TAAK VAN MISDIENAARS EN ANDEREN


  Bron: het Internet

De Eucharistieviering.

 

Iedereen heeft in de kerk een taak. Alle mensen in de kerk bidden tot God. Ze danken God. Ze luisteren naar zijn Woord. Ze zingen. Ze gaan ter communie: ze ontvangen het Lichaam van Christus.

Maar er zijn ook mensen die een bijzondere taak hebben:

  • De priester (de pastoor of de kapelaan): Hij bidt namens alle mensen tot God. Hij legt het Woord van God uit in de preek. Hij doet wat Jezus zelf heeft gedaan tijdens het laatste avondmaal.

  • De lector. Hij leest voor uit de Heilige Schrift, de Bijbel.

  • Het koor. Het koor zingt de liederen.

  • De organist. Hij speelt op het orgel.

  • De collectanten. Zij halen geld op bij de collecte.

  • De koster. Hij helpt bij de voorbereiding op de Eucharistie. Hij legt alles klaar.

 

En de misdienaar/acoliet?

Ook jij bidt tijdens de Eucharistie net als alle mensen in de kerk. Jij dankt God voor alles wat Hij jou heeft gegeven. Jij luister naar het Woord van God in de Bijbel. Jij gaat ter communie.

Maar je hebt ook een bijzondere taak! Jij bent dienaar tijdens de Eucharistie. Dat betekent dat jij hardop de gebeden bidt die de mensen ook bidden. Die gebeden staan vaak in het boekje. Jij gaat zitten, staan en knielen, net als de mensen in de kerk. Jij brengt de kelk en de hostieschaal naar het altaar. De kannetjes met water en wijn worden door jou naar de priester gedragen. Jij zorgt er voor dat de priester zijn handen kan wassen. En jij helpt de priester als hij alles weer schoon maakt.

Dat alles mag jij als misdienaar doen. Niet alleen omdat jij het fijn vindt. Je mag het ook voor God doen en alle mensen in de kerk. Door jou hulp kan de Eucharistie heel mooi worden gevierd.

Misdienaars buiten de kerk

Als je bij Jezus hoort, ben je dat niet alleen tijdens de Eucharistie. Jij hoort ook bij Hem op school en thuis. Ook bij de voetbalclub. Jij bent ook 'christen', leerling van Jezus Christus, als je vrij bent.

Thuis bid je voor en na het eten. 's Morgens als je opstaat bid je tot God. 's Avonds voor je gaat slapen dank je God voor alle fijne dingen van die dag. Overdag kun je aardig zijn tegen je vader en moeder. Je maakt ruzie weer goed. Je helpt mensen die jouw hulp nodig hebben. Vooral omdat je misdienaar bent, kun je laten zien, dat je dient. "Dienen" wil zeggen: klaar staan. Goede dingen doen voor iemand anders dan jezelf. Je mag proberen God te dienen. Maar je dient God ook doordat je mensen dient. Als je klaar staat voor andere mensen ben je een goede leerling van Jezus. Dan ben je een goede misdienaar of acoliet.

 

Het kerkelijk jaar

Ons nieuwe jaar begint op 1 januari. De Kerk heeft ook een eigen jaar. Dat is het kerkelijk jaar. Het begint op de eerste zondag van de Advent. In het kerkelijk jaar worden enkele grote feesten gevierd, Ook vieren we heiligen. Maria heeft daar een ereplaats.

Eigenlijk viert de Kerk in één jaar het leven van Jezus. Zo vieren we zijn komt op aarde met Kerstmis. Op dit feest berei­den we ons voor in de advent. Zijn dood en verrijzenis vieren we met Pasen. We bereiden ons voor in de Veertigdagentijd. Vanaf Pasen tot Pinksteren hebben we de Paastijd.

Er blijven dan nog 33 of 34 weken over. Deze tijd noemen we de tijd door het jaar.

 

Advent

 

De advent begint vier zondagen voor Kerstmis. Kerst­mis vieren we altijd op 25 december. Vaak hangt er in de Kerk een Adventskrans. Daar staan vier kaarsen op. Iedere week heeft een kaars. De eerste zondag steken we één kaars een, de tweede zondag twee, de derde drie, en de vierde vier. We doen dat omdat we vol verlangen uitzien naar Jezus, die geboren wordt in de kerstnacht. We noemen Jezus het "Licht der wereld". Daarom dat we kaarsen aansteken. Dan wordt het licht. Hoe meer kaarsen er branden, hoe meer we weten dat Jezus dicht bij is.

We bereiden ons in de advent voor op de komst van Jezus. Het woord 'Advent" betekent in het latijn: "Komst". We willen ons in deze tijd bezinnen. Dan kunnen we blij zijn als Jezus komt. Daarom draagt de priester een paars kleed. Dat kleed noemen we kazuifel. Paars is de kleur van bezinning en boete.

 

Kersttijd

 

De kersttijd begint op Kerstavond (24 december) en duurt tot het feest dat "Doop van de Heer" heet.

We vieren met Kerstmis, dat Jezus werd geboren in de stal van Bethlehem. De Zoon van God werd mens, net als wij. Hij heeft ons bevrijd van kwaad en zonde. Daarom zijn we blij. Daarom dragen we witte kazuifels. Wit is de kleur van blijd­schap.

De feesten na Kerstmis laten zien wat Kerstmis betekent.

