Gelijkenissen van Jezus - deel 24 - 'De verloren penning'

De Bijbel is niet een boek wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen. Ontdek de bron van vrede, het Woord van God: 

Een inleiding op deze serie van 29 leerzame lessen

1 2 3 4 5 6 7
8 9 10 11 12 13 14
15 16 17 18 19 20 21
22 23 24 25 26 27 28
29 A B S
   ( S = INLEIDING OP DEZE SERIE   A = SPECIAL 1     B = SPECIAL 2 )

Lees de Bijbel

Het spreken in gelijkenissen (parabels) was voor Jezus een volkomen natuurlijke manier van spreken, en was kenmerkend van zijn stijl van leren. Aan het begin van het Evangelie naar Markus – nadat Jezus maar net begonnen was met zijn bediening – staat dat Jezus “alleen in gelijkenissen tegen hen sprak”. Het moet ons dus duidelijk zijn dat, wanneer we het denken van Jezus zelf willen begrijpen, we geen beter studieobject kunnen vinden dan zijn gelijkenissen. Wij mogen deze gelijkenissen grondig bestuderen met een open verstand en hart – open om te leren en open om vreugde toe te laten.
Bijbel

Hij hield hun een andere gelijkenis voor:

'De verloren penning'gelijkenis van 'Het huis op de rots'

Verhaal Lukas 15:8-10

"Welke vrouw die tien munten heeft,
steekt niet, als zij één munt kwijtraakt,
een lamp aan, veegt niet het huis aan
en zoekt niet zorgvuldig tot ze hem vindt?
Als ze hem gevonden heeft, roept ze
haar vriendinnen en buren bijeen en zegt:
'Wees blij met mij,
want ik heb de munt gevonden
die ik kwijt was.'"

De Here God wekt het volk op en wederom probeert Hij de koudeharten van de Farizeeërs tot bekering te brengen.Hij wil zebeschaamd maken.


Er is grote vreugde in de Hemel wanneer één enkelezondaar zich van zijn dwaalweg bekeert, méér dan overnegen-en-negentig rechtvaardigen die geen bekering nodig hebben.

Daarmede zegt de Heer dat die rechtvaardigen niet de grote, in het ooglopende zonden gedaan hebben, maar, hoe is het met hun innerlijkgesteld?
Hoe zijn hun harten?
Innerlijk zijn zij verdorven, en, deze toestand is nog veel erger.

De engelenschaar verheugt zich zeer wanneer een zondaar zich bekeert,meer de Farizeeën morden, en, dát is niet de geest die eenburger van het koninkrijk der hemelen moet hebben.

De vreugde van de hemelen moet een echo hebben op de aarde in de harten van de mensen.
Hij, die zich niet verheugen kan wanneer een zondaar zich bekeert, isniet geschikt om in de hemel te kunnen ingaan, want bij zulk eengesteldheid van de ziel, sluit men zichzelf uit van het Koninkrijk Gods.

In een vorige gelijkenis, die van het verloren schaap, toont de Heer Zijn dienaren die het verlorene moeten gaan zoeken.

Hier, in deze gelijkenis echter toont de Heer ons Zijn Kerk

En, wij kunnen uit deze gelijkenis begrijpen welk een geestesgesteldheid de kerk van Christus moet hebben.
Het huis Israëls, en in het bijzonder de Farizeeën kunnen uitdeze gelijkenis zeer veel leren, namelijk, hoeveel moeite men moet doenom datgene dat verloren is gegaan, wederom terug te vinden.

De vrouw roept haar vriendinnen en geburinnen te samen enspreekt:"Verheugt u met mij, want ik heb de verloren zilverlingteruggevonden."

In deze gelijkenis wordt ons een profetisch voorbeeld voorgesteld.

De vrouw, met haar zilverschat waarover zij zeer zorgvuldig moet waken,is het beeld van de Kerk, van de Bruid van Christus, de Gemeente. Efeze5:31,32

De Heer der Heerlijkheid heeft de heerlijkheid des Vaders verlaten om Zich een Bruid te kiezen op de aarde.
De vrouw, de gemeente van de eerste eeuw, zoals de Heilige Schrift onsdat vermeld, bezat een rijkdom aan hemelse schatten, en iedere gelovigelezer van de Heilige Schrift zal tot de erkenning komen: "Wat was diegemeente rijk,met zijn apostelen, profeten, evangelisten en herders enleraars en al de gaven van de Heilige Geest."

Neen, het waren niet alleen apostelen, niet alleen profeten, nietalleen evangelisten en niet alleen herders en leraars,want er wasverscheidenheid in die bedieningen.

En dan de gaven van de Heiligen Geest

Eén van die gaven was de gave van profetie, en, deze gave wordtdoor de apostel Paulus als de schoonste naar voren gebracht.
Want hij zegt immers: die profeteert, die sticht de gemeente.

Ook aan de vrouwen was deze schone gave geschonken, want, de evangelistFilippus had vier, nog maagdelijke dochters die allen de gave vanprofetie hadden.

Dit alles staat duidelijk en eenvoudig beschreven in het Woord van Goden zó was de gemeente in het begin, toen zij nog in de vurigeeerste liefde stond tot haar Heer en Heiland, een schone Bruid, voorhaar Man versierd met vele schone geestelijke gaven.

De vrouw in onze gelijkenis, had tien penningen, zilver.
Het getal tien is het beeld van het Koninkrijk der Hemelen.
Wij denken hier ook aan de gelijkenis van de 10 maagden ons beschreven in Mattheus 23:1-13.

Het getal tien duidt de volheid aan, en, de eerste gemeente had dusalles ontvangen wat zij nodig had om het Koninkrijk der Hemelen in tegaan.

Deze vrouw, de gemeente, moest over al deze geestelijke gaven zeerzorgvuldig waken, met veel trouw en veel wijsheid, om deze gaven tebehouden.

Hierin ligt een waarschuwing waaruit blijkt hoe gemakkelijk een deelder gaven verloren kan gaan, en, heeft de Kerk in de loop der eeuwenniet ontzettend veel verloren?

Ja, bijna alles.!

Apostel Paulus waarschuwde de gemeente reeds hiervoor: "blust de geest niet uit,veracht de profetieën niet."

Reeds in de dagen van de eerste gemeente begon er een verslapping op tetreden in het geloof aan de gaven die door de Here God aan de gemeentewaren geschonken.

De gemeente te Korinthe was zeer begenadigd met deze gaven, doch, dekerkgeschiedenis heeft ons geleerd, dat zij daar zelfs ook verlorenzijn gegaan, en langzamerhand geheel uit de Kerk zijn verdwenen.

De Staat deed zijn intrede in de Kerk, en zo ontstond er een huwelijkwaardoor het vertrouwen op de Here God hoe langer hoe minder werd. Dithuwelijk tussen Kerk en Staat had nooit gesloten mogen worden.

Zolang de Kerk werd vervolgd, was het geloof in Christus heel sterk,maar toen zij in de armen van aardse mannen viel, vergat de Kerk haar roeping.

Haar liefde en geloof werden minder en de gaven van de Heilige Geestwerden uitgeblust. Onmerkbaar ging al het schone dus zo verloren en menraakte aan deze nieuwe toestand gewoon.

Misschien waren er nog enkele ouden van dagen die zich nog iets kondenherinneren van de vlammen op de kandelaar, maar de meesten waren gewendgeraakt aan de duisternis waarin men was terechtgekomen.

Zo heeft de Kerk haar loop gevolgd temidden van de volkeren op deaarde, en het begrip van wat éénmaal was geweest, datontbrak geheel.

Doch tóen kwamen de jaren van 1830-1836.
Napoleon, de Franse Adelaar, lag met geknakte wieken ter neder en hetland verkeerde, evenals een groot deel der andere landen, in een grotenood.
Men kwam tot bezinning. Schrik vervulde de harten der mensen.

Een deel van het Christendom ontwaakte en men voelde zich arm, ellendig en naakt.
Dit bewustzijn van arm te zijn en iets te hebben verloren, is de eerste stap die wordt gezet om hulp te verkrijgen.

