Verkondiging vanuit de Heilige Schrift - Inleiding

 naar de INHOUDSOPGAVE  van deze serie

In de kerkelijke bijeenkomsten willen we de bijbelse God eren en ontmoeten door te zingen en muziek te maken, te bidden, te spreken en te luisteren naar zijn woord, en zijn zegen dankbaar te ontvangen.Op deze bijzondere wijze verwachten wij Gods versterkende en liefdevolle wijze van met ons meegaan te ervaren.In de eredienst mogen iets van Gods nabijheid ervaren en worden we bevestigd in ons vertrouwen op God

Het evangelie is niet alleen bedoeld voor onszelf. Elke generatie behoort de verkondiging te horen over het goede nieuws van Jezus Christus. Wanneer een generatie geen goede verkondiging hoort, zal de generatie daarna er onder gaan lijden. De andere kant is ook waar. Als er een opwekking is geweest zie je dat de daarop volgende generatie ontzettend veel ‘voordeel’ heeft, waar veel goede dingen uit voortkomen. Kortom: verkondiging uit de Heilige Schrift - de Bijbel - is voor ons allemaal van het grootste belang.

Het zendingsbevel voor de gemeente staat in het evangelie geheel in het licht van de zending van Jezus zelf. Met andere woorden: de wijze waarop in het getuigenis van profeten en apostelen de verkondiging van de grote heilsgeheimen gestalte krijgt is fundamenteel beslissend voor het sprekend verkondigen van de kerk

Verkondiging 000 - Inleiding

Wat staat het mooi in de Statenvertaling:Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in de Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb. ’ (Mattheús 28:19).

Om de discipelen geschikt te maken voor de omvangrijke en zware taak, beloofde Jezus hun dat ze eerst bekleed zouden worden met de kracht van Gods Geest: ‘Maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en mijn getuigen zijn in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, en tot het uiteinde van de aarde’ (Hand.1:8)

Indien God hun deze kracht niet geschonken, dan zou deze verantwoordelijkheid hun te zwaar geweest zijn. Zonder de toerusting van de Heilige Geest ontaardt het uitvoeren van deze wereldomvattende taak onherroepelijk in ondraaglijk en verkrampte plichtsbetrachting. Volgens de Heilge Schrift is de doop in de Geest onlosmakelijk verbonden met de verkondiging van het Woord van God. We zien dat ook in het leven van Jezus. Deze kon zijn openbare optreden pas beginnen, nadat Gods Geest op Hem was neergedaald bij zijn doop in de Jordaan door Johannes. Jezus zelf verwees naar deze persoonlijke ervaring, toen hij in de synagoge van Nazareth opmerkte: 

‘De Geest van de Heer rust op mij; daartoe heeft Hij mij gezalfd. Om aan armen de goede boodschap te brengen heeft Hij mij gezonden, om aan gevangenen hun vrijlating aan te kondigen en aan blinden het licht in hun ogen, om verdrukten in vrijheid te laten gaan, en een jaar af te kondigen dat de Heer welgevallig is’ (Luc.4:18,19).

Na hun eerste pinksterervaring zochten de eerste christenen steeds weer de kracht van Gods Geest om daardoor de vrijmoedigheid te ontvangen die ze nodig hadden voor de verkondiging van het Woord van God te midden van een vijandige en agressieve omgeving.

Telkens als ze moesten vaststellen dat de kracht die ze op de Pinksterdag ontvingen, afgenomen was, zochten zij de Heer opnieuw. We:lezen ‘Na hun gebed beefde de plaats waar zij bijeen waren en werden ze allen vervuld van de Heilige Geest en verkondigden met vrijmoedigheid het woord van God’ (Handelingen 4:31)

Velen erkennen de noodzaak van een pinksterervaring voor eigen leven, maar zij missen de overtuiging dat het belangrijkste doel van de uitstorting van Gods Geest de verkondiging van het evangelie aan de hele schepping is. Velen bekommeren zich nauwelijks om de verkondiging van het Woord van God of zouden er niet toe in staat zijn. Belangrijkste oorzaak is, dat zij dat Woord nauwelijks lezen, laat staan nieuwgierig te bestuderen. Het resultaat is: veel enthousiasme en gevoel, maar weinig of geen werkelijke prediking van het Woord van God.

Jezus heeft zijn discipelen echter tijdens drie jaar eerst opgeleid

Dat deed Jezus voor zij de pinksterervaring ontvingen. Het grootste deel van zijn openbare optreden wijdde Hij aan het onderricht in het Woord van God. Men noemde Hem dan ook ‘Rabbi’ of ‘Meester’. Hierbij komt nog dat Jezus’ leerlingen al vanaf hun prilste jeugd waren onderwezen en getraind in de Schrift. Het is dan ook een misverstand te veronderstellen dat de leerlingen na de doop in de Geest zomaar voor de vuist weg predikten. Als we er de preek van Petrus tijdens het Pinksterfeest bestuderen, ontdekken we, dat meer dan de helft daarvan uit Schriftcitaten bestaat. En de toespraak van Stefanus – van wie gezegd werd dat hij vol was van Gods Geest – bevatte maar liefst 53 (!) verwijzingen naar Schriftplaatsen! Er bestaat geen enkele grond voor de veronderstelling, dat degene die vol is van Gods Geest het Woord van God zou kunnen prediken, zonder dat hij zich ervoor inzet om de Bijbel beter te leren kennen. .

