Gelijkenissen van Jezus - Inleiding op deze serie

De Bijbel is niet een boek wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen. Ontdek de bron van vrede, het Woord van God: 

Een inleiding op deze serie van 29 leerzame lessen

1 2 3 4 5 6 7
8 9 10 11 12 13 14
15 16 17 18 19 20 21
22 23 24 25 26 27 28
29
A B S
   ( S = INLEIDING OP DEZE SERIE   A = SPECIAL 1     B = SPECIAL 2 )

Lees de Bijbel  

Het spreken in gelijkenissen (parabels) was voor Jezus een volkomen natuurlijke manier van spreken, en was kenmerkend van zijn stijl van leren. Aan het begin van het Evangelie naar Markus – nadat Jezus maar net begonnen was met zijn bediening – staat dat Jezus “alleen in gelijkenissen tegen hen sprak”. Het moet ons dus duidelijk zijn dat, wanneer we het denken van Jezus zelf willen begrijpen, we geen beter studieobject kunnen vinden dan zijn gelijkenissen. Wij mogen deze gelijkenissen grondig bestuderen met een open verstand en hart – open om te leren en open om vreugde toe te laten.
Bijbel

Vooraf eerst even dit: Wie is Jezus?

Jezus is ongetwijfeld de meest bekende, controversiële en invloedrijke Persoon uit onze geschiedenis. Hoewel de meeste Nederlanders niet precies weten wie Jezus was en wat Hij leerde heeft bijna iedereen Zijn naam wel eens gehoord of gebruikt. Veel mensen zien Jezus als een groot denker, filosoof of voorbeeld. Christenen geloven dat Jezus de belangrijkste mens is die er ooit op aarde is geweest omdat door Hem de relatie tussen God en de mensheid is hersteld.

 De geboorte van Jezus werd van tevoren door een engel aangekondigd. Maria raakte zwanger zonder geslachtgemeenschap te hebben gehad en baarde haar eerstgeboren Zoon die ze de naam Jezus gaf. Hoewel we Zijn precieze geboortedatum niet weten, plaatsen de historische omstandigheden Zijn geboorte tussen de zeven en vier jaar voor het begin van onze jaartelling.

 Jezus leidde een relatief normaal leven als timmerman. Toen Hij ongeveer dertig jaar oud was veranderde dat en begon Hij aan de taak die God Hem had gegeven. Hij verzamelde twaalf leerlingen om Zich heen en trok met hen door kleine steden en dorpen op het platteland. Al reizend genas Jezus op wonderbaarlijke wijze honderden mensen en zocht juist die mensen op die laag op de maatschappelijke ladder stonden. Hij vertelde dat het Koninkrijk van God snel zou komen en Hij riep de mensen op om Hem te volgen, zich aan Gods geboden te houden en op God te vertrouwen. Zo werd Zijn aanhang steeds groter.

 Bij de aankondiging van Jezus geboorte vertelde de engel dat Jezus de Zoon van God genoemd zou worden en dat God Hem tot Koning over Israel zou maken, zoals David ongeveer duizend jaar eerder koning over Israel was. Deze nieuwe Koning was vele eeuwen geleden al door verschillende profeten aangekondigd. Hij zou het Joodse volk verlossen van alle overheersing en de ongeveer zesduizend jaar eerder verbroken relatie tussen God en de mensheid herstellen. De Joden dachten dat Jezus hen zou bevrijden van de Romeinen die het land hadden veroverd.

 Zoals de engel had gezegd dat Jezus de Zoon van God zou zijn, zo noemde Jezus Zichzelf ook zo en stelde daarmee dat Hij Zelf God was. Toen Jezus weer in Jeruzalem was, werd hij daarom door de Joodse geestelijk leiders opgepakt en veroordeeld voor godslastering, waar volgens de Joodse wet de doodstraf op stond. Jezus werd gegeseld, bespuugd, geslagen, voor gek gezet en aan een kruis gehangen. Aan dat kruis stierf Hij. Nadat Jezus begraven was werden er Romeinse soldaten voor het graf op wacht gezet, omdat Jezus had voorspeld dat Hij uit de dood op zou staan. Met die Romeinse soldaten voor het graf kon niemand het lichaam van Jezus stiekem weghalen en zeggen dat Jezus voorspelling was uitgekomen.

 Veel mensen dachten dat hiermee bewezen was dat Jezus de Verlosser niet kon zijn. De Romeinen waren er immers nog en Jezus was gestorven. Maar de overheersing waar de profeten over hadden gesproken had niet alleen betrekking op de overheersing door andere mensen, maar vooral ook op de overheersing van de duivel die de aanzet gaf tot de menselijke ongehoorzaamheid tot God. De verbroken relatie die deze ongehoorzaamheid tot gevolg had, hing als een sluier over de wereld, omdat alle mensen zich wel eens tegen God afzetten en daarom voor God de doodstraf verdienen. Deze doodstraf had Jezus echter vrijwillig op Zich genomen, zodat Hij stierf in de plaats van alle mensen. En het Koninkrijk van God, waar Jezus over had gesproken, was geen koninkrijk zoals de Joden dat kenden, maar een eeuwig Koninkrijk dat zou worden gevestigd als de wereld tot een einde komt.

