DE HEILIGE SCHRIFT - DE BIJBEL

NUMERI

De vindplaats van materiaal voor Bijbelstudie, geloofstudie, catechese, school, kring, persoonlijk geloof, studie thuis, kerk, club, nieuws, godsdienstonderwijs, zingeving en vooral heel veel mogelijkheden om je Bijbelkennis te vergroten. Blijf niet afhankelijk van anderen maar lees zelf de Bijbel. Investeer in geestelijke rijkdom.


De Studiebijbel is uitermate geschikt om de Bijbel te leren verstaan.

Je kunt een keus maken uit onderstaande tabel voor verdere studie
A = Verwijzing naar bijbeltekst met uitgebreide uitleg
B = Beknopte verhandeling over het hier gekozen bijbelboek
C = Verwijzing naar de verhandeling van een ander bijbelboek

Terug naar de Inleiding van deze serie


A B C
BIJBELBOEK
met
UITLEG


Oude Testament

Genesis Exodus Leviticus Numeri Deuteronomium Jozua Richteren Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia Maleachi


Nieuwe Testament


Mattheüs Marcus Lukas Johannes Handelingen Romeinen 1 Korinthiërs
2 Korinthiërs
Galaten Efeziërs Filippensen Kolossensen1 Tessalonicensen2 Tessalonicensen 1 Timotheüs 2 Timotheüs Titus Filemon Hebreeën Jakobus 1 Petrus 2 Petrus 1 Johannes 2 Johannes 3 Johannes Judas Openbaring


NUMERI


Inleiding

 Numeri betekent "getallen" en is het vierde boek die aan Mozes word toegeschreven.
  In het boek Numeri gaat het onder andere om het registreren, tellen en organiseren van de Israelieten in de woestijn op weg naar het beloofde land . De eerste telling was van de oude generatie hfst 1-4 en de tweede generatie in de vlakte van Moab hfst 21-36
  In de Sinai woestijn hebben we te maken met de zogenaamde oudere generatie dit waren de mensen van 20 jaar en ouder. Doordat God zijn volk 40 jaar lang in de woestijn omzwervingen laat maken ontstaat er een nieuwe generatie.
  De oudere generatie geloofden God niet en dit koste hen de erfenis en mochten het beloofde land niet in,ongeloof betekent verspilling van tijd,levens en gunstige gelegenheden ,maar God is geduldig met zijn volk. Zie ook Hebreen 3 :7-18
  God rustte de nieuwe generatie toe om naar het beloofde land te gaan. Het volk krijgt regels, wetten en culturele voorschriften dien hen moeten voorbereiden op de reis door de woestijn.
  Uiteindelijk wijst God de stammen  hun erfdeel en gebruikt er menselijke leiders voor.

  Numeri is het vierde boek van de Hebreeuwse Bijbel.

 Het behandelt de gebeurtenissen van het Israëlitische volk gedurende hun verblijf van 40 jaar in de woestijn.

  De Grieken noemen dit boek Aritmoi. In het Latijn is het Numeri en dat betekent 'getallen' of 'tellingen'.

  Het boek kreeg deze benaming, omdat er veel tellingen in beschreven zijn, die naar het bevel van God tijdens de reis door de woestijn onder Zijn volk gehouden zijn.

  Maar dit bijbelboek bevat niet alleen tellingen. We vinden er ook, in welke orde de twaalf stammen zich rond de tabernakel moeten legeren.

  Ook wordt gesproken van de ambten van de priesters en Levieten.

  Ook komen ter sprake plechtig godsdienstige, zedelijke en burgerlijke wetten, alsmede gemengde wetten.

  Ook is beschreven de zeer wonderlijke en zeldzame wijze, naar welke het God behaagd heeft de Israëlieten door de woestijn naar het beloofde land te geleiden.

  We kunnen over veel gebeurtenissen tijdens die reis lezen, die zowel onderwijs als waarschuwingen inhouden voor alle mensen betreffende het burgerlijke en kerkelijke leven.

  Na de oprichting en heiliging van de tabernakel is deze door de oversten der twaalf stammen met hun giften en offeranden openlijk vereerd.

  Van de vele murmureringen en muiterijen van het ondankbare volk tegen God en Zijn dienaar Mozes en van de daarop volgende straffen worden gruwzame voorbeelden gegeven.

  Mozes wordt in zijn leiderschap gesteund door de hulp van zeventig oudsten. Toch kampt hij met veel tegenspoed, zelfs van de kant van zijn broer Aäron en zijn zuster Mirjam.

  Mirjam nu sprak met Aäron over Mozes naar aanleiding van de Ethiopische vrouw1), die hij genomen had, want hij had een Ethiopische vrouw genomen en zij zeiden: Heeft de Here soms uitsluitend door Mozes gesproken2), heeft Hij ook niet door ons gesproken? En de Here hoorde het. Mozes nu was een zeer zachtmoedig man, meer dan enig mens op de aardbodem. Toen zeide de Here onverwijld tot Mozes, Aäron en Mirjam: Gaat met uw drieën uit naar de tent der samenkomst. Daarop gingen zij met hun drieën uit. Toen daalde de Here neder in de wolkkolom, stelde zich in de ingang der tent en riep Aäron en Mirjam; en zij traden beiden naar voren. Toen zeide Hij: Hoort nu mijn woorden. Indien onder u een profeet is, dan maak Ik, de Here, Mij in een gezicht aan hem bekend, in een droom spreek Ik met hem. Niet aldus met mijn knecht Mozes, vertrouwd als hij is in geheel mijn huis. Van mond tot mond spreek Ik met hem, duidelijk en niet in raadselen, maar hij aanschouwt de gestalte des Heren. Waarom hebt gij u dan niet ontzien tegen mijn knecht Mozes te spreken? Daarom ontbrandde de toorn des Heren tegen hen en Hij ging heen. - Num. 12:1-9 -
Op de verspieding van het land Kanaän volgen door de slechte tijding, gedaan door het merendeel der verspieders, alsmede door het gemopper3) van het volk zware plagen, die gedeeltelijk direct plaatsvinden en gedeeltelijk later tijdens de omzwerving door de woestijn, die zou duren tot het veertigste jaar na de uittocht uit Egypte.