Jezus’ opdracht aan zijn gemeente is de verkondiging van Gods Woord aan de hele schepping

Aangezien niemand iets kan prediken waar hij niets vanaf weet, zal het onmogelijk zijn om Jezus’ opdracht voor deze wereld te volbrengen, zonder de Heilige Schrift te bestuderen. Zoals de regen geen vrucht voort kan brengen als er niet eerst zaad in de grond wordt gezaaid, zo kan een uitstorting van Gods Geest geen redding en geestelijke groei produceren als niet eerst het zaad van het onvergankelijke Woord van God in de harten gevallen is. Een pinksterervaring zonder het Woord van God leidt alleen maar tot ongezonde emotionaliteit en mystiek. Het is om deze reden dat de Heer ons uitdaagt om zijn Woord voortdurend te bestuderen en te overdenken!

Geschiedenis van de uitlegging van de Schrift 

De gehele kerkgeschiedenis is wel beschreven als geschiedenis van de uitlegging van de Heilige Schrift. Hierin wordt weerspiegeld hoe er is gepreekt. Het bijbels profetisme is de wortel en het oerbeeld van de christelijke prediking. De oudtestamentische profeten brachten Gods Woord als eersten. Naast de profeten treden eerstens de discipelen op en vervolgens de de apostelen. Niet om ze te vervangen, maar om hun profetie door te geven in toepassing op Jezus Christus. In één voortgaand proces kwam eerst de vorming van het Oude Testament tot stand en daarna die van het Nieuwe Testament.

In de vroege Kerk

Eerst is er sprake van rondtrekkende predikers, ‘profeten’ genoemd. Maar spoedig zijn het de leiders van de plaatselijke gemeenten, die de verkondiging moeten verzorgen. Een omstandigheid, waar wij als moderne mensen vaak geen rekening mee houden, is het ontbreken van de complete Bijbel in de gemeenten. In de synagogen had men wel de boekrollen van het Oude Testament, maar de brieven van Paulus en de evangeliën moesten de christelijke gemeenten van elkaar lenen of overschrijven. En dat bleef bij gedeelten. Het bleef een gedeeltelijke Bijbel, die men gebruikte.

Omstreeks Augustinus (5e eeuw)

Men vond dat men gerust preken van anderen kon voordragen. Origines (3e eeuw, Alexandrië) had de gewoonte de zin en bedoeling van de bijbeltekst op te sporen langs verschillende wegen: letterlijk, ethisch en allegorisch. Deze methode van uitlegging heeft eeuwenlang goeddeels de prediking beheerst. In de 4e en 5e eeuw wordt steeds meer gebruik gemaakt van de Griekse retorica. Bij Chrysostomus (4e eeuw) komt dit sterk naar voren. De voorganger moet zich oefenen in welsprekendheid. Men krijgt de indruk dat de bijeenkomst van de gemeente soms meer leek op een volksvergadering. Door luide bijvalsbetuigingen of afkeuringen liet men merken, hoe men over de rede dacht. De kerk is dan inmiddels een dominerende meerderheid geworden, met alle gevolgen daarvan ook voor de preek. 

Regels voor de preek, die door Augustinus zijn opgesteld

Deze regels zijn tot in de late Middeleeuwen van invloed geweest:

- De Bijbel is de enige bron;
– Nodig is oefening in welsprekendheid;
– Het belangrijkste is oefening in de Heilige Schrift;
– Het doel van de verkondiging is om de mensen op boeiende wijze met de Bijbel bekend te maken tot verheffing en                  verbetering van    hun leven;
– Het minder belangrijke moet op eenvoudige wijze worden gezegd, het belangrijke moet meer nadruk krijgen en het                belangrijkste in verheven stijl;
– Augustinus wees ook op het belang van een godvruchtig leven van de prediker.

In de tijd van de Middeleeuwen

Het probleem van de presbyters wordt nijpend. Geschoolde geestelijken waren er weinig. Het overschrijven van bijbelgedeelten, vooral door monniken in kloosters, kon de behoefte van de vele gemeenten niet bijhouden. Men moest het doen met gedeelten uit de Bijbel, de zogenaamde perikopen, die in de zondagse eredienst werden gelezen. Vaak werd er niet meer gepreekt. Het belangrijkste vond bij het altaar plaats. Verder werden bundeltjes met preken van kerkvaders overgeschreven en voorgelezen.

Vanaf omsteeks 1100 

Er komt een opbloei in de prediking. Het verzet tegen de uiterlijkheden in de middeleeuwse kerk werd steeds sterker. De mystiek kwam op. Het innerlijke leven kreeg grote aandacht. Er traden ook kerkleraars op, die de leer van de kerk weer gingen bestuderen en ontvouwen: Thomas van Aquino en Bonaventura (13e eeuw). De verkondiging moest nu mede dienen tot verbreiding en verduidelijking van de leer. Allerlei hulpmiddelen kwamen in zwang:

- Verzamelingen van preken van kerkvaders, de zogenaamde ‘postillen’ (post illa betekent: hetgeen na die woorden, namelijk     van de bijbeltekst, komt, dus de preek);
– Kleine handboekjes over allerlei onderwerpen (de ‘summae’, summa betekent: hoofdzaak);
– Boekjes met voorbeelden uit het leven van heiligen;
– Verhaaltjes om de hoorders te boeien. Bekend zijn de ‘paassproken’ over de slimme duivel, die door de opgestane Jezus in      de maling genomen wordt. De kerkgangers reageerden hierop met luid gejuich (het ‘paaslachen’ genoemd)’.