  • Niet lang na Kerstmis vieren we het feest van de Heilige Familie: Jezus, Maria en Jozef. Dat gezin is voor ons een voorbeeld van hoe we moeten leven.

  • Op 1 januari vieren we het feest van Maria, Moeder van God. We beginnen ons eigen nieuwjaar met Maria. Omdat het kindje Jezus is geboren, viert ook de Moeder feest!

  • De week daarna vieren we Driekoningen. Dat feest heet ook: Openbaring des Heren. We vieren het bezoek dat de drie wijzen uit het Oosten aan Jezus brachten. Zij lieten zien, dat Jezus de nieuwe koning is.

  • De Kersttijd eindigt op de zondag na 6 januari. We vieren dan het feest van Jezus' doop, Jezus werd gedoopt toen Hij 30 jaar oud was (zie plaatje). Daarna begon Hij te preken en mensen te genezen. De doop is het einde van het leven thuis bij Jozef en Maria. Daarom eindigt ook op die dag de kersttijd.

 

Veertigdagentijd

 

De Veertigdagentijd begint met aswoensdag en duurt 40 dagen. We weten uit de Bijbel dat Jezus ook 40 dagen vastte. En het volk van Israël trok 40 jaar door de woestijn. Jezus en het volk leerden in die Veertigdagentijd alleen op God te vertrouwen.

 

Het begin van de Veertigdagentijd is aswoensdag. Op die dag krijgen we een askruisje op het voorhoofd. Het doet ons er aan denken dat we maar stof en as zijn, niet zo bij­zonder. We willen leven voor wat echt belangrijk is.

In de Veertigdagentijd 'vasten' mensen. "Vasten" is: minder eten, meer bidden, eerlijk delen. Als je minder eet, spaar je een hoop geld uit! Dat kun je dan geven aan mensen die minder te eten hebben. Je ziet wel op TV waar op aarde mensen honger heb­ben.

 

De Veertigdagentijd is een tijd is van bezinning en boete. "Boete" is: goed­maken wat je verkeerd hebt gedaan. Soms heb je met mensen iets goed te maken. Soms heb je met God iets goed te maken. Daar denken we in de Veertigdagentijd speciaal over na.

 

Omdat de Veertigdagentijd een tijd van bezinning en boete is, draagt de priester paarse kazuifels. Net als in de advent.

De zondag voor Pasen is Palmzondag. We gedenken dat Jezus met palmtakken werd binnengereden in Jeruzalem (zie plaatje). Maar daarna begon zijn lijden. Hij werd gevangen genomen en gedood.

De week waarin we het lijden gedenken, heet "Goede Week". Dat betekent niet, dat het lijden 'goed' is. Maar we noemen deze week 'goed', omdat Jezus door zijn lijden aan ons verlossing heeft gebracht.

 



De dagen van pasen

 

De dagen van Pasen zijn de dagen waarop we ge­denken dat Jezus is gestorven en verrezen. In deze dagen heeft Jezus ons verlost. Dit is het belangrijkste van ons geloof.

 

Witte donderdag

Op de avond voor Jezus ging lijden en sterven, was Hij met zijn leerlingen voor het laatst aan tafel. Daarom noemen we dit: Het Laatste Avondmaal. Op die avond nam Hij brood en wijn in zijn handen, en zei: Dit is mijn Lichaam, Dit is mijn Bloed. Dat doen we tot zijn gedachtenis in iedere Eucharistie.

 

Goede vrijdag

 

Op deze dag werd Jezus veroor­deeld door Pontius Pilatus, de koning. Hij werd gemarteld en gedood. Hij werd gehan­gen aan een kruis. Op die dag vieren we niet de Eucharistie. Wel bidden we de 'Kruisweg'. In de kruisweg worden 14 momen­ten van Jezus' lijdensweg her­dacht. 's Avonds denken we terug aan het ster­ven. Het lijdensverhaal wordt gelezen, en het Kruis binnenge­dragen.

 

Paaszaterdag

De zaterdag voor Pasen gebeurt er niets in de kerk. Jezus is immers dood en begraven! Daarom zijn we be­droefd en wach­ten op Pasen.  

Paaswake

Op de avond voor Pasen, als het donker is, komen we naar de kerk. We 'waken', dat wil zeggen, we wachten. We wachten op de komst van Jezus. We wachten er op, dat Hij weer leeft. We luisteren naar wat in de Bijbel staat over dit feest. We dragen het licht binnen (Paaskaars – zie plaatje). We steken onze eigen kaarsjes daar aan aan. We zegenen het doopwater, en als er kinderen zijn, worden ze gedoopt. We vieren de Eucharistie. Licht, water en brood en wijn betekenen dat Jezus niet dood is, maar leeft!

 

Paastijd

 

De Paastijd begint op Eerste Paasdag en eindigt op Pinksteren, 50 dagen later. We blijven in de Paastijd de verrijzenis van Jezus vieren. Omdat we daarover zo blij zijn, zeggen we steeds: "Alleluia". Alleluia betekent: "Lof aan God". In de lezingen horen we steeds vertellen over de verschijningen van Jezus en het werk dat de apostelen doen in zijn Naam.

De kleur van de Paastijd is wit. We zijn immers blij omdat we mogen leven!

