DE TIEN GEBODEN - 10e GEBOD
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Volgens het boek Exodus, ontving Mozes op de top van de berg Horeb in de woestijn Sinaï van de HERE ofwel JHWH op
twee stenen tafels
HET TIENDE GEBOD
10e gebod: Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij
zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn
dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn os, noch
zijn ezel, noch iets, dat uws naasten is. Kernwoorden:
respect, gerechtigheid, tevredenheid, soberheid,
matigheid, duurzaamheid
Uitwerking
- Bepaal de waarde van uw (on)geluk niet aan het bezit
van de buren.
- Aas niet op iemands functie, status of bezit. Jaloezie
verduistert de werksfeer.
- Spiegel u niet aan uw naaste, maar aan het Woord van
God.
- Exploiteer niet iemands neiging tot begeren. Gebruik
geen loterijen als lokmiddel.
- Begeer om naar al Gods geboden te leven.

Sleutelwoorden: Liefhebben en Eerbied

AANDACHTSPUNTEN
God is de Heere van de schepping. Gebruik zorgvuldig de
schepping, met
voorkoming van uitputting en overproductie.
God regeert de
wereld(politiek).
Heb God lief en niet het geld.
Winst is een levensmiddel
geen levensdoel.
Het eigen ego is een afgod.
Breng offers aan God, niet
aan de zakelijke carrière.

REDENEN OM MET BOVENSTAANDE REKENING TE HOUDEN
Het laatste in de rij van de Tien Woorden is heel anders dan de negen
andere. Het gaat over de dingen die binnenin zitten. Er wordt
uitdrukkelijk verwezen naar het menselijk hart. Regels voor het
uiterlijk handelen moeten verankerd zijn in een innerlijke houding en
gezindheid.
Positief uitgedrukt wil het laatste gebod zeggen: wees blij met wat je
gegeven is en gun het ook aan een ander. Wees tevreden met wat je hebt
en met wie je bent. Laat je toch niet verblinden door wat een ander is
en door wat hem toebehoort. Hoed je voor jaloezie, afgunst. Ken jezelf
en je grenzen. Wat kunnen mensen elkaar benijden! Dat moderne huis, die
mooie wagen, die goedbetaalde baan, een invloedrijke positie, fijne
relaties... Zo dreigt onze tijd mensen terug te voeren tot het
slavenhuis! Zij willen mensen verknechten, tot slaaf maken van drie
onwaarden: de consumptie, de concurrentie en de prestatie.
Is het begeren, waarover dit 'woord van God' spreekt, hetzelfde als
'naar iets verlangen'? Zeker niet. Wat een mens in leven houdt, zou wel
eens het verlangen kunnen zijn. Dit is een voortdurende beweging in
ieder van ons, een rusteloos zoeken. Mensen zijn blijvend op zoek naar
een zinvol werk, een gezellige thuis, dingen die het leven aangenaam
maken. Mensen verlangen naar vrede en gerechtigheid in onze wereld,
naar een samenleven waar ieder tot zijn recht kan komen. En het
mensenhart is op zoek naar het mysterie van het leven dat wij God
noemen. Begeren daarentegen is een overmatig verlangen. Buitensporig.
In plaats van een opbouwende kracht wordt het een ondermijnende kracht.
Het treedt eisend op. 'Ik wil dit hebben en ik zal het krijgen, wat het
mij ook kost. Ik moét het hebben, hoe dan ook...' Die begeerte,
waarover het tiende woord spreekt, draagt in zich al de kiemen tot
doden, echtbreuk, diefstal en leugen. In de o zo duistere kelderruimte
van ons hart ligt de oorsprong van goed en kwaad. Die verruiming
en verdieping tot het 'hart' (d.i. de persoonskern) van de mens ligt
helemaal in de lijn van de bijbelse ethiek.
Het blijkt dat we ten aanzien van onze eigen belangen wel overal rekening mee houden.

UIT DANKBAARHEID GAAN VOOR HET BESTE RESULTAAT
Helaas kent onze Westerse maatschappij armoede en is (eveneens) helaas
niet doorgedrongen tot de vele rijken. Het lage inkomen van velen staat
in geen verhouding tot de steeds duurder wordende noodzakelijke
voorzieningen, zoals huur, energie, gezondheidszorg. Velen kunnen
daarop niet bezuinigen en moeten zich in hun uitgaven beperken tot de
meest essentiële levensbehoeften. Behalve deze schrijnende
gevallen zijn de financiële moeilijkheden die talloze gezinnen
teisteren, niet het gevolg van een te laag inkomen. Veeleer worden ze
veroorzaakt door een doorgaans toereikend inkomen te besteden aan luxe
goederen en uitspattingen, en door de Westerse gewoonte van kopen op
afbetaling!
