Er op los leven is een wat groots begrip, geassocieerd met egoïsme,
bandeloosheid, overdaad en zorgeloos immoralisme. Je denkt bij 'er op los leven'
toch eerder aan limousines met ingebouwde champagnekoeler en dansen op de rand
van de vulkaan. Maar ook: in de samenleving groeit de weerstand tegen de waarheid van Gods Woord. Een guur
klimaat heerst in ons land: bevolkingsgroepen die tegenover elkaar komen te
staan, individualisme, intolerantie. Tegelijk is er de genotscultuur met een
leef-maar-raak mentaliteit, die de gemeenschapszin verstoort.
Het roer moet om - het kan écht anders.
1 Corinthiërs
1:1-17 ( tot 16:1-9 )
|
1:3
|
…genade zij u en vrede van
God, onze Vader, en van de Here Jezus Christus.
|
|
1:5
|
…in alle woord en alle
kennis,…
|
|
1:7
|
…terwijl gij uitziet naar de
openbaring van onze Here Jezus Christus.
|
|
1:9
|
…geroepen tot gemeenschap met
zijn Zoon Jezus Christus, onze Here.
|
|
1:10
|
…weest vast aaneengesloten,
één van zin en één van gevoelen.
|
|
1:12
|
Ik bedoel dit, dat ieder uwer
zijn leus heeft:…
|
|
1:17
|
Want Christus heeft mij niet
gezonden om te dopen, maar om het evangelie te verkondigen, en dat niet met
wijsheid van woorden, om niet het kruis van Christus tot een holle klank te
maken.
|
Corinthe. Een grote havenstad aan de zee. In het
Griekse land. Een heidense stad. Paulus komt daar op zijn reizen. Hij gaat van
stad tot stad. Hij is bewogen en vol van de liefde van Jezus. Het wordt in het
boek Handelingen beschreven. Wat gebeurt er veel in het leven van Paulus. Het
is echt een vol leven. Fantastisch. En nu schrijft hij brieven. Als Paulus niet
in de gevangenis had gezeten, hadden we nooit al deze brieven gehad. Deze brief
schrijft hij echter vanuit Efeze. Prijs de HERE! Wat een genade. Wat een
zegen.
Direct als Paulus zich tot de lezers richt, schrijft hij aan hen:
“genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Here Jezus Christus.”
Alleen deze aanhef al: daar word je enthousiast van! Genade en vrede van onze
Here Jezus Christus. Het is de genade die ons toegewenst wordt. En zo is het
ook. We leven van genade. Want wie zijn we zelf? Wij leven van de genade dat
we, door het bloed van Jezus, deelgenoot mogen zijn van het eeuwige leven. Dat
is toch alleen maar genade? Want we komen toch zelf geen stap verder. Wij zijn
geroepen. Want zouden wij uit onszelf gekomen zijn? Vast en zeker niet. We zijn
geroepen om de naam van Jezus aan te roepen. En als Hij ons roept dan is Hij
getrouw. Hij zal ons dan ook niet in de steek laten. Glorie voor zijn Naam! Hij
geeft ons dan ook alle kennis en wijsheid. Zijn schepsels zijn wij. Wij worden
wijs in alle woord en kennis. Hoe? Door het Woord te lezen, door het te
bestuderen, door er kennis uit op te doen. Als we het lezen dan worden we wijs.
Zo gaat het. Dat is de weg. Als je het doet, dan zul je het ervaren. Het is niet
een gewoon boek. Het zijn de woorden van God. Wij verwachten dat Koninkrijk van
Hem. Daar zien we naar uit. Daar leven we voor. Hij zal ons bevestigen. Hij zal
het doen. Wij zijn geroepen om gemeenschap te hebben met Hem. Wat een geweldige
roeping. Wat een zekerheid. Wat een vooruitzicht. Wie had dat gedacht? Daar
krijg je toch nooit genoeg van. Prijs de HERE!
Maar jullie moeten dan
geen ruzie maken. Daar gaan we weer. We hebben zijn prachtige boodschap gehoord.
En dan zien we toch weer kans om de boel in de war te sturen. Ruzie te maken. De
één is van Paulus en de ander van Apollos. Daar gaat het toch niet om, beste
mensen. Jullie zijn toch allemaal van Christus. Daar gaat het om! Jullie moeten
geen poppetjes gaan volgen, maar Jezus Christus. Jullie moeten niet letten op de
verschillen tussen de verschillende predikers, want die zijn er en die zullen
er blijven, maar jullie moeten letten op de boodschap. Paulus is blij dat hij
niet veel mensen gedoopt heeft, want anders waren die ook allemaal achter hem
aan gaan lopen. Neen. Hij is niet gekomen om te dopen, maar om het evangelie te
verkondigen, en dat niet met wijsheid van woorden, om niet het kruis tot een
holle klank te maken, maar met betoon van Geest en kracht. Het gaat om het kruis
van Christus. Om zijn dood en opstanding. Dat moet centraal staan, want anders
maak je dat tot een holle klank. Dan zien de mensen, dat het je in het diepst
van je hart niet echt gaat om Jezus, Die je predikt, maar om jezelf. Dan bereik
je met je boodschap de mensen niet.
1 Corinthiërs 1:18-2:5
|
1:18
|
Want het woord des kruises is
wel voor hen, die verloren gaan, een dwaasheid, maar voor ons die behouden
worden, is het een kracht Gods.
|
|
1:25
|
Want het dwaze van God is
wijzer dan de mensen en het zwakke van God is sterker dan de
mensen.
|
|
1:29
|
…opdat geen vlees zou roemen
voor God.
|
|
1:30
|
Maar uit Hem is het, dat gij
in Christus Jezus zijt, die ons van God is geworden: wijsheid, rechtvaardigheid,
heiliging en verlossing,…
|
|
2:2
|
Want ik had niet besloten
iets te weten onder u, dan Jezus Christus en die
gekruisigd.
|
|
2:4
|
…maar met betoon van geest en
kracht,…
|
Het is een dwaasheid. Ja, dat is het. Als je het
vanuit ’t menselijk verstand bekijkt, dan is dat hele verhaal van Jezus en het
kruis en verlossing en lijden en sterven enz. een volslagen dwaasheid. De hele
heilsgeschiedenis is een dwaasheid. En zo is dat ook voor ongelovigen. Als je
je verstand laat werken, dan heb je medelijden met die arme christenen, die
geloven in een persoonlijke God, Die zijn eigen Zoon zendt om aan een kruis te
sterven. Dat is de verliezer. Nee, daar moeten we het niet van hebben. We
zoeken het verder zelf wel uit. Wij weten het wel! Kijk toch eens, wie die
volgelingen van die zielige Jezus zijn? Daar kun je ook niet veel mee beginnen.
Behoren die tot de groten der aarde? Welnee. Het zijn een stelletje vissers en
onaanzienlijken. Daar kun je de zaak niet mee opbouwen. Dwaasheid is het. Geen
aandacht aan schenken. Laat ze maar een beetje hun eigen dwaasheid geloven.
Zolang we er geen last van hebben, laten we ze hun gang
gaan.
Onmiddellijk daarna volgt de prediking, die daar dwars doorheen
prikt: Het woord des kruises is voor hen die verloren gaan een dwaasheid, maar
voor ons die geloven is het een kracht Gods tot behoud. De mensen zoeken
wijsheid. De wetenschap. Dat is het. De Grieken waren daar vol van. Maar wij
prediken een gekruisigde Christus. Een aanstoot voor de wetenschap. Want wat
verbeeldt de wetenschap zich wel? God is toch de Schepper? En het dwaze van God
is wijzer dan de mensen. Want wie heeft nu eigenlijk, wie gemaakt? Hoe kan de
mens God verklaren? Hoe kan de pot tegen de pottenbakker tekeergaan? Wat een
dwaasheid om dat te proberen. Kijk eens wat de mensen doen. Wat een arrogantie.
Ze weten niet eens hoe ze geboren worden. Maar ze gaan allemaal dood. En dan
maar denken, dat ze de wijsheid in pacht hebben. Zielig. Het is juist het
zwakke, wat God kiest om de wijsheid van de wereld te beschamen. Zie maar, je
kunt toch niet zeggen dat die mensen gek zijn. Ze leven en zijn blij te leven
vanuit de genade van God. Zij zijn het, die de wereld veranderen. En ze hebben
het niet over zichzelf, maar ze geven alle eer aan hun God, die alle mensen
geschapen heeft. Ze hebben het over Jezus Christus en Die gekruisigd. Ze leggen
uit dat het niet anders kan, dan dat de Zoon van God kwam om de ellende en de
zonde in de wereld te verzoenen. Dat kon geen mens. Kijk toch eens om je heen.
Wat een ellende. Wat een toestand. Wat een haat en nijd. En dat zit ook in ons.
Dat kan niemand ontkennen. De boze heerst in deze wereld. Dat kan ook niemand
ontkennen. Daar lijden we onder. Zo kan het niet geweest zijn. God schiep de
wereld goed. Dat kun je in de schepping zien.
Maar de zonde kwam. Dat kun
je ook niet ontkennen; dat is de duivel, de grote tegenstander van God. Maar God
zal ons weer uit de ellende redden. Hij komt om de nieuwe wereld van recht en
gerechtigheid te grondvesten. Dat zie je voor je ogen. Hier zullen we het niet
vinden. Daar worden we allemaal voor uitgenodigd. Luister niet naar de stem van
jezelf. Maar gebruik je verstand en je hart om te erkennen, dat God je Schepper
is en dat zijn Zoon kwam om ieder mens met Hem te verzoenen. Kies voor Jezus en
je zult ontdekken, dat je dan echt weg weet met al je kennis en wetenschap. Dan
zul je pas de marsroute ontdekken van liefde, geluk en het eeuwige leven. En
wie wil dat nu niet? De oplossing ligt om de hoek. Jezus Christus en Die
gekruisigd. Lees het maar. Het is ons allemaal geopenbaard in de Bijbel. Mis de
boot niet!
1 Corinthiërs 2:6-16
|
2:7
|
…als een geheimenis, is de
verborgen wijsheid Gods, die God (reeds) van eeuwigheid voorbeschikt heeft tot
onze heerlijkheid.
|
|
2:12
|
Wij nu hebben niet de geest
der wereld ontvangen, maar de Geest uit God, opdat wij zouden weten, wat ons
door God in genade geschonken is.
|
|
2:15
|
Maar de geestelijke mens
beoordeelt alle dingen, zelf echter wordt hij door niemand
beoordeeld.
|
|
2:16
|
Want wie kent de zin des
Heren, dat hij Hem zou voorlichten? Maar wij hebben de zin van
Christus.
|
Paulus gaat nog even verder. Het is de verborgen
wijsheid van God. Het is een geheimenis. Als je die hebt ontvangen dan pas weet
je het. Dan leef je eruit. Zolang je er niet uit leeft, dan begrijp je dit
geheimenis niet. Dan kun je er geen kant mee op. Daar is het nu juist ook een
geheimenis voor. Prijs de HERE! Leef vanuit dat geheimenis! Het is ons
geopenbaard. En dan staat er een merkwaardig woord. Het is ook niet aan de
beheersers van deze eeuw geopenbaard, want anders zouden ze de Here der
heerlijkheid niet hebben gekruisigd. Het is ons geprofeteerd in Jesaja 64:4 Wat
geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is
opgekomen, al wat God heeft bereid voor degene, die Hem liefhebben.
Het
is ons dus geopenbaard. Het is ons niet aan komen waaien. Het is ons
geopenbaard. Het is de Geest van God, Die het ons openbaart. Het is niet vlees
en bloed. Het komt niet van de mensen. Maar het is de Geest van God Zelf. Dat is
het grote geheim. Het zijn dus niet onze woorden, maar het zijn de woorden die
door de Geest van God in ons binnenste zijn gelegd. Van daaruit spreken we. Een
ongeestelijk mens kan dat niet begrijpen. Want het klinkt hem als dwaasheid in
de oren. En dat is ook te begrijpen. Maar wij, die door genade het hebben
ontdekt, of beter: de Geest van God heeft het in onze harten gelegd, wij leven
eruit. Vol zijn we ervan. Wij willen dit ook aan andere mensen doorgeven. We
krijgen er niet genoeg van. Het zijn de woorden van God. Prijs de Heer! Lees je
Bijbel, bid elke dag, opdat je groeien mag. Dat is toch heerlijk.
Doen!
Wij zien alles door de bril van de Schepper. Wij zien dan de zaken
ook geestelijk. Wij hebben dan ook geen geest van beoordelen en veroordelen. Zo
van: wij weten het beter dan de ander, wij zullen het wel eens zeggen. Neen. Wij
beoordelen alles vanuit de Geest van Christus. En daarin kan niemand ons
beoordelen en veroordelen. Want dat is niet van ons, maar dat is van Christus.
Wij hebben de zin van Christus. Wij leven van de bediening van Hem. Wij zijn van
Hem. Dus wij kunnen niet beoordeeld worden. Hij leidt ons leven. Hij beoordeelt
ons. Hij wijst ons de goede weg. Want het is ons van eeuwigheid geopenbaard
door zijn Geest. Dat is een geheimenis. Maar het is een feit. Dat kan iedereen
ontdekken. Want Hij is voor iedereen gekomen. Maar hoe zullen ze het weten als
wij het ze niet zeggen? Daarom mogen wij met volle vrijmoedigheid het evangelie
prediken. Het evangelie van genade. Want wij hebben het ook maar alleen door
genade gekregen. Prijs de Here! Wat een diepe gedachte van Paulus, en wat een
evangelie. Je hoeft jezelf niet weg te cijferen. Je verstand gaat niet op slot.
Nee, integendeel. Je wordt er alleen maar enthousiaster van, want je ontdekt dat
je verstand in het juiste perspectief wordt gezet van Koning Jezus, Die je
voorlicht en je de weg wijst. Het is een profetisch stukje. Jesaja profeteert
het ene hoofdstuk na het andere. Je krijgt er niet genoeg van. Heerlijk toch?
Prijst zijn naam! Hij is machtig. Hij zal het ook doen. Prijs de HERE! Vers 16:
Want wie kent de zin des Heren, dat hij Hem zou voorlichten? Dat is toch een
eerlijke zaak. Als God ons geschapen heeft, waar halen wij dan het lef vandaan
om Hem voor te lichten. Dat kan toch helemaal niet? Hij heeft ons toch gemaakt?
Dan is het beter dat we naar Hem luisteren. Want Hij weet hoe we in elkaar
zitten. Wat een arrogantie om te veronderstellen dat wij onze Maker de les
zouden lezen. En juist dat gebeurt schering en inslag. We doen net alsof wij de
wijsheid in pacht hebben. En we “wetenschappen” er maar lustig op los. Maar zo
zit het niet. Pas als je de zin van Christus hebt, dan zul je pas de volle
wijsheid en wetenschap kunnen bedrijven. Glorie voor zijn Naam! Een uitdaging
aan alle wetenschappers om dit verhaal eens te analyseren en er een eerlijk
antwoord op te geven.
1 Corinthiërs 3:1-23
|
3:3
|
Want als er onder u nijd en
twist is, zijt gij dan niet vleselijk, en leeft gij niet als (onveranderde)
mensen?
|
|
3:6
|
Ik heb geplant,… …maar God
gaf de wasdom.
|
|
3:7
|
Daarom, noch wie plant, noch
wie begiet, betekent iets, maar God, die de wasdom
geeft.
|
|
3:9
|
Want Gods medearbeiders zijn
wij; Gods akker, Gods bouwwerk zijt gij.
|
|
3:16
|
Weet gij niet, dat gij Gods
tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont?
|
|
3:17
|
Want de tempel Gods, en dat
zijt gij, is heilig!
|
|
3:23
|
…doch gij zijt van Christus,
en Christus is van God.
|
Natuurlijk kennen we allemaal dit hoofdstuk. Maar
ik ontdek er weer heel nieuwe dingen in. Daarom is het zo belangrijk dat we elke
dag ons laten voeden en vullen door het Woord van God. Daar komt wijsheid en
concrete aanwijzing uit voort. Dan houden we het rechte pad. Want we zitten zo
maar weer verkeerd. We hebben ons oordeel zo maar klaar. En we zijn ook nog
overtuigd van ons gelijk. Stel je voor. Hier gaat het over partijschappen. Dat
is kennelijk hoog opgelopen. Paulus moet er dit lange stuk aan wijden. Het gaat
niet om onze eigen wijsheid. Want dat is vleselijk. Het is de dwaasheid van God,
zoals de mensen zeggen. En dan denken we vaak aan anderen. Maar het staat er in
de eerste plaats voor onszelf. Elke keer als we vleselijk zijn, dan geloven we
dus in de wijsheid van de wereld, het vlees. En dat is dwaasheid voor God. Als
wij in partijschappen zitten, en hoe vaak zitten we dat niet, dan moeten we
ontzettend oppassen, want dan zijn we zo maar vleselijk bezig. Paulus ontwapent
het op een ontnuchterende manier. Weg met alle partijschappen. Want het gaat om
God, Die de wasdom geeft. Hoe zit het met onze wasdom? Nou, één ding is zeker,
dat zodra wij partij kiezen voor de één of de ander, of voor het één of het
ander, dan is er weinig wasdom. Dan hebben we het over iemand of iets dat ons
in de weg zit. Dan is er weinig groei. Dan hebben we geen vrede in ons hart.
Maar onrust. Dan is de liefde zoek. Dan hebben we wel een vroom verhaal. En dat
zullen ze ongetwijfeld allemaal hebben gehad. Want we zijn toch van de kerk? We
zijn toch van die en die. Wij weten het toch allemaal heel zeker? We hebben er
ook nog over gebeden. Maar ondertussen woekert de kanker van de partijschappen
voort, want kijk nou eens naar Apollos. Neen, geef mij Paulus maar. Welnee joh,
je moet bij hèm zijn. En daar gaan we weer. En met de moderne computers en
e-mails tegenwoordig, gooien we de ene scheuring na de andere op het net. Welja.
We hebben toch gelijk. En of we de ander er nu schade mee berokkenen of niet,
doet niet ter zake. Ik ben van…, enz. En in feite zitten we dan ons eigen gelijk
te halen. In feite hebben we het dus over onze eigen trots en ons eigen gelijk
en ons egoïstisch en arglistig hart. Ja of nee?
Wat is het toch een
openbarend en verhelderend en genezend stukje. Het gaat om God, Die de wasdom
geeft. Het gaat om God. En als er iemand is die plant, of iemand die begiet: de
vruchten zul je zien. Als er wasdom is dan komen er vruchten. Laat de ander
gaan. Wat je ook op hem tegen hebt. Want we zijn allemaal vol gebrek. Het
fundament is Jezus Christus. Wordt daarop gebouwd dan zit het goed. En vergeet
al het andere. Wat dat dan ook is. Het gaat om de tempel van God. En het gaat
waarmee je op het fundament bouwt aan die tempel. Met edele metalen of
gesteenten, dan wel hout, hooi, of stro. Het vuur zal het doen blijken. Daar
komt het op aan. Pas op, dat je dicht bij het fundament blijft: Jezus Christus,
het Woord van God. We leven uit de genade, want zonder het kruis van Jezus,
kunnen we niet eens bestaan. Het is enkel genade, dat we door Hem mogen leven.
Pas dus op! Bouw op dat fundament. Zelfs als je het gebrekkig en half doet, dan
nog word je gered, maar als door vuur heen. Speel er dus niet mee. Speel niet
met vuur. Want je kunt schade lijden aan je ziel. En dat is niet de bedoeling.
Dus blijf bij God. Hij staat centraal. Niet jij geeft de wasdom, maar God geeft
de wasdom. En het komt nog dichterbij. God woont in mij. Weet gij niet, dat gij
Gods tempel zijt! Hoe kan God nu wonen in een twistvol, onrustig strijdend, hard
leven. Denk erom, houd de boel heilig anders lijd je schade. Want de tempel
Gods, en dat zijt gij, is heilig!