Deze eerste stap is echter alléén niet voldoende, want inonze gelijkenis steekt de vrouw een licht aan om iedere donkere hoek inhet huis te verlichten en daarna keert zij het huis met bezemen om, netzolang totdat zij het verlorene heeft teruggevonden.

Zij berust niet in haar verlies en doorzoekt haar gehele huis, en,zó is het óók met het ontwaakte deel van hetchristendom gegaan; zij treurden diep over de toestand der Kerk en overhet verlies van datgene wat de éérste Kerk wél ineen zo rijke mate had mogen ontvangen.
Zij liet zich dat niet welgevallen.

Evenmnin als de toenmalig veel gebruikte leuzen: "Noodwendige historische ontwikkeling", en, "Onvermijdelijk proces.?"

De Kerk was echter met deze mooie leuzen niet tevreden en door haarvele gebeden en een nauwkeurig onderzoek van het Woord van God, werdopnieuw een licht ontstoken.

Op haar gebeden en zoeken, gaf de Heer het woord der profetie wederterug, 2 Petrus 1:19 en daardoor kwam nog schrijnender de armoede derKerk en de diepe oorzaken van de treurige toestand waarin zijverkeerde, aan het licht.

De donkerste plaatsen werden verlicht en de verborgenheden der HeiligeSchrift werden uitgegoten over die schriftuur-plaatsen die voor dientijd onbegrijpelijk waren.

En, hierbij werd het Huis met bezemen gekeerd, want alle verkeerdeleringen die in de Kerk ingeslopen waren, werden onderzocht enweggedaan; het Huis werd in de rechte orde weder hersteld.

Door het licht der profetie werd de reeds lang vergeten Goddelijke ordening wederom hersteld.

En, volgens Ezra 2:62,63,moest men wachten totdat de Here God wederompriesters zou roepen om in het Heiligdom van God te dienen want al dieordeningen waren immers verloren gegaan.

Door de Urim en Thummim, licht en recht, zou er openbaar worden wie desHeren dienaren zouden zijn en zo riep de Here God Zijn dienaren weer opdezelfde wijze zoals vermeld staat in Handelingen 13:1-4.

De vrouw doorzoekt het gehele huis want zij is er van overtuigd dat de schat niet verloren kan blijven.

Deze overtuiging werd gerechtvaardigd voor de zoekende zielen in dejaren 1830-1836 want in volle geloofsovertuiging vertrouwden zij eropdat de Here God de schat weer aan Zijn Kerk zou teruggeven.

"Bidt en u zal gegeven worden, zoekt en gij zult vinden, klopt en u zal opengedaan worden." Mattheus 7:7.

De Heer blijft getrouw; Hij is de Alpha en de Omega, en, hoe groot onzeontrouw ook was, Hij blijft getrouw want Hij kan zichzelf nietverloochenen.
Biddend en zoekend vond de Kerk de verloren penning weer terug.

De grote schat, benodigd om te behoren bij hen die straks als de vrouwvan het Lam op de geestelijke berg Sion zullen staan, is de HeiligeGeest die de gedoopte christenen door handoplegging van een apostel dereerste Kerk, werd medegedeeld zodat zij behoorden tot de verzegeldendie bij getrouwheid waarlijk op de berg Sion zullen staan.

De Here God gaf wederom apostelen om die Heilige Geest mede te delen ende mens werd wederom een tempel van de Heilige Geest en ontving de Kerkwederom deze schone hemelse gaven.

De engelen zingen Gods lof, en, hier op deze aarde werd God lof toegebracht door hen die door hun zoeken hadden overwonnen.

In de woning der waarlijk rechtvaardigen was gejuich.!

De Kerk had haar volle gaven weder ontvangen en hart en mond loofden dewijsheid, de liefde en trouw van God God, door Christus, onzen Heer,Die niet verandert.

Hij is, en was, en zal komen!

De vrouw was zo gelukkig met haar schat, dat zij haar vriendinnen en geburen riep om zich tesamen met haar te verheugen.

De vriendinnen en geburen zijn schaduwvoorbeelden van andere Kerkafdelingen.

Er ging een manifest uit tot alle hoofden van Kerk en Staat in geheel Europa, naar elk land.

De evangelisten gingen uit om te verkondigen dat het verlorene wederomwas teruggevonden en dat de Heer het wederom had geschonken.
Deze uitnodiging werd echter met weinig vreugde ontvangen, ja, zelfs verworpen.

Maar, ondanks dit alles, ging de vrouw met vreugde haar weg en zijverheugde zich met een grote vreugde en deze vreugde zal blijven totdatde Heer wederkomen zal.

Over geld in de Bijbel

Er zijn interessante en belangrijke waarhedenverbonden in de Schrift met de opmerkingen die in de tekst gemaakt worden overde valuta van die tijd. Enkele daarvan willen we onderzoeken met de bedoelingde bijzondere lering die ze geven na te gaan.

De verloren penning

In de tweede gelijkenis van Lukas 15 vertelt de Heerover een grote speurtocht, die een vrouw deed naar een verloren geldstuk. Hijzei: "Of welke vrouw steekt niet, als zij tien drachmen1 heeft en eendrachme verliest, een lamp aan en veegt het huis en zoekt zorgvuldig, totdatzij die vindt?" (8) Drachme is eenander woord dan "zilverling" uit Mattheüs 26:15. Het woord drachme of "dram"komt alleen voor in Lukas 15:8,9

De Drachme was een Griekse munt en daarom eigenlijkgeen wettig betaalmiddel in Palestina, hoewel het heel dicht in waardeovereenkwam met de Romeinse denaar, die in die tijd de wettige munteenheid wasin het Joodse land onder Romeins gezag. Vanwege deze overeenkomst hebbensommigen verondersteld dat, hoewel het inheemse Griekse woord "drachme"in degelijkenis voorkomt, het Romeinse woord "denaar"werd bedoeld door de spreker.Voor deze veronderstelling is geen solide grond. We vinden, integendeel, datLukas heel vertrouwd was met de Romeinse "denaar"want hij gebruikt het woorddrie keer in zijn evangelie.2 Er moet dus een bijzonder reden zijn, waarom hij hierhet Griekse woord "drachme"gebruikt.

Stukken Romeinse zilvergeld zouden niet even passendzijn voor het doel van de gelijkenis. Omdat het Grieks geld was, was het geenwettig betaalmiddel voor handelsdoeleinden. Daarom lijkt het dat de "drachmen"gebruikt werden voor persoonlijke versiering van hoofd, nek of arm. Dezeversiering stelt de vrouw op hoge prijs en zou ze daarom graag ongeschondenwillen bewaren meer uit gevoelswaarde dan om zijn werkelijke waarde.

Vandaar zal het verlies van één van de tien muntenaanleiding geven tot ijverig zoeken door de eigenares en het vinden ervan doetvrienden en buren roepen om zich met haar te verheugen. Klaarblijkelijk had dedrachme in het oog van de vrouw een bijzondere waarde boven de marktwaarde enhet verlies van één ervan, waardoor het volledige stel geschonden was, zou ergbetreurd worden om de moeilijkheid van de vervanging ervan.

Deze karaktertrek, die een bijzondere persoonlijkewaarde veronderstelt van de verloren drachme voor de eigenaar, veroorlooft onsgemakkelijk de overeenkomst te ontdekken tussen de drie gelijkenissen van Lukas15. In elk van de drie komt het persoonlijk belang van de personen sterk naarvoren. Wij zie het dadelijk in de belangstelling van de herder voor het schaap,dat afdwaalt naar zijn ondergang en ook in de belangstelling van de vader voorde jongste zoon, die zwerft op de paden van de zonde naar zijn verderf. Maarwat veroorzaakte het bijzondere belang in de tweede gelijkenis?

Alleen als ze erg arm was of een behoeftige weduwe zouzijn kunnen we heel goed haar koortsachtige angst over het verlies van hettiende deel van haar bezit begrijpen. Het vertegenwoordigde tenslotte toch eendagloon. Maar als we eraan denken dat het Griekse munten waren, die haar eigenbijzonder schat vertegenwoordigden, dan kunnen we makkelijke de waarheid zienvan de schildering en de juistheid van haar ijverig zoeken bij kaarslicht naarhet verloren stuk en haar uitbundige vreugde na haar succesvol zoeken.

