Jezus is Het Leven
De vindplaats van materiaal
voor Bijbelstudie, geloofstudie, catechese, school, kring, persoonlijk
geloof, studie thuis, kerk, club, nieuws, godsdienstonderwijs,
zingeving en vooral heel veel mogelijkheden om je Bijbelkennis te
vergroten. Blijf
niet afhankelijk van anderen maar lees zelf de Bijbel. Investeer in
geestelijke rijkdom.
BEKIJK HIERONDER DE FILM OVER JEZUS of lees eerst eens verder en ga daarna kijken.
Jezus Christus: Hij is
het Leven
In Filippenzen 3:8 vat Paulus het goed samen wanneer hij beweert dat alle andere dingen waardeloos zijn als deze worden vergeleken met de onschatbare waarde van het kennen van Jezus Christus.
"Want
God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat
iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven
heeft." (Johannes 3:16).
Leven met Jezus is een
leven als een dwaas in de ogen van de mensen om je heen.
Leven met Jezus is je
eigen leven opgeven (niet alleen dat wat je wilt missen) en Hem volgen.
Leven met Jezus is je
kruis opnemen en Hem volgen tot in de dood.
Leven met Jezus is leven
in harmonie met je naaste.
Leven met Jezus is omgaan
met andere dwazen.
Leven met Jezus is een
leven met de meest liefhebbende Persoon die er is.
Leven met Jezus is een
leven vol van blijdschap ondanks de "gewone" moeilijkheden.
Leven met Jezus maakt je
leven de moeite waard.
Bid Jezus Christus: Hij is het
Leven
In Filippenzen 3:8 vat Paulus het goed samen wanneer hij beweert dat
alle andere dingen waardeloos zijn als deze worden vergeleken met de
onschatbare waarde van het kennen van Jezus Christus. "Want God had de
wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen
die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft."
(Johannes 3:16).
Leven
met Jezus
Hier één sleutelzin uit het
Matteüsevangelie n.l. "Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben" En
ook één sleutelzin uit wat we bij
Johannes lezen, n.l. "Verwonder u niet dat Ik u zei: gij moet opnieuw
geboren worden". Om te beginnen ga ik deze uitspraken even anders
formuleren, zoals "Maar jij, wie zeg jij dat Ik ben", en "Zaak is dat
jij opnieuw wil geboren worden". Die jij wordt dan mijzelf, ik, direct
betrokkene, direct bedoelde. Degene die dit tot mij zegt, is Jezus,
tweeduizend jaar ver. En die Jezus die mij nu wil aanspreken, is de man
die o.a. Matteüs en Johannes zodanig had aangesproken, dat ze
over hem niet meer konden zwijgen. Sinds ze Hem ontmoet hadden, metmijn
echtgenoot zijn? mijn vader zijn? Hem waren opgetrokken, in Zijn ban
geraakt, vooral sinds ze door Zijn zwartste en meest uitzichtloze dood
mee zijn gegaan, hebben ze het absoluut duurzame in Hem ook mee
ervaren, wat ze dan verrijzenis zijn gaan noemen.
Wanneer iemand je aanspreekt, en wanneer je je door iemand laat
aanspreken, kan je tot een gesprek komen. Hier komen we op het terrein
van relatie, vriendschap, liefde.
Gaandeweg heb ik geleerd, of liever heb ik de behoefte gekregen, mij
persoonlijk in te leven in het Evangelie. Deelnemer te worden. Het
verhaal helemaal tot mij te laten komen, helemaal in zijn zo ruim
mogelijke context in mij te laten dringen. Ja, waarom het niet
bekennen? Ik leerde het in de Geestelijke Oefeningen van Ignatius. En
hier verwijs ik dan ook graag naar Jef Van Gerwen, die zeer sterk en
intens van deze spiritualiteit geleefd heeft en doorgegeven aan velen.
Achteraf gezien deed ik dat eigenlijk meestal reeds zo met romans,
zelfs met poëzie, schilder- en beeldhouwkunst, ook met muziek.
Het wordt dan het intreden in een persoonlijke relatie met de
boodschap, met de persoon, die achter of in het woord, het beeld, de
klank, schuilt, ook met de vertolker. Dat schuilen wordt dan leven, een
intieme band. Het wordt een vorm van aandacht voor de ander, zoals een
persoonlijke ontmoeting is of kan zijn. Het zoeken en vinden van de
ander. En in de ander het zoeken en vinden van mezelf.
"En jij, wie zeg jij dat ik ben"? Ik stel het me voor in een
persoonlijke beleving en dialoog met Jezus, die ik hier nu wil voeren.
Ik mag mee tussen Je leerlingen staan, daar in de streek van Caesarea
Filippi, wanneer Je ons ineens vraagt wat de mensen over Jou zeggen,
over de Mensenzoon. We staan daar verrast, bedremmeld. Ja, wat zullen
we zeggen? wat hebben we zoal horen zeggen over Jou bij al die
gelegenheden dat ze Jou gezien en ervaren hebben, daar in dat warme,
droge land met zijn eeuwenoude verwachtingen en zoeken en verlangen? En
we beginnen zo stilaan een en ander op te noemen: sommigen denken dat
je Johannes de Doper bent, anderen Elia, Jeremia ... We staan daar rond
Jou, mekaar en Jou te bekijken, terwijl we schoorvoetend die dingen
vertellen, de één na de ander.