Nou, nou. Laten we maar in onze schulp
kruipen en een toontje lager zingen en onze schuld belijden en ons voor God
verootmoedigen met al ons strijden en met onszelf bezig zijn. Want we denken dat
we voor God bezig zijn en dat de ander zich moet bekeren en dat zal ongetwijfeld
waar zijn, maar wij moeten zeker onze knieën buigen en ons voor God
verootmoedigen en Hem aanroepen en smeken om vergeving, omdat we niet voor de
ander gebeden hebben en dat we de situatie niet voor de troon van God gebracht
en gelaten hebben, maar dat we zelf aan het strijden zijn gegaan en nog zijn en
zo de tempel Gods, en dat ben ik dus zelf, schenden. HERE God,
vergeef! U woont in mij, maar ik heb U er bijna uitgegooid. Maar U in uw
grote genade, blijft er toch in. Want U wilt niet dat ik verloren ga, maar het
eeuwige leven hebbe. HERE, als U mij niet vastgehouden had, dan was ik allang
omgekomen. O HERE God, dank U wel. Help mij vol liefde en verwarming bewogen te
zijn met de ander en zijn of haar situatie, als ik zie dat er iets kapot gaat
aan het fundament van Christus. Laten mijn woorden, woorden van U zijn en niet
mijn eigen woorden.
HERE help mij, niet op mijn eigen vleselijke wijsheid
te roemen, maar op de wijsheid die van U komt. Die is wel dwaasheid voor de
mensen, maar het is de kracht Gods tot behoud voor een ieder die gelooft. Dank U
HERE God, dat ik van Christus ben en dat Christus van God is.
Wat een
verbond. Wat een hechte relatie. Wat een wonder. Wat een kracht. Dat kan niet
stuk. Weg met alle partijschappen. Waar liefde woont, gebiedt de HERE zijn
zegen. Daar woont Hij Zelf. Daar wordt zijn Heil verkregen en het leven tot in
eeuwigheid. Heerlijk! Dank U HERE, voor dit bijbelgedeelte. We gaan verder in uw
Woord. Want dan komen we steeds goed uit.
1 Corinthiërs 4:1-21
|
4:1
|
Zo moet men ons beschouwen:
als dienaren van Christus, aan wie het beheer van de geheimenissen Gods is
toevertrouwd.
|
|
4:2
|
Voor zulke beheerders is dit
tenslotte het vereiste: betrouwbaar te blijken.
|
|
4:4
|
…Hij, die mij beoordeelt is
de Here.
|
|
4:7
|
En wat hebt gij, dat gij niet
ontvangen hebt?
|
|
4:12
|
…worden wij gescholden, wij
zegenen; worden wij vervolgd, wij verdragen;
|
|
4:13
|
worden wij gelasterd, wij
blijven vriendelijk; wij zijn als het uitvaagsel der wereld geworden, als aller
voetveeg, tot op dit ogenblik toe.
|
|
4:15
|
…ik heb u in Christus Jezus
door het evangelie verwekt. Ik vermaan u dus: volgt mijn
voorbeeld.
|
|
4:20
|
Want het Koninkrijk Gods
bestaat niet in woorden, maar in kracht.
|
|
4:21
|
Wat wilt gij? Moet ik met de
roede tot u komen, of met liefde en in een geest van
zachtmoedigheid?
|
Paulus gaat verder. Hij is de beheerder van het
geheimenis van God. En dan gaat het erom dat je betrouwbaar blijkt. Het gaat er
dan niet om hoe de mensen je beschouwen en beoordelen, maar hoe God je
beoordeelt. En God brengt alles aan het licht. Niets blijft verborgen. Voor Hem
ligt alles open. We kunnen voor Hem niets verbergen. Pas dus op dat je geen
oordeel velt over iemand. Het oordeel is aan de HERE. Het gaat erom of iemand
de woorden van God doorgeeft. En dat kun je toetsen aan het Woord van God. Alles
wat binnen het Woord van God staat, is betrouwbaar. Daar moet je jezelf en
iedereen aan toetsen. Zijn er dan gedachten of daden, die daar niet bij horen,
dan kun je die naast je neerleggen. Het gaat erom dat het Woord van God stand
houdt tot in eeuwigheid. Weg met alle oordelen over de één en de ander. Iedereen
heeft wel wat waar je iets op aan te merken hebt. Maar het gaat erom dat je
jezelf moet wegcijferen voor de HERE. Zet de ander op de eerste plaats. Daar
gaat het om. Wij hebben het woord allemaal door genade ontvangen. Het is niet
van ons zelf. Het is genade. Schep dan niet op tegen de ander. Wees niet
opgeblazen! Zing een toontje lager. Stop ermee! Ga niet op je eigen troon
zitten. Maar God zit op de troon. En niemand anders. Dat zul je wel
ontdekken.
Wees nederig! Zie naar ons! Worden wij vervolgd, wij
verdragen; worden wij gelasterd, wij blijven vriendelijk… Nou, nou. Hoe vaak
gaan we niet meteen in de aanval als een ander ons iets aandoet. De vlam zit zo
in de pan. Zijn we bereid de onderste weg te gaan? Bereid om gehoorzaam te zijn
aan God, Die zoveel tegenspraak van zondaren tegen Zich verdragen heeft. Hij
stierf de dood des kruises. Hij schreeuwde niet. Hij was het Lam, dat ter
slachting geleid werd. En wij? Willen wij zijn voorbeeld volgen? Welnee. Eerst
onze gram halen. Eerst onze zin doordrijven. Eerst zullen ze naar mij luisteren.
Enz. enz. enz. En waarom doet de HERE me dit aan? En dat aan? En we zitten vol
met vragen die we als voorwaarde stellen om ons onvoorwaardelijk aan de HERE
over te geven. En zo komt er nooit een eind aan. Want we bedenken steeds weer
nieuwe vragen. Stommelingen die we zijn. Want zo komt de vrede van God nooit in
ons hart. Volg de Here Jezus. Hij wijst je de weg. Dan blijf je op het goede
spoor. Doe weg alle opgeblazenheid. Want het Koninkrijk Gods bestaat niet in
woorden, maar in kracht. Dat is taal. Weg met al die woorden. Maar leef in de
kracht van het Koninkrijk van God. En je zult zien wat er gebeurt.
Dit
stukje is voor elke situatie waar de eenheid zoek is. De weg naar de eenheid
bestaat uit eenvoud en nederigheid waarin de één de ander uitnemender acht dan
zichzelf. Je zult zien wat daar een geweldige kracht uit voortkomt. Want dan
wordt elk talent optimaal ontwikkeld. Je bent dan bezig om de ander naar voren
te schuiven. Maar in het de ander naar voren schuiven, schuif je jezelf ook naar
voren. Want er is maar één richting, namelijk: vooruit. Dan zullen er een hoop
ellendige toestanden verdwijnen. Dan zullen we zien, dat de armoede verdwijnt.
Dat er nieuwe dingen gebeuren. Dat evangelisatie prioriteit krijgt. Want niet
de woorden, de opgeblazenheid, zoals Paulus zegt, staan voorop, maar de kracht
van God. En waar de kracht van God zich kan openbaren, daar is opwekking. Glorie
voor zijn Naam! HERE wek ons op. HERE help, dat de mensen de Bijbel weer gaan
lezen. Het is een grote genade om daarmee te helpen. Dank U HERE dat U ook mij
hieraan weer ontdekt hebt. Help mij het in praktijk te brengen. Want ik kom er
nog zoveel aan te kort. Ik doe met al mijn woorden ook tekort aan de kracht van
God. Dank U HERE!
1 Corinthiërs 5:1-13
|
5:1
|
Inderdaad men spreekt van
hoererij onder u,…
|
|
5:5
|
…leveren wij in de naam van
de Here Jezus die man aan de satan over tot verderf van zijn vlees, opdat zijn
geest behouden worde in de dag des Heren.
|
|
5:6
|
Weet gij niet, dat een weinig
zuurdeeg het gehele deeg zuur maakt?
|
|
5:8
|
…maar met het ongezuurde
brood van reinheid en waarheid.
|
|
5:11
|
…met zo iemand moet gij zelfs
niet samen eten.
|
|
5:13
|
Hen, die buiten zijn, zal God
oordelen. Doet, wie niet deugt, uit uw midden
weg.
|
Zo, dat is duidelijke taal. Daar moeten we het
van hebben. Weg met al het zweverige gedoe. Wat wel of wat niet kan; waar de
grens ligt. Wat fout is, is fout. Daar hoeven we niet te
ingewikkeld over te doen. Wie in hoererij leeft, is fout. En wat is hoererij?
Dat is ook simpel, ieder die het houdt met een ander dan zijn eigen vrouw in
woorden, gedachten of daden. En vul het nu zelf maar in. Hier gaat het over
iemand die leeft met de vrouw van zijn vader. Een kind met zijn moeder. Maar wat
doen ze? Doen ze de man en de moeder weg uit hun midden? Neen. Ze tolereren het.
Ze hebben er waarschijnlijk allerlei smoezen voor. En daar gaan ze dan. Paulus
is duidelijk. Het gaat om het Paaslam. Het gaat om de zuiverheid. Je kunt niet
avondmaal vieren en deze zonden dulden. Dan ben je Jezus tot schande. Dan zal
God je in het gericht doen komen. Weet je niet dat een weinig zuurdeeg het
gehele deeg zuur maakt. Maar je moet het ongezuurd eten. Houd je rein en heilig.
Het gaat om de eer van God. Het is toch de gemeente van God? Je moet hem
overleveren aan de satan in de Naam van de Here Jezus.
Klinkt dat hard?
Neen, dat is liefde. Want dat is de weg, waardoor hij zich kan bekeren en gered
worden. Anders eindigt hij in het koninkrijk van de satan, in het eeuwig onheil.
Dat geldt niet alleen voor hoereerders, maar ook voor geldgierigen,
afgodendienaars, lasteraars en dronkaards. Houd je verre van hen. Je moet zelfs
niet met ze eten. Doet wie niet deugt uit uw midden weg. Glorie voor zijn Naam!
Weg met hen. Wie buiten staan, zal God oordelen. Daar gaat het nu niet om. Het
gaat er nu om dat je de gemeente zuiver houdt. Doe weg uit uw midden. Doe er wat
aan! Spreek erover! Bid er voor! Want de zonde zet zich zo maar vast in de
gemeente. En als je het ene tolereert, dan woekert het andere al voort. Zonde
roept zonde op. Met name op het terrein van seksualiteit duiken de zonden zo
maar op. De Here Jezus is daar heel duidelijk over. Wie in zijn hart begeert,
die pleegt reeds echtbreuk. Nou, dat is eerlijke taal. Het meeste overspel wordt
dan ook in het hart gedaan. We moeten ons daar verre van houden. God weet wat
voor slimme politiek de duivel speelt. Hoeveel mannen zijn niet voor verleiding
bezweken? Het is onvoorstelbaar hoe de verleiding van de vrouw de ontucht
introduceert in het leven. Daarom is God ook zo fel tegen de duivel van de
verleiding. Het is een zuigende, verlokkende werking. De samenleving is daar
vandaag de dag vol van. Daar moeten we ons tegen richten. Daar moeten we een dam
tegen opwerpen. Dat moeten we niet gedogen. Dat moeten we uitbannen. En daar kun
je niet vroeg genoeg mee beginnen. Dat is Gods plan in je leven om je het
ongezuurde brood van de reinheid en de waarheid te laten eten. Daar heeft Jezus
zijn leven voor gegeven. Daarom mogen we het Pascha eten. Het zuivere Lam van
God, Dat de zonden der wereld wegneemt. Het is fantastisch. Het is geweldig.
Daar word je enthousiast van. Glorie voor zijn Naam! We hoeven niet te
twijfelen. We weten wat goed is. HERE, geef ons de moed om er luid en duidelijk
over te zijn, voor onszelf en voor anderen.
1 Corinthiers 6:1-11
]
|
6:2
|
Of weet gij niet, dat de
heiligen de wereld zullen oordelen?
|
|
6:3
|
Weet gij niet, dat wij over
engelen oordelen zullen?
|
|
6:5
|
Is er dan bij u geen enkel
wijs man, die uitspraak zal kunnen doen tussen
broeders?
|
|
6:7
|
Waarom lijdt gij niet liever
onrecht?
|
|
6:9
|
Of weet gij niet, dat
onrechtvaardigen het Koninkrijk Gods niet beërven
zullen?
|
|
6:11
|
Maar gij hebt u laten
afwassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd door de naam
van de Here Jezus Christus en door de Geest van onze
God.
|
We moeten recht zoeken bij de heiligen. Hebben we
iets, zoek dan de oudste op. Heilig je voor de gemeente. Verwacht het niet van
ongelovigen. Zoek wijze broeders op in de gemeente. Of zijn er geen wijze
broeders? Wij zullen toch de wereld oordelen. De wereld zal ons niet oordelen.
Wij zullen zelfs over engelen oordelen. Wij zijn van een zeer hoge komaf. Wij
zijn kinderen van God. Wij behoren Hem toe. Wij zijn wel ìn deze wereld, maar we
zijn niet vàn deze wereld. Glorie voor zijn Naam! Hem zij alle eer en glorie.
Als wij die hoge bevoegdheid hebben, waarom zoeken we het dan nog in de meest
onbeduidende rechtspraak, die van der wereld. Zo moet het onder ons niet zijn.
Zoek het niet bij de ongelovigen. Het recht ligt bij God. En waarom lijd je ook
niet liever onrecht? Waarom laat je je niet liever te kort doen? Want we weten
toch dat onrechtvaardigen het Koninkrijk van God niet zullen beërven. Het gaat
er dus in de eerste plaats om, dat we zelf rechtvaardig zijn. En doet iemand ons
onrecht aan, dan weten we ook dat God rechtvaardig oordeelt. Wij zullen er niet
minder van worden. Laat het over je heen komen. Als je onrecht lijdt, dan ben je
nog de winnaar. Want God is het Die rechtvaardig oordeelt. En je kunt schade
lijden in deze wereld, maar je kunt winnen bij God.
We moeten de zaken
dus goed onderscheiden. Het gaat hier nog steeds over die grove zonde in de
gemeente. Al die afvalligen, al die zondaars, zullen het Koninkrijk Gods niet
beërven. En dan komt er een rijtje. En dat spreekt vanzelf. Natuurlijk zullen
zij het Koninkrijk Gods niet beërven. Daar zal ieder het mee eens zijn. Sommigen
van u zijn dat geweest. Want we worden getrokken vanuit de duisternis tot het
licht. Glorie voor de Naam van Jezus! Wat een wonder. Maar gij hebt u laten
afwassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd door de Naam
van de Here Jezus Christus en door de Geest van onze God.
Hoe komen we
eruit? Door de Naam van de HERE God hoog te houden. Door de ander uitnemender te
achten dan onszelf. Door de minste te willen zijn. Door met wijze broeders te
spreken. Door de zonde niet in je hart te laten opkomen. Door rein en heilig te
leven en ook de ander niet tot aanstoot te zijn. Recht zoeken bij God. Recht
zoeken bij de gemeente. En niet bij hen die buiten zijn. Dat betekent niet dat
we van onze rechten als burgers geen gebruik mogen maken. Natuurlijk wel. God
heeft de overheid gegeven om ons te beschermen. We moeten de overheid eren.
Gehoorzaam zijn. Maar we moeten binnen de gemeente de zuiverheid en het recht
zoeken van de liefde van de HERE God. Hij heeft zijn geboden gegeven en die
gelden in de eerste plaats in de gemeente zelf. Daar past geen hoererij en al
die andere zonden die genoemd worden. Daar houden we ons verre van. We helpen
elkaar om niet in geschillen te komen. Want de liefde heerst. Daar hebben we
wijze mannen voor, de oudsten, die ons op het rechte pad kunnen houden, doordat
ze het deeg van het ongezuurde brood heilig houden. Dat kan soms moeilijk zijn.
Maar dan geldt weer: wees de minste. Waarom laat gij u niet liever tekort doen?
Wat voor schade lijd je daardoor? Je wordt behoed voor heel veel onheil. Dat
staat vast.
1 Corinthiërs 6:12-20
|
6:12
|
Alles is mij geoorloofd, maar
ik zal mij door niets laten knechten.
|
|
6:15
|
Weet gij niet, dat uw
lichamen leden van Christus zijn? Zal ik dan de leden van Christus wegnemen om
er leden ener hoer van te maken? Volstrekt niet!
|
|
6:18
|
Vliedt de hoererij. … Maar
door hoererij bezondigt men zich aan zijn eigen
lichaam.
|
|
6:19
|
Of weet gij niet, dat uw
lichaam een tempel is van de Heilige Geest,…
|
|
6:20
|
Want gij zijt gekocht en
betaald. Verheerlijkt dan God met uw
lichaam.
|
Het zit Paulus wel hoog. Hij komt er weer op
terug. Hoererij. Houd je er buiten. Het lichaam is niet voor de hoererij. Doch
voor de HERE. Gij zijt gekocht en betaald. Wij zijn leden van Christus. Als je
je aan een hoer hecht, dan neem je leden van het lichaam van Christus weg. Want
je wordt één met haar. Vliedt de hoererij. Wij zijn een tempel van de Heilige
Geest. Het wordt steeds in vragende en beschuldigende vorm gezegd. Zo in de
trant van: Jullie weten toch wel. Wat doen jullie nou? Hoe kan het nu dat je dit
doet? Jeweet toch dat je van Christus bent. Doe daar dan niet aan mee! Je bent
een tempel van de Heilige Geest. Je bent gekocht en betaald door het bloed van
Christus. Je bent leden van een lichaam en Christus is het Hoofd. Je kunt toch
niet jezelf van Christus laten aftrekken door je lichaam met hoererij te
bezoedelen? Het komt er echt op aan. Het is een scherpe scheiding. Het is Jezus
of de hoererij. En niet allebei. Wij zijn niet van onszelf. Wij zijn van
Christus. En als we niet van onszelf zijn, dan moeten we ook niet doen alsof.
Wat doen we toch stom dat we denken van Christus te zijn als we hoererij
bedrijven. Dat gaat niet samen. Jullie, daar in Corinthe, weet toch wat je
doet. Moet ik het nu nog scherper zeggen? Hoererij en Jezus gaan niet samen. En
pas op, want je bezoedelt je lichaam. Het komt er echt op aan.
Er is
niets nieuws onder de zon. Hoe uit de praktijk gegrepen is deze vermaning. Hoe
is de hoererij door de eeuwen heen niet een zonde die steeds weer op de loer
ligt. De Bijbel is daar luid en duidelijk over. Het komt steeds weer terug. Het
zou interessant zijn om eens een studie te maken hoe vaak situaties van hoererij
voorkomen in de Bijbel. Ik denk aan David en Bathseba, het klassieke voorbeeld.
Maar, ga maar door. En steeds is het oordeel scherp en duidelijk. God haat de
hoererij. Paulus zegt: Elke andere zonde gaat buiten zijn eigen lichaam om. Maar
hoererij is de zonde van het lichaam. Doe het uit je midden weg. Laat je er niet
mee in! Doe het niet! Weg ermee! Dat geldt ook vandaag. De wereld zit vol met
hoererij. Je kunt je niet omdraaien of je wordt op een of andere manier
geconfronteerd met erotiek. We zijn ervan vergeven. En het seksuele is er steeds
op uit om je te verleiden. En hoererij is niet alleen de daad, maar ook de
gedachte. Wie een ander aanziet om haar te begeren, pleegt in zijn hart al
hoererij. Het is verschrikkelijk. Wat is het toch fantastisch dat de Bijbel zo
luid en duidelijk is. We zouden er van alles om heen kunnen fantaseren. We
zouden het allemaal niet zo scherp zien als we ook weer hier niet door de Bijbel
zelf op het rechte pad worden gehouden.
Kennelijk was het een ernstige
zaak in Corinthe. Daar moeten scherpe maatregelen genomen worden. Laat het niet
voortsudderen. Laat het niet van kwaad tot erger worden. Als vandaag aan de dag
de helft van de jongelui in de kerk met elkaar naar bed gaat, dan moet dat uit
ons midden weg. Hoe? Heel eenvoudig, door het Woord van God te laten spreken.
Niet wegduwen en verslappen, maar scherp en duidelijk. En keer op keer. Want er
hangt veel van af. We zijn delen van het lichaam van Christus. Het gaat dus niet
om een kleine zonde of iets dat niet zo belangrijk is. Het gaat om een zonde van
het lichaam van Christus. We doen af aan ons heil. We zijn gekocht en betaald en
we verkopen ons terug aan de wereld. Bekeren! En dat kunnen we op onszelf
toepassen als we denken aan de tv, de radio, de krant. Wend je af! Wend je af!
Vliedt de hoererij. Prijs de HERE voor zijn scherpe analyse.