Dor het vinden van het verloren stuk, was deverzameling munten weer compleet. Of de tien stukken een erfstuk of eenhuwelijksgeschenk waren is niet bekend, maar we moeten het bijzonder kenmerkvan de gelijkenis niet missen, die heel zeker is, namelijk: dat de verlorendrachme een bijzonder waarde had in de ogen van de vrouw. Zo'n waarde dat zehaar vriendinnen en buren roept en zegt: "Weest blij met mij, want ik heb dedrachme gevonden die ik had verloren."

Uitleggers hadden moeilijkheden om deze gelijkenis teverklaren. Ze geven verschillende slotconclusies. Het meest algemeens ismisschien dat de vrouw de Gemeente voorstelt of de Heer, die door debedieningen in de Kerk werkt. Maar deze uitlegging is niet in overeenstemmingmet de eenheid, die we mogen verwachten in de drie gelijkenissen van onze Heer.De gelijkenissen zijn bij dezelfde gelegenheid uitgesproken met het bijzonderdoel om Zijn ontvangen van en eten met tollenaars en zondaars te rechtvaardigenwat door de Farizeeën in twijfel getrokken werd. (Luk.15:2)

De verdediging van de Heer, als we dat woord mogengebruiken, was de goddelijke vreugde in de hemel, die ontstond door berouw enherstel van de zondaar. Op drievoudige wijze liet Hij zien, dat God zichverheugde over het redden van zondaars en dat feit was op zichzelf een afdoendantwoord op alle menselijke vitterij.

In de drie verbonden gelijkenissen zegt de Heer Jezus,dat de drie personen van de godheid werkzaam waren in het redden van mensen. Inde eerste vinden we God de Zoon, die als de Schaapherder het verloren schaapvan het huis Israëls zoekt. (Mat. 15:24) In de derde vinden we God de Vader,die vriendelijk is voor de ondankbare en boze zoon

1 Strong 1406: drachme, een Griekse zilveren munt metongeveer hetzelfde gewicht als een Romeinse denarius

2 Luk.7:41; 10:35 en 20:24

Hetgeld van de Bijbel 04-02.doc 1

(Luk.6:35) en die de terugkerende verloren zoon verwelkomt in huis.

3 Strong 1323: didrachmon of dubbele drachme, eenzilveren munt gelijkwaardig aan twee Attische drachmen of een Alexandrijnse, ofeen halve sjekel.

4 ½ sikkel = 2 drachmen = 1 didrachme = 1 beka = ½ joodsesikkel. Er zijn tenminste drie verschillende sikkels bekend, nl. de gouden,zilveren en koperen sikkel.

5 sikkel= 4 drachme = 1 stater = tetradrachme

De overeenstemming is volledig als wezien, dat in de tweede gelijkenis, niet de Kerk, maar God de Heilige Geestwordt voorgesteld door de vrouw, die ijverig bezig is om de verlorene teontdekken en te bevrijden.

Als we deze drie gelijkenissensamenvatten onder dit gemeenschappelijke doel zien we de waarheid van deopenbaring, dat God de Zoon, God de Heilige Geest en God de Vader even sterkzijn in Hun liefde voor zondaars en verheugd zijn over hun redding. Zo vindenwe op andere plaatsen dat de verlosten Gods eigen bezit zijn en dat ze eenbijzonder belang en waarde voor Hem hebben. (Ef. 1:14; 1 Petr. 2:9)

Het evangelie wordt aan mensengepredikt door de Heilige Geest, die van de hemel gezonden is. (1Petr.1:12) Debuiten de openbaarheid binnenshuis zoekende vrouw uit de gelijkenis is eengeschikt beeld van de Heilige Geest, die onzichtbaar Zijn dienst in de werelduitoefent. (Joh.16:8) Zijn verborgen werkingen worden door de Heer vergelekenmet die van de wind, die waait, waarheen hij wil. (Joh.3:8)

De munt is ook levenloos en in datopzicht anders dan het schaap en de verloren zoon. De Heilige Geest geeft hetleven aan hen, die Hij vindt en van wie gezegd wordt, dat zij uit de Geestgeboren zijn, hoewel ze vroeger "dood waren in zonden en misdaden". (Joh. 3:8)

Veel voorbeelden van het zoeken vande Geest van God zijn in het boek geschreven, dat misschien beter "Handelingenvan de Heilige Geest" zou heten, dan "Handelingen van de Apostelen". Om ééngeval te noemen: Wie anders dan de Heilige Geest riep Filippus weg van zijnevangelische werkzaamheden te Samaria om te vinden en te bevrijden deonderzoekende kamerling? Deze stond op het punt naar Ethiopië terug te kerenzonder de kennis van Jezus, de lijdende Dienstknecht van God, van wie Jesajahad geprofeteerd. Ethiopië was inderdaad een donkere hoek waarin het licht vangenade en waarheid nog niet had geschenen. Maar het licht scheen en hetverlorene werd gevonden en het eind van het zoeken was een vrolijkeoverwinning. Want de kamerling van Candace vervolgde zijn weg met blijdschapnet zoals er in Samaria was geweest waar veel andere verlosten gevonden werden.(Hand. 8:8,39)

Zoals de vrouw een brandende lampgebruikt om het vermiste te zoeken, zo gebruikt de Heilige Geest in Zijn zoekennaar verlorenen, die in duisternis en schaduw van de dood zitten, het Woord vanGod, dat het middel van geestelijk licht is voor de mens. (Ps. 119:105; Spr.20:27) Zij, die in de wereld uitgaan om ieder schepsel het evangelie teprediken en spreken geleid door de Heilige Geest.

Het inwendige van een oosters huiswas donker, omdat het gebouwd was om het licht en de warmte van de zon buitente houden. De verloren drachme lag in een donkere hoek, verborgen onder hetriet dat uitgespreid was op de lemen vloer. Hij was daar niet nuttig en wasgeen versiering. Maar als het licht van de eigenares er op schijnt en deverblijfplaats ontdekt, wordt hij teruggebracht. De eigenaresse kent er dewaarde van en als hij gevonden is, kan zij die gebruiken, zoals zij wil.

Zo gaat het ook bij evangelisatieonder de mensen. Het licht en de heerlijkheid van Christus, die het beeld vanGod is, schijnt in donkere en verblinde harten. (2 Kor. 4:4-6) Zondaars wordendaardoor uit de duisternis tot het licht gebracht. Zij, die aan de heerlijkheidvan God te kort komen, gaan roemen in de hoop op de heerlijkheid van God. (Rom.3:23; 5:2; Ef. 5:8)

Het heilwerk is het werk van God,waarin de Heilige Geest een gelijk deel heeft. Hij heeft geen behagen in dedood van een zondaar. (Ez. 33:11) "Hij verheft den geringe uit het stof,[en] den nooddruftige verhoogt Hij uit den drek, om te doen zitten bij devorsten, dat Hij hen den stoel der ere doe beërven". (1 Sam. 2:8)

De halve sikkel en de stater

Mattheüs17:24-27

De halve sikkel had twee maal de waardevan de zilveren drachme, die genoemd wordt in de gelijkenis van de verlorenpenning uit Lukas 15:8 en 9. De technische naam van deze Griekse munt isdidrachme 3 en de koerswaarde schijnt gelijk tezijn aan de beka 4 of de helft van de Joodse sikkel.(Ex.38:26) De sikkel zelf was gelijkwaardig met een tetradrachme, dat ook welstater 5 heette.

Beide geldstukken, de didrachme ofhalve sikkel en de stater worden maar eenmaal in de Nieuwe Testament genoemd.Beiden worden gevonden in het verhaal van de schone gebeurtenis in het levenvan onze Heer in Mattheüs 17:24 - 27.

