DE HEILIGE SCHRIFT - DE BIJBEL

JOB

De vindplaats van materiaal voor Bijbelstudie, geloofstudie, catechese, school, kring, persoonlijk geloof, studie thuis, kerk, club, nieuws, godsdienstonderwijs, zingeving en vooral heel veel mogelijkheden om je Bijbelkennis te vergroten. Blijf niet afhankelijk van anderen maar lees zelf de Bijbel. Investeer in geestelijke rijkdom.


De Studiebijbel is uitermate geschikt om de Bijbel te leren verstaan.

Je kunt een keus maken uit onderstaande tabel voor verdere studie
A = Verwijzing naar bijbeltekst met uitgebreide uitleg
B = Beknopte verhandeling over het hier gekozen bijbelboek
C = Verwijzing naar de verhandeling van een ander bijbelboek

Terug naar de Inleiding van deze serie


A B C
BIJBELBOEK
met
UITLEG


Oude Testament

Genesis Exodus Leviticus Numeri Deuteronomium Jozua Richteren Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia Maleachi


Nieuwe Testament


Mattheüs Marcus Lukas Johannes Handelingen Romeinen 1 Korinthiërs
2 Korinthiërs
Galaten Efeziërs Filippensen Kolossensen1 Tessalonicensen2 Tessalonicensen 1 Timotheüs 2 Timotheüs Titus Filemon Hebreeën Jakobus 1 Petrus 2 Petrus 1 Johannes 2 Johannes 3 Johannes Judas Openbaring


JOB


Het
Het boek Job (Hebreeuws: איוב) is een van de boeken in de Hebreeuwse Bijbel. In het jodendom valt dit boek onder de categorie Geschriften van de Tenach, dat aan christenen bekend is als het Oude Testament. Het Hebreeuwse Iyov betekent: "Hij die weent".

 Het boek Job is genoemd naar de hoofdpersoon van het verhaal.
Job wordt ook genoemd in Ezechiël 14:14 en 20. Daaraan kun je zien dat er waarschijnlijk allerlei verhalen bestonden over de rechtvaardige man Job. In de Joodse traditie hoort het boek Job bij de Ketoeviem, de Geschriften.

Rechtvaardig man

Het belangrijkste thema in het boek Job is de vraag naar de zin van het lijden en naar de rol van God daarbij. Via de ervaringen van Job komt deze vraag aan de orde. Hoewel Job een rechtvaardige man is, overkomt hem veel ellende. In zijn nood vervloekt hij de dag waarop hij geboren is. Maar dan nemen Jobs vrienden het woord. Zij zien het zo: God beloont mensen als ze goed leven, en straft ze als ze dat niet doen. Job moet dus wel zwaar gezondigd hebben. De meeste mensen in die tijd dachten trouwens zo. Maar Job is het hier absoluut niet mee eens. Hij is een vroom en rechtvaardig man, zoveel ellende verdient hij niet. Hij kan niet begrijpen dat God juist hem zo treft. Je hoort in het boek hoe hij van God zelf duidelijkheid wil hebben. God moet zeggen dat hij onschuldig is.


In dit boek lezen we de gedenkwaardige geschiedenis van Job, een man in het land Uz1).


We lezen van zijn zware beproeving, zijn lijdzaamheid en uiteindelijk van de uitkomst, die de Heer biedt.

 Wij noemen dit een geschiedenis, omdat het een echt verhaal is van hetgeen wat geschied is en niet een verdichtsel van iets, dat zou kunnen geschieden, wat ook blijkt uit de namen van de personen, volken en landen, welke in dit boek vermeld worden, in het bijzonder uit de getuigenissen van de profeet Ezechiël en van de apostel Jacobus, die Job als een waardig persoon zien, waarin God, door zijn manier van leven, een groot welgevallen had, terwijl hij voor de mensen een voorbeeld was.

 Het woord des Heren kwam tot mij: Mensenkind, wanneer een land tegen Mij gezondigd heeft door ontrouw te worden en Ik mijn hand daartegen uitstrek, het de staf des broods verbreek en er hongersnood zend en daar mens en dier uitroei en er zouden daar deze drie mannen zijn: Noach, Daniël en Job, dan zouden dezen door hun gerechtigheid slechts zichzelf redden, luidt het woord van de Here Here. - Ez. 14:12-14 -
 Zie, wij prijzen hen zalig, die volhard hebben; gij hebt van de volharding van Job gehoord en gij hebt uit het einde, dat de Here deed volgen, gezien, dat de Here rijk is aan barmhartigheid en ontferming. - Jac. 5:11 -

 Veel theologen menen, dat Job geleefd in de tijden der aartsvaders of tijdens het verblijf van het volk Israël in Egypte of tijdens de trek door de woestijn. Enkelen denken, dat Mozes de schrijver van dit bijbelboek is.

 De geschiedenis van Job begint met een beschrijving van zijn vroomheid. Job is vroom en oprecht, godvrezend en wijkende van het kwaad, zo lezen we in Job 1 vers 1. Hij heeft tien kinderen, zeven zoons en drie dochters. Ook bezit hij een zeer grote veestapel.

 Maar dan volgt het droevige verhaal van het lijden, dat Job moet ondergaan.

 Satan denkt, dat hij Job van zijn geloof in God af kan brengen. En God zegt dan tegen hem: "Dat zal je niet lukken, je mag het proberen."

 Op zekere dag nu kwamen de zonen Gods2) om zich voor de Here te stellen3) en onder hen kwam ook de satan4). En de Here zeide tot de satan: Vanwaar komt gij? En de satan antwoordde de Here: Van een zwerftocht over de aarde, die ik doorkruist heb5). Toen zeide de Here tot de satan: Hebt gij ook acht geslagen op mijn knecht Job? Want niemand op aarde is als hij, zó vroom en oprecht, godvrezend en wijkende van het kwaad. En de satan antwoordde de Here: Is het om niet, dat Job God vreest? Hebt gij zelf niet hem en zijn huis en al wat hij bezit aan alle kanten beschut? Het werk zijner handen hebt Gij gezegend en zijn bezit is zeer toegenomen in het land. Strek daarentegen uw hand uit en tast alles aan wat hij bezit - of hij U dan niet openlijk zal vaarwel zeggen! En de Here zeide tot de satan: Zie al wast hij bezit zij in uw macht; alleen tegen hemzelf zult gij uw hand niet uitstrekken. Toen ging de satan van des Heren aangezicht heen. - Job 1:6-12 -
En dan bereikt Job de ene onheilstijding na de andere. Zijn runderen en ezelinnen worden geroofd, zijn schapen werden door de bliksem gedood, ook zijn kamelen worden geroofd, zijn kinderen komen om in een zware storm en ook al zijn knechten zijn gedood.

Maar het geloof van Job houdt stand!

 Als satan weer voor de Heer verschijnt, vraagt Deze hem weer of hij acht heeft geslagen op Job. Maar satan denkt, dat Job wel zal bezwijken als hij persoonlijk geraakt wordt. "Ga je gang," zegt God dan tegen satan. "Doe wat je wilt met hem, maar spaar zijn leven."

 En dan wordt Job getroffen door zweren over zijn hele lichaam. Hij neemt dan een potscherf om zich daarmee te krabben.

 Zelfs zijn eigen vrouw steunt hem niet in zijn lijden, ze beschimpt hem zelfs.

 Toen zeide zijn vrouw tot hem: Volhardt gij nog in uw vroomheid? Zeg God vaarwel6) en sterf! -Job 2:9 -
Drie vrienden7) van aanzien komen dan bij Job om hem te beklagen en vertroosten. Eerst kunnen ze niets zeggen, verslagen als ze zijn door de aanblik, die Job hen biedt.

 Maar dan kan Job zich niet meer beheersen, hij is ook maar een mens. Met luide stem beklaagt hij zich. Hij vervloekt zelfs de dag van zijn geboorte.

 Maar dan houden de vrienden zich niet langer stil. Ze beschuldigen Job van ongeduldigheid en wijzen hem op de gerechtigheid Gods, waardoor Hij de kwaden straft.

Ze beschuldigen Job van huichelarij of goddeloosheid.

Zij beweren, dat God de goddelozen alleen straft en de vromen zegent.

 Job is alles ontnomen. Zijn wereld is ingestort. En tot overmaat van ramp wordt hij ook nog op zo'n manier door zijn vrienden bejegend. Met allerlei spreuken zetten ze hun beweringen kracht bij.

 Maar Job weet zich te verantwoorden, overtuigd als hij is van zijn zuiver geweten.

 De beschuldigingen van zijn vrienden verwerpt hij. Hij brengt naar voren, dat God juist vaak de vromen met gruwelijke straffen straft, terwijl niet zelden de goddelozen juist veel milder gestraft worden.

 Als de drie vrienden uitgepraat zijn en Job hun redeneringen beantwoord heeft, neemt een andere persoon het woord, namelijk Elihu8).

