|
Alleen maar mensenwerk ?
Vergeet
dat maar !

De schepping-1
In de Bijbel lezen wij dat
God de mens schiep. Nu weet ik dat velen dit niet geloven. Maar het is
duidelijk dat het gedrag van de mens bepaald wordt door zijn geloof. In
het dagelijks leven stellen wij vast dat ongelovigen de maatschappij
ernstig schaden en dat daardoor het zedelijke en morele vervalt.
Moderne sociologen kunnen vanuit hun goddeloos mensbeeld geen antwoord
op deze stijgende wereldproblemen geven.
Het huidige mensbeeld, d.i. het begrip van hoe de mens in mekaar
zit, van hoe hij denkt en handelt, wordt verklaard zonder met het
bestaan van God rekening te houden.
De ongelovige heeft geen godsbeeld. Uit dit ontbrekend
godsbeeld, volgt een verwrongen mensbeeld. Immers de mens wordt niet
meer beschouwd zoals God hem schiep. De geestelijke band met zijn
Schepper wordt ontkend. Hierdoor ontstaan er steeds meer en meer
sociale en geestelijke problemen.
Gelovigen daarentegen erkennen God als Schepper. Als gevolg
wordt het mensbeeld van een gelovige gevormd door hoe God de mens ziet.
i.p.v. hoe de mens zichzelf ziet. God is het die de mens beoordeelt.
God schiep de mens naar Zijn beeld en gelijkenis. Dit betekent
dat de mens in relatie tot God staat. Hij is zo door God gemaakt, dat
hij pas tot zijn recht komt in een verbondsverhouding tot zijn
Schepper. Daaruit volgt dat het wezen van de mens niet begrepen kan
worden zonder God.
De problemen die ontstaan door het ontkennen van God zijn ook
niet zonder God op te lossen. Hij immers openbaart het doel, het
waarom, betreffende de mens en zijn relatie tot God en zijn evennaaste.
Het verwerven van deze zelfkennis vergelijkt Jakobus met het
kijken in een spiegel: "Want wie hoorder is van het woord en niet
dader, die gelijkt op een man, die het gelaat, waarmede hij geboren is,
in een spiegel beschouwt; want hij heeft zich beschouwd, is heengegaan
en heeft terstond vergeten hoe hij er uitzag" (Jak. 1:23,24).
Boven de poort van het orakel in Delfi stond de spreuk: 'Ken uzelf'. Voor wie wijsheid zoekt, is zelfkennis belangrijk.
Wie in de Bijbel studeert en de verworven kennis op zichzelf
toepast, zal ontdekken niet alleen hoe God over ons denkt, maar ook hoe
wij echt zijn.
De schepping-2
‘In den beginne
schiep God de hemel en de aarde.’ (Gen.1:1). Zo begint de Bijbel.
Wie gelooft dat God de Schepper is van de wereld, ziet alles heel
anders dan iemand zonder dit geloof. Het geloof dat God de wereld
geschapen heeft, brengt een kijk op de werkelijkheid met zich mee, die
zich richt op de relatie met God. Je ziet het leven in het licht van de
afhankelijkheid van God.
De geschiedenis die in Genesis 1 staat beschreven heeft veel
overeenkomsten met verhalen uit het Nabije Oosten over het begin. Toch
is er ook een belangrijk verschil. Het belangrijkste in de
scheppingsverhalen van de oude heidense wereld was het behoud van de
mensheid te midden van chaos en onzekerheid, waardoor zij bedreigd
werd. Bij de schepping heeft de chaos echter geen goddelijke macht,
want de Geest Gods zweeft over de wateren en is heerser van het heelal.
Nadat God hemel en aarde geschapen heeft, gaat Hij die vormen en
vullen. Wanneer de hemel zijn bewoners, de engelen, kreeg, weten we
niet, maar hoe de aarde vorm kreeg en gevuld werd, kunnen we uitgebreid
lezen in Genesis 1.