1 Corinthiërs 7:1-9
]
|
7:3
|
De man kome jegens de vrouw
zijn (echtelijke) verplichtingen na en evenzo de vrouw jegens haar
man.
|
|
7:5
|
…opdat niet de satan u
verzoeke wegens [uw] gemis aan zelfbeheersing.
|
|
7:8
|
Maar tot de ongehuwden en de
weduwen zeg ik: Het is goed voor hen, indien zij blijven, zoals
ik.
|
|
7:9
|
Want het is beter te trouwen
dan van begeerte te branden.
|
Een klein stukje, maar er komt weer veel aan de
orde. Ik begrijp het wel niet allemaal. Het zal toch niet zo zijn dat Paulus
bedoelt, dat, omdat de verleiding er van de hoererij is, je dan maar moet
trouwen, maar dat het beter is om niet te trouwen. Je zou wel eens willen weten
wat ze Paulus hebben gevraagd hierover. Misschien hebben ze wel gevraagd of
iedereen moet trouwen. Of dat vrijgezel zijn niet goed zou zijn. En hoe zit het
dan bij u, Paulus? U bent ook niet (meer) getrouwd. Paulus keurt het ongetrouwd
zijn niet af. Je kunt daarvoor kiezen. Maar als je van begeerte brandt, als je
wilt trouwen, dan moet je dat vooral doen. Daar is niets op tegen; dat is wat de
Bijbel zegt. Maar dan moet je je wel tegenover je vrouw, tegenover je man als
man en vrouw gedragen. Je moet je echtelijke verplichtingen wel nakomen. Je
moet wel gemeenschap met elkaar hebben, want dat behoort tot de plichten van
het huwelijk.
Misschien hebben ze wel gevraagd: Maar Paulus, als ik het
belangrijker vindt om me te wijden aan het gebed, moet ik dan nog wel
gemeenschap hebben? Of is bede en vasten niet belangrijker dan gemeenschap?
Misschien probeerden ze een verkeerde scheiding te brengen tussen het
geestelijke en het seksuele. Paulus is daar heel duidelijk over. Je moet je
echtelijke verplichtingen nakomen. Anders moet je maar niet trouwen. Dan had je
zo moeten blijven als ik ben. En als je je wilt wijden aan het gebed en vasten,
dan moet je dat in onderling overleg doen. En als die tijd voorbij is, dan moet
je je weer aan elkaar geven.
Pas ook op, want de satan kan het ook
gebruiken om je te verleiden. Met vrome smoezen je onthouden, maar dan toch van
begeerte branden. Paulus praat er niet omheen. Hij zegt waar het op staat. Het
is uit het leven gegrepen. Paulus wil er niet te ver op ingaan. Hij zou wel
willen dat alle mensen waren als hij. Doch God heeft ieder zijn bijzondere gave
gegeven, de één deze, de andere die. De één getrouwd met de gaven die daarbij
horen, de ander ongetrouwd met de gaven en verplichtingen die daarbij horen.
Maar als je ongehuwd bent of weduwe: Blijf maar zo. Maar als je je niet kunt
beheersen, dan moet je trouwen. Want het is beter te trouwen dan van begeerte te
branden. Het is toch eigenlijk weer een fantastisch stukje. Je kunt er wel heel
benepen over praten. En aan inlegkunde doen als zou Paulus het huwelijk niet
belangrijk vinden, maar dat is onzin. Het huwelijk is heel belangrijk. Maar
opnieuw wordt benadrukt: kom je echtelijke verplichtingen na, inclusief het
seksuele. Want wat een ellende kan er uit voort komen als in een huwelijk de man
en de vrouw dat verwaarlozen. Wat een spanning. Wat een teleurstelling. En wat
kan er veel verkeerd gaan, met vrome smoezen of met ruzie of wat dan ook. De
satan probeert ook in de huwelijksrelatie te wroeten en veel ellende te
veroorzaken door een verkeerde wijze van seksueel met elkaar omgaan. Het gaat
erom dat je elkaar, ook seksueel, trouw hebt beloofd. Als het dan allemaal niet
naar je wens gaat, dan blijft nog de verplichting om elkaar daarin te helpen en
trouw te zijn. Maar je moet er ook weer geen obsessie van maken. Het is een
bevrijdend stukje. Eerlijk en richtinggevend. Ieder van ons kan er weer zijn of
haar voordeel mee doen. En het geweldige is, dat hoe op dit gebied bepaalde
dingen ook scheef gegroeid mag zijn: begin weer opnieuw. Heb de moed om het te
doen. Er wordt veel geleden op dit gebied binnen het huwelijk. Het moet dan ook
een duidelijke pastorale plaats hebben binnen de gemeente. Voor jong en voor
oud. Prijs de HERE!
1 Corinthiërs 7:10-24
|
7:11
|
…is dit tóch gebeurd, dan
moet zij ongehuwd blijven of zich met haar man verzoenen – en een man moet zijn
vrouw niet verstoten.
|
|
7:14
|
Want de ongelovige man is
geheiligd in zijn vrouw…
|
|
7:15
|
Maar indien de ongelovige
haar verlaat, laat hij haar verlaten.
|
|
7:19
|
…besneden zijn betekent
niets,… maar wèl het houden van Gods geboden.
|
|
7:23
|
Gij zijt gekocht en betaald.
Weest geen slaven van mensen.
|
Duidelijke taal, opnieuw. Blijf bij elkaar. Je
mag niet weglopen. Loop je weg en je trouwtweer, dan sta je schuldig tegenover
God. Je bent getrouwd. Je bent één. Verlaat elkaar dus niet. Doe je het wel dan
handel je tegen de wil van de HERE. Je moet je met elkaar verzoenen. Daar gaat
het om. Een man moet zijn vrouw niet verlaten. Klaar uit! Daar hoeven we niet
meer woorden aan te spenderen. Dus mannen, die hun vrouw verlaten, plegen
echtbreuk. En vrouwen die weglopen en een ander trouwen, die plegen eveneens
echtbreuk. We kunnen daar hele verhalen over houden. Hoe het toch allemaal
gekomen is. Hoe moeilijk het is. Wat er toch allemaal aan spanningen in een
huwelijk kunnen zijn. En dat zal allemaal waar zijn. Maar wat God samengevoegd
heeft en jij zelf ook, dat kan je niet scheiden. Trouw geeft aan de weerbaarheid
volharding om ook bij problemen de verzoening te zoeken. En dat dat moeilijk
is, heeft niets met het huwelijk te maken, dat heeft te maken met de zonde die
in ons allemaal zit. We moeten ons constant met elkaar verzoenen. En dat dat
moeilijk is, dat hoeven we elkaar ook niet te vertellen. We kunnen zo onze eigen
lijst opstellen, hoe moeilijk dat is. We weten ook dat we altijd eerst de eerste
stap van de ander verwachten voordat wij eens over de brug willen komen. Maar
dat is verkeerd. Dus, zijn er spanningen in je huwelijk? Zet de eerste stap. Je
zult versteld staan. En ga niet zwijmelen over je teleurstellingen, want die
zijn altijd legio. Maar hoevaak is ook de ander niet in jou teleurgesteld? Dus,
zet de eerste stap. Doe het nu.
En wat ook heel duidelijk is: trouw niet
met een ongelovige. En als je met een ongelovige getrouwd bent voordat je tot
geloof gekomen bent – hoe vaak komt dat niet voor – ga dan niet weg als de ander
erin bewilligt samen te willen blijven. Maar verlaat hij of zij jou, laat het
zo zijn.
Het gaat bij alles om het houden van Gods beginselen. Je moet
het niet in andere dingen zoeken. Het gaat er niet om of je besneden bent of
niet. Niet dat het niet belangrijk is. Maar laat je niet geroepen voelen om je
te laten besnijden. En als je een slaaf bent, berust daar dan in. Maar als je
vrij kunt komen, maak daar dan gebruik van. We zijn alleen slaven van Christus.
Of je nu een vrije bent of een slaaf. Wat je vooral niet moet doen, is jezelf
tot een slaaf van mensen te maken. Dat is gevaarlijk. Want het gaat erom dat je
gekocht bent door Christus. Het gaat om de roeping van God. Blijf dan in de
toestand, zoals God je geroepen heeft. Het gaat om de vrijheid in Christus. Want
dan ben je pas echt vrij. Want je bent gekocht en betaald in Christus. En dat
weet je en daar put je je vrijheid en je vrede uit. Dan komen ook de dingen in
het juiste perspectief. Dan weet je hoe je je hebt op te stellen binnen je
huwelijk. Dan weet je dat alle verleidingen om je huwelijk kapot te laten maken
moeten worden weerstaan. En op het huwelijk worden vreselijke aanvallen gedaan.
Wat is er veel verkeerd. Wat een ellende kan het allemaal veroorzaken. We weten
er allemaal van. Misschien wel in onze eigen situatie. En de kinderen lijden
eronder. Je komt je leven niet van het probleem af. En binnen het huwelijk? Wat
een haat en nijd. Wat een chronische vergroeiingen. Het is een ramp. Maar God
zij dank, er is redding. Naar Jezus toe. Blijf bij Hem. Leg hem je nood voor.
Belijd je schuld. Want je bent gekocht en betaald door Christus. En Hij gaf zijn
leven voor de zonden van de wereld en ook voor die van ons. Zouden wij ons dan
niet met haast moeten spoeden naar die plekken in ons leven waar het schreeuwt
om verzoening? Prijs de Heer!
1 Corinthiërs 7:25-40
]
|
7:26
|
Ik acht dus om de bestaande
nood dit goed, dat het voor een mens goed is, zo te
zijn.
|
|
7:28
|
…en wanneer een jongedochter
trouwt, dan doet ook zij daarmede geen kwaad.
|
|
7:29
|
Ten slotte, laten zij, die
een vrouw hebben, zijn als zonder vrouw;…
|
|
7:31
|
Want het uiterlijk van deze
wereld is bezig te verdwijnen.
|
|
7:36
|
…hij doe, wat hij wil; het is
geen zonde, laten zij trouwen.
|
|
7:38
|
Wie dus zijn jongedochter
uithuwelijkt, doet wèl, en wie haar niet uithuwelijkt, doet
beter.
|
Wat voor vragen zouden de gemeenteleden van
Corinthe aan Paulus gesteld hebben? Het is kennelijk een noodsituatie. Wat zou
die geweest kunnen zijn? We moeten dus de antwoorden van Paulus zien vanuit de
noodsituatie die er in de gemeente was. Het is beter om met een gelovige te
trouwen. Maar als die er niet zijn? Dan is het ’t beste, dat je blijft zoals als
ik, zegt Paulus, ongetrouwd. Maar als je bent getrouwd met een ongelovige zoals
in die dagen, dan doe je daarmee geen kwaad, maar je haalt je wel de nodige
problemen en strijd op je hals. Als je man erin het goed vindt dat je
gelooft, dan is dat geen probleem. Wijd je vooral aan de HERE. Kom wel je
echtelijke plichten na. Natuurlijk. Maar richt die op de HERE en zijn geboden.
Want het uiterlijk van deze wereld is bezig te verdwijnen. De wereld legt zich
toe om schatten op deze aarde te verzamelen, maar wij leggen ons toe op het
Koninkrijk dat nimmer meer vergaat.
Maar als je vindt dat je dochter al
wat ouder wordt en je laat haar trouwen met een man, dan doe je daar ook niet
slecht aan. Het is geen zonde, maar je haalt je wel problemen op je hals. Dus de
conclusie is: wie laat trouwen doet goed en wie niet laat trouwen, doet beter.
Alhoewel Paulus er de voorkeur aan geeft om niet al die problemen van een
huwelijk met een ongelovige op je hals te halen. Het is een nogal gecompliceerd
stukje. Wat was de vraag van de leden van de gemeente? En wat was de nood? Je
kunt je zo voorstellen dat je dochters ouder worden en er geen man komt die
gelooft, om mee te trouwen. En dan zou je je hele leven ongetrouwd moeten
blijven. Dat was ook niet eenvoudig in die dagen. Dat zal best spanningen
hebben gegeven in de gemeente. Wat moeten we daar nu mee aan? Paulus blijft
benadrukken dat het belangrijkste is dat je je leven rein bewaart. Daar past
een gelovige man bij. En daar moeten we vanuit gaan. Maar als je dochters dan
toch ouder geworden zijnde willen trouwen, dan moet je daar dan ook in meegaan.
Paulus zegt het niet als een wet, maar als een aanbeveling. Hij eindigt met te
zeggen dat hij ook van mening is de Geest van God te hebben. Het is beter, meent
hij, om als je geen huwelijk in de HERE kunt sluiten om dan ongetrouwd te
blijven. Dat gold toen voor toen en dat geldt zeker voor nu. Trouw niet met een
ongelovige. Ga geen liefdesrelatie aan met een ongelovige, zoek iemand die ook
de HERE wil dienen. Doe je het niet, dan krijg je de nodige problemen in je
huwelijk. En je weet hoe het allemaal in een huwelijk gaat. De kinderen komen.
Keuzes moeten gemaakt worden. Het is allemaal niet zo eenvoudig. Zit je in zo’n
situatie, lees dan dit stuk nog eens zorgvuldig door. Het kan je helpen om de
problemen eens helder op een rijtje te zetten. En dat kan geen kwaad. Meestal
praten we eerst alles naar onszelf toe en dan proberen we er nog een vrome smoes
bij te bedenken. Maar zet het maar op een rij. Het zal een ontdekkende ervaring
zijn.
1 Corinthiërs 8:1-13
|
8:1
|
De kennis maakt opgeblazen,
maar de liefde sticht.
|
|
8:3
|
…maar heeft iemand God lief,
dan is deze door Hem gekend.
|
|
8:6
|
…voor ons nochtans is er maar
één God,…
|
|
8:11
|
Dan gaat er immers iemand,
die zwak is, ten gevolge van uw kennis verloren, een broeder, om wiens wil
Christus gestorven is.
|
|
8:12
|
…zondigt gij tegen
Christus.
|
|
8:13
|
…om mijn broeder geen
aanstoot te geven.
|
De kennis maakt opgeblazen, maar de liefde
sticht. Heeft iemand God lief, dan is deze door Hem gekend. Dat is een feit.
Daar kunnen we het mee doen. De vreze des HEREN is het begin van alle wijsheid.
Wat is de vreze des HEREN? Gij zult de HERE uw God liefhebben met geheel uw hart
en geheel uw ziel en met geheel uw verstand en uw naaste als uzelf. Daar begint
dus het kennen. We kunnen en we mogen alleen maar gaan redeneren vanuit dat
kennen. Wij hebben zo’n grote kennis. We weten zo veel. We redeneren wat weg.
Dat is gevaarlijk, want we oordelen in onze kennis zo veel. Het gaat over de
liefde heen. Er is dus een sterke band tussen liefde en kennis. Het gaat dus om
het kennen van God en het leven en redeneren vanuit zijn kennis, dat is liefde.
En dat is de basis van ons samenleven. Het gaat dus niet om ons kennen maar om
het door God gekend zijn. Het andersom denken dan ons eigen denken. Wat denken
we toch vaak vanuit onszelf. En, o ja, God mag er ook nog wel bij komen, maar
het moet wel passen in ons denkschema. Dat is levensgevaarlijk. Daar gaan we aan
kapot. Daar gaat de naaste aan kapot. Wat is er toch een eigen denken dat
voorbijgaat aan de liefde. De kennis maakt opgeblazen, maar de liefde
sticht.
Vervolgens gaat het over het eten van offervlees. Dat zal best
een onderwerp van gesprek geweest zijn. En natuurlijk is het zo dat er maar één
God is en dat er een menigte van afgoden zijn. En dat zijn goden die niet
bestaan. Daar hoef je je niet druk over te maken. Want voor ons is er maar één
God en één Jezus. En dus kunnen ze nog zo vaak dat vlees wijden aan de afgoden,
dat vlees wordt er niet door veranderd. En als je dat begrijpt, dan kun je ook
gerust dat vlees eten. Waarom niet? Daar gaat het niet om. Maar niet iedereen is
zo ver in die kennis. Er zijn ook mensen die wel bij God willen horen, maar toch
nog niet helemaal de afgoden hebben losgelaten; die daar nog mee worstelen. Die
weten het nog niet zo zeker. Die zijn zwak in het geloof. Maar als jij die weet
dat het niets uitmaakt, dat offervlees eet, dan is hij die zwak is in de
verleiding om dat offervlees te blijven eten, omdat hij nog steeds gelooft dat
hij gewijd vlees eet. Dus dan zal de liefde je dwingen om die zwakke broeder
niet verder in de verleiding te brengen. Dan zul je alles willen doen om hem ook
verder te brengen in de kennis. Dan zul je het wel laten om offervlees te eten,
want je weet dat de zwakke broeder daar niet door gesticht wordt maar verder van
God afkomt. Dan gaat het dus niet meer om jouw kennis, maar om de liefde van God
Die wil dat deze zwakke broeder ook groeit en loskomt van de afgoden. Als jij
je dan, opgeblazen zijnde, daar niets van aantrekt, dan handel jij dus tegen de
wil van God. Jij zondigt dus tegen Christus. Nou, dat wil je toch niet? Daar wil
je je toch van bekeren? Als je het principe ontdekt, dan wil je in alle
eeuwigheid geen offervlees meer eten om geen aanstoot te geven. Dan ontdek je de
liefde van Christus, Die alles deed om zondaren tot Zich te trekken. Hij gaf
zijn eigen leven tot in de dood. Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat
Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft opdat een ieder die in Hem gelooft niet
verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Dat is een gave. Dat is een opoffering.
Dat is liefde. Dan wil je zelf toch ook niets anders dan de naaste liefhebben,
als jezelf. Dan ga je je inzetten om met je geredeneer en je gedrag de ander
niet tot aanstoot te zijn. Glorie voor de Naam van Jezus! Prijs de
HERE!
1 Corinthiërs 9:1-27
]
|
9:14
|
Zo heeft de Here ook voor de
verkondigers van het evangelie de regel gesteld, dat zij van het evangelie
leven.
|
|
9:18
|
Wat is dan mijn loon? Dit:
door mijn evangelieprediking het evangelie om niet te mogen brengen, en zo van
mijn bevoegdheid als evangelieprediker geen gebruik te
maken.
|
|
9:22
|
Ik ben voor de zwakken zwak
geworden, om de zwakken te winnen; voor allen ben ik alles geweest, om in elk
geval enigen te redden.
|
|
9:24
|
Loop dan zó, dat gij die
behaalt!
|
|
9:26
|
Ik loop dan ook niet maar in
den blinde en ik ben geen vuistvechter, die zo maar in de lucht
slaat.
|
|
9:27
|
Neen, ik tuchtig mijn lichaam
en houd het in bedwang, om niet, na anderen gepredikt te hebben, wellicht zelf
afgewezen te worden.
|
Ze hadden het er ook over, dat Paulus uit eigen
belang het evangelie predikte en dat hij van de inkomsten uit de gemeente
leefde. Daar gaat hij nogal uitvoerig op in. Hij legt uit, dat de dienaar van
het Woord, d.w.z. hij die in de tempel dienst deed, ook recht heeft om
onderhouden te worden. Dat is een bijbels principe. Maar daar maakt hij geen
gebruik van. Hij wil hen niet verleiden om daarvan een probleem te maken. Hoewel
hij hun apostel is. Want daar kan niemand om heen. Hij heeft aan hen het
evangelie gebracht. Maar daarin wil hij in het geheel niet roemen. Hij is immers
geroepen om het evangelie te brengen. En wee hem, als hij het niet zou doen. Het
is zijn leven. Hij is een geroepene. Hij wil het evangelie om niet brengen. Hij
wil absoluut niet de indruk wekken dat hij het vanwege het geld doet. Wat zijn
er toch altijd weer mensen die achterdochtig zijn. En uit eigen belang de
voorgangers in diskrediet brengen. Paulus heeft hier ook mee te maken.
Vreselijk wat een mensen. Ze zijn zondig bezig, want Paulus legt haarfijn uit
wat de Bijbel zegt: wij hebben de voorganger in ere te houden. Hij moet
vrijgesteld worden, juist om het evangelie te kunnen brengen. Paulus maakt
echter van zijn rechten geen gebruik.
Paulus is voor de Joden een Jood
en voor de Grieken een Griek. Hij heeft zich naar hen toegebogen om er enkelen
te winnen. Hij doet alles ter wille van het evangelie, om in elk geval enigen te
redden. Wat een opofferende dienstknecht. Wat een zegen om niet aan jezelf te
denken, maar eerst aan de ander. Wij denken veel te veel aan onszelf. En hij of
zij moet maar naar onze pijpen dansen. Maar bij Paulus is het precies andersom.
Hij kruipt in de huid van de ander om enigen te redden. Glorie voor zijn Naam!