 Hij is boos op Job, omdat die zich tegenover God voor rechtvaardig hield en hij is boos op de drie vrienden, omdat zij geen antwoord vinden om Job duidelijk te weerleggen en overtuigen, maar hem wel beschuldigen van huichelarij en goddeloosheid.

 De reden, dat deze Elihu nu pas het woord neemt, is, dat hij veel jonger is en eerst de ouden aan het woord wil laten.

 Tenslotte openbaart God zich aan Job in storm en onweer, Job bestraffende, omdat hij ondoordacht van Hem gesproken heeft.

 Job bekent dan zijn zonde, geeft Gods gerechtigheid de eer en openbaart de boetvaardigheid van zijn hart.

God beschuldigt de drie vrienden van Job.

 Mijn toorn is ontbrand tegen u en tegen uw beide vrienden, want gij hebt niet recht van Mij gesproken zoals mijn knecht Job. - Job 42:7 -
Zij moeten dan naar Job gaan met zeven stieren en zeven rammen en die tot een brandoffer offeren. En Job mag dan voor hen bidden, want de Heer zal slechts Job ter wille zijn.

 Dan vindt God, dat Job genoeg geleden heeft. God brengt een keer in het leven van Job en geeft hem al zijn vroegere rijkdommen terug en meer dan dat.

 En de Here bracht een keer in het lot van Job, toen hij voor zijn vrienden gebeden had en de Here gaf Job het dubbele van al wat hij bezeten had. -Job 42:10 -
Al zijn broers en zusters en vroegere bekenden komen bij hem terug. Zij beklagen en troosten hem.

 Het bezit van Job breidt zich uit tot veertienduizend stuks kleinvee, zesduizend kamelen, duizend span runderen en duizend ezelinnen.

 Ook wordt Job gezegend met zeven zoons en drie dochters.

 Die dochters noemt hij Jemina, Kezia en Kerenhappuch. Deze dochters waren de schoonste vrouwen van het land.

 Daarna leefde Job nog honderdveertig jaar, hij zag zijn nakomelingen tot in vier geslachten.

 Tenslotte rest ons de vraag: hoe lang heeft die bezoeking van Job geduurd?

 Wij weten het niet.

 De Hebreeën denken, dat het ongeveer een jaar geweest moet zijn.

 Sommige anderen denken, dat het langer was, anderen dat het korter was.

 Maar wij weten het niet. En het is ook niet nodig om te weten, wat God niet nodig gevonden heeft aan ons te openbaren.

 1) Uz is in het Hebreeuws Uts of Huts. Het was een landstreek, genoemd naar een man van die naam.
 De Bijbel noemt drie mannen van die naam, namelijk:


 a. De oudste zoon van Aram en kleinzoon van Sem, de zoon van Noach (Gen. 10:23).
 b. De oudste zoon van Nahor, broer van Abraham (Gen. 22:21).

 c. Een nakomeling van Ezau (Gen. 36:28).

 De eerstgenoemde, achterkleinzoon van Noach, was de stamvader van de inwoners van Trachonitis, dat ook Ausitis of Usitis genoemd werd. Deze landstreek was een deel van het land der Israëlieten.

 De tweede, de zoon van Nahor, bewoonde een landstreek in Syrië.

 En de derde, de nakomeling van Ezau, woonde in een gebied in Iduméa.

 Men is het er niet over eens, in welke van de drie genoemde landen Job woonachtig was.

 2) Dit zijn de engelen Gods, niet omdat zij natuurlijke zonen van God zouden zijn, zoals Gods eniggeboren Zoon, maar omdat zij deze waardigheid hebben uit de gave der schepping, zijnde gemaakt naar Gods beeld en gelijkenis om Zijn aangezicht gedurig te aanschouwen, Hem en Zijn gemeente te dienen en eeuwig met Hem te leven.

 3) Dit is vergelijkbaar met vorsten, die hun dienaren ontbieden om rekening en verantwoording af te leggen.

 4) Satan, wederpartijder, zo wordt de boze geest genoemd, omdat hij uit onverzoenlijke vijandschap alle gelovigen haat en voortdurend tracht hen tot zonde te verleiden. Als een brullende leeuw gaat hij rond op aarde, op zoek naar mensen, die hij kan verslinden.

 5) Satan dwaalt rond op de aarde, op zoek naar mensen, die hij zou kunnen bewerken en tot zonde overhalen.

 Petrus zegt hierover in 1 Petrus 5 vers 8:

 Wordt nuchter en waakzaam. Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden. Wederstaat hem, vast in het geloof, wetende, dat aan uw broederschap in de wereld hetzelfde lijden wordt toegemeten.
6) In de oude vertaling staat 'Zegen God en sterf'. Hiermee bedoelt zij: ga maar door met God in alles te zegenen, dat wil zeggen te loven en te danken en zie waar dat op uitdraait. Het einde zal een pijnlijke dood zijn, die je niet ontlopen kunt.

 7) Men neemt aan, dat deze drie vrienden van Job uit Arabië en Iduméa afkomstig geweest zijn.

Die drie vrienden waren:

 *Elifaz, de Themaniet. Deze werd zo genoemd, omdat hij een nakomeling was van Theman, de zoon van Elifaz, de zoon van Ezau, de zoon van Izaäk.
 *Bildad, de Suhiet. Dit was een nakomeling van Suah, de zoon van Abraham en Ketura.

 *Zofar, de Naämathiet. Het is niet zeker of deze bijnaam zijn oorsprong heeft in een voorvader, geslacht of woonplaats. Er zijn theologen, die menen, dat hij een nakomeling is van Timna, de zoon van Ezau, waarover in Genesis 36:40 is geschreven. Maar anderen denken, dat hij geboren is in de stad Naäma, die in Jozua 15:41 genoemd wordt.

 8) Elihu, de zoon van Baracheël, de Buziet. Dit was één der nakomelingen van Buz, de zoon van Nahor, de broer van Abraham. Maar er zijn ook enkele theologen, die menen dat met Buz Bileam bedoeld wordt, waarvan geschreven is in Numeri 22 vers 5.

Auteur en ontstaan

 Over dit onderwerp bestaat een grote verscheidenheid aan meningen. Een oude joodse traditie in de Talmoed stelt dat Mozes het boek geschreven kan hebben. Anderen voeren argumenten aan dat het door Job zelf geschreven is, of door Elihu of Jesaja. Argumenten als overeenkomst in stijl en taal met die van de Psalmen en de Spreuken (zie ook psalm 88 en 89), de nadruk op 'wijsheid', en de opzet en het karakter van compositie, wijzen op een oorsprong in de tijd van koning David en koning Salomo.

 Veel theologen zijn van mening dat de inleiding en het slot door een andere auteur zijn geschreven dan de hoofdmoot van het boek.

Stijl

 Het boek is een historisch gedicht, een van de grootste en subliemste in de literatuur - een didactisch verhaal in een dramatische vorm.

Was Job een historisch persoon?

 De meeste joden nemen aan dat Job geen historisch persoon geweest is. Zo schreef bijvoorbeeld Rabbijn Simeon ben Laquish dat Job nooit bestaan heeft (Midrash Genesis Rabbah LXVII, Talmoed Bavli, Bava Batra 15a.) In deze opvatting is Job een literaire creatie door een profeet die deze schrijfvorm gebruikte om een goddelijke boodschap over te brengen. Het boek is dan geschreven onder goddelijke inspiratie om een theologische waarheid over te brengen, maar niet bedoeld om in de historische zin als letterlijk waar te worden beschouwd.

 Veel fundamentalistische christenen geloven dat Job een historisch persoon was. In deze opvatting accepteert men de uitspraken van het boek waarin over Job gesproken wordt. Dit geloof is ook gebaseerd op de verwijzingen naar Job in het boek Ezechiël en in de brief van Jacobus. Volgens sommige creationisten beschrijft het boek Job het klimaat van het Midden-Oosten tijdens de ijstijd zoals sneeuw, ijs, orkanen en zware regenval. Ook worden er plaatsnamen en culturele gebruiken genoemd die zelfs in de tijd van Mozes niet meer in gebruik waren. Dit zou dan toch pleiten voor een zeer oude oorsprong. Onafhankelijke bevestiging van Jobs bestaan ontbreekt, wat niet verwonderlijk is, omdat van vrijwel geen enkele burger uit die tijd enig spoor is overgebleven.

 Dit boek was blijkbaar in de dagen van Ezechiël, B.C. 600 bekend, zie (Ezechiël 14:14). Het boek Job wordt ook aangehaald in de Hebreeën 12:5, en in de I Korinthiërs 3:19.