In de nieuwe vertaling staat in vers24 voor didrachme "Cijns" (hoofdgeld) of schatting, de halve sikkel en is invers 27 de stater vervangen door "een zilverstuk"

Het verhaal

"Toen zij nu in Kapernaüm gekomenwaren, kwamen de ontvangers van de didrachmen naar Petrus toe en zeiden:Betaalt uw meester de didrachmen niet?" Deze belasting werd door de Joden betaald aan de priesters enlevieten voor de instandhouding van hun eigen tempeldienst in Jeruzalem. Ditverschilt van de belasting opgelegd door

Hetgeld van de Bijbel 04-02.doc 2

6 1Romeinse denaar = 1 drachme. Denarius betekend "tien bevattend" Het waseen Romeinse zilveren munt ten tijde van het N.T. Hij kreeg deze naam omdat hijgelijk stond met 10 (koperen) as, een aantal dat na 217 V.chr. verhoogd werdtot 16 as (ong. 3.898 gram). Dit was de voornaamste zilveren munt van hetRomeinse rijk. Uit de gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard blijkt dateen denarius toen het gewone dagloon was van een arbeider. (Mat. 20:2-13)

het Romeinsebestuur die de Joden als onderworpen volk verplicht waren aan Caesar tebetalen. (Mat.22:15-22) 6

De tempelschattingvond zijn oorsprong in de bijdragen die door Mozes, de knecht van God, warenopgelegd aan het volk in de woestijn. Daarna beval God, dat iederemannelijke Israëliet boven de twintig jaar of hij nu arm of rijk was, Hem eenofferande moest brengen. Dit offer was de Beka of halve sikkel (Ex.30:11-16).Toen de volkstelling plaats had bleek dat het verzamelde bedrag 603.550 beka'sof 301.775 sikkels bedroeg. Deze opbrengst werd gebruikt voor de bouw van detabernakel (Ex.38:25-28).

We lezen dat in dedagen van Joas, de koning van Juda, deze belasting geïnd werd van het volk omde uitgaven van het herstel van het huis des Heren te betalen, dat in die dagennodig gerestaureerd moest worden (2Kon.12:4; 2Kron.24:5,9).

Na de terugkeer vande Joden uit de Babylonische gevangenschap kwamen Nehemia en het volk overeen,dat ieder een jaarlijkse bijdrage moest geven voor de dienst van het huis vangod (Neh.10:32) Het bedrag dat bij die gelegenheid genoemd was een derde deelvan een sikkel en niet een halve sikkel. Misschien konden ze in hun grotearmoede geen halve sikkel geven.

De vraag die aanPetrus wordt gesteld kwam niet van een belastingambtenaar in dienst van deRomeinen die aandrong om de plichten van een vreemde burgerlijke wet tevoldoen. Maar het was de vraag van een Jood, of de profeet uit Nazareth degebruikelijke belasting niet wou betalen. De halve sikkel voor het onderhoudvan de tempel en zijn dienst. Het was meer een zaak van overeenstemming met eengodsdienstige praktijk dan van gehoorzaamheid aan een politieke eis.

Petrus aarzelt geenmoment om borg te staan voor de eis van de wet en de godsdienstige waarnemingdaarvan door zijn Meester. Hij antwoord direct bevestigend. Hij gaat daarna hethuis binnen om de zaak aan de Heer zelf voor te leggen of misschien wel om tevragen hoe het geld verkregen moest worden. Maar de Heer was hem voor. De Heervoorkwam Petrus bedoeling en verbeterde de haastige en verkeerde uitspraak vanZijn discipel. Zij die aan Petrus de vraag stelden hadden nooit de velebuitengewone gelegenheden gehad, die de discipel heeft gehad om te leren, datde grote Vorst uit het huis van David was gekomen. De vraagstellers hadden eenverontschuldiging maar Petrus had deze niet. Zijn antwoord kwam helemaal nietovereen met zijn eigen pas uitgesproken belijdenis van de heerlijkheid op deheilige berg. Door de openbaring van de Vader had Petrus tegen de Heer gezegd: "U bent de Christus, de Zoon van delevende God." (Mat.16:16).Zijn ogen hadden de alles overtreffende schoonheid en majesteit van de Koninggezien, terwijl zijn oren het getuigenis van de hemel hadden gehoord: "Dezeis mijn geliefde Zoon, in Wie Ik welbehagen gevonden heb, hoort Hem" (Mat.17:5).Petrus had compleet deze rechten van de Heer en zijn eigen volledige erkenningervan vergeten, toen hij zo haastig aan de belastingophalers verzekerde, datzijn Meester de halve sikkel zou betalen.

Jesaja of Ezechiël hadden dit op zichkunnen nemen. Maar was het niet meer gepast dat de Zoon van God, Koning vanIsraël, schatting zou ontvangen in plaats te betalen? De ongerijmdheid van devraag van deze mensen had Petrus toch duidelijk moeten zijn.

Voordat de discipel een woord kan uitbrengen zegt de Heer tegen hem: "Wat denk je, Simon, van wie heffen dekoningen van de aarde tol of belasting: van hun zonen of van de vreemden? Toenhij nu zei: Van de vreemden, zei Jezus tot hem: Dan zijn de zonen vrij." Dezewoorden zijn een rustige en vriendelijke terechtwijzing in de kring van Zijneigen discipelen. De Heer handhaaft de waardigheid van Zijn eigen persoon enZijn rechten die volgen uit Zijn Zoonschap.

Zelfs naar aards gebruik warenkoninklijke families vrij van belastingbetaling. Deze waren opgelegd aan deonderdanen van het koninkrijk. De Heer Jezus, hoewel uit Nazareth, was Davidszoon en Davids Heer. De tempel in Jeruzalem was het huis van zijn Vader (Joh.2:16).Hij was inderdaad Zoon over Zijn eigen huis en niet een dienstknecht in hethuis van een ander. Als Zoon van God en Koning van Israël was Hij absoluut vrijvan alle verplichting tot het betalen van belasting, die geheven werd om deuitgaven van de dienst van God te betalen. De Heer wilde echter Zijn rechtenniet laten gelden tegenover de belastingontvangers zelf.

Hoewel Hij Koning der Joden was(Mat.27:11) verwaardigde Hij zich om op aarde te zijn als onderdaan en niet alsRechter en Verdeler van de erfenis (Luk.12:14) Hij toonde, dat Hij bereid wasom aan het verzoek te voldoen en de tempelschatting te betalen. Voor ons is Hijarm geworden en om de belasting had Hij geen zilver in de beurs. (Mat.10:9)Maar, hoewel Hij arm was, zoals de mensen zeggen, bezat Hij alle dingen. Hijliet de vergeetachtige discipel zien, dat Hij Heer van alles was en dat de zeeHem toebehoorde. Hij had die gemaakt en Hij heeft heerschappij over alles watde paden van de zee doorwandelt (Ps.8:8).

De Heer zegt in Zijn woord tegenPetrus: "Opdat wij hen echter geen aanstoot geven, ga naar zee, werp eenvishaak uit en neem de eerste vis die bovenkomt, en als je zijn bek opendoet,zul je een stater vinden; neem die en geef hem hun voor Mij en jou." Hoewelde Joden Gods geboden krachteloos maakten door hun overleveringen der ouden,wilde de Heer niet, door een schijnbare geringschatting van Zijn kant van eengodsdienstige verplichting, een aanleiding zijn om te struikelen. In Zijnvernedering tot de dood van het kruis, zou Hijzelf een steen des aanstoots eneen rots der ergernis zijn voor het

Hetgeld van de Bijbel 04-02.doc 3

volk(Rom.9:32,33) Maar in de zaak van de tempelschatting wilde Hij elkeverontschuldiging voor ongeloof wegnemen. Daarom voldeed Hij het verzoek van debelastingontvangers door het betalen van het gevraagde geld. De manier waarophet geldstuk werd verkregen om te betalen, was voor het bijzondere onderwijsvan de discipel en niet, voor zover als wij weten, voor de belastingontvangers.De Heer bewees aan Petrus dat Hij meer was dan de Koning van Israël, dat HijHeer was van de schepping en dat een vis de bewaarder was van Zijn bezit.

