DE HEILIGE SCHRIFT - DE BIJBEL

GENESIS

De vindplaats van materiaal voor Bijbelstudie, geloofstudie, catechese, school, kring, persoonlijk geloof, studie thuis, kerk, club, nieuws, godsdienstonderwijs, zingeving en vooral heel veel mogelijkheden om je Bijbelkennis te vergroten. Blijf niet afhankelijk van anderen maar lees zelf de Bijbel. Investeer in geestelijke rijkdom.


De Studiebijbel is uitermate geschikt om de Bijbel te leren verstaan.

Je kunt een keus maken uit onderstaande tabel voor verdere studie
A = Verwijzing naar bijbeltekst met uitgebreide uitleg
B = Beknopte verhandeling over het hier gekozen bijbelboek
C = Verwijzing naar de verhandeling van een ander bijbelboek

Terug naar de Inleiding van deze serie


A B C
BIJBELBOEK
met
UITLEG


Oude Testament

Genesis Exodus Leviticus Numeri Deuteronomium Jozua Richteren Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia Maleachi


Nieuwe Testament


Mattheüs Marcus Lukas Johannes Handelingen Romeinen 1 Korinthiërs
2 Korinthiërs
Galaten Efeziërs Filippensen Kolossensen1 Tessalonicensen2 Tessalonicensen 1 Timotheüs 2 Timotheüs Titus Filemon Hebreeën Jakobus 1 Petrus 2 Petrus 1 Johannes 2 Johannes 3 Johannes Judas Openbaring


GENESIS


Het boek Genesis (Grieks: Γένεσις, "ontstaan"; Hebreeuws: "בראשית" Beres'jiet, "in (een) begin") is het eerste boek van de Hebreeuwse Bijbel.

 Het boek begint (vertaald) met de zin: "In het begin schiep God de hemel en de aarde". De Hebreeuwse naam van het boek is בראשׁית (Beresjiet), naar het woord waar het boek mee begint.
 Het vertelt het verhaal van het ontstaan van de wereld en de mensheid, van de aartsvaders van het Joodse volk - Abraham, Izaäk en Jakob - alsmede van de twaalf zonen van Jakob die het begin vormden van het Israëlitische volk.

 Samenvatting van Genesis

 Adam en Eva eten van de Boom van de kennis van goed en kwaad

 Schepping en zondeval (Gen. 1 - 4)

 De Bijbel begint met twee verschillende Scheppingsverhalen. Het tweede verhaal gaat als volgt: Nadat God de aarde met planten en dieren heeft geschapen, creëert hij uit aarde ('adama') ook de eerste mens, Adam en plaatst hem in een prachtige tuin, het paradijs (de Hof van Eden). Adam mag eten van alles in de Hof, behalve van de 'Boom van de kennis van goed en kwaad'. God brengt Adam alle dieren en hij geeft ze hun namen. God geeft Adam heerschappij over heel de aarde en al wat daarin is. God zag dat het niet goed was dat de mens alleen was, waarop Hij hem in een diepe slaap laat vallen en uit een van zijn ribben de vrouw (mannin) Eva schept. Eva wordt door een slang (satan in vermomming) verleid om een vrucht te eten van de verboden boom en brengt Adam ertoe om dat ook te doen. Op dat moment beseffen ze dat ze naakt zijn en schamen zich daarvoor, waarna ze zich bedekken met vijgenbladeren. God straft hen voor hun ongehoorzaamheid, waarmee Adam zijn heerschappij over de aarde aan satan kwijtraakt. Zij kunnen door hun zonden niet meer in Gods aanwezigheid leven, vervolgens worden ze verdreven uit het paradijs. Voorzeker zouden zij sterven, maar God beloofde hen een weg terug naar het leven dat ze zojuist verloren hadden. God zal zelf de straf op zich nemen voor de zonden van de mensheid en hen verlossen van de dood. Daarmee wordt de kop van de slang (heerschappij van satan) voorgoed verbrijzeld (Gen 3:14). De vervulling van deze belofte zien we o.a. in het bijbelboek Matteüs.

 Adam en Eva krijgen twee zonen, Kaïn en Abel. Kaïn wordt jaloers op zijn broer omdat God Abels offer wel aanvaardt en het zijne niet. Hij doodt Abel. Kaïn moet voortaan rondzwerven over de aarde. Hij vestigt zich tenslotte in het land Nod, ten oosten van Eden. Hij bouwt een stad en noemt die naar zijn zoon Henoch. Eva krijgt nog een zoon, Seth, die de vader zou worden van Enos. Hoofdstuk 4 besluit met de woorden: 'Toen begon men de naam des Heren aan te roepen.'

 Geslachtsregister (Gen. 5)

 Hoofdstuk 5 vermeldt de opeenvolgende geslachten van Adam tot Noach. Opvallend in deze passage is de bijzonder hoge leeftijd die de oudvaders bereikten. Zo werd volgens de tekst Adam 930 jaar oud. Zijn zoon Seth werd 912 en diens zoon Enos 905. Enos' zoon Kenan haalde de 910. Diens zoon Mahalaleël werd slechts 895 jaar oud, maar zijn zoon Jered bereikte een leeftijd van 962 jaar. Van zijn zoon Henoch staat vermeld: 'En Henoch wandelde met God, en hij was niet meer, want God had hem opgenomen.' Dat gebeurde op de relatief jeugdige leeftijd van 365 jaar. Wel was hij de verwekker van de vanwege zijn leeftijd spreekwoordelijk geworden Methusalah, Met(h)usalem of Metusalach, die 969 jaar oud werd. Zijn zoon Lamech werd 777. Lamech was de vader van Noach. Noach was 500 jaar oud toen hij zijn zoons verwekte: Sem, Cham en Jafeth, die de voorvaders zouden worden van alle mensen die leefden na de zondvloed. Noach zelf leefde 950 jaar.

 De zondvloed (Gen. 6 - 9)

 Het verhaal van de zondvloed wordt vooraf gegaan door een korte tekst waarin vermeld wordt dat de zonen van God (op te vatten als bovennatuurlijke machten of volgens sommigen gevallen engelen) zich de vrouwen van mensen namen en zich met hen vermengden. Hieruit kwamen de (Hebreeuws: nephilim) giganten, titanen of reuzen voort, waaraan ook elders in de bijbel wordt gerefereerd. Door de zondvloed kwam hieraan een einde. Deze passage vermeldt ook dat God de mens nog 120 jaar zou geven voordat hij de straf (dat is de vloed) zou voltrekken.

 God besloot de slechtheid van de mensen te straffen door de zondvloed, waardoor al het leven op aarde vernietigd zou worden. Alleen Noach en zijn gezin (zijn vrouw, drie zonen en hun vrouwen) mochten behouden blijven. Op basis van nauwkeurige voorschriften bouwde hij de ark, waarin op Gods bevel ook alle diersoorten een plaatsje vonden (van alle reine dieren zeven paartjes, van de onreine één). Noach was toen 600 jaar oud. Toen zond God de vloed: 40 dagen en nachten regende het. Uiteindelijk zakte het water en belandde de ark op de berg Ararat (Gen. 8:4 "En de ark rustte in de zevende maand, op den zeventiende dag der maand, op de bergen van Ararat" Statenvertaling), waarna het leven op aarde opnieuw kon beginnen. Het verblijf in de ark duurde een jaar (365 dagen). Hierna sloot God een verbond met Noach waarin hij beloofde nooit meer een zondvloed over de aarde te brengen. Als teken daarvan gold de regenboog. Eveneens gaf God de opdracht om zich te verspreiden en de Aarde te vullen met nakomelingen.

 Voor andere geschriften die ook een zondvloedverhaal kennen: zie Zondvloed.

 Torenbouw van Babel (Gen. 11)

 Hoofdstuk 10 bevat een geslachtsregister van de nakomelingen van Noach, de volkenlijst. Hoofdstuk 11:1-9 vertelt het verhaal van de torenbouw. De mensen blijven toch bij elkaar wonen en bouwen een stad in de vlakte van Sinear en willen daarin een toren die tot de hemel reikt, om daarmee de eenheid te behouden en roem te vergaren, de Toren van Babel. Om te voorkomen dat de mensen te hoogmoedig, trots en machtig zouden worden kwam God naar de aarde om verwarring in de taal te stichten, waardoor men elkaar niet meer verstond. Tevens bereikte God hiermee dat de mensheid zich tenslotte toch opsplitste in verschillende volkeren. Dit verklaart de verspreiding van de mensheid over de aarde. Vers 9 vermeldt dat Babel 'verwarring' betekent. Volgens, alweer de traditie, streeft de mensheid, in de vorm van de diverse wereldrijken uit de geschiedenis, sinds die tijd steeds naar eenheid om de verloren eenheidsstaat van Babel weer te herstellen.

 De rest van dit hoofdstuk bevat geslachtsregisters van de nakomelingen van Sem en van Terach. Opvallend in deze geslachtsregisters is dat de ouderdom van de opeenvolgende geslachten snel afneemt: Sem wordt 600 jaar, Arpachsad, Selah en Heber worden ruim 400 jaar, Peleg, Rehu en Serug worden ruim 200 jaar. Vanaf Nahor worden de patriarchale leeftijden van ongeveer 150 jaar bereikt.

 Abraham (Gen. 12-25)

 Abraham speelt een belangrijke rol in het boek Genesis. Met hem sloot God een verbond waar tot op heden door meerdere religies aan gerefereerd wordt.

