
dit
stuk nog eens zorgvuldig door. Het kan je helpen om de
problemen
eens helder op een rijtje te zetten. En dat kan geen kwaad. Meestal
praten we eerst alles naar onszelf toe en dan proberen we er nog een
vrome smoes bij te bedenken. Maar zet het maar op een rij. Het zal een
ontdekkende ervaring zijn.
1 Corinthiërs 8:1-13
|
8:1 |
De kennis maakt opgeblazen, maar de liefde sticht. |
|
8:3 |
…maar heeft iemand God lief, dan is deze door Hem gekend. |
|
8:6 |
…voor ons nochtans is er maar één God,… |
|
8:11 |
Dan gaat er immers iemand, die zwak is, ten gevolge van uw kennis verloren, een broeder, om wiens wil Christus gestorven is. |
|
8:12 |
…zondigt gij tegen Christus. |
|
8:13 |
…om mijn broeder geen aanstoot te geven. |
De
kennis maakt opgeblazen, maar de liefde sticht. Heeft iemand God lief,
dan is deze door Hem gekend. Dat is een feit. Daar kunnen we het mee
doen. De vreze des HEREN is het begin van alle wijsheid. Wat is de
vreze des HEREN? Gij zult de HERE uw God liefhebben met geheel uw hart
en geheel uw ziel en met geheel uw verstand en uw naaste als uzelf.
Daar begint dus het kennen. We kunnen en we mogen alleen maar gaan
redeneren vanuit dat kennen. Wij hebben zo’n grote kennis. We
weten zo veel. We redeneren wat weg. Dat is gevaarlijk, want we
oordelen in onze kennis zo veel. Het gaat over de liefde heen. Er is
dus een sterke band tussen liefde en kennis. Het gaat dus om het kennen
van God en het leven en redeneren vanuit zijn kennis, dat is liefde. En
dat is de basis van ons samenleven. Het gaat dus niet om ons kennen
maar om het door God gekend zijn. Het andersom denken dan ons eigen
denken. Wat denken we toch vaak vanuit onszelf. En, o ja, God mag er
ook nog wel bij komen, maar het moet wel passen in ons denkschema. Dat
is levensgevaarlijk. Daar gaan we aan kapot. Daar gaat de naaste aan
kapot. Wat is er toch een eigen denken dat voorbijgaat aan de liefde.
De kennis maakt opgeblazen, maar de liefde sticht.
Vervolgens gaat het over het eten van offervlees. Dat zal best een
onderwerp van gesprek geweest zijn. En natuurlijk is het zo dat er maar
één God is en dat er een menigte van afgoden
zijn. En dat
zijn goden die niet bestaan. Daar hoef je je niet druk over te maken.
Want voor ons is er maar één God en
één
Jezus. En dus kunnen ze nog zo vaak dat vlees wijden aan de afgoden,
dat vlees wordt er niet door veranderd. En als je dat begrijpt, dan kun
je ook gerust dat vlees eten. Waarom niet? Daar gaat het niet om. Maar
niet iedereen is zo ver in die kennis. Er zijn ook mensen die wel bij
God willen horen, maar toch nog niet helemaal de afgoden hebben
losgelaten; die daar nog mee worstelen. Die weten het nog niet zo
zeker. Die zijn zwak in het geloof. Maar als jij die weet dat het niets
uitmaakt, dat offervlees eet, dan is hij die zwak is in de verleiding
om dat offervlees te blijven eten, omdat hij nog steeds gelooft dat hij
gewijd vlees eet. Dus dan zal de liefde je dwingen om die zwakke
broeder niet verder in de verleiding te brengen. Dan zul je alles
willen doen om hem ook verder te brengen in de kennis. Dan zul je het
wel laten om offervlees te eten, want je weet dat de zwakke broeder
daar niet door gesticht wordt maar verder van God afkomt. Dan gaat het
dus niet meer om jouw kennis, maar om de liefde van God Die wil dat
deze zwakke broeder ook groeit en loskomt van de afgoden. Als
jij
je dan, opgeblazen zijnde, daar niets van aantrekt, dan handel jij dus
tegen de wil van God. Jij zondigt dus tegen Christus. Nou, dat wil je
toch niet? Daar wil je je toch van bekeren? Als je het principe
ontdekt, dan wil je in alle eeuwigheid geen offervlees meer eten om
geen aanstoot te geven. Dan ontdek je de liefde van Christus, Die alles
deed om zondaren tot Zich te trekken. Hij gaf zijn eigen leven
tot
in de dood. Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij
zijn
eniggeboren Zoon gegeven heeft opdat een ieder die in Hem gelooft niet
verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Dat is een gave. Dat is een
opoffering. Dat is liefde. Dan wil je zelf toch ook niets anders dan de
naaste liefhebben, als jezelf. Dan ga je je inzetten om met je
geredeneer en je gedrag de ander niet tot aanstoot te zijn. Glorie voor
de Naam van Jezus! Prijs de HERE!
1 Corinthiërs 9:1-27
|
9:14 |
Zo heeft de Here ook voor de verkondigers van het evangelie de regel gesteld, dat zij van het evangelie leven. |
|
9:18 |
Wat is dan mijn loon? Dit: door mijn evangelieprediking het evangelie om niet te mogen brengen, en zo van mijn bevoegdheid als evangelieprediker geen gebruik te maken. |
|
9:22 |
Ik ben voor de zwakken zwak geworden, om de zwakken te winnen; voor allen ben ik alles geweest, om in elk geval enigen te redden. |
|
9:24 |
Loop dan zó, dat gij die behaalt! |
|
9:26 |
Ik loop dan ook niet maar in den blinde en ik ben geen vuistvechter, die zo maar in de lucht slaat. |
|
9:27 |
Neen, ik tuchtig mijn lichaam en houd het in bedwang, om niet, na anderen gepredikt te hebben, wellicht zelf afgewezen te worden. |
Ze
hadden het er ook over, dat Paulus uit eigen belang het evangelie
predikte en dat hij van de inkomsten uit de gemeente leefde. Daar gaat
hij nogal uitvoerig op in. Hij legt uit, dat de dienaar van
het
Woord, d.w.z. hij die in de tempel dienst deed, ook recht heeft om
onderhouden te worden. Dat is een bijbels principe. Maar daar maakt hij
geen gebruik van. Hij wil hen niet verleiden om daarvan een probleem te
maken. Hoewel hij hun apostel is. Want daar kan niemand om heen. Hij
heeft aan hen het evangelie gebracht. Maar daarin wil hij in het geheel
niet roemen. Hij is immers geroepen om het evangelie te brengen. En wee
hem, als hij het niet zou doen. Het is zijn leven. Hij is een
geroepene. Hij wil het evangelie om niet brengen. Hij wil absoluut niet
de indruk wekken dat hij het vanwege het geld doet. Wat zijn er toch
altijd weer mensen die achterdochtig zijn. En uit eigen belang de
voorgangers in diskrediet brengen. Paulus heeft hier ook mee
te
maken. Vreselijk wat een mensen. Ze zijn zondig bezig, want Paulus legt
haarfijn uit wat de Bijbel zegt: wij hebben de voorganger in
ere
te houden. Hij moet vrijgesteld worden, juist om het evangelie te
kunnen brengen. Paulus maakt echter van zijn rechten geen
gebruik.
Paulus is voor de Joden een Jood en voor de Grieken een Griek. Hij
heeft zich naar hen toegebogen om er enkelen te winnen. Hij doet alles
ter wille van het evangelie, om in elk geval enigen te redden. Wat een
opofferende dienstknecht. Wat een zegen om niet aan jezelf te
denken, maar eerst aan de ander. Wij denken veel te veel aan onszelf.
En hij of zij moet maar naar onze pijpen dansen. Maar bij Paulus is het
precies andersom. Hij kruipt in de huid van de ander om enigen te
redden. Glorie voor zijn Naam! En dan haalt Paulus een bekend voorbeeld
aan: een wedstrijd. Daar kan slechts één de prijs
behalen. Loop dan, alsof je die prijs behaalt. Dan tuchtig je je in
alles. Om niet tevergeefs te lopen. Zo is het ook met het
evangelie. Je bereidt je helemaal voor om die ander te bereiken. Het
doel is het heil van de ander. Je onderwerpt je aan de regels van het
spel. Je onderwerpt je aan de geboden van de HERE. Je bent helemaal in
dienst van de HERE. Doe je dat niet, dan kun je nog zo vroom
bezig
zijn en dan kun je wel tot anderen prediken, maar dan loop je gevaar om
zelf afgewezen te worden. Dat is het ergste wat je kan overkomen.
Daarom wekt dit bijbelgedeelte ons op om ons helemaal in te zetten voor
Hem. En als je aan sport doet, dan weet je wat dit betekent. Dan ontzeg
je je alles om goed in sport te zijn. Zet je dan ook zó in
voor
de liefde van de HERE. En je zult zien dat je bewogenheid krijgt voor
de naaste om je heen. Glorie voor zijn Naam.
1 Corinthiërs 10:1-22
|
10:5 |
En toch heeft God in het merendeel van hen geen welgevallen gehad, want zij werden neergeveld in de woestijn. |
|
10:6 |
Deze gebeurtenissen zijn ons ten voorbeeld geschied, opdat wij geen lust tot het kwade zouden hebben, zoals zij die hadden. |
|
10:10 |
En mort niet, zoals sommigen van hen deden, en zij kwamen om door de verderfengel. |
|
10:11 |
Dit is hun overkomen tot een voorbeeld (voor ons)… |
|
10:12 |
Daarom, wie meent te staan, zie toe, dat hij niet valle. |
|
10:13 |
En God is getrouw, die niet zal gedogen, dat gij boven vermogen verzocht wordt,… |
|
10:16 |
…gemeenschap met het bloed van Christus? |
|
10:20 |
…en ik wil niet, dat gij in gemeenschap komt met de boze geesten. |
|
10:21 |
Gij kunt niet de beker des Heren drinken èn de beker der boze geesten,… |
We
kunnen wel denken tot Israël te behoren. Tot de gemeente van
Christus. Maar kijk eens naar Israël in de woestijn. Ze waren
allemaal onder de wolk. Maar hoeveel van hen zijn er niet gedood? In
het merendeel van hen heeft God geen welbehagen gehad. Want ze morden,
ze liepen afgoden achterna, ze pleegden hoererij. En Paulus zegt: Let
op, als we dat doen, dan overkomt ons hetzelfde. We moeten ons steeds
bekeren van onze zonden. En indien er zonden in de gemeente
zijn,
doe die dan uit de gemeente weg. Daar gaat het om. Dat is ons ten
voorbeeld gegeven. Zo is heel het Woord van God ons ten
voorbeeld
gegeven. Daar kunnen we ons aan toetsen. Er zijn zoveel voorbeelden,
dat we niet hoeven te zoeken hoe we ons moeten gedragen. De Bijbel is
een eerlijk en ontnuchterend boek. Je weet precies hoe heerlijk het is
om de geboden van God te houden. Want dan blijf je van een
hoop
ellende af. Doe dat dan ook! Het is een voorbeeld en een waarschuwing.
Wij leven na de komst en de Hemelvaart van Jezus. Wij leven in de tijd
dat het einde der eeuwen gekomen is. Wij leven in de
verwachting
van zijn wederkomst. Heerlijk!
Daarom moeten we op onze hoede zijn. En we kunnen verzocht worden, maar
we worden niet bovenmenselijk verzocht. God geeft de uitkomst. Hij is
met ons. Hij zorgt dat we er tegen bestand zijn. Heerlijk is dat toch.
Wat kunnen we soms verzocht worden. Wat kunnen we het moeilijk hebben.
Maar als we blijven bij God, dan zal Hij ons er doorheen leiden. Dat is
een belofte. Daar moeten we dan ook aan vasthouden. Want anders gaan we
zo maar weer de verkeerde kant op. Vaak zelfs met goede bedoelingen.
Maar daar gaat het niet om. Het gaat erom dat we dicht bij Jezus
blijven. Niets meer en niets minder. Daarom moet ook het avondmaal
heilig blijven. Paulus legt het nog eens duidelijk uit. Het
gaat
om Christus. Het gaat om zijn offer, zijn lijden en sterven. Het gaat
om het lichaam en het bloed van Christus. Dan is een afgodenoffer een
offer aan de boze geesten. En daar moet je je verre van houden. Dat is
God tegenover de duivel. Dat verschil is radicaal. We kunnen niet aan
de tafel van God zitten en tegelijk aan de tafel van de boze geesten.
Zwart-wit. Doen we het toch, dan roepen we God tot naijver op. Want Hij
waakt over zijn eigen Heiligheid. Dan zullen we het weten. Net als het
volk Israël in de woestijn. Dus heilig je. Want Ik ben heilig.
Ga
met God, dan ga je goed. Doen! Niet morgen, maar nu. En je ziet dat het
werkt. Glorie voor zijn Naam!
1 Corinthiërs 10:23-11:16
|
10:23 |
Alles is geoorloofd, maar niet alles is nuttig. |
|
10:24 |
Niemand zoeke het zijne, maar wat des anderen is. |
|
10:31 |
Of gij dus eet of drinkt, of wat ook doet, doet het alles ter ere Gods. |
|
10:33 |
…zoals ook ik allen in alles ter wille ben, niet om mijn eigen belang te zoeken, maar dat van zeer velen, opdat zij behouden worden. |
|
11:1 |
Wordt mijn navolgers, gelijk ook ik Christus navolg. |
|
11:11 |
En toch, in de Here is evenmin de vrouw zonder man iets, als de man zonder vrouw. |
|
11:12 |
Want gelijk de vrouw uit de man is, zo is ook de man door de vrouw; alles is echter uit God. |
|
11:15 |
Immers, het haar is haar tot een sluier gegeven. |
|
11:16 |
Maar, indien het er iemand om te doen is gelijk te hebben, wij hebben zulk een gewoonte niet, en evenmin de gemeenten Gods. |
Het
zijn heel praktische lessen en adviezen. Alles is geoorloofd maar niet
alles is nuttig. Het spreekt vanzelf dat de leden van de gemeente in
aanraking kwamen met de heidense gewoonten. Offervlees mag je
wel
eten. Je hoeft geen navraag te doen waar het vandaan komt. Maar als
iemand waar je eet zegt, dat het offervlees is, neem het dan niet. Niet
om je eigen geweten, maar om het geweten van deze ongelovigen. Het gaat
erom, wat je ook doet, dat je het doet om de eer van God. En dan zul je
ook zelf ontdekken wat je wel en wat je niet moet doen. Doe het om de
HERE te dienen. En vooral: let op de zwakkeren. Breng hen niet in
verleiding. Sommigen kunnen er niet tegen dat jij drinkt bijvoorbeeld.