Het verhaal en de structuur

 Het onderwerp van het boek wordt gevormd door de beproeving van Job, de aanleiding, aard, en de vorm hiervan. De indeling van het boek is als volgt :

 Een introductie in proza (hoofdstuk 1-2), waarin de rijke Job al zijn bezittingen verliest en ziek wordt.
De controverse en de oplossing, in poëzie (hoofdstuk 3-42:6). Jobs wanhopige klaagzang vormt de aftrap in de discussie tussen Job en zijn drie vrienden in drie rondes dialogen. De eerste ronde in de discussie zet de controverse uiteen (hoofdstuk 4-14). In de tweede verdiept de controverse zich (hoofdstuk 15-21), en in de derde wordt het hoogtepunt bereikt (hoofdstuk 22-27). Dit wordt gevolgd door de oplossing in de redevoeringen van Elihu en het antwoord van God, gevolgd door Jobs belijdenis (42:1-6) van zijn eigen fouten en dwaasheid.
Het derde gedeelte is een historisch slot, in proza (42:7-15).

Thema/boodschap

 Het grote onderwerp van het boek behandelt de vraag: "Is ongeluk en pech in het leven altijd een kwestie van goddelijke straf voor iets?" Jobs drie vrienden geven hierop een bevestigend antwoord, en stellen dat Jobs ellende het bewijs is dat hij zonden begaan heeft waarvoor hij nu gestraft wordt. Zijn vrienden verdedigen ook de omgekeerde stelling, dat geluk en welvaart het bewijs zijn van goddelijke beloning, en dat, als Job zijn fouten zou erkennen, zijn lot onmiddellijk weer zou omkeren.

 In zijn antwoord stelt Job dat hij een rechtvaardig man was, en dat zijn ellende dus geen straf voor iets is. Dit werpt de mogelijkheid op dat God op willekeurige wijze handelt, en Jobs vrouw raadt hem aan God te vervloeken en te sterven. In plaats hiervan antwoordt Job: "Zouden wij het goede van God ontvangen, en het kwade niet ontvangen?" De climax van het boek vindt plaats wanneer God Job antwoordt, niet met een uitleg van Jobs lijden, maar met een vraag: waar was Job toen God de wereld schiep?

 Gods antwoord kan op verschillende manieren gelezen worden. Sommigen zien het als een manier om Job nederig te maken. Toch wordt Job getroost door Gods antwoord, wat suggereert dat de schrijver van het boek meer betrokken is op de vraag of God aanwezig is in het leven van mensen dan op de vraag naar of God rechtvaardigheid handelt.

 Het verhaal waarin het boek vervat is, compliceert het boek nog meer. In het inleidende verhaal staat God toe dat Satan Job zijn vrouw, kinderen en rijkdom afneemt. In het slotgedeelte herstelt God Job in zijn vroegere gezondheid en geluk, wat laatste suggereert weer dat het geloof van de rechtvaardige wel degelijk beloond wordt. De duivel wordt in het slot niet meer vermeld.

Het boek Job in vogelvlucht

Job 1
 Kent u, ken jij Job? Job was rijk. Ongelooflijk rijk. Ook had hij tien kinderen. Allemaal volwassen intussen. Met elk van hen had hij een goede band. Job was een gelukkig man.
 Maar op een dag keert het tij. Alles raakt hij kwijt. Ook zijn kinderen. Ze zijn er niet meer.
 En Job: Job vloekt niet, Job klaagt niet. Begrijpt u dat en jij?

Job 2
 Kent u de vrouw van Job? In elk geval begrijpt die vrouw niets van haar man. Waarom vloekt hij niet? Kunt u het zich voorstellen? Je houdt van je man. En dan overkomt hem iets verschrikkelijks. Wat doet jou dat zeer. Maar je man: hij klaagt zelfs niet. Woedend word je. Maar Job gaat tegen zijn vrouw in. Begrijpt u dat?

Job 3
 Misschien begrijpen we Job nu wat beter. Hij wilde, dat hij er nooit was geweest. Alhoewel: wie verlangt er nu naar de dood? Vandaag is het dodenherdenking. Veel mensen hadden voor de vrijheid van Nederland hun eigen leven over. Maar het was wel een offer! Toch gebeurt het ook, dat iemand niet verder leven wil. Job gaat verder. Was hij er maar nooit …..

Job 4: 1 - 5: 7
 Natuurlijk had Job ook relaties. Vrienden. De meesten blijven weg, maar drie bezoeken Job. Tegelijk. Het zijn echte Oosterlingen. Het is tot en met te zien, dat de ellende van hun vriend iets met hen doet. Eerst zeggen ze geen enkel woord. Vervolgens zijn ze niet meer te stuiten.
 Maar helpen kunnen ze niet. Of willen ze het niet? Voor Job geen bevrijdingsdag!

Job 5: 8 - 27
 Elifaz komt op voor God. Dat komt ons niet onbekend voor. Als iemand lijdt, vraag jij je al gauw af of de schuld daarvan bij hem ligt of bij God. Meestal pleit je God dan vrij. ‘Hij zal er wel een bedoeling mee hebben’, zeggen we dan. Maar nu kijken we in de spiegel. ‘Wat Elifaz doet, kan niet’, zo vinden wij. Maar dan kan ook niet alles wat wij doen!

Job 6
 Tegen een vriend kun je heel veel zeggen. Elifaz, Bildad en Zofar nemen geen blad voor de mond. Job op zijn beurt ook niet. Toch kent vriendschap ook haar beperkingen. Je kunt niet alles van elkaar dragen. Zelfs niet altijd andermans leed. Maar als getroffene moet je dat niet accepteren. Stel de vraag van Job (vs. 26): “Waarom gaan mijn wanhopige woorden langs jullie heen?”

Job 7
 Job durft wel wat tegen God te zeggen! Over het algemeen durven wij dat niet. Dat kan een goed teken zijn. Je kunt ook te vrijmoedig zijn tegenover God. Maar: je kunt ook teveel op een afstand blijven. En als dát de reden is, waarom je nooit boos wordt op God …  Tegen een vriend kun je veel zeggen. De band is immers maar zo niet kapot. Hoe sterk is de band met God?

Job 8
 Het verdriet van een vriend is je soms te zwaar. Hoe maak je dat nu draaglijk voor jezelf? Soms helpt het, als je een verklaring vindt. Daar is Bildad ook mee bezig. Als je een papyrusplant ziet staan, dan is er ook water. Als iemand lijdt, moet daar een oorzaak voor zijn. Maar het lijden is een mysterie. De pijn ervan redeneer je nooit weg.

Job 9
 Soms kun je jezelf zo machteloos voelen. Je weet, dat je gelijk hebt, maar je krijgt het niet.
Als je je nu ook nog bedenkt, dat God erbij was … Hij weet dat je gelijk hebt, Hij zag dat je het niet kreeg en toch liet Hij het gaan. Als je je dat regelmatig realiseert, voel je je ook tegenover God machteloos. Netzo als Job. Maar laat het Hem in elk geval horen!

Job 10
 Hoe kan dat nou? God deed je geboren worden. Hij vormde je in het lichaam van je moeder. En diezelfde God maakt je kapot? Wij zeggen dan: ‘Gód maakt je niet kapot. Dat doet de duivel.’ Of ook wel: ‘dat doen wijzelf.’ Maar God gaf de duivel natuurlijk wel toestemming om Job stuk te maken. Als jij een ander toestaat om iets kwaads te doen, ….
Het kwaad is een mysterie. Als je er maar wel mee naar God toegaat!

Job 11
 Hoe kun je je vriend zo toespreken als Zofar doet met Job? Toch is dat niet zo vreemd. Over mensen die er ellendig aan toe zijn worden soms harde dingen gezegd. ‘Als hij nu eens …’
 ‘Als zij nu eens niet …’ Of: ‘die hebben ook altijd wat.’ Mensen met veel ziekte zijn vaak getekend. Ja, dat is het. Wij hangen aan hen een labeltje. Wij willen de werkelijkheid graag beheersen. Dat is beter dan dat we eronder lijden. Maar zou God dat ook vinden?

Job 12
 Als iemand zijn verdriet uit, dan moet je daar toch op reageren? Je kunt toch niet alleen maar zwijgen, zoals die vrienden van Job dat zeven dagen deden? Maar als je iets zegt, moet je wel iets zinnigs zeggen. Niet iets wat die ander ook wel had kunnen bedenken. Als je iets zegt, moet je de ander daarmee een dienst bewijzen en niet jezelf. Heb ook op dat moment je naaste lief. Als jezelf!

Job 13
 Hoe kun je jezelf nu verdedigen tegenover God? Had Elifaz dan toch niet gelijk? Elifaz zei (4: 17) dit: “Zou God een sterveling als rechtvaardig beschouwen, kan een mens zijn schepper in de ogen zien?” Maar er is ook een andere kant (Ps. 18: 27): ‘jegens de reine toont God zich rein, maar jegens de verkeerde toont Hij zich een tegenstander.’ En ook (Ps. 11: 7): ‘de oprechten zullen zijn aangezicht aanschouwen.’ Job heeft in elk geval voor een deel gelijk.

Job 14
 Job heeft niet in alles gelijk. Hij schiet ook wel eens door. Hij overschrijdt regelmatig de grens tussen zichzelf en God. En we merken ook, dat hij veel dingen nog niet weet.
Toch tast hij al wel naar de waarheid (vs. 15b vv). ‘… U zou weer verlangen naar mij, U die mij hebt gemaakt. U zou wel mijn gangen nagaan, maar niet mijn zonden tellen; die bergt U weg als geld in een buidel, de sporen van mijn misstappen wist U uit.’
Wat moet dat mooi zijn. Alle schade die wij hebben aangericht is weg!