 In Genesis 12 krijgt Abraham, die op dat moment nog Abram heet, de opdracht van God zijn land te verlaten. Hij was op dat moment al met zijn vader Terach naar Haran getrokken, die daar achterbleef. Samen met zijn neef Lot trekt hij vervolgens naar Kanaän, waar God hem vertelde dat zijn nageslacht daar zou wonen. God beloofde Abraham dat hij tot een groot volk zou worden. Omdat er op dat moment honger was in dat gebied, trok Abraham naar Egypte. In Genesis 13 ontstaat frictie tussen de herders van Abraham en die van Lot, waarna ze uit elkaar trekken. Lot gaat richting Sodom en Gomorra, terwijl Abraham richting Hebron trekt. In Genesis 14 worden Sodom en Gomorra aangevallen door naburige volken, die de inwoners en hun bezittingen meenemen, inclusief Lot, die in Sodom woont. Dit bericht bereikt Abraham, die de er achteraan gaat en de inwoners en hun bezittingen terughaalt.

 Izaäk (Gen. 20-28)

 Jakob (Gen. 27-37)

 Jozef (Gen. 37-50)

 Een groot deel van het boek Genesis is gewijd aan de geschiedenis van Jozef. Hij is de oudste zoon van Jakobs geliefde vrouw Rachel en wordt door zijn vader voorgetrokken. De broers haten hem daardoor en verkopen hem als slaaf. (De Bijbel spreekt afwisselend van Midjanietische en Ismaelietische handelaren.) Ze vertellen hun vader dat Jozef door een leeuw verscheurd is. Jozef wordt naar Egypte gevoerd en komt als slaaf in het huis van Potifar, een hoveling van de farao. Hij brengt het daar tot een leidinggevende functie.

 De vrouw van Potifar probeert Jozef te verleiden. Jozef verzet zich daartegen. Als Jozef van de opdringerige vrouw wegvlucht, trekt ze zijn kleed van hem af. De vrouw gebruikt dat als bewijs dat Jozef probeerde haar te verkrachten. Potifar gooit Jozef in de gevangenis.

 (De Koran schrijft dat de vrouw een deel van Jozefs kleed afscheurde. Het was een deel aan de achterkant, dus afgescheurd terwijl Jozef wegliep, en dat wordt als bewijs beschouwd dat de vrouw loog en Jozef de waarheid sprak. Dat kan echter niet voorkomen dat Jozef de gevangenis verkiest.)

 Ook in de gevangenis krijgt Jozef al spoedig een leidinggevende taak. Op een dag worden de opperschenker en de opperbakker van de farao beschuldigd van een politiek misdrijf en in de gevangenis geworpen. Ze hebben in de gevangenis een droom en Jozef kan hen die droom uitleggen. Hij voorspelt dat de schenker in zijn ambt hersteld zal worden en dat de bakker de doodstraf krijgt. Deze voorspelling komt uit.

 Twee jaar later heeft de farao een droom die niemand hem kan uitleggen. De schenker wijst hem op Jozef, die nog steeds in de gevangenis zit. Jozef wordt gehaald. Hij legt de droom van de farao uit: er zullen eerst zeven jaar overvloed komen en daarna zeven jaar hongersnood. Bovendien geeft Jozef adviezen. De farao benoemt Jozef tot grootvizier en laat alle staatszaken aan hem over.

 Jozef zorgt ervoor dat de graanschuren in de jaren van overvloed gevuld worden. Daarna begint de tijd van hongersnood. Deze heerst ook in het land Kanaän, waar Jakob woont. Na twee jaar komen Jozefs broers naar Egypte om graan te kopen. Alleen Jakobs lievelingszoon Benjamin blijft thuis, omdat Jakob zijn leven niet op het spel wil zetten. Jozef herkent zijn broers, maar de broers herkennen hem niet en Jozef maakt zich niet bekend. Hij beschuldigt de mannen van spionage. Simeon wordt gevangen gezet. Jozef beveelt de anderen terug te gaan naar huis en de volgende keer hun kleine broertje Benjamin mee te brengen. Hij geeft hen voldoende graan mee en geeft hen stiekem ook hun geld terug.

 Na enige tijd reizen de broers weer naar Egypte. Jakob staat met tegenzin toe dat Benjamin ook meegaat. Jozef laat Simeon uit de gevangenis halen en ontvangt de broers hartelijk. Daarna stuurt hij ze met gevulde graanzakken naar huis, maar hij laat zijn beker in de zak van Benjamin verbergen. Kort na hun vertrek stuurt Jozef zijn huismeester achter de broers aan om de beker te zoeken. De beker wordt in de zak van Benjamin gevonden. Benjamin wordt gevangen genomen. De broers keren in rouw naar de stad terug. Juda houdt voor Jozef een pleidooi, waarin hij zijn eigen leven aanbiedt als Benjamin maar tot zijn vader mag terugkeren.

 Het is Jozef nu duidelijk dat het karakter van zijn broers veranderd is. Hij maakt bekend dat hij Jozef is, en hij nodigt Jakob uit om in Egypte te komen wonen, in de streek Gosjen, waar het beste van het land Egypte voor hem zal zijn.

 Discussie over de historische betrouwbaarheid

 Tot ver in de nieuwe tijd werd Genesis letterlijk genomen zoals het er staat maar de joodse filosoof Philo Judaeus (ca. 20 v.Chr.-ca. 42) maakte reeds verschil tussen "letterlijke juistheid" en "allegorische juistheid" in het boek Genesis. In het christendom wees o.a. kerkvader Augustinus er reeds op, dat bijvoorbeeld het scheppingsverhaal niet letterlijk genomen mocht worden.

 Onder invloed van de Kritiek op het christendom tijdens De verlichting in de 18e eeuw begon men de historische betrouwbaarheid van het boek nader te onderzoeken. In de opkomende archeologie van het Midden-Oosten kon men aanvankelijk weinig bijbelse gebeurtenissen terugvinden in de bodemvondsten. Bijbelse Tekstcritici stelden daarom de theorie op dat Genesis was samengesteld uit verschillende, deels tegenstrijdige, bronnen en de eindredactie was volgens hen pas in de tijd van de Babylonische ballingschap voltooid.

 Het gevolg van dit alles is dat veel hedendaagse historici de geschiedkundige waarde van Genesis betwisten. Ze voeren daar allerlei argumenten voor aan:

 Genesis beschikt niet over een duidelijke aanduiding van het auteurschap;
 er is sprake van anachronismen;
 de diverse benamingen voor God in het Hebreeuws;
 de diversiteit in stijl en woordenschat;
 het bestaan van duplicaten en tegenstrijdig lijkende verhalen over dezelfde gebeurtenissen.
 Op basis van de verschillende historische bronnen wordt het ontstaan van het boek Genesis gedateerd tussen de 9e tot de 5e eeuw v.Chr..

 Dit alles heeft ertoe geleid dat nogal wat hedendaagse bijbelexegeten Genesis niet of slechts ten dele opvatten als een historisch relaas. Er zijn echter ook bijbelexegeten en historici die hier anders tegen aankijken en menen dat de geschiedkundige waarde van Genesis wel de toets der kritiek kan doorstaan. Ook de zgn. ``jonge aarde´´-creationisten nemen Genesis letterlijk zoals het geschreven staat.

 Latere vondsten in de 20e eeuw geven weer meer steun aan de historiciteit van Genesis, zoals de kleitabletten van Ebla. Hieruit is gebleken dat de betrouwbaarheid van Genesis toch groter is dan men aanvankelijk dacht. Op deze tabletten uit ongeveer 2200 v.Chr. worden veel plaatsnamen en personen uit Genesis genoemd. Ook werd door vondsten van kleitabletten in Soemerië bekend dat soortgelijke verhalen al de ronde deden in 3000 v.Chr.. Men neemt nu aan dat de verhalen uit Genesis afkomstig zijn uit een tot nu toe onbekende verhalende bron waar ook andere tradities zoals die van Soemerië geput hebben.

 Doubletten

 Merkwaardig is dat in het boek soms meerdere keren hetzelfde wordt verteld, maar op een andere manier. Dit doet vermoeden dat het boek een collage is van een aantal mondelinge overleveringen.

 Schepping: Genesis 1:1-2:3 en Genesis 2:4-25
 De vrouw van een aartsvader gaat door voor zijn zuster: Genesis 12:13, Genesis 20:2 en Genesis 26:7
 Jakob ontsteelt Esau het eerstgeboorterecht: Genesis 25:29-34 en Genesis 27.
 Jakob krijgt de naam Israël: Genesis 32:28-29 en Genesis 35:10
 Jakob verandert de plaatsnaam Luz in Bethel: Genesis 28:19 en Genesis 35:15
 De traditionele bijbeluitlegging verklaart dit door aan te nemen dat God hiermee de betreffende gebeurtenissen vanuit verschillende gezichtspunten laat zien. Een zelfde verklaring wordt gegeven voor het voorkomen van de vier verschillende evangeliën in het Nieuwe Testament die eveneens vaak dezelfde verhalen vermelden. Ivm met gebeurtenissen in Jezus' leven bestaat er een goed illustratief vb.; verkeersongeval op kruispunt; één gebeurtenis, doch ieder verhaalt zijn ware versie vanuit zijn standpunt, maar zet die elkaar aanvullende getuigenissen in harmonie, dan krijg je een volledig, gedetailleerd en juist beeld.

 Schepping: Genesis 1:1-2:3 en Genesis 2:4-25 vullen elkaar aan. Gen.1 verhaalt de schepping in grote lijnen, terwijl Gen.2:4- de laatste delen eventjes verkort herhaalt, om zich dan vanaf vers 7 vooral te concentreren op de mens en zijn omgeving en instructies van God.
 Ivm. de aartsvader Abraham en zijn vrouw Sara wordt deze eigenaardige situatie eerst verduidelijkt in Gen.12:10-16, en vervolgens rechtgezet in Gen.20:13. Maw. Sara bleek inderdaad ook een 'half'zus te zijn. >3.900 jaren geleden kon zo'n huwelijk nog, de mens stond dichter bij de volmaaktheid.
 Jakob ontsteelt Esau het eerstgeboorterecht, simpelweg omdat Esau daar geen respect voor had, en meer intresse had in jagen en eten, dan het geestelijke aspect van dat recht. In die tijd bezagen de Israëlieten zo'n eerstgeboorterecht helemaal anders als wij in deze tijd.
 Jakob krijgt de naam Israël wegens zijn volharding in de strijd met een engel om een zegen te krijgen. 'Israël' betekent "Strijder(volharder) met God".
 Luz(=amandelboom) werd veranderd in Bethel(wat 'Huis van God' betekent), omdat Jacob daar in een droom een Goddelijke openbaring kreeg. Naamsveranderingen na ingrijpende gebeurtenissen waren niet ongewoon daar en toen.