In de eerste drie dagen gaat God de aarde vormen. Op de 1e dag maakt
Hij scheiding tussen licht en duisternis, op de 2e dag tussen wateren
onder en boven het uitspansel en op de 3e dag tussen water en land. Ook
schept Hij op de 3e dag het plantenrijk, het begin van het vullen van
de leegtes op de aarde. Hij gaat daarmee verder in de volgende drie
dagen. Op de 4e dag schept Hij zon, maan en sterren, op de 5e dag
vogels en waterdieren en tenslotte de landdieren en de mens. Na de
scheppingsdagen volgt een rustdag. God openbaart de 7e dag als rustdag,
en als een dag van viering en aanbidding van een goede God die alle
dingen goed maakte. Alles roept het uit: Heere, hoe heerlijk is uw naam
op de ganse aarde! En in de psalmen worden wij opgeroepen God ook
hiervoor te loven.
Genesis zegt niet of er iets bestond voor de schepping, òf God
iets gebruikte en wàt Hij dan gebruikte om het heelal te
scheppen. In de brief aan de Hebreeën staat: Door het geloof
verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods is toebereid, alzo dat
de dingen die men ziet, niet geworden zijn uit dingen die gezien worden
(Hebr. 11:3). De schrijver belijdt en gelooft dat God de wereld uit
niets heeft geschapen. De creativiteit van God wijkt dus sterk af van
die van ons. Terwijl wij afhankelijk zijn van materialen, muzieknoten
en woorden, schiep God de aarde terwijl er niets voorhanden was om mee
te werken.
Nadat God de wereld had geschapen liet Hij die niet achter om vanuit de
hemel toe te kijken hoe het zou gaan. De bijbel spreekt van een God die
iets van plan is met zijn schepping en hoe dat werkelijkheid wordt. Hij
zorgt voor wat Hij gemaakt heeft. God openbaart zichzelf en Hij schept
mensen om aan die openbaring gehoor te geven.
Geest - Ziel - Lichaam
De Bijbel beschrijft de mens als geest, ziel en lichaam (1 Tes. 5:23).
Niet alleen is er de natuurlijke mens, de uiterlijke, de
zichtbare; er is ook de inwendige mens (2 Kor. 4:16). Die is niet
zichtbaar als zodanig, maar wordt wel in het uiterlijke weerspiegeld
door daden, want het is onze geest die onze ziel bestuurt, en zo ons
lichaam.
Petrus leert dat het lichaam strijdt tegen de ziel: "Geliefden,
ik vermaan u als bijwoners en vreemdelingen, dat gij u onthoudt van de
vleselijke begeerten, die strijd voeren tegen uw ziel" (1 Petrus 2:11).
Deze begeerten van het vlees zijn uiteraard ook tegen de Geest: "Want
het begeren van het vlees gaat in tegen de Geest en dat van de Geest
tegen het vlees -- want deze staan tegenover elkander -- zodat gij niet
doet wat gij maar wenst" (Gal. 5:17).
Bij het bestuderen van dit onderwerp werd ik verbaasd door de
overvloed van uitdrukkingen die de Heilige Schrift gebruikt om de mens
te kenmerken.
De Bijbel beschrijft de ongelovige als de natuurlijke mens (1
Kor. 2:14), ook als de onvruchtbare (Matt. 13:22), een vriend van de
wereld (Jak. 4:4), de oude mens die ten verderve gaat (Ef. 4:22), een
kind der hel (Matt. 23:15), een zoon des duivels (Hand. 13:10; 1 Joh.
3:10). Ongelovigen worden ook beschreven als slaven der zonde (Rom.
6:17), kinderen van de boze (Matt. 13:38), kinderen der
ongehoorzaamheid (Ef. 2:2; 5:6), kinderen des toorns (Ef. 2:3),
kinderen der vervloeking (2 Petrus 2:14), dwazen (Rom. 1:22) en
onverstandigen (1 Petrus 2:15). Zij zaaien op de akker van hun vlees
(Gal. 6:8). Zij zijn in duisternis (Kol. 1:13).
Hoe beoordeelt God de mens in zijn spreken en in zijn handelen?
Al de genoemde dingen hoeven niet noodzakelijk bij iedereen voor te
komen; het kan ook slechts ten dele op iemand van toepassing zijn.