 Toen Jezus geliefden drie dagen later bij het graf wilden gaan kijken waren de Romeinse wachters weg. In plaats daarvan stonden er twee engelen voor het graf die vertelden dat Jezus uit de dood was opgestaan.

 Vanaf dat moment is Jezus aan honderden mensen verschenen. Hij had tegen de discipelen gezegd dat ze naar een berg in de buurt moesten komen. Toen ze daar waren nam Hij afscheid van de discipelen en steeg op naar de hemel.

 Jezus heeft beloofd dat Hij nog een keer terug zal komen om Gods Koninkrijk te vestigen en dat iedereen die gelooft dat Hij écht God is en dat Hij Zelf onze zonden op Zich genomen heeft, samen met Hem voor altijd in dat Koninkrijk zal mogen leven. Christenen zien hier met verlangen naar uit.

Wat is een gelijkenis?

"De leerlingen kwamen naar Jezus toe en vroegen: 'Waarom spreekt u in gelijkenissen tot hen?' Hij antwoordde: 'Jullie mogen de geheimen van het koninkrijk van de hemel kennen, hun is dat niet gegeven…'" (Matteüs 13, 10-11 en volgende)

Een tekst die op het eerste gezicht verwondering wekt. Hij lijkt te zeggen dat het licht systematisch aan de leerlingen geschonken werd en voor de anderen verborgen werd gehouden. Het is hier belangrijk eraan te herinneren dat we de exacte woorden van Jezus niet kennen, men heeft ze niet geregistreerd.

Het evangelie bericht ons wat de eerste christelijke gemeenschappen ervan onthouden hebben. Blootgesteld als deze waren aan onbegrip, soms zelfs aan gewelddadig verzet van schriftgeleerden en hogepriesters, zijn ze geneigd geweest de kloof tussen hen en hun tegenstanders te versterken.

Deze passage toont aan dat een onderrichting pas verhelderend wordt als men verlangt haar te begrijpen. Het is niet alleen een kwestie van luisteren naar wat gezegd wordt, men moet zich in zekere zin openstellen voor de boodschap die aangeboden wordt. Een bijbelse tekst is niet dwingend uit zichzelf.

Iedereen krijgt de vrijheid ervoor open te staan of niet. Ervoor openstaan vraagt een blik en een luisterend oor waaruit vertrouwen blijken. Anders kan geen enkel woord bij ons 'binnen'. En hier gaat het om een woord dat van de toehoorder een inspanning vraagt, want het kan op vele manieren begrepen worden, en geen enkele uitlegging put de rijkdom van het gezegde uit.

Jezus legt iets voor, nodigt uit. "Kom en zie!" Gebruikmakend van gelijkenissen opent hij een hele waaier van mogelijke benaderingen en bevrijdt hij de teksten van zogezegd vanzelfsprekende interpretaties.

Het lezen van de bijbel heeft een belangrijke plaats ingenomen in het christelijk geloof van velen. Het vervangt de zekerheden van de leer van vroeger, nuanceert en verrijkt die. Wie zijn persoonlijke lectuur afwisselt met uitwisselingen in bijbelse gespreksgroepen, wordt vertrouwd met de evangelies en andere bijbelse geschriften, maar kan daaruit geen kant-en-klare waarheden putten. Hij wordt op een existentieel niveau aangesproken, en confronteert zich met de levenservaring van Jezus.

Met zijn verscheidenheid van interpretaties daagt het evangelie ons innerlijk uit. Het woord dat we horen pint ons niet vast, maar verbreedt onze horizon. Het redeneren en nadenken over de leer wordt niet uitgeschakeld. Maar nu komen we wegen ten leven op het spoor. En hierop kunnen we slechts antwoord geven door onze eigen manier van zijn en handelen in de weegschaal te gooien.

Lees ook eens het document:  Wat is een gelijkenis eigenlijk?

Handig Hulpmiddel:  Een overzicht van de Gelijkenissen

Israël in de tijd van Jezus


Binnen het onderwijs in Israël werden geestelijke dingen vaak verduidelijkt door beelden, verhalen en vergelijkingen

In het Oude Testament kom je dat veelvuldig tegen. Denk bij voorbeeld aan de Spreuken van Salomo, het beeld van de wijngaard, het verhaal van de profeet Nathan en koning David na diens zonde met Bathseba6.
Ook in het Nieuwe Testament gebruikte men beelden en vergelijkingen. Denk aan Johannes de Doper, die sprak over adderengebroedsels, de bijl die aan de wortel van de bomen ligt, het doorzuiveren van de dorsvloer en de wan9. Jezus Zelf maakte ook volop gebruik van beelden en vergelijkingen. Zo sprak Hij over zout1, een stad op de berg1, de kandelaar1, de splinter en de balk in het oog1, wolven in schaapsklederen1, de wijnzak die gescheurd is1, enzovoorts.

Steeds maakte Jezus gebruik van pakkende beelden om Zijn wil te verduidelijken.
Maar van al deze vergelijkingen, illustraties en beelden moeten we de latere gelijkenissen duidelijk onderscheiden.

Een gelijkenis zou je kunnen omschrijven als een verhaal met beelden uit het dagelijkse leven, dat een geestelijke strekking heeft. Een gelijkenis spreekt over alledaagse dingen en gebeurtenissen, maar ze doelt daarmee op iets anders. Dat geeft een unieke plaats aan de verhalen in de vorm van gelijkenissen in het onderwijs van Jezus.