"Koop nu – betaal later", aldus de advertenties.
Maar moet u dat artikel werkelijk nu kopen? En bent u er wel zeker van dat u in staat zult zijn "later te betalen"?
Een op begeerte gebaseerde maatschappij
Agressieve reclame vormt een voortdurende aanmoediging van de neiging
'zijn stand op te houden'. Er wordt gesuggereerd dat u achterloopt of
dat het verkeerd is als u niet streeft en de begeerte hebt naar
evenveel materiële bezittingen als uw buurman. De moderne gedachte
is 'pak wat u kunt zolang u het kunt'.
De voortdurende druk om bij te blijven – wat meestal betekent
meer geld en goederen verwerven – heeft steeds meer afgoderij
voortgebracht. Eveneens de ziekelijke en onophoudelijke lust van velen
om 'hebbedingetjes' te kopen. Het verblindt het verstand en hart van
miljoenen mensen voor het bestaan van God.
Een vooraanstaand religieus tijdschrift, The Canadian Churchman,
publiceerde eens een waarlijk ontnuchterend artikel over de uitwerking
van deze materiële afgoderij op jonge Afrikaanse christenen die in
de Verenigde Staten en Canada studeren. Een van deze studenten zei:
"Voor ik hier kwam studeren, was ik een goed christen. Ik droomde ervan
zendingsarts te worden. Nu ben ik atheïst."
"Hoe komt dat?" vroeg de geschrokken interviewer.
"Sinds ik hier ben", was het antwoord, "is het me duidelijk geworden
dat de blanke twee goden heeft: één over wie hij ons
leerde, en een andere die hij aanbidt. Op een Presbyteriaanse
zendingsschool werd mij geleerd dat de stamgebruiken van mijn
voorouders, die beelden aanbaden en in tovenarij geloofden, verkeerd en
bijkans belachelijk waren. Maar hier aanbidden jullie grotere
afgodsbeelden: auto's en elektrische apparaten. Ik zie eerlijk gezegd
geen verschil."
Verrassend? Het zou niet zo mogen zijn – alleen, de meeste mensen
raken zo vertrouwd met hun eigen zonde dat zij die niet meer zien. Wij
leven in een zogenaamd 'christelijke' maatschappij, die letterlijk is
gebaseerd op hebzucht en begeerte naar steeds meer materiële
zaken! De waanzinnige inspanning om met anderen te wedijveren en
vooruit te komen is niet alleen de oorsprong van de meeste
financiële moeilijkheden, maar ook de werkelijke oorzaak van veel
lichamelijke en geestelijke ziekten, van uiteengevallen gezinnen en
frustraties. Wat het belangrijkste van alles is: deze vorm van
afgodendienst laat iemand bijna geen tijd, kracht en verlangen om zich
vertrouwd te maken met de ware God, wiens levende wetten en wegen de
ware innerlijke vrede en vreugde kunnen brengen.
Het tiende gebod
De meeste mensen realiseren zich niet dat de Tien Geboden levende,
actieve wetten zijn – precies zoals de wet van de zwaartekracht.
Ze werken automatisch. Wanneer u ze schendt, schenden ze u! Dit geldt
eveneens voor het laatste gebod van Gods wet. Al kan dit gebod worden
overtreden zonder dat wie ook het weet, de straf op de overtreding
staat absoluut vast!
Exodus 20:17 Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult
niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn
dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw
naaste is.
Van alle geboden richt het tiende zich het meest nadrukkelijk op de
relatie van mens tot mens. De kracht van het gebod ligt in deze
woorden: ". . . uws naasten . . . uws naasten . . . zijn . . . zijn . .
. zijn . . . zijn . . . van uw naaste. . . ". Het is een zevenvoudige
beveiliging van de belangen van een ander.
Het is niet verkeerd op rechtmatige wijze een vrouw of een dienstknecht
te wensen, of een os of een ezel. Wanneer echter het verlangde
wettelijk buiten bereik is van degene die het verlangt, dan is
verlangen, vermengd met begeerte om te bezitten, overtreding van het
tiende gebod.