En dan haalt Paulus een bekend voorbeeld aan: een wedstrijd. Daar kan slechts
één de prijs behalen. Loop dan, alsof je die prijs behaalt. Dan tuchtig je je in
alles. Om niet tevergeefs te lopen. Zo is het ook met het evangelie. Je bereidt
je helemaal voor om die ander te bereiken. Het doel is het heil van de ander. Je
onderwerpt je aan de regels van het spel. Je onderwerpt je aan de geboden van de
HERE. Je bent helemaal in dienst van de HERE. Doe je dat niet, dan kun je nog zo
vroom bezig zijn en dan kun je wel tot anderen prediken, maar dan loop je
gevaar om zelf afgewezen te worden. Dat is het ergste wat je kan
overkomen.
Daarom wekt dit bijbelgedeelte ons op om ons helemaal in te
zetten voor Hem. En als je aan sport doet, dan weet je wat dit betekent. Dan
ontzeg je je alles om goed in sport te zijn. Zet je dan ook zó in voor de liefde
van de HERE. En je zult zien dat je bewogenheid krijgt voor de naaste om je
heen. Glorie voor zijn Naam.
1 Corinthiërs 10:1-22
|
10:5
|
En toch heeft God in het
merendeel van hen geen welgevallen gehad, want zij werden neergeveld in de
woestijn.
|
|
10:6
|
Deze gebeurtenissen zijn ons
ten voorbeeld geschied, opdat wij geen lust tot het kwade zouden hebben, zoals
zij die hadden.
|
|
10:10
|
En mort niet, zoals sommigen
van hen deden, en zij kwamen om door de verderfengel.
|
|
10:11
|
Dit is hun overkomen tot een
voorbeeld (voor ons)…
|
|
10:12
|
Daarom, wie meent te staan,
zie toe, dat hij niet valle.
|
|
10:13
|
En God is getrouw, die niet
zal gedogen, dat gij boven vermogen verzocht wordt,…
|
|
10:16
|
…gemeenschap met het bloed
van Christus?
|
|
10:20
|
…en ik wil niet, dat gij in
gemeenschap komt met de boze geesten.
|
|
10:21
|
Gij kunt niet de beker des
Heren drinken èn de beker der boze
geesten,…
|
We kunnen wel denken tot Israël te behoren. Tot
de gemeente van Christus. Maar kijk eens naar Israël in de woestijn. Ze waren
allemaal onder de wolk. Maar hoeveel van hen zijn er niet gedood? In het
merendeel van hen heeft God geen welbehagen gehad. Want ze morden, ze liepen
afgoden achterna, ze pleegden hoererij. En Paulus zegt: Let op, als we dat doen,
dan overkomt ons hetzelfde. We moeten ons steeds bekeren van onze zonden. En
indien er zonden in de gemeente zijn, doe die dan uit de gemeente weg. Daar
gaat het om. Dat is ons ten voorbeeld gegeven. Zo is heel het Woord van God ons
ten voorbeeld gegeven. Daar kunnen we ons aan toetsen. Er zijn zoveel
voorbeelden, dat we niet hoeven te zoeken hoe we ons moeten gedragen. De Bijbel
is een eerlijk en ontnuchterend boek. Je weet precies hoe heerlijk het is om de
geboden van God te houden. Want dan blijf je van een hoop ellende af. Doe dat
dan ook! Het is een voorbeeld en een waarschuwing. Wij leven na de komst en de
Hemelvaart van Jezus. Wij leven in de tijd dat het einde der eeuwen gekomen is.
Wij leven in de verwachting van zijn wederkomst. Heerlijk!
Daarom moeten
we op onze hoede zijn. En we kunnen verzocht worden, maar we worden niet
bovenmenselijk verzocht. God geeft de uitkomst. Hij is met ons. Hij zorgt dat we
er tegen bestand zijn. Heerlijk is dat toch. Wat kunnen we soms verzocht worden.
Wat kunnen we het moeilijk hebben. Maar als we blijven bij God, dan zal Hij ons
er doorheen leiden. Dat is een belofte. Daar moeten we dan ook aan vasthouden.
Want anders gaan we zo maar weer de verkeerde kant op. Vaak zelfs met goede
bedoelingen. Maar daar gaat het niet om. Het gaat erom dat we dicht bij Jezus
blijven. Niets meer en niets minder. Daarom moet ook het avondmaal heilig
blijven. Paulus legt het nog eens duidelijk uit. Het gaat om Christus. Het gaat
om zijn offer, zijn lijden en sterven. Het gaat om het lichaam en het bloed van
Christus. Dan is een afgodenoffer een offer aan de boze geesten. En daar moet je
je verre van houden. Dat is God tegenover de duivel. Dat verschil is radicaal.
We kunnen niet aan de tafel van God zitten en tegelijk aan de tafel van de boze
geesten. Zwart-wit. Doen we het toch, dan roepen we God tot naijver op. Want Hij
waakt over zijn eigen Heiligheid. Dan zullen we het weten. Net als het volk
Israël in de woestijn. Dus heilig je. Want Ik ben heilig. Ga met God, dan ga je
goed. Doen! Niet morgen, maar nu. En je ziet dat het werkt. Glorie voor zijn
Naam!
1 Corinthiërs 10:23-11:16
|
10:23
|
Alles is geoorloofd, maar
niet alles is nuttig.
|
|
10:24
|
Niemand zoeke het zijne, maar
wat des anderen is.
|
|
10:31
|
Of gij dus eet of drinkt, of
wat ook doet, doet het alles ter ere Gods.
|
|
10:33
|
…zoals ook ik allen in alles
ter wille ben, niet om mijn eigen belang te zoeken, maar dat van zeer velen,
opdat zij behouden worden.
|
|
11:1
|
Wordt mijn navolgers, gelijk
ook ik Christus navolg.
|
|
11:11
|
En toch, in de Here is
evenmin de vrouw zonder man iets, als de man zonder
vrouw.
|
|
11:12
|
Want gelijk de vrouw uit de
man is, zo is ook de man door de vrouw; alles is echter uit
God.
|
|
11:15
|
Immers, het haar is haar tot
een sluier gegeven.
|
|
11:16
|
Maar, indien het er iemand om
te doen is gelijk te hebben, wij hebben zulk een gewoonte niet, en evenmin de
gemeenten Gods.
|
Het zijn heel praktische lessen en adviezen.
Alles is geoorloofd maar niet alles is nuttig. Het spreekt vanzelf dat de leden
van de gemeente in aanraking kwamen met de heidense gewoonten. Offervlees mag
je wel eten. Je hoeft geen navraag te doen waar het vandaan komt. Maar als
iemand waar je eet zegt, dat het offervlees is, neem het dan niet. Niet om je
eigen geweten, maar om het geweten van deze ongelovigen. Het gaat erom, wat je
ook doet, dat je het doet om de eer van God. En dan zul je ook zelf ontdekken
wat je wel en wat je niet moet doen. Doe het om de HERE te dienen. En vooral:
let op de zwakkeren. Breng hen niet in verleiding. Sommigen kunnen er niet tegen
dat jij drinkt bijvoorbeeld. Doe het dan niet om die broeder niet te verleiden.
En zo zijn er legio voorbeelden.
Dan gaat het een stukje over het
bedekken van je hoofd. Een man doet zijn hoed af als hij bidt. Maar een vrouw
bidt met bedekt hoofd. Paulus doet alsof dat vanzelfsprekend is. Een man bidt
met ontbloot hoofd en een vrouw met bedekt hoofd. Doet ze dat niet, dan kan ze
net zo goed zich kaal laten scheren. Kennelijk was dat een teken dat we te maken
hadden met een slechte vrouw. We zitten per slot van rekening in een grote
havenstad met veel prostitutie. We moeten niet gelijkvormig zijn. Als de wereld
het haar knipt, dan hoeven wij dat niet te volgen. We kunnen daar een heel dogma
van maken. Maar we kunnen het ook vanuit het normale gedrag en gebruik zien.
Kennelijk is het in die tijd een duidelijk teken. Het spreekt vanzelf, zegt
Paulus. Denk nu zelf na. Een man laat het haar niet groeien en een vrouw knipt
het niet af. Daar gaat het om. Gedraag je. En het past ook in de orde van God.
Je kunt er over gaan redetwisten, maar het is alsof Paulus afsluit door te
zeggen: Doe dat niet. Ik denk dat ik het zo moet zeggen. Maar het gaat er mij
niet om om mijn gelijk te halen. God weet het. En pas op dat je er geen schisma
van maakt in je eigen gemeente.
Het is wel een mooi stuk om weer eens
over ons gedrag in de gemeente te spreken. We hebben immers te maken met een
Heilige God. We moeten Hem alle eer en aanbidding geven. En dat betekent dat dat
ook zichtbaar is in onze kleding en in ons gedrag. We kunnen wel denken dat we
het goed doen. Maar het is steeds weer goed om je af te vragen: Zie ik de
Heiligheid van God? Of ben ik bezig om mijn eigen ik na te volgen en te strelen?
Het is telkens weer een ontdekkingsreis om met God te gaan. Er zijn zoveel
invloeden van buiten die ons telkens weer van God af trekken. Maar hier staat
het. Pas op! Blijf staan in de biddende, dichte nabijheid van God en je zult
ontdekken dat je dan vrede in je hart hebt en je afzijdig houdt van dingen die
niet de eer van God voorop zetten. Glorie voor zijn Naam.
1 Corinthiërs 11:17-34
|
11:19
|
Want scheuringen moeten er
wel onder u zijn, zal het blijken, wie onder u de toets kunnen
doorstaan.
|
|
11:22
|
Hebt gij dan geen huizen om
te eten en te drinken?
|
|
11:27
|
Wie dus op onwaardige wijze
het brood eet of de beker des Heren drinkt, zal zich bezondigen aan het lichaam
en het bloed des Heren.
|
|
11:30
|
Daarom zijn er onder u velen
zwak en ziekelijk en er ontslapen niet weinigen.
|
|
11:34
|
Het overige zal ik regelen,
wanneer ik kom.
|
In hoofdstuk 10 gaat het over het avondmaal en
het offervlees. Als we aan het avondmaal des Heren zijn, dan kunnen we geen deel
hebben aan het offeren van de heidenen. Het ene sluit het andere uit. Dat moeten
we heel goed onderscheiden. We weten ook heel goed wat van God is en wat van de
duivel is. We moeten daar niet mee marchanderen. We moeten dat scherp
onderscheiden. Ook al om de zwakkeren niet in verleiding te brengen en op het
verkeerde been te zetten. Hier gaat het om het avondmaal. Daar wordt er vooraf
al zoveel gegeten en gedronken, dat de armen er niet meer aan te pas komen. Maar
zo gaat het niet. Jullie kunnen toch thuis eten? Je gaat toch je eten niet in de
kerk halen? Neen, het gaat om de orde en de heiligheid. Het gaat om de
gemeenschap aan het lichaam en het bloed van Jezus, die zijn leven gaf tot een
losprijs voor velen. Dat is een heilige zaak. Je verkondigt de dood des Heren
totdat Hij komt. Dan ga je op gepaste wijze te werk. Doe je dat niet, dan
bezondig je je aan het lichaam en het bloed van Christus. Dat is een ernstige
zaak. Je drinkt jezelf een oordeel. Daar is dan niets meer aan te doen. Pas dus
op! Laat je niet in de war brengen. Het gaat om Messias Jezus. Wees dus heilig,
want Ik ben heilig, zegt de HERE.. Het steekt heel nauw.
Daarom zijn er
velen zwak en ziekelijk en gaan er velen dood. Ga je van de weg met God af, dan
word je ziek. Dan gaat het niet goed. Dan moet je oppassen en je bekeren.
Anders ga je er ook aan. We komen dan onder het oordeel. Het zijn wel allemaal
zware woorden. Maar niet minder waar. Als toch de HERE het nieuwe verbond in
zijn bloed heeft opgesteld, dan moeten we er niet goedkoop mee omgaan. Dan
moeten we het ook eren en ordelijk betrachten. Dan wacht je op de ander, dan
acht je de ander uitnemender dan jezelf. Dan heerst er liefde. En daar blijf je
gezond bij. Daar word je niet moe van. Dat geeft je nieuwe kracht. Dat is een
goede zaak. Het evangelie is zo praktisch en logisch. Het spreekt vanzelf. Je
moet het gewoon doen en je moet niet de andere kant, die van de boze, opkijken.
Die probeert de boel in de war te sturen. De afgoden zijn aan alle kanten om je
heen. De verleiding is overal, ook vandaag. Maar je moet dicht bij het hart van
Jezus blijven in het avondmaal. Want het gaat om het nieuwe verbond in zijn
bloed. Dat biedt redding. Wat een heerlijk stukje weer. We krijgen er nooit
genoeg van. Hoe vergaat het u? Ook steeds enthousiaster? Heerlijk toch? Prijs de
Heer!
1 Corinthiërs 12:1-11
|
12:3
|
…en dat niemand kan zeggen:
Jezus is Here, dan door de Heilige Geest.
|
|
12:4
|
Er is verscheidenheid in
genadegaven, maar het is dezelfde Geest;…
|
|
12:7
|
Maar aan een ieder wordt de
openbaring van de Geest gegeven tot welzijn van allen.
|
|
12:11
|
Doch dit alles werkt één en
dezelfde Geest, die een ieder in het bijzonder toedeelt, gelijk Hij
wil.
|
Zo is het. Hij deelt toe zo Híj wil. Het is
dezelfde Geest. Wat een talenten zijn er bij de mensen. En wat een
verscheidenheid aan talenten. Je staat er versteld van. Er komt geen einde aan.
Het is fantastisch. Als we alle talenten eens op zouden schrijven, dan zou je
eens zien dat de wereld verandert. Het is geweldig dat God zoveel
verscheidenheid aan gaven gegeven heeft. Het gaat niet om de gaven die je niet
hebt, maar om de gaven die God aan jou gegeven heeft. Wat zijn we toch stom dat
we zo vaak naar de gaven van een ander zitten te kijken. En jaloers zijn dat die
ander die en die gave heeft en jij niet. We vergeten dan maar al te gauw onze
eigen talenten en beginnen die vervolgens te verwaarlozen. God heeft aan alle
mensen gaven gegeven. Zoals Hij het wilde. En daar moeten we mee woekeren. De
één dit en de ander dat. Paulus noemt er een aantal op. Maar er zouden nog veel
meer te noemen zijn. Het gaat er dus om, dat ieder zijn eigen gaven exploiteert,
d.w.z. eruit haalt wat er in zit. Dan zul je nog eens wat zien. Dan is iedereen
bezig om een bijdrage te leveren aan de samenleving. Wonderen zullen er
gebeuren. Het is allemaal heel logisch en bijbels. Want wie niet zaait zal niet
oogsten. We moeten dus wel aan de slag met onze talenten. En we moeten in onze
werken ook altijd bezig zijn met de andere, die in dienst van de Heer
vrijgesteld is van werken. Die dan vervolgens de boer opgaat om te bemoedigen,
te vermanen en een gemeente te bouwen. Al die gaven moeten we koesteren en
exploiteren. Het is heel goed als de hele gemeente op één of andere manier bezig
is. Met kleine dingen en grote dingen. Er is geen onderscheid in het belang van
de gaven. Als je de gaven gebruikt die God bij je heeft doen passen, dan ben je
heel belangrijk bezig.
Paulus noemt een aantal gaven. Heerlijk toch om
daar onze talenten aan te mogen toevoegen en er vervolgens door dezelfde Geest
en de kracht van die Geest mee aan de slag te gaan. Het kan niet stuk. Op het
moment dat je het doet, word je er enthousiast en weerbaar van. Je zult het
merken. Als je vandaag denkt dat je geen talenten hebt en dat je een nietsnut
bent, dan moet je eens opschrijven wat je wel doet en wat je zou willen. Je zult
versteld staan van de geweldige kracht die God in je leven wil schenken om uit
je dal omhoog te gaan en aan de slag te gaan met jouw talenten. Je leert dan
niet eerst naar de ander te zien en je nietsnuttig te voelen, maar je ziet eerst
naar God, Die je dag wil vullen vanuit de talenten, die Hij je gegeven heeft. En
dat kunnen heel eenvoudige dingen zijn. Och, och, wat zijn we toch dom bezig om
veel te veel bezig te zijn met dat wat we niet hebben en niet hoeven te hebben.
Wat laten we kostbare kansen liggen, omdat we met onszelf niet klaar zijn. Het
is goed dat God de talenten gegeven heeft die we hebben. Stel je voor dat we
allemaal timmerman waren. Dat zou niet best zijn. Neen, God maakte ons bijna
goddelijk (Psalm 8). En daar mogen we uit leven. Glorie voor zijn Naam! We
kunnen over dit onderwerp wel de hele avond doorgaan. Het is geweldig. Glorie
voor zijn Naam! Prijs de HERE!
1 Corinthiërs 12:12-31
|
12:13
|
…want door één Geest zijn wij
allen tot één lichaam gedoopt,…
|
|
12:18
|
Nu heeft God echter de leden,
elk in het bijzonder, hun plaats in het lichaam aangewezen, zoals Hij heeft
gewild.
|
|
12:24
|
God heeft evenwel het lichaam
zó samengesteld, dat Hij meer eer gaf aan hetgeen misdeeld
was,
|
|
12:25
|
opdat er geen verdeeldheid in
het lichaam zou zijn, maar de leden gelijkelijk voor elkander zouden
zorgen.
|
|
12:26
|
Als één lid lijdt, lijden
alle leden mede,…
|
|
12:27
|
Gij nu zijt het lichaam van
Christus en ieder voor zijn deel leden.
|
|
12:31
|
Streeft dan naar de hoogste
gaven. En ik wijs u een weg, die nog veel verder omhoog
voert.
|
Het wordt steeds mooier. Heerlijk toch, dat wij
allemaal tot het lichaam van Christus behoren? En we zijn allemaal nodig. Ja,
het is zelfs zo dat God het lichaam zo heeft samengesteld dat wat misdeeld is
grotere eer en bescherming krijgt, opdat er geen verdeeldheid zou zijn, maar
alle leden gelijkelijk voor elkaar zouden zorgen. Het is uit het leven gegrepen.
Er zijn geen verschillen in belangrijkheid. Pas dus op voor hoogmoed en
verheffing. En hoe gemakkelijk zit dat erin? Neen, Christus is het Hoofd en wij
zijn de delen, de leden die elkaar absoluut niet kunnen missen. Ieder heeft
vanuit de functie door God gegeven zijn plaats en belangrijkheid in het
lichaam. Ga zelf maar na. Paulus geeft een heel beeldende toelichting. Heerlijk
toch, die kinderlijke eenvoud bij het uitleggen van een principe? Zo is het. Het
is de werkelijkheid. Het is geweldig. Zo is Hij. Fijn!
We kunnen daar
steeds enthousiaster van worden. Want vaak voelen we ons niet nuttig en denken
dat de ander belangrijker is. Maar, nee, nee, zegt Paulus. Nee, nee, zegt God,
Ik heb je speciaal zo geschapen om dat dat de hoogste plaats voor je is in het
lichaam. Functioneer dan ook zoals je bent vanuit de plaats in het lichaam en
zet je gaven optimaal in, want dan alleen kan het lichaam goed functioneren.
Doen we het niet, dan brengen we niet alleen schade toe aan ons zelf, maar ook
aan de andere delen in het lichaam: als één lid lijdt, lijden alle leden. Als
één lid lijden aanbrengt, dan lijden alle leden daaronder. Paulus kan niet vaak
genoeg zeggen hoe belangrijk het is om eenheid in de gemeente te hebben. Hij kan
niet vaak genoeg zeggen dat niet iedereen gelijke gaven heeft en hoeft te
hebben. Eert Hem vanuit de gaven die jij hebt. En als we dat allemaal doen, dan
is het een explosie van gaven die we hebben gekregen. Je zult eens zien wat er
dan opbloeit in een gemeente. Trek ze er allemaal bij, jong en oud. Je kunt
niet vroeg genoeg beginnen. Heerlijk. Wat een evangelie. Een geweldige
bevrijding. Niet straks, maar nu meteen. Het geheim is om toe te passen wat er
staat. En als je het toepast, dan zul je ontdekken dat het waar is. Glorie voor
zijn Naam! Prijs de HERE!