Daarbij moeten we een gelijkenis wel onderscheiden van een allegorie. Bij een allegorie is er sprake van een doorlopende beeldspraak, waarbij allerlei elementen vergeestelijkt worden. Het kenmerkende van een gelijkenis is dat er meestal sprake is van één hoofdthema. Dat hoofdthema heeft dan een geestelijke strekking.

Gelijkenissen zijn net van die spiegeltjes waarmee de kinderen op school het zonlicht vangen en overal langs laten spelen...en als ze er in kijken zien ze ieder zichzelf.

De bekende gelijkenis van de barmhartige Samaritaan

A. "De naaste is niet zomaar iedere 'medemens' in het wilde weg. Naar bijbels besef is de naaste díe medemens die als getuige van Gods goedheid (weldadigheid), meestal zonder dat hij het zelf weet, ons leven binnentreedt. Hij mag misschien lastig schijnen, misschien zelfs hulpbehoevend zijn, maar hij is onze weldoener, hij heeft ons iets dringends te vertellen: hij is altijd voor mij de directe getuige van Gods weldadigheid." Zo Tom Naastepad.

Het is opmerkelijk hoe Lukas in de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan de hoorders en de lezers, dat zijn wij, leert kijken door het oog van de man die beroofd langs de weg ligt.
Met name Lukas heeft veel verhalen en gelijkenissen waarin dit aspect aan de orde komt: arm en rijk en de gerechtigheid van het Koninkrijk. Hij heeft vooral aandacht gehad voor Jezus' woorden die daarover gingen.

Jezus komt telkens weer op voor de armen, de zwakken, de zieken en de gekwetsten. Dat zet de toon als hij spreekt over het Koninkrijk van God, en over de normen die daar gelden.

Jezus komt op voor wie genegeerd wordt, voor wie vergeten wordt en niet tot haar recht komt. De vrouwen en de mannen die leven aan de rand, in de schaduw, hulpelozen zonder helper.
Bij die mensen laat Hij het koninkrijk beginnen.- Priesters en schriftgeleerden ten spijt.
Daarom stelt Jezus na het vertellen van deze gelijkenis de vraag: Wie is de naaste van het slachtoffer? Om hen gaat het immers?!

Naaste-zijn, is niet een relatie, een verhouding van bovenaf, Het gaat om de vraag voor wie ben ik de naaste.
En het antwoord daarop is eenvoudig: iedereen die God op onze weg plaats en er beroerd aan toe is, ongeacht de vraag waardoor dat is gekomen: eigen schuld of door andermans schuld voor die mag ik de naaste zijn!
Het gevaar is groot gemeente dat u nu denkt ja, dat is allemaal wel zo, maar het wordt toch wel een tamelijk horizontaal verhaal.
Gaat het in de kerk weer over naastenliefde en over diaconaat, want helpen wie geen helper heeft is immers de diaconale taak van de kerk.
Ja dat is ook zo. Alleen, Jezus zelf heeft het zo gezegd, en Lukas heeft het zo verstaan, en opgetekend: Antwoord op de vraag wat ik moet doen om in Gods eeuwige liefde te delen is de wet betrachten en voor wie ik op mijn weg tegenkom een naaste zijn! Wie dat doet zegt Jezus is een kind van God.
Ga heen en doe gij evenzo...

Jezus vraagt aan een geleerde: Wie is de naaste van het slachtoffer. Dat is de tegenvraag, de wedervraag aan de wetgeleerde die Jezus eerder had gevraagd: Wie is mijn naaste?
Is dat zo moeilijk te beoordelen? Ja kennelijk wel. Wij zijn liever vriend en naaste van wie onze gelijken zijn, dan van mensen die er volgens ons slecht aan toe zijn.
Maar vanuit de gezichtshoek van de beroofde moet deze wetgeleerde eerst maar eens bekijken hoe hij zijn gelijken, zijn geloofsgenoten, ziet.
Zijn die wel zo goed?
Wat deden ze eigenlijk?
Nou niet veel.
Ze lopen met een grote boog om het slachtoffer heen.
De priester en de leviet, ze komen nog wel uit Jeruzalem...
Maar een Samaritaan, een ketter, een verguisde, die wordt hem ten voorbeeld gesteld.
Want God dienen, en dat deed de vragensteller ongetwijfeld, God dienen met heel je hart en al je verstand is niet áf als je niet in de minste van de mensen heel concreet de uitdaging van God zelf ervaart.
Als je je zo durft te geven, zal je pas echt leven, zegt Jezus:
Doe dit en gij zult leven (vs. 28)

B. Daarmee heeft Jezus tegelijk ook iets gezegd van het eeuwige leven, waarnaar in vers 25 gevraagd wordt: meester wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven?
In de taal van die dagen is dat het leven zoals de Eeuwige dat bedoeld heeft, met alle mogelijkheden die je in je hebt.

Jezus maakt in de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan duidelijk dat de mens daaraan voorbij gaat als hij niet in staat is God en de naaste lief te hebben. Dan raken we buiten dat eeuwigheidsleven.
Dat is het ware leven, eindeloos, ontheven aan alle dood en vergankelijkheid en bederf, een ongestoorde gemeenschap met de levende God.