Job 15 
Elifaz is opnieuw aan het woord. Hij heeft zich niet door Job laten overtuigen. Integendeel, Hij herhaalt wat hij al eerder gezegd heeft. Zijn toon is zelfs nog feller. Hij geeft Job, die jonger geweest moet zijn dan de Elifaz, een tik op de neus met de woorden: “Ben jij als eerste van de mensen geboren, ben jij ouder dan de heuvels?” Jij, Job, komt nog maar pas kijken vergeleken met mij! Elifaz zal Job wel eens even zijn gelijk tonen. Hij beroept zich op de wijze voorvaderen. Zij getuigen, net als Elifaz, dat wie God uitdaagt, zijn ondergang tegemoet gaat!

Job 16
 Job is niet verder gekomen met zijn vrienden. Het is loos gepraat van armzalige troosters. Zijn klacht richting God is er nog steeds. De toon is zelfs scherper. God heeft Jobs mooie gezin kapot gemaakt, en ook zijn lichaam. Al dat kapotte is volgens de vrienden Jobs schuld. Maar Job geeft God de schuld. Hij voelt zich door God ontrecht. ‘Tegenstander' noemt Job Hem. Dát houdt Job niet uit. Hij schreeuwt het uit: “O aarde, bedek mijn bloed niet!” Zijn bloed moet blijven spreken. Daar mag geen zand over. Dat God onrechtvaardig bloed vergiet. Groot is de afstand tussen Job en de Here. Heeft satan het nu toch gewonnen?
Nee, want onverwacht gebeurt het wonder: God luistert! Job weet het zeker. Doorbraak, juist nu! ‘Zie mijn Getuige is in den hemel, mijn Pleitbezorger in den hoge’, roept Job. De Tegenstander God is ook Jobs Getuige. Dat is geloofstaal!

Job 17
 Job worstelt niet alleen met zijn vrienden maar ook met God, die hem onrecht aandoet. Hij schreeuwt om hulp bij God tegen God! Om een Borg, een Middelaar (vs. 3). Zijn vrienden laten hem in de steek. Iedereen drijft de spot met hem. Hij is tot een spreekwoord geworden. Het maakt hem moedeloos. Hij verwacht van het leven niets meer. Zijn verwachtingen neemt hij mee het graf in.

Job 18
 Waarom neemt Bildad opnieuw het woord? Heeft hij iets nieuws te zeggen? Of heeft hij Job beter begrepen? Niets van dit alles. Het is weer hetzelfde liedje. En hij is nog scherper dan Elifaz. Opnieuw hangt hij hele schilderijen op over de ondergang van de goddelozen. Welverzekerd en onbewogen over het leed besluit hij zijn verhaal: zo loopt het af met wie God niet wil erkennen!

Job 19
 Job is machteloos en zal straks sterven als één brok ellende. Maar, zegt Job, ik heb een Losser die het voor mij opneemt. De Goël die het onrecht wreekt. En ik weet, déze Goël leeft. Ik ga sterven, maar ik heb een levende Losser! Hij zal het voor mij opnemen, als ik niet verder kan.
 Job grijpt hier uit boven de verwarring en het gesprek, boven die debatten met zijn vrienden en zijn eigen klachten, met dit ene: mijn Losser leeft!

Job 20
 Zofar is kwaad. Waarom eigenlijk? Om wat Job zei over de Losser die het voor hem opneemt? Zofar valt fel uit tegen Job. Veel nieuws heeft hij niet te vertellen. Hij geeft wel toe dat de goddeloze een tijdlang voorspoed en vreugde kan beleven. Maar dat gaat snel voorbij. Het is van tijdelijke aard. Uiteindelijk komt hij om!

Job 21
 Job reageert op het spreken van Zofar door te zeggen dat de praktijk wel anders leert. Slechte mensen genieten juist wél van het leven. Het onrecht schijnt te zegevieren! De feiten wijzen het uit! Tot na hun dood worden zij geëerd. Kijk maar eens naar hun goed verzorgde grafheuvels. “Jullie troostende woorden betekenen niets, jullie redeneringen zijn een en al bedrog.”

Job 22
 Voor de 3e keer komt Elifaz aan het woord. Hij geeft zijn theorie niet op: de almachtige God laat zich niet leiden door eigenbelang. Waarom zou Hij je dan onrecht aandoen? De oorzaak van je lijden moet je zoeken bij jezelf. Om je vroomheid bestraft God je niet. Dus moet het om je eigen zonden zijn. Dit lijkt een logische redenering, veel logischer dan die van Job. Maar ijskoud! Dat komt omdat Elifaz de band met God doorsnijdt met zijn: “Kan een mens God een dienst bewijzen?” (vs. 2). Job zoekt juist het contact met God. Hij smacht naar God!

Job 23
 Job blijft klagen en zich tegen God verzetten. En hij kan God niet vinden. Hij wil zijn zaak voor God uiteenzetten, want zijn vrienden begrijpen hem niet. Maar God houdt zich verre. Dat is steeds Jobs klacht. Vond hij God maar. Dan zou hij oprecht blijken. Maar God geeft hem niet de gelegenheid zich te verdedigen. God gaat maar door. Wat Hij wil, brengt Hij ten uitvoer. Hij is niet te stoppen. Daarom is Job bang God onder ogen te komen. Dat is zijn moeite. En daarin hebben zijn vrienden hem niet geholpen.

Job 24
 Job gaat in op de visie van zijn vrienden. Hun spreken is veel te gemakkelijk. Je kunt niet zomaar aanwijzen dat God zondaars straft. Integendeel, het lijkt alsof het onrecht maar ongehinderd bedreven kan worden. Om dit aan te tonen geeft Job een beschrijving van het dagelijks leven: het is vol verdrukking van de geringen! Maar – en dat past niet in het systeem van de vrienden – God slaat geen acht op hun gebed.

Job 25 - 26
 Bildad neemt voor de 3e keer het woord. Hij is kort. Hij heeft niet veel nieuws te zeggen. Hij hamert op het oude thema: God is ontzagwekkend en hoe kan de broze mens rechtvaardig zijn tegenover zo’n God?
 Sarcastisch bedankt Job zijn vriend: Wat heb je me weer goed geholpen! Job weet ook wel dat God groot is. Hij heeft het al eerder gezegd. Toen met de wrange bijsmaak: Gods bestuur is willekeurig (hfdst. 12). Terwijl zijn vrienden bij hun oude thema blijven, komt Job verder. Zijn toon is nú die van verwondering en aanbidding.

Job 27
 Job zweert bij God, dat hij onschuldig is. Hij denkt er niet aan zijn vrienden gelijk te geven. Hij wordt niet om zijn zonden gestraft. In het tweede deel van dit hoofdstuk leert Job zijn vrienden (vs. 11v.), dat God de goddeloze straft. Hadden zijn vrienden dit ook al niet gezegd? Ja, maar als rampen over de goddelozen komen, dan wil dat nog niet zeggen dat ieder die door rampen getroffen wordt een goddeloze is! Zijn vrienden zijn ‘door een ijdele waan bevangen’.

Job 28
 Job beschrijft het werk van een mijnwerker. Op zoek naar schatten. De mens kan alles vinden en alles uitvinden. Vandaag is de technologie hoog ontwikkeld. Maar waar is de wijsheid en hoe komt de mens daaraan? Jobs vrienden menen de wijsheid in pacht te hebben. Maar wie ziet wijsheid in een geruïneerde Job? Heeft een mens het inzicht dat hij precies weet waarom het zus of zo loopt in zijn leven? De wijsheid is alleen bij God. Hij weet welke middelen Hij moet kiezen om zijn doel te bereiken. Daarom moeten we ons onderwerpen aan zijn leiding. Ons verstand schiet tekort om alles te begrijpen over het hoe en waarom van het leven. Toch is er een wijsheid die voor de mens bereikbaar is: de vreze des Heren. Dat is een leven vol gelovig en liefdevol respect voor God. En wijken van het kwade: het praktisch levensgedrag afstemmen op wat God wil. Dát is inzicht!

Job 29
‘Job schept wel heel erg op over zichzelf ‘, zo denken wij misschien. Maar hebben we gelijk? Wij brengen uitersten het liefst dicht bij elkaar. Iemand die veel kan moet zich niets verbeelden. Omgekeerd moet een man of vrouw met veel verdriet niet te lang onze aandacht vragen. Iedereen heeft wel wat. Maar zo egaal is het leven in werkelijkheid niet.
 En Job viel inderdaad van een grote hoogte.