Het wonderwerk

De Heer zelf stelt de voorwaardenvast waaronder de vis moest worden gevangen. Bij nader inzicht ziet men, alselders is uiteengezet, wat een wonderlijk bewijs dit is van de alwetendheid enalmacht van Christus. Het is een hulpbron voor Zijn discipelen.

Voor het naar behoren vervullen vanhet woord van de Heer tegen Petrus was het noodzakelijk:

1.dat iets in de zee gevangen moest worden;

2.dat het onmiddellijk gevangen moest worden, hoewel vissers soms de hele nachthard moesten werken en niets vingen;

3.dat de vangst één enkele vis zou zijn, gevangen met een haak en niet een aantalvissen met een net;

4.dat de vis geld moest bevatten;

5.dat het geld in de bek van de vis moest zijn;

6.dat de eerste vis die gevangen werd het geld zou bevatten;

7.dat het gevonden geld één enkel geldstuk zou zijn van de juiste muntwaarde dienodig was.

Er wordt niet verteld in hetevangelie, dat het wonder plaats had, maar er is geen twijfel mogelijk, datPetrus, die de aanwijzingen van de Meester gehoorzaamde, vond dat aan al dezevoorwaarden werd voldaan. De stater was op de aangewezen plaats en het was dejuiste som die nodig was om de belasting te betalen voor twee. Of zoals onzeHeer zegt: "voor Mij en jou".

In de wet van Mozes stond over dezebijdrage, dat de rijke niet meer en dat de arme niet minder mocht geven dan dehalve sikkel. (Ex.30:15) Op deze plaats vloeien de rijkdommen van de genade inChristus. Ze stijgen uit boven de armoede van de wet om te voldoen aan zijnrechtmatige eisen. Als de tempelschatting beschouwd kan worden als een bindendeverplichting dan vinden we hier een volmaakte rechtvaardigheid. Er was precieseen halve sikkel voor ieder, niet meer en niet minder.

Één geldstuk voor de twee

De bek van de vis bevatte niet 2halve sikkels. Één voor ieder van hen en ook niet één halve sikkel voor de Heeralleen. De Heer wilde zich niet scheiden van Zijn dienstknecht en volgeling.Petrus had alles verlaten om Hem te volgen, die niets had om Zijn hoofd op neerte leggen. Terwijl hij (Petrus) zijn armoede deelde toonde de Heer Zijndiscipel, dat hij in Zijn overvloed zou delen. Petrus zou zien, dat zilver engoud het Zijne waren en de vissen van de zee ook. De stater, die je zultvinden, is voor mij en jou zegt de Heer.

Dit woord is een openbaring van deluisterrijke genade van onze Heer Jezus Christus ten opzichte van een belijdervan Zijn naam. Petrus was een van de Zijnen, die in de wereld waren, van wieHij zei: "waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn" (Joh.12:26) Dediscipel moet zijn als zijn Meester, arm als Hij, vervolgd als Hij, rijk alsHij, verheerlijkt als Hij. Aan de overwinnaars in Laodicea beloofde de Heer: "Wieoverwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn troon, zoals ook Ikoverwonnen en Mij gezet heb met mijn Vader op zijn troon" (Op.3:21) Hij,die gemeenschap heeft met het lijden van Christus, zal ook ingaan in de vreugdevan zijn Heer. De voornaamste karaktertrek van deze grote gemeenschap, waarvanhet evangelie en de brief getuigen, werd die dag in Kapernaüm gezien. "Éénstater voor Mij en voor u." In deze genadige woorden zien wij: "De liefde, dieniet geeft zoals de wereld geeft, maar deelt, al wat ze bezit met haar geliefdemede-erfgenamen."

De penningen van de weduwe

Markus 12:41-44

Hier vinden we nog een offerande vangeld voor een godsdienstig doel, maar de munt heeft een andere naam en waarde.Deze offeranden werden niet verzameld in Galilea en elders, zoals de zilverenhalve sikkel uit het vorige artikel. (Mat.17:24-27)

Dit offer was een vrijwillig offer inde voorhof van de tempel zelf door hen, die daar kwamen om te aanbidden. Deopbrengst werd gebruikt om de kosten van de priesterlijke en Levietische dienstte bestrijden en voor het onderhoud van de tempelgebouwen. Bij deze bijzondergelegenheid, omdat het Paasfeest ophanden was, werden zeker bijzonderegeldelijke offers gebracht om de uitgaven te bestrijden.

Het voorval van de edelmoedige giftvan de weduwe geschiedde op een ernstig ogenblik in de dienst van onze Heer.Het was nog maar een dag of drie, vier voor Zijn kruisiging. De hopelozegeestelijke toestand van het volk was pas daarvoor nog levendig aangetoond aande discipelen door de onvruchtbare vijgenboom, die na de vloek van onze Heervan de wortel af verdord was.

De volgende dag waren er ontmoetingenmet de overpriesters en schriftgeleerden en oudsten (Mark.11:27) in de tempelvoorhof, die Hem zochten te vangen op Zijn woorden door hun vragen.(Mark.12:13) Zij faalden in die opzet om op die manier een formelebeschuldiging tegen Hem te vinden. De Heer zat tegenover de schatkist, waar Hijbij een vorige gelegenheid neergezeten had en het volk had geleerd. ((Joh.8:20)

Uit Joodse bron weten we, dat ditgedeelte van de tempelgebouwen, zo werd genoemd, omdat er een aantal kisten ofkoffers stond, waarin godvrezende mensen alle offers konden brengen, die zewilden geven. De kisten

Hetgeld van de Bijbel 04-02.doc 4

7 Lepton= kleine koperen munt, een achtste van een "as", ongeveer 1/5 van eencent waard. (volgens de OLB)

8 kodrantes = een quadrans (ongeveer het vierde deel vaneen "as"); in het N.T. een munt ter waarde van een Attische chalcus(ca. 3/8 van een cent) (volgens de OLB)

9 medicinaalgewicht. 1 pond = 375 gram = 12 ons = 96 drachmen = 288 scrupel = 5760 greinof: (1 grein = 1/20 scrupel) (1 grein = 375/5760 gram = 65 mg) (15 grein =0,975 gram ~ 1gram)

hadden groteopeningen of monden, die naar beneden spits toeliepen in een nauwe gleuf enstonden bekend als "trompetten" vanwege hun vorm.

De Heer keek, ofliever bekeek, hoe de menigte geld in de offerkisten wierp. Veel van deofferaars waren rijk en blijkbaar wierpen ze er veel in. Dat is, veelgeldstukken, op een opvallende manier, zoals sommigen de gewoonte hebben tedoen bij zulke gelegenheden.

Toen kwam er eenoffer van een heel ander soort onder de aandacht van de Heer. Een uitzonderingop de regel. Een vrouw kwam alleen naar de offerkist. Ze was een eenzameverlaten weduwe, zoals er zoveel waren in dat land. Bovendien wordt er vermeld,dat ze arm was. Inderdaad een zeer arme vrouw. Misschien was het iemand, diedoor de geldgierigheid van de schriftgeleerden arm was geworden. Die, net zoalsde Heer het net gezegd had, "dehuizen van de weduwen opeten en voor de schijn lang bidden" (40). Armoede en ellende had deweduwe niet verbitterd en haar dankbaarheid aan God was ook niet opgedroogd.Zij wilde zich niet de vreugde laten ontnemen om aan de Grote en Goede Geveriets te geven. Zij ging naar het huis des Heren met haar offer en wierp in degrote offerkist haar twee kleine koperstukjes7.Markus verklaard dit voor de Romeinse lezers van zijn evangelie door het woordKwadrant8 die de waarde vertegenwoordigt voorde koperstukjes.