De weg naar de priesterstad Jericho is een onveilige weg, dwars door de woestijn. De woestijn waar de bandeloosheid heerst de demonen op de loer liggen.
De priester en de leviet. Terug van hun tempeldienst, treffen een in elkaar geslagen beroofde medemens aan. Maar ze helpen niet. Dan ben je inderdaad ver af geraakt van het eeuwige leven.

Voor hen is de vraag wie de naaste is een theoretische aangelegenheid geworden. Misschien discussiëren ze er wel eens over op het tempelplein, maar op deze concrete, en zeker niet gemakkelijke levensweg, verschuilen ze zich achter hun theorie en steken de handen niet uit de mouwen.

3. Niet alleen in die dagen kon men eindeloos discussiëren of de naaste alleen volksgenoot, land- of geloofsgenoot was en waar de grenzen liggen om te helpen.

Ook in onze dagen worden er moeizame discussies gevoerd over bijv. de opvang van vluchtelingen in ons land. En welke status(!) men hen moet geven. Alsof je daarop zit te wachten als je met niet veel meer dan een handtas met wat bagage je eigen land hebt moeten ontvluchten in de hoop dat je in een rijk land als het onze je toevlucht zocht.

En de priester en de leviet zij liepen er met een grote boog omheen:... hier hebben wij niets mee te maken.

Gelukkig voor de vluchtelingen zijn er een aantal vrijwilligers actief. Barmhartige Samaritanen die gelukkig nog net op tijd langs komen.
En zonder zich te bekommeren, wordt het slachtoffer op de ezel gezet en naar de herberg gebracht.

Naast de ergernis dat Jezus een vreemdeling, een Samaritaan ten voorbeeld stelt, en misschien zelf wel in de Samaritaan herkend wil worden, is er de schok voor de wetgeleerde dat hij niet zelf, van bovenaf, mag uitmaken wie zijn naaste is, maar dat dat van onderop moet gebeuren, vanuit de positie van het slachtoffer.

Naar bijbels besef is de naaste díe medemens die als getuige van Gods weldadigheid, meestal zonder dat hij het zelf weet, ons leven binnentreedt. Hij mag misschien lastig schijnen, misschien zelfs hulpbehoevend zijn, maar hij is onze weldoener, hij heeft ons iets dringends te vertellen!
Waarom? Wel hij herinnert ons er aan wie Jezus is. De geslagene, de gekruisgde.

De wetgeleerde die zijn vraag aan Jezus stelt doet dat om, zoals er staat zich te rechtvaardigen. Die uitdrukking gebruiken wij meestal als iemand zich ergens met een mooie smoes van af wil maken... Toch denk ik niet dat Lukas wil zeggen dat de wet- geleerde maar iets stond te verzinnen om met Jezus in gesprek te raken. Nee, als Lukas zegt: hij stelde die vraag om zich te rechtvaardigen dan zit daarin ook iets van het goede, dat deze man had bedacht. Hij vond echt van zichzelf dat hij trouw God wet volbracht...wat kun je dan nog meer doen?
Ten diepste hoor ik in zijn vraag ook een roep om God.

Wie is het die mij redt, wie is mij het naast?
Dat is hetzelfde als de vraag Waar is nu mijn God... het is een roep om hulp. Een vraag die ook in onze tijd gesteld moet worden, maar steeds minder klinkt: Hoe blijf ik bij God en hoe blijft God bij mij?

En als antwoord geeft Jezus de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan.
Wie is mijn naaste. Je zou denken de eerste de beste; de priester. Of dan de tweede...de leviet...En als het dan al helemaal niet wil, nou ja, vooruit dan maar de Samaritaan.

Maar dat zegt de wetgeleerde niet. Leren kijken door de ogen van het slachtoffer. Maar dat krijgt hij misschien niet zomaar over zijn lippen...hij mompelt iets...van die ene die hem barmhartigheid heeft bewezen is de naaste van het slachtoffer. Ja...goed zo:

Die mij ontferming bewijst is mijn naaste.
Mijn weldoener is mijn naaste.
Dit heeft Jezus niet alleen met dit verhaal, maar in feite met heel zijn leven duidelijk gemaakt.

Want, kijkend in het spiegeltje van deze gelijkenis leer ik zeggen: Ik ben in nood, ík moet, net als dat slachtoffer dat daar langs de weg ligt, van ontferming leven.
Dus is deze gelijkenis toch niet horizontaal als we aanvankelijk dachten.

De naaste is niet de mens over wie ik mij ontferm, maar is hij of zij die zich over mij ontfermt.

Jezus vraagt aan de wetgeleerde hoe staat het eigenlijk in de wet? (vs. 26) Immers uit de wet leert men zijn ellende kennen. In het licht van de wet komt onze nood te voorschijn.

Door de wet leer ik de ellende kennen en leer ik de weg die mij daarvan verlost. Dat is de weg van Gods gerechtigheid.

Nu is voor sommigen het woord gerechtigheid een woord dat wordt verbonden met strengheid. Er klinkt iets in door van vergelding, straf. Ieder die niet leeft naar God geboden moet buigen voor Gods toornende gerechtigheid. U kent deze termen wel.