 

Op de veertigste dag na Pasen vieren we Hemelvaartsdag. Jezus is niet steeds zichtbaar bij ons gebleven. Hij hoort nou eenmaal thuis bij God.

 

Op de vijftigste dag na Pasen vieren we Pinksteren. Toen Jezus naar de hemel ging, liet Hij ons niet alleen achter. Hij beloofde de Heilige Geest. De Geest helpt ons te zien en te geloven wat we hebben gehoord van Jezus. Ook de apostelen kregen de heilige Geest. Zij durfden toen overal te vertellen van God en Jezus. Bovendien stichtten de apostelen de Kerk. Daarvan zijn we nu nog steeds lid.

 

Tijd door het jaar

 

De rest van het jaar heeft geen bijzondere naam. Deze tijd duurt wel 33 of 34 weken. Dat is meer dan een half jaar! We horen allerlei gebeurtenissen uit het leven van Jezus. We zien wonderen gebeuren. We horen wat Hij zegt.

De priester draagt groene kazuifels. Groen is de kleur van hoop en vruchtbaarheid. We hopen dat alles wat we horen en meemaken vrucht mag dragen in ons leven. Iedere dag opnieuw iets waarmaken van Jezus' boodschap.

We vieren tussendoor nog wel een paar feesten. Enkele feesten zijn:

  • Sacramentsdag: twee weken na Pinksteren. We vieren dat Jezus bij ons blijft in zijn Lichaam en Bloed.

  • Maria Ten Hemelopneming: 15 augustus. Midden in de vakantie denken we aan Maria. Zij heeft zo goed geleefd, dat ze nu net als Jezus bij God is. Maar omdat ze nooit iets ver­keerd heeft gedaan, is zij de enige mens die met lichaam en al naar de hemel is gegaan.

  • Allerheiligen: 1 november. Alle mensen die goed heb­ben geleefd en daarvoor door God beloond zijn, worden ge­vierd op één feestdag.

  • Allerzielen: 2 november. Alle mensen die gestorven zijn worden herdacht. Mensen denken aan opa's en oma's, papa's en mama's die niet meer leven. Ze gaan bloemen brengen op het kerkhof. En hun namen worden genoemd in de kerk.

 

De kleuren van de kazuifels

 

Wit: Kleur van de blijdschap, de vreugde en de reinheid. Denk maar aan zuiver water. Het wordt gebruikt op feesten van onze Heer Jezus Christus en op feesten van Maria, engelen en geloofsverkondigers.

 

Rood: Kleur van de liefde (denk aan de rode roos!), van vuur, van bloed, van kracht en van de heilige Geest. Het wordt gebruikt op Palmzondag, Goede Vrijdag, Pinksteren, het Vormsel en de feesten van de martelaren.   

 

 

Groen: Kleur van de hoop en de vruchtbaarheid (denk aan het jonge groen in de lente!). Het wordt gedragen in de tijd door het jaar.

 

Paars: Kleur van boete en droefheid. Het wordt gedragen in de Advent en de Veertigdagentijd en ook bij uitvaarten.  

 

4. Wat staat er allemaal in de kerk?

 

De kerk is het huis van God. In de kerk komen mensen samen om te bidden. Ze komen er de Eucharistie vieren.

In de toren hangen de klokken. Als de klok luidt, komen de mensen naar de kerk.

Achterin bij de deur hangen wijwaterbakken. Wijwater is gezegend water. Steeds als we binnenkomen steken we onze hand in de wijwaterbak. We maken een kruisteken. Dat herinnert ons aan de doop. Toen werden we met water begoten, en zei de priester: "Ik doop je in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest."

 

 

Het belangrijkste in de KERK is het ALTAAR (1). Daarop wordt de Eucharistie gevierd. Brood en wijn worden Lichaam en Bloed van Christus.

Op het altaar staat een KRUISBEELD. Ook in de kerk hangt heel hoog een kruis. Dat doet ons denken aan Jezus, die voor ons is gestorven op het kruis.

De Bijbel wordt voorgelezen aan de LEZENAAR (2). Het mooie boek waar het Evangelie in staat, ligt meestal op de prachtige standaard (3).

De priester en de misdienaars zitten op de prachtige BANKEN (4).

 

De KELK, de HOSTIESCHAAL, de KANNETJES en de HANDWASSINGSSCHAAL staan op de CREDENSTAFEL (5). De credenstafel is de tafel waarop alles staat wat niet op het altaar thuishoort, maar wel nodig is voor de Eucharistie.

 

Door de week is de Eucharistie meestal in de sacramentskapel. Ook daar staan een altaar, een lezenaar, een credenstafel, en banken voor de priester en de misdienaars. 

 

In de SACRISTIE kleden de priester en de misdienaars zich aan. (niet afgebeelld)


 

                                                                                                                                                         Op de CREDENSTAFEL staat het volgende:
 

1. KELK. Deze kelk is vaak heel mooi, van goud of zilver. In de kelk komt de wijn, die het Bloed van Christus wordt.

2. Op de kelk ligt een PALLA, een vierkant plaatje. Daarop ligt de CORPORALE, een witte vierkante doek, die op het altaar wordt gelegd. Op de corporale zet de priester de kelk en de hostieschaal.