Ofschoon dit gebod het duidelijkst op menselijke en fysieke relaties
betrekking heeft, is de geestelijke eis van het gebod in zeker opzicht
strenger dan van enig voorgaand gebod. Dit gebod reguleert zelfs het
denken en het hart van de mens. De meeste mensen zien zonde als een
uiterlijk of fysiek iets. Zij beseffen niet dat het heilige,
rechtvaardige karakter dat God in ons wil scheppen, het noodzakelijk
maakt dat ook onze gedachten volkomen gelouterd en aan die van God
gelijk worden. De daad volgt op de gedachte. Wat u denkt, dat bent u.
Indien u heimelijk Gods norm en Zijn weg afwijst, indien u in uw hart
iets begeert dat u niet op rechtmatige wijze met Zijn zegen kunt of
zult verwerven, dan zal deze geestelijke opstandigheid vroeg of laat
tot uiterlijke zonde leiden. Uw handelingen zullen dan uitlopen op een
uitdaging van God, op schending van Zijn wet, omdat uw gedachten dat
aldoor al hebben gedaan!
Het tiende gebod rekent af met alle 'oppervlakkige christelijkheid' en
onthult of iemand werkelijk zijn wil aan zijn Schepper heeft
overgegeven! Het is een diepgaand en ontzagwekkend principe. Het is
evenwel een gebod dat u moet leren gehoorzamen, indien u ooit eeuwig
leven en heerlijkheid in het Koninkrijk van God wilt beërven.
Filippensen 2:5 Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was.
Door Gods Geest in ons moeten wij de strijd van het geloof strijden, de begerige menselijke natuur die in ons is onderwerpen.
2 Corinthe 10:4 want de wapenen van onze veldtocht zijn niet
vleselijk, maar krachtig voor God tot het slechten van bolwerken,
5 zodat wij de redeneringen en elke schans, die opgeworpen wordt
tegen de kennis van God, slechten, elk bedenksel als krijgsgevangene
brengen onder de gehoorzaamheid aan Christus.
Dit is het uiteindelijke doel van de ware christen, dat volledig zal worden bereikt in de opstanding.
Gedurende dit leven evenwel moeten wij groeien in Gods karakter. Zoals
Henoch, Noach, Abraham en andere dienaren van de Allerhoogste, moeten
wij leren "met God te wandelen". Wij moeten Zijn weg gaan, doen als
Hij, denken als Hij.
Maar het normale denken van de mens wordt in beslag genomen door
egoïsme, ijdelheid, wedijver, hebzucht, haat, wellust. Het is een
gezindheid die van de wegen en gedachten van God is afgesneden.
Jesaja 55:8 Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw
wegen zijn niet mijn wegen luidt het woord des Heren. 9 Want
zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan
uw wegen en mijn gedachten dan uw gedachten.
Daarom legde Jezus er de nadruk op hoe belangrijk het is ons denken te veranderen, te bekeren en te reinigen, toen Hij zei:
Mattheus 5:8 Zalig de reinen van hart, want zij zullen God zien.
Waar staan wij
Vooral sinds de Tweede Wereldoorlog is het leven in onze Westerse
samenleving veel jachtiger geworden. Wij sloven ons uit om steeds meer
geld te verdienen. Wij jagen naar plezier en vermaak, om zoveel
mogelijk uit het leven te halen. Overal is ons geleerd met onze
medemensen te wedijveren in maatschappelijk aanzien en materiële
welvaart. Wij hunkeren nu zelfs naar luxeartikelen die in sommige
gevallen één generatie geleden nog volslagen onbekend
waren. Wij worden aangespoord meer uit te geven dan wij verdienen,
vooral aan ons zelf te denken. "Doe u zelf niet tekort!" Met dergelijke
woorden probeert de geraffineerde reclame ons het idee te geven dat het
dwaas is als wij geen grotere auto kopen, niet in een duurder
restaurant gaan eten, of geen langere en duurdere vakantiereizen maken,
onze jonge kinderen geen verslavende elektronicaprullaria geven. De
nadruk ligt hierbij op 'hebben' en op het 'ik'.
Op het internationale vlak is het deze zelfde instelling die de volken
van deze wereld ertoe brengt elkaar te bestrijden en te doden.
Jakobus 4:1 Waaruit komt bij u strijden en vechten voort? Is het
niet hieruit uit uw hartstochten, die in uw leden zich ten strijde
toerusten? 2 Gij begeert, doch gij hebt niet; gij zijt moorddadig
en naijverig en gij kunt er niets mede verkrijgen; gij vecht en gij
strijdt. Gij hebt niets, omdat gij niet bidt.