De periode tot de Reformatie

We kunnen drie soorten van prediking onderscheiden: de volksprediking in de platte volkstaal door Franciscanen, zoals pater Johannes Brugman in Nederland (15e eeuw, bekend van ‘praten als Brugman’).
De mystieke prediking, die vooral bevorderd is door Bernard van Clairvaux, meester Eckehart, Van Ruusbroec en Tauler. In Nederland de ‘Broeders van het Gewone Leven’, zoals Thomas à Kempis.
De scholastieke prediking, vooral bij Dominicanen en ook Erasmus. Als de Reformatie aanbreekt breekt er een radicale vernieuwing in het preken zich baan.

Tijd van de Reformatie - met dank aan de boekdrukkunst

De verkondiging werd weer het centrale gebeuren in de kerkdienst. In iedere gemeente kon de Heilige Schrift in gedrukte vorm ter hand genomen worden (boekdrukkunst).

Voor Luther was het een grondregel van de kerk, dat zij in de prediking het in de Heilige Schrift gegeven spreken van God present moet maken voor de mensen. Niet zozeer de Heilige Schrift als boek, maar de Heilige Schrift als Woord plaatst hij in het middelpunt. Dit boek moet gepredikt worden. Zijn preken zijn op-de-man-af, beeldend, onuitputtelijk aan variatie en in de taal van het volk. Luther heeft geen handboek voor de verkondiging geschreven. Dat liet hij aan Melanchthon over. Luther verkondigingte gewoonlijk over de perikopen van het rooms-katholieke misboek uit die tijd. Maar daarnaast hield hij ook serie-preken over gehele Heilige Schriftboeken en ter onderrichting van de gelovigen catechismuspreken.

Ook Zwingli beschouwde de verkondiging als het beslissende gebeuren in de kerk. Zijn preken hebben ook een directe vorm. Hij schafte de perikopendwang af. Met vervolgstoffen ging hij de Heilige Schrift door. Een leer van de prediking gaf hij niet, zo ook Calvijn niet. Calvijn steekt ook de loftrompet over de verkondiging. Hij heeft het steeds over de glorie van de prediking. Zijn gedachtenontwikkeling is soms wat monotoon. En de opbouw is veel strakker dan bij Luther. Calvijn maakt zich los van het systeem van de vastgestelde perikopen. Preken is spreken-namens-God. Een mannetje uit het stof mag spreker van Godswege zijn.

De visie van Calvijn: God past zich aan mensen aan door hen door Woord en Geest op hun eigen taalniveau aan te spreken.
Waar de mondelinge cultuur langzamerhand meer en meer plaatsmaakt voor een schriftcultuur, wordt prediking vooral interpretatie van geschriften. De vraag is niet langer: wat heb je via-via gehoord, maar: wat staat er?

Er tekenden zich twee lijnen af in visie op de prediking. De éne is Luthers rechterhand Melanchthon en de andere de meer naar Calvijn neigende Zuid-Nederlanders Hyperius. Beiden schreven een boek over de verkondiging, de retorische en de schriftverklarende opvatting. Bij Melanchthon werd de verkondiging een leerrede en moet een bepaald onderwerp behandeld worden. Bij Hyperius staat niet de leer, maar de uitlegging centraal. De prediking moet het gemoed raken, het verstandelijke van de retorische verkondiging wordt hier dus afgewezen.

Uiteindelijk verzandt de methode in een uitpluizende scholastiek. De tekst dient dan tot steun van leersystemen.
Bij de lutherse scholastiek wordt het: eerst woord voor woord verklaren en dan een mooie verkondiging opbouwen. 
Bij de gereformeerde scholastiek wordt het: eerst woord voor woord verklaren en dan de diepere zin zoeken. 

Het resultaat was in beide gevallen verstarrend. De schematiek gaat overheersen. Men krijgt thematische leerredes, concordantiepreken (waarin een bepaald trefwoord in de hele Heilige Schrift wordt nagegaan), preken over één woordje en 145 preken over één onderwerp (Smytegelt).

Door de Reformatie is ook de roomse theologie zich nader gaan bezinnen op de prediking. Er was een roomse theoloog, Laurentius a Villavicentio, die na de dood van Hyperius diens boek over de leer van de verkondiging in 1565 onder zijn eigen naam liet verschijnen, zelfs met ongeveer dezelfde titel!

Na de Reformatie

Na de Reformatie verliep de ontwikkeling in een golfbeweging.

Eerst het Piëtisme, de persoonlijke vroomheid, berouw en bekering, de geestelijke staat van de mens, het verschil tussen bekeerden en onbekeerden, de bekommerden, de onderscheidenlijke prediking. Bekende namen hierbij zijn Spener, Saldenus en Lampe. 

De Verlichting begon al gauw de piëtistische stroom te keren. De rede van de mens werd de maatstaf van alle dingen. Men bouwde een indrukwekkend denksysteem op, waarin de natuur en God in elkaars verlengde kwamen te liggen. De verkondiging werd onder deze invloeden een logisch betoog tot verklaring van natuur en wereld. Wat niet verstandelijk kon worden uitgelegd, werd als absurd en dus als onwaar buiten de deur gezet. God, deugd en onsterfelijkheid werden de trefwoorden in de prediking.