Doe het dan niet om die broeder niet te verleiden. En zo zijn er legio
voorbeelden.
Dan gaat het een stukje over het bedekken van je hoofd. Een man doet
zijn hoed af als hij bidt. Maar een vrouw bidt met bedekt hoofd. Paulus
doet alsof dat vanzelfsprekend is. Een man bidt met ontbloot hoofd en
een vrouw met bedekt hoofd. Doet ze dat niet, dan kan ze net zo goed
zich kaal laten scheren. Kennelijk was dat een teken dat we te maken
hadden met een slechte vrouw. We zitten per slot van rekening in een
grote havenstad met veel prostitutie. We moeten niet gelijkvormig zijn.
Als de wereld het haar knipt, dan hoeven wij dat niet te volgen. We
kunnen daar een heel dogma van maken. Maar we kunnen het ook vanuit het
normale gedrag en gebruik zien. Kennelijk is het in die tijd een
duidelijk teken. Het spreekt vanzelf, zegt Paulus. Denk nu zelf na. Een
man laat het haar niet groeien en een vrouw knipt het niet af. Daar
gaat het om. Gedraag je. En het past ook in de orde van God. Je kunt er
over gaan redetwisten, maar het is alsof Paulus afsluit door te zeggen:
Doe dat niet. Ik denk dat ik het zo moet zeggen. Maar het gaat er mij
niet om om mijn gelijk te halen. God weet het. En pas op dat je er geen
schisma van maakt in je eigen gemeente.
Het is wel een mooi stuk om weer eens over ons gedrag in de gemeente te
spreken. We hebben immers te maken met een Heilige God. We moeten Hem
alle eer en aanbidding geven. En dat betekent dat dat ook zichtbaar is
in onze kleding en in ons gedrag. We kunnen wel denken dat we het goed
doen. Maar het is steeds weer goed om je af te vragen: Zie ik de
Heiligheid van God? Of ben ik bezig om mijn eigen ik na te volgen en te
strelen? Het is telkens weer een ontdekkingsreis om met God te gaan. Er
zijn zoveel invloeden van buiten die ons telkens weer van God af
trekken. Maar hier staat het. Pas op! Blijf staan in de biddende,
dichte nabijheid van God en je zult ontdekken dat je dan vrede in je
hart hebt en je afzijdig houdt van dingen die niet de eer van God
voorop zetten. Glorie voor zijn Naam.
1 Corinthiërs 11:17-34
|
11:19 |
Want scheuringen moeten er wel onder u zijn, zal het blijken, wie onder u de toets kunnen doorstaan. |
|
11:22 |
Hebt gij dan geen huizen om te eten en te drinken? |
|
11:27 |
Wie dus op onwaardige wijze het brood eet of de beker des Heren drinkt, zal zich bezondigen aan het lichaam en het bloed des Heren. |
|
11:30 |
Daarom zijn er onder u velen zwak en ziekelijk en er ontslapen niet weinigen. |
|
11:34 |
Het overige zal ik regelen, wanneer ik kom. |
In
hoofdstuk 10 gaat het over het avondmaal en het offervlees. Als we aan
het avondmaal des Heren zijn, dan kunnen we geen deel hebben aan het
offeren van de heidenen. Het ene sluit het andere uit. Dat moeten we
heel goed onderscheiden. We weten ook heel goed wat van God is
en
wat van de duivel is. We moeten daar niet mee marchanderen. We moeten
dat scherp onderscheiden. Ook al om de zwakkeren niet in verleiding te
brengen en op het verkeerde been te zetten. Hier gaat het om het
avondmaal. Daar wordt er vooraf al zoveel gegeten en gedronken, dat de
armen er niet meer aan te pas komen. Maar zo gaat het niet. Jullie
kunnen toch thuis eten? Je gaat toch je eten niet in de kerk halen?
Neen, het gaat om de orde en de heiligheid. Het gaat om de
gemeenschap aan het lichaam en het bloed van Jezus, die zijn
leven
gaf tot een losprijs voor velen. Dat is een heilige zaak. Je
verkondigt de dood des Heren totdat Hij komt. Dan ga je op
gepaste
wijze te werk. Doe je dat niet, dan bezondig je je aan het
lichaam
en het bloed van Christus. Dat is een ernstige zaak. Je drinkt jezelf
een oordeel. Daar is dan niets meer aan te doen. Pas dus op! Laat je
niet in de war brengen. Het gaat om Messias Jezus. Wees dus heilig,
want Ik ben heilig, zegt de HERE.. Het steekt heel nauw.
Daarom zijn er velen zwak en ziekelijk en gaan er velen dood. Ga je van
de weg met God af, dan word je ziek. Dan gaat het niet goed. Dan moet
je oppassen en je bekeren. Anders ga je er ook aan. We komen
dan
onder het oordeel. Het zijn wel allemaal zware woorden. Maar niet
minder waar. Als toch de HERE het nieuwe verbond in zijn bloed heeft
opgesteld, dan moeten we er niet goedkoop mee omgaan. Dan moeten we het
ook eren en ordelijk betrachten. Dan wacht je op de ander, dan
acht je de ander uitnemender dan jezelf. Dan heerst er liefde. En daar
blijf je gezond bij. Daar word je niet moe van. Dat geeft je nieuwe
kracht. Dat is een goede zaak. Het evangelie is zo praktisch
en
logisch. Het spreekt vanzelf. Je moet het gewoon doen en je moet niet
de andere kant, die van de boze, opkijken. Die probeert de boel in de
war te sturen. De afgoden zijn aan alle kanten om je heen. De
verleiding is overal, ook vandaag. Maar je moet dicht bij het hart van
Jezus blijven in het avondmaal. Want het gaat om het nieuwe
verbond in zijn bloed. Dat biedt redding. Wat een heerlijk stukje weer.
We krijgen er nooit genoeg van. Hoe vergaat het u? Ook steeds
enthousiaster? Heerlijk toch? Prijs de Heer!
1 Corinthiërs 12:1-11
|
12:3 |
…en dat niemand kan zeggen: Jezus is Here, dan door de Heilige Geest. |
|
12:4 |
Er is verscheidenheid in genadegaven, maar het is dezelfde Geest;… |
|
12:7 |
Maar aan een ieder wordt de openbaring van de Geest gegeven tot welzijn van allen. |
|
12:11 |
Doch dit alles werkt één en dezelfde Geest, die een ieder in het bijzonder toedeelt, gelijk Hij wil. |
Zo
is het. Hij deelt toe zo Híj wil. Het is dezelfde Geest. Wat
een
talenten zijn er bij de mensen. En wat een verscheidenheid aan
talenten. Je staat er versteld van. Er komt geen einde aan. Het is
fantastisch. Als we alle talenten eens op zouden schrijven, dan zou je
eens zien dat de wereld verandert. Het is geweldig dat God
zoveel
verscheidenheid aan gaven gegeven heeft. Het gaat niet om de gaven die
je niet hebt, maar om de gaven die God aan jou gegeven heeft. Wat zijn
we toch stom dat we zo vaak naar de gaven van een ander zitten te
kijken. En jaloers zijn dat die ander die en die gave heeft en jij
niet. We vergeten dan maar al te gauw onze eigen talenten en
beginnen die vervolgens te verwaarlozen. God heeft aan alle
mensen
gaven gegeven. Zoals Hij het wilde. En daar moeten we mee woekeren. De
één dit en de ander dat. Paulus noemt er een
aantal op.
Maar er zouden nog veel meer te noemen zijn. Het gaat er dus om, dat
ieder zijn eigen gaven exploiteert, d.w.z. eruit haalt wat er in zit.
Dan zul je nog eens wat zien. Dan is iedereen bezig om een bijdrage te
leveren aan de samenleving. Wonderen zullen er gebeuren. Het is
allemaal heel logisch en bijbels. Want wie niet zaait zal niet oogsten.
We moeten dus wel aan de slag met onze talenten. En we moeten in onze
werken ook altijd bezig zijn met de andere, die in dienst van de Heer
vrijgesteld is van werken. Die dan vervolgens de boer opgaat
om te
bemoedigen, te vermanen en een gemeente te bouwen. Al die
gaven
moeten we koesteren en exploiteren. Het is heel goed als de hele
gemeente op één of andere manier bezig is. Met
kleine
dingen en grote dingen. Er is geen onderscheid in het belang van de
gaven. Als je de gaven gebruikt die God bij je heeft doen passen, dan
ben je heel belangrijk bezig.
Paulus noemt een aantal gaven. Heerlijk toch om daar onze talenten aan
te mogen toevoegen en er vervolgens door dezelfde Geest en de kracht
van die Geest mee aan de slag te gaan. Het kan niet stuk. Op het moment
dat je het doet, word je er enthousiast en weerbaar van. Je zult het
merken. Als je vandaag denkt dat je geen talenten hebt en dat
je
een nietsnut bent, dan moet je eens opschrijven wat je wel doet en wat
je zou willen. Je zult versteld staan van de geweldige kracht die God
in je leven wil schenken om uit je dal omhoog te gaan en aan
de
slag te gaan met jouw talenten. Je leert dan niet eerst naar de ander
te zien en je nietsnuttig te voelen, maar je ziet eerst naar God, Die
je dag wil vullen vanuit de talenten, die Hij je gegeven heeft. En dat
kunnen heel eenvoudige dingen zijn. Och, och, wat zijn we toch
dom
bezig om veel te veel bezig te zijn met dat wat we niet hebben en niet
hoeven te hebben. Wat laten we kostbare kansen liggen, omdat we met
onszelf niet klaar zijn. Het is goed dat God de talenten gegeven heeft
die we hebben. Stel je voor dat we allemaal timmerman waren. Dat zou
niet best zijn. Neen, God maakte ons bijna goddelijk (Psalm 8). En daar
mogen we uit leven. Glorie voor zijn Naam! We kunnen over dit onderwerp
wel de hele avond doorgaan. Het is geweldig. Glorie voor zijn Naam!
Prijs de HERE!
1 Corinthiërs 12:12-31
|
12:13 |
…want door één Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt,… |
|
12:18 |
Nu heeft God echter de leden, elk in het bijzonder, hun plaats in het lichaam aangewezen, zoals Hij heeft gewild. |
|
12:24 |
God heeft evenwel het lichaam zó samengesteld, dat Hij meer eer gaf aan hetgeen misdeeld was, |
|
12:25 |
opdat er geen verdeeldheid in het lichaam zou zijn, maar de leden gelijkelijk voor elkander zouden zorgen. |
|
12:26 |
Als één lid lijdt, lijden alle leden mede,… |
|
12:27 |
Gij nu zijt het lichaam van Christus en ieder voor zijn deel leden. |
|
12:31 |
Streeft dan naar de hoogste gaven. En ik wijs u een weg, die nog veel verder omhoog voert. |
Het
wordt steeds mooier. Heerlijk toch, dat wij allemaal tot het lichaam
van Christus behoren? En we zijn allemaal nodig. Ja, het is zelfs zo
dat God het lichaam zo heeft samengesteld dat wat misdeeld is grotere
eer en bescherming krijgt, opdat er geen verdeeldheid zou zijn, maar
alle leden gelijkelijk voor elkaar zouden zorgen. Het is uit het leven
gegrepen. Er zijn geen verschillen in belangrijkheid. Pas dus op voor
hoogmoed en verheffing. En hoe gemakkelijk zit dat erin? Neen, Christus
is het Hoofd en wij zijn de delen, de leden die elkaar
absoluut
niet kunnen missen. Ieder heeft vanuit de functie door God
gegeven
zijn plaats en belangrijkheid in het lichaam. Ga zelf maar na. Paulus
geeft een heel beeldende toelichting. Heerlijk toch, die kinderlijke
eenvoud bij het uitleggen van een principe? Zo is het. Het is de
werkelijkheid. Het is geweldig. Zo is Hij. Fijn!
We kunnen daar steeds enthousiaster van worden. Want vaak voelen we ons
niet nuttig en denken dat de ander belangrijker is. Maar, nee, nee,
zegt Paulus. Nee, nee, zegt God, Ik heb je speciaal zo geschapen om dat
dat de hoogste plaats voor je is in het lichaam. Functioneer dan ook
zoals je bent vanuit de plaats in het lichaam en zet je gaven optimaal
in, want dan alleen kan het lichaam goed functioneren. Doen we
het
niet, dan brengen we niet alleen schade toe aan ons zelf, maar
ook
aan de andere delen in het lichaam: als één lid
lijdt,
lijden alle leden. Als één lid lijden aanbrengt,
dan
lijden alle leden daaronder. Paulus kan niet vaak genoeg
zeggen
hoe belangrijk het is om eenheid in de gemeente te hebben. Hij kan niet
vaak genoeg zeggen dat niet iedereen gelijke gaven heeft en
hoeft
te hebben. Eert Hem vanuit de gaven die jij hebt. En als we dat
allemaal doen, dan is het een explosie van gaven die we hebben
gekregen. Je zult eens zien wat er dan opbloeit in een
gemeente.