3. Op de kelk ligt ook een KELKDOEKJE. Daarmee maakt de priester na de communie kelk en hostieschaal schoon. Over de kelk ligt ook wel eens een KELKVELUM. Dat is een doek die alles afdekt. Het heeft de kleur van het Kazuifel. (niet afgebeeld)

4. Op de HOSTIESCHAAL liggen de hosties die Lichaam van Christus worden. Het is een mooie schaal van goud.

5. Als er veel hosties nodig zijn, wordt er een CIBORIE gebruikt. Een ciborie is een grote kelk met een deksel. Vlak voor de communie haalt de priester ook altijd de ciborie uit het tabernakel.

6. Water en wijn zit in de KANNETJES (die ook wel AMPULLEN worden genoemd).

7. Als alles op het altaar is gezet, wast de priester zijn handen. Daar voor gebruikt hij de WATERKAN en de diepe SCHAAL van de HANDWASSING. Er ligt altijd een doek bij om de handen weer af te drogen.

 

Priester en misdienaars komen ook netjes aangekleed in de Eucharistieviering. De KLEREN die ze aantrekken hebben ook eigen namen.

 

A. De priester heeft over alles heen een KAZUIFEL. Dat weet je al. Het kan wit, rood, paars of groen zijn.

B. Daaronder draagt hij een wit kleed, dat ALBE heet. Onder de albe kan hij een AMICT (schouderdoek) dragen. [niet afgebeeld].

C. Daarover heen draagt hij een STOLA. Dat is een smalle strook, in de kleur van het kazuifel. Daaraan kun je zien, dat hij priester is.

D. Albe en stola worden netjes bij elkaar gehouden door de CINGEL, een wit koord.

 

Maar ook de misdienaars staan er netjes op!

E. Eerst trekken ze een TOOG aan. Meestal is de toog zwart. Op grote feestdagen is de toog wel eens rood.

F. Daarover trek je een SUPERPLIE aan. De superplie is altijd wit.

 

Er worden in de Eucharistie ook BOEKEN gebruikt.

 

Op het altaar ligt altijd het MISSAAL. Daarin staan alle teksten, behalve de lezingen.

De Lezingen staan in het LEZINGENBOEK dat ook Lectionarium wordt genoemd.

De mensen in de kerk en de misdienaars hebben eigen MISBOEKJES. Door de week zijn de boekjes blauw. Op Zon- en feestdagen zijn ze wit. Er is altijd een los blaadje waar de lezingen op staan.

 

Op zondagen en bij feestelijke vieringen worden ook KAARSEN gebruikt bij het evangelie. Ook wordt er WIEROOK gebrand in een WIEROOKVAT. Wierook ruikt lekker. De rook stijgt op naar boven. Het is een teken van ons gebed dat naar God opstijgt.

 

Houdingen van priester en misdienaars tijdens de Eucharistie.

Door onze houdingen laten we zien wat we doen in de Eucharistie. We zijn in het huis van God, dus we zitten niet te praten of te vervelen. Elkaar plagen is iets dat je maar thuis doet. Andere mensen in de kerk vinden het vervelend als misdienaars zich niet netjes gedragen!

 

In de kerk probeer je eerbiedig te zijn. Eerbied betekent: netjes doen tegen God. Je laat Hem zien, dat je bij hem wilt zijn. Dan ben je vol aandacht en let je goed op. Maar er zijn ook een paar houdingen die speciaal voor de priester en de misdienaar zijn.

Knielen

Onder knielen verstaan we: zitten op twee knieën. Dat doen we bijvoorbeeld bij het 'Heilig Heilig' tot het 'Onze Vader'. Je knielt omdat God dan heel dichtbij is in Brood en Wijn.

 

Staan

 Staan is een houding van beleefdheid. Ook wil het zeggen: ik ben klaar om te dienen. We staan bij het luisteren naar het Evangelie. Ook als we ons geloof belijden, gaan we staan.

 

Zitten

Zitten is een rusthouding. Als we zitten kunnen we ook goed

luisteren. Daarom zitten we bij de eerste en tweede lezing. Ook bij de preek zitten we.

 

Lopen

Als we in de kerk zijn lopen we altijd rustig. We hoeven nooit hard te lopen. We hebben alle tijd.

Buigen

Buigen is een houding van eerbied. Daarom buigen we diep als we langs het altaar lopen. We buigen minder diep als we de priester iets aangeven. Als je buigt, sta je stil, en houd je je voeten bij elkaar.

Kniebuiging

Een kniebuiging is nog eerbiediger dan een gewone buiging. We maken een kniebuiging als we de kerk binnenkomen, voor het altaar. De priester maakt nog vaker een kniebuiging.

Als je een kniebuiging maakt, sta je eerst stil. Dan kijk je naar de plaats waar je eerbied voor hebt. Dan raakt je rechterknie de grond. Je bovenlichaam moet recht blijven.

 

Handen vouwen

Het is slordig om je handen zomaar langs je lichaam te laten hangen. Zeker in de kerk wil je netjes voor de dag komen!

Daarom vouwen priester en misdienaars netjes hun handen. Dan heeft iedereen de handen op dezelfde plaats. Je vouwt je handen als je beide handen tegen elkaar doet. Je kruist de duimen er over heen.

 

7. Taken van de misdienaar tijdens de Eucharistie.

 

Voorbereiding

De koster zet alles in de kerk klaar. De priester maakt vooraf de preek en kleedt zich netjes aan.

Ook de misdienaars bereiden zich voor.