 Genesis betekent oorsprong,ontstaan,wording. Dit komt al direct bij vers 1 naar voren In het begin schiep God de hemel en aarde.
 Genesis is de eerste van de 5 boeken die aan Mozes worden toegeschreven. De eerste hoofdstukken bevatten verhalen over de schepping van hemel en aarde, de eerste mensen Adam en Eva zij wandelde in de hof van Eden met God, waar de zonde de relatie tussen God en mensen verstoorde. God was de mens kwijt en zocht naar hen.

 De bijbel vertelt ons over hun nakomelingen Kaïn en Abel.
 Het is een boek over geloof, Noach geloofde God door een ark te bouwen,Abraham verliet zijn huis en ging naar het beloofde land, Abraham en Sarai geloofden God en zij kregen een zoon.
 God gaf zijn beloften en degene die Hem vertrouwen werden vervuld Hij doet dat vandaag de dag nog.
 Door de torenbouw van Babel zien we dat door de spraakverwarring de mensen worden verspreid over de gehele aarde.

 In de hoofdstukken 11-50 wordt de geschiedenis over de voorvaders van Israël verteld.

 De eerste vijf boeken van de bijbel, Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium, worden in de Joodse traditie de Tora (de Wet) genoemd.
 Het woord 'genesis' is Grieks voor 'ontstaan', 'oorsprong', 'wording'. Joden noemen het boek 'Beresjiet'. Met dat Hebreeuwse woord begint het boek; het betekent 'in het begin'. Beide titels, Genesis en Beresjiet, passen goed bij de inhoud van het boek: in het boek vind je het verhaal over het ontstaan van de wereld en de mens. Maar het grootste deel gaat over de voorgeschiedenis van het volk Israël.

 Twee delen
 J
 e kunt het boek in twee delen opsplitsen. Deel één is dan hoofdstuk 1:1-11:26, de oergeschiedenis. In hoofdstuk 1-4 vind je verhalen over de schepping van hemel en aarde, over Adam en Eva en over Kaïn en Abel. In hoofdstuk 6-9 wordt verteld hoe de wereld ten onder gaat door een grote vloed en hoe Noach met zijn gezin in de ark (een grote boot) gered wordt. Je vindt ook een paar lange lijsten met namen in Genesis dit eerste deel van Genesis (namelijk in hoofdstuk 4, 5, 10, 11). Door middel van die stambomen laat de schrijver zien dat alle mensen afstammen van Adam. Het verhaal over de toren van Babel geeft een verklaring voor het feit dat er overal op aarde volken wonen en dat ze verschillende talen spreken.

 Deel twee is Genesis 11:27-50:26. In dat deel wordt de geschiedenis van de voorouders van het volk Israël verteld. Het begint met de verhalen over Abraham en Sara (11:27-25:18). Daarna kun je lezen over Isaak en zijn zonen Jakob en Esau (25:19-36:43). Het laatste stuk van Genesis gaat over Jakob en zijn kinderen. Jakobs zoon Jozef heeft een hoofdrol (37:1-50:26).

 Tijds-indeling:

 Van Adam tot de watervloed 1656 jaar
 Van de watervloed tot de roeping van Abram 427 jaar
 Van de roeping van Abram tot de dood van Jozef 400 jaar

 Historische gebeurtenissen:

 De toebereiding van de woeste en ledige aarde voor organisch leven
 De schepping van de mens
 Zijn val uit de staat van onschuld
 Zijn verlossing door offeranden
 Het Adamitisch verbond
 De watervloed
 Het verbond met Noach
 De roeping van Abram
 Gods verbond met Abram, Isaak en Jakob
 Het vertrek van de gehele Hebreeuwse familie naar Egypte

 Genesis: God komt zijn beloften zeker na.

 Het boek Genesis is een veel-belovend boek. Dat blijkt met name als we over Abram lezen. Abram had geen land en geen kinderen. God beloofde hem beide: "Al het land dat u ziet, schenk Ik aan u en aan uw nageslacht, voor altijd. Ik zal uw nakomelingen zo talrijk maken als het zand op de aarde." (Genesis 13:15-16). Jaar na jaar verstreek echter zonder dat er ook maar iets van de vervulling van de belofte zichtbaar werd. Het geloof van Abram werd zwaar op de proef gesteld.

 Om Abrams geloof te versterken gaf God in het centrale hoofdstuk van het boek Genesis Abram tot tweemaal toe een teken. Het eerste teken staat in verband met het nageslacht van Abram. Abram beklaagde zich er bij God over dat hij nog steeds kinderloos was: "Heer Jahweh, wat heb ik aan uw gaven? Want ik blijf maar kinderloos en de Damascener Eliëzer zal de bezitter van mijn huis worden." (Genesis 15:2). Daarop bevestigde God zijn vroegere belofte: "Niet hij wordt uw erfgenaam; uw erfgenaam zal iemand zijn die u zult verwekken." (Genesis 15:4). Om deze belofte te onderstrepen leidde God Abram naar buiten en zei: "Kijk naar de hemel en tel de sterren als u kunt." En Hij verzekerde hem: "Zo talrijk wordt uw nageslacht." (Genesis 15:5). Dit was het eerste teken waarmee God Abrams geloof versterkte.

 Het tweede teken staat in verband met het land dat God aan Abram beloofd had. God zei tegen Abram: "Ik ben Jahweh, die u uit Ur in Kasdim leidde om u dit land in bezit te geven." (Genesis 15:7). Abram vroeg nu zelf om een teken: "Ach Heer Jahweh, hoe kan ik weten dat ik het inderdaad zal krijgen?" (Genesis 15:8). Daarop vroeg God Abram een driejarige koe, een driejarige bok, een driejarige ram, een tortel en een jonge duif te halen. Abram wist wat dat betekende en sneed de koe, de bok en de ram doormidden en legde de stukken samen met de beide vogels tegenover elkaar.

 Toen de avond gevallen was deelde God aan Abram hoe hij de landbelofte in vervulling zou laten gaan. Abrams nakomelingen zouden eerst verdrukt worden in een vreemd land, maar daarna zouden ze met rijke bezittingen naar het land Kanaän terugkeren om dat in bezit te nemen. Na deze woorden zag Abram dat God in de gedaante van een rokende oven en een vurige fakkel tussen de stukken door ging. Op die wijze zwoer God aan Abram dat Hij zijn belofte zou nakomen. Wie tussen de stukken doorging gaf daarmee te kennen: "Als ik mijn toezeggingen niet nakom, moge het mij net zo vergaan als deze dieren." Deze wijze van eedzwering, namelijk in de vorm van een voorwaardelijk zelfvervloeking, kwam in de tijd van de Bijbel wel vaker voor. Zo lezen we bijvoorbeeld in Jeremia 34:18-20: "De mannen, die mijn verbond geschonden hebben en zich niet hebben gehouden aan de bepalingen van de verbintenis, die ze voor mijn aangezicht gesloten hadden, zal Ik behandelen als de stieren die ze in tweeën gesneden hebben om er tussendoor te gaan: de edelen van Juda en Jeruzalem, de hovelingen, de priesters en de burgers van het land, iedereen die tussen de stukken is doorgegaan. Ik lever hen uit aan de vijanden die hen naar het leven staan. De vogels en de dieren azen op hun lijken." Toen God tussen de stukken doorging, liet Hij dus daarmee Abram weten: "Als Ik mijn toezegging niet nakom, zal het Mij net zo vergaan als deze dieren." Abram kon er dus zeker van zijn dat God zijn belofte zou nakomen.
 De kern van Gods boodschap in het boek Genesis is dan ook:

 Ik zal mijn beloften zeker nakomen.

 Om eens over na te denken

 Wij komen in deze dagen, jong en oud tijd tekort en vooral om Gods Woord de Bijbel, te lezen. De Bijbel op zich heeft in de loop van eeuwen veel licht in het leven van velen gebracht. Wij hopen d.m.v. deze site u te helpen om Gods Woord te begrijpen en daardoor ook Zijn liefde en genade door de Heere Jezus Christus onze verlosser en Heiland.
 Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; Niet uit de werken, opdat niemand roeme. (Efeziërs 2:8,9)

 Namelijk, indien gij met uw mond zult belijden den Heere Jezus, en met uw hart geloven, dat God Hem uit de doden opgewekt heeft, zo zult gij zalig worden. Want met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid en met den mond belijdt men ter zaligheid. (Romeinen 10:6-12)

 Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften. (1 Korinthiërs 15 :3-4)

 Om deze oorzaak ben ik Paulus de gevangene van Christus Jezus, voor u, die heidenen zijt. Indien gij maar gehoord hebt van de bedeling der genade Gods, die mij gegeven is aan u (Efeziërs 3:1-6)

 Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad." Psalm 119:105 "Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is; Opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust. 2 Tim. 3:16 "Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken (1 Timotheus 1:15)

 Overzicht

 Genesis 1: 1 - 2: 3
 De Bijbel start niet met redenaties maar met een overrompelende ontmoeting: 'In het begin schiep God...' Daarmee krijgen we meteen antwoord op dé oervraag: 'Waar komen we vandaan?' Van God dus, want door zijn scheppend spreken is deze wereld tot stand gekomen. Hoe moeten we ons dat voorstellen? Wetenschappers komen niet verder dan theorieën, die telkens bijgesteld of vervangen moeten worden. Ondanks wetenschappelijke onzekerheid kan de gelovige de zekere lof zingen op de Schepper.