Maar het is juist deze gerechtigheid van God, ons in Christus geschonken, die ons bevrijdt en in de ruimte zet.

Wij mogen door die gerechtigheid leven. En dus nooit zoals de priester en de leviet deden, om de bestaande toestand of de zo gegroeide situatie heenlopen. Dat is onbarmhartig en onrechtvaardig.

Concreet betekent dat dat we niet alleen de hongerigen voeden, de slachtoffers verbinden, maar ook zullen helpen bij het puinruimen: het gaat om barmhartigheid en gerechtigheid.
Dat heeft wel gevolgen.

Wie helpt gaat er soms uit zien als een slachtoffer

Die Samaritaan had vast geen ehbo-doos bij zich toen hij het slachtoffer zag liggen.
Dus wat doe je: improviseren en dus scheurt hij een stuk van zijn eigen hemd af. Hij komt onder het bloed van zijn slachtoffer te zitten. En toen ze bij de herberg aankwamen was er bijna geen verschil meer te zien tussen helper en slachtoffer.

Zo samen delen en heelmaken.
Nu gaan de woorden van de apostel Paulus meeklinken: Laat die gezindheid bij u zijn, die ook in Christus Jezus was, die in de gestalte Gods zijnde, het gode gelijk zijn niet heeft beschouwd om zich krampachtig aan vast te houden, maar zichzelf gegeven heeft en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen en aan de mensen gelijk is geworden...

Kortom

•Onder gelijkenissen verstaat men vertellingen die abstracte uitspraken door een voorbeeld duidelijk maken. Dikwijls worden gebeurtenissen uit het leven van alle dag gebruikt om verhoudingen door vergelijkingen te verklaren.
•Parabelen geven de mogelijkheid om door te dringen binnen te dringen in de inhoudelijke betekenis van het gebruikte beeld. Ze zijn gemakkelijker te onthouden dan een abstracte spreektrant.
•Kenmerkend voor vertellingen middels parabelen is het verloop van een handeling volgens een bepaalde indeling.

•Om de betekenis van gelijkenissen te doorgronden, kunnen de volgende vragen helpen:

- Geeft de geestelijke vader zelf een duidelijke uitleg?
- In welke situatie wordt de parabel gebruikt?
- Wat bedoelt de verteller of schrijver daarmede?

•Het jodendom bezit een rijke traditie op het gebied van spreken in gelijkenissen. Jezus Christus groeide daarin op.

•De Zoon van God gebruikte veel gelijkenissen en paste daarbij het gehele spectrum aan beeldende taal op meesterlijke wijze toe.

•Jezus maakte voor hen die Hem navolgden, de geheimenissen van het hemelrijk door middel van parabelen toegankelijk en begrijpelijk.

•Voor een goed begrip is het allereerst noodzakelijk om de parabelen tegen de achtergrond van de toenmalige tijds- en levensomstandigheden te beschouwen; men mag echter niet bij de omlijsting van de handeling blijven stilstaan.

•Om de diepe betekenis van de gelijkenissen van Jezus te kunnen omvatten, is een niet-verstokt, d.w.z. een gewillig en gelovig hart noodzakelijk.
De gelijkenissen komen niet moraliserend over

Dat komt doordat Jezus zich beperkt tot een korte beschrijving van de feiten en het geven van een algemeen geformuleerde eindconclusie. Het meeste denkwerk - de redenering om vanuit de feiten tot die conclusie te komen, laat hij aan de luisteraar over en ligt in zekere mate open. Ook die vraag "wie het schoentje past" blijft onbeantwoord. Jezus erkent zijn toehoorders als persoon en respecteert zo de menselijke vrijheid. De omstaanders blijven zelf meester over het verhaal. Zij beslissen in welke mate ze de conclusies op zichzelf toepassen. Dat is vaak zo in de bijbel, zeker bij de parabels.

De Bijbel is een open boek dat een beroep doet op het verstand en op de vrije wil. We lezen een passage, brengen die in verband met andere teksten en andere feiten, en maken zelf keuzes en conclusies die gekleurd worden door ons eigen leven. Daarom ook dat je levenslang de bijbel kan blijven lezen, en dat het boeiend blijft.

Dat is ook de reden waarom over hetzelfde bijbelstukje zoveel verschillende preken kunnen gegeven worden. Dat is de sterkte van de bijbel. Tegelijk houdt dit risico's in. De tekst kan misbruikt worden. Misschien slaat die persoonlijke interpretatie nergens op. Maar dat is wezenlijk verbonden met het feit dat God de mens heeft geschapen als een vrije autonome mens en dat God die vrijheid ook wil respecteren wanneer hij via zijn Woord een gesprek met hem wil voeren. En wie wil, wordt in zijn denk- en zijn zoekwerk bijgestaan door Gods Geest. Die zal je leiden naar de volle waarheid.

Waarom begon Jezus in gelijkenissen te onderwijzen?