  • Ze wassen thuis hun handen.

  • Ze zijn netjes aangekleed. Niet netjes zijn: vuile kleren, schoenen die niet schoon zijn. Sportschoenen moeten ook niet te felle kleuren hebben. Anders zit iedereen naar jouw schoenen te kijken!

  • Ze zijn op tijd in de sacristie.

  • Ze doen netjes hun toog en superplie aan.

  • Ze wachten rustig tot de Eucharistie begint. Ze mogen best iets zeggen. Maar ze zeggen geen dingen die niet passen bij wat ze in de kerk gaan vieren (vieze woorden, praten over vechten en zo).

Als de klok slaat, buigen priester en misdienaars netjes voor het kruis in de sacristie. De priester zegt: “Onze hulp is in de naam des Heren” Allen antwoorden: “Die hemel en aarde gemaakt heeft.” Ze vouwen hun handen en zijn verder stil.

 

Het begin van de Eucharistie

Intrede

 

De misdienaars lopen voorop, de priester loopt achteraan. Eén misdienaar of de koster trekt aan de bel. Rustig gaan de misdienaars en de priester op één lijn voor het altaar staan. De priester gaat tussen de misdienaars staan. Samen met de priester maken de misdienaars een buiging. Kalm lopen ze naar hun plaatsen. De mis begint. De misdienaars blijven staan.

 

 

 

Deel 1 van de Mis: Openingsritus.

 

Met de openingsritus wordt de Eucharistie begonnen. Alle teksten zijn een voorbereiding op wat gaat komen.

 

De priester zegt: In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest.         Amen.

En allen maken een kruisteken.

 

De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de heilige Geest zij met u allen. En met uw geest.

De priester houdt een korte inleiding op de viering.

Dan gaat hij verder met de Schuldbelijdenis. We belijden onze schuld, omdat we zuiver willen zijn voor God.

  Broeders en zusters, belijden wij onze zonden, bekeren wij ons tot God om de heilige Eucharistie goed te kunnen vieren:

 

           Ik belijd voor de almachtige God en voor u allen, dat ik gezondigd heb in woord en gedachte, in doen en laten, door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld. Daarom smeek ik de heilige Maria, altijd maagd, alle engelen en heiligen, en u, broeders en zusters, voor mij te bidden tot de Heer onze God.

 

          Moge de almachtige God zich over ons ontfermen, onze zonden vergeven en ons geleiden tot het eeuwig leven.      Amen.

Dan volgt het "Heer ontferm U" en op zondagen het "Eer aan God". De misdienaars blijven staan, behalve als het grote koor zingt. Dan gaan ze samen met de priester zitten.

 

Het "Heer ontferm U" is een gebed waarin we vragen of Jezus bij ons wil komen.

 

          Heer, ontferm U over ons. Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons. Christus, ont­ferm U over ons. Heer, ontferm U over ons. Heer, ontferm U over ons.

 

Lofzang "Eer aan God" . Dit zongen de engelen in Bethlehem, toen Jezus geboren was. We willen God dan ook alle eer geven, net als toen die engelen.  

         Eer aan God in den hoge en vrede op aarde aan de mensen, die Hij liefheeft. Wij loven U. Wij prijzen en aanbidden U. Wij verheerlijken U en zeggen U dank voor uw grote heerlijkheid. Heer God, hemelse Koning, God, almachtige Vader. Heer, eniggeboren Zoon, Jezus Christus. Heer God, Lam Gods, Zoon van de Vader. Gij die wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons.  Gij die wegneemt de zonden der wereld, aanvaard ons gebed. Gij die zit aan de rechterhand van de Vader, ontferm U over ons. Want Gij 
alleen zijt de Heilige. Gij alleen de Heer. Gij alleen de Allerhoogste: Jezus Christus, met de heilige Geest in de heerlijkheid van God de Vader. Amen.

 

Dan zegt de priester het Openingsgebed. Hij bidt tot God, de Vader. De misdienaars staan. Aan het einde van het gebed zeggen alle mensen: Amen.

 

Deel 2 van de Mis: Dienst van het Woord

 

In de dienst van het Woord worden de lezingen uit de Bijbel voorgelezen. Ook wordt er de preek gehouden. En er wordt gebeden. De misdienaars zitten.

Eerste lezing


deze eindigt met:
Zo spreekt de Heer. Wij danken God.

 

Psalmgebed. Er kan een psalm worden gebeden, die aansluit op de eerste lezing. De psalmen staan achterin het boekje, of op het losse papiertje.  Als het koor zingt wordt er soms een lied gezongen.

 

Op zondagen is er ook een tweede lezing. Daarna wordt er een lied gezongen. Ondertussen gaan twee misdienaars kaarsen halen op de credenstafel en gaan klaarstaan voor de processie. Een andere misdienaar haalt het wierookvat, en brengt het bij de priester. Als de priester de wierook er heeft opgelegd, gaat hij bij de twee anderen staan voor de processie. Dan loopt de priester of de diaken met met het evangelieboek naar de lezenaar, terwijl de misdienaars met kaarsen en wierook voor hem uit lopen. De misdienaars met kaarsen gaan links en rechts van de lezenaar staan. De misdienaars met het wierook gaan er achter staan, zo dat de diaken er nog tussendoor kan.

 

Evangelie. Iedereen gaat rechtop staan.