 Genesis 2: 4 - 25
 Nadat in Gen.1 globaal over de schepping van de mens is gesproken, komen nu de details: eerst heeft God de man geschapen. Pas toen de man in z'n omgaan met de dieren z'n alleen-staan ontdekte, maakte God de vrouw. Dat deed God met behulp van een rib van de man: de vrouw ligt hem alleen daarom al na aan het hart. Bovendien, pas sámen komen zij tot hun recht en zijn ze beeld van God (Gen.1:27). Het was zo zuiver tussen hen dat kleding overbodig was: ze hadden niets voor elkaar te verbergen.

 Genesis 3
 De duivel verleidde de mens ertoe z'n eigen baas te zijn, los van God. Daarmee kwamen meteen breuken in alle relaties, zoals God ook aankondigde: de man probeert de baas te spelen over de vrouw, terwijl de vrouw de man naar haar hand probeert te zetten: destructieve concurrentie; het wonder van het kinderen-krijgen gaat samen met pijn; tenslotte voegt de natuur zich niet meer gewillig naar de hand van de mens. Een en al ellende. Maar meteen gaf God perspectief: satan wórdt uitgeschakeld, dus: het paradijs kómt terug!

 Genesis 4
 Na de opstand van de mens tegen God volgt een tweede drama: de ene mens, Kaïn, slaat de andere, Abel, dood. Kaïns geschiedenis loopt uit op Lamech. Zijn drie zoons ontplooiden grootse culturele activiteiten, maar die waren dienstbaar aan de trots van de mens. Vandaar Lamechs lied: hij had Gods bescherming niet nodig, maar kon zichzelf redden. Daartegenover Seth en Enos; zij beseften God nodig te hebben, waarom zij God aanriepen. Nog altijd dé tegenstelling: erken je je afhankelijkheid van God óf niet?
 zoveel ellende dat we vs.6 amper meer op onszelf kunnen toepassen. Gelukkig klopt vs.6 wel 100% bij Christus (zie Hebr.2:6-9); dat betekent de garantie dat alles goed komt.

 Genesis 5: 1 - 6: 4
 Die vele namen maken duidelijk: God blijft op weg naar zijn einddoel, de uitschakeling van satan. Een paar namen springen eruit: Henoch: 'hij wandelde met God en was niet meer'; en Noach: 'deze zal ons troosten'. En dan volgt 6:1-4. Waarschijnlijk zijn 'de zonen van God' geen gelovigen of engelen (zoals soms wordt uitgelegd) maar koningen en wordt bedoeld dat zij de eerste harems aanlegden, met als resultaat kolossen van mensen. Van het mooie begin is weinig meer over: de mensen deden maar.

 Genesis 6: 5 - 7: 10
 Gods verontwaardiging over het kwaad onder de mensen was zo groot, dat Hij besloot een gigantische overstroming te laten komen. Op die manier wilde Hij een nieuw begin maken en de weg openhouden naar zijn einddoel. Noach kreeg opdracht een schip te bouwen. Daarvoor kreeg hij 120 jaar, als we 6:3 hierbij mogen betrekken. Noachs bouwactiviteit vormde zo tientallen jaren een constante waarschuwing; vandaar dat Petrus Noach aanduidt als 'prediker van de gerechtigheid' (2Petr.2:5).

 Genesis 7: 11 - 8: 22
 'En de Here sloot de deur achter hem' (7:16): daarmee was het doodvonnis getekend van alle buitengebleven mensen. Voor fijngevoelige Nederlanders moeilijk te aanvaarden: te weinig zijn we doordrongen van de ernst van ontrouw aan God; ook erkennen we te weinig dat God als Heer van alles de vrije beschikking heeft over zijn wereld. Hoe dan ook, God is rechtvaardig en barmhartig. Het laatste blijkt uit de afloop: op grond van Noachs offer (dus vooruitlopend op Christus' offer) garandeerde God: geen overstroming meer zoals de zondvloed. Gods werk aan de redding van de wereld gaat door.

 Genesis 9
 God herhaalde zijn belofte dat er geen allesvernietigende overstroming meer zou komen; als teken gaf Hij de regenboog, die verschijnt juist als het ergens regent. Elke keer als dat natuurverschijnsel zich voordoet, worden God en mens herinnerd aan Gods belofte. Dat perspectief hebben we niet te danken aan onze eigen kwaliteiten; want meteen hierna vond dat beschamend gebeuren plaats van Noachs dronkenschap en Chams spot daarmee. Gods beloften zijn altijd onverdiend.

 Genesis 10: 1 - 11: 9
 Noachs gezin met de drie zoons waaierde uit tot een wereldwijde mensheid. Maar voordat het zover was bleven de mensen eerst nog, tegen Gods bedoeling in, bij elkaar klitten. Kennelijk voelden ze zich bedreigd en gingen ze ervan uit: eendracht maakt macht. Daarvoor bouwden ze een hoge toren als oriëntatiepunt. Zo probeerden zij, net als Lamech, zichzelf te handhaven. God verstoorde toen hun onderlinge communicatie, waardoor ze noodgedwongen uit elkaar gingen, met als resultaat: de weg naar Christus' rijk van echte eenheid bleef open.

 Genesis 11: 10 - 12: 9
 Om de aarde te redden heeft God tijdelijk een versmalling aangebracht in zijn aandacht. Vandaar dat in Gen.11-12 de blik alleen op Sem wordt gericht, dan op Terach met z'n familie en tenslotte op Abram. Om met de Fransen te spreken: reculer pour mieux sauter; je doet een stap terug om des te beter te kunnen springen. Zo ging God een bijzondere relatie aan met Abram, maar met als doel: 'met u zullen alle geslachten op de aardbodem gezegend worden'. Daar gaat het God om: een wereldwijd gezin.

 Genesis 12: 10 - 13: 18
 'Ik zal u tot een groot volk maken', had God Abram beloofd (12:2). Maar soms viel het Abram niet mee daarop te vertrouwen. Daarom hield hij het geheim dat de mooie Sarai z'n vrouw was, want daarmee werd zijn overlevingskans groter voor het geval dat Sarai geroofd zou worden . 'Aan uwe nageslacht zal Ik dit land geven', had God ook beloofd (12:7). Daarop vertrouwde Abram, want toen Lot en hij uit elkaar moesten, liet hij zonder aarzeling Lot de eerste keus: zijn kans kwam wel.

 Genesis 14
 Toen Lot gevangen genomen werd door vijanden kwam Abram hem te hulp. Teruggekomen werd Abram gezegend door een bijzondere verschijning: Melchisedek, de koning van Salem, priester van God; Abram (kennelijk de mindere) gaf hem (de meerdere) toen het tiende van de buit. In Hebr.7 wordt hiernaar verwezen om duidelijk te maken: Christus, hogepriester op de manier van Melchisedek, is dus de meerdere van hogepriester Aäron en zijn opvolgers, die immers afstamden van Abram.

 Genesis 15 - 16
 God bevestigde de bijzondere relatie met Abram door een verbond met hem te sluiten, waarbij overigens bloed moest vloeien: een uitbeelding van Christus' bloed, weten wij. De kern van Gods verbond was de bekende dubbele belofte: Abram zou tot een groot volk worden en zijn nageslacht zou eigenaar worden van Kanaän. Intussen heeft Abram 25 jaar moeten wachten op de geboorte van z'n zoon Isaäk. Geen wonder dat hij 10 jaar na Gods eerste belofte zich door Sarai liet overhalen een bijvrouw te nemen, uit wie Ismaël geboren werd. Maar meteen bleek dat op deze zelfgekozen oplossing geen zegen rustte. Zo leerde Abram nog meer te vertrouwen: ook de kern van ons geloof.

 Genesis 17
 De geschiedenis van Abram gaat verder. Er zijn bijna 25 jaar voorbijgegaan (vgl 12:4 met 17:1) sinds Abram uit Ur vertrokken is. God heeft hem land beloofd. Dat heeft hij nog niet. Hij is nog steeds vreemdeling temidden van de Kanaäanieten. Maar wat zou hij ook aan land hebben, als hij geen nageslacht heeft? Dat heeft God hem ook beloofd. Maar Sara kan al geen kinderen meer krijgen (16:1; vgl Rom 4:19). Ze hebben de omweg via Ismaël geprobeerd. Past dat eigenlijk wel bij God? Die is intussen al wel 13 jaar oud (vs 25). En nu is ook Abraham te oud om nog kinderen te verwekken. Ze zijn als vader en moeder beide 'verstorven' dus: 'dood' (Rom 4:19). En pas nu komt God met een herhaling van zijn beloften! Een eigen zoon van hem en zijn vrouw Sara! Zo maakt God door deze geschiedenis duidelijk hoe Hij uit 'doden' leven wekt. En Abraham moet blijven geloven; en hij doet dat (Rom 4:21). Vraag: beseffen wij altijd voldoende dat geloven altijd verankerd moet zijn in de worden van God?

 Genesis 18
 Hier wordt het misschien wel wonderlijkste bezoek van God verteld, dat ooit aan een mens gebracht is. En wat wordt het schitterend verteld. Dat gesprek van de mannen in de tent. En Sara de vrouw om wie het toch gaat, ergens achterin die meeluistert. In de loop van het gesprek moet aan beide duidelijk geworden zijn met Wie ze te doen hadden. En toch moet Sara lachen als ze hoort dat ze nog zwanger zal worden. Wie zou niet lachen? Abraham lachte ook (17:17). God wekt leven uit doden! Opdat niemand zal roemen in zich zelf (Rom 4:20-21).