Trek ze er allemaal bij, jong en oud. Je kunt niet vroeg
genoeg
beginnen. Heerlijk. Wat een evangelie. Een geweldige bevrijding. Niet
straks, maar nu meteen. Het geheim is om toe te passen wat er staat. En
als je het toepast, dan zul je ontdekken dat het waar is. Glorie voor
zijn Naam! Prijs de HERE!
1 Corinthiërs 13:1-13
|
13:1 |
Al
ware het, dat ik met de tongen der mensen en der engelen sprak, |
|
13:2 |
…maar had de liefde niet,… |
|
13:3 |
…maar had de liefde niet,… |
|
13:4 |
De
liefde is lankmoedig, |
|
13:5 |
zij
kwetst niemands gevoel, |
|
13:6 |
…zij is blijde met de waarheid. |
|
13:8 |
De liefde vergaat nimmermeer;… |
|
13:12 |
Nu ken ik onvolkomen, maar dan zal ik ten volle kennen, zoals ik zelf gekend ben. |
|
13:13 |
Zo blijven dan: Geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde. |
Geen
wonder dat Paulus na deze hele verhandeling over hoe het lichaam van
Christus in elkaar zit komt tot dit hoofdstuk. Je zult er toch ook
enthousiast van worden als je ziethoe Jezus zijn lichaam als het Hoofd
bijeen houdt en hoe iedereen daarin zijn eigen plaats heeft? Hoe
niemand gemist kan worden? En ook niemand kan denken dat hij
belangrijker is dan het andere deel van het lichaam. Neen, zegt Paulus,
het is vaak zo, dat wat lijkt van weinig waarde te zijn, juist van
groot belang is in het lichaam en helemaal niet gemist kan
worden,
omdat anders de hele boel niet meer functioneert. Hij heeft in de
vorige hoofdstukken ze moeten vermanen. Het gaat niet goed met de
liefde in Corinthe. Er is verdeeldheid. Er is geen
onderscheid. Er
is zonde bij het avondmaal. En daar gaat Paulus heel direct en heel
concreet tegen in en dat is goed. We moeten de zonde ook niet dulden.
Ook al heeft dat tot gevolg dat er tegenstand komt. Daar moeten we niet
bang voor zijn. Want als we de zonde laten voortwoekeren, dan
moeten we ook niet opkijken dat de liefde gaat verkillen. Zo is het.
Dat kunnen we allemaal begrijpen. En dan gaat het verkeerd. Zo is het.
Daarom is ieders plaats in het lichaam ook zo belangrijk. Niemand kan
zeggen dat hij geen gaven heeft. Hij weet zeker dat ieder gaven heeft.
Dat weten wij ook zeker.
Maar de vraag is, wat doen wij ermee? Gebruiken we die in het
Koninkrijk van God of gaan we er maar een beetje mee om alsof het gaven
van onszelf zijn. Als ieder zijn gaven in de gemeente en in de
samenleving zou aanwenden zoals God het bedoelt, dan zouden we nog eens
wat zien. Dan gebeurden er wonderen. Dat zou een revolutie, een
ommekeer zijn. Het is geweldig. Daar moeten we voor werken. En dat zien
we door de hele Bijbel heen. Opwekking is niets anders dan dat mensen
zich naar God omkeren en hun talenten in zijn dienst gaan gebruiken. En
dat is toch heerlijk? Dan komen we uit het duister naar het licht.
Prijs de HERE! En dan komt het hooglied van de liefde. Je kunt van
alles hebben en bezitten. Je kunt je dit of je kunt je dat, maar als je
de liefde niet hebt, dan ben je niets. De liefde zoekt zichzelf niet.
Het is heerlijk om deze waarheid te ontdekken. We denken dat het
allemaal niet zo belangrijk is, maar de belangrijkste factor in het
leven is de uitoefening van de liefde. En dat weten we allemaal. We
willen graag geliefd worden. Geef dan eerst de liefde zelf.
We kunnen alle geboden van God houden, maar als we de liefde van God
niet hebben, dan zijn we niets. Deze samenvatting van de tien geboden
geeft Jezus toch ook. Gij zult de HERE uw God liefhebben met geheel uw
hart,… en uw naaste zult gij liefhebben als uzelf en aan
deze
twee geboden hangt de ganse wet en de profeten. Dat is het en dat
moeten we dan ook doen. Dat moeten we oefenen. Die liefde hangt niet af
van de wederliefde van de ander. Neen, die liefde is eenzijdig. En als
God ons zo lief gehad heeft dat Hij zijn Zoon gegeven heeft,
opdat
wij eeuwig leven hebben, dan moeten wij niet kermen als de ander onze
liefde niet beantwoordt. Hij gaf zijn leven voor ons, dan kunnen wij
toch zeker de liefde die niet beantwoord wordt, toch wel verdragen? En
liefde geven is liefde oogsten. Want liefde wekt liefde op. Liefde is
onweerstaanbaar. Heerlijk toch. Dus wat doen we vandaag,
vooral
daar waar de liefde ontbreekt in ons leven: het met liefde aanvullen.
1 Corinthiërs 14:1-25
|
14:1 |
Jaagt de liefde na en streeft naar de gaven des Geestes, doch vooral naar het profeteren. |
|
14:3 |
Maar wie profeteert, spreekt voor de mensen stichtend, vermanend en bemoedigend. |
|
14:12 |
Zo moet ook gij, omdat gij naar geestelijke gaven streeft, trachten uit te munten tot stichting van de gemeente. |
|
14:13 |
Derhalve moet hij, die in een tong spreekt, bidden, dat hij het moge uitleggen. |
|
14:19 |
…maar in de gemeente wil ik liever vijf woorden met mijn verstand spreken,… |
Het
gaat hier over de gaven van de Geest. Het spreken in tongen hoort bij
de gaven van de Geest. Het is heerlijk om het te doen, zegt Paulus. Hij
doet het zelf ook. Het is niet zo, dat de gave van het spreken in
tongen niet meer zou bestaan. Wel degelijk. Maar het gaat erom dat je
wel in tongen kunt spreken, maar dat de gave van de profetie voor de
gemeente belangrijker is. Daar hoor je het Woord. Dan kun je het
uitleggen. En als je in tongen spreekt, dan begrijpt een ander
daar niets van. En je moet dan ook bidden om het aan anderen te mogen
uitleggen. Kennelijk was het zo, dat er heel veel in tongen gesproken
werd, maar dat er niet werd uitgelegd. Kennelijk was het zo, dat men
het spreken in tongen belangrijker vond dan het profeteren en
het
uitleggen. Paulus komt daar heel concreet op terug. Tongen is goed maar
profeteren is beter. Hij spreekt liever vijf woorden van uitleg dan
duizenden in tongen. En daar wordt de kern mee aangeduid.
Er is geen enkel probleem tegen veel tongentaal, maar waar het op aan
komt, is dat de Bijbel opengaat en er heel veel wordt uitgelegd wat God
in zijn Woord zegt. Dat is hier duidelijke taal. Je kunt wel allerlei
geluiden horen en er ook van genieten. En wat zijn er niet veel
geluiden ook in de wereld, maar het gaat erom dat je begrijpt waar het
over gaat. En vooral ook voor de toehoorders. Ze kunnen
eventueel
aangetrokken zijn vanwege het spreken in tongen, maar wil je
verder met hen kunnen komen, dan moet je hen de Schriften uitleggen en
dan zullen ze gaan begrijpen waar het over gaat en kan God in hun
harten werken, zodat ze ook tot geloof kunnen komen. Het is allemaal
heel eenvoudig uitgelegd. Het spreekt vanzelf. We moeten daar dan ook
niet te moeilijk over doen. Er zijn vandaag mensen die vinden dat
tongentaal niet meer kan. Dat het alleen voor de tijd van de eerste
gemeente was. Dat staat hier niet. Er zijn ook mensen die vinden dat
tongentaal bij iedere gelovige moet. Dat staat er ook niet. Er is
vandaag aan de dag heel wat verwarring over tongentaal in de gemeenten.
Je wordt er soms op afgerekend. Maar daar gaat het niet om. We moeten
allemaal open willen staan voor tongentaal. Maar we moeten er ook niet
mee dwepen. Het moet in een juiste balans blijven. Want anders gaat het
Woord ten onder. En daar gaat het dus wel om. Wat vreemd toch, dat door
de dingen die zo eenvoudig zijn er steeds weer zoveel
verdeeldheid
lijkt te kunnen ontstaan.
Het is heerlijk om vanuit dit Hooglied van de liefde van Paulus met de
lofprijzing der liefde door te kunnen gaan. De tongentaal is
ook
liefdestaal. Het is lofprijzing, het is God eren met je stem en je hele
wezen. Het is fantastisch als je het kunt en doet. Strek je er naar
uit. Het zou in deze tijd niet meer bestaan, zeggen diverse theologen.
In verschillende kerken wordt het ook niet geapprecieerd. Maar
het
is wel iets wat de Bijbel geeft. Het is heerlijk om het te
mogen
doen. Dank U HERE God, voor de gaven die U geeft. HERE help ons om er
de balans in te zien zoals U het ziet. Glorie voor uw Naam!
1 Corinthiërs 14:26-40
|
14:26 |
…dat alles moet tot stichting geschieden. |
|
14:28 |
…maar tot zichzelf en tot God spreken. |
|
14:30 |
Maar indien aan een ander, die daar gezeten is, een openbaring ten deel valt, moet de eerste zwijgen. |
|
14:35 |
…want het staat lelijk voor een vrouw te spreken in de gemeente. |
|
14:39 |
Zo dan, mijn broeders, streeft er naar te profeteren, en belemmert het spreken in tongen niet. |
|
14:40 |
Laat alles betamelijk en in goede orde geschieden. |
Kennelijk
was het nogal wanordelijk in de gemeente van Corinthe. Er werd
waarschijnlijk door elkaar heen gepraat. Daar spraken ze in tongen en
hier begon iemand te profeteren. En ook nog vrouwen die er bovenuit
probeerden te komen. Waar was de orde in de gemeente? Paulus probeert
enkele aanwijzingen te geven. Het is goed om in tongen te
spreken,
maar je moet er niet de gemeente mee beheersen. Zeker niet als er geen
uitlegging is. Dan moet je zwijgen en het zachtjes in jezelf doen. En
als er woorden van profetie zijn, dan moet niet iedereen spreken maar
hoogstens enkelen. Maar als er een openbaring is, dan gaat dat
voor. Luister naar wat God te openbaren heeft. God is geen God van
wanorde. Beheers je dan, laat je niet gaan. Want dat brengt
onrust
en wanorde.
En de vrouwen moeten er niet bovenuit zien te komen. Zij kunnen het hun
mannen thuis vragen. Het is niet betamelijk dat vrouwen in de gemeente
spreken. Dat klinkt nogal direct. Maar kennelijk was het in
die
tijd niet gebruikelijk. Dat deed je niet. Je zette daar de
boel
mee op z’n kop. Vrouwen zijn belangrijk, maar in de
gemeente
moeten ze er niet bovenuit zien te komen om aan hun trekken te komen.
Pas op dat je mijn woorden wel serieus neemt. Als je denkt een
geestelijk mens te zijn, dan moet je wel rekening houden met wat ik
zeg, zegt Paulus. Doe je dat niet, dan wordt met jou geen rekening
gehouden. Pas dus op! Het is belangrijk. Het is kennelijk
nogal
een heet onderwerp geweest. Wat is nu belangrijker in de gemeente? De
gaven van de geest? Het spreken in tongen? Het spreken in tongen is wel
het meest opzienbarende. Daar zal het dan ook niet aan ontbroken
hebben. Zou het zo geweest zijn dat daar in feite de dienst door
bepaald werd? Dat zou kunnen. Dan zal dat het Woord der profetie
ongetwijfeld belemmerd hebben. Want ik kan me zo voorstellen
dat
dan de één en dan de ander weer begon te
profeteren. En
soms kan dat met veel geluid gepaard gaan d.w.z. dat je niet meer kunt
spreken maar moet wachten tot ze kalmer zijn. En als je dan geen
uitlegging hebt, dan hebben de anderen er ook niets aan.
Daarom eindigt Paulus en zegt: streeft ernaar te profeteren, en
belemmert het spreken in tongen niet. Kortom het is niet het
één of het ander, maar zorg dat het profeteren
een royale
plaats krijgt. Het gaat erom dat het Woord duidelijk moet klinken. Het
geloof is uit het horen en het horen door het woord van Christus. En
geef dan ook het spreken in tongen een plaats. Het gaat er dus niet om
dat spreken in tongen niet mag. In tegendeel, het is een wezenlijk
onderdeel van de gemeente. Maar als het er niet is, omdat het
er
niet mag zijn, dan zitten we verkeerd. Het spreken in tongen is een
duidelijk bijbels gegeven. Het gaat er maar om hoe we daar mee omgaan.
En dat geldt ook voor vandaag. Laat dus alles betamelijk en in goede
orde geschieden.
1 Corinthiërs 15:1-11
|
15:1 |
Ik maak u bekend, broeders, het evangelie, dat ik u verkondigd heb,… |
|
15:3 |
…Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften, |
|
15:4 |
en Hij is begraven en ten derden dage opgewekt, naar de Schriften, |
|
15:5 |
en Hij is verschenen aan Céfas, daarna aan de twaalven. |
|
15:8 |
…maar het allerlaatst is Hij ook aan mij verschenen, als aan een ontijdig geborene. |
|
15:10 |
Maar door de genade Gods ben ik, wat ik ben, en zijn genade aan mij is niet vergeefs geweest, want ik heb meer gearbeid dan zij allen, doch niet ik, maar de genade Gods,… |
|
15:11 |
Daarom dan, ik of zij, zó prediken wij, en zó zijt gij tot geloof gekomen. |
Wat
deed Paulus? Niets anders dan hen het evangelie bekend maken. Hij
bracht het Woord van God, naar de Schriften. Hij gaf door wat hij door
genade ontvangen had. Hij ging op reis en overal vertelde hij
van
de Messias, Die naar de Schriften gekomen is en waarin de mensen
moesten geloven. En deze Jezus is na zijn opstanding door velen
ontvangen. Velen leven nog. Je kunt het bij hen navragen. Jullie moeten
niet twijfelen aan de opstanding van Jezus. Kennelijk waren er
nieuwlichters die begonnen te zeggen dat de opstanding van Jezus ook
maar een verzinsel was. Neen, zegt Paulus, Hij is aan velen
verschenen en ten laatste ook aan mij. Ik heb Hem zelf gezien.