  Verder worden nog andere zonden in dit boek beschreven, zowel van enkelen als van meerderen. Ook de bestraffing van die zonden wordt beschreven.

  Wij kwamen in het land, waarheen gij ons gezonden hadt en ja, het vloeit van melk en honing en dit is zijn vrucht. Het volk echter, dat in het land woont, is sterk en de steden zijn ommuurd en zeer groot en ook de kinderen van Enak4) zagen wij daar. - Num. 13:27-28 -
 Ook verspreidden zij onder de Israëlieten een kwaad gerucht omtrent het land dat zij verspied hadden door te zeggen: Het land dat wij zijn doorgetrokken om het te verspieden, is een land dat zijn inwoners verslindt en alle mensen die wij daar zagen waren mannen van grote lengte. Ook zagen wij daar de reuzen5), Enakieten, die tot de reuzen behoren en wij waren als sprinkhanen in onze eigen ogen en ook in hun ogen. - Num. 13:32-33 -

 Maar ook aan de deugden en goede werken van de vromen wordt in dit boek niet voorbijgegaan.

  Ook openbaart zich in dit boek de onbegrijpelijke barmhartigheid Gods in het verhoren van de gebeden van Mozes, Zijn trouwe dienaar. En de vergeving der zonden van de weerspannige en oproerige mensen en het steeds weer bewijzen van verscheidene weldaden. Dit waren geestelijke weldaden, zoals de onderhouding van de ware leer en de ware godsdienst. En ook lichamelijke weldaden, zoals de overwinning van vijanden.

  En dan wordt verhaald, hoe de Israëlieten zich voorbereiden om in het bezit te komen van het land Kanaän, waarvan ook de grenzen in dit boek beschreven worden.

  De zuidkant dan zal zijn van de woestijn Zin langs Edom en uw zuidelijke grens zal zijn van het einde der Zoutzee6) in het oosten. Dan zal de grens zich ombuigen van het zuiden naar de Schorpioenenpas en verder lopen tot Zin en haar eindpunt zal ten zuiden van Kades-Barnéa zijn en zij zal gaan naar Hazar-Addar en verder lopen tot Azmon. Dan zal de grens zich van Azmon ombuigen naar de beek van Egypte en haar eindpunt zal zijn bij de zee. En uw westelijke grens zal zijn de grote zee7) en de kust; dit zal uw westelijke grens zijn. En dit zal uw noordelijke grens zijn: van de grote zee af zult gij die trekken naar de berg Hor8) en van de berg Hor zult gij die trekken tot de weg naar Hamath en het eindpunt der grens zal bij Zedad zijn. Dan gaat de grens naar Zifron en haar eindpunt zal zijn bij Hazar-Enan; dit zal uw noordelijke grens zijn. En als de grens in het oosten zult gij een afbakening maken van Hazar-Enan naar Sefam. En van Sefam zal de grens afdalen en lang de oever van de zee Kin- nèreth9) lopen aan de oostzijde. Dan zal de grens naar de Jordaan afdalen en haar eindpunt zal de Zoutzee zijn. - Num. 34:3-12 -
Ook worden in hoofdstuk 35 aanwijzingen gegeven om aan de Levieten achtenveertig steden toe te wijzen, waarvan zes vrijsteden zullen zijn.

  Dit boek bevat de geschiedenissen van achtendertig jaren en negen maanden, te weten vanaf de tweede maand van het tweede jaar na de uittocht uit Egypte tot het begin van de elfde maand van het veertigste jaar.

  Toelichting

  1) In de oude Statenvertaling staat niet Ethiopische, maar Cuschietische vrouw. Zij werd een Cuschietische vrouw genoemd naar het volk, waaruit zij voortkwam. Bedoeld worden niet de Cuschieten, die van Cham afkomstig waren, maar van de Midianieten. Het schijnt, dat de Heilige Schrift onder de Cuschieten niet alleen de Moren verstaat, maar ook de Egyptenaren, Arabieren, Midianieten en de volken, die zuidwaarts woonden. Zie ook Genesis 2:13 en 10:6.
  2) Mirjam wordt een profetes genoemd in Exodus 15:20 en met Aärons mond beloofde God te zijn, opdat hij zijn broer Mozes tot een mond zou wezen. Dit staat in Exodus 4:15-16: Dan zult gij tot hem spreken en de woorden in zijn mond leggen en Ik zal zijn met uw mond en zijn mond en Ik zal u leren, wat gij doen moet. Hij zal voor u tot het volk spreken en zo zal hij u tot een mond zijn en gij zult hem tot God zijn.

  3) De Bijbel spreekt hier van 'murmureren'.

  4) Enak was de naam van een grote en wijdvermaarde reus.