Beschouw dit dan ook als een spiegel voor uzelf en kijk in uw hart of
er iets is, waarin u te kort schiet. Falen we in één
ding, dan bedreigt dit ook het andere.
Het spreken
De wereldse mens beschouwt liegen als een gewone, zelfs
noodzakelijke, daad. "Hun keel is een open graf, met hun tong plegen
zij bedrog, addergif is onder hun lippen; hun mond is van vloek en
bitterheid vol" (Rom. 3:13).
Maar wat leert de Schrift? "Liegt niet meer tegen elkander, daar
gij de oude mens met zijn praktijken afgelegd, en de nieuwe aangedaan
hebt, die vernieuwd wordt tot volle kennis naar het beeld van zijn
Schepper" (Kol. 3:9,10). "Liegt niet tegen de waarheid. Dat is niet de
wijsheid, die van boven komt, maar zij is aards, ongeestelijk, duivels"
(Jak. 3:14,15). Wie de leugen liefheeft en doet zal de stad Gods nooit
binnengaan (Openb. 21:27; 22:15).
"Legt daarom de leugen af en spreekt waarheid, ieder met zijn
naaste, omdat wij leden zijn van elkander. ... Geen liederlijk woord
kome uit uw mond, maar als gij een goed (woord) hebt, tot opbouw, waar
dit nuttig is, opdat zij, die het horen, genade ontvangen. ... Alle
bitterheid, gramschap, toorn, getier en gevloek worde uit uw midden
gebannen, evenals alle kwaadaardigheid" (Ef. 4:25,29,31).
Hoewel zotte en losse taal in de wereld als normaal wordt
beschouwd, mag er bij gelovigen daar geen sprake van zijn (Ef. 5:4).
"Uw spreken zij te allen tijde aangenaam, niet zouteloos; gij
moet weten, hoe gij aan ieder het juiste antwoord moet geven" (Kol.
4:6).
Het handelen
Hoe beoordeelt God het handelen van de mens?
Het valt op hoe groot de zonde is onder de mensen,
hoe ver wij van God verwijderd waren, de omvang van de strijd van het
vlees tegen de ziel (1 Petrus 2:11).
"Waaruit komt bij u strijden en vechten voort? Is het niet
hieruit: uit uw hartstochten, die in uw leden zich ten strijde
toerusten? Gij begeert, doch gij hebt niet; gij zijt moorddadig en
naijverig en gij kunt er niets mede verkrijgen; gij vecht en gij
strijdt. Gij hebt niets, omdat gij niet bidt. (Of,) gij bidt wel, maar
gij ontvangt niet, doordat gij verkeerd bidt, om het in uw hartstochten
door te brengen. Overspeligen, weet gij niet, dat de vriendschap met de
wereld vijandschap tegen God is? Wie dus een vriend der wereld wil
zijn, wordt metterdaad een vijand van God. Of meent gij, dat het
schriftwoord zonder reden zegt: De geest, die Hij in ons deed wonen,
begeert Hij met jaloersheid?" (Jak. 4:1-6).
"Het is duidelijk, wat de werken van het vlees zijn: hoererij,
onreinheid, losbandigheid, afgoderij, toverij, veten, twist, afgunst,
uitbarstingen van toorn, zelfzucht, tweedracht, partijschappen, nijd,
dronkenschap, brasserijen en dergelijke, waarvoor ik u waarschuw, zoals
ik u gewaarschuwd heb, dat wie dergelijke dingen bedrijven, het
Koninkrijk Gods niet zullen beërven" (Gal. 5:19-21).
Wie een los leven leidt is levend dood (1 Tim. 5:6). Zware
tijden zijn het gevolg van goddeloosheid: "Weet wel, dat er in de
laatste dagen zware tijden zullen komen, want de mensen zullen
zelfzuchtig zijn, geldgierig, pochers, vermetel, kwaadsprekers, aan hun
ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, liefdeloos, trouweloos,
lasteraars, onmatig, onhandelbaar, afkerig van het goede, verraderlijk,
roekeloos, opgeblazen, met meer liefde voor genot dan voor God, die met
een schijn van godsvrucht de kracht daarvan verloochend hebben; houd
ook dezen op een afstand" (2 Tim. 3:1-5).