Ik
kan er van verhalen. Het is waar. En het is allemaal naar de
Schriften. Hij moest lijden en sterven en begraven worden en opstaan
ten derde dage. Dat evangelie van een opgestane Heer, dat breng ik
overal. Nu ben ik een apostel en ik ben niet waard het te zijn, maar
door de genade Gods mag ik het wezen. Het is enkel genade. Want ik ben
een vervolger van de gemeente geweest. Hoe is het mogelijk dat
God
mij heeft getrokken. Maar zijn genade is groot. Als het Paulus kan
gebeuren, dan kan het een ieder gebeuren. Wat een genade van God. Gods
genade is oneindig groot. Daar moeten we nooit aan twijfelen. Daar
staat de Bijbel vol van.
Kijk eens hoe Paulus gearbeid heeft. Niet ik, maar de genade van God
heeft mij gedreven, aangevuurd. En kijk eens met welke gevolgen. Overal
zijn gemeenten ontstaan. Overal is de vlam van de Geest
doorgedrongen in harten van mensen. En via de heerbaan van de Romeinen
is het evangelie ook in de lage landen bij ons terechtgekomen.
Waarschijnlijk via Engeland. Zou Paulus ook daar nog geweest zijn? Het
zou ons niet verwonderen want hij durfde wel naar onherbergzame streken
te gaan. Hij was vervuld van de Heilige Geest en vol vuur en vlam trok
hij erop uit. Dat is toch heerlijk om te zien? Wat een kracht van God
in het leven van deze knecht. Hij geloofde in een Messias, Die ook voor
hem aan het kruis van Golgotha zijn schuld en zonde had verzoend. En
Die nu aan de rechterhand van zijn Vader op de troon gezeten is. Dat
zijn geen fabels of verzinsels, neen, dat is de waarheid. En wat waar
is moet met verve gepredikt worden. Het is de openbaring van God en wie
dat niet gelooft, die moet het zelf maar ondervinden. Want daar volgt
de eeuwige dood op. We leven juist in een wereld waarin de dood heerst.
Maar de dood is overwonnen op het kruis van Golgotha. En die waarheid
moeten we met verve blijven prediken. Of ze het nu horen
willen of
niet. Heerlijk om vanuit de waarheid te leven en te prediken. Het geeft
rust en vrede in je leven. Prijs de HERE!
1 Corinthiërs 15:12:34
|
15:14 |
En indien Christus niet is opgewekt, dan is immers onze prediking zonder inhoud, en zonder inhoud is ook uw geloof. |
|
15:15 |
Dan blijken wij ook valse getuigen van God te zijn,… |
|
15:19 |
Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen. |
|
15:22 |
Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. |
|
15:23 |
Maar ieder in zijn eigen rangorde: Christus als eersteling, vervolgens die van Christus zijn bij zijn komst; daarna het einde, wanneer Hij het koningschap aan God de Vader overdraagt, wanneer Hij alle heerschappij, alle macht en kracht onttroond zal hebben. |
|
15:26 |
De laatste vijand, die onttroond wordt, is de dood, want alles heeft Hij aan zijn voeten onderworpen. |
|
15:28 |
Wanneer alles Hem onderworpen is, zal ook de Zoon zelf Zich aan Hem onderwerpen, die Hem alles onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen. |
|
15:32 |
Indien er geen doden worden opgewekt, laten wij eten en drinken, want morgen sterven wij. |
|
15:34 |
Komt tot de rechte nuchterheid en zondigt niet langer, want sommigen hebben geen besef van God. Tot uw beschaming moet ik dit zeggen. |
Er
zijn dus mensen die zeggen dat er geen opstanding is. Want dat kan toch
niet? Heb jij wel ooit eens iemand uit de doden teruggezien? Neen, dood
is dood. Weg is weg. Je hoort ze het zeggen. Ook vandaag. Wat moeten
jullie met het verhaal van de opstanding? Er is nog nooit iemand
teruggekomen. Neen, dat zijn sprookjes uit het verleden. Als jullie in
zo’n sprookje willen geloven, moet je dat zelf
weten, maar
bij mij moet je er niet mee aankomen. En de verzoening van de zonden?
Wie is er nu zo gek om zichzelf te laten doden voor een ander? Dat is
toch helemaal te gek? Dat kan toch niet? En dat jullie die smoes nodig
hebben om een systeem van geloven te bedenken, waar jullie vrede mee
hebben, dat moet je zelf weten. Maar ik? Neen, ik geloof daar niet in.
En je ziet ze schouderophalend voorbij gaan. Maar Paulus doet niet
anders dan proclameren als evangelist. Hij komt niet aan met een eigen
redenering daar tegenover, maar blijft heel dicht bij wat hem is
overgeleverd. Hij zegt, dat als de opstanding er niet zou zijn, dan
heeft de dood geen zin. Dan zijn alle mensen die gestorven zijn er ook
niet meer. Maar de Bijbel zegt dat Hij is opgestaan. Geloven
we
niet in de opstanding van de doden, dan zijn wij de
beklagenswaardigste van alle mensen. Als we alleen onze hoop
in
dit leven op Jezus hebben gevestigd, dan heeft dat geen zin, want het
gaat juist om zijn opstanding en zijn verzoening van onze zonden. Hij
is als eersteling opgestaan. Maar wij zullen ook opstaan en
wel in
de volgorde die Hij heeft bepaald. Eerst wij, als gelovigen
die
met Christus zijn en daarna het einde, wanneer Hij het
Koningschap
overdraagt aan de Vader. De laatste vijand is dan de dood, die
onttroond wordt. Dat zijn grote dingen. Dat gaat gebeuren. Dat zijn
enorme gebeurtenissen in de laatste strijd in de eindtijd, wanneer de
tegenstander van God onttroond zal gaan worden. En de Zoon van
God
is dan ook aan de Vader onderworpen, opdat God alles zij in allen. God
komt tot zijn recht. Hij regeert het grote wereldgebeuren. Hij heeft
alles in zijn hand. Hij laat niet met zich spotten. Hij gaat door. Hij
volvoert zijn plan. Hij wekt de doden op. En wie met Christus zijn,
zijn met Hem. Daarna het einde. En het einde zal resulteren in het
onttronen van de macht van de dood. De duivel is de mensenmoordenaar
van den beginne. De dood was er niet in het begin. En de dood zal weer
onttroond worden. Dan zullen we met Hem als koningen heersen in
eeuwigheid. Heerlijk toch? Wat een perspectief.
Wat een dom geredeneer om te beweren dat er geen opstanding is. Als er
geen opstanding is, is er ook geen kruis en als er geen kruis is, dan
is er geen verzoening en als er geen verzoening is, dan is er
geen
hoop. We moeten ons niet ophouden met die mensen. Slechte omgang
bederft goede zeden. Komt tot de rechte nuchterheid en zondigt niet
meer, want sommigen hebben geen besef van God. Tot uw beschaming moet
ik dit zeggen. Duidelijke taal. Pak uw Bijbel! Lees elke dag! Laat je
niet afleiden! En ben je het kwijt geraakt: lezen! De Bijbel legt
zichzelf uit, want God is erbij. Hij wil ons niet in de eeuwige dood
hebben, maar in het eeuwige leven.
1 Corinthiërs 15:35-49
|
15:35 |
Maar, zal iemand zeggen, hoe worden de doden opgewekt? En met wat voor lichaam komen zij? Dwaas! |
|
15:42 |
Er wordt gezaaid in vergankelijkheid, en opgewekt in onvergankelijkheid;… |
|
15:44 |
Er wordt een natuurlijk lichaam gezaaid, en een geestelijk lichaam opgewekt. |
|
15:45 |
Is er een natuurlijk lichaam, dan bestaat er ook een geestelijk lichaam. |
|
15:49 |
En gelijk wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij het beeld van de hemelse dragen. |
Een
kort stukje, maar vol van kracht. Dwaas om je af te vragen hoe het zal
zitten met de opstanding. Het natuurlijke komt eerst. Dat zien we toch
voor ogen. Lees het stukje nog maar eens. Paulus gebruikt gewoon
voorbeelden uit de natuur. Hoe zit het met het natuurlijke? We hebben
beesten en we hebben mensen. Er is verschil. We zaaien in
vergankelijkheid. Want alle vlees sterft. Jesaja 40. Maar we worden
opgewekt in onvergankelijkheid. We sterven vleselijk, maar we
worden herboren geestelijk. Net zoals het graan in de aarde. Het sterft
eerst, maar er komt nieuw leven uit. Wat een wonder. Wie kan dat
verklaren? Zeg het maar. Als u het dan zo goed weet, leg dat dan maar
eens uit. Waarom moet het eerst sterven om te ontkiemen, te groeien en
nieuw leven voort te brengen? Is dat niet een wonder. Is dat niet een
geweldig teken van God? Is dat niet Gods scheppingskracht? Zeg het
maar. Of weet u het soms beter? Dan mag u het ook zeggen. We moeten de
kritiekasters halfweg komen. Ze roepen maar: Er is geen opstanding. Of
hoe zou dat dan gaan? Nou, vertel ze het verhaal van de graankorrel. Is
het waar? Ja, natuurlijk is het waar. We zien het toch elk jaar. De
boer gaat zaaien en hij is er zeker van dat hij kan oogsten. Daar
twijfelen we niet aan.
Maar als het over God gaat, dan hebben we alle vragen op een rij. Dan
zijn we zo achterdochtig. Niet eerlijk. We worden geboren in
vergankelijkheid, maar staan op in onvergankelijkheid. We leven met een
natuurlijk lichaam maar staan op met een geestelijk lichaam. Het
natuurlijke komt eerst. En als er een natuurlijk lichaam is, dan is er
ook een geestelijk. Daar hoeven we niet aan te twijfelen. Adam had een
natuurlijk lichaam. De tweede Adam (Jezus) heeft een geestelijk
lichaam. De eerste Adam krijgt dat nog. We worden dus
geschapen om
straks met een geestelijk lichaam eeuwig te leven. En wie wil dat nu
niet? Wil je dan sterven en voor eeuwig in de grond blijven? Neen. Je
wilt leven en het liefst eeuwig leven. Nou, dat kan. Geloof in Jezus!
Volg Hem! Lees je Bijbel, bid elke dag! Je zult het ontdekken. Het is
waar! Het is waar! Het is niet waar omdat ik het zeg. Het is waar omdat
het waar is. Je wordt geboren om eeuwig te leven. Er is het
natuurlijke, maar er is ook het geestelijke. Daar kun je niet
aan
twijfelen want je bent er toch als natuurlijk leven? Heerlijk om dat te
weten. En als je het weet, dan ben je niet meer dezelfde, maar dan weet
je dat je eeuwig leeft. De graankorrel sterft in de akker van de wereld
om nieuw leven voort te brengen. Dat is toch heerlijk? Daar word je
alleen maar blij en dankbaar van. Dat maakt je enthousiast. En daar kun
je elke dag mee verder. Ook vandaag. Glorie voor de Schepper! Die God.
Wat een zegen. Wat een blijdschap in dit tranendal, waar zoveel je
tegen kan zitten, maar met het zicht op het eeuwige, het
geestelijke, kan niets je daarvan afhalen. Glorie voor zijn Naam!
1 Corinthiërs 15:50-58
|
15:50 |
Dit spreek ik evenwel uit, broeders: vlees en bloed kunnen het Koninkrijk Gods niet beërven, en het vergankelijke beërft de onvergankelijkheid niet. |
|
15:51 |
Zie, ik deel u een geheimenis mede. Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden, |
|
15:52 |
in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin,… |
|
15:53 |
Want dit vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen. |
|
15:54 |
…zal het woord werkelijkheid worden,… De dood is verzwolgen in de overwinning. |
|
15:55 |
Dood,
waar is uw overwinning? |
|
15:56 |
De prikkel des doods is de zonde en de kracht der zonde is de wet. |
|
15:57 |
Maar Gode zij dank, die ons de overwinning geeft door onze Here Jezus Christus. |
|
15:58 |
Daarom, mijn geliefde broeders, weest standvastig, onwankelbaar, te allen tijde overvloedig in het werk des Heren, wetende, dat uw arbeid niet vergeefs is in den Here. |
Ja,
dat is dan duidelijk. Vlees en bloed kunnen het Koninkrijk Gods niet
beërven. Het vergankelijke kan het onvergankelijke
niet
beërven. Het gaat om het geestelijke. We worden allen opgewekt
bij
de laatste bazuin. En zij die nog leven worden veranderd in een
ondeelbaar ogenblik. Het gaat om het Koninkrijk van God.
Willen we
dat beërven, dan moeten we Jezus aandoen. Dan moeten we, Gode
zij
dank, door genade weten een kind van God te zijn. Dan is de dood niet
meer de laatste prikkel. Dan is de dood verzwolgen in de
overwinning. De laatste prikkel. Wat kan de dood hardvochtig
zijn.
De dood probeert het leven kapot te maken. De dood hoort niet
bij
het leven. De dood is de stuiptrekking van het vergankelijke. Het
blijft ook niet bij de dood. We doen onvergankelijkheid aan door Jezus
Christus. Hij gaf zijn leven in de dood om ons het eeuwige leven te
geven. Hij droeg onze schuld, opdat wij de onvergankelijkheid
kunnen aandoen. Daarom zal de dood verzwolgen worden. En
daarom
moeten we heel goed beseffen dat vlees en bloed het Koninkrijk der
hemelen niet kunnen beërven. En dat spreekt dan ook
vanzelf.