 

De Heer zij met u. En met uw geest.                                   

Lezing uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens.......   Lof zij U, Christus.

 

De evangelielezing eindigt met:

 

Zo spreekt de Heer. Wij danken God.

 

Op zondagen: Daarna brengen de misdienaars de kaarsen en het wierookvat weg.

 

Daarna houdt de priester de preek (zaterdag en zondag). De misdienaars zitten.

 

Dan wordt op zaterdag en zondag de geloofsbelijdenis gebeden. Alle mensen staan. Ook de misdienaars gaan staan.

 

Voorbede. Na de geloofsbelijdenis gaan alle mensen samen bidden tot God. We vragen Hem dat Hij goed voor ons zorgt. Daarom vragen we Hem allerlei dingen, die we graag heb­ben. We hopen dan dat God vindt, dat het goed is voor ons. Dan zal Hij het zeker geven.

 

na iedere bede wordt gezegd: Laat ons bidden: Heer, onze God, wij bidden U, verhoor ons.
 

Deel 3 van de Mis: Dienst van de Eucharistie.

 

In de dienst van de Eucharistie wordt gebeden over Brood en Wijn. Ze worden Lichaam en Bloed van Christus. Iedereen die wil krijgt de communie. Brood en wijn worden naar het altaar gebracht. Na de communie wordt het altaar weer leeg gemaakt.

 

LET NU GOED OP: NU BEGINT HET ECHTE WERK VOOR DE MISDIENAARS.

 

De priester of diaken gaat naar het altaar. Twee of meer misdienaars gaan naar de credenstafel. Eén misdienaar pakt de kelk, met alles wat daar opligt (Corporale, kelkvelum, palla, kelkdoekje). De andere misdienaars pakken de hostieschaaltjes. Als je alleen de mis dient, neem je de kelk in de ene hand en de hostieschaal in de andere hand.

Let op: als er Kinderwoorddienst is, brengen de kinderen brood en wijn mee. Dan moet je de schalen en de kelk bij de altaartrappen afhalen!

Samen loop je naar de priester of diaken. Hij neemt de kelk en de hostieschaal aan. Daarna maken de misdienaars samen een kleine buiging en gaan naar de credens terug. Ondertussen wordt alles op het altaar gereed gemaakt. Als er geen koor of organist is, zegt de priester:

 

         Gezegend zijt Gij, God, Heer van al wat leeft. Uit uw milde hand hebben het brood ontvangen. Aan U dragen wij op de vrucht van de aarde, het werk van onze handen. Maak het voor ons tot Brood van eeuwig leven. Gezegend zijt Gij, God, in alle eeuwen.

 

Daarna brengen de twee misdienaars de kannetjes met water en wijn. De één pakt de wijn, de ander het water. De priester of diaken doet beiden in de kelk. Hij geeft de kannetjes terug. Daarna maken de misdienaars samen een kleine buiging en gaan naar de credens terug. Ondertussen zet de priester de kelk op het altaar. Als er geen koor of organist is, zegt hij:

 

         Gezegend zijt Gij, God, Heer van al wat leeft. Uit uw milde hand hebben wij de beker ontvangen. Aan U dragen wij op de vrucht van de wijngaard, het werk van onze handen. Maak het voor ons tot bron van eeuwig leven.

                Gezegend zijt Gij, God, in alle eeuwen.

 

Op zondagen wordt er wierook gebruikt. Eén of twee misdienaars brengen het wierookvat en het scheepje naar de priester. De priester legt de wierook op de gloeiende kool. Dan komt er rook uit.

Hij neemt het wierook­vat in zijn hand en loopt rond het altaar. Het is een teken van eerbied voor Jezus die in Brood en Wijn bij ons gaat komen. Als hij klaar is, geeft hij het wierookvat terug. De misdienaars buigen. De misdienaar die het wierookvat vasthoudt (of de diaken), bewierookt de priester. (driemaal twee slagen) Daarna loopt hij naar voren, en bewierookt het volk (driemaal één slag). Dan wordt het wierookvat teruggehangen en gaan deze misdienaars naar hun plaatsen.

 

In alle missen: De misdienaars komen naar de priester voor de handwassing. De ene met de schaal en waterkan. De tweede misdienaar heeft de doek over zijn arm of in zijn handen. De misdienaar met de waterkan giet water over de handen van de priester. De priester neemt de handdoek en maakt zijn handen droog. Dan geeft hij de doek terug aan de misdienaar. Dan buigen de misdienaars samen, en brengen de waterkan en de schaal naar de credenstafel. Dan gaan ze naar hun plaatsen.

De misdienaars blijven nu staan.

 

Dan gaan de grote gebeden over Brood en Wijn beginnen. Eerst bidt de priester een Gebed over de gaven. Hij zegt:

 

        Bidt, broeders en zusters, dat mijn en uw offer aanvaard kan worden door God, de almachtige Vader.

         Moge de Heer het offer uit uw handen aannemen tot lof en eer van zijn Naam, tot welzijn van ons en van heel zijn heilige Kerk.

 

Dan zegt hij het gebed, dat hij leest in het Missaal. Alle mensen antwoorden met: Amen.