  5) Mensen, die groter en sterker waren, dan de doorsnee mens. Het Hebreeuwse woord komt van 'vallen', omdat zij, van God afvallig zijnde, de mensen tiranniseerden, God noch mensen vrezende. Een ieder, die hen zag sloeg de schrik om het hart.

  6) Dode Zee.

  7) Middellandse Zee.

  8) Dit is niet de berg Hor geweest, waarop Aäron gestorven is (Num. 33:38), maar een andere, ook Hermon genoemd, gelegen aan het westeinde van het gebergte Libanon. Dat de berg Hermon meerdere namen gehad heeft blijkt uit Deuteronomium 3:9 en 4:48.
  Sommige bijbeluitleggers nemen aan, dat het een berg aan de zee was, als een soort kaap.

  9) De schrijfwijze in de oude Statenvertaling is 'Cinnereth'. Naderhand Gennésaret genoemd. Zie ook Deuteronomium 3:17.

  Het woord 'numeri' is Latijn voor 'getallen'.
 Het woord 'numeri' is Latijn voor 'getallen'. De titel Numeri past goed bij het boek, want één van de thema's is het tellen en organiseren van de Israëlieten tijdens hun verblijf in de woestijn als ze op weg zijn naar het beloofde land. Joden noemen het boek 'Bemidbar'. In de Hebreeuwse tekst is dit woord in het eerste vers van het boek te vinden en het betekent 'in de woestijn'.

 Bekende zegen

 Veel mensen vinden Numeri een beetje saai, omdat er zoveel lange lijsten en verslagen in voorkomen. Maar er staan ook verhalen in. Een lang verhaal is bijvoorbeeld dat over de profeet Bileam met zijn pratende ezelin (hoofdstuk 22-24). Een heel bekend stukje uit Numeri vind je in 6:24-26, de priesterzegen: 'Moge de HEER u zegenen en u beschermen, moge de HEER het licht van zijn gelaat over u doen schijnen en u genadig zijn, moge de HEER u zijn gelaat toewenden en u vrede geven.' Deze zegen wordt vandaag de dag in veel kerkdiensten gebruikt om de dienst af te sluiten.

 Naamgeving van het boek

 In het Hebreeuws wordt het Bemidbar (במדבר -in de wildernis) genoemd, naar wat in de Hebreeuwse versie de eerste woorden van het boek zijn. De Nederlandse naam Numeri komt via het Grieks uit de Septuaginta, en is gebaseerd op de twee tellingen van het joodse volk, namelijk aan het begin en in de vlakte van Moab. Het laatste aantal is kleiner dan het eerste.

 Inhoud

 Het boek vormt een voortzetting van het boek Exodus, na de onderbreking van de wetgeving in het boek Leviticus. De periode van het boek Numeri beslaat de tijdspanne tussen de eerste maand van het 2de jaar na de uittocht, tot de 11de maand van het 40e jaar.

  De telling van het hebreeuwse volk bij de berg Sinaï, en de voorbereidingen voor hun verdere reis. De telling gebeurt per stam. (Hoofdstuk 1 - 4).
 Enkele wetten (hoofdstuk 5, 15, 27-30, 33)
 De wet op het Nazireeërschap en de priesterwijding. (Hoofdstuk 6).
 Een beschrijving van de plichten van de Levieten, en hygiënevoorschriften voor het kamp (Hoofdstuk 7 - 9, 18-19).
 Een verslag van de reis van Sinaï naar Moab: Signalen voor het opbreken van het kamp, de reis naar Kades, gemopper op/rebellie tegen Mozes, gebrek aan vlees (kwakkels) (10-12).
 Spionagetocht van de 12 verkenners, hun verslag, de reactie van het volk (wij willen er niet heen), en de straf van God: alle volwassenen zullen er niet komen (hoofdstuk 13-14)).
 Gemopper en rebellie (Hoofdstuk 16-17)
 Ontmoeting met Edom. (Hoofdstuk 20)
 Verovering van het land van de Amorieten. (Hoofdstuk 21)
 Handelingen in de vlakte van Moab voor zij door de Jordaan trekken. (Hoofdstuk 21).
 Confrontatie met Midian, zegening door Bileam. (Hoofdstuk 22-25, 31).
 Tweede telling van het volk (Hoofdstuk 26)
 Jozua aangewezen als opvolger van Mozes (Hoofdstuk 27).
 Verdeling van oost-jordaanover onder twee en een halve stam: Ruben, Gad, en de halve stam Manasse. (Hoofdstuk 32).
 Opdracht om de Kanaanieten te verdrijven. Grenzen van het land. Levitische steden en vrijsteden. (Hoofdstuk 34-35).

 De aantallen in het Oude Testament zijn aan discussie onderhevig.

  Het aantal mensen dat in Genesis bij Jozef in Egypte komt, bedraagt zeventig. Volgens de eerste telling in Numeri bedraagt het aantal ruim 600.000 mannen van 20 jaar en ouder. Uitgaande van normale gezinnen en leeftijdsverdeling komt dit al snel op drie miljoen mensen. In een periode van 400 jaar, met 25 jaar als leeftijd van een generatie, komen 12 gezinnen in 16 generaties bij een gemiddelde gezinsgrootte van 4,2 kinderen uit op 3,6 miljoen mensen.

  Maar uitgaande van een periode van 120 jaar voor het verblijf in Egypte, wordt enkele miljoenen mensen een problematische zaak. Nu worden in het Hebreeuws de woorden "Eleph" en "Alluph" gebruikt. Eleph betekent 1000, maar ook familie of militaire eenheid. Alluph is een familiehoofd, een aanvoerder van 1000, of een beroepssoldaat. De aantallen voor Simeon werden genoteerd als :

  57 gewapenden: 57 eleph
 23 honderden (militaire eenheden): 2 eleph, 3 honderden

 In het ene geval beteket Eleph ('lp) dus beroepsoldaat, in het andere : duizendtal. Totaal zou Simeon hiermee op ruim 2300 uitkomen.

