HET EVANGELIE OP POSTZEGELS
is de vindplaats van materiaal
voor Bijbelstudie, geloofstudie, catechese, school, kring, persoonlijk
geloof, studie thuis, kerk, club, nieuws, godsdienstonderwijs,
zingeving en vooral heel veel mogelijkheden om je Bijbelkennis te
vergroten. Blijf
niet afhankelijk van anderen maar lees zelf de Bijbel. Investeer in
geestelijke rijkdom.
BIJBEL: bron van vrede
De Bijbel is niet een
boek wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om
je weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer
heeft afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren
kennen. Ontdek de bron van vrede, het Woord van God, ook op
postzegels.
Ruim 50.000 postzegels metreligieuze inslag zijn er wereldwijd.
'God’ is de meest voorkomer zegeltekst.
Er zijn veel christenen die postzegels verzamelen - dat is uiteraard nietzo bijzonder. Het bijzondere zit 'm erin dat ze verzamelen op bijbelsethema"s. En daar ben je wel even mee bezig,want er zijn wereldwijd meer dan 50.000 postzegels met een religieuzeinslag uitgegeven.
Kortom: een ware uitdaging voor verzamelaars van postzegels, poststempels en poststukken, waarvan de thema's direct of indirect verband houden met Bijbel en Christendom.
Postzegels vertellen een verhaal, bijvoorbeeld over het Kerstfeest


Postzegels vertellen een verhaal, bijvoorbeeld over Driekoningen

Postzegels vertellen een verhaal, bijvoorbeeld over het Pinksterfeest

"Toen de dag van het
Pinksterfeest aanbrak, waren ze allen bij elkaar.Plotseling klonk er
uit de hemel een geluid als van een hevigewindvlaag, dat het huis waar
ze zich bevonden geheel vulde. Erverschenen aan hen een soort vlammen,
die zich als vuurtongenverspreidden en zich op ieder van hen neerzetten
en allen werdenvervuld van de Heilige Geest en begonnen op luide toon
te spreken invreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven

In Jeruzalem woonden destijds
vrome Joden, die afkomstig waren uit iedervolk op aarde. Toen het
geluid weerklonk dromden ze samen en zegeraakten geheel in verwarring
omdat ieder de apostelen en de andereleerlingen in zijn eigen taal
hoorde spreken. Ze waren buiten zichzelfvan verbazing en zeiden:
Hetzijn toch
allemaal Galileeërs die daar spreken? Hoe kan hetdan
dat wij hen allemaal in onze eigen moedertaal horen? Wij allenhoren hen
in onze eigen taal spreken. over Gods grote daden."(Hand2.-1-8, 11b)
Hier staat ‘Beresjiet’ wat betekent “In den beginne”. Uitg. T.g.v. De eerste gedrukte Hebreeuwse Bijbel in 1388
Sinds het eerste Pinksterfeest
is het evangelie verspreid over de helewereld. In de eerste plaats door
de verkondiging en de bijbel.Oorspronkelijk werd de bijbel in het
Hebreeuws (Oude Testament) enGrieks (Nieuwe Testament) geschreven. Dat
waren in die tijdwereldtalen, zoals het Engels dat nu is. God gaf zijn
Woord in een taaldie mensen konden begrijpen.
HetNieuwe Testament
werd geschreven in het alledaagse Grieks en niet inhet klassieke Grieks
van de geleerden. De Bijbel moest immers leesbaarzijn voor alle mensen,
zodat zij de boodschap kunnen verstaan inwoorden die hen aanspreken.

In de vierde eeuw waren er
verschillende "oud-Latijnse" vertalingenbekend, maar die waren weinig
bevredigend en liepen nogal uiteen.Daarom gaf bisschop Damasus in 382
na Chr. aan de christengeleerdeHiëronymus de opdracht een
herziening te maken van de Latijnsebijbel. Na twintig jaar arbeid was
de vertaling klaar en kreeg deze denaam Vulgaat, wat betekent "gewoon
populair". De bijbel was dusgeschreven in het Latijn dat door het
gewone volk gesproken werd. Hoebelangrijk deze bijbelvertaling wel is,
blijkt ook uit het feit datveel oude Europese bijbelvertalingen niet op
de grondtekst steunden,maar op de Vulgaat.