 In de tweede helft van dit hoofdstuk staat het aangrijpende gesprek tussen Abraham en God. God maakt ernst met zijn verbond met Abraham, zijn vriend (vs17).Indrukwekkend is het pleidooi van Abraham. Hij spreekt met vrijmoedigheid die hem gegund wordt in het verbond met God, en hij kent zijn plaats: diepe eerbied en tegelijk sterke argumentatie (vs 25) kenmerken dit unieke gesprek van deze mens met zijn God. Vraag: Hoe bidden wij?

 Genesis 19
 Het wordt duidelijk in wat voor wereld de geschiedenis van het heil zich afspeelt. Er blijven in Sodom geen tien mensen over, die naar God talen en om wie de stad zou zijn gespaard. Sodom en Gomorra blijven in heel het OT en NT dé voorbeelden en de bewijzen van het optreden van God ten oordeel ( 2 Petr 2:6; Judas vs 7; Rom 9:29); in de aankondiging van het laatste oordeel van God blijft deze geschiedenis een rol spelen (Luc 17:28,-29). Nog dreigender wordt het als Jezus zegt dat het bepaalde mensen nog erger zal vergaan (Mt 10:15; 11:23vv). En de vrouw van Lot fungeert als waarschuwend voorbeeld van iemand die omkeek en niet los kwam van de wereld: denk aan de vrouw van Lot....! (Lc 17:32). Vraag: werken wij met het voorbeeld van Sodom en Gomorra zoals ons in het NT wordt voorgehouden?

 Genesis 20
 De realiteit is, dat Abraham, ook als drager van de belofte, woont temidden van andere volkeren: hij is maar gast,vreemdeling. Hij heeft de bescherming van God nodig. Zijn eigen methodes zijn niet zo fraai, en geven ook geen resultaat. God zorgt er zelf voor, dat zijn belofte kan worden vervuld. Let er op dat Abraham hier profeet wordt genoemd (vs7 vgl Ps 105:12-15), en dat Abimelech afhankelijk is van de voorspraak van Abraham bij God. Vraag: heeft Abraham wel voldoende vertrouwd op Gods belofte?

 Genesis 21
 Izaäk wordt geboren. In zijn naam wordt zijn 'afkomst' vastgelegd voor altijd. Izaäk betekent zoveel als "men lacht': Abraham deed het in verwondering (17:17), Sara deed het uit ongeloof (18:12); iedereen zal het (moeten) doen als een hulde aan God bij het horen van deze geboorte (21:6). Het is immers een regelrecht wonder: dit kind is een kind van de belofte (Gal 4:21). Gods Woord heeft hem 'verwekt' (Ismaël is naar het vlees verwekt). Zo komt het volk der Joden ter wereld: alleen dank zij dit wonder van God. Elke Jood is afstammeling van Izaäk en zal dus moeten erkennen, dat hij er alleen maar gekomen is via dit wonder van God. Zo is God begonnen; niet via 'het vlees' , maar via de genade. Dat gaat in tegen alle farizeïsme. De feiten van de geschiedenis bevatten lering, onderwijzing, (het boek Genesis behoort tot de 'wet', thora). Later wordt dit wonder herhaald in de geboorte van Johannes de Doper: dat is dan ook een herkenbaar nieuw begin. In de geboorte van Jezus wordt dit wonder
 nog overtroffen. En elke gelovige is tenslotte 'verwekt' zonder de wil van een man (Joh 1:13) Vraag: zijn wij er wel voldoende van doordrongen, dat het 'volk van God' nog altijd alleen maar op de wereld komt via genade?

 Genesis 22
 Het afsluitende hoofdstuk over de geschiedenis van Abraham. Hoogtepunt van literaire vormgeving. lees het langzaam en proef elk woord. Wat een spanning. Direct al die eerste zinnen. En later het referein: zo gingen die beiden tezamen. Misschien heeft de juf op school vroeger wel verteld, dat God eens wilde weten, van wie Abraham méér hield: van zijn zoon Izaäk of van God. Zulke voorstellingen zijn hardnekkig. Ze geven een totaal verkeerd beeld van God. Kinderen kunnen er angstig van worden! (God die eerst iets moois geeft en het daarna afpakt. Wat voor God is dat eigenlijk?). De beproeving ligt heel ergens anders: zal Abraham ook zo onvoorwaardelijk geloven in de kracht van Gods belofte, dat hij zijn zoon Izaäk durft offeren, terwijl dat nota bene degene is aan wie God de voortgang van het heil heeft verbonden? Bedenk wel: aan Izaäk hangt tenslotte zelfs de redding van Abraham. Uit deze Izaäk zal de Christus geboren moeten worden, niet uit een andere 'Izaäk'. God maakt het Abraham niet gemakkelijk: drie dagen reizen. En denken! En tenslotte zegt hij tegen zijn knechten : wij keren samen terug. God moet bij machte zijn om zijn zoon ut de doden te doen opstaan. En dan komen de vragen van de jongen nog. Er is geen mens ooit zo beproefd (behalve Jezus) en Abraham blijkt zo rotsvast te geloven in god dat hij zonder enig aanknopingspunt komt tot de belijdenis van de opstanding uit de doden! (Hebr 11:17-19). Daarom is hij de vader aller gelovigen (Rom 4: 11). Vraag: wat is de belofte van God voor ons?

 Genesis 23
 Sara sterft. De onderhandelingen over de aankoop van en stuk grond waar ze begraven kan worden laten zien, dat Abraham tot op het laatst 'vreemdeling;' is gebleven, hoewel hij door God al tot 'erfgenaam' van veel meer dan dat ene stukje spelonk is benoemd. Voorbeeld voor onze positie in de wereld. (Hebr 11:13-14). Vraag: moet de belofte van God dat zijn kinderen erfgenaam zijn van deze wereld ons ook niet een positieve houding ten opzichte van het geschapene bijbrengen?

 Genesis 24: 1 - 32
 De schitterende uitgesponnen vertelling over het huwelijk van Izaäk met Rebecca laat zien hoe Abraham ernst maakt met zijn positie in de wereld. Hij laat de zaken maar niet op zijn beloop; hij regelt wat hij regelen kan. En hij doet dat op grond van wat God in zijn leven heeft gedaan. Prachtig is het hoe Eliëzer in precies dezelfde lijn optreedt. Let er op, dat dit eerste contact met de Laban helemaal in het teken staat van de rijkdom die God gegeven heeft. (Dat is later wel anders, als Jakob als een berooide vluchteling aanklopt). Vandaag stopt de geschiedenis op het moment, dat Eliëzer met alle egards in het huis van Laban is ontvangen. Morgen verder! Vraag: houden wij bij de regeling van zulke zaken als het zoeken van een partner zo rekening met wat God in ons leven heeft gedaan?

 Genesis 24: 33 - 67
 Als Eliëzer vertelt waar hij voor gekomen is, komt het hele verhaal nog eens weer terug. Onze westerse oren zijn nauwelijks ingesteld op het effect van zulke herhalingen. Maar het slot is wel, dat de leiding van God in alle nadrukkelijkheid naar voren komt. Rebecca kiest ze kiest voor de weg die God haar wijst! En de slotzinnen van dit hoofdstuk geven haast een idyllische indruk.

 Genesis 25
 De geschiedenis van Abraham eindigt. Let er op, dat dit deel begon in 11:27 : wat er 'voortkwam' uit Terah. De geschiedenis komt nu op het volgende knooppunt: Ismaël 'vertrekt' (vs 12-18); met Izaäk gaat de geschiedenis van het heil verder (vs 19). We horen nu wat er 'voortkwam' uit Izaäk. Maar weer wordt duidelijk, dat er geen 'rechten' zijn te ontlenen aan het 'vlees' : God gaat zijn eigen weg. De meerdere zal de mindere dienen. In Rom 9: 11 wordt naar deze geschiedenis verwezen. De meerdere hecht geen waarde aan zijn eerstgeboorterecht: het fungeert in Hebr 12:17 als hét voorbeeld van onverschilligheid. En de consequenties worden daar op een schokkende manier onder woorden gebracht (geen plaats voor berouw hoewel hij het onder tranen zocht!). Vraag: wat dopen we met de waarschuwing van Hebr 12:16?

 Genesis 26
 Isaäk lijkt op zijn vader wat betreft zijn geloof: Hij koerst op de beloften van de HERE. Hij lijkt ook op zijn vader wat betreft de zwakheid van zijn geloof (vgl. 12 : 10-20 en 20 : 1-18) en wringt zich daarom in allerlei bochten. Wat zijn wij gauw bang als de situatie onoverzichtelijk wordt! God neemt het ook nu voor dit bange kind van Hem op.
 Het laatste vers doet pijn. Kinderen lijken niet altijd op hun vader en moeder wat betreft hun geloof.... Een onderwerp voor je gebed.

 Genesis 27: 1 - 40
 Ze hebben gevreeën, Isaäk en Rebekka. Dat lazen we gisteren. Ze hebben van elkaar gehouden (zie 24 : 67). Maar ze zijn om hun kinderen ook uit elkaar gegroeid. Ze hebben nu ieder hun eigen favoriete kind en hun eigen slimheid, die ze gebruiken tegenover elkaar. Er is niet veel moois in dit gedeelte: alle hoofdrolspelers denken vanuit zichzelf. Des te verbazingwekkender is het dat de HERE er iets goeds mee weet te doen.
 Trouwens, wil niet op ze neerzien! Ken jezelf!

 Genesis 27: 41 - 28: 22
 De HERE bemoeit zich met Jakob. Is Hem toch ook gunstig gezind al zal Hij hem later nog zijn vreemde streken moeten afleren. Jakob belooft na een heel bijzondere nacht vlotjes de HERE te zullen dienen. Dat waarmaken zal hem nog niet meevallen.
 Wil zo goed zijn even door te bladeren naar de laatste verzen van Johannes 1. Jezus blijkt dé verbinding tussen hemel en aarde te zijn.