Daarna ging de weduwe weg, zichschijnbaar onbewust, van de opmerkzame ogen van de Heer Jezus. Ze had nu geenzichtbare middelen van bestaan meer. Geen hoop voor de toekomst, behalve dan dearbeid die ze nog kon doen. Zij had afstand gedaan van haar hele vermogen,daardoor beval ze zich aan in de tere barmhartigheid van God, Die, in Zijnheilige woning, waarheen zij gekomen was, de Rechter is, in het bijzonder vande weduwen en wezen. (Ps. 68:6; 146:9)

De penningen of Lepta

De munten uit dit verhaal waren nietvan zilver maar van brons of koper. Ze hadden daarom een betrekkelijk geringewaarde. De rijken wierpen veel bronzen of koperen munten in de offerkist. Datkonden ze gemakkelijk doen van hun overvloed en rijkdom.

De twee penningen van de weduweheetten "lepta". De naam "lepton" is Grieks van oorsprong. Daar bestond in dietijd zo'n munt en inderdaad, die naam bestaat nu nog onder de Griekse munten.De twee penningen waren samen een Kwadrant (kodrantes) wat een kleine Romeinsemunt was. Omdat de Kwadrant een Romeinse munt was, kon dit niet gebruikt wordenvoor een offerande, omdat het gebruik van vreemd geld in de tempel verbodenwas. Dat was de reden dat de geldwisselaars hun beroep uitoefenden in detempelvoorhof. De Heer had de vorige dag nog hun tafels omgekeerd. (Mark.11:15)Deze geldwisselaars waren natuurlijk gemakkelijk voor hen, die van ver, netzoals de Ethiopische kamerling, naar Jeruzalem kwamen en niet de vereisteJoodse munt bezaten.

De koperen penning of lepton, waarvande weduwe twee stuks offerde voor de dienst van God, was ongetwijfeld de Joodsemunt, bekend als de perutah. Het was de kleinste munt, die in omloop was enwoog maar 15 grein.9 Munten van gelijk gewicht worden nogaltijd geslagen voor de circulatie. (Een bronzen munt van gelijk gewicht wordtin Londen geslagen voor gebruik op Malta, waar het de waarde heeft van 1/3farthing (cent).

Behalve in dezelfde gelijkenis inLukas 21:1-4 werd door onze Heer melding gemaakt van de geringe waarde van depenning of lepton bij een andere gelegenheid. Bij deze gelegenheid doelt deHeer op de schuldige en strafbare toestand van het Joodse volk bij degelijkenis van de gevangen gezette schuldenaar. De Heer zegt daar: "Ik zegu: u zult daar geenszins uitkomen voordat u ook het laatste koperstukjebetaalt." (Luk.12:59)

Wat de penningen leren

1) Wij kunnen niet anders danherinneren aan: "De ogen des Heren zijn aan alle plaatsen, opmerkzaam achtgevend op kwaden en goeden" (Spr.15:3). In het bijzonder in de "tempel"onderzoekt Hij nauwkeurig onze beweegredenen en de omvang van onze geestelijkegaven. Onze gaven worden gewaardeerd net zo als zij gegeven worden en hunbetrekkelijk verdiensten onfeilbaar vastgesteld.

Zittend tegenover de schatkist, zagde Heer ongetwijfeld enkelen, die de tienden van hun bezittingen gaven. Maarhoe hoog zij ook zichzelf schatting oplegden, zij schoten in vergelijkingallemaal tekort in Zijn achting. Hij zei niet, dat hun giften geen waarde had,maar de gift van de weduwe was voortreffelijker. Haar offer werd beoordeeldnaar de kwaliteit en niet naar de kwantiteit. Zo oordeelde de Heer op die tijden het verhaal wordt ons gegeven zodat ook wij nu onze gaven kunnen toetsen.

De weduwe gaf God van haar armoede.De rijken gaven van hun overvloed. Een soortgelijke opofferende geest lezen wevan de gemeenten in Macedonië, die in een tijd van veel beproeving en verdrukkingde overvloed van hun blijdschap toonden en in hun diepe armoede overvloedigzijn geweest in de rijkdom van hun liefdadigheid. (2 Kor. 8:2)

2) God zag de werken van Zijnschepping en zag dat ze zeer goed waren. Nog meer: "God heeft eenblijmoedige gever lief" (2 Kor. 9:7). Was dat geen blijdschap voor onzeHeer, aan het einde van een dag van strijd met de lege vormendienst van degodsdienstige leiders van het volk, deze eenvoudige godsvrucht en edele

Hetgeld van de Bijbel 04-02.doc 5

10 duitin het zakje doen

11 arguria

12 argurion

barmhartigheid vaneen arme weduwe? Tevergeefs keek Hij uit onder de priesters en schriftgeleerdenen de opdringende scharen naar dezulken die God aannamen en naar Hem zochten.De verfrissing en het welbehagen van Zijn geest werd gevonden in deze heerlijkeheilige, (Ps.16:3) hoewel ze door de Farizeeën veracht zou worden. Hij, diezelf arm was geworden om ons rijk te maken. Hij, die verkocht al wat Hij had,zag een zwakke gelijkenis met Zijn eigen grote offerande.

Deze gebeurtenisschonk een van die heerlijke lichtstralen en troost aan de man van smarten inde donkere en donkerder wordende uren van die laatste week. Er was vreugde voorHem in de weduwe en haar penninkjes, in het Hosanna van de kinderen, in Mariavan Bethanië en haar kostbare zalving, in de belijdenis en het beroep van deboosdoener op het kruis. Dankbaar en vrolijk nam de gehoorzame Zoon dezegunsten van de Vader aan, die Hem gezonden had. "Ik prijs U, Vader, Heer van de hemelen van de aarde, dat U deze dingen voor wijzen en verstandigen hebt verborgen,en ze aan kleine kinderen hebt geopenbaard" (Luk.10:21). "Zij waren de uwen en U hebt ze Mijgegeven" (Joh.17:6). "want van de zodanigen is het koninkrijk van God" (Mark.10:14).

3) Het is belangrijk op te merken,wat de goddelijke basis van waardering is. De maatstaf van het heiligdom isheel anders dan die van de markt. In het huis van God worden "worden dedaden getoetst" (1Sam.2:3). Hierdoor is het mogelijk dat 30 grein koper eengrotere waarde kan hebben dan 30 talenten goud.

De grootheid van de gift telt nietzozeer in de schatting van het hemelse koninkrijk, als wel het bedrag datoverblijft. De rijken hielden nog altijd een overvloed over, maar de weduweniets. God weigert het povere offer van de arme niet, maar Hij wil hetarmetierige offer van de rijke niet aannemen. (Mal.1:13)

Er wordt wel eens gezegd, dat eenpraktische test van de hoedanigheid van onze gaven is de vraag aan ons zelf,hoe ervaar ik deze gave? Raak het mij? Als het antwoord niet eerlijk bevestigenkan gegeven worden, dan moet ik mijn gave vergroten. Bijvoorbeeld, als ik 10 €heb gegeven zonder dat ik het merkte, laat ik dan proberen, wat het gevolg vanhet geven van 50 € is.

4) Voorzichtige mensen verontschuldigenzich soms voor hun gebrek om edelmoedig te geven met de smoes, dat hun gelddoor de ontvangers misschien verkeerd gebruikt wordt. Het is mogelijk, dat depenningen van de weduwe bijgedragen hebben aan het loon dat de overpriestersbetaald hebben aan Judas, de verrader. Maar zeker is, dat de Heer door Zijnaanbeveling de gift bijzonder onder de aandacht van de discipelen bracht. Dearme weduwe wist niets af van het vreselijke plan van de priesters en Judas.Haar gift was voor God en de Heer keek naar de bedoeling in het hart van degeefster. (2Kor.9:7) Op Zijn tijd zal de Heer rekening houden met de daden vanJudas en de verantwoordelijke leiders van het volk.

Er wordt soms een verkeerdetoepassing gemaakt van de aanbeveling van de Heer op de daad van de weduwe.Soms spreken mensen over hun penninkje10 bijdragen.Daarmee bedoelen ze, dat ze maar een klein bedrag bijdragen of een kleinerbedrag dan ze hadden kunnen bijdragen. Maar hun opmerking maakt nietteminaanspraak op de goedkeuring van de Heer op hun penningen, net zoals de weduwedie kreeg uit Markus 12. Maar bedenk dan, voor dat men zo'n aanspraak maakt,dat de weduwe niet alleen maar één van haar penningen gaf maar alle twee. Zijgaf niet de helft van haar goederen zoals Zacheüs, maar haar hele leeftocht.