In dezelfde eeuw dat de Vulgaat
gereed kwam, begon het Romeinse Rijklangzaam af te brokkelen. Germaanse
stammen uit het noorden, zoals deVandalen en de Gothen, drongen het
keizerrijk binnen en richtten groteverwoestingen aan, een waar
"vandalisme". Ook de christelijke kerk hadveel van deze plundertochten
te lijden. Veel Bijbels werden vernietigd,maar in eenzame kloosters
gingen dappere monniken moedig door met hetkopiëren van het
Heilige Boek
Na verloop van tijd echter werd het Latijn van de Vulgaat alleen nog maardoor wetenschappers en priesters gesproken en konden de mensen debijbel niet meer lezen. Overigens wilden de kerkelijke leiders dat ookniet. De bestudering van de Bijbel werd voorbehouden aan degeestelijken. De kerk beperkte zich er toe de boodschap van de Bijbelaan het volk bekend te maken in, voornameli jke Latijnse!, preken en inbeeldvorm door middel van schilderijen op kerkmuren, houtsnijwerk, enmysteriespelen die werden uitgevoerd in kerken en op kerk- enmarktpleinen.


Het volk wilde de
boodschap van de Bijbel echter in zijn eigen taal horen.
Pogingen om delen van de Bijbel in de landstaal onder de bevolking
teverspreiden, stuitten in de Middeleeuwen op groot verzet van
debisschoppen en kardinalen, die bang waren dat de mensen de Bijbel
nietop de officiële wijze zouden opvatten en uitleggen.
Degenen diedat toch deden werden vervolgd en belandden onder meer op
debrandstapel. De in beslag genomen bijbels of bijbelgedeelten
werdenvernietigd.

Maar in het midden
van de 15e eeuw gebeurde er iets dat door geen enkelevervolging kon
worden tegengehouden. Dat was, dat zowel in Nederlanddoor Laurens Jansz
Koster als en in Duitsland door Johann Gutenberg deboekdrukkunst werd
uitgevonden. En zie daar: het eerst boek dat van dedrukpersen rolde,
was de Bijbel. In 1452-1455 drukte Gutenberg namelijkde Vulgaat, deels
op perkament (ca, dertig stuks), deels op papier 120stuks. De geweldige
uitvinding van de boekdrukkunst verbreidde zichsnel, en binnen vijftig
jaar waren er al delen van de Bijbel gedrukt inzes talen.
In 1517 begon de
reformatie, die in gang gezet werd door Maarten Luther.Deze gebeurtenis
betekende een omwenteling in de geschiedenis van dekerk en had tot
gevolg dat men in veel Europese landen behoefte kreegaan een vertaling
in de landstaal. In 3 maanden (van december1521-maart 1522) vertaalde
Luther het Nieuwe Testament, waarbij hijzich baseerde op de vertaling
van Erasmus uit 1516. De eerste oplagevan 5000 ex. was in
één jaar uitverkocht en in 1534verscheen de hele
bijbel in het Duits.
De eerste Bijbel,
die
in ons land werd gedrukt was de Delftse Bijbel. Dezebevatte alleen het
Oude Testament en de apocriefe boeken, maar niet dePsalmen. De drukkers
kozen hiervoor om tijd en geld uit te sparen. Zegingen er van uit dat
de meeste kopers de psalmen al hadden in hungetijdenboek. Even zo goed
bestond de Delftse Bijbel uit tweeomvangrijke delen met bijna 1300
bladzijden.

De Delftse Bijbel
draagt nog diverse kenmerken van het handgeschrevenboek. De pagina's
bestaan uit twee kolommen, waarin aan het begin vanelk nieuw hoofdstuk
door een rubricator met rode inkt opschriften enhoofdletters zijn
aangebracht.
In 1562 kwam de Deux Aes Bijbel uit, maar die voldeed niet, omdat
hetslechts een vertaling was van de Luther Bijbel. Weer een halve
eeuwlater besloot men de hele Bijbel uit de grondtekst te vertalen.
Marnixvan St. Aldegonde werkte hieraan tot zijn dood in 1598. De
Dordtsesynode gaf in 1619 andere vertalers de opdracht de vertaling af
temaken. In 1637 was het werk voltooid en rolde de
NederlandseStatenvertaling (zo genoemd omdat hij op last van de
Staten-Generaalwas gemaakt) van de drukpers. Eeuwenlang bleef dit de
Bijbel, die dooralle protestantse groeperingen werd gebruikt. Deze
vertaling kreeg eenenorme invloed op het volksleven.
Vanaf de 19e eeuw ontstonden er wereldwijd verschillendeBijbelgenootschappen, die de Bijbel vertaalden in hun eigen taal zoalsop de onderstaande zegels te zien is.