Uit dit alles wordt het duidelijk hoe groot de zonde is in Gods
ogen, hoeveel het eenvoudig woord 'bekering' inhoudt, en hoezeer wij de
hulp van Gods Heilige Geest nodig hebben om niet meer te zondigen.
De Bijbel weerspiegelt hoe de natuurlijke mens is, hoe wij
moeten sterven voor de zonde (de zonde niet meer doen), en hoe de
kennis en liefde van Jezus Christus in ons moet groeien door het geloof
in Hem.
"Dit zeg ik dan en betuig ik in de Here, dat gij niet langer
moogt wandelen zoals ook de heidenen wandelen, in de ijdelheid van hun
denken, verduisterd in hun verstand, vervreemd van het leven Gods om de
onwetendheid, die in hen heerst, om de verharding van hun hart. Zij
hebben zich immers in hun verdoving overgegeven aan de losbandigheid om
gretig winst te slaan uit allerlei onreinheid. Maar gij geheel anders:
gij hebt Christus leren kennen. Gij toch hebt van Hem gehoord en zijt
in Hem onderwezen, gelijk dit de waarheid is in Jezus, dat gij, wat uw
vroegere wandel betreft, de oude mens aflegt, die ten verderve gaat,
naar zijn misleidende begeerten, dat gij verjongd wordt door de geest
van uw denken, en de nieuwe mens aandoet, die naar (de wil van) God
geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid" (Ef. 4:17-24).
De nieuwe mens, hij die herboren is naar de Geest, strijdt tegen
het vlees. Daar waar het woord in de goede aarde valt, worden er
vruchten voortgebracht (Matt. 13:8,23), vruchten van het licht: "Want
gij waart vroeger duisternis, maar thans zijt gij licht in de Here;
wandelt als kinderen des lichts, -- want de vrucht des lichts bestaat
in louter goedheid en gerechtigheid en waarheid --, en toetst wat de
Here welbehagelijk is. En neemt geen deel aan de onvruchtbare werken
der duisternis, maar ontmaskert ze veeleer, want het is zelfs
schandelijk om te noemen, wat heimelijk door hen wordt verricht" (Ef.
5:8-12).
"Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede,
lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid,
zelfbeheersing" (Gal. 5:22).
Na dit overzicht van deugden en ondeugden is het duidelijk hoe God de mensen beziet.
Ken uzelf, of leer uzelf kennen.
Wanneer men God niet kent of erkent ontstaat daardoor het kwade:
"En daar zij het verwerpelijk achtten God te erkennen, heeft God hen
overgegeven aan een verwerpelijk denken om te doen wat niet betaamt:
vervuld van allerlei onrechtvaardigheid, boosheid, hebzucht en
slechtheid, vol nijd, moord, twist, list en kwaadaardigheid;
oorblazers, lasteraars, haters van God, verwatenen, overmoedigen,
grootsprekers, vindingrijk in het kwaad, hun ouders ongehoorzaam;
onverstandig, onbestendig, zonder hart of barmhartigheid" (Rom.
1:28-31).
Wanneer men echter Gods wil wil doen, zal een onberouwelijke
inkeer tot zaligheid volgen (2 Kor. 7:10). Door Gods woord leert men
zichzelf kennen, en van Gods Geest ontvangt men de kracht om te
veranderen naar Gods beeld: "En wij allen, die met een aangezicht,
waarop geen bedekking meer is, de heerlijkheid des Heren weerspiegelen,
veranderen naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid,
immers door de Here, die Geest is" (2 Kor. 3:18).
Onderzoekt uzelf, beveelt de apostel Paulus, of u wel in het geloof zijt, of Christus in u is (2 Kor. 13:5).
"Wij weten dat wij uit God zijn en de gehele wereld in het boze ligt" (1 Joh. 5:19).
"Zij hebben zich immers in hun verdoving overgegeven aan de
losbandigheid om gretig winst te slaan uit allerlei onreinheid. Maar
gij geheel anders: gij hebt Christus leren kennen" (Ef. 4:19,20)
.