 

Nu volgt het belangrijkste gedeelte van de Eucharistie. Het is het EUCHARISTISCH GEBED, ofwel: Het Grote Dankgebed. Daarin bidt de priester over Brood en Wijn, zodat ze Lichaam en Bloed van Christus worden. Hij bidt tot de God de Vader. Hij bedankt God voor alles wat Hij voor ons heeft gedaan. Heel speciaal bedankt Hij God voor Jezus die is gestorven en verrezen.

De misdienaars gaan staan op de plaats waar de Altaarschellen staan. De altaarschellen zijn koperen bellen. Ze worden gebruikt bij de Consecratie.

 

Het gebed begint:

 

                De Heer zij met u. En met uw geest.

                Verheft uw hart. Wij zijn met ons hart bij de Heer.

                Brengen wij dank aan de Heer onze God. Hij is onze dankbaarheid waardig.

 

De priester bidt nu als eerste deel van het Eucharistisch gebed de PREFATIE. Dat is een gebed dat past bij de tijd of het feest. De prefatie wordt door allen besloten met:

 

Heilig, heilig, heilig de Heer de God der hemelse machten. Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid. Hosanna in den hoge. Gezegend Hij die komt in de Naam des Heren. Hosanna in den hoge.

 

Tijdens dit gebed gaan de misdienaars knielen. In de kerk knielen ze op de trappen. Daar liggen kussentjes. In de kapel kniel je voor de bank.

 

Dan begint de priester te bidden. Let goed op, want snel komt de CONSECRATIE. Op dat moment bidt de priester en worden brood en wijn Lichaam en Bloed van Christus. Al de priester het brood in zijn handen neemt zegt hij:

 

           Neemt en eet hiervan, gij allen, want dit is mijn Lichaam, dat voor u gegeven wordt.

 

Daarna heft hij de hostie op, zodat de mensen het kunnen zien. De misdienaars bellen met de altaarschellen, totdat de priester de hostie weer heeft neergelegd.

Dan neemt de priester de kelk in zijn handen. Hij bidt:

 

         Neemt deze beker en drinkt hier allen uit, want dit is de beker van het nieuwe, altijddurende verbond, dit is mijn Bloed, dat voor u en alle mensen wordt vergoten tot vergeving van de zonden. Blijft dit doen om Mij te gedenken.

 

Daarna heft hij de kelk op, zodat de mensen het kunnen zien. De misdienaars bellen met de altaarschellen, totdat de priester de kelk weer heeft neergelegd.

 

Dan blijven de misdienaars netjes geknield tot het Onze Vader. Bij het Onze Vader staan de misdienaars op en gaan (op zondagen) op de plaats staan waar ze de communie ontvangen.

 

           Onze Vader, die in de hemel zijt, uw Naam worde geheiligd, uw Rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood; en vergeef ons onze schuld, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven; en leid ons niet in bekoring, maar verlos ons van het kwade.

 

          Verlos ons, Heer, van alle kwaad, geef vrede in onze dagen, dat wij, gesteund door uw barmhartigheid, vrij mogen zijn van zonde, en beveiligd tegen alle onrust, hoopvol wachtend op de komst van Jezus Messias, uw Zoon.

 

          Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in eeuwigheid. Amen.

 

          Heer Jezus Christus, Gij hebt aan uw apostelen gezegd: "Vrede laat Ik u, mijn vrede geef Ik u", let niet op onze zonden maar op het geloof van uw Kerk; vervul uw belofte: geef vrede in uw Naam en maak ons één. Gij die leeft in eeuwigheid. Amen.

 

          De vrede des Heren zij altijd met u. En met uw geest.

 

Op zondagen geven de mensen elkaar in de kerk de vredeswens. Dat betekent: ze geven elkaar een hand. Dat doen de misdienaars ook, maar zonder te praten of oneerbiedig te doen.

 

Nu komen de misdienaars netjes bij de priester staan voor de communie. In de kerk staan ze achter de priester. In de kapel naast de priester. Ze wachten netjes, terwijl de priester het brood breekt. Hij zegt:

 

                Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons.

                Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons.

                Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld, geef ons de vrede.

 

Dan laat de priester de gebroken hostie aan de mensen zien en zegt:

 

                Zalig zij, die genodigd zijn aan de Maaltijd des Heren.

                Zie het Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld.

                Heer, ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt.

                maar spréék en ik zal gezond worden.

 

Dan geeft de priester de communie aan de misdienaars. Hij legt de hostie op de hand – net zoals je altijd doet. De misdienaars steken de hostie meteen in de mond.

Daarna maken ze samen een buiging en gaan naar hun plaatsen terug. Ze zitten tot de priester klaar is met communie-uitdelen en danken Jezus.

Als de priester klaar is met communie-uitdelen brengt hij de overgebleven hosties naar het tabernakel. De misdienaars gaan staan. Dan maakt de priester de hostieschaal schoon. Hij doet alle kruimeltjes in de kelk. Eén van de misdienaars komt met het waterkannetje. Hij giet wat water in de kelk. Als er genoeg in zit, buigt hij. Dan brengt hij het waterkannetje terug. De priester ruimt ondertussen alles op. Dan komen twee of mer misdienaars naar het altaar (afhankelijk van hoeveel hostieschalen er gebruikt zijn). De priester geeft ze de hostieschaal en de kelk. De misdienaars buigen en brengen alles naar de credenstafel.

Als alles klaar is, blijven de misdienaars staan bij hun plaatsen.

De priester staat aan het altaar. Hij bidt het gebed na de communie. Als alle mensen Amen hebben gezegd, komt de zegen.