Engeland ging een eigen weg in de kerkelijke ontwikkeling

Perkins noemde de verkondiging een profetische bezigheid. Maar men ging in de Kerk van Engeland door met de oude gewoonte van preken te lezen uit een prekenboek. Met de praktijk van de verkondiging was het slecht gesteld in de Anglicaanse Kerk. 

Geheel anders lag het bij de non-conformistische kerken in Engeland, waar veel aandacht aan de prediking werd besteed (John Bunyan!). Schotland was de bakermat van de ‘Engelse methode’: een verkondigingwijze die niet uitging van de woord-voor-woord-verklaring, maar meer synthetisch was: de bewoordingen van de tekst werden kort en bondig uitgelegd, dan werd er een hoofdgedachte uit afgeleid, die nader werd uitgewerkt in toepassing op de gemeente. Een stelregel daarbij was dat het exegetisch voorwerk niet op de kansel werd gebracht. In een later stadium ontstond hieruit een manier van thema-preken. 

Een reactie daarop kwam van de kant van de methodistisch prediking. Het methodisme streefde naar een heilige gemeenschap van ware gelovigen. De prediking richtte zich op het bekeren van mensen tot geloof en op de weg waarlangs men in het geloof tot meer heiligheid kan komen. Door het naleven van strenge regels moest men leren sterven aan zichzelf en leven voor God. De preken werden gekenmerkt door het ontvouwen van deze weg van het heil en de vurige aansporing om zich hierin voortdurend te oefenen.

In Engeland was de verering van de rede niet zo merkbaar als elders. De fase van het rationalisme is hier overgeslagen en de kerkelijke verkondiging heeft de overgang naar de 19e eeuw gemaakt zonder de scherpe wending van de Verlichting, die kenmerkend was voor het Europese denken in de 18e eeuw.

Omstreeks de 19e eeuw

Schleiermacher wilde boven het Piëtisme en de Verlichting uitkomen en ze beiden in één theologie opnemen. Hij verenigt in zich een diepe vroomheid en een scherpzinnige denkwijze, maar ook een groot gevoel voor welsprekendheid en een kritische benadering van de werkelijkheid. Elke verkondiging moet een architectonisch opgebouwd werkstuk zijn, waarin kunstzinnig taalgebruik en schriftuurlijke verkondiging met elkaar wedijveren. Drie aspecten hierbij: het schriftuurlijke (vooral nieuwtestamentisch), het stichtelijke (het vrome zelfbewustzijn van de afzonderlijke kerkganger wordt gebouwd en gesterkt, romantische trek) en het nationale (het welzijn en de geestelijke opbouw van het gehele volk op het oog hebben).
De invloed van Schleiermacher is groot. Krummacher komt uit zijn school, maar zette zich van hem af. Maar hij zegt dat de prediker moet putten uit drie boeken: de Heilige Schrift, het eigen hart en het eigen volk. En dat is ten voeten uit Schleiermacher!

Intussen werd de lijn van het rationalisme doorgetrokken in de liberale prediking (in Nederland ‘modernistisch’ genoemd). In deze preken bleef de menselijke rede de norm, waarbij de Heilige Schrift-se gegevens werden aangepast. Een tegenstroom tegen zowel Schleiermacher als de liberale prediking kwam van de kant van Kohlbrugge. Hij plaatste het heilswerk van Christus in het centrum en wilde de vroomheid van de gelovige volstrekt daarheen richten: op Golgotha ben ik bekeerd! Met name Calvijn wordt weer ontdekt. Zo ook bij Kuyper, Hoedemaker en Hendrik de Cock. De verkondiging moest weer worden de ambtelijke bediening van het Woord van God in de vergaderde gemeente van Christus. Zelfs Kuyper kwam niet helemaal los van Schleiermacher door de wedergeboorte van de mens en de vroomheid van de waarlijk wedergeborene tot kern van de theologie en speciaal ook van de verkondiging te maken.

Omstreeks de 20e eeuw

De theologie van het Woord Gods van Karl Barth moest wel betekenis hebben voor de prediking. Hij wil het modernisme overwinnen door recht te doen aan de letter van de Heilige Schrift zonder tot letterknechterij te vervallen. De verworvenheden van het literair-historisch onderzoek werden benut. Het vrome zelfbewustzijn van de gelovige als doel van de verkondiging vervangt hij door de noodzaak, dat de mens in zijn situatie wordt bereikt. Er zijn drie concentrische cirkels: de binnenste en eigenlijkste is het spreken van God door de eerste getuigen: het geopenbaarde Woord. Daaromheen concentreert zich het schriftelijk bewaarde getuigenis daarvan in de Heilige Schrift: het geschreven Woord. Dit moet verkondigd worden: het gepredikte Woord. De verkondiging ligt dus met de Heilige Schrift en de openbaring op één lijn!
Rudolf Bultmann wil de Heilige Schriftse verkondiging ontdoen van de mythologiserende inkleding. Hij wil van de moderne mens uit, de Heilige Schrift verstaan. Hierin lijkt hij op Barth. De vraagstelling is in beide gevallen dezelfde: hoe wordt de mens op zijn eigen plaats en in zijn eigen leven bereikt met het evangelie van de Heilige Schrift?