  Ook de uitdrukking "het boek van de oorlogen des Heeren" in Hoofdstuk 21:14 heeft discussie gegeven.

 Auteurschap
  In de traditionele opvatting, orthodoxe Joden en christenen, wordt Mozes als voornaamste of enige auteur gezien. Binnen de JEDP-theorie wordt P als voornaamste auteur gezien, met elementen van J en E.

  Numeri: Buiten Gods verbond is er geen leven

 Het boek Numeri is niet zo'n leuk boek. Daarmee bedoel ik niet dat het boek in het begin nogal een saaie indruk maakt, maar dat de inhoud zelf niet zo prettig is.We lezen er herhaaldelijk over het sterven van mensen in de woestijn. Een hele generatie Israëlieten stierf daar. "Zij werden neergeveld in de woestijn", schreef de apostel Paulus later. Maar door wie werden zij dan neergeveld? Door God, door zijn laaiende toorn:

  U maait hen weg in de slaap,
  als gras: in de ochtend nog welig,
  in de ochtend nog welig en fris,
  en 's avonds verwelkt en verdord.
  Zo vallen wij onder uw kwaadheid,
  verstijfd van schrik bij uw toorn.

  Aldus Mozes in Psalm 90. Nee, het boek Numeri is geen leuk boek. Het biedt een schokkend relaas. De Israëlieten die God uit Egypte verlost had, waren in de woestijn op weg naar het beloofde land Kanaän. Maar ze toonden zich niet erg dankbaar. Het gemopper was niet van de lucht. In Numeri 14:22 zegt God dat ze Hem wel tienmaal getart hadden. Toen was Gods geduld op. Hij zwoer dat ze zouden sterven in de woestijn.De Israëlieten hadden wel gedeeld in de zegeningen van Gods verbond - ze waren uit Egypte verlost -, maar wandelden niet op de weg van het verbond. Daarmee onttrokken zij zich aan het verbond en haalden zo de dood over zich. Dat laatste zien we ook heel sterk in de centrale pericoop van het boek Numeri. In Numeri 15:32-36 lezen we namelijk dat de Israëlieten iemand betrapten die op sabbat hout sprokkelde. De sabbat was een teken van Gods verbond met Israël. Het was een teken dat God en Israël bij elkaar hoorden. God had immers in zes dagen de hemel en de aarde geschapen en op de zevende dag gerust. Daarom moest Israël nu ook zes dagen werken en op de zevende dag rusten. Door nu op de sabbat hout te gaan halen, gaf die man uit Numeri 15:32-36 te kennen dat hij geen waarde hechtte aan Gods verbond met Israël. Door op de zevende dag niet te rusten liet hij eigenlijk weten: "Ik hoor hier niet bij!" Wat moest er nu met die man gebeuren? Dat deelde God aan Mozes mee. "Jahweh zei tegen Mozes: 'Die man moet ter dood gebracht worden. Heel de gemeenschap moet hem buiten het kamp stenigen.'". Door zijn gedrag had de betrokkene laten weten geen waarde te hechten aan Gods verbond en niet bij het volk van God te willen horen. God trekt nu de consequentie uit het gedrag van die man. Als hij niet bij het volk van God wil horen, zal hij uit Gods volk gestoten worden. Als hij niet in Gods verbond wil leven, zal hij sterven. Als teken van de excommunicatie wordt de man buiten het kamp gestenigd.

  God heeft deze rechterlijke uitspraak in een ver verleden gedaan om ons ook vandaag iets te leren, namelijk dat er buiten Gods verbond geen duurzaam leven is. Wie weigert op de weg van Gods verbond te wandelen, zal het einde van de weg niet bereiken. Zo iemand neemt God niet serieus. Zijn weg voert niet naar het leven, maar naar de tweede dood. Want het alternatief voor het leven in gemeenschap met God is de tweede dood. De apostel Johannes heeft dat zelf uit de mond van God gehoord toen Hij sprak: "Ik ben de Alfa en de Omega, het begin en het einde. Wie dorst heeft zal Ik gratis te drinken geven uit de bron met levenswater. Wie overwint, zal dit beërven. Ik zal zijn God zijn en hij zal mijn kind zijn. Maar de lafhartigen, de trouwelozen, de verdorvenen, de moordenaars, de hoereerders, de tovenaars, de afgodendienaren en alle leugenaars, hun deel is in de poel die brandt van vuur en zwavel. Dat is de tweede dood." (Openbaring 21:6b-8).
  De kern van Gods boodschap in het boek Numeri is dan ook: Buiten mijn verbond is er geen leven.

 Overzicht

 Numeri 1 
 Telling heeft een heel praktische reden: een goed georganiseerd leger is nodig om de kerk op woestijntocht te beschermen. De Levieten zijn ontheven van een legertaak. Zij zijn gereserveerd voor de –ook heel praktische kant van de- heilige eredienst, waarin alles draait om de ‘bloednodige’ verzoening. Leermoment : zonder in een angstsyndroom te vervallen – het is naïef te denken dat de kerk vandaag geen vijanden meer zou hebben. En: de dienst aan de HERE vraagt een zorgvuldige benadering zowel in het kerkgebouw alsook in de huisgodsdienst. Onze heilige God is dat waard.