Volgens de laatste
gegevens zijn er 414 talen, waarin de complete Bijbel isvertaald, en
1,068 vertalingen van het Nieuwe Testament. En toch, omdater nog steeds
300 miljoen mensen zijn die een taal spreken, waarin noggeen bijbelboek
beschikbaar is, blijft bijbelvertaalwerk eendringende
opdracht voor de christenen van vandaag.
Postzegels van Vaticaanstad zeer geliefd
Vaticaanstad is een
klein onafhankelik gebied bij Rome, dat sinds 1929 zelfstandig is onder
de pausen. De paus, de leider van de rooms-katholieke kerk, is het
hoofd van Vaticaanstad. Voor het dagelijks bestuur van het
miniatuurlandje benoemt hij een gouverneur.
Het legertje van Vaticaanstad bestaat uit leden van de Zwitserse Garde.
De leden van deze bewakingsdienst zijn vrijgezelle katholieke mannen
uit Zwitserland.
Het kleine staatje heeft onder meer een eigen postbedrijf.

Kruis als teken van Pasen
Symbool van de
overwinning op zonde en dood. Toch werd het kruistekenin de eerste
eeuwen niet gebruikt, omdat de christenen in die tijd ergte lijden
hadden van vervolgingen. Het gebruik van het kruisteken wasveel te
gevaarlijk. Daarom zochten ze naar vervangende tekens zoals hetanker,
waar een verborgen kruisvorm in zit.
Ook het beeld van de
vis was zo’n geheim herkenningsteken. HetGriekse woord voor
vis is ICHTHUS. Men zag in deze letters debeginletters van de woorden:
Iesous Christos Theous Soter, JezusChristus Gods Zoon, Redder. De
christenen tekenden dit teken op muren of met hun voeten in het zand.In
de catacomben waar de vervolgde christenen hun schuilplaats hadden,is
dit teken ook meerdere malen aangetroffen.

Een andere reden
waarom de kruisiging in de eerste eeuwen niet werdafgebeeld is, dat
schaamte de eerste christenen daarvan weerhield. Dedood door kruisiging
was een oneervolle terechtstelling die door deRomeinen werd toegepast
voor de zwaarste misdrijven en alleen aan degrootste misdadigers
en slaven werd opgelegd. Deze vorm vanexcecutie werd bovendien
als buitengewoon vernederend ervaren. Mensen die het
Romeinsgeboorterecht bezaten en die ter dood veroordeeld waren, werden
zoalsde apostel Paulus, eervoller gedood, namelijk door onthoofding.

De
christenvervolgingen
duurden tot 312. In dat jaar leverde Constantijnde Grote, slag met
Maxentius die de stad Rome onrechtmatig in bezit hadgenomen.
In de nacht voor het beslissende gevecht kreeg de keizereen visioen. Er
verscheen een engel in z’n slaapkamer, die hemwakker maakte
en opdracht gaf zich op te richten. De engel toonde dekeizer een kruis.
Boven het kruis was in gouden letters geschreven“In hoc signo
vinces”: “In dit teken zult
gijoverwinnen”.

De volgende dag werd
er strijd geleverd op de Pontus Milvius, een brug over de
Tiber, noordelijk van Rome. De afloop zag er voor hetleger van
Constantijn bedenkelijk uit. Toen verscheen weer hetzelfdeteken in de
lucht met dezelfde woorden: “In dit teken zult
gijoverwinnen”.
Toen keerden de kansen en het leger van de tegenstander
werdvernietigend verslagen en Maxentius verdronk in de rivier.
Constantijnzag in dat hij zijn zege te danken had aan de God van de
christenen enstond hen vrijheid van godsdienst toe. Het Edict van
Milaan (313)verklaarde het christendom tot toegelaten godsdienst en
bepaalde datverbeurd verklaarde goederen moesten worden teruggegeven en
dat hetgeenvernietigd was, vergoed moest worden.

Nadat de christenen
onder keizer Constantijn hun godsdienst vrij en openlijkmochten
beleven, stond niets de uitbeelding van Christus’kruisiging
meer in de weg. Vanaf die tijd zien we op sarcofagen hetkruis
veelvuldig afgebeeld. Hier zien we het kruis met hetChristusmonogram
dat Constantijn in zijn droom zag.

Het monogram bestaat
uit twee Griekse letters de chi en de rho, de tweeeerste letters van
het woord Christus. In dit embleem zag men al gauwhet teken van het
kruis en dat maakte het tot een duidelijkherkenningsteken voor de
volgelingen van Christus. Opmerkelijk is datkeizer Constantijn de
kruisiging van misdadigers afschafte om denagedachtenis aan de
kruisdood van Christus niet te bezoedelen.
Dankzij de eerste christelijke keizer is het kruis het symbool
bijuitstek geworden van het christendom. In de vierde en vijfde eeuw
zagje het overal: op de muren van catacomben, op
wandschilderingen,mozaieken en lampen.