Job 30
 Mag Job dit wel zeggen? Wij willen niet discrimineren. Maar laten we eerlijk zijn: we hebben wel negatieve gevoelens. Er zijn mensen aan wie je niets hebt. Job kende ze van enige tijd geleden ook. Hun zoons zijn nog erger. Daar heb je nog minder aan. Maar nu lachen die jongens hém uit. Ook wij worden wel eens onwaardig behandeld, niet in overeenstemming met onze positie. Mag je daar ook verdriet van hebben?

Job 31: 1 - 23
‘Je mag niet begeren.’ Dat horen we elke zondagmorgen in de kerk. Dat valt niet mee. Gevoelens kunnen sterk zijn en ze zijn er, voordat je het weet. Job zegt, dat hij niet naar de meisjes keek en dat hij zich niet door zijn buurvrouw heeft laten verleiden. Zou het waar zijn?
Vergis je niet. God is sterk. En Hij laat dat niet alleen in de hemel zien. Hoe dichter bij deze machtige God, des te zuiverder is je blik.

Job 31: 24 - 40
Job lijkt wel zonder zonde. Toch is hij zich ook van fouten bewust (vs. 33). Niettemin zegt hij, dat hij alles wat hij gedaan heeft verantwoorden kan. In alle openheid durft hij God tegemoet te treden (vs. 37). Is dat niet te sterk gezegd? Maar moet je dan bang zijn voor God, als je sterft of Jezus terugkomt? Dat is toch ook niet de bedoeling?
 Het ligt aan de situatie. Als iemand erg voldaan is over zichzelf, moet je tegen hem zeggen dat hij niets verdient. Maar als iemand ten onrechte beschuldigd wordt, kan hij heel goed zeggen dat hij een schoon geweten heeft.

Job 32
 Als de drie vrienden Job niet kunnen overtuigen, neemt Elihu het woord. De belangrijkste reden daarvoor is niet, dat hij iets nieuws heeft. Hij stoort zich eraan, dat de drie vrienden Job niet van zijn schuld hebben kunnen overtuigen. Hij vindt dus ook, dat Job schuldig is (vs.3).
 Maar je mag volgens hem niet zeggen, dat alleen God dat duidelijk kan maken aan Job (vs. 13). Elihu is jonger. En als je jong bent, leg je je maar zo niet ergens bij neer.

Job 33
 Wat Elihu zegt, lijkt op een herhaling van zetten. Hij suggereert, dat Job de wet heeft verdraaid. Hij verwacht, dat Job dat, door de nood gedwongen, uiteindelijk toch op zal biechten (vs. 27). Toch is het net alsof Elihu iets dichter bij de waarheid komt. God staat ver boven de mens (vs. 12).

Job 34
 Elihu worstelt met de waarheid en langzaam maar zeker komt hij verder. Als je jezelf confronteert met ernstig leed, als je luistert naar wat anderen daarover zeggen en als je dit doet met liefde voor God, verwacht dan dat de Here je meer inzicht geeft. Dat inzicht geeft God aan Elihu. In elk geval doet Hij geen onrecht. Kan God als wetgever tegen het recht zijn (vs. 17)? Natuurlijk niet! Vandaag is er tijd om na te denken over God, ook over God en het lijden. Eén ding staat dan vast: Hem valt niets te verwijten (vs. 29,30).

Job 35
 Elihu komt dichter bij de waarheid. Als je iets goeds voor iemand doet, wordt die ander daar beter van. Logisch is dan, dat hij of zij dat laat merken. Maar God is anders dan een mens. Hij bezit alles. Van wat wij aan goeds doen wordt Hij dus niet echt beter. Elihu zegt het heel duidelijk: ‘Als u rechtvaardig bent, denkt u dan God iets te geven? Wat krijgt Hij dan van U (vs. 7)?’

Job 36
 Wat Elihu nu zegt heeft iets dubbels. Eerst daalt hij weer neer tot op het niveau van de drie vrienden. ‘Job,’ zo zegt hij, ‘is terecht veroordeeld als een misdadiger. Het recht heeft zijn loop gekregen (vs. 17).’ Hij trekt God dus weer in het menselijke vlak. Elihu weet precies hoe het zit tussen God en Job. Maar de waarheid is sterk en wint het weer. Elihu eert God als Schepper.

Job 37
 Wij, mensen van de 21e eeuw, kunnen veel. Als het koud is, zet je de verwarming wat hoger. Als de zon te fel schijnt, trek je de zonnewering omlaag. Dat maakt je echter ook afhankelijk. Als de cv het niet doet, zit je meteen in de problemen. Trouwens, hoe vaak is de natuur ons niet de baas. Tijdens een hevig onweer valt de stroom uit. Je zit in het donker en je kunt je elektrische apparaten even niet gebruiken. Bovendien kunnen die knetterende donderslagen je best benauwd maken.
 Als mens ben je maar klein en God is groot. ‘Geloofd zij God met diep ontzag.’

Job 38: 1 - 21
 Stel u voor, dat u kritiek op iemand heeft. U vindt, dat hij grote fouten heeft gemaakt. En u spreekt hem daarop aan. De ander reageert daarop. Hij stelt een aantal tegenvragen. Hij legt dingen uit. En langzamerhand begint u zich te schamen. Die ander weet echt veel en veel meer dan u. U voelt zich even heel klein.
 U hebt vast wel eens aan het strand van de zee gestaan. Wat is dat toch een enorme watermassa, die telkens weer aanstormt op de kust. En toch wordt het land niet overspoeld. Wie zorgt daar eigenlijk voor? God. Wat kun je jezelf dan klein voelen!

Job 38: 22 - 41
 Elke avond kijken we naar de weersverwachting. Want wij willen graag weten, wat voor weer het morgen is. En het liefst ook nog, wat voor weer het overmorgen is en de dagen daarna. Heel vaak komt dat ook uit. Toch wel gemakkelijk.
 Maar de verwachtingen komen ook wel eens niet uit. De meteorologen zijn dus beperkt in hun kennis. Trouwens, zelfs al komen hun verwachtingen wel uit, dan nemen ze alleen nog maar waar. Zij brengen de winden niet in beweging. Hoe gebeurt dat laatste nu? Dat heeft te maken met een verschil tussen hoge en lage luchtdruk. Akkoord. Maar ga dan nog eens verder terug. Dan komt er vast wel een moment, waarop u het niet meer weet. Is dan het toeval de oorzaak? Of zou er misschien ook nog een God zijn? Trouwens, als alles volgens een bepaalde regelmaat toegaat, wil dat nog niet zeggen dat die God er níet is.

Job 39
 Als mens wil je graag greep hebben op het leven. Zo kan het heel moeilijk zijn, als je bij het ouder worden de greep op het leven verliest. Als gelovige wil je graag greep hebben op de werkelijkheid. Zo zochten de vrienden van Job een verklaring. Job had vast en zeker verkeerd gedaan. Van de weeromstuit zoekt Job ook een verklaring. Hij heeft niet verkeerd gedaan en dus doet God verkeerd.
 Maar kijk nu alleen eens naar een aantal dieren. Weet jij precies wanneer een moederdier haar jongen werpt? En die struisvogel: probeer dat dier maar eens bij te houden. En die gier: laat jij dat dier tot die grote hoogte stijgen?
 Als mens ben je koning over de dieren. Jazeker, maar toch maar een heel klein onderkoninkje!

Job 40: 1 - 24
 God wijst Job op het nijlpaard. Blijkbaar wordt hier toch een ander dier bedoeld, want een nijlpaard heeft geen staart (vs. 17). Kennelijk gaat het om een monster, dat geen mens in bedwang kan houden.
 Zo’n beest zegt meer dan 1000 woorden van mensen. Wij denken vaak, dat wij de Here God verdedigen moeten, zoals die drie vrienden van Job en ook Elihu. Maar God laat zelf wel zien, hoe groot Hij is.

Job 40: 25 - 41: 26
 Een krokodil kent u uit de dierentuin. Maar niet zo’n krokodil als hier beschreven wordt. Het lijkt wel een draak.
 In elk geval kun je maar beter niet met een krokodil in aanraking komen.
 Even iets anders: je hebt wel eens een jongentje dat heel veel praatjes heeft. Maar als er opeens een grote hond op hem afkomt, wordt hij stil.
 Wij zijn meestal ook niet gauw stil te krijgen, maar soms wel!

Job 42
 Job betuigt zijn spijt, nu voor de tweede keer (vgl. 40: 4,5). Waarover?
 Zijn fout was niet, dat hij zijn onschuld volhield. Die onschuld had God zelf heel duidelijk gezien (vgl. 1: 8; 2: 3). God wijst de drie vrienden dan ook terecht.
 Maar Job had God niet mogen verwijten, dat Hij hem onrechtvaardig behandelde. Een oordeel over je eigen leven: dat kan nog. Maar een oordeel over God: dat komt geen mens toe!

Om over na te denken

Wij kennen het verhaal van Job. Toch is het niet zo makkelijk om dit boek te lezen en te begrijpen. De hoofdstukken 1,2 trekken onze aandacht en zijn niet zo moeilijk te begrijpen Hetzelfde geldt van hoofdstuk 42. Dat wordt anders als het om de hoofdstukken 3-41 gaat.