1 Corinthiërs 13:1-13
|
13:1
|
Al ware het, dat ik met de
tongen der mensen en der engelen sprak,
maar had de liefde niet,
ik ware
schallend koper
of een rinkelende cimbaal.
|
|
13:2
|
…maar had de liefde
niet,…
|
|
13:3
|
…maar had de liefde
niet,…
|
|
13:4
|
De liefde is
lankmoedig,
de liefde is goedertieren,
zij is niet afgunstig,
de liefde
praalt niet,
zij is niet opgeblazen,
|
|
13:5
|
zij kwetst niemands
gevoel,
zij zoekt zichzelf niet,
zij wordt niet verbitterd,
zij rekent
het kwade niet toe.
|
|
13:6
|
…zij is blijde met de
waarheid.
|
|
13:8
|
De liefde vergaat
nimmermeer;…
|
|
13:12
|
Nu ken ik onvolkomen, maar
dan zal ik ten volle kennen, zoals ik zelf gekend ben.
|
|
13:13
|
Zo blijven dan: Geloof, hoop
en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de
liefde.
|
Geen wonder dat Paulus na deze hele verhandeling
over hoe het lichaam van Christus in elkaar zit komt tot dit hoofdstuk. Je zult
er toch ook enthousiast van worden als je ziethoe Jezus zijn lichaam als het
Hoofd bijeen houdt en hoe iedereen daarin zijn eigen plaats heeft? Hoe niemand
gemist kan worden? En ook niemand kan denken dat hij belangrijker is dan het
andere deel van het lichaam. Neen, zegt Paulus, het is vaak zo, dat wat lijkt
van weinig waarde te zijn, juist van groot belang is in het lichaam en helemaal
niet gemist kan worden, omdat anders de hele boel niet meer functioneert. Hij
heeft in de vorige hoofdstukken ze moeten vermanen. Het gaat niet goed met de
liefde in Corinthe. Er is verdeeldheid. Er is geen onderscheid. Er is zonde bij
het avondmaal. En daar gaat Paulus heel direct en heel concreet tegen in en dat
is goed. We moeten de zonde ook niet dulden. Ook al heeft dat tot gevolg dat er
tegenstand komt. Daar moeten we niet bang voor zijn. Want als we de zonde laten
voortwoekeren, dan moeten we ook niet opkijken dat de liefde gaat verkillen. Zo
is het. Dat kunnen we allemaal begrijpen. En dan gaat het verkeerd. Zo is het.
Daarom is ieders plaats in het lichaam ook zo belangrijk. Niemand kan zeggen dat
hij geen gaven heeft. Hij weet zeker dat ieder gaven heeft. Dat weten wij ook
zeker.
Maar de vraag is, wat doen wij ermee? Gebruiken we die in het
Koninkrijk van God of gaan we er maar een beetje mee om alsof het gaven van
onszelf zijn. Als ieder zijn gaven in de gemeente en in de samenleving zou
aanwenden zoals God het bedoelt, dan zouden we nog eens wat zien. Dan gebeurden
er wonderen. Dat zou een revolutie, een ommekeer zijn. Het is geweldig. Daar
moeten we voor werken. En dat zien we door de hele Bijbel heen. Opwekking is
niets anders dan dat mensen zich naar God omkeren en hun talenten in zijn dienst
gaan gebruiken. En dat is toch heerlijk? Dan komen we uit het duister naar het
licht. Prijs de HERE! En dan komt het hooglied van de liefde. Je kunt van alles
hebben en bezitten. Je kunt je dit of je kunt je dat, maar als je de liefde niet
hebt, dan ben je niets. De liefde zoekt zichzelf niet. Het is heerlijk om deze
waarheid te ontdekken. We denken dat het allemaal niet zo belangrijk is, maar de
belangrijkste factor in het leven is de uitoefening van de liefde. En dat weten
we allemaal. We willen graag geliefd worden. Geef dan eerst de liefde
zelf.
We kunnen alle geboden van God houden, maar als we de liefde van
God niet hebben, dan zijn we niets. Deze samenvatting van de tien geboden geeft
Jezus toch ook. Gij zult de HERE uw God liefhebben met geheel uw hart,… en uw
naaste zult gij liefhebben als uzelf en aan deze twee geboden hangt de ganse wet
en de profeten. Dat is het en dat moeten we dan ook doen. Dat moeten we oefenen.
Die liefde hangt niet af van de wederliefde van de ander. Neen, die liefde is
eenzijdig. En als God ons zo lief gehad heeft dat Hij zijn Zoon gegeven heeft,
opdat wij eeuwig leven hebben, dan moeten wij niet kermen als de ander onze
liefde niet beantwoordt. Hij gaf zijn leven voor ons, dan kunnen wij toch zeker
de liefde die niet beantwoord wordt, toch wel verdragen? En liefde geven is
liefde oogsten. Want liefde wekt liefde op. Liefde is onweerstaanbaar. Heerlijk
toch. Dus wat doen we vandaag, vooral daar waar de liefde ontbreekt in ons
leven: het met liefde aanvullen.
1 Corinthiërs 14:1-25
|
14:1
|
Jaagt de liefde na en streeft
naar de gaven des Geestes, doch vooral naar het
profeteren.
|
|
14:3
|
Maar wie profeteert, spreekt
voor de mensen stichtend, vermanend en bemoedigend.
|
|
14:12
|
Zo moet ook gij, omdat gij
naar geestelijke gaven streeft, trachten uit te munten tot stichting van de
gemeente.
|
|
14:13
|
Derhalve moet hij, die in een
tong spreekt, bidden, dat hij het moge uitleggen.
|
|
14:19
|
…maar in de gemeente wil ik
liever vijf woorden met mijn verstand
spreken,…
|
Het gaat hier over de gaven van de Geest. Het
spreken in tongen hoort bij de gaven van de Geest. Het is heerlijk om het te
doen, zegt Paulus. Hij doet het zelf ook. Het is niet zo, dat de gave van het
spreken in tongen niet meer zou bestaan. Wel degelijk. Maar het gaat erom dat je
wel in tongen kunt spreken, maar dat de gave van de profetie voor de gemeente
belangrijker is. Daar hoor je het Woord. Dan kun je het uitleggen. En als je in
tongen spreekt, dan begrijpt een ander daar niets van. En je moet dan ook
bidden om het aan anderen te mogen uitleggen. Kennelijk was het zo, dat er heel
veel in tongen gesproken werd, maar dat er niet werd uitgelegd. Kennelijk was
het zo, dat men het spreken in tongen belangrijker vond dan het profeteren en
het uitleggen. Paulus komt daar heel concreet op terug. Tongen is goed maar
profeteren is beter. Hij spreekt liever vijf woorden van uitleg dan duizenden in
tongen. En daar wordt de kern mee aangeduid.
Er is geen enkel probleem
tegen veel tongentaal, maar waar het op aan komt, is dat de Bijbel opengaat en
er heel veel wordt uitgelegd wat God in zijn Woord zegt. Dat is hier duidelijke
taal. Je kunt wel allerlei geluiden horen en er ook van genieten. En wat zijn er
niet veel geluiden ook in de wereld, maar het gaat erom dat je begrijpt waar het
over gaat. En vooral ook voor de toehoorders. Ze kunnen eventueel aangetrokken
zijn vanwege het spreken in tongen, maar wil je verder met hen kunnen komen,
dan moet je hen de Schriften uitleggen en dan zullen ze gaan begrijpen waar het
over gaat en kan God in hun harten werken, zodat ze ook tot geloof kunnen komen.
Het is allemaal heel eenvoudig uitgelegd. Het spreekt vanzelf. We moeten daar
dan ook niet te moeilijk over doen. Er zijn vandaag mensen die vinden dat
tongentaal niet meer kan. Dat het alleen voor de tijd van de eerste gemeente
was. Dat staat hier niet. Er zijn ook mensen die vinden dat tongentaal bij
iedere gelovige moet. Dat staat er ook niet. Er is vandaag aan de dag heel wat
verwarring over tongentaal in de gemeenten. Je wordt er soms op afgerekend. Maar
daar gaat het niet om. We moeten allemaal open willen staan voor tongentaal.
Maar we moeten er ook niet mee dwepen. Het moet in een juiste balans blijven.
Want anders gaat het Woord ten onder. En daar gaat het dus wel om. Wat vreemd
toch, dat door de dingen die zo eenvoudig zijn er steeds weer zoveel
verdeeldheid lijkt te kunnen ontstaan.
Het is heerlijk om vanuit dit
Hooglied van de liefde van Paulus met de lofprijzing der liefde door te kunnen
gaan. De tongentaal is ook liefdestaal. Het is lofprijzing, het is God eren met
je stem en je hele wezen. Het is fantastisch als je het kunt en doet. Strek je
er naar uit. Het zou in deze tijd niet meer bestaan, zeggen diverse theologen.
In verschillende kerken wordt het ook niet geapprecieerd. Maar het is wel iets
wat de Bijbel geeft. Het is heerlijk om het te mogen doen. Dank U HERE God,
voor de gaven die U geeft. HERE help ons om er de balans in te zien zoals U het
ziet. Glorie voor uw Naam!
1 Corinthiërs 14:26-40
|
14:26
|
…dat alles moet tot stichting
geschieden.
|
|
14:28
|
…maar tot zichzelf en tot God
spreken.
|
|
14:30
|
Maar indien aan een ander,
die daar gezeten is, een openbaring ten deel valt, moet de eerste
zwijgen.
|
|
14:35
|
…want het staat lelijk voor
een vrouw te spreken in de gemeente.
|
|
14:39
|
Zo dan, mijn broeders,
streeft er naar te profeteren, en belemmert het spreken in tongen
niet.
|
|
14:40
|
Laat alles betamelijk en in
goede orde geschieden.
|
Kennelijk was het nogal wanordelijk in de
gemeente van Corinthe. Er werd waarschijnlijk door elkaar heen gepraat. Daar
spraken ze in tongen en hier begon iemand te profeteren. En ook nog vrouwen die
er bovenuit probeerden te komen. Waar was de orde in de gemeente? Paulus
probeert enkele aanwijzingen te geven. Het is goed om in tongen te spreken,
maar je moet er niet de gemeente mee beheersen. Zeker niet als er geen
uitlegging is. Dan moet je zwijgen en het zachtjes in jezelf doen. En als er
woorden van profetie zijn, dan moet niet iedereen spreken maar hoogstens
enkelen. Maar als er een openbaring is, dan gaat dat voor. Luister naar wat God
te openbaren heeft. God is geen God van wanorde. Beheers je dan, laat je niet
gaan. Want dat brengt onrust en wanorde.
En de vrouwen moeten er niet
bovenuit zien te komen. Zij kunnen het hun mannen thuis vragen. Het is niet
betamelijk dat vrouwen in de gemeente spreken. Dat klinkt nogal direct. Maar
kennelijk was het in die tijd niet gebruikelijk. Dat deed je niet. Je zette
daar de boel mee op z’n kop. Vrouwen zijn belangrijk, maar in de gemeente
moeten ze er niet bovenuit zien te komen om aan hun trekken te komen. Pas op dat
je mijn woorden wel serieus neemt. Als je denkt een geestelijk mens te zijn, dan
moet je wel rekening houden met wat ik zeg, zegt Paulus. Doe je dat niet, dan
wordt met jou geen rekening gehouden. Pas dus op! Het is belangrijk. Het is
kennelijk nogal een heet onderwerp geweest. Wat is nu belangrijker in de
gemeente? De gaven van de geest? Het spreken in tongen? Het spreken in tongen is
wel het meest opzienbarende. Daar zal het dan ook niet aan ontbroken hebben. Zou
het zo geweest zijn dat daar in feite de dienst door bepaald werd? Dat zou
kunnen. Dan zal dat het Woord der profetie ongetwijfeld belemmerd hebben. Want
ik kan me zo voorstellen dat dan de één en dan de ander weer begon te
profeteren. En soms kan dat met veel geluid gepaard gaan d.w.z. dat je niet meer
kunt spreken maar moet wachten tot ze kalmer zijn. En als je dan geen uitlegging
hebt, dan hebben de anderen er ook niets aan.
Daarom eindigt Paulus en
zegt: streeft ernaar te profeteren, en belemmert het spreken in tongen niet.
Kortom het is niet het één of het ander, maar zorg dat het profeteren een royale
plaats krijgt. Het gaat erom dat het Woord duidelijk moet klinken. Het geloof is
uit het horen en het horen door het woord van Christus. En geef dan ook het
spreken in tongen een plaats. Het gaat er dus niet om dat spreken in tongen niet
mag. In tegendeel, het is een wezenlijk onderdeel van de gemeente. Maar als het
er niet is, omdat het er niet mag zijn, dan zitten we verkeerd. Het spreken in
tongen is een duidelijk bijbels gegeven. Het gaat er maar om hoe we daar mee
omgaan. En dat geldt ook voor vandaag. Laat dus alles betamelijk en in goede
orde geschieden.
1 Corinthiërs 15:1-11
|
15:1
|
Ik maak u bekend, broeders,
het evangelie, dat ik u verkondigd heb,…
|
|
15:3
|
…Christus is gestorven voor
onze zonden, naar de Schriften,
|
|
15:4
|
en Hij is begraven en ten
derden dage opgewekt, naar de Schriften,
|
|
15:5
|
en Hij is verschenen aan
Céfas, daarna aan de twaalven.
|
|
15:8
|
…maar het allerlaatst is Hij
ook aan mij verschenen, als aan een ontijdig geborene.
|
|
15:10
|
Maar door de genade Gods ben
ik, wat ik ben, en zijn genade aan mij is niet vergeefs geweest, want ik heb
meer gearbeid dan zij allen, doch niet ik, maar de genade
Gods,…
|
|
15:11
|
Daarom dan, ik of zij, zó
prediken wij, en zó zijt gij tot geloof
gekomen.
|
Wat deed Paulus? Niets anders dan hen het
evangelie bekend maken. Hij bracht het Woord van God, naar de Schriften. Hij gaf
door wat hij door genade ontvangen had. Hij ging op reis en overal vertelde hij
van de Messias, Die naar de Schriften gekomen is en waarin de mensen moesten
geloven. En deze Jezus is na zijn opstanding door velen ontvangen. Velen leven
nog. Je kunt het bij hen navragen. Jullie moeten niet twijfelen aan de
opstanding van Jezus. Kennelijk waren er nieuwlichters die begonnen te zeggen
dat de opstanding van Jezus ook maar een verzinsel was. Neen, zegt Paulus, Hij
is aan velen verschenen en ten laatste ook aan mij. Ik heb Hem zelf gezien. Ik
kan er van verhalen. Het is waar. En het is allemaal naar de Schriften. Hij
moest lijden en sterven en begraven worden en opstaan ten derde dage. Dat
evangelie van een opgestane Heer, dat breng ik overal. Nu ben ik een apostel en
ik ben niet waard het te zijn, maar door de genade Gods mag ik het wezen. Het is
enkel genade. Want ik ben een vervolger van de gemeente geweest. Hoe is het
mogelijk dat God mij heeft getrokken. Maar zijn genade is groot. Als het Paulus
kan gebeuren, dan kan het een ieder gebeuren. Wat een genade van God. Gods
genade is oneindig groot. Daar moeten we nooit aan twijfelen. Daar staat de
Bijbel vol van.
Kijk eens hoe Paulus gearbeid heeft. Niet ik, maar de
genade van God heeft mij gedreven, aangevuurd. En kijk eens met welke gevolgen.
Overal zijn gemeenten ontstaan. Overal is de vlam van de Geest doorgedrongen in
harten van mensen. En via de heerbaan van de Romeinen is het evangelie ook in de
lage landen bij ons terechtgekomen. Waarschijnlijk via Engeland. Zou Paulus ook
daar nog geweest zijn? Het zou ons niet verwonderen want hij durfde wel naar
onherbergzame streken te gaan. Hij was vervuld van de Heilige Geest en vol vuur
en vlam trok hij erop uit. Dat is toch heerlijk om te zien? Wat een kracht van
God in het leven van deze knecht. Hij geloofde in een Messias, Die ook voor hem
aan het kruis van Golgotha zijn schuld en zonde had verzoend. En Die nu aan de
rechterhand van zijn Vader op de troon gezeten is. Dat zijn geen fabels of
verzinsels, neen, dat is de waarheid. En wat waar is moet met verve gepredikt
worden. Het is de openbaring van God en wie dat niet gelooft, die moet het zelf
maar ondervinden. Want daar volgt de eeuwige dood op. We leven juist in een
wereld waarin de dood heerst. Maar de dood is overwonnen op het kruis van
Golgotha. En die waarheid moeten we met verve blijven prediken. Of ze het nu
horen willen of niet. Heerlijk om vanuit de waarheid te leven en te prediken.
Het geeft rust en vrede in je leven. Prijs de HERE!
1 Corinthiërs 15:12:34
|
15:14
|
En indien Christus niet is
opgewekt, dan is immers onze prediking zonder inhoud, en zonder inhoud is ook uw
geloof.
|
|
15:15
|
Dan blijken wij ook valse
getuigen van God te zijn,…
|
|
15:19
|
Indien wij alleen voor dit
leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van
alle mensen.
|
|
15:22
|
Want evenals in Adam allen
sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt
worden.
|
|
15:23
|
Maar ieder in zijn eigen
rangorde: Christus als eersteling, vervolgens die van Christus zijn bij zijn
komst; daarna het einde, wanneer Hij het koningschap aan God de Vader
overdraagt, wanneer Hij alle heerschappij, alle macht en kracht onttroond zal
hebben.
|
|
15:26
|
De laatste vijand, die
onttroond wordt, is de dood, want alles heeft Hij aan zijn voeten
onderworpen.
|
|
15:28
|
Wanneer alles Hem onderworpen
is, zal ook de Zoon zelf Zich aan Hem onderwerpen, die Hem alles onderworpen
heeft, opdat God zij alles in allen.
|
|
15:32
|
Indien er geen doden worden
opgewekt, laten wij eten en drinken, want morgen sterven
wij.
|
|
15:34
|
Komt tot de rechte
nuchterheid en zondigt niet langer, want sommigen hebben geen besef van God. Tot
uw beschaming moet ik dit zeggen.
|
Er zijn dus mensen die zeggen dat er geen
opstanding is. Want dat kan toch niet? Heb jij wel ooit eens iemand uit de doden
teruggezien? Neen, dood is dood. Weg is weg. Je hoort ze het zeggen. Ook
vandaag. Wat moeten jullie met het verhaal van de opstanding? Er is nog nooit
iemand teruggekomen. Neen, dat zijn sprookjes uit het verleden. Als jullie in
zo’n sprookje willen geloven, moet je dat zelf weten, maar bij mij moet je er
niet mee aankomen. En de verzoening van de zonden? Wie is er nu zo gek om
zichzelf te laten doden voor een ander? Dat is toch helemaal te gek? Dat kan
toch niet? En dat jullie die smoes nodig hebben om een systeem van geloven te
bedenken, waar jullie vrede mee hebben, dat moet je zelf weten. Maar ik? Neen,
ik geloof daar niet in. En je ziet ze schouderophalend voorbij gaan. Maar Paulus
doet niet anders dan proclameren als evangelist. Hij komt niet aan met een eigen
redenering daar tegenover, maar blijft heel dicht bij wat hem is overgeleverd.
Hij zegt, dat als de opstanding er niet zou zijn, dan heeft de dood geen zin.
Dan zijn alle mensen die gestorven zijn er ook niet meer. Maar de Bijbel zegt
dat Hij is opgestaan. Geloven we niet in de opstanding van de doden, dan zijn
wij de beklagenswaardigste van alle mensen. Als we alleen onze hoop in dit
leven op Jezus hebben gevestigd, dan heeft dat geen zin, want het gaat juist om
zijn opstanding en zijn verzoening van onze zonden. Hij is als eersteling
opgestaan. Maar wij zullen ook opstaan en wel in de volgorde die Hij heeft
bepaald. Eerst wij, als gelovigen die met Christus zijn en daarna het einde,
wanneer Hij het Koningschap overdraagt aan de Vader. De laatste vijand is dan
de dood, die onttroond wordt. Dat zijn grote dingen. Dat gaat gebeuren. Dat zijn
enorme gebeurtenissen in de laatste strijd in de eindtijd, wanneer de
tegenstander van God onttroond zal gaan worden. En de Zoon van God is dan ook
aan de Vader onderworpen, opdat God alles zij in allen. God komt tot zijn recht.
Hij regeert het grote wereldgebeuren. Hij heeft alles in zijn hand. Hij laat
niet met zich spotten. Hij gaat door. Hij volvoert zijn plan. Hij wekt de doden
op. En wie met Christus zijn, zijn met Hem. Daarna het einde. En het einde zal
resulteren in het onttronen van de macht van de dood. De duivel is de
mensenmoordenaar van den beginne. De dood was er niet in het begin. En de dood
zal weer onttroond worden. Dan zullen we met Hem als koningen heersen in
eeuwigheid. Heerlijk toch? Wat een perspectief.