Al te vaak begeert de kapitalist meer binnen te halen dan hij kan als
hij eerlijk loon zou betalen. Dus berooft hij zijn werknemers door te
weinig te betalen en te weinig te besteden aan verbetering van de
arbeidsomstandigheden en de veiligheid. Evenzo leert de hedendaagse
werknemer – vaak misleid door onverantwoordelijke vakbondsleiders
– meer geld te begeren dan hij op een eerlijke manier kan
verdienen. Door georganiseerde druk en politiek bedrog denkt hij iets
voor niets te krijgen.
Waarom schrijven zogenaamde 'schrijvers' goedkope romans die op niets
dan smerigheid, obsceniteit en onvolwassen onzin zijn gebaseerd? Waarom
publiceren uitgevers dergelijke boeken, die de menselijke gevoelens van
liefde, vriendelijkheid en idealisme degraderen tot het niveau van een
redeloos dier?
U kunt in onze samenleving honderden andere grote voorbeelden van
hebzucht vinden als uw ogen werkelijk open zijn. Maar wees tevens
bereid uw eigen hebzucht te zien! Wees bereid u ervan te bekeren, en
vraag God om de liefde en de kracht om die te overwinnen.
Onze generatie heeft behoefte aan deze woorden van de Zoon van God:
Lukas 12:15 Hij zeide tot hen: Ziet toe, dat gij u wacht voor
alle hebzucht, want ook als iemand overvloed heeft, behoort zijn leven
niet tot zijn bezit.
Begrijpt u dit? Uw werkelijke succes en geluk in het leven, zei
Christus, kan niet waarlijk worden afgemeten naar hoe nieuw of fel uw
auto is, het type huis waarin u woont, de kleren die u draagt, en
evenmin naar wat u eet. Geluk is een geestestoestand. Deze ontstaat
wanneer de Geest en gezindheid van Christus in uw verstand heersen.
Paulus zei:
Filippensen 4:11 Niet dat ik dit zeg, als zou ik gebrek lijden;
want ik heb geleerd met de omstandigheden, waarin ik verkeer, genoegen
te nemen.
De liefde, vreugde en vrede waarvan Jezus het voorbeeld is, waren het
resultaat van geven en dienen, niet van enig materieel bezit dat Jezus
wist te verwerven.
Jezus, de Zoon des mensen, was in staat de menselijke ijdelheid en
hebzucht te overwinnen, doordat Hij het dienen van God hoog boven alle
andere dingen stelde. Nadat Hij had uiteengezet hoe de niet-bekeerde
mens streeft naar – en zich zorgen maakt over –
materiële behoeften en gemakken, gebood Jezus:
Mattheus 6:33 Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden.
De geboden vormen één geheel
Zo sluit op dit punt het laatste gebod aan bij het eerste. Want wat u
ook zoekt tegen de wil van God in, dat begeert u. Indien u in uw
verstand en hart iets meer begeert dan gehoorzaamheid aan de Schepper
en het ontvangen van Zijn zegeningen, dan wordt dat voor u een afgod.
Kolossensen 3:5 Doodt dan de leden, die op de aarde zijn:
hoererij, onreinheid, hartstocht, boze begeerte en de hebzucht, die
niet anders is dan afgoderij,
Dan stelt u wat u ook verafgoodt in de plaats van de ware God. En u
overtreedt het eerste gebod: "Gij zult geen andere goden voor mijn
aangezicht hebben" (Ex. 20:3). De apostel Paulus zei:
Romeinen 6:16 Weet gij niet, dat gij hem, in wiens dienst gij u
stelt als slaven ter gehoorzaamheid, ook moet gehoorzamen als slaven,
hetzij dan van de zonde tot de dood, hetzij van de gehoorzaamheid tot
gerechtigheid?
Wanneer u begint stoffelijke dingen te begeren, wordt u er de 'slaaf'
van. U besteedt er uw tijd, uw energie en uw geld aan. In een
dergelijke situatie hebt u tijd noch energie om werkelijk de Bijbel te
bestuderen, of een uur te wijden aan ernstig gebed tot Hem die u leven
en adem geeft. U merkt dat u gierig en afgunstig wordt wegens het geld
dat u aan uw Schepper bent verschuldigd om de verkondiging van Zijn
waarheid te financieren. Door dit eenvoudige proces worden de
stoffelijke dingen die u begeert letterlijk uw god. Want u dient en
aanbidt ze – en u hebt in uw leven nog maar weinig tijd, kracht
en rijkdom over om de ware God te dienen met uw gehele hart, kracht en
verstand.