 Is Job 3-41 Gods Woord?

 Er zijn vijf mensen die in deze hoofdstukken aan het woord zijn. Dat zijn Job en zijn drie vrienden: Elifaz, Bildad en Sofar. Dan is er nog die andere vriend: Elihu. De HERE komt met Zijn antwoord in de hoofdstukken 38-41
Wij lezen in hoofdstuk 42 dat Job zijn schuld belijdt en hoe de HERE op de vrienden van Job reageert. De HERE laat daar ook zien dat Hij Job weer een heel grote zegen geeft.

Een van de moeilijkste in het boek Job is om vast te stellen wanneer Job verkeerd over de HERE gesproken heeft en wat het verkeerde in de woorden van Jobs vrienden was. Dat moet ons voorzichtig maken om heel makkelijk teksten uit de hoofdstukken 3-37 te gebruiken om bepaalde dingen te bewijzen. We moeten er zeker van zijn dat wat daar gezegd wordt in overeenstemming met Gods wil is. Zo kun je vragen stellen bij de bewijsteksten uit het boek Job die je onder vraag en antwoord 13 van de Heidelbergse Catechismus vindt. We lezen daar bijvoorbeeld teksten die uit de mond van Elifaz komen: Job 4:18,19; 15:15,16. Dat al de woorden van Elifaz niet Gods wil en wijsheid weergeven lezen we in 42:7: “Nadat de HERE deze woorden tot Job gesproken had, sprak de HERE tot de Temaniet Elifaz: Mijn toorn is ontbrand tegen u en tegen uw beide vrienden, want u hebt niet recht van Mij gesproken zoals mijn knecht Job.”

Wanneer wij antwoord willen geven op de vraag of we in Job 3-37 met Gods Woord te maken hebben, moet ons antwoord ja zijn. De Heilige Geest heeft ook deze hoofdstukken tot deel van de Bijbel, van Gods Woord gemaakt. Toch betekent dat niet dat alles wat daarin staat ons de goede weg van God en de goede leer van God leert. Het is belangrijk om hier het onderscheid tussen historisch en normatief gezag te maken.

Alles wat we in de hoofdstukken 3-37 lezen, is een betrouwbaar verslag van wat Job en zijn vrienden gezegd hebben. Deze woorden zijn op een historisch betrouwbare manier aan ons overgeleverd in Job 3-37. Toch geven niet al de woorden in deze hoofdstukken voor ons de wil van de HERE weer. Niet alles in deze hoofdstukken heeft voor ons normatief gezag. Wij kunnen niet van alle woorden van Jobs vrienden zeggen dat het goede woorden zijn. Al hun woorden zijn niet met Goddelijk gezag bekleed. Dat moet ons voorzichtig maken om heel makkelijk de woorden van de drie vrienden van Job te gebruiken en daarmee iets te bewijzen. Zelfs Job zegt in deze hoofdstukken dingen waarvoor de HERE hem in de hoofdstukken 38-41 bestraft. Als we weer naar antwoord 13 terugkeren zou het ook beter zijn om de teksten uit Job 9 en 15 met gedeelten uit Rom 3 te vervangen. Ik kom in het volgende artikel er nog op terug hoe we de hoofdstukken 3-37 moeten lezen.

Wie was Job?

 Wie de menselijke schrijver van het boek Job is weten we niet. Het boek Job geeft ons daarvoor geen enkele aanwijzing. Dat is ook niet belangrijk als we er maar aan blijven vasthouden dat wat in dit boek staat werkelijk gebeurd en gezegd is. We lezen in dit boek wat op een bepaald ogenblik in de hemel (1:6-12; 2:1-7) en op aarde gebeurd is. Als we op de toespraken in dit boek letten, zien we dat ze in een dichterlijke stijl geschreven zijn. Dat hoeft niet te betekenen dat Job en zijn vrienden elkaar in een dichterlijke stijl toegesproken en beantwoord hebben. De dichterlijke vorm kan de vorm zijn die een mens onder leiding van de Heilige Geest gekozen heeft en die op die manier volledig betrouwbaar weergegeven heeft wat er toen gezegd is.

Opvallend is dat Job een niet-Israeliet is. Hij woont in het land Us. Het is een land dat zeker buiten Israel gelegen heeft. Maar wij kunnen niet met zekerheid zeggen waar dit land precies lag. Wij lezen van het land Us in: Gen 36:1,28; 1 Kon 1:42; Klaagl 4:21. Het lijkt erop dat het een stuk land is dat ten zuiden van Juda ligt. Andere plaatsen in de Bijbel waar Us genoemd wordt, zijn: Gen 10:23; 22:21; 1 Kron 1:17. Deze teksten wijzen meer in de richting van een stuk land dat ten noordoosten van Israël ligt. Het is heel goed mogelijk dat verschillende stukken land in de Oudheid de naam Us gehad hebben.

Wij vinden een interessante traditie over Job in de Septuagint. De Septuagint is de eerste vertaling van het Oude Testament. Het was een Griekse vertaling die in de tijd van de Here Jezus veel gebruikt is. Wij vinden in die vertaling bij 42:7 een toevoeging. Volgens deze toevoeging zou Job dezelfde zijn als Jobab de zoon van Zerach zijn. Wij lezen van Jobab in Gen 36:33. Job zou dan een kleinzoon van Ezau geweest zijn. Deze dingen zijn natuurlijk niets anders dan een menselijke overlevering. Toch is het wel zo dat als je het hele boek Job leest je tot de conclusie moet komen dat het meest waarschijnlijke is dat Job in de tijd van de aartsvaders of net daarvoor geleefd moet hebben

Aanwijzingen dat Job ongeveer in de tijd van Abraham geleefd heeft zijn:
• De organisatie van het familieleven en van zijn eigendom past bij die tijd in het Oude-Nabije Oosten. Hij is een herdersvorst en zijn rijkdom wordt uitgedrukt in het bezit aan vee dat hij heeft. 1:3; 42:12. Dit past bij deze tijd.
• Job wordt heel oud. 42:16. Zijn leeftijd van 140 jaar past bij de tijd van de aartsvaders of daarvoor maar niet in de tijd daarna.
• In de tijd voor Israëls volksbestaan in Kanaan waren er gelovigen die niet tot de nakomelingen van Abraham behoorden. Een ander voorbeeld daarvan is Melchizedek. Zie Gen 14.
Als het over de persoon Job gaat was hij zeker een historische persoon die op aarde geleefd heeft. Dat komt duidelijk in het boek Job naar voren. En ook op andere plaatsen in de Bijbel. Kijk bijvoorbeeld: Ez 14:14,20; Jak 5:11.

De indeling van het boek

 Als je het boek Job begint te lezen, is het goed en nodig op op de indeling van het boek te letten. De volgende indeling kan daarbij helpen:

1. De historische situatie Hoofdstuk 1,2
2. De toespraken van Job en zijn vrienden Hoofdstuk 3-31
We zien dan de volgende personen aan het woord mat daarachter de hoofdstukken waarin dat het geval is.
Job 3
1e ronde 2e ronde 3e ronde
Elifaz 4,5 15 22
Job 6,7 16,17 23,24
Bildad 8 18 25
Job 9,10 19 26-31
Sofar 11 20
Job 12-14 21
3. Toespraken van Elihu Hoofdstuk 32-37
4. Gods woorden Hoofdstuk 38-39:35; 40,41
5. Het antwoord van Job Hoofdstuk 39:36-38; 42:1-6
6. De nieuwe situatie van Job Hoofdstuk 42:7-17

Hoe moeten we over de woorden van Elihu denken?

 Als je naar de indeling van het boek Job kijkt, zie je meteen dat de toespraken van Jobs vierde vriend los van die van de andere drie staan. Is dat toevallig of hebben zijn toespraken een andere inhoud?
De woorden van Elihu worden door mensen verschillend beoordeeld. Vaak wordt hij bij de andere drie vrienden gerekend en wordt gezegd dat hij dezelfde mening als de andere drie uitdraagt. Ook hij zou daarom onder Gods veroordeling vallen. Elihu zou dezelfde boodschap als de andere drie brengen maar dan alleen in andere woorden. Deze uitleg is niet erg aannemelijk. Waarom niet? Omdat de HERE de drie vrienden aan het einde van het boek Job bestraft. Hij bestraft Elihu dan niet! Kijk maar in Job 42:7-10: “Nadat de HEER deze woorden tot Job had gesproken, richtte hij zich tot Elifaz uit Teman: Ik ben in woede ontstoken tegen jou en je twee vrienden, omdat jullie niet juist over Mij hebben gesproken, zoals mijn dienaar Job. Welnu, neem elk zeven jonge stieren en zeven rammen, ga daarmee naar mijn dienaar Job, zodat jullie een offer kunnen brengen voor jezelf. Job, mijn dienaar, zal voor jullie bidden, want Ik ben alleen hem goedgezind. Dan zal Ik jullie niet blootstellen aan schande, ook al hebben jullie niet juist over Mij gesproken, zoals mijn dienaar Job. En Elifaz uit Teman, Bildad uit Suach en Sofar uit Naama deden zoals de HEER had gezegd en de HEER was Job goedgezind. Nadat Job voor zijn vrienden had gebeden, bracht de HEER een keer in het lot van Job en Hij gaf hem het dubbele van wat hij eerder bezat.”