 Numeri 2 
 Een prachtige opstelling van steeds 3 stammen per windrichtingkant rond de tabernakel. Maar die tabernakel werd door de levieten afgeschermd (vs 2 vgl 1:50). Levieten lijken op “de rode bliksemstraal op transformatorhuisjes ..” ..”Aanraking levensgevaarlijk!” Tot de Heilige kunnen we alleen naderen via de Here Jezus, de enige echte Priester.

 Numeri 3 en 4
  Vrij onoverzichtelijke hoofdstukken voor ons gevoel. Daarom een voor ons wellicht leesbaarder overzicht. Hier komen dan 3 ‘draden’ ontleend aan de schets van Prof. Ohmann “Tellingen in de woestijn”.
-De voorrechten van Aäron en zijn zonen: 3:1-4, 6b, 9-10, 32, 38, 48, 51; 4:5-15, 16-20, 27, 28, 33.
  -De eigen verantwoordelijkheid van de Levieten met betrekking tot hun werk: 3:7, 8, 25, 26, 28b, 31, 36, 37; 4:4, 15 (terugziend op verzen 5-14), 24-26, 31-33, 35b, 37b, 39b, 41b, 43b, 47b, 49.
  -De Levieten zoals ze in de plaats treden van met name Israëls eerstgeborenen: 
   3:6a, 7b, 11-13, 14-24, 27, 28a, 29-30, 33-35, 39-51; 4:1-3, 21-23, 29-30, 34-47a, 48.

 Numeri 5
  Een hoofdstuk dat bij mij compleet was weggezakt. Een merkwaardig ritueel rond een vermóeden van overspel. Geen bewijzen. De jaloersheid heeft de man te pakken. Dan wordt op deze manier door de HERE de vrouw vrijgepleit; of niet!, met alle onvruchtbare gevolgen vandien.

 Numeri 6
 Zo’n Nazireeër leefde een bepaalde tijd in volledige toewijding aan de HERE. Dit voorbeeld stelt jou de vraag: Op welke manier wijd jij je leven aan God? Aparte, stille tijd voor Hem-en-jou? Vasten en bidden misschien? Ook buitendien: “Neem mijn leven, laat het Heer, toegewijd zijn aan uw eer” (LB 473, een eigentijds ‘Nazireeërlied’ geschikt voor alle gelovigen). Over die priesterlijke zegen: Waarom alleen aan het eind van een kérkdienst, en ook niet bijv. aan een ziekbed?

 Numeri 7: 1 - 47
  Wat ook voor vss 48-89 geldt: het lijkt wel erg eentonig. Ja, om te lezen, maar niet om mee te maken. Toen moet het een enorm feest zijn geweest! Elke stam apart feestelijk betrokken bij de eer van de HERE. Wat een feestelijke drukte om per stam al die geschenken bij elkaar te organiseren! Ze mochten elkaar kennelijk niet aftroeven: van elke stam werd hetzelfde verwacht. De heilige God heeft zelf alles organisatorisch geordend.

 Numeri 7: 48 - 89 
 Let op de unieke ‘middelaarpositie’ van Mozes. Hij valt buiten elke orde, ook die van de Levieten. Hij had rechtstreeks contact met de HERE (vs 89). Hij kon en mocht ‘zomaar’ voor een gesprek met God het heilige der heiligen binnenlopen (terwijl Aäron maar 1x per jaar op Grote Verzoendag naar binnen mocht). ‘Zomaar’? Hij kom pas op Gods stem rekenen van boven het verzoendeksel! -> Wij mogen overal tot God bidden door Christus’ Geest dankzij zijn verzoeningsbloed.

 Numeri 8 
 Hier wijding van de Levieten, in Leviticus 8 die van de priesters. Priesters moesten ‘heilig’, Levieten ‘rein’ zijn. Priesters moesten nieuwe, Levieten schoongewassen kleren aan. Overeenkomst: wie is van zichzelf goed genoeg om de heilige God te dienen?

 Numeri 9  
 Paschafeest prioriteit nr 1: Gods daden moeten gevierd en in levendige herinnering worden gehouden. In geval van onreinheid of een buitenlandse reis mocht iemand het ook een maand later vieren, maar dan wel exact volgens de voorschriften. De HERE is hierin ruim én streng en vraagt van de vierder een geloofstrouwe instelling. Vss 15-23: de wolk over de tabernakel (’s nachts als een vuurverschijnsel) maakt duidelijk: God is de Reisleider en Bescherm-Heer van z’n volk. Vraagje: zou de wolk in Hand. 1 bij Jezus’ hemelvaart ook niet een bijzonder Godsverschijnsel kunnen zijn net als hier?

 Numeri 10  
 Trompetstoten (‘staccato’): we vertrekken; lange tonen: we komen als gemeente/ volk bij elkaar (vgl de kerkklokken). Trompetalarm in geval van vijandelijk gevaar was een signaal naar God toe: we brengen onszelf bij U in herinnering (vgl de signalen rond Jericho, Joz. 6:9,20). Onze gebeden zijn net trompetsignalen naar de hemel toe.
  Vss 11-36: Geheel gedisciplineerd gaat de stoet op pad. Geloofsvertrouwen verwoord door Mozes (vs 29) in zijn gesprek met z’n zwager Chobab. Deze was Midianiet, een nakomeling dus van Abraham en Ketura! Hij hoorde niet bij Israel, maar wordt om z’n gidskwaliteiten door Mozes gevraagd om mee te trekken. Hij mag dan zelfs delen in Gods voorspoed voor het volk. Mooi trekje bij Mozes: hij was niet te benauwd om voor de kerk deskundigheid van buiten in te schakelen waarover ze zelf niet beschikt.