De dertig zilverlingen

"Toen ging een van de twaalf, JudasIskariot geheten, naar de overpriesters en zei: Wat wilt u mij geven? Dan zalik Hem aan u overleveren. Zij nu betaalden hem dertig zilverlingen uit. En vantoen af zocht hij een gelegenheid om Hem over te leveren."

Mattheüs 26:14-16 zie ook 27:3-10

In de geschiedenis van het verraadvan onze Heer door Judas aan de overpriesters en de hoofdlieden van de tempel,wordt de som geld, die aan de verrader betaald is in het bijzonder verhaalddoor Mattheüs als 30 zilverlingen.11 Dejuiste uitdrukking door de evangelist wijst aan dat 30 afzonderlijkemuntstukken werden overhandigd of afgewogen voor Judas. In Markus 14:11 en inLukas 22:5 wordt dezelfde uitdrukking gebruikt, maar daar in het enkelvoud12. De overpriesters beloofden Judas geld (zilver) te geven. Indeze beide laatste teksten wordt het woord gebruikt in een verzamelnaam, zoalswij nu zeggen om een persoon in goud of zilver te betalen in tegenstelling meteen betaling in papier of met een cheque.

De tijd was gekomen waarvan de Heerhad gezegd tot de godsdienstige hoofden van de Joden: "dit is uw uur en demacht van de duisternis" (Luk.22:53). De overpriesters, schriftgeleerden ende oudsten van het volk kwamen samen in de voorhof van Kajafas enberaadslaagden tezamen, dat zij Jezus met list zouden grijpen en doden. Hunbesluit om de uiterste straf toe te passen was niet een overijlde beslissing,maar één na veel overleg de formele gezagsdaad van de hoge raad van het Joodsevolk.

Op dat ogenblik kwam Judas bij hen enbood zich vrijwillig aan om de Heer Jezus in hun handen over te leveren vooreen vergoeding. Hij zei: "Wat wilt u mij geven? Dan zal ik Hem aan uoverleveren. Zij nu betaalden hem dertig zilverlingen uit." Dat was hetbedrag, dat zij hem wilden geven om de Profeet van Nazareth in hun macht tekrijgen. De 30 zilverlingen moeten daarom beschouwd worden als de nationalewaardering van Hem, die als haar Koning tot de dochter van Sion was gekomen.

Hetgeld van de Bijbel 04-02.doc 6

13 InExodus is deze zilveren sikkel 1/3000 van een talent, gelijk aan 132 gram

En zoals de raadvan de Joden bereid was dit bedrag te geven, zo was Judas bereid te proberenZijn Meester ter dood over te leveren voor deze vergoeding. Dit overeengekomenbedrag aan geld kan eigenlijk niet bij toeval genoemd zijn. De leden van hetSanhedrin waren allemaal bekend met de Schriften. Ze waren allemaal ijveraarsvoor de wet en door en door bekend met de wetten van de Mozaïsche bedeling.Daarom kunnen zij niet onbekend geweest zijn met het feit, dat 30 zilverensikkels de vergoeding was die door Mozes was voorgeschreven als betaling aan deeigenaar van een mannelijke vrouwelijke slaaf, die dood gestoten was door eenos (Ex.21:32)13. Zij moeten ookgeweten hebben dat 30 zilverstukken werden genoemd in de profetieën vanZacharia 11:13.

Dat was dus deprijs, die de zonen van Israël hadden gezet op de Heer Jezus en dat was deprijs, die de afvallige discipel wilde aannemen. "Voor u dan die gelooft, is ditkostbare" (1Petr.2:7)Voor Zijn eigen volk was Hij de verachte en die ze niet achtten. In hun ogenkon de Messias verkwanseld worden voor de prijs van een slaaf.

Wat waren de zilverstukken?

Eerder is gezegd dat het woord"zilverstuk"in Lukas 15:8, 9 een drachme betreft. Een grieks zilverstuk en datdit woord in het Nieuwe Testament nergens anders voorkomt. Het woord "arguria"dat gebruikt wordt voor de betaling van Judas is algemeen in zijn betekenis enduidt alleen aan dat de munten van zilver en niet van goud, koper of bronswaren gemaakt. Het geeft dus geen aanwijzing betreffende hun waarde of naam. Erwordt alleen gezegd, dat de verrader 30 zilverstukken ontving.

Enige hulp in de vraag kan verkregenworden uit het verband. Daar vindt u, dat de priesters het geld uit detempelschat namen. Want we lezen, dat Judas later het zilver naar de tempelterugbracht en in de heilige plaats wierp. De priester gebruikten het geldlater om het veld van de pottenbakker te kopen vanwege hun gewetensbezwaren omhet "bloedgeld"in de offerkist te werpen. Dat is waar de Korban of heiligegaven werden opgeslagen of gelegd. (Mark.7:11)

Als deze zilverstukken eerst uit detempelschat waren genomen, zou dat voldoende reden zijn geweest om te geloven,dat het sikkels of staters zijn geweest, die opgehaald was door de belastinggeheven door de priesters van het Joodse volk voor het onderhoud van de tempel.

Sommige mensen hebben deze stukkenwat haastig aangezien als Romeinse denaren of zilveren penningen. Het is heelonwaarschijnlijk, dat de kwezelachtige Joodse priesters de betaling zouden doenin Romeins geld, dat het beeld en het opschrift droeg van hun verfoeideoverheerser. De gevangenneming van de Galilese Leraar was een godsdienstigezaak voor hen en lag daarom onder de rechtsbevoegdheid van de tempel. Ze warenechter verplicht zich te beroepen op een heidense rechter, omdat zij zelf dedoodstraf niet mochten toepassen, die zij beweerden dat door de wet werdgeëist. (Joh.19:7)

Geldwisselaars zaten in de tempelvoorhoven en het is onwaarschijnlijk, dat de tempelschat Romeinse muntenbevatte, met zo'n makkelijke manier om te wisselen bij de hand.

Ook het feit, dat het bedrag zelfgegrond was op de som door de wet voorgeschreven als vergoeding voor de doodvan een slaaf, werk in het voordeel van de overeenkomst met de tempelbelasting,die gegrond was op het zoengeld voorgeschreven door diezelfde wet. Om het samente vatten: Het uit betaalde geld is eerder 30 sikkels of staters geweest dan 30denaren of penningen.

Welke profetie werdvervuld?

Nu enkele woorden over de profetiedoor Mattheüs aangehaald en door hem aangegeven als te zijn vervuld. "Toenis vervuld wat gesproken is door de profeet Jeremia, die zei: 'En zij namen dedertig zilverlingen, de waarde van de Gewaardeerde, waarop die van de zonenIsraels Hem gewaardeerd hadden, en gaven die voor de akker van de pottenbakker,zoals de Heer mij had opgedragen'." (Matt.27:9,10) Uit deze aanhaling kanmen zien, dat Mattheüs aantoont dat deze profetie voorzegde:

1.wat het juiste bedrag aan geld was;

2.dat dit geld de waardering was, waarmee de Israëlieten Hem waardeerden;

3.dat dit bedrag uiteindelijk betaald werd voor de akker van de pottenbakker;

4.dat deze daad gebeurde overeenkomstig de wil van de Heer.

Mattheüs zegt dat deze profetie vanJeremia was. Maar als wij het Oude Testament nakijken vinden we geen spoor vanzo'n profetie in het boek van Jeremia. In Zacharia vinden we er een die inalgemene betekenis gelijk is, hoewel niet met de precieze woordelijkeovereenkomst. We lezen daar: "Werp ze henen voor den pottenbakker: eenheerlijken prijs, dien ik waard geacht ben geweest van hen! En ik nam diedertig zilverlingen, en wierp ze in het huis des HEEREN, voor denpottenbakker." (Zach.11:12,13)

De belangrijkste karaktertrekken vande profetie van Zacharia zijn:

1.De 30 zilverlingen worden beschouwd als de huur of het loon dat betaald is aande Goede Herder voor Zijn diensten aan het volk;

2. God vraagt Hem dat geld weg te werpen voor de pottenbakker;

3.Hij spreekt van de 30 zilverlingen als een heerlijke prijs in verachting

4.De Herder werpt ze naar de pottenbakker in het huis de Heren.