Naar twee kanten kan de onkerkelijkheid worden bevorderd: er blijven mensen uit de kerk, omdat ze daar steeds horen van dingen, die zij ook al dagelijks in de krant lezen; zij missen het andere en eigene van het spreken van God. Maar er blijven ook mensen uit de kerk, omdat zij met hun specifieke levenskwesties niet aan hun trekken komen; zij hebben er genoeg van met Heilige Schriftwaarheden te worden aangesproken. Trefwoorden hierbij zijn verticale en horizontale prediking.

Noodzaak uitlegging van de Heilige Schrift

In van Dale’s groot woordenboek wordt onderscheid gemaakt tussen ‘preken’ en ‘prediken’. Preken is het houden van een rede, die op de kansel voor een vergaderde gemeente gehouden wordt ter godsdienstige onderwijzing, vermaning of vertroosting. Prediken daarentegen wordt meer in het bijzonder gezegd van Gods woord en het openlijk verkondigen van het evangelie. Inhoud van de prediking is globaal genomen: ‘woord van God’, ‘koninkrijk Gods’ of ‘koninkrijk der hemelen’.

Grondvorm van kerkelijke prediking is het spreken en handelen van Jezus:

euangelizesthai = verkondigen van een (de) goede boodschap;

didaskein = leren en onderwijzen;

kerussein = uitroepen, als gevolmachtigde heraut aankondigen.

Opvallend is het gebruik van het woord kerussein in het Nieuwe Testament. Voor dit woord bestaat er in het Oude Testament geen uitgesproken parallel. Luther vertaalde met ‘predigen’. Barth is van oordeel dat de voorstellingswereld van dit woord te belast en te problematisch is om als vertaling voor kerussein te kunnen dienen. In de taal van de het Oude Testament en van het laat-jodendom heeft kerussein niet betekenis gehad als in het Nieuwe Testament. Volgens Barth hangt dat samen met het feit dat het nieuwtestamentische kerussein teruggaat op een voldongen feit waar in het Oude Testament nog geen sprake kon zijn.

Tussen Oude Testament en Nieuwe Testament bestaat met betrekking tot het kerussein een opmerkelijk verschil. Het Nieuwe Testament ziet niet enkel vooruit naar toekomstig gebeuren, maar blikt daarbij juist terug op een concreet vervuld gebeuren, dat reeds heeft plaats gevonden en dat van daaruit vooruitblikt naar een gevuld toekomstig gebeuren. Het schept een nieuwe tijdboog die zich uitspant tussen de tijd van Degene die reeds gekomen is en tussen de tijd van Dezelfde die weer komen zal. Voor deze dubbel gekwalificeerde tijd van Ièsous kurios bestaat in het Oude Testament geen equivalent.

Het uitgeroepen Wonder-in-het-midden, de aankondiging van het Godsrijk op aarde, de aanzegging van een gans andere werkelijkheid stempelt de prediking, zowel van het Oude Testament als van het Nieuwe Testament tot surrealistisch evenement

De predikant(e) moet gevoel voor fantasie hebben om zich te kunnen inleven in het surrealisme van de Heilige Schriftse verkondiging. De Heilige Schriftse debarim zijn doordrenkt met een hemelse humor, met een speelsheid en lichtvoetigheid, die surrealistisch aandoet. Je moet gevoel voor humor hebben om de zon te doen stilstaan in Gibeon en de maan in het dal Ajalon, zoals de schrijver van Jozua 10, of een engel te laten neerdalen die vervolgens op de weggewentelde steen gaat zitten vóór het graf, zoals de schrijver van Mattheüs 28.

Vele preken zijn eenvoudig niet om aan te horen vanwege de quasi-moderne, liberale denkgewoonte, die het realiteitsgehalte van de verkondiging afmeet aan de eigen ervaring of wat daarvoor doorgaat. In de theologie bestaat geen fantasielozer begrip dan het begrip ‘ervaring’.

Wil de tolk en getuige bij de zaak blijven, dan zal hij of zij eraan moeten wennen dat er in de Schrift dingen gebeuren, die niet kunnen gebeuren; toestanden bestaan, die niet kúnnen bestaan, verhalen worden verteld die niet kloppen en ook niet kúnnen kloppen. Absurdissima waar kunstenaars en dichters doorgaans meer begrip voor tonen dan de zogenaamde ‘wetenschappelijke’ theologie.

De prediking is een gebonden spreken. Zij is gebonden aan de HeiligeSchrift, die op haar beurt de neerslag is van het geschiedende Woord

Ideologische drijverij en confessioneel fanatisme zijn in strijd met het wezen van de verkondiging. Deze ontsporingen treden met name dán op, wanneer de verkondiging zich verzelfstandigt en de dienaar zijn eigen woorden in de plaats stelt van hét Woord. De verkondiging verlaat dan de actieradius van het geschiedende Woord en gaat haar eigen winkeltje beginnen, veelal onder het vals voorwendsel dat de verkondiging ‘dicht bij de mensen’ moet blijven, moet ‘aanspreken’, begrijpelijk’ moet zijn enz. enz.

Tot de vooronderstelling van de prediking behoort niet in de laatste plaats de leer van de enigheid Gods. De prediking wordt ernstig belemmerd indien dit niet in acht wordt genomen. De religie ligt op de loer. De verkondiging die zich beweegt op de dynamische lijn van de enigheid Gods ademt verwondering, verbazing, ja, zelfs verbijstering.