 Numeri 11: 1 - 15
  Opnieuw komt de ontevredenheid van het volk naar boven. Laten we die trouwens niet te snel veroordelen, als zouden wij het in hun situatie wel beter gedaan hebben. Dag aan dag manna, dat ééngangs-menu. Onze eerste de beste kant-en-klaar maaltijden bestaan er al uit drie. Pas dat trouwens eens toe op jezelf: wij zitten helemaal aan de andere kant, met de schappen van AH en Konmar vol, zodat je haast niet weet te kiezen welk voedsel je vandaag weer es nemen zult. Zijn wij dan nu zoveel tevredener naar de HEER toe? Is ons houden van Hem en vertrouwen op Hem daardoor verdiept: door onze welvaart? Een mens zal niet van brood alleen leven, en nooit door brood alleen geloven. Voorspoed of tegenspoed is nooit een geloofsbasis. Dat denken we wel: als het ons goed gaat, dan zullen en kunnen we geloven. Vergeet het maar. Wie niet op God als de Vader van Jezus Christus vertrouwt, lees Rom.8:38-39, die zal nooit definitief geloven. Let overigens op Mozes´middelaarschap hier: zie hem worstelen. Hij trekt het niet om blijvend voor dit volk met heel zijn hart op te komen, logisch ook! En toch is dát nu juist de kracht van de Meerdere van Mozes geweest, van Jezus, de Middelaar van een nieuw verbond. Hij gaf zichzelf in totale overgave voor een volk, waar waarlijk niet zo bijster veel van te houden viel, omdat ook u en ik erbij horen, Lam Gods dat de zonden van ons wegtorste.

 Numeri 11: 16 - 35
  God verdeelt het middelaarschap met Mozes over meerdere schouders. Het stelt het niet te overtreffen Middelaarschap van Jezus, de ene Middelaar tussen God en mensen, nu al in een uniek daglicht. De HEER begraaft het volk in zijn gulzigheid. Maar deze overvloed is geen zegen. Hij gaat gepaard met Gods toorn. Zoals zoëven nog de kwakkels geslacht zijn, zo richt de HEER een slachting onder het volk aan. Ik realiseer me, dat volgens de laatste berekeningen in december 14,5 miljoen mensen in Afrika getroffen zullen worden door de hongersnood die zich nu al aan het ontwikkelen is. En ik loop door AH en ik schaam me. Zou dat althans moeten doen. En ik voel in de lucht hoe het onweer Gods op komst is over ons ongebreidelde consumentisme en hoe, moge God het niet verhoeden, de Heilige Geest het niet meer uithoudt op ons continent, dat een lappendeken is van leningen, beurskoerzen, de ene welvaartsprikkel na de andere, kwakkels kortom waarmee God ons overdekt omdat we dat zelf immers willen; terwijl elders op de wereld die broeders rondlopen met wie Jezus zich naar zijn woord van Matth.25:35 identificeert. Wij zouden hen te eten kunnen geven, maar we doen het niet.

 Numeri 12
  Niet alles is gelijk duidelijk aan dit hoofdstuk. Ging het om Zippora, Mozes´vrouw uit Midian, zoals sommige uitleggers wel zeggen. Of een tweede vrouw? Of een andere vrouw na een eventueel overlijden van Zippora? Daar zit de angel ook niet, in die vrouw: dat is alleen maar een door Mirjam en haar broer gezochte aanleiding om Mozes´unieke positie, zijn boven hen verheven leiderschap, aan de orde te stellen. Het is, zoals je dat vandaag zou noemen, het gekissebis binnen de kerk, tussen kerkenraadsleden, tussen collega-dominees, tussen commissieleden enzovoort, wie er nu de eerste is. God heiligt Mozes: tot hem spreekt Hij van mond tot mond, niet in dromen. Als er wat op Mozes aan te merken zou zijn geweest, dan had de HEER zelf dat dus wel gedaan. Zo schimpen ze later ook Jezus weg. Maar Jezus beroept zich op zijn Vader, die altijd bij Hem is en achter Hem staat. Dat is dus ook de directe toepassing: eerbied voor de van God gegeven Middelaar. En indirect kan deze geschiedenis ons oproepen om het onheilige haantjesgedrag binnen de kerk af te leren. Laten we elkaars dienaar zijn, zoals Christus, de grote Middelaar, ons aller dienaar was, Filipp.2!

 Numeri 13
  Deze verkennende expeditie staat of valt natuurlijk gelijk al met de eerste zin van de HEER: ´zend mannen uit om Kanaän te verkennen, het land dat Ik aan de Israëlieten gééf...´. Dat is dus de definitie van het Kanaän, dat ze zullen binnengaan. Krijgen zullen ze het. Beërven is vaak het woord, dat de Heilige Schrift gebruikt. Dat is nou precies de relatie van afhankelijkheid, beter en dieper: van genade, die Israël nu al twee jaar trekkend door de woestijn geoefend en nu hopelijk, aan de poort van het beloofde land, geleerd heeft. Achter God aan, ontvangend, vierend, dankend. Zo beërven wij achter Christus aan immers ook het hemels Kanaän. Maar Israël staat in een vechthouding, met eigen kracht als maatstaf. Dan ben je inderdaad een sprinkhaan (vs.33) en niet meer. En wij? Is het bij ons ook knokken en zelf doen, in plaats van allereerst ontvangen? Door genade zijt gij behouden, door het geloof en dat niet uit uzelf, het is een gave van God. Ja toch? Zo, compleet vol óvergave, vol verttrouwen, vol afhankelijkheid, Gods rijk binnengaan is een hele tour hoor, ook voor ons, net zoals Israël toen Kanaän nauwelijks durfde betreden.