We zien bij Elihu zeker nieuwe en andere dingen dan bij de drie vrienden. Dat zijn o.a.:

• De drie vrienden verheffen zich boven Job. Zij beschuldigen Job ervan dat hij een grote zondaar is. Dat kan volgens hen niet anders. De ellende die over het leven van Job komt zou daarvan het bewijs zijn. Af en toe komen deze drie vriende zelfs met heel concrete beschuldigingen die moeten bewijzen dat de ellende die Job treft het gevolg van ernstige zonden in zijn leven is. Een voorbeeld daarvan is wat Elifaz in hoofdstuk 22:6-9 zegt: “Zonder reden eiste je een pand van je naaste en armen nam je zelfs hun laatste kleren af. Wie uitgeput was weigerde je water, brood onthield je hem die honger had. Ja, de geweldadige bezit het land, de nietsontziende heeft er zijn macht gevestigd, Weduwen heb je weggestuurd met lege handen, de krachten van de wezen heb je gebroken.”
De drie vrienden van Job verheffen zich onterecht boven Job. Want de beoordeling van het leven van Job door de HERE is: “Zoals Job is er niemand op aarde: hij is rechtschapenen onberispelijk, hij heeft ontzag voor God en mijdt het kwaad.” 1:8.
Elihu verheft zich niet boven Job. Zijn overtuiging is niet dat Job een grote zondaar is en dat daarom die grote ellende over zijn leven gekomen is. Hij erkent dat hij zeker niet beter als Job is. Het is voor hem niet zo dat mensen met wie het goed gaat dus beter zijn dan mensen die het in het leven zwaar krijgen. Hij gaat naast Job staan: “Voor God zijn wij elkaars gelijken, jij bent net als ik uit leem gevormd. Laat angst voor mij je niet verlammen, mijn hand zal niet zwaar op je drukken.” 33:6,7

• De drie vrienden kunnen aan niets anders denken dan dat Job een grote zonde gedaan heeft. Job verzet zich hiertegen. Het gevolg van de manier waarop de drie vrienden praten is dat Job zover komt dat hij de HERE tot verantwoording roet. Hij gaat dan zelfs zo ver dat hij met de beschuldiging van onrechtvaardig aan het adres van de HERE komt. Zie o.a.: 4:6-8; 8:20; 11:11;18:5.
De grote verdienste van Elihu in het gesprek is juist dat hij erop wijst dat we allemaal als zondaren de grootste ellende verdiend hebben. We hebben allemaal vanwege onze zonden en onze schuld bevrijding en verlossing door God nodig. Hij wijst er net als Job al eerder gedaan heeft op dat ieder mens de Verlosser nodig heeft. Zie 33:23-25. Kijk voor Job 19:25.
Vanuit het juiste gezichtspunt dat we allemaal zondaren zijn en de ergste ellende verdiend hebben, bestraft Elihu Job omdat Job de HERE van onrecht durft te beschuldigen. Job is gaan twijfelen en heeft zich al meer tegen God gaan richten: 3:3; 9:22; 16:11-18; 19:6. Elihu laat zien dat dit niet bij het optreden van een mens tegenover God past. Hij wijst op het verkeerde op dit punt in de woorden van Job o.a. in 34:35-37:
“ Job spreekt zonder kennis van zaken, zijn woorden getuigen niet van inzicht. O, werd Job maar tot het uiterste beproefd, want hij praat als iemand die op kwaad uit is. Hij voegt zonde toe aan zonde, hij is opstandig waar wij bij zijn en spreekt zich keer op keer uit tegen God.” De HERE zelf legt ook juist daarbij de vinger in de hoofdstukken 38-41. Heel kernachtig lezen we dat in 40:1,2 (Vertaling 1951 39:34,35): “En de HEER vervolgde: Een mens die met de Ontzagwekkende twist – kan hij Hem iets leren? Laat hij die God terechtwijst op dit alles antwoorden!”
Ook op een ander punt zien we grote overeenstemming tussen wat Elihu zegt en wat de HERE tegen Job zegt. Elihu wijst Job op de grootheid en majesteit van God. Hij doet dat vooral in hoofdstuk 37. Het onderwijs van de HERE in de hoofstukken 38,39 sluit daarbij aan.

Heeft Job echt dingen gezegd die niet goed waren?

 Is het echt zo dat Job in het Bijbelboek dat naar hem genoemd is dingen gezegd heeft die niet goed waren? Die vraag komt vooral naar ons toe als de HERE zich in hoofdstuk 42:7 tot Elifaz richt en zegt: “Ik ben in woede intstoken tegen jou en je twee vrienden, omdat jullie niet juist over mij hebben gesproken, zoals mijn dienaar Job.”

Waarom is de HERE kwaad op die drie vrienden? De reden daarvan is dat zij niet op de juiste manier over Hem gesproken hebben.
Dat betekent niet dat ze perse dingen gezegd hebben die niet waar zijn. Veel van de dingen die de drie vrienden gezegd hebben zijn op zichzelf waar. Daarom kan Paulus in 1 Kor 3:19 ook woorden van Elifaz aanhalen. Woorden die we in Job 5:13 vinden. Toch kan iemand met veel woorden die op zichzelf waar een verhaal maken waarvan de strekking verkeerd is. Dat is wat de drie vrienden gedaan hebben. Ze hebben veel woorden die opzichzelf waar zijn zo met elkaar verbonden dat de strekking van hun verhaal geworden is: Ieder mens die in groot problemen zit en door grote problemen getroffen wordt moet een grote zondaar zijn. Wie in zijn leven niet veel problemen ondervindt zou daaruit de conclusie kunnen trekken dat hun leven goed voor God is.

De drie vrienden hebben daarmee een verkeerd beeld van God en het leven voor Gods ogen gegeven. Ze hebben daarin verkeerd over de HERE gesproken. Dat is niet de manier waarop de HERE werkt.

De Here Jezus wijst dat aan als Hij iemand die blind geboren is geneest. Dan wordt de Here Jezus de vraag gesteld wie er zo zwaar gezondigd heeft: die blinde man of zijn ouders. Jezus’antwoord is dan: “Hij niet en zijn ouders niet, maar Gods werk moet door hem zichtbaar worden.” Joh 9:3

Wanneer de HERE zegt dat de drie vrienden niet op de goede manier over Hem gesproken hebben zoals Job dat wel gedaan heeft, betekent dat niet dat Job nooit iets verkeerds gezegd heeft. Job heeft niet altijd het gelijk aan zijn kant gehad. Dat wordt heel duidelijk in de hoofdstukken 38-41. Daarin bestraft de HERE Job over bepaalde dingen die hij gezegd heeft en de houding die hij daardoor tegenover de HERE inneemt. De Here God zegt in 38:2 zelfs tegen Job: “Wie is het die mijn besluit bedekt onder woorden vol onverstand.?”

De rede van die woorden is dat Job de HERE tot verantwoording geroepen heeft. Hij heeft zo gesproken dat hij de indruk wekt dat de HERE oprechtvaardig met hem omgaat. Wat nu met hem gebeurd is, heeft hij niet verdiend. Hij twijfelt aan God rechtvaardigheid. Job laat zich door de HERE ook overtuigen en erkent dan ook zijn schuld. We lezen dat in 42:3-6: “Wie was ik dat ik, door mijn onverstand, uw besluit wilde toedekken? Werkelijk, ik sprak zonder enig begrip, over wonderen, te groot voor mij om te bevatten. “Luister,” zei ik, “dan zal ik spreken, ik zal u ondervragen, zeg mij wat u weet.” Eerder had ik slechts over u gehoord, maar nu heb ik u met eigen ogen aanschouwd. Daarom herroep ik mijn woorden en buig ik mij, zoals ik hier zit in het stof en het vuil.”

We zien hier dat ook Job dingen gezegd heeft die verkeerd waren en door Gods nadere onderwijs weerlegd zijn. Job erkent dat en is blij met Gods onderwijs aan hem. Nog voordat de HERE hem uit zijn ellendige situatie haalt!

Enkele belangrijke elementen in het boek Job

 Ik noem nu enkele belangrijke zaken die we in het boek Job leren. Die God ons leert. Er zouden er zeker nog meer te noemen zijn.

• De strijd tussen God en satan. De satan wil bewijzen dat een mens die zwaar in de ellende komt door God niet tot het einde toe zo vastgehouden kan worden dat die man of vrouw de HERE blijft aanbidden. De HERE laat zien dat Zijn kracht en trouw boven alle macht van de duivel uitgaan. Het blijven geloven, het blijven dienen van God is niet van aardse welvaart en geluk op deze wereld afhankelijk.