èchad Adonai

Het woord ‘èchad’ betekent ‘één’, en geeft aan dat in iedereen, van de eenvoudigste tot de meest wijze, het gevoel van de Eenheid van God aanwezig is.

Het is de nood van de èchad Adonai, waarvoor de Heilige Schrift ons stelt. Wie meent daaraan voorbij te kunnen gaan, zal vroeg of laat worden opgeschrikt door een irritant en indringend stemmetje dat blijft doorzeuren met de vraag: wat jij als mens van de 21e eeuw in vredesnaam nog in de gemeente te zoeken of te melden hebt.

De dienst van het theologische onderwijs aan de prediking bestaat dan ook hierin, om, met behulp van alle mogelijke denk- en communicatiemiddelen waarover onze tijd beschikt, het onvergelijkbaar eigene van de Heilige Schriftse verkondiging in het vizier te nemen, intellectueel en emotioneel, en af te grenzen tegenover allerlei ‘wind van leer’.

In de Heilige Schrift, zo zegt Miskotte, wordt over onze hoofden heengepraat, daarin gaat het alleen over God. En nu is dit de schijnbare paradox: het meer het over Hem gaat, des te meer blijkt het gaan over óns! Voor de prediking blijft het een hachelijke onderneming, het èchad Adonai te vertolken op een wijze, waarin Gods onthevenheid zichtbaar en tastbaar wordt juist in zijn menselijkheid en zijn menselijkheid juist als zegel op zijn onthevenheid.

De verkondiging als medicijn?

In de ware godsdienst noemt Augustinus de kerk van Christus een geneesmiddel voor de ziel, om haar uit de orde der tijdelijke dingen te doen opklimmen tot de eeuwige hemelse dingen. Augustinus sverkondigingt over de functie van de kerk als medicina, als geneesmiddel. Vergelijk hiermee de prediking als medicijn tegen een virus dat de menselijke ziel tot in de kern aantast en dat zich via de globaliserende dynamiek van het kapitalisme zich als aids schijnt te verspreiden wereldwijd, alle normen en waarden wegvagend en verpulverend tot niets. Als tolk en getuige blijven wij bedelaars. Maar het kan zijn, dat onze armzalige verkondiging wordt gezegend en in dienst genomen tot genezing van de volken.

Prediken in het Hebreeuws is kara = roepen, uitroepen, toeroepen

In het Nieuwe Testament klinkt kerussein = proclameren, verkondiging – afgeleid hiervan kerugma. Horen is in het Oude Testament shama, het woord prediking in Jesaja 53:1 is hiervan afgeleid. In Grieks gaat het om akouein en afgeleide woorden daarvan. De apostelen en profeten in de Heilige Schrift prediken uit niet uit zichzelf, maar zij prediken omdat zij gezonden zijn. De apostel en profeet is zelf een angesprokene. De Heilige Schrift, als neerslag van de prediking van profeten en apostelen is eveneens prediking, waarbij de EEUWIGE het subject van de prediking is. God komt in de prediking tot ons en maakt ons daarin tot gemeenschappelijke hoorders. De gemeente is gegeven met het Woord. Het Woord predikt uiteindelijk Zichzelf en de verkondiging is daarop niet meer dan een reflexie.

Prediking is in de allereerste plaats gericht tot mensen: het volk Israël, de gemeente, de volkeren

Maar impliciet richt de prediking zich toch ook tot wat wij eerder ‘dingen’ zouden noemen. Niet de naakte feiten beheersen ons leven, maar vooral de geestelijke machten die zich in en met behulp van die feiten groot maken (Bonhoeffer). Dit alles sluit aan bij wat Paulus schrijft: Wij – d.i. de gemeente van Christus – hebben niet een strijd tegen bloed en vlees te voeren, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen de boze geestenwereld in de hemelstreken.’ In die strijd heeft de gemeente een geestelijke wapenrusting nodig waarvan het aanvalswapen is: ‘het zwaard des Geestes, dat is het Woord van God.’ In deze context komt het exorcisitische aspect van de prediking het duidelijkst naar voren. Ook in Genesis 1 komen we dit tegen – het scheiding maken door God tussen licht en duisternis, hemel-aarde-zee, tijd en ruimte, door het scheppend Woord der prediking.

De werking van de prediking

Het woord der Prediking is in al zijn geledingen dienstbaar aan een (her)scheppend Woord, waarbij ook het exorcisme niet ontbreekt. Luther schrijft in zijn commentaar op de brief aan de Romeinen: ‘Non est nobis protectio, nisi abscondamus nos in verba, quae legimus’ = Er is voor ons geen bescherming, tenzij dat wij ons verbergen in de Woorden die wij lezen.

Prediking is het uitroepen en horen van het bevrijdend oordeel van God

De prediking zal uiteindelijk de gehele wereld uit de macht van wat de Heilige Schrift ‘boze geesten’ noemt bevrijden. Daarbij gaat over heel concrete machten in de samenleving, waarbij wij nog moeten leren de geesten te onderscheiden en te scheiden van de Geest. De gemeente onder het Woord Gods.

Verkondiging en Godswoord vallen niet per definitie samen, net zomin als Schrift en Godswoord dat doen. Uitgangspunt: het spreken der Schriften en dat der Kerk kan niet geschieden, wanneer niet God zèlf verkondigt. Anders gezegd: het geschreven mensenwoord (de Schrift) en het gesproken mensenwoord (de verkondiging) kunnen Godswoord worden.