Keizerin Helena, de
moeder van keizer Constantijn, had een bijzondere vereringvoor het
kruis waaraan Christus was gestorven, en waaraan haar zoon
diebelangrijke overwinning te danken had. In 320 besloot ze naar
Jeruzalemte gaan om dat zegen brengende kruis te gaan zoeken. Zij
verzamelde eenaantal Joodse geleerden. En één van
hen, een zekereJudas, kon zich herinneren dat zijn overgrootvader, een
neef was vanStefanus. Deze Stefanus die de eerste christelijke
martelaar was, hadde overgrootvader van Judas de plaats
gewezen waar het kruisverborgen lag.

Judas bracht Helena
naar die plaats en begon daar te graven. Na verloop vantijd vonden ze
de drie kruisen: dat van Christus en die van de tweemoordenaars. De
drie kruisen van Golgotha, waren niet van elkaar teonderscheiden. Wat
was nu het kruis waar Christus aan wasgestorven? Judas hield
een passerende begrafenisstoet aan. Hijlegde de eerste twee kruisen op
het lichaam van de gestorvene, maardeze reageeerde niet. Toen het
laatste kruis met de dode in aanrakingwerd gebracht, kwam deze terstond
tot leven. Dat laatste kruis moestdus wel het kruis van Christus
zijn.
Het kruis werd in twee stukken verdeeld. Eén deel gaf Helena
aanhaar zoon, die het in Constantinopel bewaarde. Het andere stuk liet
zijachter op de plaats waar het gevonden was.
Deze verdeling is het begin van de uiteindelijke versplintering van
hetkruis. Er werden namelijk steeds kleine fragmenten van afgenomen,
zodatin de middeleeuwen bijna iedere, enigszins belangrijke plaats,
beweerdeeen of meerdere kruisrelikwieën binnen de stadsmuren
te hebben.
Ook in Breda werden stukjes van het hout van het kruis vereerd. Jan
vanScorel (1495-1562) kreeg de opdracht om een aantal episoden uit
hetverhaal te schilderen op een groot altaarstuk bestemd voor
deOnze-Lieve-Vrouwekerk (Grote Kerk) in Breda.
Op het linkerluik van “De geschiedenis van het vinden van
hetware kruis” gaan de legers van Constantijn en Maxentius
elkaarflink te lijf. Het middenpaneel toont het moment dat de drie
kruisenuit de grond worden gehaald. Links achteraan herkennen we tussen
dehofdames keizerin Helena aan haar kroontje.
Op het rechterluik is het kruis van Christus in aanraking gebracht met
een dode die uit zijn graf opstaat.

Pas in de zesde eeuw
wordt Jezus afgebeeld op het kruis. In deze tijd wordtHij niet
afgebeeld als de lijdende Christus, maar als een triomfator,die met
zijn dood al het aardse heeft overwonnen.
Dat zien we ook op deze afbeelding. Links zien we de soldaat, die om
tecontroleren of Jezus werkelijk dood was, met een lanspunt in
derechterzij van Jezus steekt. Uit de opening vloeit onmiddelijk water
enbloed. Ondanks het feit dat Jezus gestorven is, zien we Hem hier
metopgeheven hoofd en open ogen. De doornenkroon, die we op veel
andereschilderijen zien, ontbreekt. In plaats daarvan draagt Jezus
enkoningskroon, als symbool van de overwinning.
Hier zien we één van de vroegste afbeeldingen van
dekruisiging namelijk uit de 6e/7e eeuw. Jezus is hier gekleed in
eencolobium. Dat is een lang, meestal mouwloos gewaad
vandonkerviolet of purper en het werd onder andere gedragen
doorByzantijnse keizers, wanneer ze na een overwinning, zegevierend
werdenbinnengehaald. Het colobium van Christus verwijst naar
Zijnheerschappij en overwinning op zonde en dood.

Vanaf de 12e eeuw
ligt de nadruk in de kruisigingsafbeeldingen op hetmenselijk lijden. De
gestorven Christus wordt dan zo realistischmogelijk afgebeeld: met
gebroken ogen, een uitgemergeld lichaam,bloedsporen, en van smart
doorstrokken gelaatstrekken, met de mond halfopen. Deze laatste wijze
van afbeelden is vooral in het Westen, metname tijdens de Gotiek,
populair geweest.


Niet alleen op
schilderijen werd het kruis en de kruisiging afgebeeld. In delate
middeleeuwen werden er steeds meer kunstvoorwerpen gemaakt die
degelovigen moesten inspireren tot meditatie en gebed.
Maar ook buiten de musea en de kerken getuigt het kruis van
Christus’ overwinning zoals hier:
Hetkruis als teken van pasen


