 Genesis 29
 Het loopt redelijk gesmeerd in Jakobs leven totdat er iemand is die ook iets blijkt te weten van het verwisselen van kinderen...! Laban maakte zich schuldig aan wat wij vandaag met zeker recht vrouwenhandel zouden noemen (vgl. 31 : 15).
 Sommige stukje in de Bijbel zijn best moeilijk te lezen. Je wilt geloven dat de HERE zulke praktijken nooit bedoeld heeft, maar waarom is het dan toch zo gegaan?
 De bedoeling van de Bijbel is in ieder geval niet dat wij God de schuld geven van dergelijke wantoestanden. Laten we liever naar onszelf kijken via de spiegel van de Bijbel. Is onze wereld nou werkelijk zoveel beter?

 Genesis 30
 Zie de opmerkingen van gisteren over de moeite die zulke gedeelten ons geven.
 Elf zonen en (in ieder geval) één dochter. De twaalfde komt later (35, 16-20). Het begin van de twaalf stammen.
 Het spreken over (de zegen van) God (vs. 6, 18, 20, 23) kan irriteren, maar de andere kant is dat de HERE kennelijk op deze rare manier zijn belofte aan Abraham, Isaäk en Jakob vervult.
 Hetzelfde geldt ten aanzien van de toenemende welvaart van Jakob.

 Genesis 31: 1 - 35
 Het goede (luisteren naar Gods opdracht om terug te gaan naar Kanaän) vermengd met stiekem gedoe bij alle betrokkenen en diefstal van een beeldje dat met afgoderij te maken heeft. Langzaam maar zeker wordt Jakob op de weg naar Huis voortgeduwd. Hij is aan het leren in de wereld een vreemdeling te zijn en thuis te zijn bij God (vgl. 47 : 9) en daarom ook van andere waarden uit te gaan dan hij geneigd is te kiezen.
 Welke christen herkent dat niet?

 Genesis 31: 36 - 54

 Jakob gooit het er nou maar eens uit. Zijn frustratie van twintig jaar komt op tafel. Dat schept duidelijkheid en Laban bindt dan ook in.
 De HERE vindt niet alles goed wat Jakob doet en deed, maar heeft in het geding wel duidelijk partij gekozen (vgl. vss. 29 en 42). Want Hij is veel trouwer aan zijn gegeven woord dan zijn menselijke verbondspartner.

 Genesis 32: 1 - 33
 De man die de wereld dacht aan te kunnen leert zijn zwakheid kennen. Hij loopt voortaan slechter, maar heeft in één nacht een geweldige sprong voorwaarts gemaakt.
 Zo kan God ook werken in je leven, dat ervaringen van jaren in korte tijd een geweldige levensles worden. Je zult het dan nooit meer vergeten!
 Bij de HERE God is het niet erg wanneer je iets niet kunt. Je relatie met Hem wordt alleen maar beter als je leert dat je machtig bent in je zwakheid (vgl. 2 Kor. 12 : 10).

 Genesis 33
 Lees ik hier over een andere Jakob, of verbeeld ik me dat maar? Ik heb de indruk dat hij bescheidener geworden is. In ieder geval zijn er voor ons meer keuzes dan sterk of slim. Leven met gelovig vertrouwen maakt dat je kracht of slimheid minder nodig hebt. Want je wordt op een bepaalde manier onkwetsbaar.
 Het altaar (vers 20) is een geloofsbelijdenis en tegelijk een monumentje. Mooi om iets te hebben in je omgeving dat je aan de HERE herinnert.

 Genesis 34
 De haren rijzen je ten berge: het teken van het verbond slim gebruikt om iets betaald te zetten.
 Het schiet niet echt op met de vroomheid in Jakobs gezin. De Bijbel beschrijft de ene miskleun na de andere. Er leeft een merkwaardige mengeling van besef van Gods bedoeling en eigengereidheid.
 Het was toch ook niet best geweest als ze werkelijk zich verbonden hadden aan de mensen in Sichem. Daarvoor had de HERE Abraham niet apart gezet.

 Genesis 35
 Een hoofdstuk van dood en leven. Rachel sterft in troosteloosheid (vgl. Jer. 31 : 15 en Mt. 2 : 17 en 18), omdat het haar aan geloof ontbreekt. Vader Jakob voelt zich zelfs genoodzaakt om de naam van zijn jongste zoon (Ben-Oni: Ongeluksjong) aan te passen..
 Isaäk mag sterven. Hij vindt het niet erg. Het is mooi geweest. Hij heeft nog meegemaakt dat Jakob met zijn (kerk)gezin terug is in het beloofde land.
 Jakob is duidelijk de erfgenaam van de belofte en wil, aangespoord door de HERE - dat wel, ook met God verder.

 Genesis 36
 Esau groeit ook uit tot een volk. We zullen ze verderop in de Bijbel tegenkomen: de Edomieten. Vaak zullen we lezen over hun vijandige houding tegenover God en zijn volk. Elke keer doet dat pijn: had Esau toch maar een andere keus in zijn leven gemaakt!
 Ze wonen dichtbij, ten zuidoosten van de Dode Zee, maar zijn geestelijk ver weg.
 Het lijkt overigens wel een succesvol volk te zijn geweest, gesetteld in eigen gebied met koningen ver voordat Israël aan een koningschap begon te denken (vers 31). Ach ja, een bekende kwestie, die van het onderscheid tussen succes en zegen.

 Genesis 37
 Het begin van het fantastische verhaal over Jozef. Heel erg mooi verteld.
 De uitleggers verschillen over de vraag of Jozef een vervelende, eigenwijze jongen was of een vrome profeet van God. Er is in zijn optreden zeker iets van de profeet (denk aan zijn dromen die in vervulling gaan), maar je kunt je niet aan de indruk onttrekken dat zowel hij als zijn vader niet erg verstandig omgingen met zijn profetische roeping.
 Maar om dan gelijk je broer maar in de uitverkoop te doen...

 Genesis 38
 We gaan nog even niet mee met Jozef naar Egypte, maar blijven in Kanaän, waar Juda in al zijn kwetsbaarheid naar voren komt.
 Zoals Tamar het aanpakte, dat kon vast niet de goedkeuring van de HERE wegdragen, maar voor haar heb je toch meer respect dan voor Juda, die gelukkig wel zijn fout tegenover Tamar erkent. En dan te bedenken dat Juda straks de uitverkoren stam wordt, waaruit de Messias te zijner tijd geboren gaat worden (vgl. 49 : 8 - 12 en Mt. 1 : 2 en 3). Wie zich daaraan ergert, moet nog maar eens nadenken over wat God nou bedoelt als Hij het heeft over genade. Reken maar dat je dan ook anders tegen jezelf gaat aankijken!

 Genesis 39
 Jozef is afgedaald naar Egypte. Afgedaald in de diepte, dieper dan de put bij Dotan waar z'n broers hem in hebben gesmeten. Maar er komt nog meer misère. Genesis 39 is als verzoekingsgeschiedenis de OT-tegenhanger van Matteüs 4: zal de zoon van Israël staande blijven en zijn roeping niet verzaken? Jozef blijft overeind, dat wel. Maar verder brengt het hem niet. Integendeel. De beker met lijden is nog lang niet leeg. Nu in het gevang. Toch is er ook een refrein: 'en de HERE was met Jozef' (vers 2 en 21). Diep in de put misschien, maar nooit zonder de Heer.

 Genesis 40
 Er is iets met dromen in de geschiedenis van Jozef. Jozefs dromen brengen hem in de Egyptische ellende. De dromen van de schenker en de bakker vormen misschien een weg omhoog uit het dal. Heeft Jozef iets geleerd misschien? De uitleggingen zijn Gods zaak', zegt hij in vers 8. Dat is andere taal dan de taal tegenover zijn broers, lang geleden met z'n eigen dromen. Toen waren Jozefs dromen vooral z'n eigen zaak. Maar Jozefs geduld wordt op de proef gesteld. De schenker vergeet de hebreeuwse slaaf. En Jozef moet wachten: twee volle jaren.

 Genesis 41: 1 - 36
 Alweer dromen, maar nu zijn ze van de grote farao zelf. Er ontstaat paniek in het paleis. Want niemand kan ze uitleggen. Dan herinnert zich de schenker een hebreeuwse slaaf en Jozef komt. 'Jij hoeft een droom maar te horen om hem te kunnen uitleggen', zegt farao. 'Nee, zo zit het niet', zegt Jozef. Je moet maar durven... Maar het zijn woorden in geloof gesproken. In het paleis van deze heidense wereldleider komt Gods woord te klinken. Alles wordt uitgelegd. En zelfs extra: farao krijgt kundig advies van hoe met alles om te gaan.

 Genesis 41: 37 - 57
 De 'dromengeschiedenis' leest als een droom. De voetveeg wordt machthebber en is alleen nog aan farao ondergeschikt. Het echte wonder is denk ik nog meer, dat deze heidense koning onder de indruk komt van het werk van Gods Geest in Jozef. Maar de geschiedenis is nog niet afgelopen. De namen van Jozefs zonen weerspiegelen een verlangen. Het doel van Jozefs afdalen naar Egypte is niet het halen van de hoogste tree, maar het redden van een heel volk.

 Genesis 42
 Eens zaten de broers te eten bij de put (Gen 37: 24) en leed Jozef honger in de put. Nu is het andersom: hongerende broers komen bij Jozef eten halen. Wat is Jozef van plan? Vanwaar die barse toon? Benjamin moet komen en Simeon moet blijven. Wil Jozef zijn broers laten voelen wat het is om als eenling afgezonderd te worden van de anderen? Ruben denkt terecht aan de onverkwikkelijke geschiedenis van Jozefs verkoop (vers 22), maar heeft nog weinig geleerd: het leven van zijn twee zoons heeft hij voor Benjamin over, maar zijn eigen niet.