Kerkgangers onder verkondiging bijeen wel de gemeente?

Antwoord: dat is nog maar de vraag! De zichtbare gemeente kan gemeente in Christus zijn, maar dat hoeft niet – de gemeente is het werk van de Heilige Geest. De kerk kan niet zeggen ook daadwerkelijk kerk te zijn. Dat kan alleen maar een geloofsuitspraak zijn. Men kan ook niet zomaar zeggen dat de Schrift Heilige Schrift is, of dat de HEER God is. Je kunt er alleen in geloof over spreken (wanneer de Schrift zich betuigt als Heilige Schrift en de HEER zich als God betoont).

Over de verkondiging en de gemeente kan men alleen maar spreken vanuit het grote (heilige) voorbehoud dat God zelf verkondigt, en dat Hijzelf ons in dat Woord ook eerst werkelijk mens laat zijn.

De prediking als hart van de gemeente

God verkondigt en roept. En dat Hij dat doet, dat is de grond, het fundament van de gemeente. De gemeente komt niet alleen van dat Woord vandaan, heeft niet alleen in dat Woord haar midden, maar het is ook haar perspectief, het ‘doel’: daar waar het op gericht is (doordat het Woord op haar gericht is). De verkondiging is de gebeurtenis waarin God zelf wel eens aan het woord zou kunnen komen en willen komen (eredienst).

Onderscheidt de kerkeelijke gemeente zich van publiek? 

De gemeente onder het Woord is actief betrokken bij de verkondiging (in tegenstelling tot het publiek). Door het Woord wordt de mens thuisgebracht en in de lichtkring van Christus gesteld – doordat Hij ons in Zijn Woord naar toetrekt. Daarmee is naast het actieve karakter van het horen (door de gemeente) ook het bijzondere karakter van het spreken van de Naam naar voren gebracht als iets waarin de gemeente zich van publiek onderscheidt. Omdat Hij verkondigt, en wel zó verkondigt dat wij tot participanten worden, daarom is de gemeente altijd méér dan publiek, ja wezenlijk anders dan publiek.

Wat betekent dit alles voor de verkondiging? En wat voor de gemeente? En de verhouding tussen de verkondiging en de gemeente?

Voorop zij gesteld dat de gemeente en ook de verkondiging staat onder het grote voorbehoud dat God zelf verkondigt. Dat een mens het Godswoord verkondigt, kan natuurlijk niet, tenzij God zelf verkondigt. Dat een mens het Godswoord hoort kan ook niet, tenzij God zelf het mensenoor opent. De prediking constitueert de gemeente en de gemeente is niets anders dan gericht op het Woord, alleen op deze wijze zijn ze op elkaar gericht en stenen ze elkaar verkondiging en verootmoediging

De verootmoediging is een wezenlijke grondhouding in de verkondiging. Verootmoediging het uitspreken en belijden dat we het van het incident van het geschiedende Woord moeten hebben en van degene wie dat Woord uitgaat: de Naam. Verootmoediging is zo niets anders dan uiterste concentratie, opperste verwachting en diepste verlangen dat Hij die de gemeente heeft samengeroepen nu ook zelf zijn Woord zal spreken en aan het Woord zal komen.

De verkondiging van het Woord en de gemeente steunen op elkaar. Haal je de verkondiging weg, dan stort terstond de gemeente in en andersom. Het Godswoord zelf is de werkelijkheid van Prediking en Gemeente.

Gaat in de verkondiging wel om de communicatie in de gangbare betekenis van het woord?

De verkondiging van het evangelie staat geheel en al in het licht van de zending van Jezus zelf. Buiten het spectrum van de Heilige Schriftse verkondiging heeft de ecclesia m.i. überthaupt niets te zeggen en te doen. Om zicht te krijgen op het wezen van de verkondiging zullen we ons niet in de eerste plaats moeten richten op het terrein van de communicatiewetenschap, maar hebben wij ons in de eerste plaats rekenschap te geven van het geheel eigensoortige karakter van de Heilige Schriftse verkondiging.Vervreemding

Verkondigingvoorbereiding laten beginnen bij de hoorders?

Men heeft de neiging daartoe. Het moet namelijk ‘overkomen’. Men loopt echter daarbij als predikant(e) het risico de mond van de gemeente te willen zijn. De predikant is op de eerste plaats dienaar van het Woord. Dat wij in het Woord dat wordt verkondigd te maken krijgen met een voor onze oren hoogst vreemd en ongehoord Woord is niet een probleem, maar eerder een geweldige bevrijding. Dit Woord zoekt zijn hoorders op om die te vinden, zoals Jezus mensen opzocht om die te vinden. Er vindt daarbij een heilzame verstoring van de bestaande orde plaats.

In de verkondiging, schuilt een groot geheim: het is het geheim van de hemel. De predikant als eerste hoorder krijgt dingen te zeggen waarover hij zich zelf misschien nog wel het meest verbaast en verwondert.

Want zo is het: worden de hoorders werkelijk opgericht wanneer zij zondag aan zondag moeten horen wat zij ook al door heel de week heen in kranten gelezen en op televisie gezien hebben?
Moeten de hoorders er werkelijk elke getuige van zijn hoe de pastor de ellende die hij de afgelopen week bij hen heeft opgehaald, op zondag weer over hen uitstort, als in een kringloopproces?