Op een zekere dag begon de Heere Jezus te spreken in gelijkenissen. Dat viel op bij de discipelen gezien de vraag die ze stelden: ‘Waarom spreekt Gij tot hen door gelijkenissen?’
Wat was nu het nieuwe in het onderwijs van Jezus? Niet zozeer het gebruik van beelden. We hebben gezien dat zowel Johannes de Doper als de Heere Jezus dat ook vaak deden. Het nieuwe was dat Jezus nu uitsluitend gebruik maakte van gelijkenissen. De gelijkenis, het verhaal, gaat niet langer samen met open onderwijs en uitleg. Vroeger maakte de Heere Jezus gebruik van beelden om Zijn onderwijs, Zijn preek te illustreren. Maar nu wordt het beeld, de illustratie de preek zelf. Van Bruggen vergelijkt het met een film waarbij de ondertiteling ontbreekt18. De beelden op zich zijn duidelijk en je kunt ze zien, maar je weet niet wat ze betekenen. En dat is het, wat de discipelen opvalt. Zoals het ze later weer opvalt als de Heere Jezus weer vrijuit spreekt: ‘Zijn discipelen zeiden tot Hem: Zie nu spreekt Gij vrijuit, en zegt geen gelijkenis.’

Waarom deed Jezus dat? Het antwoord vinden we in Mattheüs 13:11-13: ‘Omdat het u gegeven is, de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen te weten, maar dien is het niet gegeven. Want wie heeft, dien zal gegeven worden, en hij zal overvloedig hebben; maar wie niet heeft, van dien zal genomen worden, ook dat hij heeft. Daarom spreek Ik tot hen door gelijkenissen, omdat zij ziende niet zien, en horende niet horen, noch ook verstaan’.
De Heere Jezus had al een tijd openlijk gepreekt en wonderen gedaan. Sommigen aanvaardden Hem als Messias, anderen verwierpen Hem. Nu gaat Jezus op een manier preken waardoor die tweeërlei reactie nog duidelijker aan het licht komt.

De discipelen hadden persoonlijk kennis aan de verborgenheden (letterlijk staat er ‘mysteries’) van het Koninkrijk Gods. Zij begrepen de verborgenheden van dat Koninkrijk. Dat is wat anders dan het begrijpen van de verborgenheden van de gelijkenissen, want ook zij vroegen om nadere uitleg. Maar de discipelen geloofden in de Heere Jezus. ‘God gaf hun met het geloof in Jezus de sleutel tot de schatkamers van Zijn rijk.’

Maar dien, dat wil zeggen de scharen, is het niet gegeven de verborgenheden te weten. Aan hen is die kennis van de geheimen van het hemelrijk niet gegeven. Want zij erkenden Jezus niet als zijnde de Messias. Ze zien de wonderen van Jezus, ze horen Zijn onderwijs, ze bewonderen Zijn daden, maar ze nemen de Heere Jezus niet echt aan door het geloof. Ze begrijpen ten diepste niet wie Hij is. Ze wijzen de gevraagde bekering en de aangeboden genade af.
Daarom gaat Jezus nu in beelden spreken. Als reactie op hun houding. Van Bruggen: ‘Het is niet zo dat Hij zich verbergt en de geheimen voor hen toesluit. Zij zijn het zelf die zich terughouden en die oren en ogen toesluiten voor de werkelijkheid van Christus. Ze krijgen nu de onderwijsvorm die bij hen past. Kortom: het spreken in gelijkenissen was ten diepste een straf, een oordeel op hun ongelovige ongehoorzaamheid.

Denk maar aan een ouderwetse lampenkap. Zonder zo’n kap schijnt het licht in de kamer overal even sterk. Maar als je de kap over de lamp plaatst, wordt het in de hoeken van de kamer een stuk donkerder. Zit je dicht bij de lamp, dan ontvang je gerichter en daardoor meer licht. Zoals de lampenkap het licht in de hoeken van de kamer wegneemt, zo bedekte Jezus door de gelijkenissen de betekenis van Zijn woorden. In die zin verhullen de gelijkenissen de verborgenheden van het Koninkrijk Gods voor de ongelovigen en onthullen ze die voor de gelovigen.

Overzicht van gelijkenissen in deze serie


LEES OOK EENS OVER
: DE ZEVEN GELIJKENISSEN IN HET EVANGELIE VAN MATTHEÜS

LEES OOK EENS : DE GELIJKENISSEN VAN DE HEILAND VERKLAARD EN TOEGEPAST IN LEERREDENEN door C. H. Spurgeon

Welke gelijkenis komt waar voor ?