 Genesis 43
 Het is Juda die zijn broers voorgaat: Hij stelt zich persoonlijk borg voor de veiligheid van Benjamin. Het is die persoonlijke toon die vader Jacob overtuigt boven het gebral van Ruben in het vorige hoofdstuk. Als woorden nou maar geen woorden alleen blijven... En zo gaat Benjamin mee. Er is een vriendelijke ontvangst. Er is de hereniging met Simeon. Er is ontroering bij Jozef. Er is verbazing bij de broers: ze zitten keurig op volgorde van de oudste naar de jongste. Wat is hier aan de hand? Hoe het ook zij, de wijn is goed.

 Genesis 44
 Het zag er zonnig uit voor de broers in Genesis 43. Maar nu pakken donkere wolken zich samen. Benjamin wordt beschuldigd van diefstal. Het blijkt de testcase te zijn, het uur van de waarheid. Wat doen de broers? Laten ze weer uit egoïstische motieven een van hen vallen of komen ze nu voor elkaar op, trekken ze één lijn? Het is Juda die voor allen spreekt: 'God heeft de schuld van uw knechten aan het licht gebracht'. Uit zijn verhaal blijkt, dat het niet alleen gaat om die zilveren beker, maar ook om die ene broer die verkwanseld is. Dat nooit weer!

 Genesis 45
 Meer hoeft Jozef niet te weten. Hij heeft geen spelletje gespeeld met zijn broers. Verzoening kan alleen wat worden, als de schuldige partij open staat voor verandering. En die verandering is er: de broers hebben hun les geleerd uit het verleden. Jozef kan z'n broers om de hals vallen, omdat hij Gods leiding in zijn leven heeft ontdekt: 'God heeft mij voor jullie uitgestuurd' (vers 8). En het voortbestaan van Israël wordt verzekerd. Want Jacob zal naar Egyptes graanschuren komen. De oude vader wil nog één ding doen voor hij sterft: zijn zoon zien.

 Genesis 46
 Iedereen gunt Jacob en Jozef hun hereniging, maar wat moet Israël in Egypte? Komt daar niet alleen maar ellende van? Na veel omzwervingen en moeite keerde vader Jacob ooit terug in het aan hem beloofde land. En nu weer weg. Naar Egypte nog wel. Hij kan dan ook alleen maar gaan met het woord van God dat de reis draagt. Het moment en de woorden lijken op een moment lang geleden, een vluchteling bij Betel. 'Ik ben God, Ik ga mee, wees niet bang, en er komt een groot volk en het komt terug hier'. En zo gaat Jacob. En Israël komt in Egypte, in Gosen.

 Genesis 47
 Twee grootheden ontmoeten elkaar. De wereldleider en de drager van Gods beloften. En Jacob zegent farao. Farao biedt Jacob een plek om te wonen, maar is het niet eigenlijk Jacob die farao een schuilplaats biedt? Wat Jacob betreft: Gosen is voor hem niet meer dan een schuilplaats, een tijdelijk onderkomen. Vreemdeling was hij en vreemdeling blijft hij, zegt hij in vers 9, levend in verlangen op een beter, hemels vaderland (Heb. 11). Maar let ook op vers 27: Israël woont in het land Egypte en zij worden ingezetenen. Het tijdelijk onderkomen wordt een huis.

 Genesis 48
 Je hoeft niet te beschikken over de juiste papieren en diploma's - en al helemaal niet over het juiste paspoort - om groot te worden in Gods Koninkrijk. Jozefs jongens - jawel, met onmiskenbaar Egyptisch bloed - worden stamvaders in Israël. Ze zijn bestemd voor het beloofde land en voor de ene, ware God. Zo is de stijl van God. Buitenstaanders worden stamvaders. En de kleinste wordt de grootste. De zegen voor de oudste gaat naar de jongste. Dat is voor Jozef kennelijk een verrassing, maar voor Jacob allang niet meer (vgl. Gen. 25: 23).

 Genesis 49
 Jacob gaat sterven, maar voordat het zover is krijgen zijn blinde ogen een vergezicht met het oog op de toekomst, de terugkeer van Israël in het beloofde land (Gen 48: 21). Een voor een komen ze langs. Ruben, Simeon, Levi: de gewelddadigheden van vroeger worden niet vergeten. Juda: hij is het, van wie de heersersstaf niet zal wijken. En Jozef: de uitverkorene onder zijn broers. Een voor een. En midden tussen alle woorden vers 18: op uw heil wacht ik, o Here! Dat was de levensles voor Jacob. De les geleerd door schade en schande. En zo wachtend sterft de oude Jacob.

 Genesis 50
 Het boek der geboorten nadert zijn eind. Geboorten hebben we gezien: de geboorte van de wereld, van de gelovige Abraham, en natuurlijk de geboorte van Israël. Hoe zal het Israël vergaan, als Jacob er niet meer is? Oud zeer komt boven. Angsten van vroeger. Ziet Jozef nu zijn kans schoon om zich te wreken? Maar Jozef wijst nogmaals op Gods leiding. Kijk naar God en hoe Hij zijn weg is gegaan. Is dat niet de les van het hele boek Genesis: kijk naar God en heb respect voor de weg die Hij gaat met zijn mensen. Het einde wacht op een nieuw begin: God zal zeker naar u omzien!

 Nog wat info
 Genesis, de naam van dit bijbelboek komt uit het Grieks en betekent: geboorte of oorsprong.

 In dit boek wordt het begin beschreven, het ontstaan van alle zichtbare en onzichtbare dingen, die God in het begin door Zijn Woord uit niets heeft geschapen, waaronder de mens, geschapen naar Gods beeld en geplaatst in het Paradijs.

 Dit is de geschiedenis van de hemel en de aarde, toen zij geschapen werden, ten tijde, dat de Here God hemel en aarde maakte. - Gen. 2:4 -
 God plaatst de mens in het Paradijs om, gehoorzaam blijvende, eeuwig te leven. Met als zichtbaar teken voor de mens de boom des levens.
 Hier vinden we ook de reden van eerbiediging van de sabbat, alsook de instelling van het huwelijk.

 We vinden hier het begin van de zonde en daaruit voortvloeiend de dood en allerlei ellende, door de ongehoorzaamheid van Eva1) en daarna ook Adam.

 Behalve de zondigheid, die als een geweldige vloed over het menselijk geslacht wordt uitgestort, is er ook de eerste belofte der genade van de verlossing van de mensen door het zaad der vrouw, dat God uit loutere barmhartigheid geeft om de kop van de slang, die de mens tot zonde overgehaald heeft te vermorzelen, de zonde en de dood weg te nemen en de verloren gaven der gerechtigheid en des levens terug te brengen.

 Wij vinden hier het eerste begin van de rechte leer en de godsdienst, die met deze eerste belofte voortgekomen is en vervolgens de ware kerk, niet alleen door de dienst van Adam, van de door Kaïn2) vermoorde Abel3), van Seth4), Enoch, Noach en anderen onderhouden, maar ook door God tot de tijd van Noach toe, genadig bewaard.

 Dit boek verhaalt van de afvallige Kaïnieten, die met verwerping van de waarheid, vervalsing van de godsdienst en verachting van de godsvrucht, zich van het heilig volk afzonderen en tenslotte door hun grove zondigheid de straf van de zondvloed over zich halen. De zondvloed, die alleen Noach5) en de zijnen door Gods genade overleven.

 Vervolgens hebben we te maken met het begin van het herstel der wereld na de straf van de zondvloed. Met de herkomst van de volken, de eerste belofte van de roeping der heidenen, het begin van de eerste monarchie, de verdeling van de talen en de eerste geslachtsregisters, die dienen om de tijden te berekenen en de volkeren te scheiden.

 Het voornaamste oogmerk van Mozes is hier, de wederoprichting der kerk aan te wijzen, die, voortgekomen uit de uiterst kleine gemeenschap van het gezin van Noach, na een tijdlang in het geslacht van Sem bewaard gebleven te zijn, ook tot afgoderij is vervallen.

 Hoewel Melchizedek6) en de zijnen nog een overblijfsel der kerk waren, heeft het God toch beliefd, een zeker geslacht uit de nakomelingen van Sem te verkiezen, dat Hij van andere naties afzondert en tot Zijn volk maakt.

 God kiest hiervoor, uit louter genade, Abraham met zijn nakomelingen.

 En Melchizedek, de koning van Salem, bracht brood en wijn; hij nu was een priester van God, de Allerhoogste. En hij zegende hem en zeide: Gezegend zij Abram door God, de Allerhoogste, de Schepper van hemel en aarde en geprezen zij God, de Allerhoogste, die uw vijanden in uw macht heeft overgeleverd. En hij gaf hem van alles de tienden. - Gen. 14:18-20 -

 In het Oude Testament wordt alleen van Melchizedek gesproken in Genesis 14 en Psalm 110. Sommige uit- leggers menen, dat dit Sem, de zoon van Noach geweest moet zijn. Qua leeftijd moet dat mogelijk geweest zijn. In strijd hiermee is echter, dat Melchizedek zonder vader en moeder geweest zou zijn (Hebr. 7:3). Melchizedek was koning van Salem. De meeste oude leraars menen, dat dit Salem de stad geweest moet zijn, die later Jeruzalem genoemd wordt. Hieronymus en enige anderen menen echter, dat Salem de stad bij de Jordaan geweest moet zijn, die genoemd wordt in Joh. 3:23. Hieronymus beweert, dat in zijn tijd nog overblijfselen van het paleis van Melchizedek te zien waren in Salem aan de Jordaan. Lees hierover in Hebreeën 7.

 God roept Abraham en de zijnen op, uit Ur der Chaldeeën weg te trekken. Ze moeten dan naar het land Kanaän.

 God sluit een verbond met Abraham, dat Hij bevestigt door het teken der besnijdenis.