Wat een dom geredeneer om
te beweren dat er geen opstanding is. Als er geen opstanding is, is er ook geen
kruis en als er geen kruis is, dan is er geen verzoening en als er geen
verzoening is, dan is er geen hoop. We moeten ons niet ophouden met die mensen.
Slechte omgang bederft goede zeden. Komt tot de rechte nuchterheid en zondigt
niet meer, want sommigen hebben geen besef van God. Tot uw beschaming moet ik
dit zeggen. Duidelijke taal. Pak uw Bijbel! Lees elke dag! Laat je niet
afleiden! En ben je het kwijt geraakt: lezen! De Bijbel legt zichzelf uit, want
God is erbij. Hij wil ons niet in de eeuwige dood hebben, maar in het eeuwige
leven.
1 Corinthiërs 15:35-49
|
15:35
|
Maar, zal iemand zeggen, hoe
worden de doden opgewekt? En met wat voor lichaam komen zij?
Dwaas!
|
|
15:42
|
Er wordt gezaaid in
vergankelijkheid, en opgewekt in onvergankelijkheid;…
|
|
15:44
|
Er wordt een natuurlijk
lichaam gezaaid, en een geestelijk lichaam opgewekt.
|
|
15:45
|
Is er een natuurlijk lichaam,
dan bestaat er ook een geestelijk lichaam.
|
|
15:49
|
En gelijk wij het beeld van
de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij het beeld van de hemelse
dragen.
|
Een kort stukje, maar vol van kracht. Dwaas om je
af te vragen hoe het zal zitten met de opstanding. Het natuurlijke komt eerst.
Dat zien we toch voor ogen. Lees het stukje nog maar eens. Paulus gebruikt
gewoon voorbeelden uit de natuur. Hoe zit het met het natuurlijke? We hebben
beesten en we hebben mensen. Er is verschil. We zaaien in vergankelijkheid. Want
alle vlees sterft. Jesaja 40. Maar we worden opgewekt in onvergankelijkheid. We
sterven vleselijk, maar we worden herboren geestelijk. Net zoals het graan in
de aarde. Het sterft eerst, maar er komt nieuw leven uit. Wat een wonder. Wie
kan dat verklaren? Zeg het maar. Als u het dan zo goed weet, leg dat dan maar
eens uit. Waarom moet het eerst sterven om te ontkiemen, te groeien en nieuw
leven voort te brengen? Is dat niet een wonder. Is dat niet een geweldig teken
van God? Is dat niet Gods scheppingskracht? Zeg het maar. Of weet u het soms
beter? Dan mag u het ook zeggen. We moeten de kritiekasters halfweg komen. Ze
roepen maar: Er is geen opstanding. Of hoe zou dat dan gaan? Nou, vertel ze het
verhaal van de graankorrel. Is het waar? Ja, natuurlijk is het waar. We zien het
toch elk jaar. De boer gaat zaaien en hij is er zeker van dat hij kan oogsten.
Daar twijfelen we niet aan.
Maar als het over God gaat, dan hebben we
alle vragen op een rij. Dan zijn we zo achterdochtig. Niet eerlijk. We worden
geboren in vergankelijkheid, maar staan op in onvergankelijkheid. We leven met
een natuurlijk lichaam maar staan op met een geestelijk lichaam. Het natuurlijke
komt eerst. En als er een natuurlijk lichaam is, dan is er ook een geestelijk.
Daar hoeven we niet aan te twijfelen. Adam had een natuurlijk lichaam. De tweede
Adam (Jezus) heeft een geestelijk lichaam. De eerste Adam krijgt dat nog. We
worden dus geschapen om straks met een geestelijk lichaam eeuwig te leven. En
wie wil dat nu niet? Wil je dan sterven en voor eeuwig in de grond blijven?
Neen. Je wilt leven en het liefst eeuwig leven. Nou, dat kan. Geloof in Jezus!
Volg Hem! Lees je Bijbel, bid elke dag! Je zult het ontdekken. Het is waar! Het
is waar! Het is niet waar omdat ik het zeg. Het is waar omdat het waar is. Je
wordt geboren om eeuwig te leven. Er is het natuurlijke, maar er is ook het
geestelijke. Daar kun je niet aan twijfelen want je bent er toch als natuurlijk
leven? Heerlijk om dat te weten. En als je het weet, dan ben je niet meer
dezelfde, maar dan weet je dat je eeuwig leeft. De graankorrel sterft in de
akker van de wereld om nieuw leven voort te brengen. Dat is toch heerlijk? Daar
word je alleen maar blij en dankbaar van. Dat maakt je enthousiast. En daar kun
je elke dag mee verder. Ook vandaag. Glorie voor de Schepper! Die God. Wat een
zegen. Wat een blijdschap in dit tranendal, waar zoveel je tegen kan zitten,
maar met het zicht op het eeuwige, het geestelijke, kan niets je daarvan
afhalen. Glorie voor zijn Naam!
1 Corinthiërs 15:50-58
|
15:50
|
Dit spreek ik evenwel uit,
broeders: vlees en bloed kunnen het Koninkrijk Gods niet beërven, en het
vergankelijke beërft de onvergankelijkheid niet.
|
|
15:51
|
Zie, ik deel u een geheimenis
mede. Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd
worden,
|
|
15:52
|
in een ondeelbaar ogenblik,
bij de laatste bazuin,…
|
|
15:53
|
Want dit vergankelijke moet
onvergankelijkheid aandoen en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid
aandoen.
|
|
15:54
|
…zal het woord werkelijkheid
worden,… De dood is verzwolgen in de overwinning.
|
|
15:55
|
Dood, waar is uw
overwinning?
Dood, waar is uw prikkel?
|
|
15:56
|
De prikkel des doods is de
zonde en de kracht der zonde is de wet.
|
|
15:57
|
Maar Gode zij dank, die ons
de overwinning geeft door onze Here Jezus Christus.
|
|
15:58
|
Daarom, mijn geliefde
broeders, weest standvastig, onwankelbaar, te allen tijde overvloedig in het
werk des Heren, wetende, dat uw arbeid niet vergeefs is in den
Here.
|
Ja, dat is dan duidelijk. Vlees en bloed kunnen
het Koninkrijk Gods niet beërven. Het vergankelijke kan het onvergankelijke
niet beërven. Het gaat om het geestelijke. We worden allen opgewekt bij de
laatste bazuin. En zij die nog leven worden veranderd in een ondeelbaar
ogenblik. Het gaat om het Koninkrijk van God. Willen we dat beërven, dan moeten
we Jezus aandoen. Dan moeten we, Gode zij dank, door genade weten een kind van
God te zijn. Dan is de dood niet meer de laatste prikkel. Dan is de dood
verzwolgen in de overwinning. De laatste prikkel. Wat kan de dood hardvochtig
zijn. De dood probeert het leven kapot te maken. De dood hoort niet bij het
leven. De dood is de stuiptrekking van het vergankelijke. Het blijft ook niet
bij de dood. We doen onvergankelijkheid aan door Jezus Christus. Hij gaf zijn
leven in de dood om ons het eeuwige leven te geven. Hij droeg onze schuld, opdat
wij de onvergankelijkheid kunnen aandoen. Daarom zal de dood verzwolgen worden.
En daarom moeten we heel goed beseffen dat vlees en bloed het Koninkrijk der
hemelen niet kunnen beërven. En dat spreekt dan ook vanzelf. We moeten het
geestelijk zien.
Dood, waar is uw overwinning? Dood, waar is uw prikkel?
De prikkel des doods is de zonde en de kracht van de zonde is de wet. Wat is het
weer een uit het leven gegrepen verhaal. Het is waar. De prikkel van de dood is
de zonde. De zonde leidt ons naar de eeuwige dood. De zonde doet de dood kennen.
De zonde is de weg in de duisternis. Dat leidt niet tot het licht. Dat weten we
allemaal. En de wet is de bevestiging van de dood van de zonde. Want de wet zegt
wat we niet moeten doen. Doen we het wel dan volgt de dood. Maar de overwinning
op de dood is de genade van Jezus Christus. Daar word je blij van. Dan zie je
het weer zitten.
Daarom, wees standvastig en onwankelbaar. Overvloedig in
het werk des HEREN, wetende dat uw arbeid niet tevergeefs is in de Here. Werk
zolang het dag is. Ook al zien we de dood alom om ons heen en ook in ons eigen
lichaam. De overwinning is zeker. Daarom kunnen we tot onze laatste snik
enthousiast doorwerken. Want de dood is overwonnen op het kruis van Golgotha.
Voor ons is de dood alleen maar het verwisselen van het vergankelijke met het
onvergankelijke. Heerlijk om zo te mogen leven. Hoe zouden we het anders
volhouden?
1 Corinthiërs 16:1-9
|
16:2
|
…elke eerste dag der week
legge ieder uwer naar vermogen thuis iets weg, en hij spare dit
op,…
|
|
16:3
|
…om uw liefdegave te
Jeruzalem af te dragen.
|
|
16:7
|
Want ik wil u thans niet in
het voorbijgaan bezoeken,…
|
|
16:9
|
…want mij is een grote en
machtige deur geopend en er zijn vele
tegenstanders.
|
Heel praktisch. Het werk van God moet ook
voortgang hebben. Eke eerste dag der week legge ieder uwer naar vermogen thuis
iets weg. Kijk, wat in je vermogen ligt, om weg te leggen. Heel simpel. Moet je
ook doen! Gewoon een potje maken waar je het in legt. Sommigen sparen alle
euro’s die ze krijgen, anderen euro-dubbeltjes. Weer anderen geven gewoon elke
maand een vast bedrag. Je kunt het op zo veel manieren doen. Maar je moet het
doen. Dat is het geheim. Want je helpt er anderen geweldig mee. Wat is er een
geld. Als je geen geld hebt, dan moet je toch je tienden proberen te geven. Van
een euro is dat een dubbeltje. Als je het doet, zul je merken, dat het altijd
kan. Daar rust zegen op, lezen we in Maleachi 3.
Als je niet voor de HERE
afzondert, hoe kan de HERE dan zegenen? Wij vragen wel de zegen, maar zonderen
niet af. Moeten we de Bijbel maar eens over opslaan. We hebben verschillende
verhalen hoe de mensen geven voor de HERE. Als de tabernakel gebouwd moet
worden, als de tempel gebouwd moet worden, als de eredienst betaald moet worden.
De offerkist in de tempel. Het penningske van de weduwe tegenover de rijke die
van zijn overvloed eigenlijk niets geeft. We hebben er een rijkdom-armoede gave
van gemaakt. Eigenlijk geven we niets. Als we één procent geven dan is het al
veel. De belastingdienst kent de 10-procent aftrek, maar dat is met ons
salarissysteem eigenlijk ook veel te weinig. Vroeger leek het nog ergens op
misschien. We moeten de giften-systemen veel meer cultiveren. We moeten daar
eens een stuk over schrijven. Heerlijk om hierover na te denken. Want het hoeft
ook niet altijd in geld. Het kan ook in goederen. Want de offers in de tempel
waren ook om de Levieten in het levensonderhoud te voorzien. Paulus zamelt het
in voor de gemeente in Jeruzalem. Heerlijk om aan andere projecten, gemeenten,
te geven. Dat moeten we meer cultiveren.
Paulus wil Corinthe bezoeken.
Hij gaat over Macedonië, maar is nu nog even in Efeze, want er is hem een grote
en machtige deur geopend maar er zijn veel tegenstanders. Dat is altijd zo als
je nieuwe kansen krijgt, dan ligt de vijand al op de loer. Daar moeten we op
voorbereid zijn. Deze tekst moeten we ons inprenten. Wij zijn zo van streek.
Als we ergens op dreef zijn en er komt een kink in de kabel, dan zijn we in de
war. Dat vindt de tegenstander prachtig. Want dan heeft hij weer zijn zin. Dan
is er weer duisternis en wordt het licht verdreven. Maar het omgekeerde moet
gebeuren. Het licht moet de duisternis verdrijven. Kijk maar. Steek een kaars
aan en het licht verdrijft de duisternis. Doe je de kaars uit dan wordt het weer
donker. Stom. De kaars moet je laten branden, juist als het donkerder wordt. Hoe
donkerder het wordt, hoe helderder het schijnsel van de kaars is. Paulus wil
langere tijd in Corinthe blijven. Dat is maar goed ook. Want er is ook heel wat
aan de hand. Het is goed om brieven te schrijven, maar het is veel beter om
zelf, persoonlijk, de situatie onder ogen te zien en gesprekken te voeren en te
bidden. Daar gaat het om. Heerlijk, om zo bezig te zijn. Heerlijk, om ook te
zien hoe praktisch Paulus is. Het gaat over reizen, over tijd en over geld en
onderdak en alles wat logistiek moet gebeuren. Maar hij gaat naar Corinthe.
Prijs de Heer!
1 Corinthiërs 16:10-24
|
16:10
|
Wanneer Timotheüs komt, zorgt
er dan voor, dat hij bij u niet afgeschrikt wordt, want hij doet het werk des
Heren evenals ik;…
|
|
16:13
|
Blijft waakzaam, staat in het
geloof, weest manlijk, weest sterk!
|
|
16:14
|
Laat alles bij u in liefde
toegaan.
|
|
16:22
|
Indien iemand de Here niet
liefheeft, hij zij vervloekt.
|
|
16:23
|
Maranatha! De genade van de
Here Jezus zij met u.
|
|
16:24
|
Mijn liefde is met u allen in
Christus Jezus.
|
Zo, deze brief is ten einde. Nou, het was me de
brief wel. Je zult maar zo’n brief krijgen. Er was dus wel heel wat aan de hand
in deze gemeente. Goed dat we het allemaal weten. Want dan kan het ons ter
waarschuwing zijn dat wij zulke toestanden in de gemeente moeten voorkomen. Het
is eigenlijk geweldig om dit allemaal te lezen. We moeten het dan andersom
lezen. Want we ontvangen liever een ander soort brief. Eén waarin we geprezen
worden omdat we dicht bij de woorden van Jezus blijven en dat de liefde heerst
in onze gemeente en dat er geen twisten en zonden in de gemeente zijn. Maar we
moeten ons ook laten gezeggen als we zelf niet op liefde uit zijn Hoe vaak is
dat niet zo? We zitten zo in de verkeerde hoek. We beoordelen en veroordelen
maar, in plaats van te bidden voor de mensen die het niet met ons eens zijn. Dat
vergeten we al te vaak. We zien vaak de problemen in het platte vlak. En dan
gaat het mis. We moeten het vanuit God zien. God voert de strijd tussen licht en
donker. Een geestelijke strijd. Wij allen worden aangevallen door de duistere
krachten om ons van God af te houden. En dat lukt nogal eens. We zijn dan het
slachtoffer van die boze machten. En dan gaat het mis. Dan gaat het van kwaad
tot erger. Dat is gevaarlijk. Niet doen. Niet doen. Opletten! Daarom zegt
Paulus ook: weest onwankelbaar en standvastig. Dat is nodig, omdat de krachten
buiten God op ons proberen in te beuken. Het stormt om ons heen en die storm wil
ook binnen in ons komen.
Het slot zegt heel veel. Ontvang Timotheüs. Hij
is jong en Paulus is bang dat ze hem zullen afwijzen of het hem moeilijk zullen
maken. Er is ook zo veel onrust in de gemeente. En hij noemt een aantal andere
namen. Waakzaam blijven. In het geloof staan. Manlijk zijn en sterk. Laat alles
bij u in liefde toegaan. Daar moeten we zelf eens op letten. Wat dragen wij bij
aan deze vermaningen? Laten wij ons door deze vermaningen gezeggen? We moeten
dan niet eerst naar de anderen kijken maar zelf zien wat wij daaraan bijdragen.
We zullen versteld staan.
Ook de andere gemeenten groeten de
Corinthiërs. Hieruit blijkt ook de gemeenschap der heiligen. We zijn samen
gemeente in het lichaam van Christus. Zie toe op elkaar. En dan met een
eigenhandige groet van Paulus. Kennelijk heeft hij de brief door een ander laten
schrijven. Hij kon wel schrijven. Maar zou hij dan zoveel last van zijn ogen
hebben gehad, dat hij zelf niet meer schrijven kon. We weten het niet. Maar
Paulus schrijft dan: Indien iemand de HERE niet liefheeft, hij zij vervloekt.
Dat is duidelijke taal. En zo is het natuurlijk ook. Wie Jezus niet lief wil
hebben, die haalt zelf een vloek over zich. Maar hier wordt uitgenodigd om Jezus
aan te nemen. Maranatha. Kom, Here Jezus. De genade van onze Here Jezus zij met
u. Genade is het. Enkel genade. Dank U Here Jezus. Mijn liefde is met u allen in
Christus Jezus. Daar gaat het om. Laat onze liefde die we ook alleen maar uit
genade hebben gekregen van de Here Jezus met ons zijn en van daaruit ons leven
vullen en uitstralen naar onze naaste. Heerlijk. Wat een fantastisch leven. Dat
gun je ieder. Kom en doe mee! De toekomst, het eeuwige leven, ligt vlak om de
hoek. Keer je om en kijk in de goede richting. Bekeert u!
Over tevreden zijn met genoeg
“Wees niet bezorgd” leert de bergrede van Jezus ons. Deze
door Time to Turn gegeven lezing wil mensen uitdagen om te genieten van
genoeg, zodat ook anderen genoeg hebben om te genieten.
Jezus zegt in Mattheus 6 dat we niet tegelijkertijd God kunnen dienen
en ‘de Mammon’. Want waar onze schat is, daar zal ons hart
zijn. Wat is het belangrijkst in ons leven? Wanneer we voor alles
zoeken naar Gods koninkrijk en Zijn gerechtigheid, belooft God dat Hij
ons zal geven wat we nodig hebben. Genieten betekent ten diepste
‘kunnen ontvangen’. Genieten van genoeg houdt in dat niet
altijd onze eigen materiele behoeften voorop staan, maar dat we
afhankelijk durven zijn van God, oog krijgen voor de samenleving en
leren ‘rechtvaardig’ te leven. Ook als het gaat om hele
praktische zaken, waar Matteus 6 over spreekt.
Inleiding
Een seminar over genieten, dat is niet verkeerd. Genieten, daar kunnen
de meeste mensen zich wel iets bij voorstellen. Maar genoeg? En dan ook
nog genieten van genoeg? Je geniet toch vaak juist van het
extra’s, dat wat anders is dan gewoon? Er zit een paradox in
genieten van genoeg.
Weinig mensen in Nederland zeggen dat ze genoeg hebben. Vraag de eerste
de beste persoon op straat of hij genoeg heeft. De meeste mensen zullen
antwoorden dat er nog wel wat dingen op hun verlanglijstje staan. We
letten op wat we tekort komen, niet op wat genoeg is. Eigenlijk hebben
we zelden genoeg, we willen altijd meer.
Consumptie
Hoe komt het dat we nooit genoeg hebben? We kijken graag naar wat een
ander heeft. En dan vooral naar mensen die meer hebben dan jij. Dat
roept vervolgens begeerte of verlangens op: "Dat wil ik ook". We
bootsen een ander na. Dit gevoel zit diep ingebakken in de mens:
kinderen doen alles om erbij te horen. Daar rekenen ze elkaar
vervolgens ook op af. Het gebeurt op kleinschalig niveau in de klas,
ook op grotere schaal bij volwassenen. Wie veel heeft, hoort er
automatisch bij. Wie rijk is, krijgt snel een mooie plek. Met een mooi
pak en snelle auto word je al snel goed behandeld. Wie niets heeft,
komt er ook niet zomaar tussen. Daar lopen mensen met een grote boog
omheen. Wij kijken enorm naar de buitenkant. Zo kan de mate van
consumptie leiden tot sociale uitsluiting en dat kan ver gaan.
Gevoel van nooit genoeg hebben wordt ons ook ingeprent door de reclame.
Die is slechts gericht op 1 ding: koop mij! Er worden behoeften
gekweekt. Sterker nog: je zou wel gek zijn als je dat product niet zou
kopen. Als je deze parfum op doet, wordt je relatie weer helemaal top.
Met dit nieuwe pak krijg je geheid die nieuwe baan. Ik heb mensen nog
nooit zo gelukkig gezien als in sommige reclames. Gewoon te koop met
een nieuw paar gouden oorbellen. Er wordt een bepaalde waarde toegekend
aan producten, die ze absoluut niet waar kunnen maken.