Maar dan ga Je plots recht op ons af. Je vraagt ons zelf kleur te
bekennen. Je wil van onszelf horen hoe het staat met Jou bij ons, bij
mij, en Je zegt: "En jij, wie zeg jij dat ik ben?" Daar staan we dan te
blinken. Hoe moeten we dat zeggen, wat kunnen we reeds zeggen, en
vooral wie durft het aan? Terwijl we alle twaalf nog staan te aarzelen,
is het plots onze Petrus die het weerom doet: "Jij bent de Christus, de
Zoon van de levende God"! Paf, ’t is eruit. Hij verschiet er
zelf van, en wij evenzeer. Is me dat wat! In een opwelling flapt onze
goeie dappere Petrus het eruit, allicht zonder de ganse draagwijdte
ervan te snappen: Christus, Gezalfde, Zoon van een God die tot leven
komt in Jou, Jezus, broer, mens, naast ons, tussen ons, zoals wij! In
een flits heeft hij iets van Jouw grootsheid en Messiaanse roeping
aangevoeld en ''gezien''. Alvorens Petrus zelf en wij allen van onze
verbouwereerdheid bekomen zijn onder de warme zon tussen de heuvels
niet te ver van de koele Jordaan, antwoord Jij: "zalig ben jij Simon
..." en een beetje verder "jij bent Petrus, en op deze steenrots zal Ik
mijn kerk bouwen..." Zou Jij daar niet eenvoudigweg mee willen zeggen:
"Maar Simon toch, je bent een kei van een vent. Met zo’n
kerel kunnen we heel wat, alles aanvangen, kerken bouwen, een
maatschappij, een wereld veranderen." En door Petrus zeg je dat tegen
iedereen, tegen mij."
Het zou mij niet verwonderen dat Jijzelf óók
aardig verrast was met het antwoord van Petrus. Deze bevestiging en
erkenning door Petrus zullen allicht Je inzicht in Je roeping ook
duidelijker gemaakt hebben, zoals bij Je ontmoeting met de Kanaanese
vrouw, door Hilde overtuigend aangetoond tijdens de eerste viering. Je
moet Je zalig gelukkig hebben gevoeld. Voor Jou is het nu ook duidelijk
dat Je met deze ploeg verder kunt. En Je bevestigt ons op onze beurt.
In Petrus krijgen wij allen, die mét Jou op weg gaan, Je
vertrouwen en Je sleutels tot de zin van ons leven, tot geluk en
gerechtigheid, hier op aarde met bindende kracht voor eeuwig, voor alle
mensen van alle tijden, beslissend! Leven mét Jezus.
En dan naar de Johannes van vandaag: "Zaak is dat jij opnieuw wil
geboren worden". Ook in dit nachtelijke bezoek van de toen nog bange
Nicodemus wil ik mij persoonlijk betrekken. Samen met hem kom ik
ongezien bij Jou, Jezus, die zelfs ’s nachts bereikbaar bent.
Samen met Nicodemus bevestig ik Je als leraar van Godswege. Dat is voor
ons beiden zo helder, want niemand kan die tekenen doen die Jij
verricht. Maar prompt duw Je ons terug op onszelf. Je dwingt ons binnen
in onszelf te kijken. Ach die tekenen ... Het gaat om wat er binnen in
mij gebeurt, wat ik binnen in mij laat gebeuren. Opnieuw geboren
worden, vanuit onze menselijke beperkende conditie, naar het
alles-mogelijke van de Geest die Jou bezielt, en in mij opnieuw geboren
kan worden en gedijen door Jouw Woord en Licht.
En, a propos, dat heeft Nicodemus met zichzelf tenslotte voor mekaar
gekregen. Johannes verhaalt dat diezelfde Nicodemus waarvan hij zegt
dat ''hij behoorde tot de voornaamsten van de Joden'', na Jezus dood
ook is komen helpen bij Zijn begrafenis. Hij bracht ''een mengsel van
mirre en aloë mee, ongeveer honderd pond.'' Op dat uiterst
riskante ogenblik heeft hij de moed en de kracht opgebracht om voor
Jezus op te komen, heeft hij heel zijn aanzien en status en inkomen op
het spel gezet. Nicodemus was opnieuw geboren! Geen mens kan vermoeden
hoe hij zich toen moet gevoeld hebben. Vol gewetenswroeging omdat hij
niet eerder opgekomen was met zijn gezag om de veroordeling en moord op
Jezus mogelijks te voorkomen? Of toch bevrijd in het aanvaarden van
eigen mogelijkheden en onmogelijkheden en blij de opstanding tenslotte
toch aangedurfd te hebben? Een zoveelste ''werker van het elfde uur'',
gezegend en verwelkomd door de Heer van de wijngaard. Zijn bange
verlangen naar Jou is belijdend leven mét Jou geworden.
Zaak voor mij is dus dat ik die Jezus, die ik zo vertrouwelijk durf
toespreken in gebed en meditatie, meeneem in mijn dag, elke dag. Wat
doe ik met Hem en zijn boodschap in mijn relaties, mijn vriendschappen,
mijn liefde, mijn trouw? Betekent Hij echt iets in mijn werk?
Mijn aankoopgedrag? Mijn maatschappelijke en politieke betrokkenheid?
Leven mét Jezus.


