 Toen Abram negen en negentig jaar oud was, verscheen de Here aan Abram en zeide tot hem: Ik ben God, de Almachtige, wandel voor mijn aangezicht, en wees onberispelijk; Ik zal mijn verbond tussen Mij en u stellen en u uitermate talrijk maken. Toen wierp Abram zich op zijn aangezicht en God sprak tot hem: Wat Mij aangaat, zie, mijn verbond is met u en gij zult de vader van een menigte volken worden; en gij zult niet meer Abram genoemd worden, maar uw naam zal zijn Abraham7), omdat Ik u tot een vader van een menigte volken gesteld heb. Ik zal u uitermate vruchtbaar maken en u tot volken stellen en koningen zullen uit u voortkomen. Ik zal mijn verbond oprichten tussen Mij en u en uw nageslacht in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u en uw nageslacht tot een God te zijn. Ik zal aan u en uw nageslacht het land, waarin gij als vreemdeling vertoeft, het ganse land Kanaän, tot een altoos durende bezitting geven en Ik zal hun tot een God zijn. - Gen. 17:1-8 -

Wie acht dagen oud is, zal bij u besneden worden, al wat mannelijk is in uw geslachten: zowel wie in uw huis geboren is, als wie van enige vreemdeling voor geld is gekocht, doch niet van uw nageslacht is. Wie in uw huis geboren is en wie door u voor geld gekocht is, moet voorzeker besneden worden; zo zal mijn verbond in uw vlees zijn tot een eeuwig verbond. - Gen. 17:12-13 -

Niet Ismaël, die hij bij de slavin Hagar verwekt, zal zijn stamhouder zijn en ook niet één van de kinderen uit zijn huwelijk met Ketura, na de dood van Sarah, maar zijn zoon Isaäk8), door Sarah gebaard.

 Maar dan krijgt Abraham de opdracht zijn zoon Isaäk te offeren. En Abraham is gehoorzaam en doet wat God hem opdraagt. Maar op het laatste moment verhindert God, dat Abraham het offer daadwerkelijk uitvoert.

 Abraham wordt dan beloond met de hernieuwing van de eerder door God gedane beloften.

 Van Isaäk gaat de belofte van God over op Jakob9), die het eerstgeboorterecht van Ezau10) aftroggelt. Van Jakob gaat de belofte over op zijn nakomelingen, zoals blijkt uit zijn profetische zegening.

 Dit uitverkoren geslacht heeft God doorgaans behouden bij de ware leer en oprechte godsdienst, geregeerd door Zijn Woord en Geest, beschermd voor zijn vijanden, geoefend met velerlei kruis.

 Ondertussen hebben zich de menselijke zwakheden, zelfs bij de voornaamsten, nu en dan geopenbaard, doch deze werden door God genadig vergeven.

 Dit blijkt uit de belevenissen van Abraham en Isaäk in Kanaän, Egypte en Gerar11). En van Jakob en Jozef in Kanaän, Mesopotamië en Egypte.

 Eindelijk sterven zij, voortreffelijke getuigenissen van hun geloof in de beloften Gods nalatende.

 De laatste, wiens dood in dit boek beschreven wordt, is Jozef, met wiens levenseinde dit boek ook eindigt, bevattende de geschiedenis van meer dan 2300 jaren.

 1) Eva, in de oude statenbijbel Heva genoemd, komt van het Hebreeuwse Chavvah, moeder van alle levenden, van alle mensen.

 2) Kaïn is een hebreeuws woord en betekent 'verkregen'.

 3) Abel, in de oude statenbijbel Habel genoemd, komt van het Hebreeuwse woord 'hebel'.

 4) Seth is in het Hebreeuws Scheth, dat is 'zetting'.

 5) Noach wordt ook wel Noë genoemd.

 6) In het Hebreeuws Melchitsedek. Deze Melchizedek wordt als voorbeeld van Christus gesteld (Hebr. 7:3).

 7) De naam Abram wordt door God veranderd in Abraham. De letter h, die hier ingevoegd wordt is de eerste letter van Hamon, wat betekent 'menigte' of 'veelheid'.

 Dit is de eerste naam, die God veranderd heeft en hiervan is het gebruik afkomstig, dat men de namen bij de besnijdenis heeft gegeven.

 8) Isaäk is in het Hebreeuws Jitschak. God geeft hem deze naam, vanwege het lachen van zijn vader (zie Gen. 17:17).

 9) Jakob, in het Hebreeuws Jaakob, betekent zoiets als 'hielhouder'. Hij werd na zijn tweelingbroer Ezau geboren en hield diens hiel vast bij de geboorte.

 10) Ezau betekent 'gemaakt' of' volmaakt', omdat hij bij de geboorte al haar had als een volwassen man.

 11) Gerar was een stad in het zuiden van Kanaän, niet ver van Berseba en Ziklag.

 Berseba is een Israëlische stad, in het begin van de 20e eeuw weer opgebouwd.

COMMENTAAR
BIJBELBOEK

OT


Genesis

Exodus

Leviticus
 

Numeri

Deuteronomium

Jozua
 
Richteren
 
Ruth
 
1 Samuël

2 Samuël
 
1 Koningen
 
2 Koningen
 
1 Kronieken

2 Kronieken
 

Ezra
 
Nehemia
 
Esther

Job

Psalmen

Spreuken

Prediker

Hooglied


Jesaja


Jeremia


Klaagliederen van Jeremia

Ezechiël

Daniël


Hosea

Joël


Amos


Obadja


Jona


Micha


Nahum


Habakuk

Zefanja

Haggaï

Zacharia

Maleachi

NT

Matthëus


Markus

Lukas

Johannes

Handelingen

Romeinen


1 Korinthiërs


2 Korinthiërs


Galaten

Efeziërs

Filippensen


Kolossensen

1Thessalonicensen

2Thessalonicensen

1 Timothëus

2 Timothëus

Titus

Filemon

Hebrëen

Jakobus

1 Petrus

2 Petrus

1 Johannes

2 Johannes

3 Johannes

 
Judas

Openbaring
 

 READ THE BOOK - THE BIBLE CHANGE YOUR LIFE

Deutsch
de
English en français fr italiano it Nederlands nl español es português pt Norsk no svenska sv Polski pl čeština cz Slovák sk Magyar hu român ro Български bg hrvatski hr Pyсский ru Türkçe tr عربي ar

       

Heer, wees mijn Gids

                              

INFO: DE WEG - DE WAARHEIDHET LEVENFILM - AUDIO


Wie zoekt zal vinden           


www Holyhome.nl

Boeiende Series :

Bijbelvertalingen
Bijbel en Kunst

Bijbels Prentenboek
Biblische Bildern
Encyclopedie
E-books en Pdf
Prachtige Bijbelse Schoolplaten

De Heilige Schrift
Het levende Woord van God
Aan de voeten van Jezus
Onder de Terebint
In de Wijngaard

De Bergrede
Gelijkenissen van Jezus
Oude Schoolplaten
De Zaligsprekingen van Jezus

Goede Vruchten
Geestesgaven

Tijd met Jezus
Film over Jezus
Barmhartigheid

Catechese lessen
Het Onze Vader
De Tien Geboden
Hoop en Verwachting
Bijzondere gebeurtenissen

De Bijbel is boeiend
Bijbelverhalen in beeld
Presentaties en Powerpoints
Bijbelse Onderwerpen

Vrede van God voor jou
Oude bijbel tegels

Informatie over alle kerken in Nederland: Kerkzoeker
 
Bible Study: The Bible alone!
L'étude biblique: Rien que la Bible!
Bibelstudium: Allein die Bibel!  

Materiaal voor het Digibord
Werkbladen Bijbelverhalen Bijbellessen
OT Hebreeuws-Engels
NT Grieks-Engels

Naslagwerken
Belijdenissen
Een rijke bron

Missale Romanum + Afbeeldingen
Stripboek over Jezus
Christelijke Symbolen
Plaatjes Afbeeldingen Clipart
Evangelie op Postzegels

Harmonium Huisorgel
Godsdiensten en Religies
Herinnering aan Kerken

Christian Country Music
Muzikale ontspanning
Software voor Bijbelstudie
Hartverwarmende Klanken
Read and Hear the Holy Bible
 Luisterbijbel

Bijbel voor Slechtzienden Begrippenlijst   -1-   -2-

Meer weten over de Psalmen, gezangen, liturgieën, belijdenisgeschriften: Catechismus, Dordtse Leerregels en veel andere informatie? . Kijk opOnline-bijbel.nl
         
  (
What's good, use it)



Waard om te weten :

Een hartelijk welkom op de site
Deze pagina printen
Sitemap
Wie zoekt zal vinden


FAQ - HELP

Kerk
Zondag
Advent
Kerstfeest
Driekoningen
Vastentijd
Goede Vrijdag
Aswoensdag
Palmzondag
Palmpasen
De stille week
Witte donderdag
Stille zaterdag
Paaswake
Pasen - Paasfeest
Hemelvaartsdag
Pinksteren
Biddag
Dankdag
Avondmaal
Doop
Belijdenis
Oudjaarsdag
Nieuwjaarsdag
Sint Maarten
Sint Nicolaas
Halloween
Hervormingsdag
Dodenherdenking
Bevrijdingsdag
Koningsdag / Koninginnedag
Gebedsweek
Huwelijk
Begrafenis
Vakantie
Recreatie
Feest- en Gedenkdagen
Symbolen van herkenning
 
Leerzame antwoorden op levens- en geloofsvragen


Hebreeën 4:12 zegt: "Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden"Lees eens: Het zwijgen van God

God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.
Lees eens:  God's Liefde

Schat onder handbereik


Bemoediging en troost

Bible-people - stories of famous men and women in the Bible
Bible-archaeology - archaeological evidence and the Bible
Bible-art - paintings and artworks of Bible events
Bible-top ten - ways to hell, films, heroes, villains, murders....
Bible-architecture - houses, palaces, fortresses
Women in the Bible -
 great women of the Bible
The Life of Jesus Christ - story, paintings, maps

Read more for Study  
Apocrypha, Historic Works
 GELOOF EN LEVEN een
          KLEINE HULP VOOR  ONDERWEG