Mensen denken gelukkig te worden met spullen. Het gekke is dat als je
mensen vraagt waar ze echt gelukkig van worden, echt van kunnen
genieten, dat veel mensen persoonlijke contacten noemen. Tijd nemen
voor elkaar. Tegelijkertijd roept iedereen om me heen: ik heb geen
tijd, ik heb het zo druk. En waar zijn we dan zo druk mee? Met werken
en onze consumptie. Materieel rijke samenleving vraagt veel tijd: tv,
tuin etc. Minder tijd over voor omgang met mensen. Meestal functioneel.
Vandaag de dag steeds meer tijd tekort. En dus hebben we geen tijd om
te genieten.
Genieten is niet af te kopen, genieten vraagt tijd en aandacht. De
mentaliteit is vaak: "I want it all, I want it now", waarbij mensen
kort lol aan iets beleven, en al gauw toe zijn aan iets nieuws. Wil je
echter kunnen genieten, dan vraagt dat tijd. Om er uit te kijken, iets
te verwachten te leven en volop te gebruiken.
Er bestaat op de wereld een groot contrast tussen rijk en arm: mensen
die veel hebben en mensen die te weinig hebben; veel mensen moeten
rondkomen van 1 dollar per dag. Zelf in Europa leven miljoenen mensen
onder de armoedegrens. In VS kent 1 op de 4 kinderen honger. Zij hebben
niet genoeg. De VN doet regelmatig onderzoek naar de verdeling van
consumptie en inkomen wereldwijd. Uit het Human Development Report
bleek dat de kloof tussen arm en rijk steeds meer toeneemt. Om uit te
beelden hoe de verdeling wereldwijd is, heb ik 50 bekertjes water
meegenomen. Zouden er 10 mensen willen helpen om uit te beelden hoe de
verdeling is? Rijkste 20% = 2 mensen, nemen 86% van de totale
consumptie voor hun rekening. Overige 80% = 8 mensen, gebruiken overige
14%. Voor de 8 mensen zijn er dus 7 bekertjes, niet eens 1`per persoon.
De 2 rijke mensen kunnen samen 43 glazen leegdrinken.
Wat zegt de bijbel over bezit, over genoeg. Veel! (in bijvoorbeeld De Bergrede)
Bergrede: Matt. 6:19-34
Jezus is heel zwart-wit: verzamel geen schatten op aarde, maar schatten
in de hemel. Je kunt niet God dienen en de Mammon. Onmogelijk. Mammon
staat voor: opgestapeld bezit, meer meer meer. Het kan je leven
beheersen. Misschien denkt u nu wel: "Ach, dat valt toch wel mee. Het
geldt niet voor mij, ik zit niet zo vast aan mijn spullen." Nou, ik kan
u aanraden eens te proberen bij iemand een auto te lenen. Dan merk je
hoe moeilijk mensen het vinden om afstand te doen van hun spullen. Veel
mensen brengen offers voor het verdienen van veel geld, geven veel van
hun tijd en energie eraan, ten koste van gezin, kerk, geloof.
Geen schatten op aarde: mag je dan niets hebben? In de bijbel: nergens
veroordeling van bezit, rijkdom zegen van God. Je ziet het bij Abraham,
bij Job. Geld is niet fout, geldzucht wel. Accent ligt op ‘zich
verrijken’. Zoek geen schatten op aarde. Wees er niet zo op
gefixeerd. Consumptie kan met je op de loop gaan.
Jezus spreekt in vers 22 en 23 over je ogen: wat zie je en hoe kijk je?
Helemaal aan het begin van de bijbel zie je hetzelfde gebeuren bij Adam
en Eva. Ze mochten niet eten van de vrucht van de boom, midden in de
hof. Ze konden er langs lopen, kijken en zien: dit is dus de boom
waarvan we niet mogen eten. Punt. Op naar de volgende boom. Nee, Eva
keek met andere ogen. Ze zag dat de boom goed was om van te eten, Gen.
3:6, dat hij een lust voor de ogen was, ja dat de boom begeerlijk was
om daardoor verstandig te worden de leugen die hen is voorgehouden. En
ze eten. Meteen daarna, vers 7, "Toen werden hun beider ogen geopend"
Vaak kunnen we ons allerlei dingen bedenken die het oog en het lichaam
onzuiver maken: occulte dingen, zonden. Wie denkt daarbij aan het
alledaagse materialisme? Toch gaat het over hele gewone dingen waar
Jezus het hier over heeft: eten, drinken, kleding. Schatten op aarde,
die kunnen verroesten of vergaan. Het gaat dus niet alleen om bladen
waar bloot in voorkomt, maar een doodnormale reclamefolder kan
hetzelfde effect hebben.
Hoe kijk je naar alles om je heen? Hoe kijk je naar spullen? Hangt
alles ervan af? Hangt je identiteit bijvoorbeeld ervan af? Ik heb dus
ik ben?
Jezus is duidelijk over de schatten van de aarde: er komt roest, ze
vergaan. De aardse schatten: ze kunnen me gestolen worden. De schatten
in de hemel daarentegen hebben eeuwigheidswaarde. Jezus kijkt vanuit
een heel ander perspectief! En Hij ziet dat de schatten tussen God en
ons in kunnen staan. We kunnen niet of of, we kunnen ons hart slechts
aan een van de twee helemaal geven. Waar mijn schat is, daar is mijn
hart, mijn vertrouwen, mijn zekerheid, mijn troost, mijn God.
Zekerheid
Wij denken vaak dat we ons met spullen allerlei zekerheid kunnen
opbouwen. Zekerheid en zorgeloosheid. Daarom willen mensen in onze
samenleving alle risico’s uitsluiten. Ik word regelmatig gebeld
om een lening te nemen of een hypotheek af te sluiten. U kent dat wel,
altijd onder etenstijd: "Heeft u een kwartiertje de tijd?" Alle dingen
kunnen tot in het uiterste worden verzekerd. En natuurlijk moet je daar
ook zorgvuldig mee omgaan. Maar je hebt nooit alles in de hand. Jezus
benadrukt dat ook met de gelijkenis van de rijke dwaas in Lucas
12:13-21. Hij waarschuwt daar voor de hebzucht, want "ook als iemand
overvloed heeft, behoort zijn leven niet tot zijn bezit." Gelijkenis,
die eindigt in vers 20: "Maar God zei tot hem: Gij dwaas, in deze eigen
nacht wordt uw ziel van u afge-eist en wat gij gereedgemaakt hebt, voor
wie zal het zijn? Zo vergaat het hem, die voor zichzelf schatten
verzameld en niet rijk is in God." Heb je die schatten weer.
We denken zekerheid in te bouwen door onze spullen, maar in feite
veroorzaken de grote hoeveelheid spullen veel mensen juist stress in
plaats van zorgeloosheid: je moet je huis goed beveiligen, je kunt niet
zomaar op vakantie, anders halen ze je huis leeg. Precies wat Jezus in
Matt. 6 al voorzegt. Door bezorgd te zijn willen we zorgeloos worden.
Maar dat kan helemaal niet.
25-34: God zorgt
Jezus zegt: wees dat niet bezorgd over je eten, drinken en kleding. Als
je God dient, zal ik voor je zorgen. Hij zegt het meerdere keren: maak
je daar nou niet druk om. De hemelse vader weet dat je dat nodig hebt.
Dat vraagt vertrouwen!! God belooft genoeg te geven voor iedere dag.
Vaak vinden wij het echter moeilijk om te vertrouwen. We willen ook de
volgende dag zeker stellen. We kunnen vaak moeilijk genieten van wat we
vandaag ontvangen, omdat we ons zorgen maken over morgen. Maar Jezus
zegt juist: maak je geen zorgen over morgen, elke dag heeft genoeg aan
zijn eigen kwaad.
Genieten betekent in de diepste zin: ‘kunnen ontvangen’.
Dat is een kunst op zich. Ontvangen kun je alleen met lege handen. Wat
dat betreft kunnen we veel leren van de vogels en de lelies. Zij doen
wat ze moeten doen en ontvangen wat ze nodig hebben van hun Schepper.
Als God al vogels en bloemen verzorgt, hoeveel temeer zal Hij ook niet
zijn kinderen geven wat ze nodig hebben? In vers 32: "Want uw hemelse
Vader weet dat gij dit alles behoeft." Nodig: dus genoeg.
Deze zorg zag je bijvoorbeeld bij het volk Israël in de woestijn:
ze kregen dagelijks het manna dat voor die dag voldoende was. Wanneer
het bewaard werd, verrotte het. Het was voldoende voor die ene dag en
mensen konden erop vertrouwen dat er voor de volgende dag ook voldoende
was. Dat viel voor sommigen echt niet mee. Hetzelfde heeft Jezus ons
geleerd in het Onze Vader, waarin we bidden: geef ons heden ons
dagelijks brood. Genoeg voor die ene dag.
Bonhoeffer zei daarover in zijn boek ‘Navolging’: "Wie
morgen geheel in Gods hand legt en vandaag geheel ontvangt wat hij voor
het leven nodig heeft, die is alleen echt veilig gesteld."
Genieten van genoeg
Hoe kun je dan wel genieten van genoeg? Wat moeten we doen?
God geeft genoeg
Jezus zegt in Joh. 10:10 (Goede herder) dat Hij gekomen is om leven te
geven en overvloed. God geeft meer dan we nodig hebben. Overvloed ken
je alleen als je weet wat genoeg is.
Het grote verschil tussen overvloed en overmaat.
Theorie: 1 beker genoeg: rest is overvloed.
Praktijk: niet 1, 2 bekers nodig. We passen onze leefstijl aan en
vinden dat we er 3 nodig hebben. We maken de maat groter. Deze overmaat
leidt ertoe dat we geen overvloed meer kennen. In de VS, waar mensen
gemiddeld veel te besteden hebben, zijn tegelijkertijd een groot
percentage mensen ontevreden.
Overmaat leidt ook tot onrecht. Omdat wij in de rijke landen in zoveel
overmaat leven, anderen ontzettend veel tekort hebben. Veel
grondstoffen voor onze welvaart, i.p.v. voor basisbehoeften Zuiden. Het
milieu wordt vervuild voor onze overconsumptie. Wij sluiten onze ogen
voor de armen en boeken een vierde vakantie.
UNEP: hier terug met factor 10 voor ruimte voor basisvoorzieningen voor iedereen mogelijk.
Geef!
Jezus zegt: "Zoekt eerst het koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid
en dit alles zal u bovendien geschonken worden." Dit komt dus eerst,
het andere volgt. Voor alles komt dit zoeken. De ongelijke verdelingen
zoals bij de bekertjes is denk ik een van de dingen die te maken hebben
met recht. De bijbel staat er vol van hoe we kunnen omzien naar de
arme. (Jesaja 58).
Dat is het principe van het koninkrijk van God: totaal anders dan die
in onze maatschappij. Bij God is het: geef en je zult ontvangen. Deel
met anderen en je hebt zelf genoeg. Vertrouw niet op je spullen, maar
op God. Andere tekst: Spreuken 28: 25 en 27: "De hebzuchtige verwekt
twist, maar wie op de Here vertrouwt, wordt overvloedig verkwikt. Wie
de arme geeft, zal geen gebrek lijden; maar wie zijn ogen toesluit,
wordt zwaar vervloekt." Voortdurend staat er geschreven dat je moet
geven en delen en daaraan verbonden een belofte: je zult gezegend
worden met een leven in overvloed.
Dus leer te delen!! Richtlijnen in de Bijbel over hoe je omgaat met
geven: tienden, gastvrijheid, kleding etc. Spullen krijg je niet voor
jezelf, maar alles is van God. Belangrijk daarbij is het besef dat we
rentmeesters zijn over ons geld en goed. Dus geen eigenaar. God is de
eigenaar van alles, van alles wat Hij geeft in Zijn schepping, en ook
van onze portemonnee (Hag 2:9 "Van Mij is het zilver en van Mij is het
goud, luidt het woord van de Here der heerscharen"). Richard Foster
noemt in zijn boek ‘Geld, sex en macht’ de tip van de
stickers: eigendom van God. Misschien is het wel nodig om het besef
echt tot ons door te laten dringen. Wij hebben het in beheer namens Hem
en moeten het zo besteden als Hij zou willen. Zodat het ten goede komt
aan Zijn koninkrijk. Ga er zo mee om dat je dat doet zoals Hij dat zou
doen. Wat would Jesus do??
Dan leidt het zoeken naar Gods koninkrijk en Zijn gerechtigheid tot een
houding van geven. Er is een verband tussen onze welvaart hier en de
armoede in de Derde Wereld. Als ons eigen bezit relatiever wordt, gaan
onze ogen open voor de noden om ons heen, ver weg en dichtbij. Het
liefhebben van je naaste betekent een ander iets voluit gunnen, dus
geen rivaliteit of concurrentiejacht. Leven begint bij ontvangen en
geven, niet bij produceren. Geef met een blij en vrijgevig hart: 2 Cor
9:6-8.
Opdracht die we serieus moeten nemen. Lezen: Maleachi 3:6-10. Belofte
aan verbonden. Jezus laat deze opdracht staan: Matt. 23:23. Het gaat
Hem ook om het hart van waaruit je geeft. Oordeel, barmhartigheid en
trouw. Ook verhaal van de weduwe bij de offerkist (Lucas 21:1-4). In de
bijbel wordt gesproken over het geven van eerstelingen - niet van de
rest.
Is geven een plicht -weggeven en je bent het dus kwijt?- of zie je het
geven als teruggeven aan God, de eigenaar en als investering in Zijn
koninkrijk voor Zijn schepping of broeders en zusters die in armoede
leven? Het antwoord hierop laat ook zien in hoeverre je vastzit aan de
‘schatten op aarde’. Foster schrijft: "Het besef dat God de
eigenaar van alle dingen is, bevrijdt ons van een bezitterige en
overbezorgde geest." Daarbij kun je de vraag over het geven op twee
manieren stellen: "Hoeveel van mijn geld moet ik afstaan aan God?"
wordt: "Hoeveel van Gods geld mag ik voor mijzelf houden?"
Werkelijk een andere manier van denken: niet vanuit het minimale
(wanneer komt God niets tekort) maar vanuit het maximale: hoe kan ik
Gods koninkrijk optimaal dienen? En God belooft dan dat Hij zal zorgen,
daar staat de Bijbel vol van!
Doorgedacht over tevreden zijn - begeren - belangrijkste doelen
Heiligheid, met tevredenheid is een groot goed.
1 Tim 6:6 - Maar voor wie tevreden is met wat hij heeft, is het geloof grote winst.
Leer tevreden te zijn, ant de liefde voor geld brengt ellende
1 Tim 6:7-10 - Wij hebben niets in deze wereld meegebracht en kunnen er
ook niets uit meenemen. Wij hebben voedsel en kleren, laten we daar
tevreden mee zijn. Wie rijk wil worden, staat bloot aan verleiding,
raakt in een valstrik en valt ten prooi aan dwaze en schadelijke
begeerten die een mens in het verderf storten en ten onder doen gaan.
Want de wortel van alle kwaad is geldzucht. Door zich daaraan over te
geven, zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben ze zichzelf
veel leed berokkend.
Blijf weg van de liefde van gedl en weest tevreden
Heb 13:5 - Laat uw leven niet beheersen door geldzucht, neem genoegen
met wat u hebt. Hij heeft immers zelf gezegd: ‘Nooit zal ik u
afvallen, nooit zal ik u verlaten,’
Tevreden te zijn, zelfs in de meest moeilijke omstandigheden van het leven
Fil 4:11-13 - Ik zeg dit niet omdat ik gebrek lijd; ik heb geleerd om
in alle omstandigheden voor mezelf te zorgen. Ik weet wat het is om
gebrek te lijden, maar ook wat het is om in rijkdom te leven. Ik heb
alles aan den lijve ondervonden: overvloed en honger, rijkdom en
gebrek. Ik ben tegen alles bestand door hem die mij kracht geeft.
5. Tevredenheid leidt tot vrede
Spr 17:1 -Beter een stuk droog brood en vrede dan een huis vol met voedsel en ruzie.
6. Het leven bestaat niet uit hetgaan je bezit
Luc 12:15 - Hij zei tegen hen: ‘Pas op, hoed je voor iedere vorm
van hebzucht, want iemands leven hangt niet af van zijn bezittingen,
zelfs niet wanneer hij die in overvloed heeft.’
De gelijkenis van de rijke dwaas, leert dat het leven meer is dan materiaal bezit
Luc 12:16-21 (De rijke dwaas bewaarde zaken voor zichzelf, maar was niet rijk naar God toe).
Laat niet de verleiding van rijkdom, het woord in je leven doen verminderen
Mar 4:1-20 (Gelijkenis van de zaaier).
Mar 4:7,18-20 - Weer ander zaad viel tussen de distels, en de distels
schoten op en verstikten het en het bracht geen vrucht voort.... Weer
anderen zijn als het zaad dat tussen de distels is gezaaid: ze hebben
het woord wel gehoord, maar de zorgen om het dagelijks bestaan en de
verleiding van de rijkdom en hun verlangens naar allerlei andere dingen
komen ertussen en verstikken het woord, zodat het zonder vrucht blijft.
Maar er zijn ook mensen die zijn als het zaad dat op goede grond is
gezaaid: zij horen het woord en aanvaarden het en dragen vrucht,
sommigen dertigvoudig, anderen zestigvoudig en weer anderen
honderdvoudig.’
Dood de (valse) begeerte
Kol 3:5 - Laat dus wat aards in u is afsterven: ontucht, zedeloosheid,
hartstocht, lage begeerten en ook hebzucht – hebzucht is
afgoderij
Vertrouw niet op aardse schaten, maar op de hemelse
Mat 6:19-21 - Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde: mot en roest
vreten ze weg en dieven breken in om ze te stelen. Verzamel schatten in
de hemel, daar vreten mot noch roest ze weg, daar breken geen dieven in
om ze te stelen. Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.
Je kunt niet twee meesters dienen
Mat 6:24 - Niemand kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de
tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de
andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen én de mammon.
Zoek eerst Gods Koninkrijk
mat 6:33 - Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn
gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden.
Zoek geen status, zoals de discipelen dat deden
Luc 9:46-48 - Ze begonnen onderling te redetwisten over wie van hen de
belangrijkste was. Jezus merkte wat hen bezighield en hij nam een kind
bij zich, dat hij naast zich neerzette. Hij zei tegen hen: ‘Wie
dit kind in mijn naam bij zich opneemt, neemt mij op; en wie mij
opneemt, neemt hem op die mij gezonden heeft. Want wie de kleinste
onder jullie allen is, die is werkelijk groot.’
Het is beter om een simpele levensstijl te hebben, dan rijkdom met veel conflicten in het huisgezin
Spr 15:16-17 - Beter een schamel bezit en ontzag voor de HEER dan grote
rijkdom en veel onrust. Beter een karige schotel groenten en liefde dan
een vetgemeste os en haat.
Spr 17:1 - Beter een stuk droog brood en vrede dan een huis vol met voedsel en ruzie.
Sloop jezelf niet om rijk te worden
Spr 23:4-5 - Tob jezelf niet af om rijk te worden, zet dat plan opzij.
Zodra je op rijkdom afvliegt, is die al verdwenen. Hij krijgt vleugels,
plotseling, en vliegt als een arend weg.
Spr 28-6 -Beter een arme die onberispelijk leeft dan een rijkaard die vol leugens zit.
Pred 4:6 - Maar beter is één hand gevuld met rust dan beide vuisten vol gezwoeg en najagen van wind.
Zoek geen armoede noch rijkdom
Spr 30:8-9 - Houd me ver van leugen en bedrog. Maak me niet arm, maar
ook niet rijk, voed me slechts met wat ik nodig heb. Want als ik rijk
zou zijn, zou ik u wellicht verloochenen, zou ik kunnen zeggen:
‘Wie is de HEER?’ En als ik arm zou zijn, zou ik stelen en
de naam van mijn God te schande maken.
Het is beter om wijsheid te hebben dan rijkdom
Spr 16:16-17 - Hoeveel beter is het wijsheid te verwerven dan goud,
hoezeer is inzicht te verkiezen boven zilver. Wie oprecht is, mijdt de
weg van het kwaad, wie zijn weg in het oog houdt, beschermt zijn leven
Goed bekend staan is belangrijker dan het hebben van grote rijkdom
Spr 22:1 - Een goede naam is te verkiezen boven grote rijkdom, waardering boven zilver en goud.