Daarom tot slot een waarschuwing: wanneer wij ontkennen dat wij in de verkondiging te maken krijgen met een gestalte van het Woord Gods wordt de verkondiging tot een kleinmenselijk moralistisch praatje. En daar hoeft de kerk toch niet voor open te blijven? Inderdaad niet. Wel open voor Verkondiging vanuit de Heilige Schrift!

naar de INHOUDSOPGAVE  van deze serie

  Lees ook eens: Handreiking In gesprek over de verkondiging

Roept uit aan alle stranden,
 Verbreidt van oord tot oord,
 Verkondigt allen landen
 Het Evangeliewoord!

Roept uit den Heer der Heeren,
 Als aller volkren vriend!
 De volkren moeten leeren
 Wat tot hun vrede dient.

Verbreekt de vreemde altaren
 En bouwt des Heeren huis!
 De wereld moet zich scharen,
 Zich scharen om het kruis
De dooven moeten hooren,
 De onkundigen verstaan,
 Den blinden ’t heillicht gloren,
 De kreuplen leeren gaan;

De treurenden vergeten
 Hun leed en droefenis,
 En al wat arm is weten
 Dat daar een Heiland is!

Roept uit aan alle stranden
 Verbreidt van oord tot oord,
 Verkondigt allen landen
 Het Evangeliewoord!
Deutsch
de
English en français fr italiano it Nederlands nl español es português pt Norsk no svenska sv Polski pl čeština cz Slovák sk Magyar hu român ro Български bg hrvatski hr Pyсский ru Türkçe tr عربي ar

       

Heer, wees mijn Gids

                              

INFO: DE WEG - DE WAARHEIDHET LEVENFILM - AUDIO


Wie zoekt zal vinden           


www Holyhome.nl

Boeiende Series :

Bijbelvertalingen
Bijbel en Kunst

Bijbels Prentenboek
Biblische Bildern
Encyclopedie
E-books en Pdf
Prachtige Bijbelse Schoolplaten

De Heilige Schrift
Het levende Woord van God
Aan de voeten van Jezus
Onder de Terebint
In de Wijngaard

De Bergrede
Gelijkenissen van Jezus
Oude Schoolplaten
De Zaligsprekingen van Jezus

Goede Vruchten
Geestesgaven

Tijd met Jezus
Film over Jezus
Barmhartigheid

Catechese lessen
Het Onze Vader
De Tien Geboden
Hoop en Verwachting
Bijzondere gebeurtenissen

De Bijbel is boeiend
Bijbelverhalen in beeld
Presentaties en Powerpoints
Bijbelse Onderwerpen

Vrede van God voor jou
Oude bijbel tegels

Informatie over alle kerken in Nederland: Kerkzoeker
 
Bible Study: The Bible alone!
L'étude biblique: Rien que la Bible!
Bibelstudium: Allein die Bibel!  

Materiaal voor het Digibord
Werkbladen Bijbelverhalen Bijbellessen
OT Hebreeuws-Engels
NT Grieks-Engels

Naslagwerken
Belijdenissen
Een rijke bron

Missale Romanum + Afbeeldingen
Stripboek over Jezus
Christelijke Symbolen
Plaatjes Afbeeldingen Clipart
Evangelie op Postzegels

Harmonium Huisorgel
Godsdiensten en Religies
Herinnering aan Kerken

Christian Country Music
Muzikale ontspanning
Software voor Bijbelstudie
Hartverwarmende Klanken
Read and Hear the Holy Bible
 Luisterbijbel

Bijbel voor Slechtzienden Begrippenlijst   -1-   -2-

Meer weten over de Psalmen, gezangen, liturgieën, belijdenisgeschriften: Catechismus, Dordtse Leerregels en veel andere informatie? . Kijk opOnline-bijbel.nl
         
  (
What's good, use it)



Waard om te weten :

Een hartelijk welkom op de site
Deze pagina printen
Sitemap
Wie zoekt zal vinden



FAQ - HELP

Kerk
Zondag
Advent
Kerstfeest
Driekoningen
Vastentijd
Goede Vrijdag
Aswoensdag
Palmzondag
Palmpasen
De stille week
Witte donderdag
Stille zaterdag
Paaswake
Pasen - Paasfeest
Hemelvaartsdag
Pinksteren
Biddag
Dankdag
Avondmaal
Doop
Belijdenis
Oudjaarsdag
Nieuwjaarsdag
Sint Maarten
Sint Nicolaas
Halloween
Hervormingsdag
Dodenherdenking
Bevrijdingsdag
Koningsdag / Koninginnedag
Gebedsweek
Huwelijk
Begrafenis
Vakantie
Recreatie
Feest- en Gedenkdagen
Symbolen van herkenning
 
Leerzame antwoorden op levens- en geloofsvragen


Hebreeën 4:12 zegt: "Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden"Lees eens: Het zwijgen van God

God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.
Lees eens:  God's Liefde

Schat onder handbereik


Bemoediging en troost

Bible-people - stories of famous men and women in the Bible
Bible-archaeology - archaeological evidence and the Bible
Bible-art - paintings and artworks of Bible events
Bible-top ten - ways to hell, films, heroes, villains, murders....
Bible-architecture - houses, palaces, fortresses
Women in the Bible -
 great women of the Bible
The Life of Jesus Christ - story, paintings, maps

Read more for Study  
Apocrypha, Historic Works
 GELOOF EN LEVEN een
          KLEINE HULP VOOR  ONDERWEG