We moeten het geestelijk zien.
Dood, waar is uw overwinning? Dood, waar is uw prikkel? De prikkel des
doods is de zonde en de kracht van de zonde is de wet. Wat is het weer
een uit het leven gegrepen verhaal. Het is waar. De prikkel van de dood
is de zonde. De zonde leidt ons naar de eeuwige dood. De zonde doet de
dood kennen. De zonde is de weg in de duisternis. Dat leidt niet tot
het licht. Dat weten we allemaal. En de wet is de bevestiging van de
dood van de zonde. Want de wet zegt wat we niet moeten doen. Doen we
het wel dan volgt de dood. Maar de overwinning op de dood is de genade
van Jezus Christus. Daar word je blij van. Dan zie je het weer zitten.
Daarom, wees standvastig en onwankelbaar. Overvloedig in het werk des
HEREN, wetende dat uw arbeid niet tevergeefs is in de Here. Werk zolang
het dag is. Ook al zien we de dood alom om ons heen en ook in ons eigen
lichaam. De overwinning is zeker. Daarom kunnen we tot onze laatste
snik enthousiast doorwerken. Want de dood is overwonnen op het kruis
van Golgotha. Voor ons is de dood alleen maar het verwisselen van het
vergankelijke met het onvergankelijke. Heerlijk om zo te mogen
leven. Hoe zouden we het anders volhouden?
1 Corinthiërs 16:1-9
|
16:2 |
…elke eerste dag der week legge ieder uwer naar vermogen thuis iets weg, en hij spare dit op,… |
|
16:3 |
…om uw liefdegave te Jeruzalem af te dragen. |
|
16:7 |
Want ik wil u thans niet in het voorbijgaan bezoeken,… |
|
16:9 |
…want mij is een grote en machtige deur geopend en er zijn vele tegenstanders. |
Heel
praktisch. Het werk van God moet ook voortgang hebben. Eke eerste dag
der week legge ieder uwer naar vermogen thuis iets weg. Kijk, wat in je
vermogen ligt, om weg te leggen. Heel simpel. Moet je ook
doen!
Gewoon een potje maken waar je het in legt. Sommigen sparen alle
euro’s die ze krijgen, anderen euro-dubbeltjes. Weer anderen
geven gewoon elke maand een vast bedrag. Je kunt het op zo veel
manieren doen. Maar je moet het doen. Dat is het geheim. Want je helpt
er anderen geweldig mee. Wat is er een geld. Als je geen geld hebt, dan
moet je toch je tienden proberen te geven. Van een euro is dat een
dubbeltje. Als je het doet, zul je merken, dat het altijd kan. Daar
rust zegen op, lezen we in Maleachi 3.
Als je niet voor de HERE afzondert, hoe kan de HERE dan zegenen? Wij
vragen wel de zegen, maar zonderen niet af. Moeten we de
Bijbel
maar eens over opslaan. We hebben verschillende verhalen hoe de mensen
geven voor de HERE. Als de tabernakel gebouwd moet worden, als de
tempel gebouwd moet worden, als de eredienst betaald moet worden. De
offerkist in de tempel. Het penningske van de weduwe tegenover de rijke
die van zijn overvloed eigenlijk niets geeft. We hebben er een
rijkdom-armoede gave van gemaakt. Eigenlijk geven we niets. Als we
één procent geven dan is het al veel. De
belastingdienst kent de 10-procent aftrek, maar dat is met ons
salarissysteem eigenlijk ook veel te weinig. Vroeger leek het nog
ergens op misschien. We moeten de giften-systemen veel meer cultiveren.
We moeten daar eens een stuk over schrijven. Heerlijk om hierover na te
denken. Want het hoeft ook niet altijd in geld. Het kan ook in
goederen. Want de offers in de tempel waren ook om de Levieten in het
levensonderhoud te voorzien. Paulus zamelt het in voor de gemeente in
Jeruzalem. Heerlijk om aan andere projecten, gemeenten, te
geven.
Dat moeten we meer cultiveren.
Paulus wil Corinthe bezoeken. Hij gaat over Macedonië, maar is
nu
nog even in Efeze, want er is hem een grote en machtige deur geopend
maar er zijn veel tegenstanders. Dat is altijd zo als je nieuwe kansen
krijgt, dan ligt de vijand al op de loer. Daar moeten we op voorbereid
zijn. Deze tekst moeten we ons inprenten. Wij zijn zo van
streek.
Als we ergens op dreef zijn en er komt een kink in de kabel, dan zijn
we in de war. Dat vindt de tegenstander prachtig. Want dan heeft hij
weer zijn zin. Dan is er weer duisternis en wordt het licht verdreven.
Maar het omgekeerde moet gebeuren. Het licht moet de duisternis
verdrijven. Kijk maar. Steek een kaars aan en het licht verdrijft de
duisternis. Doe je de kaars uit dan wordt het weer donker. Stom. De
kaars moet je laten branden, juist als het donkerder wordt. Hoe
donkerder het wordt, hoe helderder het schijnsel van de kaars
is.
Paulus wil langere tijd in Corinthe blijven. Dat is maar goed ook. Want
er is ook heel wat aan de hand. Het is goed om brieven te schrijven,
maar het is veel beter om zelf, persoonlijk, de situatie onder ogen te
zien en gesprekken te voeren en te bidden. Daar gaat het om. Heerlijk,
om zo bezig te zijn. Heerlijk, om ook te zien hoe praktisch Paulus is.
Het gaat over reizen, over tijd en over geld en onderdak en alles wat
logistiek moet gebeuren. Maar hij gaat naar Corinthe. Prijs de Heer!
1 Corinthiërs 16:10-24
|
16:10 |
Wanneer Timotheüs komt, zorgt er dan voor, dat hij bij u niet afgeschrikt wordt, want hij doet het werk des Heren evenals ik;… |
|
16:13 |
Blijft waakzaam, staat in het geloof, weest manlijk, weest sterk! |
|
16:14 |
Laat alles bij u in liefde toegaan. |
|
16:22 |
Indien iemand de Here niet liefheeft, hij zij vervloekt. |
|
16:23 |
Maranatha! De genade van de Here Jezus zij met u. |
|
16:24 |
Mijn liefde is met u allen in Christus Jezus. |
Zo,
deze brief is ten einde. Nou, het was me de brief wel. Je zult maar
zo’n brief krijgen. Er was dus wel heel wat aan de hand in
deze
gemeente. Goed dat we het allemaal weten. Want dan kan het ons ter
waarschuwing zijn dat wij zulke toestanden in de gemeente moeten
voorkomen. Het is eigenlijk geweldig om dit allemaal te lezen. We
moeten het dan andersom lezen. Want we ontvangen liever een
ander
soort brief. Eén waarin we geprezen worden omdat we dicht
bij de
woorden van Jezus blijven en dat de liefde heerst in onze
gemeente
en dat er geen twisten en zonden in de gemeente zijn. Maar we moeten
ons ook laten gezeggen als we zelf niet op liefde uit zijn Hoe vaak is
dat niet zo? We zitten zo in de verkeerde hoek. We beoordelen en
veroordelen maar, in plaats van te bidden voor de mensen die het niet
met ons eens zijn. Dat vergeten we al te vaak. We zien vaak de
problemen in het platte vlak. En dan gaat het mis. We moeten het vanuit
God zien. God voert de strijd tussen licht en donker. Een geestelijke
strijd. Wij allen worden aangevallen door de duistere krachten
om
ons van God af te houden. En dat lukt nogal eens. We zijn dan het
slachtoffer van die boze machten. En dan gaat het mis. Dan gaat het van
kwaad tot erger. Dat is gevaarlijk. Niet doen. Niet doen. Opletten!
Daarom zegt Paulus ook: weest onwankelbaar en standvastig. Dat
is
nodig, omdat de krachten buiten God op ons proberen in te beuken. Het
stormt om ons heen en die storm wil ook binnen in ons komen.
Het slot zegt heel veel. Ontvang Timotheüs. Hij is jong en
Paulus
is bang dat ze hem zullen afwijzen of het hem moeilijk zullen maken. Er
is ook zo veel onrust in de gemeente. En hij noemt een aantal andere
namen. Waakzaam blijven. In het geloof staan. Manlijk zijn en sterk.
Laat alles bij u in liefde toegaan. Daar moeten we zelf eens
op
letten. Wat dragen wij bij aan deze vermaningen? Laten wij ons
door deze vermaningen gezeggen? We moeten dan niet eerst naar de
anderen kijken maar zelf zien wat wij daaraan bijdragen. We
zullen
versteld staan.
Ook de andere gemeenten groeten de Corinthiërs. Hieruit blijkt
ook
de gemeenschap der heiligen. We zijn samen gemeente in het
lichaam
van Christus. Zie toe op elkaar. En dan met een eigenhandige groet van
Paulus. Kennelijk heeft hij de brief door een ander laten schrijven.
Hij kon wel schrijven. Maar zou hij dan zoveel last van zijn ogen
hebben gehad, dat hij zelf niet meer schrijven kon. We weten het niet.
Maar Paulus schrijft dan: Indien iemand de HERE niet liefheeft, hij zij
vervloekt. Dat is duidelijke taal. En zo is het natuurlijk
ook.
Wie Jezus niet lief wil hebben, die haalt zelf een vloek over zich.
Maar hier wordt uitgenodigd om Jezus aan te nemen. Maranatha. Kom, Here
Jezus. De genade van onze Here Jezus zij met u. Genade is het. Enkel
genade. Dank U Here Jezus. Mijn liefde is met u allen in Christus
Jezus. Daar gaat het om. Laat onze liefde die we ook alleen maar uit
genade hebben gekregen van de Here Jezus met ons zijn en van daaruit
ons leven vullen en uitstralen naar onze naaste. Heerlijk. Wat een
fantastisch leven. Dat gun je ieder. Kom en doe mee! De toekomst, het
eeuwige leven, ligt vlak om de hoek. Keer je om en kijk in de goede
richting. Bekeert u!
Over tevreden zijn met genoeg

“Wees
niet bezorgd” leert de bergrede van Jezus ons. Deze door Time
to
Turn gegeven lezing wil mensen uitdagen om te genieten van genoeg,
zodat ook anderen genoeg hebben om te genieten.
Jezus zegt in Mattheus 6 dat we niet tegelijkertijd God kunnen dienen
en ‘de Mammon’. Want waar onze schat is, daar zal
ons hart
zijn. Wat is het belangrijkst in ons leven? Wanneer we voor alles
zoeken naar Gods koninkrijk en Zijn gerechtigheid, belooft God dat Hij
ons zal geven wat we nodig hebben. Genieten betekent ten diepste
‘kunnen ontvangen’. Genieten van genoeg houdt in
dat niet
altijd onze eigen materiele behoeften voorop staan, maar dat we
afhankelijk durven zijn van God, oog krijgen voor de samenleving en
leren ‘rechtvaardig’ te leven. Ook als het gaat om
hele
praktische zaken, waar Matteus 6 over spreekt.
Inleiding
Een
seminar over genieten, dat is niet verkeerd. Genieten, daar kunnen de
meeste mensen zich wel iets bij voorstellen. Maar genoeg? En dan ook
nog genieten van genoeg? Je geniet toch vaak juist van het
extra’s, dat wat anders is dan gewoon? Er zit een paradox in
genieten van genoeg.
Weinig mensen in Nederland zeggen dat ze genoeg hebben. Vraag de eerste
de beste persoon op straat of hij genoeg heeft. De meeste mensen zullen
antwoorden dat er nog wel wat dingen op hun verlanglijstje staan. We
letten op wat we tekort komen, niet op wat genoeg is. Eigenlijk hebben
we zelden genoeg, we willen altijd meer.
Consumptie
Hoe
komt het dat we nooit genoeg hebben? We kijken graag naar wat een ander
heeft. En dan vooral naar mensen die meer hebben dan jij. Dat roept
vervolgens begeerte of verlangens op: "Dat wil ik ook". We bootsen een
ander na. Dit gevoel zit diep ingebakken in de mens: kinderen doen
alles om erbij te horen. Daar rekenen ze elkaar vervolgens ook op af.
Het gebeurt op kleinschalig niveau in de klas, ook op grotere schaal
bij volwassenen. Wie veel heeft, hoort er automatisch bij. Wie rijk is,
krijgt snel een mooie plek. Met een mooi pak en snelle auto word je al
snel goed behandeld. Wie niets heeft, komt er ook niet zomaar tussen.
Daar lopen mensen met een grote boog omheen. Wij kijken enorm naar de
buitenkant. Zo kan de mate van consumptie leiden tot sociale
uitsluiting en dat kan ver gaan.
Gevoel van nooit genoeg hebben wordt ons ook ingeprent door de reclame.
Die is slechts gericht op 1 ding: koop mij! Er worden behoeften
gekweekt. Sterker nog: je zou wel gek zijn als je dat product niet zou
kopen. Als je deze parfum op doet, wordt je relatie weer helemaal top.
Met dit nieuwe pak krijg je geheid die nieuwe baan. Ik heb mensen nog
nooit zo gelukkig gezien als in sommige reclames. Gewoon te koop met
een nieuw paar gouden oorbellen. Er wordt een bepaalde waarde toegekend
aan producten, die ze absoluut niet waar kunnen maken.
Mensen denken gelukkig te worden met spullen. Het gekke is dat als je
mensen vraagt waar ze echt gelukkig van worden, echt van kunnen
genieten, dat veel mensen persoonlijke contacten noemen. Tijd nemen
voor elkaar. Tegelijkertijd roept iedereen om me heen: ik heb geen
tijd, ik heb het zo druk. En waar zijn we dan zo druk mee? Met werken
en onze consumptie. Materieel rijke samenleving vraagt veel tijd: tv,
tuin etc. Minder tijd over voor omgang met mensen. Meestal functioneel.