 Numeri 14: 1 - 25
  Dit overkomt ons toch ook zo nu en dan: dat wij wanhopen aan de definitieve doorbraak van Gods rijk. Jezus die al zo lang weg is. De secularisatie die alle relevantie van het christelijk geloof lijkt te hebben uitgewist. Waar is God nou? Ik denk terug aan psalm 33 die we volgens dit rooster enkele dagen geleden lazen en die eindigde met het vertrouwend wáchten op God. Schitterend is wat Jozua zegt: hij typeert de Kanaänieten als mensen ´van wie de beschermende schaduw geweken is´. Lees psalm 91 eens. ´Maar bij ons is de Heer, u hoeft niet bang te zijn´, zegt Jozua. Geweldig, wat een overgave aan God. En dan Mozes´ middelaarsvoorbede, wat reikt de schaduw van deze OT-bemiddelaar hier naar het licht van Christus zelf. Gods reputatie, Gods lankmoedigheid, dat Hij een lange adem met ons opbrengt, alles brengt Mozes biddend naar voren. Het is een hoogtepunt uit het OT, één van de toppen die het voorgebergte vormen van Golgotha, waar Jezus zelf voorbede deed voor hen die Hem kruisigden.

 Numeri 14: 26 - 45
  Elke dag begraven. Elke dag hebben ze de graven van een langzaam wegstervende generatie gedolven. Hier behoor je psalm 90 bij te lezen, want die heeft Mozes gedicht op deze vreselijke 40 jaren. 40 jaar lang dreunen die 40 jaar verspiederstijd door. Het ongelovige geroddel (!), dat het vertrouwen in Gods trouw en macht ondermijnde (vs.37), ondanks Gods gebleken werken, moet in een uitvaart van 40 jaar lang, afgeleerd worden. Dat is hard. Dat jíj het land wel zult binnengaan, maar je vader en je moeder niet. 

 Numeri 15: 1 - 21
  Gedurende die veertig jaar onderweg blijft de HEER wel tot hen spreken! En: Hij spreekt hen erover, dat ze het land zullen krijgen en dat ze het zullen binnengaan. God laat de horizon van de toegezegde erfenis in zicht, een horizon die ook gevuld is met oogsten en dus oogstoffers, spijsoffers en eerstelingen. De HERE God houdt het doel levend voor dit zwervende volk. Zwerven en begraven, onnoemelijk zwaar, maar uiteindelijk zullen ze aankomen en beërven en leven. Achter Mozes en daarin achter Christus aan. Want er trekt een Rots met hen mee (1 Kor.10).

 Numeri 15: 22 - 41
  Wat is dat: onopzettelijk zondigen en opzettelijk zondigen? Zondigt u nooit eens met opzet, d.w.z. welbewust en met voorbedachten rade? Gaan wij nooit eens bewúst door de knieën? Zeker wel. Bewust of onbewust zal het verschil dus wel niet zijn tussen opzettelijk of onopzettelijk; zonder dat ik trouwens de klem er meteen af wil halen. Het zal er wel om gaan, wat er in het hárt van de zondaar leeft: of hij zelf ook moeite met zijn zonde heeft en daarna dus ook echt berouw en strijd. Of dat het hem eigenlijk niks kan schelen. Omdat God zelf hem eigenlijk niks kan schelen. Het komt op die manier dus nauw in de buurt bij de zonde tegen de Heilige Geest. Met God jongleren alsof Jezus de duivel is. Daar is geen pardon voor bij de HEER. Overigens: dat hout sprokkelen op sabbat was bij die man die dat deed daar dus een teken van: van zijn minachting voor de HEER. En daarnaast: de sabbath heeft als teken tussen God en zijn volk een heel heilige plek. Onze is niet de OT-ische sabbath, dat klopt. Nu Christus er is, zijn de schaduwen geweken, Coloss.2:16,17. Maar dat vraagt des te meer van ons vandaag een doordenking van die schaduw om in Christus ook tot een werkelijke vervulling van de sabbath te komen. En die vervulling is in ieder geval niet, dat je nu op alle dagen alles dus mag en dat er omtrent de sabbath niks meer geboden is. Lees dan de bergrede (Mt.5-7) maar eens, hoe Jezus met het vervullen van geboden omgaat.

 Numeri 16: 1 - 19
  Het middelaarschap van het OT staat hier op het spel. Dat het volk namelijk wel een heilig volk is, iedereen inderdaad, maar dat zulks wel bestaat bij de gratie van hun heiliging: en daarvoor heeft God de priesterfamilie van Aäron afgezonderd, om dagelijks die verzoening symbolisch te voltrekken in de offerdienst. Korach en de zijnen doen alsof uitgekozen volk van God zijn de natuurlijkste zaak van de wereld is, evenals trouwens het beërven van het beloofde land. In wezen ontkennen zij de noodzaak van Christus. Ik zie in Korach iets van al die moderne theologen die vandaag aan de dag beweren, dat het begrip verzoening geschrapt moet worden evenals Jezus als het Lam van God dat de zonden van de wereld wegdraagt. Zij kunnen God ook zonder dat offer wel naderen..
 Maar Gods gerechtigheid zal blijkens het vervolg de aarde splijten.