KLAVERTJE VIER

Lees verder over : De Schepper - De levengever - De wetgever - De ontwerper
Veel gehoorde uitspraak : wij stammen van de apen af
Zo,
zo dat is nogal een boude bewering. Heb je je wel eens afgevraagd of de
apen daar echt blij mee zijn? Inderdaad, soms zie je mensen die jouw
bewering lijken te onderstrepen.
Het gaat erom wat je gelooft
Het
is trouwens een bewering, die jij hier uit. Nee, zul jij daar tegenin
brengen, het is geen bewering, het is een wetenschappelijk vastgesteld
feit. Ik op mijn beurt waag het om daar een forse partij vraagtekens
bij te plaatsen. Ik ben zelf geen wetenschapper, maar voor mij is
één ding wel heel duidelijk: of je nu in de
evolutietheorie gelooft - dat wil zeggen dat je gelooft dat alles wat
je ziet op een heel geleidelijke manier in miljoenen jaren zich heeft
ontwikkeld tot waar we nu zijn - of dat je gelooft in een door God in
zes dagen geschapen wereld, het gaat in beide gevallen om geloof.
Overtuigde, maar eerlijke evolutionisten, hebben zelf ernstig gewezen
op alle vage en onbewezen stellingen in de evolutieleer en op de vele
gegevens die daarmee in strijd zijn.
Evolutietheorie, waarom?
Weet
je waarom de evolutietheorie is uitgevonden en zoveel aanhangers heeft?
Om de gedachte aan God, Die de wereld heeft geschapen en aan Wie de
mens verantwoording verschuldigd is, uit te bannen. De evolutietheorie
is uiteindelijk niet gebaseerd op wetenschappelijke resultaten, maar op
filosofische en humanistische stellingen.
Uitgangspunt is: geloof je dat de Bijbel Gods Woord is
Het
'evolutiegeloof' is gebaseerd op een bepaalde levensbeschouwing. Als je
het hebt over de vraag: wat is het nu: schepping of evolutie, hangt het
antwoord op die vraag af van het antwoord op een dieper liggende vraag:
geloof je dat de Bijbel het geïnspireerde, onfeilbare Woord van
God is? Als je dat niet doet, verwerp je het feit van de schepping
zoals God dat ons heeft geopenbaard. Er blijft jou niets anders over
dan het primitieve, heidense evolutiegeloof.
God heeft de wereld geschapen
Ik
ben er volkomen van overtuigd dat God de hemel en de aarde heeft
geschapen, omdat dat zo in de Bijbel staat. Genesis 1 vers 1 -> 'In
het begin schiep God de hemel en de aarde.' De mens is een uniek
scheppingswonder van God. De mens, jij, stamt niet van de apen af, maar
van God. Dat blijkt duidelijk uit Genesis 1 vers 27 Genesis 1 vers 27
-> 'En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep
Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.' en wordt bevestigd door Lukas 3
vers 38, waar de lijn van het geslacht waaruit de Here Jezus als Mens
is geboren eindigt met 'van Adam, van God'. Omgekeerd betekent dat dus,
dat God Adam schiep, Adam kreeg Seth, die kreeg weer een zoon enz. En
via het geslachtsregister dat in Lukas 3 vanaf vers 23 wordt gegeven,
wordt dan uiteindelijk de Here Jezus geboren. Terug naar de schepping.
Hebreeën 11 vers 2 zegt het zo: 'Door het geloof begrijpen wij dat
de werelden door Gods woord bereid zijn, zodat wat men ziet, niet
ontstaan is uit wat zichtbaar is.' Was er iemand bij toen de wereld
ontstond? Gód was erbij, en de Schepper van de wereld is de
Schrijver van de Bijbel. De Bijbel zegt verder nog over het geloof:
'Zonder geloof is het onmogelijk God te behagen; want wie tot God
nadert moet geloven dat Hij is en dat Hij een beloner is van hen die
Hem zoeken' -> Hebreeën 11 vers 6. Hier gaan we nog een stap
verder. Het geloof leert ons niet alleen de oorsprong van de dingen
kennen, maar leert ons de Schepper kennen. Ben jij alleen op zoek naar
waarheid over schepping of evolutie of ben jij ook ernstig op zoek
gegaan naar de Schepper Zelf?