Vandaag de dag steeds meer tijd tekort. En dus hebben we geen tijd om
te genieten.
Genieten is niet af te kopen, genieten vraagt tijd en aandacht. De
mentaliteit is vaak: "I want it all, I want it now", waarbij mensen
kort lol aan iets beleven, en al gauw toe zijn aan iets nieuws. Wil je
echter kunnen genieten, dan vraagt dat tijd. Om er uit te kijken, iets
te verwachten te leven en volop te gebruiken.
Er bestaat op de wereld een groot contrast tussen rijk en arm: mensen
die veel hebben en mensen die te weinig hebben; veel mensen moeten
rondkomen van 1 dollar per dag. Zelf in Europa leven miljoenen mensen
onder de armoedegrens. In VS kent 1 op de 4 kinderen honger. Zij hebben
niet genoeg. De VN doet regelmatig onderzoek naar de verdeling van
consumptie en inkomen wereldwijd. Uit het Human Development Report
bleek dat de kloof tussen arm en rijk steeds meer toeneemt. Om uit te
beelden hoe de verdeling wereldwijd is, heb ik 50 bekertjes water
meegenomen. Zouden er 10 mensen willen helpen om uit te beelden hoe de
verdeling is? Rijkste 20% = 2 mensen, nemen 86% van de totale
consumptie voor hun rekening. Overige 80% = 8 mensen, gebruiken overige
14%. Voor de 8 mensen zijn er dus 7 bekertjes, niet eens 1`per persoon.
De 2 rijke mensen kunnen samen 43 glazen leegdrinken.
Wat zegt de bijbel over
bezit, over genoeg. Veel! (in bijvoorbeeld De Bergrede)
Bergrede: Matt. 6:19-34
Jezus is heel zwart-wit: verzamel geen schatten op aarde, maar schatten
in de hemel. Je kunt niet God dienen en de Mammon. Onmogelijk. Mammon
staat voor: opgestapeld bezit, meer meer meer. Het kan je leven
beheersen. Misschien denkt u nu wel: "Ach, dat valt toch wel mee. Het
geldt niet voor mij, ik zit niet zo vast aan mijn spullen." Nou, ik kan
u aanraden eens te proberen bij iemand een auto te lenen. Dan merk je
hoe moeilijk mensen het vinden om afstand te doen van hun spullen. Veel
mensen brengen offers voor het verdienen van veel geld, geven veel van
hun tijd en energie eraan, ten koste van gezin, kerk, geloof.
Geen schatten op aarde: mag je dan niets hebben? In de bijbel: nergens
veroordeling van bezit, rijkdom zegen van God. Je ziet het bij Abraham,
bij Job. Geld is niet fout, geldzucht wel. Accent ligt op
‘zich
verrijken’. Zoek geen schatten op aarde. Wees er niet zo op
gefixeerd. Consumptie kan met je op de loop gaan.
Jezus spreekt in vers 22 en 23 over je ogen: wat zie je en hoe kijk je?
Helemaal aan het begin van de bijbel zie je hetzelfde gebeuren bij Adam
en Eva. Ze mochten niet eten van de vrucht van de boom, midden in de
hof. Ze konden er langs lopen, kijken en zien: dit is dus de boom
waarvan we niet mogen eten. Punt. Op naar de volgende boom. Nee, Eva
keek met andere ogen. Ze zag dat de boom goed was om van te eten, Gen.
3:6, dat hij een lust voor de ogen was, ja dat de boom begeerlijk was
om daardoor verstandig te worden de leugen die hen is voorgehouden. En
ze eten. Meteen daarna, vers 7, "Toen werden hun beider ogen geopend"
Vaak kunnen we ons allerlei dingen bedenken die het oog en het lichaam
onzuiver maken: occulte dingen, zonden. Wie denkt daarbij aan het
alledaagse materialisme? Toch gaat het over hele gewone dingen waar
Jezus het hier over heeft: eten, drinken, kleding. Schatten op aarde,
die kunnen verroesten of vergaan. Het gaat dus niet alleen om bladen
waar bloot in voorkomt, maar een doodnormale reclamefolder kan
hetzelfde effect hebben.
Hoe kijk je naar alles om je heen? Hoe kijk je naar spullen? Hangt
alles ervan af? Hangt je identiteit bijvoorbeeld ervan af? Ik heb dus
ik ben?
Jezus is duidelijk over de schatten van de aarde: er komt roest, ze
vergaan. De aardse schatten: ze kunnen me gestolen worden. De schatten
in de hemel daarentegen hebben eeuwigheidswaarde. Jezus kijkt vanuit
een heel ander perspectief! En Hij ziet dat de schatten tussen God en
ons in kunnen staan. We kunnen niet of of, we kunnen ons hart slechts
aan een van de twee helemaal geven. Waar mijn schat is, daar is mijn
hart, mijn vertrouwen, mijn zekerheid, mijn troost, mijn God.
Zekerheid
Wij
denken vaak dat we ons met spullen allerlei zekerheid kunnen opbouwen.
Zekerheid en zorgeloosheid. Daarom willen mensen in onze samenleving
alle risico’s uitsluiten. Ik word regelmatig gebeld om een
lening
te nemen of een hypotheek af te sluiten. U kent dat wel, altijd onder
etenstijd: "Heeft u een kwartiertje de tijd?" Alle dingen kunnen tot in
het uiterste worden verzekerd. En natuurlijk moet je daar ook
zorgvuldig mee omgaan. Maar je hebt nooit alles in de hand. Jezus
benadrukt dat ook met de gelijkenis van de rijke dwaas in Lucas
12:13-21. Hij waarschuwt daar voor de hebzucht, want "ook als iemand
overvloed heeft, behoort zijn leven niet tot zijn bezit." Gelijkenis,
die eindigt in vers 20: "Maar God zei tot hem: Gij dwaas, in deze eigen
nacht wordt uw ziel van u afge-eist en wat gij gereedgemaakt hebt, voor
wie zal het zijn? Zo vergaat het hem, die voor zichzelf schatten
verzameld en niet rijk is in God." Heb je die schatten weer.
We denken zekerheid in te bouwen door onze spullen, maar in feite
veroorzaken de grote hoeveelheid spullen veel mensen juist stress in
plaats van zorgeloosheid: je moet je huis goed beveiligen, je kunt niet
zomaar op vakantie, anders halen ze je huis leeg. Precies wat Jezus in
Matt. 6 al voorzegt. Door bezorgd te zijn willen we zorgeloos worden.
Maar dat kan helemaal niet.
25-34: God zorgt
Jezus zegt: wees dat niet bezorgd over je eten, drinken en kleding. Als
je God dient, zal ik voor je zorgen. Hij zegt het meerdere keren: maak
je daar nou niet druk om. De hemelse vader weet dat je dat nodig hebt.
Dat vraagt vertrouwen!! God belooft genoeg te geven voor iedere dag.
Vaak vinden wij het echter moeilijk om te vertrouwen. We willen ook de
volgende dag zeker stellen. We kunnen vaak moeilijk genieten van wat we
vandaag ontvangen, omdat we ons zorgen maken over morgen. Maar Jezus
zegt juist: maak je geen zorgen over morgen, elke dag heeft genoeg aan
zijn eigen kwaad.
Genieten betekent in de diepste zin: ‘kunnen
ontvangen’.
Dat is een kunst op zich. Ontvangen kun je alleen met lege handen. Wat
dat betreft kunnen we veel leren van de vogels en de lelies. Zij doen
wat ze moeten doen en ontvangen wat ze nodig hebben van hun Schepper.
Als God al vogels en bloemen verzorgt, hoeveel temeer zal Hij ook niet
zijn kinderen geven wat ze nodig hebben? In vers 32: "Want uw hemelse
Vader weet dat gij dit alles behoeft." Nodig: dus genoeg.
Deze zorg zag je bijvoorbeeld bij het volk Israël in de
woestijn:
ze kregen dagelijks het manna dat voor die dag voldoende was. Wanneer
het bewaard werd, verrotte het. Het was voldoende voor die ene dag en
mensen konden erop vertrouwen dat er voor de volgende dag ook voldoende
was. Dat viel voor sommigen echt niet mee. Hetzelfde heeft Jezus ons
geleerd in het Onze Vader, waarin we bidden: geef ons heden ons
dagelijks brood. Genoeg voor die ene dag.
Bonhoeffer zei daarover in zijn boek ‘Navolging’:
"Wie
morgen geheel in Gods hand legt en vandaag geheel ontvangt wat hij voor
het leven nodig heeft, die is alleen echt veilig gesteld."
Genieten van genoeg
Hoe kun je dan wel genieten van genoeg? Wat moeten we doen?
God geeft genoeg
Jezus zegt in Joh. 10:10 (Goede herder) dat Hij gekomen is om leven te
geven en overvloed. God geeft meer dan we nodig hebben. Overvloed ken
je alleen als je weet wat genoeg is.
Het grote verschil tussen overvloed en overmaat.
Theorie: 1 beker genoeg: rest is overvloed.
Praktijk: niet 1, 2 bekers nodig. We passen onze leefstijl aan en
vinden dat we er 3 nodig hebben. We maken de maat groter. Deze overmaat
leidt ertoe dat we geen overvloed meer kennen. In de VS, waar mensen
gemiddeld veel te besteden hebben, zijn tegelijkertijd een groot
percentage mensen ontevreden.
Overmaat leidt ook tot onrecht. Omdat wij in de rijke landen in zoveel
overmaat leven, anderen ontzettend veel tekort hebben. Veel
grondstoffen voor onze welvaart, i.p.v. voor basisbehoeften Zuiden. Het
milieu wordt vervuild voor onze overconsumptie. Wij sluiten onze ogen
voor de armen en boeken een vierde vakantie.
UNEP: hier terug met factor 10 voor ruimte voor basisvoorzieningen voor
iedereen mogelijk.
Geef!
Jezus
zegt: "Zoekt eerst het koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid en dit
alles zal u bovendien geschonken worden." Dit komt dus eerst, het
andere volgt. Voor alles komt dit zoeken. De ongelijke verdelingen
zoals bij de bekertjes is denk ik een van de dingen die te maken hebben
met recht. De bijbel staat er vol van hoe we kunnen omzien naar de
arme. (Jesaja 58).
Dat is het principe van het koninkrijk van God: totaal anders dan die
in onze maatschappij. Bij God is het: geef en je zult ontvangen. Deel
met anderen en je hebt zelf genoeg. Vertrouw niet op je spullen, maar
op God. Andere tekst: Spreuken 28: 25 en 27: "De hebzuchtige verwekt
twist, maar wie op de Here vertrouwt, wordt overvloedig verkwikt. Wie
de arme geeft, zal geen gebrek lijden; maar wie zijn ogen toesluit,
wordt zwaar vervloekt." Voortdurend staat er geschreven dat je moet
geven en delen en daaraan verbonden een belofte: je zult gezegend
worden met een leven in overvloed.
Dus leer te delen!! Richtlijnen in de Bijbel over hoe je omgaat met
geven: tienden, gastvrijheid, kleding etc. Spullen krijg je niet voor
jezelf, maar alles is van God. Belangrijk daarbij is het besef dat we
rentmeesters zijn over ons geld en goed. Dus geen eigenaar. God is de
eigenaar van alles, van alles wat Hij geeft in Zijn schepping, en ook
van onze portemonnee (Hag 2:9 "Van Mij is het zilver en van Mij is het
goud, luidt het woord van de Here der heerscharen"). Richard Foster
noemt in zijn boek ‘Geld, sex en macht’ de tip van
de
stickers: eigendom van God. Misschien is het wel nodig om het besef
echt tot ons door te laten dringen. Wij hebben het in beheer namens Hem
en moeten het zo besteden als Hij zou willen. Zodat het ten goede komt
aan Zijn koninkrijk. Ga er zo mee om dat je dat doet zoals Hij dat zou
doen. Wat would Jesus do??
Dan leidt het zoeken naar Gods koninkrijk en Zijn gerechtigheid tot een
houding van geven. Er is een verband tussen onze welvaart hier en de
armoede in de Derde Wereld. Als ons eigen bezit relatiever wordt, gaan
onze ogen open voor de noden om ons heen, ver weg en dichtbij. Het
liefhebben van je naaste betekent een ander iets voluit gunnen, dus
geen rivaliteit of concurrentiejacht. Leven begint bij ontvangen en
geven, niet bij produceren. Geef met een blij en vrijgevig hart: 2 Cor
9:6-8.
Opdracht die we serieus moeten nemen. Lezen: Maleachi 3:6-10. Belofte
aan verbonden. Jezus laat deze opdracht staan: Matt. 23:23. Het gaat
Hem ook om het hart van waaruit je geeft. Oordeel, barmhartigheid en
trouw. Ook verhaal van de weduwe bij de offerkist (Lucas 21:1-4). In de
bijbel wordt gesproken over het geven van eerstelingen - niet van de
rest.
Is geven een plicht -weggeven en je bent het dus kwijt?- of zie je het
geven als teruggeven aan God, de eigenaar en als investering in Zijn
koninkrijk voor Zijn schepping of broeders en zusters die in armoede
leven? Het antwoord hierop laat ook zien in hoeverre je vastzit aan de
‘schatten op aarde’. Foster schrijft: "Het besef
dat God de
eigenaar van alle dingen is, bevrijdt ons van een bezitterige en
overbezorgde geest." Daarbij kun je de vraag over het geven op twee
manieren stellen: "Hoeveel van mijn geld moet ik afstaan aan God?"
wordt: "Hoeveel van Gods geld mag ik voor mijzelf houden?"