Ziet u dit in?
Hebzucht is verschrikkelijk, want het snijdt u af van de omgang met
God, van de zegeningen en de liefde van de grote God des hemels die
alles wat er is heeft geschapen – maar met de wens dat deze
stoffelijke schepping zou worden gebruikt in Zijn dienst en tot Zijn
eer. En in het dagelijks leven schendt hebzucht het fundamentele
beginsel van de levenswijze die door alle geboden van God en door Jezus
Christus zelf is aangegeven. Jezus vatte dit beginsel als volgt samen:
Handelingen 20:35 Ik heb u in alles getoond, dat men door zo te
arbeiden zich de zwakken moet aantrekken en zich de woorden van de Here
Jezus herinneren, die zelf gezegd heeft: Het is zaliger te geven dan te
ontvangen.
Meestal zijn het de rijken die beslissen over verdelen. Mensen met
enkele tot vele malen het inkomen van het sociale minimum, zoals
politici en 'deskundigen' die in de media en forums hun zegje doen
verdelen met hun begerige aard 's lands inkomsten. Hun onbekendheid of
ongeïnteresseerdheid met of in de wereld van de armen blijkt uit
hun sociaal getinte uitspraken als: de mensen 'aan de onderkant' willen
ook wel eens op vakantie of uit eten gaan. Voor vele werkelijk armen
speelt die wens geen rol, maar zijn er andere prioriteiten, zoals het
opzij leggen van elk muntstukje om geneesmiddelen te kopen die de
verzekering niet vergoedt. Hun armoede kan het gevolg zijn van ernstige
gezondheidsproblemen. Anderen sparen om de energie- of telefoonrekening
te kunnen betalen, zodat de aansluiting weer kan worden hersteld of
smeken de verhuurder van hun woning om nog een maand te wachten met
uitzetting. Zelden komen deze mensen zelf aan het woord, laat staan dat
een bejaarde zonder pensioen of invalide mee beslist over een
rechtvaardige verdeling.
Te veel managers, die geen eigenaar zijn van het bedrijf, graaien in
hun hebzucht kapitalen (honderd keer het inkomen van een oprechte
invalide of flinke ambachtsman) naar zich toe en gebruiken het woord
'verdienen' als ze over hun inkomen spreken. Managers en
overheidsfunctionarissen die vanwege hun begerigheid betrokken zijn bij
omvangrijke fraudezaken worden niet vervolgd omdat de werkelijk
gedupeerden niet hun rechters zijn.
Wanneer u leert uw medemens liefdevol, oprecht en met verstand te
dienen, en de ware God te dienen en te aanbidden, dan zult u de enig
werkelijke voldoening en vreugde van dit leven vinden. En in de wereld
van morgen zult u eeuwig leven en heerlijkheid ontvangen in een
Goddelijke regering die letterlijk op de Tien Geboden is gegrondvest:
de ware weg van liefde, van geven en van het dienen van uw naaste, en
van aanbidding en verheerlijking van de levende God, die deze geboden
voor ons eeuwig welzijn heeft gegeven.
Het blijkt dat we ten aanzien van onze eigen belangen wel overal rekening mee houden.

UIT DANKBAARHEID GAAN VOOR INNOVATIE VAN JE HANDELEN
De profeet David was een man naar Gods hart (Hand. 13:22).
David schreef:
Psalmen 119:97 Hoe lief heb ik uw wet! Zij is mijn overdenking de ganse dag.
David bestudeerde en overpeinsde Gods wet dagelijks! Hij leerde de wet op elke situatie in het leven toe te passen.
Dit schonk hem wijsheid.
Vers 98 Uw gebod maakt mij wijzer dan mijn vijanden, want het is altoos bij mij.
Gods wet wees David de weg die hij diende te gaan – schonk hem een levenswijze.
Vers 105 Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.
In deze 119e Psalm verklaarde David voortdurend hoe lief hij Gods wet
had en hoe hij deze wet als richtsnoer voor zijn leven gebruikte. Doet
u dat ook?