Geen opgang, maar neergang
Volgens
evolutionisten is de mens een veredeld dier, die uit de diepte via
onder andere de apen omhoog is geklommen tot mens en nog hoger zal
klimmen. Volgens de Bijbel is het precies omgekeerd. De mens is goed
door God geschapen, maar door zijn afschuwelijke ongehoorzaamheid in de
zonde gevallen. Sindsdien is het met de mens niet bergopwaarts maar
bergafwaarts gegaan. Die weg eindigt niet in de hoogontwikkelde
supermens, maar in het eeuwig oordeel, in de hel.
God wijst niemand af die Hem oprecht zoekt
Maar
voor de ernstige zoekers is er redding. God zegt: 'Zoek Mij en leef'
-> Amos 5 vers 4. Ga de Bijbel lezen met een hart dat aan God vraagt
of Hij zijn Woord aan jou wil duidelijk maken. Nooit heeft Hij iemand
die Hem oprecht zocht tevergeefs laten zoeken!
Rentmeesterschap
We moeten God dus
gehoorzamen, ook als Hij ons de opdracht geeft voor de aarde te zorgen.
Wij hebben van God een verantwoordelijke taak gekregen, namelijk
rentmeester te zijn in zijn wereld. De Bijbel zegt dat God de wereld
schiep naar zijn welbehagen en dat Hij wil dat alles op zijn eigen wijs
aan zijn doel beantwoordt. De schepping is dus Gods handwerk en wij
moeten haar met respect behandelen.
Dat betekent niet dat wij geen vreugde mogen putten uit wat de aarde
ons biedt. Wij leven in Gods wereld, en God zelf beleeft genoegen aan
zijn schepping, al bezorgt zij hem iedere dag verdriet. Wij mogen ook
Gods creativiteit weerspiegelen, in allerlei vormen, bijvoorbeeld in
muziek, in de schilderkunst of in taal. De bijbel staat echter niet toe
dat wij hier prat op gaan. Deze gaven moeten ons ertoe bewegen God te
verheerlijken en te aanbidden.
Als God ons als rentmeester aanstelt, betekent dat niet dat wij de
aarde in ons bezit hebben. Wij maken zelf ook deel uit van de
schepping, en daarom alleen al moeten wij onze plaats weten. Wij moeten
voor de aarde zorgen, zonder die macht te misbruiken. Het Oude
Testament gaat juist uit van een harmonische samenwerking van de hele
schepping, zodat alles en iedereen daar voordeel van heeft. De
levenshouding van de bijbel moedigt ons aan ons te verheugen in de
gaven van de aarde als teken van Gods liefde. Het roept ons op
daadwerkelijk de eenheid met God en de natuur ervaren.
Dit kan pas gebeuren als we God als Koning gaan dienen en Hem als
Schepper van de wereld erkennen. Pas dan kunnen we meewerken met Gods
Geest, die in de natuur zijn bijzondere taak heeft. Als alle dingen
nieuw gemaakt zijn, zal deze eenheid met God en zijn schepping pas
volmaakt zijn.
Tot die tijd hebben we echter wel een taak. We zijn rentmeester,
aangesteld door God, en vooral dat laatste hebben veel mensen
tegenwoordig vergeten. Wij als christenen moeten ons in onze
levensstijl onderscheiden van mensen die niet in God en Jezus Christus
als zijn Zoon geloven. Dat betekent ook dat wij meer zorg moeten dragen
voor Gods schepping. Dit vraagt dus een actieve houding van ons, wij
moeten iets dóen. Wij moeten in al ons doen en laten Gods eer op
het oog hebben. Laten we elkaar daar dan ook op wijzen en God bidden om
ons daarin te helpen. God heeft de wereld niet de rug toegekeerd toen
de mensheid dat wel deed. Het is nog steeds Zijn wereld, en ik denk dat
het hard nodig is dat wij dat eens beseffen.
|