Werkelijk een andere manier van denken: niet vanuit het minimale
(wanneer komt God niets tekort) maar vanuit het maximale: hoe kan ik
Gods koninkrijk optimaal dienen? En God belooft dan dat Hij zal zorgen,
daar staat de Bijbel vol van!
Doorgedacht over tevreden zijn -
begeren - belangrijkste doelen
Heiligheid, met
tevredenheid is een groot goed.
1 Tim 6:6 - Maar voor wie tevreden is met wat hij heeft, is het geloof
grote winst.
Leer tevreden te zijn,
ant de liefde voor geld brengt ellende
1 Tim 6:7-10 - Wij hebben niets in deze wereld meegebracht en kunnen er
ook niets uit meenemen. Wij hebben voedsel en kleren, laten we daar
tevreden mee zijn. Wie rijk wil worden, staat bloot aan verleiding,
raakt in een valstrik en valt ten prooi aan dwaze en schadelijke
begeerten die een mens in het verderf storten en ten onder doen gaan.
Want de wortel van alle kwaad is geldzucht. Door zich daaraan over te
geven, zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben ze zichzelf
veel leed berokkend.
Blijf weg van de liefde
van gedl en weest tevreden
Heb 13:5 - Laat uw leven niet beheersen door geldzucht, neem genoegen
met wat u hebt. Hij heeft immers zelf gezegd: ‘Nooit zal ik u
afvallen, nooit zal ik u verlaten,’
Tevreden te zijn, zelfs
in de meest moeilijke omstandigheden van het leven
Fil 4:11-13 - Ik zeg dit niet omdat ik gebrek lijd; ik heb geleerd om
in alle omstandigheden voor mezelf te zorgen. Ik weet wat het is om
gebrek te lijden, maar ook wat het is om in rijkdom te leven. Ik heb
alles aan den lijve ondervonden: overvloed en honger, rijkdom en
gebrek. Ik ben tegen alles bestand door hem die mij kracht geeft.
5. Tevredenheid leidt tot vrede
Spr 17:1 -Beter een stuk droog brood en vrede dan een huis vol met
voedsel en ruzie.
6. Het leven bestaat niet uit hetgaan je bezit
Luc 12:15 - Hij zei tegen hen: ‘Pas op, hoed je voor iedere
vorm
van hebzucht, want iemands leven hangt niet af van zijn bezittingen,
zelfs niet wanneer hij die in overvloed heeft.’
De gelijkenis van de
rijke dwaas, leert dat het leven meer is dan materiaal bezit
Luc 12:16-21 (De rijke dwaas bewaarde zaken voor zichzelf, maar was
niet rijk naar God toe).
Laat niet de verleiding
van rijkdom, het woord in je leven doen verminderen
Mar 4:1-20 (Gelijkenis van de zaaier).
Mar 4:7,18-20 - Weer ander zaad viel tussen de distels, en de distels
schoten op en verstikten het en het bracht geen vrucht voort.... Weer
anderen zijn als het zaad dat tussen de distels is gezaaid: ze hebben
het woord wel gehoord, maar de zorgen om het dagelijks bestaan en de
verleiding van de rijkdom en hun verlangens naar allerlei andere dingen
komen ertussen en verstikken het woord, zodat het zonder vrucht blijft.
Maar er zijn ook mensen die zijn als het zaad dat op goede grond is
gezaaid: zij horen het woord en aanvaarden het en dragen vrucht,
sommigen dertigvoudig, anderen zestigvoudig en weer anderen
honderdvoudig.’
Dood de (valse) begeerte
Kol 3:5 - Laat dus wat aards in u is afsterven: ontucht, zedeloosheid,
hartstocht, lage begeerten en ook hebzucht – hebzucht is
afgoderij
Vertrouw niet op aardse
schaten, maar op de hemelse
Mat 6:19-21 - Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde: mot en roest
vreten ze weg en dieven breken in om ze te stelen. Verzamel schatten in
de hemel, daar vreten mot noch roest ze weg, daar breken geen dieven in
om ze te stelen. Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.
Je kunt niet twee
meesters dienen
Mat 6:24 - Niemand kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de
tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de
andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen én de mammon.
Zoek eerst Gods Koninkrijk
mat 6:33 - Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn
gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden.
Zoek geen status, zoals
de discipelen dat deden
Luc 9:46-48 - Ze begonnen onderling te redetwisten over wie van hen de
belangrijkste was. Jezus merkte wat hen bezighield en hij nam een kind
bij zich, dat hij naast zich neerzette. Hij zei tegen hen:
‘Wie
dit kind in mijn naam bij zich opneemt, neemt mij op; en wie mij
opneemt, neemt hem op die mij gezonden heeft. Want wie de kleinste
onder jullie allen is, die is werkelijk groot.’
Het is beter om een
simpele levensstijl te hebben, dan rijkdom met veel conflicten in het
huisgezin
Spr 15:16-17 - Beter een schamel bezit en ontzag voor de HEER dan grote
rijkdom en veel onrust. Beter een karige schotel groenten en liefde dan
een vetgemeste os en haat.
Spr 17:1 - Beter een stuk droog brood en vrede dan een huis vol met
voedsel en ruzie.
Sloop jezelf niet om rijk
te worden
Spr 23:4-5 - Tob jezelf niet af om rijk te worden, zet dat plan opzij.
Zodra je op rijkdom afvliegt, is die al verdwenen. Hij krijgt vleugels,
plotseling, en vliegt als een arend weg.
Spr 28-6 -Beter een arme die onberispelijk leeft dan een rijkaard die
vol leugens zit.
Pred 4:6 - Maar beter is één hand gevuld met rust
dan beide vuisten vol gezwoeg en najagen van wind.
Zoek geen armoede noch
rijkdom
Spr 30:8-9 - Houd me ver van leugen en bedrog. Maak me niet arm, maar
ook niet rijk, voed me slechts met wat ik nodig heb. Want als ik rijk
zou zijn, zou ik u wellicht verloochenen, zou ik kunnen zeggen:
‘Wie is de HEER?’ En als ik arm zou zijn, zou ik
stelen en
de naam van mijn God te schande maken.
Het is beter om wijsheid
te hebben dan rijkdom
Spr 16:16-17 - Hoeveel beter is het wijsheid te verwerven dan goud,
hoezeer is inzicht te verkiezen boven zilver. Wie oprecht is, mijdt de
weg van het kwaad, wie zijn weg in het oog houdt, beschermt zijn leven
Goed bekend staan is
belangrijker dan het hebben van grote rijkdom
Spr 22:1 - Een goede naam is te verkiezen boven grote rijkdom,
waardering boven zilver en goud.
Koning Achag
oncontroleerbare begeerte, leidde hem uiteindelijk naar moord
1 Kon 21:1-4
1 Kon 21:2-4 - Sta mij uw wijngaard af,’ zei Achab tegen
Nabot.
‘Hij ligt naast mijn paleis; ik kan hem goed gebruiken om er
groente te verbouwen. Ik zal u er een betere wijngaard voor teruggeven,
of ik zal u, als u dat liever hebt, de prijs ervan in zilver
uitbetalen.’ Maar Nabot zei tegen Achab: ‘De HEER
verhoede
dat ik de grond die ik van mijn voorouders heb geërfd aan u
zou
afstaan.’ Achab ging terug naar zijn paleis, woedend en
terneergeslagen omdat Nabot tegen hem had gezegd dat hij hem de grond
die hij van zijn voorouders had geërfd niet zou afstaan. Hij
ging
op zijn rustbed liggen, met zijn gezicht naar de muur, en weigerde te
eten.
Koning Hezekiah had zijn
prioriteiten
op de verkeerde plaats. Met trots liet hij zijn aardse rijkdommen zien,
en hij werd ervoor veroordeeld
2 Kon 20:12-19
2 Kon 20:14-19 - De profeet Jesaja ging naar koning Hizkia toe en vroeg
hem: ‘Wat hebben deze mannen tegen u gezegd? Waar kwamen ze
vandaan?’ ‘Uit een ver land,’ antwoordde
Hizkia,
‘uit Babylonië.’ ‘Wat hebben ze
in uw paleis te
zien gekregen?’ vroeg Jesaja, en Hizkia antwoordde:
‘Ze
hebben alles gezien wat zich in mijn paleis bevindt. Er is niets in
mijn magazijnen dat ik hun niet heb laten zien.’ Hierop zei
Jesaja tegen Hizkia: ‘Luister naar wat de HEER te zeggen
heeft.
Het duurt niet lang meer, of alles wat zich in uw paleis bevindt, alles
wat uw voorouders tot nu toe hebben vergaard, zal naar Babel worden
weggesleept. Er blijft niets van over – zegt de HEER. Ook een
aantal van uw zonen, het nageslacht dat u hebt verwekt, zal worden
weggevoerd om dienst te doen in het paleis van de koning van
Babylonië.’ Hizkia antwoordde: ‘Het is
goed, wat u
namens de HEER tegen mij hebt gezegd.’ Want hij dacht bij
zichzelf: Dat betekent dat er zolang ik leef, rust en vrede zal heersen.
Habakuk was tevreden met
Gods leiding en hij vertrouwde hem zelfs wanneer de dingen heel erg
moeilijk waren
Hab 3:17-19 - Al zal de vijgenboom niet bloeien, al zal de wijnstok
niets voortbrengen, al zal de oogst van de olijfboom tegenvallen, al
zal er geen koren op de akkers staan, al zal er geen schaap meer in de
kooien zijn en geen rund meer binnen de omheining – toch zal
ik
juichen voor de HEER, jubelen voor de God die mij redt. God, de HEER,
is mijn kracht, hij maakt mijn voeten snel als hinden, hij laat mij
over mijn bergen gaan.
God bestrafte Gechazi
zwaar voor zijn begeerten
2 Kon 5:19-27 (Gechazi kreeg onder valse voorwendselen een cadeau van
Naaman).
2 Kon 5:19-20 - Elisa antwoordde: ‘Ga in vrede.’
Naäman was nog niet zo lang vertrokken, toen Elisa’s
knecht
Gechazi bedacht: Mijn meester heeft de Arameeër
Naäman voor
het hoofd gestoten door het geschenk dat hij voor hem had meegebracht
te weigeren. Zo waar de HEER leeft, ik ga hem zo snel mogelijk achterna
om iets van hem aan te nemen.
2 Kon 5:27 - Moge de huidvraat van Naäman voor eeuwig op jou
en je
nakomelingen overgaan!’ Gechazi verliet zijn meester, zijn
huid
schilferig en wit als sneeuw.
RIjkdommen zijn
betekenisloos, alle welvaart vervliegt
Pred 5:8-17
Pred 5:10-11 - Maar hoe groter iemands kapitaal is, des te groter ook
het aantal mensen dat het komt verbrassen. Wat heeft de eigenaar
hierbij te winnen? Hij kan alleen maar toekijken. Een arbeider slaapt
goed, of hij nu veel of weinig te verteren heeft, maar wie zwelgt in
rijkdom, kan de slaap niet vatten.
Pred 5:15-17 - Het is, ook dit, triest en ellendig, maar zoals hij is
gekomen, zo keert hij terug. Wat is het voordeel voor de mens dat hij
zwoegt voor wind? Alle dagen van zijn leven brengt hij door in
duisternis, heel zijn bestaan is vol ellende en verdriet, en vol
ontevredenheid. Het is daarom, zo heb ik ingezien, goed en weldadig
voor een mens wanneer hij zich aan eten en drinken te goed doet, en
geniet van alles wat hij heeft verworven. Daar zwoegt hij voor onder de
zon gedurende het luttel aantal levensdagen dat hij van God gekregen
heeft; dat is wat hem is toebedeeld.
Het belangrijkste doel in
het leven is om God te vrezen en zijn geboden te houden
Pred 12:13-14 - Alles wat je hebt gehoord komt hierop neer: heb ontzag
voor God en leef zijn geboden na. Dat geldt voor ieder mens, want God
oordeelt over elke daad, ook over de verborgen daden, zowel over de
goede als de slechte.
Mat 6:33 - Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn
gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden.
25. Alles wat je op aarde ziet is tijdelijk, maar wat je niet ziet is
eeuwigdurend.
2 Kor 4:18 - Wij richten ons niet op de zichtbare dingen maar op de
onzichtbare, want de zichtbare dingen zijn tijdelijk, de onzichtbare
eeuwig.
26. Zet je verlangen niet op de dingen van boven, en niet op de zaken
van de aarde
Kol 3:1-3 - Als u nu met Christus uit de dood bent opgewekt, streef dan
naar wat boven is, waar Christus zit aan de rechterhand van God. Richt
u op wat boven is, niet op wat op aarde is. 3U bent immers gestorven,
en uw leven ligt met Christus verborgen in God.
27. De rechtvaardigen zullen klaar om vrijmoedig te geven, dan om
begeerte te verlangen.
Spr 21:6 - Rijkdom verworven door bedrog is als een vluchtige adem op
zoek naar de dood.
Nagedacht
over: Rentmeesterschap
Wat is milieu eigenlijk?
Het milieu is alles wat zich om een levend wezen (een mens, dier, of
plant) bevindt en de omstandigheden die van invloed zijn op dat wezen.
Het milieu is de leefomgeving, de natuur om je heen. Onder het milieu
vallen de omstandigheden die van invloed zijn op het welzijn van de
mensheid, zoals bijvoorbeeld het klimaat van een gebied,
energieverbruik, afval (verwerking), geluid (hinder), de toestand van
de atmosfeer, van het water. Dit alles valt binnen het brede begrip
milieu.
Om tot een goed begrip van milieu te komen, is het belangrijk om te
kijken naar het allereerste begin van het milieu: de schepping.
In den beginne schiep God
de hemel en de aarde
Zo begint de Bijbel in Genesis 1:1. Het eerste bijbelhoofdstuk en sluit
af met: 'en God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet het was zeer goed'.