• Job wordt door de trouw en kracht van God een voorbeeld van het geduldig lijden om het volgen van God. Kijk Jakobus 5:10. Je kunt op de HERE vertrouwen!

• De satan kan niet verder gaan als wat de HERE hem toelaat. Zie 2:6.

• Als je in moeilijke omstandigheden leeft en je moet lijden betekent dat niet automatisch dat er een bijzondere zonde in je leven is. Iedereen heeft de Verlosser nodig.

• Wij als mensen kunnen Gods wijsheid niet beoordelen en veroordelen. De HERE gaat ons verstand en ons voorstellingsvermogen te boven. Ons past het om Hem en Zijn grootheid te aanbidden.

• De beproevingen van de gelovigen zijn er op gericht om de HERE echt te kennen. Zie 42:5

• Een gelovige leeft en aanbidt de HERE. Hij doet dat niet voor niets. Kijk 1:9

God en het lijden

 In het begin van de bijbel wordt verteld dat de schepping goed is. Maar al snel komen de verhalen waarin het misgaat: Adam en Eva verliezen hun onschuld, Kaïn slaat Abel dood, Lamech wreekt zich, de tijdgenoten van Noach maken er een puinhoop van. Het zijn allemaal gebeurtenissen die zich vandaag de dag herhalen: de ooit goede schepping is niet goed meer.
 En er is nog meer aan de hand. Mensen krijgen te maken met ziekte, pijn, verlies, dood en rouw. Mensen worden getroffen door een ongeluk of een ramp. Iedereen krijgt te maken met leegte en gemis, vroeg of laat, meer of minder. Verdriet blijft niemand bespaard.

Jobs verdriet

Het boek Job is het verhaal van een mens die zelf geen schuld heeft aan de ellende die hem overkomt. Alles wordt op scherp gezet: Job is een man die leeft zoals God wil, en toch krijgt Satan van God vrij spel om hem allerlei kwaad te laten overkomen. Job houdt vol dat zijn ellende niets te maken heeft met hoe hij leeft. Hij laat zich geen schuld aanpraten en stelt dat het leven oneerlijk is en God onbetrouwbaar. Job roept God ter verantwoording. Je moet maar durven.

 Bij God is Job aan het juiste adres. Job stelt precies de goede vraag: wat heeft mijn ellende te maken met God? 'God, waarom?'
Job vecht voor rechtvaardigheid en klaagt God aan. Wat hij daarbij erg mist is de steun van zijn vrienden. Hij had gehoopt dat ze hem zouden troosten en moed zouden inspreken (16:2-5). Nu blijft alleen God over: 'In tranen zien mijn ogen op naar God. Laat hij oordelen tussen mens en God' (16:20b-21). Job is zo een voorbeeld van de lijdende mens die God niet begrijpt, maar hem toch blijft zoeken.

Waarom?

Het belangrijkste in het boek Job is dat je er met simpele antwoorden nooit komt. Alle antwoorden die wij op de waarom-vragen geven, zijn te gemakkelijk. Het boek Job laat ons zien dat je best boos mag zijn op God als de dingen die gebeuren onbegrijpelijk zijn. Maar God is ook degene die er uiteindelijk weer voor je is.

Ook op andere plaatsen in de bijbel hoor je dit. Denk maar eens aan het verhaal van Jezus en de blindgeboren man in Johannes 9. De leerlingen van Jezus willen weten hoe het komt dat de man blind is: komt het door zijn eigen zonde of door die van zijn ouders? Jezus leert hun dat dat niet de goede manier van kijken is. Zo kan de bijbel ons helpen om met de moeilijke waarom-vragen om te gaan, al zijn de antwoorden lang niet altijd even makkelijk!


COMMENTAAR
BIJBELBOEK

OT


Genesis

Exodus

Leviticus
 

Numeri

Deuteronomium

Jozua
 
Richteren
 
Ruth
 
1 Samuël

2 Samuël
 
1 Koningen
 
2 Koningen
 
1 Kronieken

2 Kronieken
 

Ezra
 
Nehemia
 
Esther

Job

Psalmen

Spreuken

Prediker

Hooglied


Jesaja


Jeremia


Klaagliederen van Jeremia

Ezechiël

Daniël


Hosea

Joël


Amos


Obadja


Jona


Micha


Nahum


Habakuk

Zefanja

Haggaï

Zacharia

Maleachi

NT

Matthëus


Markus

Lukas

Johannes

Handelingen

Romeinen


1 Korinthiërs


2 Korinthiërs


Galaten

Efeziërs

Filippensen


Kolossensen

1Thessalonicensen

2Thessalonicensen

1 Timothëus

2 Timothëus

Titus

Filemon

Hebrëen

Jakobus

1 Petrus

2 Petrus

1 Johannes

2 Johannes

3 Johannes

 
Judas

Openbaring
 

 READ THE BOOK - THE BIBLE CHANGE YOUR LIFE

Deutsch
de
English en français fr italiano it Nederlands nl español es português pt Norsk no svenska sv Polski pl čeština cz Slovák sk Magyar hu român ro Български bg hrvatski hr Pyсский ru Türkçe tr عربي ar

       

Heer, wees mijn Gids

                              

INFO: DE WEG - DE WAARHEIDHET LEVENFILM - AUDIO


Wie zoekt zal vinden           


www Holyhome.nl

Boeiende Series :

Bijbelvertalingen
Bijbel en Kunst

Bijbels Prentenboek
Biblische Bildern
Encyclopedie
E-books en Pdf
Prachtige Bijbelse Schoolplaten

De Heilige Schrift
Het levende Woord van God
Aan de voeten van Jezus
Onder de Terebint
In de Wijngaard

De Bergrede
Gelijkenissen van Jezus
Oude Schoolplaten
De Zaligsprekingen van Jezus

Goede Vruchten
Geestesgaven

Tijd met Jezus
Film over Jezus
Barmhartigheid

Catechese lessen
Het Onze Vader
De Tien Geboden
Hoop en Verwachting
Bijzondere gebeurtenissen

De Bijbel is boeiend
Bijbelverhalen in beeld
Presentaties en Powerpoints
Bijbelse Onderwerpen

Vrede van God voor jou
Oude bijbel tegels

Informatie over alle kerken in Nederland: Kerkzoeker
 
Bible Study: The Bible alone!
L'étude biblique: Rien que la Bible!
Bibelstudium: Allein die Bibel!  

Materiaal voor het Digibord
Werkbladen Bijbelverhalen Bijbellessen
OT Hebreeuws-Engels
NT Grieks-Engels

Naslagwerken
Belijdenissen
Een rijke bron

Missale Romanum + Afbeeldingen
Stripboek over Jezus
Christelijke Symbolen
Plaatjes Afbeeldingen Clipart
Evangelie op Postzegels

Harmonium Huisorgel
Godsdiensten en Religies
Herinnering aan Kerken

Christian Country Music
Muzikale ontspanning
Software voor Bijbelstudie
Hartverwarmende Klanken
Read and Hear the Holy Bible
 Luisterbijbel

Bijbel voor Slechtzienden Begrippenlijst   -1-   -2-

Meer weten over de Psalmen, gezangen, liturgieën, belijdenisgeschriften: Catechismus, Dordtse Leerregels en veel andere informatie? . Kijk opOnline-bijbel.nl
         
  (
What's good, use it)



Waard om te weten :

Een hartelijk welkom op de site
Deze pagina printen
Sitemap
Wie zoekt zal vinden

FAQ - HELP

Kerk
Zondag
Advent
Kerstfeest
Driekoningen
Vastentijd
Goede Vrijdag
Aswoensdag
Palmzondag
Palmpasen
De stille week
Witte donderdag
Stille zaterdag
Paaswake
Pasen - Paasfeest
Hemelvaartsdag
Pinksteren
Biddag
Dankdag
Avondmaal
Doop
Belijdenis
Oudjaarsdag
Nieuwjaarsdag
Sint Maarten
Sint Nicolaas
Halloween
Hervormingsdag
Dodenherdenking
Bevrijdingsdag
Koningsdag / Koninginnedag
Gebedsweek
Huwelijk
Begrafenis
Vakantie
Recreatie
Feest- en Gedenkdagen
Symbolen van herkenning
 
Leerzame antwoorden op levens- en geloofsvragen


Hebreeën 4:12 zegt: "Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden"Lees eens: Het zwijgen van God

God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.
Lees eens:  God's Liefde

Schat onder handbereik


Bemoediging en troost

Bible-people - stories of famous men and women in the Bible
Bible-archaeology - archaeological evidence and the Bible
Bible-art - paintings and artworks of Bible events
Bible-top ten - ways to hell, films, heroes, villains, murders....
Bible-architecture - houses, palaces, fortresses
Women in the Bible -
 great women of the Bible
The Life of Jesus Christ - story, paintings, maps

Read more for Study  
Apocrypha, Historic Works
 GELOOF EN LEVEN een
          KLEINE HULP VOOR  ONDERWEG