Als we Mattheüs vergelijken metZacharia vinden we een algemene overeenstemming tussen:

1.het noemen van de 30 zilverlingen;

Hetgeld van de Bijbel 04-02.doc 7

2.dat dit bedrag aangezien wordt als de warde van de Heer Jezus geschat doorIsraël;

3.in het betalen van dit bedrag aan de pottenbakker;

4.in het soevereine doel van God dat de boze gedachten van de mensen overheerst.

Maar er zijn ook treffendeverschilpunten. Zacharia beschrijft een tweespraak tussen God en Zijn Herdervan de kudde over het loon, dat Hem aangeboden wordt en dan Zijn wegwerpen ervan in het huis des Heren. Terwijl, Jeremia, zoals Mattheüs die aanhaalt, steltde priesters voor, die de 30 zilverstukken nemen, "de waarde van Hem, die dekinderen van Israël waardeerden" en ze gaven voor het veld van de pottenbakker.

Welke profetie haalde Mattheüs aan?Wij geloven, dat hij een profetie aanhaalde, die gesproken is door Jeremia, zoals hij zelf bevestigt in zijn evangelie. Het eerste evangelie wasin het bijzonder geschreven voor de Joden en geeft overvloedige bewijzen uithet Oude Testament, dat Jezus de Christus was. Wij geloven niet, dat Mattheüszo onwetend was, dat hij onbekend was met de profetieën van Jeremia enZacharia. We geloven ook niet, dat hij een fout maakte en zo slordig was om perabuis de naam Jeremia op te schrijven in plaats van Zacharia. Deveronderstelling van zo'n vergissing is uiterst weerzinwekkend voor hem, diegelooft in de Goddelijke inspiratie van de Schrift.

Niet alle profetieën doorgeïnspireerde mannen gegeven zijn aan de Schrift toevertrouwd. De profetie vanHenoch wordt alleen verteld door Judas (14) De woorden van onze Heer Jezus dieaangehaald worden door Paulus worden niet in de evangeliën gevonden.(Hand.20:35) Waarom zou Mattheüs geen profetie mogen aanhalen die door Jeremiagesproken is, maar niet in zijn boek is geschreven? Mattheüs haalt in hoofdstuk2:18 wel een profetie aan van Jeremia die wel staat in Jeremia 31:15. Zachariaprofeteerde ook over de 30 zilverlingen, maar bekijkt de gebeurtenis vanuit eenander standpunt, zoals hierboven uiteengezet. Deze profeet legt de klemtoon opde verachtelijke waardering door het huis van Israël van de dienst van de goedeHerder en voorspelt verder, dat het loon aan de oorspronkelijk bestemmingonttrokken zou worden om gegeven te worden in de hand van de pottenbakker omdatde Heer de boze plannen van Zijn volk verwierp.

Zo gezien zijn de teksten in Zachariaen Mattheüs niet met elkaar in tegenspraak, maar vullen elkaar aan en ook demondelinge profetie van Jeremia.

Oorsprong:Words of Help 63-117


Lees ook eens het document:  Wat is een gelijkenis eigenlijk?

Handig Hulpmiddel:  Een overzicht van de Gelijkenissen

   Overzicht van gelijkenissen in deze serie - maak maar een keus


LEES OOK EENS OVER
: DE ZEVEN GELIJKENISSEN IN HET EVANGELIE VAN MATTHEÜS

LEES OOK EENS : DE GELIJKENISSEN VAN DE HEILAND VERKLAARD EN TOEGEPAST IN LEERREDENEN door C. H. Spurgeon

 READ THE BOOK - THE BIBLE CHANGE YOUR LIFE

Deutsch
de
English en français fr italiano it Nederlands nl español es português pt Norsk no svenska sv Polski pl čeština cz Slovák sk Magyar hu român ro Български bg hrvatski hr Pyсский ru Türkçe tr عربي ar

       

Heer, wees mijn Gids

                              

INFO: DE WEG - DE WAARHEIDHET LEVENFILM - AUDIO


Wie zoekt zal vinden           


www Holyhome.nl

Boeiende Series :
Bijbelvertalingen

Bijbel en Kunst

Bijbels Prentenboek
Biblische Bildern
Encyclopedie
E-books en Pdf
Prachtige Bijbelse Schoolplaten

De Heilige Schrift
Het levende Woord van God
Aan de voeten van Jezus
Onder de Terebint
In de Wijngaard

De Bergrede
Gelijkenissen van Jezus
Oude Schoolplaten 
De Zaligsprekingen van Jezus

Goede Vruchten
Geestesgaven

Tijd met Jezus
Film over Jezus 
Barmhartigheid

Catechese lessen
Het Onze Vader
De Tien Geboden
Hoop en Verwachting
Bijzondere gebeurtenissen

De Bijbel is boeiend
Bijbelverhalen in beeld
Presentaties en Powerpoints
Bijbelse Onderwerpen

Vrede van God voor jou
Oude bijbel tegels

Informatie over alle kerken in Nederland: Kerkzoeker
 
Bible Study: The Bible alone!
L'étude biblique: Rien que la Bible!
Bibelstudium: Allein die Bibel!  

Materiaal voor het Digibord
Werkbladen Bijbelverhalen Bijbellessen
OT Hebreeuws-Engels
NT Grieks-Engels

Naslagwerken
Belijdenissen
Een rijke bron

Missale Romanum + Afbeeldingen 
Stripboek over Jezus
Christelijke Symbolen
Plaatjes Afbeeldingen Clipart
Evangelie op Postzegels

Harmonium Huisorgel
Godsdiensten en Religies
Herinnering aan Kerken

Christian Country Music
Muzikale ontspanning 
Software voor Bijbelstudie
Hartverwarmende Klanken
Read and Hear the Holy Bible
 Luisterbijbel

Bijbel voor SlechtziendenBegrippenlijst   -1-   -2-

Meer weten over de Psalmen, gezangen, liturgieën, belijdenisgeschriften: Catechismus, Dordtse Leerregels en veel andere informatie? .Kijk opOnline-bijbel.nl 
          
  (
What's good, use it)





Waard om te weten :

Een hartelijk welkom op de site
Deze pagina printen
Sitemap
Wie zoekt zal vinden



FAQ - HELP

Kerk
Zondag
Advent
Kerstfeest
Driekoningen
Vastentijd
Goede Vrijdag
Aswoensdag 
Palmzondag
Palmpasen
De stille week
Witte donderdag
Stille zaterdag
Paaswake
Pasen - Paasfeest 
Hemelvaartsdag
Pinksteren
Biddag
Dankdag
Avondmaal
Doop
Belijdenis
Oudjaarsdag
Nieuwjaarsdag
Sint Maarten
Sint Nicolaas
Halloween
Hervormingsdag
Dodenherdenking
Bevrijdingsdag
Koningsdag / Koninginnedag
Gebedsweek 
Huwelijk
Begrafenis
Vakantie
Recreatie
Feest- en Gedenkdagen
Symbolen van herkenning
 
Leerzame antwoorden op levens- en geloofsvragen


Hebreeën 4:12 zegt: "Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden"Lees eens: Het zwijgen van God 

God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.
 
Lees eens:  God's Liefde 

Schat onder handbereik
 

Bemoediging en troost 

Bible-people - stories of famous men and women in the Bible
Bible-archaeology - archaeological evidence and the Bible
Bible-art - paintings and artworks of Bible events
Bible-top ten - ways to hell, films, heroes, villains, murders....
Bible-architecture - houses, palaces, fortresses
Women in the Bible -
 great women of the Bible
The Life of Jesus Christ - story, paintings, maps
 
Read more for Study  
Apocrypha,Historic Works
 GELOOF EN LEVEN een 
          KLEINE HULP VOOR  ONDERWEG