God heeft de wereld geschapen, met alles erop en eraan. Na zes dagen is
de schepping voltooid. De Heere overziet al Zijn werk en ziet dat het
goed is. Een volmaakte schepping. Alles is goed en alles loopt uit op
de verheerlijking van Gods Naam. Als God Adam en Eva geschapen heeft,
zegt Hij: ‘Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult
de
aarde, en onderwerp haar, en hebt heerschappij over de vissen der zee,
en over het gevogelte des hemels, en over al het gedierte, dat op de
aarde kruipt’! (Genesis 1:28) In deze woorden maakt God Zijn
wil
aan de mens bekend. Hij stelt hem aan als onderkoning over de
schepping. In Genesis 2:15 staat: ‘Zo nam de HEERE God de
mens,
en zette hem in de hof van Eden, om dien te bouwen en te
bewaren’. De mens krijgt hier een dubbele opdracht: hij moet
de
aarde bebouwen, maar ook bewaren. Bebouwen wil zeggen: de mogelijkheden
van de aarde benutten. De mens mag in de schepping deze taak op zich
nemen. Maar hij moet de schepping ook bewaren. Hij wordt geen baas over
de schepping, want hij is geen eigendom van het schepsel, maar van de
Schepper. De mens wordt aangesteld als een rentmeester over het
eigendom van de Schepper. Een rentmeester is verantwoordelijk voor een
goed beheer van dat eigendom, maar hij is zelf geen eigenaar. Het
heersen over de schepping houdt dan in: een heersen in gehoorzaamheid
aan Gods wil. Wat God wil, wordt uitgevoerd. En de mens, geschapen naar
Gods beeld, is daartoe volledig bereid. Hij kan het ook doen, omdat er
harmonie bestaat tussen hem en zijn Schepper.
Genesis 3 vertelt ons van
de zondeval, waardoor de omstandigheden van mens, dier en plant grote
veranderingen ondergaan
De zondige mens kan niet meer leven overeenkomstig Gods wil. Maar dat
niet alleen, ook de hele schepping wordt meegesleept in het verderf.
God zegt tegen Adam:’dewijl gij geluisterd hebt naar de stem
uwer
vrouw en van die boom gegeten, waarvan Ik u van gebood had; zeggende:
Gij zult daarvan niet eten; zo zij het aardrijk om uwentwil
vervloekt… De vloek rust op ‘het
aardrijk’. De aarde
zal doornen en distelen voortbrengen. Een wolf zal niet meer naast een
lam grazen. Toch wordt er in de schepping nog iets gevonden van de
harmonie en orde die God in de schepping heeft gelegd, zoals
bijvoorbeeld het verloop van de dagen. Dag en nacht wisselen elkaar af.
De zonde is er echter oorzaak van dat er geen volmaaktheid meer is. De
gevolgen van de zonde komen dus ook in de schepping tot uiting. Dat
zien we ook om ons heen. Er zijn al heel wat problemen in de schepping
zoals: gaten in de ozonlaag, zure regen waardoor de bomen
dood
gaan, vervuiling in de lucht, water en bodem, uitsterven van plant - en
diersoorten. Dit heeft alles met het milieu en milieuproblematiek maken.
Er zijn verschillende
oorzaken op te noemen voor de huidige milieuproblemen
De hoofdoorzaak vormt de economische groei, die Nederland al sinds de
Industriële revolutie (19e eeuw) doormaakt.
Om de productie te vergroten en de kostprijs te verlagen, werden
allerlei machines uitgevonden en bestaande machines verbeterd.
Fabrieken werden gebouwd, stoommachines uitgevonden en de eerste
stoomtrein ontworpen. Men maakte steeds meer gebruik van de natuurlijke
hulpbronnen, zoals steenkool, aardolie, aardgas, om energie op te
wekken en machines aan te drijven. Na de 2e wereld oorlog
maakte
de economie opnieuw een forse groei door. De schade van de oorlog was
hersteld en de aandacht werd gericht op de economie. De Nederlandse en
andere westerse overheden stimuleerden de economische groei. Zoveel
mogelijk produceren was de stelregel van ondernemers en overheid.
Immers, hoe meer productie, hoe meer winst, en hoe meer
werkgelegenheid. Ook begonnen de mensen na de oorlog steeds meer
producten te gebruiken. De welvaart in Nederland steeg. Om aan de
stijgende vraag naar producten te voldoen, werd er steeds meer en op
grotere schaal geproduceerd. Er een ontstond onder de bevolking een
mentaliteit van consumentisme en materialisme.
Onder consumentisme verstaan we: de neiging om steeds weer allerlei
artikelen aan te schaffen die niet strikt noodzakelijk zijn.
Bijvoorbeeld door steeds maar weer met de laatste mode mee te willen
doen. Consumentisme hangt dan samen met materialisme: het overdreven
waarde hechten aan stoffelijke goederen.
De economische groei
bracht echter ook een aantal nadelige gevolgen mee:
Afval en bodemverontreiniging. De Nederlandse industrie groeide snel en
ook in de landbouw werd steeds meer geproduceerd. De nadelen hiervan
zijn gekomen in de vorm van aantasting van natuur en milieu door
afvalstoffen. Want produceren betekend ook afval maken die op
één of andere manier geloosd moet worden. Het
ophalen en
verbranden van afval werd een kostbare en milieu –
onvriendelijke
aangelegenheid. De berg afval op de vuilnisbelt werd steeds groter, en
er ontstond bodemverontreiniging doordat schadelijke stoffen en
chemisch afval in de grond gedumpt werden.
Aanslag op brandstoffen en uitstoot van schadelijke stoffen. Verder
betekende de economische groei een aanslag op de fossiele brandstoffen.
Er is energie nodig om te produceren. Men gebruikt hiervoor al
jarenlang fossiele brandstoffen, zoals olie, kolen en aardgas, maar
deze zullen op een gegeven moment op raken als men op dezelfde wijze
zal doorgaan. Het verbranden van olie, aardgas en kolen, door
industrie, elektriciteitscentrales en wegverkeer, zorgt bovendien voor
het vrijkomen van verschillende vervuilende stoffen. Vooral de
industrie en verkeer zorgen voor uitstoot van deze stoffen. Zwavel
– en stikstofproducten vervuilen de lucht om ons heen. Deze
schadelijke stoffen in de lucht slaan neer in de vorm van
‘zure
regen’ en tasten zo de bossen aan en komen in de bodem
terecht.
Gevolgen hiervan zijn dat bomen afsterven, bossen verminderen en het
grondwater vervuilt. Een andere schadelijke stof is koolstofdioxide,
wat vrijkomt bij gebruik van gas, benzine of diesel. Deze stof heeft
tot gevolg dat de tempratuur op aarde stijgt, waardoor langzaam het
(wereldwijde) klimaat verandert.
Mest overschot en verzuring. De groei zorgde voor de agrarische sector
voor schaalvergroting en massaproductie. Door het op grote schaal
fokken van dieren ontstaat een overschot aan mest. Wanneer men deze
mest op het land brengt, komen voor het milieu schadelijke stoffen
zoals ammoniak in de bodem, grondwater en lucht terecht. Een gevolg
hiervan is dat planten die niet bestand zijn tegen een zure
omgeving verdwijnen en dat drinkwater wat uit grondwater
gewonnen
wordt, vervuilt is.
Toename van verkeer. Verder zorgde de economische groei voor een
stijging in het gebruik van voertuigen. Het verkeer is toegenomen, met
als gevolg geluidsoverlast en luchtverontreiniging met name in de grote
steden. Auto's, autowegen, doorgaande routes en parkeerplaatsen en
garages maken dorpen steeds minder leefbaar, vernielen landschap en
natuur, vervuilen de lucht, veroorzaken zure regen en leiden tot bergen
afval.
De genoemde problemen
vragen nog steeds onze aandacht
Maar er zijn ook telkens 'nieuwe' ontwikkelingen die voor
milieuproblematiek kunnen zorgen en waar oplossingen voor gezocht
moeten worden. Net zoals; klimaatverandering. De grootste gevolgen van
deze klimaatsverandering zouden in tropische gebieden zijn:
• Het zeeniveau zal stijgen
waardoor de kans op overstromingen toeneemt
• Planten en dieren kunnen zich
niet aanpassen
aan de veranderingen in het klimaat en worden met uitsterven bedreigd.
• Klimaatsverandering zal p een
aantal plaatsen
leiden tot droogte, wat kan leiden tot meer bosbranden en
woestijnvorming.
• Een groot gedeelte van de
bevolking leeft in
landen met tekort aan zoetwater. Klimaatsverandering zal dit tekort in
regio's als het Midden-Oosten en Australië alleen maar groter
maken.
• In gebieden waar de droogte
door
klimaatsverandering toeneemt, zoals Midden-Oosten en India, wordt een
afname van bouwproductie verwacht.
Ook Nederland zal gevolgen van de klimaatsverandering
ondervinden. De kans dat de rivieren bijvoorbeeld
buiten
hun oevers treden zullen groter worden. Dit zal van invloed
zijn
op het ruimtegebrek, zoals het afnemen van ruimte om te wonen of te
recreëren. Een stijging van de zeespiegel zal ook gevolgen
hebben
voor de kustbescherming en de Waddenzee. Dijken zullen bijvoorbeeld
verhoogd moeten worden.
<Verder is in Nederland de veiligheid van mens en natuur een
belangrijk milieuvraagstuk. De veiligheid van voedsel en drinkwater
blijft de aandacht vragen. Het is nog niet bekend of straling (bijv.
GSM- apparatuur en zendmasten), biotechnisch en genetische manipulatie
gezondheidsrisico's voor de bevolking met zich mee brengen.
Zijn er oplossingen?
De milieuproblematiek is complex. Denk bijvoorbeeld maar aan het
mestoverschot, ontstaan door het op grote schaal fokken van dieren. Het
milieu vraagt aan de ene kant om inkrimping van de productie. Aan de
andere kant staan de landbouwer, die zich van een redelijk inkomen moet
kunnen voorzien en de consumenten die niet teveel wil betalen voor de
producten. En dan moet er ook nog rekening gehouden worden met de
dieren zelf…
Een ander probleem is het gebruik van de auto. Uitlaatgassen zorgen
voor enorme luchtvervuiling. De afgelopen jaren is gebleken dat het nog
niet zo gemakkelijk is om mensen over te halen om hun auto eens te
laten staan. Verschillende oplossingen zijn bedacht: verhoging van
brandstofprijzen, rekeningrijden, het stimuleren van gebruik van
openbaar vervoer of fiets, of dichter bij het werk gaan wonen.
Wij moeten rentmeesters zijn die vanuit een waar geloof
En dat alles naar Gods wet en met als doel voor hetgeen God ons in de
schepping toevertrouwde. Slecht rentmeesterschap onteert en verdriet de
hemelse Vader en brengt niets anders dan nog meer ellende. Aan goed
rentmeesterschap heeft God beloften verbonden van welvaart en welzijn.
Een christen heeft de plicht om duurzaam met de schepping om te gaan.
Duurzaamheid houdt in dat wij het eigendom van God niet mogen
aantasten, of zorgeloos verspillen. Een werkelijk duurzame maatschappij
is een samenleving die gericht is op het voldoen aan de opdracht die
God ons gegeven heeft. Economisch handelen kan dan niet los worden
gezien van de invloed die dit heeft op het milieu.
<In het omgaan met het bezit van God zal een goede rentmeester
alle
effecten op dat gebied meenemen. Handelen dat delen van dat bezit
aantast, zal dus niet voldoen aan de duurzaamheidnorm. Aan de andere
kant is het ook niet de bedoeling dat de mens ondergeschikt wordt aan
de natuur. Juist beheer van de schepping kenmerkt zich door respect
voor de schepping en zorg voor de geschapen soorten naar hun
aard. Hantering voor het 'voorzorgprincipe' is een andere bouwsteen om
de schepping op een goede manier te beheren. Dit houdt in dat bij alle
ontwikkelingen allereerst gevraagt dient te worden hoe schade voorkomen
kan worden, hoe de verantwoordelijkheid voor de huidige en toekomstige
generaties kan worden nageleefd, en hoe het welzijn van mensen kan
worden gediend.
Bij het voorgaande moeten we wel bedenken dat God zelf Zijn
schepping onderhoudt. In Zondag 9 & 10 van de Heidelbergse
Chatechismus belijdt het geloof dat de God en Vader van onze Heere
Jezus Christus de hemel en de aarde met alle schepselen, uit niet
geschapen heeft, en die ook door Zijn eeuwige raad en voorzienigheid
nog onderhoud en regeert. Zonder Zijn wil kan geen schepsel zich
bewegen. Alles heeft Hij in Zijn hand. God geeft de kracht voor alle
bewegingen en werkingen van Zijn schepselen, zoals lopen, denken en
werken. De kracht, het verstand en de wil om al deze dingen te doen,
komt van God. Dit geeft natuurlijk geen vrijbrief tot niets doen of tot
zorgeloosheid met betrekking tot onze relatie met de schepping. De
opdracht van bouwen en bewaren blijft bestaan! Wij blijven dus
verantwoordelijk voor onze daden.
Besluit
Genieten van genoeg. Dat houdt in dat niet altijd onze eigen materiele behoeften voorop staan, maar dat we afhankelijk durven zijn van God, oog krijgen voor de samenleving en leren ‘rechtvaardig’ te leven. We krijgen van God meer dan genoeg! God vraagt van ons dat we voor alles gericht zijn op Hem, Zijn koninkrijk, Zijn gerechtigheid. En Hij belooft dat Hij ons zal geven wat we nodig hebben. Als wij dat willen ontvangen, kunnen we werkelijk genieten. Van genoeg. Als we niet in de eerste plaats op onszelf zijn gericht, maar op God en de ander, zullen we zien wat de ander nodig heeft. En kunnen we genieten van genoeg!. zodat een ander genoeg heeft om te genieten!
Om over na te denken:



