GELIJKENIS MATTEÜS MARKUS LUCAS

De lamp

5:14

4:21-22

8:16; 11:33

Verstandige en onverstandige bouwers

7:24-27

6:47-49

Oude en nieuwe mantel

9:16

2:21

5:36

Jonge wijn

9:17

2:22

5:36-37

De zaaier

13:3-8;18-23

4:3-8;14-20

8:5-8;11-15

Het onkruid tussen het graan

13:24-30;36-43

Mosterdzaad

13:31-32

4:30-32

13:18-19

Zuurdesem

13:33

Verborgen schat

13:44

Kostbare parel

13:45-46

Het net

13:47-50

De huismeester

13:52

Verloren schaap

18:12-14

15:4-7

Onbarmhartige dienaar

18:23-34

De dagloners

20:1-16

Twee zonen

21:28-32

De wijnbouwers

21:33-44

12:1-11

20:9-18

Het bruiloftsfeest

22:2-14

De vijgenboom

24:32-35

13:28-29

21:29-31

Betrouwbare dienaar

24:45-51

12:42-48

Tien maagden

25:1-13

De talenten

25:14-30

19:12-27

Schapen en de bokken

25:31-46

Het groeiende zaad

4:26-29

Waakzame dienaar

13:35-37

12:35-40

De geldschieter

7:41-43

Barmhartige Samaritaan

10:30-37

Vriend in nood

11:5-8

De rijke dwaas

12:16-21

Onvruchtbare vijgenboom

13:6-9

De ereplaats

14:7-14

Het feestmaal

14:16-24

De kost van het discipelschap

14:28-33

Verloren munt

15:8-10

Verloren zoon

15:11-32

Slimme rentmeester

16:1-8

Rijke man en Lazarus

16:19-31

De heer en zijn dienstknecht

17:7-10

De weduwe en de rechter

18:2-8

Farizeeër en de tollenaar

18:10-14


Lees ook eens de verhandelingen van Spurgeon over de gelijkenissen. Aanrader! Je krijgt dat hier aangeboden als pdf-bestand.

De functie van gelijkenissen

Van oudsher hebben mensen geprobeerd om de samenhang van dingen uit te leggen door middel van aanschouwelijke beschrijvingen. Wanneer afzonderlijke woorden uit hun oorspronkelijke betekenis worden weggenomen en als beeld gebruikt, dan spreekt men van een metafoor (bijv. Christus is het “hoofd” der gemeente). Zo zijn er ook verhalen die - door een abstracte uitspraak over het verloop van een handeling als voorbeeld te nemen - deze verduidelijken. Ze worden aangeduid als gelijkenissen, of parabelen (afgeleid van het Griekse woord parabolè = vergelijken, naast elkaar plaatsen).

Vaak worden er voorbeelden uit het leven van alle dag gebruikt om daarmede bepaalde gedragingen door vergelijking duidelijk te maken, te bekritiseren of te benadrukken. Zijn de verhalen afkomstig uit de dierenwereld - of in mindere mate - uit de plantenwereld, dan worden dieren of planten als mensen voorgesteld: ze spreken met elkaar en vertonen menselijke deugden en ondeugden. In deze gevallen spreekt men van fabels.

Oorspronkelijk werden de gelijkenissen door mondelinge overlevering van generatie op generatie doorgegeven. Pas later heeft men deze ook schriftelijk vastgelegd. Zij bezaten het karakter van onderwijzende en vermakelijke vertellingen. Bovendien werden ze ingezet als een retorisch middel ten einde argumenten te ondersteunen. Ze werden in pleidooien evengoed toegepast als in discussies en twistgesprekken.

Ook in het Oude Testament kende men het gebruik van gelijkenissen

Eerste voorbeeld uit het Oude Testament
 
De overlevering van het jodendom bezit een rijke traditie aan toespraken in gelijkenissen. Twee voorbeelden uit het Oude Verbond worden hier geciteerd: Jothams fabel en de boeteprediking van de profeet Nathan.
In Richteren 9 wordt ons verteld dat Abimelech, één van de 70 zonen van de richter Gideon, (in het betreffende hoofdstuk ook Jerubbaäl genoemd), zijn broeders doodde.

De moordenaar wilde de onbetwiste alleenheerser over de stad Sichem zijn. Alleen Jotham overleefde de gruweldaad en verkondigde de mannen van Sichem een profetie, die in een fabel was verborgen: de bomen wilden een koning hebben.

Achtereenvolgens nodigden zij een olijfboom, een vijgenboom en een wijnstok uit om over hen te regeren. Alle drie wezen ze dit af. "Toen spraken de bomen tot de doornstruik: “Kom, weest gij onze koning!” En de doornstruik sprak tot de bomen: “Is het waarachtig dat gij mij tot koning over u zalven wilt, zo komt en vertrouwt u onder mijn schaduw; maar indien niet, zo ga vuur uit van de doornstruik en vertere de cederen van de Libanon" (Richt. 9: 1 - 15).

Het is niet moeilijk te ontraadselen dat met de doornstruik Abimelech wordt bedoeld. In het zinnebeeld van de bomen worden de inwoners van Sichem afgebeeld. De gelijkenis ging enkele jaren later op gruwelijke wijze in vervulling. Er ontstond twist tussen Abimelech en de inwoners van Sichem; met behulp van een leger verwoestte Abimelech de stad. Ongeveer 1000 mannen en vrouwen hadden zich in de vesting verschanst. Abimelech stak deze in brand en allen kwamen in de vlammen om. Zo ging de profetie in vervulling: " ... zo ga vuur uit van de doornstruik en vertere de cederen van de Libanon."

Tweede voorbeeld uit het Oude Testament

Bekender is de parabel van de boeteprediking die de profeet Nathan tegen koning David hield (vgl. 2 Sam. 12: 1 - 10). David had zwaar gezondigd: om Bathseba, een mooie vrouw, te kunnen trouwen, zorgde hij ervoor dat haar man Uria in een gevecht met vijanden om het leven kwam.
Toen ging Nathan in opdracht van God naar David en sprak tot hem: "Er waren twee mannen in een stad, de één was rijk en de ander was arm.
De rijke had zeer veel schapen en runderen, maar de arme had niets dan een enkel klein lam, dat hij gekocht had. En hij kweekte het op, dat het groot werd bij hem en met zijn kinderen tegelijk; het at van zijn bete en dronk uit zijn beker en sliep in zijn schoot en hij hield het als zijn dochter. Toen een gast bij die rijke man kwam, ontzag hij te nemen van zijn schapen en runderen om voor de gast die tot hem was gekomen iets te bereiden en hij nam het schaap van de arme man en bereidde het voor de man die tot hem gekomen was."