 

Deel 4 van de Mis: Slotritus

 

                De Heer zij met U. En met uw geest.

                Zegene U de almachtige God, Vader, Zoon en heilige Geest. Amen.

 

Ondertussen maken de misdienaars en alle mensen in de kerk een kruisteken. Dan zegt de priester of de diaken:

 

                Gaat nu allen heen in vrede. Wij danken God.

 

Uittocht

 

Dan gaan de misdienaars samen met de priester op een rij staan. In de kapel staan ze voor het altaar en maken een kniebuiging. In de kerk gaan ze naar het kleed onder de altaartrappen en buigen. Dan lopen de misdienaars voorop naar de sacristie. Eén misdienaar trekt aan de bel.

In de sacristie stellen priester en misdienaars zich op voor het kruis. Ze buigen.

De priester zegt: “Geloofd zij Jezus Christus” en de misdienaars antwoorden “Van nu af tot in eeuwigheid”.

 

Proficiat! De eucharistie is uit! De misdienaars trekken toog en superplie uit en mogen weer naar huis.

 READ THE BOOK - THE BIBLE CHANGE YOUR LIFE

Deutsch
de
English en français fr italiano it Nederlands nl español es português pt Norsk no svenska sv Polski pl čeština cz Slovák sk Magyar hu român ro Български bg hrvatski hr Pyсский ru Türkçe tr عربي ar

       

Heer, wees mijn Gids 

                              

INFO: DE WEG - DE WAARHEIDHET LEVENFILM - AUDIO


Wie zoekt zal vinden           


www Holyhome.nl

Boeiende Series :

Bijbelvertalingen
Bijbel en Kunst

Bijbels Prentenboek
Biblische Bildern
Encyclopedie
E-books en Pdf
Prachtige Bijbelse Schoolplaten

De Heilige Schrift
Het levende Woord van God
Aan de voeten van Jezus
Onder de Terebint
In de Wijngaard

De Bergrede
Gelijkenissen van Jezus
Oude Schoolplaten
De Zaligsprekingen van Jezus

Goede Vruchten
Geestesgaven

Tijd met Jezus
Film over Jezus
Barmhartigheid

Catechese lessen
Het Onze Vader
De Tien Geboden
Hoop en Verwachting
Bijzondere gebeurtenissen

De Bijbel is boeiend
Bijbelverhalen in beeld
Presentaties en Powerpoints
Bijbelse Onderwerpen

Vrede van God voor jou
Oude bijbel tegels

Informatie over alle kerken in Nederland: Kerkzoeker
 
Bible Study: The Bible alone!
L'étude biblique: Rien que la Bible!
Bibelstudium: Allein die Bibel!  

Materiaal voor het Digibord
Werkbladen Bijbelverhalen Bijbellessen
OT Hebreeuws-Engels
NT Grieks-Engels

Naslagwerken
Belijdenissen
Een rijke bron

Missale Romanum + Afbeeldingen
Stripboek over Jezus
Christelijke Symbolen
Plaatjes Afbeeldingen Clipart
Evangelie op Postzegels

Harmonium Huisorgel
Godsdiensten en Religies
Herinnering aan Kerken

Christian Country Music
Muzikale ontspanning
Software voor Bijbelstudie
Hartverwarmende Klanken
Read and Hear the Holy Bible
 Luisterbijbel

Bijbel voor Slechtzienden Begrippenlijst   -1-   -2-

Meer weten over de Psalmen, gezangen, liturgieën, belijdenisgeschriften: Catechismus, Dordtse Leerregels en veel andere informatie? . Kijk opOnline-bijbel.nl
         
  (
What's good, use it)



Waard om te weten :

Een hartelijk welkom op de site
Deze pagina printen
Sitemap
Wie zoekt zal vinden



FAQ - HELP

Kerk
Zondag
Advent
Kerstfeest
Driekoningen
Vastentijd
Goede Vrijdag
Aswoensdag
Palmzondag
Palmpasen
De stille week
Witte donderdag
Stille zaterdag
Paaswake
Pasen - Paasfeest
Hemelvaartsdag
Pinksteren
Biddag
Dankdag
Avondmaal
Doop
Belijdenis
Oudjaarsdag
Nieuwjaarsdag
Sint Maarten
Sint Nicolaas
Halloween
Hervormingsdag
Dodenherdenking
Bevrijdingsdag
Koningsdag / Koninginnedag
Gebedsweek
Huwelijk
Begrafenis
Vakantie
Recreatie
Feest- en Gedenkdagen
Symbolen van herkenning
 
Leerzame antwoorden op levens- en geloofsvragen


Hebreeën 4:12 zegt: "Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden"Lees eens: Het zwijgen van God

God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.
Lees eens:  God's Liefde

Schat onder handbereik


Bemoediging en troost

Bible-people - stories of famous men and women in the Bible
Bible-archaeology - archaeological evidence and the Bible
Bible-art - paintings and artworks of Bible events
Bible-top ten - ways to hell, films, heroes, villains, murders....
Bible-architecture - houses, palaces, fortresses
Women in the Bible -
 great women of the Bible
The Life of Jesus Christ - story, paintings, maps

Read more for Study  
Apocrypha, Historic Works
 GELOOF EN LEVEN een
          KLEINE HULP VOOR  ONDERWEG