Koning Achag oncontroleerbare begeerte, leidde hem uiteindelijk naar moord
1 Kon 21:1-4
1 Kon 21:2-4 - Sta mij uw wijngaard af,’ zei Achab tegen Nabot.
‘Hij ligt naast mijn paleis; ik kan hem goed gebruiken om er
groente te verbouwen. Ik zal u er een betere wijngaard voor teruggeven,
of ik zal u, als u dat liever hebt, de prijs ervan in zilver
uitbetalen.’ Maar Nabot zei tegen Achab: ‘De HEER verhoede
dat ik de grond die ik van mijn voorouders heb geërfd aan u zou
afstaan.’ Achab ging terug naar zijn paleis, woedend en
terneergeslagen omdat Nabot tegen hem had gezegd dat hij hem de grond
die hij van zijn voorouders had geërfd niet zou afstaan. Hij ging
op zijn rustbed liggen, met zijn gezicht naar de muur, en weigerde te
eten.
Koning
Hezekiah had zijn prioriteiten op de verkeerde plaats. Met trots liet
hij zijn aardse rijkdommen zien, en hij werd ervoor veroordeeld
2 Kon 20:12-19
2 Kon 20:14-19 - De profeet Jesaja ging naar koning Hizkia toe en vroeg
hem: ‘Wat hebben deze mannen tegen u gezegd? Waar kwamen ze
vandaan?’ ‘Uit een ver land,’ antwoordde Hizkia,
‘uit Babylonië.’ ‘Wat hebben ze in uw paleis te
zien gekregen?’ vroeg Jesaja, en Hizkia antwoordde: ‘Ze
hebben alles gezien wat zich in mijn paleis bevindt. Er is niets in
mijn magazijnen dat ik hun niet heb laten zien.’ Hierop zei
Jesaja tegen Hizkia: ‘Luister naar wat de HEER te zeggen heeft.
Het duurt niet lang meer, of alles wat zich in uw paleis bevindt, alles
wat uw voorouders tot nu toe hebben vergaard, zal naar Babel worden
weggesleept. Er blijft niets van over – zegt de HEER. Ook een
aantal van uw zonen, het nageslacht dat u hebt verwekt, zal worden
weggevoerd om dienst te doen in het paleis van de koning van
Babylonië.’ Hizkia antwoordde: ‘Het is goed, wat u
namens de HEER tegen mij hebt gezegd.’ Want hij dacht bij
zichzelf: Dat betekent dat er zolang ik leef, rust en vrede zal
heersen.
Habakuk was tevreden met Gods leiding en hij vertrouwde hem zelfs wanneer de dingen heel erg moeilijk waren
Hab 3:17-19 - Al zal de vijgenboom niet bloeien, al zal de wijnstok
niets voortbrengen, al zal de oogst van de olijfboom tegenvallen, al
zal er geen koren op de akkers staan, al zal er geen schaap meer in de
kooien zijn en geen rund meer binnen de omheining – toch zal ik
juichen voor de HEER, jubelen voor de God die mij redt. God, de HEER,
is mijn kracht, hij maakt mijn voeten snel als hinden, hij laat mij
over mijn bergen gaan.
God bestrafte Gechazi zwaar voor zijn begeerten
2 Kon 5:19-27 (Gechazi kreeg onder valse voorwendselen een cadeau van Naaman).
2 Kon 5:19-20 - Elisa antwoordde: ‘Ga in vrede.’
Naäman was nog niet zo lang vertrokken, toen Elisa’s knecht
Gechazi bedacht: Mijn meester heeft de Arameeër Naäman voor
het hoofd gestoten door het geschenk dat hij voor hem had meegebracht
te weigeren. Zo waar de HEER leeft, ik ga hem zo snel mogelijk achterna
om iets van hem aan te nemen.
2 Kon 5:27 - Moge de huidvraat van Naäman voor eeuwig op jou en je
nakomelingen overgaan!’ Gechazi verliet zijn meester, zijn huid
schilferig en wit als sneeuw.
RIjkdommen zijn betekenisloos, alle welvaart vervliegt
Pred 5:8-17
Pred 5:10-11 - Maar hoe groter iemands kapitaal is, des te groter ook
het aantal mensen dat het komt verbrassen. Wat heeft de eigenaar
hierbij te winnen? Hij kan alleen maar toekijken. Een arbeider slaapt
goed, of hij nu veel of weinig te verteren heeft, maar wie zwelgt in
rijkdom, kan de slaap niet vatten.
Pred 5:15-17 - Het is, ook dit, triest en ellendig, maar zoals hij is
gekomen, zo keert hij terug. Wat is het voordeel voor de mens dat hij
zwoegt voor wind? Alle dagen van zijn leven brengt hij door in
duisternis, heel zijn bestaan is vol ellende en verdriet, en vol
ontevredenheid. Het is daarom, zo heb ik ingezien, goed en weldadig
voor een mens wanneer hij zich aan eten en drinken te goed doet, en
geniet van alles wat hij heeft verworven. Daar zwoegt hij voor onder de
zon gedurende het luttel aantal levensdagen dat hij van God gekregen
heeft; dat is wat hem is toebedeeld.
Het belangrijkste doel in het leven is om God te vrezen en zijn geboden te houden
Pred 12:13-14 - Alles wat je hebt gehoord komt hierop neer: heb ontzag
voor God en leef zijn geboden na. Dat geldt voor ieder mens, want God
oordeelt over elke daad, ook over de verborgen daden, zowel over de
goede als de slechte.
Mat 6:33 - Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn
gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden.
25. Alles wat je op aarde ziet is tijdelijk, maar wat je niet ziet is eeuwigdurend.
2 Kor 4:18 - Wij richten ons niet op de zichtbare dingen maar op de
onzichtbare, want de zichtbare dingen zijn tijdelijk, de onzichtbare
eeuwig.
26. Zet je verlangen niet op de dingen van boven, en niet op de zaken van de aarde
Kol 3:1-3 - Als u nu met Christus uit de dood bent opgewekt, streef dan
naar wat boven is, waar Christus zit aan de rechterhand van God. Richt
u op wat boven is, niet op wat op aarde is. 3U bent immers gestorven,
en uw leven ligt met Christus verborgen in God.
27. De rechtvaardigen zullen klaar om vrijmoedig te geven, dan om begeerte te verlangen.
Spr 21:6 - Rijkdom verworven door bedrog is als een vluchtige adem op zoek naar de dood.
Nagedacht over: Rentmeesterschap
Wat is milieu eigenlijk?
Het
milieu is alles wat zich om een levend wezen (een mens, dier, of plant)
bevindt en de omstandigheden die van invloed zijn op dat wezen. Het
milieu is de leefomgeving, de natuur om je heen. Onder het milieu
vallen de omstandigheden die van invloed zijn op het welzijn van de
mensheid, zoals bijvoorbeeld het klimaat van een gebied,
energieverbruik, afval (verwerking), geluid (hinder), de toestand van
de atmosfeer, van het water. Dit alles valt binnen het brede begrip
milieu.
Om tot een goed begrip van milieu te komen, is het belangrijk om te
kijken naar het allereerste begin van het milieu: de schepping.
In den beginne schiep God de hemel en de aarde
Zo
begint de Bijbel in Genesis 1:1. Het eerste bijbelhoofdstuk en sluit af
met: 'en God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet het was zeer goed'.
God heeft de wereld geschapen, met alles erop en eraan. Na zes dagen is
de schepping voltooid. De Heere overziet al Zijn werk en ziet dat het
goed is. Een volmaakte schepping. Alles is goed en alles loopt uit op
de verheerlijking van Gods Naam. Als God Adam en Eva geschapen heeft,
zegt Hij: ‘Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de
aarde, en onderwerp haar, en hebt heerschappij over de vissen der zee,
en over het gevogelte des hemels, en over al het gedierte, dat op de
aarde kruipt’! (Genesis 1:28) In deze woorden maakt God Zijn wil
aan de mens bekend. Hij stelt hem aan als onderkoning over de
schepping. In Genesis 2:15 staat: ‘Zo nam de HEERE God de mens,
en zette hem in de hof van Eden, om dien te bouwen en te
bewaren’. De mens krijgt hier een dubbele opdracht: hij moet de
aarde bebouwen, maar ook bewaren. Bebouwen wil zeggen: de mogelijkheden
van de aarde benutten. De mens mag in de schepping deze taak op zich
nemen. Maar hij moet de schepping ook bewaren. Hij wordt geen baas over
de schepping, want hij is geen eigendom van het schepsel, maar van de
Schepper. De mens wordt aangesteld als een rentmeester over het
eigendom van de Schepper. Een rentmeester is verantwoordelijk voor een
goed beheer van dat eigendom, maar hij is zelf geen eigenaar. Het
heersen over de schepping houdt dan in: een heersen in gehoorzaamheid
aan Gods wil. Wat God wil, wordt uitgevoerd. En de mens, geschapen naar
Gods beeld, is daartoe volledig bereid. Hij kan het ook doen, omdat er
harmonie bestaat tussen hem en zijn Schepper.
Genesis 3 vertelt ons van de zondeval, waardoor de omstandigheden van mens, dier en plant grote veranderingen ondergaan
De
zondige mens kan niet meer leven overeenkomstig Gods wil. Maar dat niet
alleen, ook de hele schepping wordt meegesleept in het verderf. God
zegt tegen Adam:’dewijl gij geluisterd hebt naar de stem uwer
vrouw en van die boom gegeten, waarvan Ik u van gebood had; zeggende:
Gij zult daarvan niet eten; zo zij het aardrijk om uwentwil
vervloekt… De vloek rust op ‘het aardrijk’. De aarde
zal doornen en distelen voortbrengen. Een wolf zal niet meer naast een
lam grazen. Toch wordt er in de schepping nog iets gevonden van de
harmonie en orde die God in de schepping heeft gelegd, zoals
bijvoorbeeld het verloop van de dagen. Dag en nacht wisselen elkaar af.
De zonde is er echter oorzaak van dat er geen volmaaktheid meer is. De
gevolgen van de zonde komen dus ook in de schepping tot uiting. Dat
zien we ook om ons heen. Er zijn al heel wat problemen in de schepping
zoals: gaten in de ozonlaag, zure regen waardoor de bomen dood
gaan, vervuiling in de lucht, water en bodem, uitsterven van plant - en
diersoorten. Dit heeft alles met het milieu en milieuproblematiek maken.
Er zijn verschillende oorzaken op te noemen voor de huidige milieuproblemen
De hoofdoorzaak vormt de economische groei, die Nederland al sinds de Industriële revolutie (19e eeuw) doormaakt.
Om de productie te vergroten en de kostprijs te verlagen, werden
allerlei machines uitgevonden en bestaande machines verbeterd.
Fabrieken werden gebouwd, stoommachines uitgevonden en de eerste
stoomtrein ontworpen. Men maakte steeds meer gebruik van de natuurlijke
hulpbronnen, zoals steenkool, aardolie, aardgas, om energie op te
wekken en machines aan te drijven. Na de 2e wereld oorlog maakte
de economie opnieuw een forse groei door. De schade van de oorlog was
hersteld en de aandacht werd gericht op de economie. De Nederlandse en
andere westerse overheden stimuleerden de economische groei. Zoveel
mogelijk produceren was de stelregel van ondernemers en overheid.
Immers, hoe meer productie, hoe meer winst, en hoe meer
werkgelegenheid. Ook begonnen de mensen na de oorlog steeds meer
producten te gebruiken. De welvaart in Nederland steeg. Om aan de
stijgende vraag naar producten te voldoen, werd er steeds meer en op
grotere schaal geproduceerd. Er een ontstond onder de bevolking een
mentaliteit van consumentisme en materialisme.
Onder consumentisme verstaan we: de neiging om steeds weer allerlei
artikelen aan te schaffen die niet strikt noodzakelijk zijn.
Bijvoorbeeld door steeds maar weer met de laatste mode mee te willen
doen. Consumentisme hangt dan samen met materialisme: het overdreven
waarde hechten aan stoffelijke goederen.
De economische groei bracht echter ook een aantal nadelige gevolgen mee:
Afval en bodemverontreiniging. De Nederlandse industrie groeide snel en
ook in de landbouw werd steeds meer geproduceerd. De nadelen hiervan
zijn gekomen in de vorm van aantasting van natuur en milieu door
afvalstoffen. Want produceren betekend ook afval maken die op
één of andere manier geloosd moet worden. Het ophalen en
verbranden van afval werd een kostbare en milieu – onvriendelijke
aangelegenheid. De berg afval op de vuilnisbelt werd steeds groter, en
er ontstond bodemverontreiniging doordat schadelijke stoffen en
chemisch afval in de grond gedumpt werden.
Aanslag
op brandstoffen en uitstoot van schadelijke stoffen. Verder betekende
de economische groei een aanslag op de fossiele brandstoffen. Er is
energie nodig om te produceren. Men gebruikt hiervoor al jarenlang
fossiele brandstoffen, zoals olie, kolen en aardgas, maar deze zullen
op een gegeven moment op raken als men op dezelfde wijze zal doorgaan.
Het verbranden van olie, aardgas en kolen, door industrie,
elektriciteitscentrales en wegverkeer, zorgt bovendien voor het
vrijkomen van verschillende vervuilende stoffen. Vooral de industrie en
verkeer zorgen voor uitstoot van deze stoffen. Zwavel – en
stikstofproducten vervuilen de lucht om ons heen. Deze schadelijke
stoffen in de lucht slaan neer in de vorm van ‘zure regen’
en tasten zo de bossen aan en komen in de bodem terecht. Gevolgen
hiervan zijn dat bomen afsterven, bossen verminderen en het grondwater
vervuilt. Een andere schadelijke stof is koolstofdioxide, wat vrijkomt
bij gebruik van gas, benzine of diesel. Deze stof heeft tot gevolg dat
de tempratuur op aarde stijgt, waardoor langzaam het (wereldwijde)
klimaat verandert.
Mest
overschot en verzuring. De groei zorgde voor de agrarische sector voor
schaalvergroting en massaproductie. Door het op grote schaal fokken van
dieren ontstaat een overschot aan mest. Wanneer men deze mest op het
land brengt, komen voor het milieu schadelijke stoffen zoals ammoniak
in de bodem, grondwater en lucht terecht. Een gevolg hiervan is dat
planten die niet bestand zijn tegen een zure omgeving verdwijnen
en dat drinkwater wat uit grondwater gewonnen wordt, vervuilt is.
Toename van verkeer. Verder zorgde de economische groei voor een
stijging in het gebruik van voertuigen. Het verkeer is toegenomen, met
als gevolg geluidsoverlast en luchtverontreiniging met name in de grote
steden. Auto's, autowegen, doorgaande routes en parkeerplaatsen en
garages maken dorpen steeds minder leefbaar, vernielen landschap en
natuur, vervuilen de lucht, veroorzaken zure regen en leiden tot bergen
afval.
De genoemde problemen vragen nog steeds onze aandacht
Maar
er zijn ook telkens 'nieuwe' ontwikkelingen die voor milieuproblematiek
kunnen zorgen en waar oplossingen voor gezocht moeten worden. Net
zoals; klimaatverandering. De grootste gevolgen van deze
klimaatsverandering zouden in tropische gebieden zijn:
• Het zeeniveau zal stijgen waardoor de kans op overstromingen toeneemt
• Planten en dieren kunnen zich niet aanpassen
aan de veranderingen in het klimaat en worden met uitsterven bedreigd.
• Klimaatsverandering zal p een aantal plaatsen
leiden tot droogte, wat kan leiden tot meer bosbranden en
woestijnvorming.
• Een groot gedeelte van de bevolking leeft in
landen met tekort aan zoetwater. Klimaatsverandering zal dit tekort in
regio's als het Midden-Oosten en Australië alleen maar groter
maken.
• In gebieden waar de droogte door
klimaatsverandering toeneemt, zoals Midden-Oosten en India, wordt een
afname van bouwproductie verwacht.
Ook Nederland zal gevolgen van de klimaatsverandering
ondervinden. De kans dat de rivieren bijvoorbeeld buiten
hun oevers treden zullen groter worden. Dit zal van invloed zijn
op het ruimtegebrek, zoals het afnemen van ruimte om te wonen of te
recreëren. Een stijging van de zeespiegel zal ook gevolgen hebben
voor de kustbescherming en de Waddenzee. Dijken zullen bijvoorbeeld
verhoogd moeten worden.
Verder
is in Nederland de veiligheid van mens en natuur een belangrijk
milieuvraagstuk. De veiligheid van voedsel en drinkwater blijft de
aandacht vragen. Het is nog niet bekend of straling (bijv. GSM-
apparatuur en zendmasten), biotechnisch en genetische manipulatie
gezondheidsrisico's voor de bevolking met zich mee brengen.
Zijn er oplossingen?
De milieuproblematiek is complex. Denk bijvoorbeeld maar aan het
mestoverschot, ontstaan door het op grote schaal fokken van dieren. Het
milieu vraagt aan de ene kant om inkrimping van de productie. Aan de
andere kant staan de landbouwer, die zich van een redelijk inkomen moet
kunnen voorzien en de consumenten die niet teveel wil betalen voor de
producten. En dan moet er ook nog rekening gehouden worden met de
dieren zelf…
Een ander probleem is het gebruik van de auto. Uitlaatgassen zorgen
voor enorme luchtvervuiling. De afgelopen jaren is gebleken dat het nog
niet zo gemakkelijk is om mensen over te halen om hun auto eens te
laten staan. Verschillende oplossingen zijn bedacht: verhoging van
brandstofprijzen, rekeningrijden, het stimuleren van gebruik van
openbaar vervoer of fiets, of dichter bij het werk gaan wonen.
Wij moeten rentmeesters zijn die vanuit een waar geloof
En
dat alles naar Gods wet en met als doel voor hetgeen God ons in de
schepping toevertrouwde. Slecht rentmeesterschap onteert en verdriet de
hemelse Vader en brengt niets anders dan nog meer ellende. Aan goed
rentmeesterschap heeft God beloften verbonden van welvaart en welzijn.
Een christen heeft de plicht om duurzaam met de schepping om te gaan.
Duurzaamheid houdt in dat wij het eigendom van God niet mogen
aantasten, of zorgeloos verspillen. Een werkelijk duurzame maatschappij
is een samenleving die gericht is op het voldoen aan de opdracht die
God ons gegeven heeft. Economisch handelen kan dan niet los worden
gezien van de invloed die dit heeft op het milieu.
In
het omgaan met het bezit van God zal een goede rentmeester alle
effecten op dat gebied meenemen. Handelen dat delen van dat bezit
aantast, zal dus niet voldoen aan de duurzaamheidnorm. Aan de andere
kant is het ook niet de bedoeling dat de mens ondergeschikt wordt aan
de natuur. Juist beheer van de schepping kenmerkt zich door respect
voor de schepping en zorg voor de geschapen soorten naar hun
aard. Hantering voor het 'voorzorgprincipe' is een andere bouwsteen om
de schepping op een goede manier te beheren. Dit houdt in dat bij alle
ontwikkelingen allereerst gevraagt dient te worden hoe schade voorkomen
kan worden, hoe de verantwoordelijkheid voor de huidige en toekomstige
generaties kan worden nageleefd, en hoe het welzijn van mensen kan
worden gediend.
Bij het voorgaande moeten we wel bedenken dat God zelf Zijn
schepping onderhoudt. In Zondag 9 & 10 van de Heidelbergse
Chatechismus belijdt het geloof dat de God en Vader van onze Heere
Jezus Christus de hemel en de aarde met alle schepselen, uit niet
geschapen heeft, en die ook door Zijn eeuwige raad en voorzienigheid
nog onderhoud en regeert. Zonder Zijn wil kan geen schepsel zich
bewegen. Alles heeft Hij in Zijn hand. God geeft de kracht voor alle
bewegingen en werkingen van Zijn schepselen, zoals lopen, denken en
werken. De kracht, het verstand en de wil om al deze dingen te doen,
komt van God. Dit geeft natuurlijk geen vrijbrief tot niets doen of tot
zorgeloosheid met betrekking tot onze relatie met de schepping. De
opdracht van bouwen en bewaren blijft bestaan! Wij blijven dus
verantwoordelijk voor onze daden.
Besluit
Genieten van genoeg. Dat houdt in dat niet altijd onze eigen materiele
behoeften voorop staan, maar dat we afhankelijk durven zijn van God,
oog krijgen voor de samenleving en leren ‘rechtvaardig’ te
leven. We krijgen van God meer dan genoeg! God vraagt van ons dat we
voor alles gericht zijn op Hem, Zijn koninkrijk, Zijn gerechtigheid. En
Hij belooft dat Hij ons zal geven wat we nodig hebben. Als wij dat
willen ontvangen, kunnen we werkelijk genieten. Van genoeg. Als we niet
in de eerste plaats op onszelf zijn gericht, maar op God en de ander,
zullen we zien wat de ander nodig heeft. En kunnen we genieten van
genoeg!. zodat een ander genoeg heeft om te genieten!