Voor de koning bezat het bericht van de profeet de schijn alsof deze zich wilde beklagen over een egoïstische, harteloze onderdaan, die meedogenloos het geluk van een ander had verwoest. Ten zeerste vertoornd zei David dat die rijke man het lam viervoudig zou moeten betalen en met de dood bestraft diende te worden. "Toen sprak Nathan tot David: 'Gij zijt die man! ... Uria, de Hethiet, hebt gij verslagen met het zwaard; zijn huisvrouw hebt gij u tot vrouw genomen..." David kreeg berouw over zijn grote zonde; de Heer bestrafte hem weliswaar, maar schonk hem toch weer genade.

AANHANGSEL : EEN 12-tal STUDIES met een HANDLEIDING

 READ THE BOOK - THE BIBLE CHANGE YOUR LIFE

Deutsch
de
English en français fr italiano it Nederlands nl español es português pt Norsk no svenska sv Polski pl čeština cz Slovák sk Magyar hu român ro Български bg hrvatski hr Pyсский ru Türkçe tr عربي ar

       

Heer, wees mijn Gids

                              

INFO: DE WEG - DE WAARHEIDHET LEVENFILM - AUDIO


Wie zoekt zal vinden           


www Holyhome.nl

Boeiende Series :

Bijbelvertalingen
Bijbel en Kunst

Bijbels Prentenboek
Biblische Bildern
Encyclopedie
E-books en Pdf
Prachtige Bijbelse Schoolplaten

De Heilige Schrift
Het levende Woord van God
Aan de voeten van Jezus
Onder de Terebint
In de Wijngaard

De Bergrede
Gelijkenissen van Jezus
Oude Schoolplaten
De Zaligsprekingen van Jezus

Goede Vruchten
Geestesgaven

Tijd met Jezus
Film over Jezus
Barmhartigheid

Catechese lessen
Het Onze Vader
De Tien Geboden
Hoop en Verwachting
Bijzondere gebeurtenissen

De Bijbel is boeiend
Bijbelverhalen in beeld
Presentaties en Powerpoints
Bijbelse Onderwerpen

Vrede van God voor jou
Oude bijbel tegels

Informatie over alle kerken in Nederland: Kerkzoeker
 
Bible Study: The Bible alone!
L'étude biblique: Rien que la Bible!
Bibelstudium: Allein die Bibel!  

Materiaal voor het Digibord
Werkbladen Bijbelverhalen Bijbellessen
OT Hebreeuws-Engels
NT Grieks-Engels

Naslagwerken
Belijdenissen
Een rijke bron

Missale Romanum + Afbeeldingen
Stripboek over Jezus
Christelijke Symbolen
Plaatjes Afbeeldingen Clipart
Evangelie op Postzegels

Harmonium Huisorgel
Godsdiensten en Religies
Herinnering aan Kerken

Christian Country Music
Muzikale ontspanning
Software voor Bijbelstudie
Hartverwarmende Klanken
Read and Hear the Holy Bible
 Luisterbijbel

Bijbel voor Slechtzienden Begrippenlijst   -1-   -2-

Meer weten over de Psalmen, gezangen, liturgieën, belijdenisgeschriften: Catechismus, Dordtse Leerregels en veel andere informatie? . Kijk opOnline-bijbel.nl
         
  (
What's good, use it)



Waard om te weten :

Een hartelijk welkom op de site
Deze pagina printen
Sitemap
Wie zoekt zal vinden


FAQ - HELP

Kerk
Zondag
Advent
Kerstfeest
Driekoningen
Vastentijd
Goede Vrijdag
Aswoensdag
Palmzondag
Palmpasen
De stille week
Witte donderdag
Stille zaterdag
Paaswake
Pasen - Paasfeest
Hemelvaartsdag
Pinksteren
Biddag
Dankdag
Avondmaal
Doop
Belijdenis
Oudjaarsdag
Nieuwjaarsdag
Sint Maarten
Sint Nicolaas
Halloween
Hervormingsdag
Dodenherdenking
Bevrijdingsdag
Koningsdag / Koninginnedag
Gebedsweek
Huwelijk
Begrafenis
Vakantie
Recreatie
Feest- en Gedenkdagen
Symbolen van herkenning
 
Leerzame antwoorden op levens- en geloofsvragen


Hebreeën 4:12 zegt: "Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden"Lees eens: Het zwijgen van God

God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.
Lees eens:  God's Liefde

Schat onder handbereik


Bemoediging en troost

Bible-people - stories of famous men and women in the Bible
Bible-archaeology - archaeological evidence and the Bible
Bible-art - paintings and artworks of Bible events
Bible-top ten - ways to hell, films, heroes, villains, murders....
Bible-architecture - houses, palaces, fortresses
Women in the Bible -
 great women of the Bible
The Life of Jesus Christ - story, paintings, maps

Read more for Study  
Apocrypha, Historic Works
 GELOOF EN LEVEN een
          KLEINE HULP VOOR  ONDERWEG