De meeste mensen is geleerd dat Gods wet is afgeschaft. Of anders heeft
u zich eenvoudig niet gerealiseerd dat het de enige levenswijze is die
de mens geluk en vreugde zal brengen. U wist niet dat Gods wet de
natuur en het karakter van God openbaart. En God gebiedt ons:
1 Petrus 1:16 … Weest heilig, want Ik ben heilig.
Bedenk dat christenen, de 'kleine kudde' van Jezus, worden
aangeduid als degenen, die de geboden van God bewaren en het getuigenis
van Jezus hebben.
Openbaring 12:17 En de draak werd toornig op de vrouw en ging
heen om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht, die de
geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus hebben.
God geeft ons de volgende beschrijving van het karakter van Zijn heiligen:
Openbaring 14:12 Hier blijkt de volharding der heiligen, die de geboden Gods en het geloof in Jezus bewaren.
Indien u wilt worden gerekend tot Gods kinderen, dan dient u dit
levende geloof – dit gehoorzame geloof – in de Almachtige
God te hebben door Jezus Christus Zijn leven in u te laten leven! Dan
dient u Gods geestelijke wet, zoals die wordt geopenbaard in de Tien
Geboden, te begrijpen en te onderhouden, al is het ook met vallen en
opstaan.
Het blijkt dat we ten aanzien van onze eigen belangen wel overal rekening mee houden.
TOT BESLUIT VAN DIT GEBOD
Vergeet niet de wet van Christus
"de wet van Christus" (1 Kor. 9:21)
Voor christenen
is niet de wet van Mozes de leefregel. Hoe God wil dat wij zullen leven
vinden we in het Nieuwe Testament, in het onderwijs van Jezus en in het
onderwijs van de apostelen. Deze gedeelten van de bijbel zijn immers
rechtstreeks tot ons, christenen, gericht. Het onderwijs van de
apostelen vinden we in de brieven van het Nieuwe Testament. Daar, en in
het onderwijs van Jezus, staat hoe wij moeten leven.
Wij
moeten leren om de geboden van Jezus te onderhouden (Mattheus 28:19).
Ook op andere plaatsen spreekt de Here Jezus over zijn geboden
(Johannes 14:15,21; 15:10)
Jezus
heeft ons een nieuw gebod gegeven (Johannes 13:34). Voor ons geldt de
eis der liefde, daar moeten we naar wandelen (Romeinen 14:15). We zijn
schuldig om lief te hebben (Rom. 13:8).
Wij
moeten doen wat de apostelen ons in het Nieuwe Testament hebben
voorgeschreven. We moeten ons houden aan het onderwijs der apostelen.
- "Wie God kent hoort naar ons (de apostelen); wie uit God niet is hoort naar ons niet"
(1 Johannes 4:6)
Jezus
verwacht gehoorzaamheid van ons. "Wat noemt gij mij Here Here en doet
niet hetgeen Ik zeg" (Lucas 6:46). Als we Jezus Heer noemen dan
verwacht de Here Jezus ook dat we Hem als Heer gehoorzamen.
We
moeten daders van het woord zijn (Jak. 1:22). We moeten doen wat in de
bijbel staat. Geloof en gehoorzaamheid horen bij elkaar.
In
het onderwijs van de apostelen worden 9 van de 10 geboden van de wet
van Mozes herhaald en bekrachtigd. Alleen het sabbatsgebod ontbreekt.
Dat komt omdat het sabbatsgebod speciaal het teken was van het verbond
van Mozes. Wij staan als christenen niet onder dit verbond en daarom
vinden we in het Nieuw Testament geen enkele opdracht om de sabbat te
houden. Integendeel er wordt juist gewaarschuwd tegen het verplicht
houden van de sabbat (Kol. 2:16,17; zie ook Romeinen 14:5).
De
leefregel voor de Christen wordt gevormd door de geboden van Jezus,
door het onderwijs van de apostelen, en de leiding van de Heilige
Geest.
Gij zult niet onrechtvaardig begeren wat uw naaste toebehoort.
Je
kunt ook zeggen: “Ik ben dankbaar”. In deze zin is het
laatste woord een samenvatting van de voorgaande woorden. Een verkeerde
innerlijke intentie leidt ertoe dat je uit bent op wat een ander
toebehoort en vandaar tot vals getuigenis, diefstal, echtbreuk,
moord
en doodslag. Een rabbi drukte het zo uit: “Wie het gebod
‘Je zult niet begeren’ overtreedt, is hij die alle tien
geboden heeft overtreden.” Het tiende gebod gaat over de wanorde
van de begeerten.
Zie dit gebod altijd in samenhang met de andere geboden
|