 Numeri 16: 20 - 17: 15 (Wbr)
  Het volk volhardt in een onheilig grote mond tegen de HEER. Ondanks dat Korach en zijn aanhang opgeslokt is door de aarde en de 250 vooraanstaande mannen in Korachs kielzog levend verbrand zijn. Ruim 14000 doden vallen er nog eens. Het zijn getallen die ons doen huiveren. We kunnen ons bij zulke direkte oordelen van God over onze aanhoudende opstandigheid ook niks meer voorstellen. Mensen kunnen tot op TV toe maar van alles over God uitkramen. Het is schijn die bedriegt, want God is nog steeds Dezelfde. Lees Hebr.12: 18-28 er maar eens bij.

 Numeri 17: 16 - 18: 7 (Wbr)
  Nogmaals gaat de HEER er toe over om het geslacht van Aäron aan te wijzen voor de priesterdienst van de verzoening. Blijkbaar hield het gemor onder het volk nog steeds daarover niet op. Er zit bij het volk ook achter, dat zij bang zijn geworden van ´de tent, de verblijfplaats van God´(vs.28), als een plek waar zomaar enorme aantallen doden vallen. Ze zullen moeten leren, dat er via legitieme verzoening juist leven rondom de tent van de HEER is. Daarom is het symbool van die bloeiende, dus levengevende amandelstok zo sprekend. En daar liggen ze dus nu in de tent voor het aangezicht van de HEER: de verbondsakte van de wet en daarnaast de staf van de verzoening. Het is dus de tent waar God onder zijn volk woont in Jezus Christus.

 Numeri 18: 8 - 32
  De arbeiders in de dienst van de verzoening blijken hun loon waard. Vergelijk dat eens met de prijs waarop Dé Priester geschat is, Matth.26:14, 15 en 27:9!

 Numeri 19
  Zolang iemand onrein was, was hij feitelijk buitengesloten uit de menselijke samenleving. Ook al was die onreinheid soms onvermijdelijk als er bijvoorbeeld thuis een sterfgeval voorkwam. De dood maakte o.a. in Israël onrein. Een priester mocht zijn eigen overleden vrouw niet aanraken en de Hogepriester mocht bij geen enkele dode komen, ook niet bij zijn ouders. Logisch, want de dood is het resultaat van de zonde die er in de wereld is gekomen. Zet hier nu naast Lukas 7:14 (de jongeman uit Naïn). Uit ontferming maakt Jezus zich opzettelijk onrein. Maar let op: de jongen komt tot leven. Straks sterft Jezus aan het vervloekte hout om ons het leven te kunnen geven. Numeri 19 heeft dus een vervolg!

 Numeri 20: 1 - 21
   Het is bekend dat herders voor hun kudde water te voorschijn wisten te slaan uit rotsen in de woestijn. Zij zochten dan een dunne plek in de rots (verkalking) waarachter zich water bevond. Mozes had moeten spreken, maar slaat. D.w.z. hij doet het zelf. Hij heeft God niet laten zien in de majesteit van zijn spreken. Hij is vóór de Here gaan staan en heeft het volk het zicht op Gods zorg ontnomen. De grote Mozes (Jezus) faalt niet en brengt zijn verlosten in het Koninkrijk van God.

 Numeri 20: 22 - 21: 9
  Volk bidt om de wegneming van de slangen. Dat gebeurt niet. Er komt zelfs een slang bij! Een vreemde opdracht: als je dodelijk bent gebeten moet je naar die dode koperen slang kijken (gefixeerd) en je blijft in leven. Waarom? De slang is de personificatie van het kwaad. Het volk moest naar die slang kijken om tot de erkenning te komen: het is onze eigen schuld; wij hebben gezondigd. Confronterend! Maar ook verlossend! Jezus haalt dit aan in Johannes 3:14-15. Geloven is: gefixeerd naar Jezus kijken aan het kruis. Daar zie ik mijn schuld die Hij draagt. Ik heb gezondigd, maar Ik zie daar ook mijn Verlosser hangen!

 Numeri 21: 10 - 35
  Vers 22 beschrijft het verzoek van Israël aan de Amorieten: Laat mij door uw land trekken; wij zullen niet afbuigen door akkers en wijngaarden, wij zullen geen welwater drinken, de koninklijke weg zullen wij gaan, totdat wij uw gebied doorgetrokken zijn. Maar het antwoord was nee en meteen grijpen de Amorieten naar de wapens. Het gevolg: Israël neemt alles in. Conclusie: als het gaat om wreedheden in het Oude Testament, dan ontdekken we meermalen dat de vijandschap van anderen tegen de God van Israël de ware boosdoener is.

 Numeri 22: 1 - 21
  Met militaire middelen valt Israël niet te bestrijden. Het moet met woorden gebeuren. Vloekwoorden wel te verstaan. Dan huur je meteen de beste in en je kijkt niet op een beetje geld. De Moabieten en de Midjanieten smeden een alliantie en huren een wereldberoemde beroepsvloeker in: Bileam. Het is wel 600 km. reizen (bij de Eufraat), maar ach, je moet er wel wat voor over hebben. Eén ding is Bileam wel duidelijk: hij zal niet anders kunnen dan Gods woorden spreken.

 Numeri 22: 22 - 41
  God waakt over zijn volk. Middels de ezel wordt dat Bileam ook nog eens goed duidelijk. Wij vragen ons best wel eens af: heeft God het wel in handen? Zorgt hij wel voor ons? Toen Israël nog nietsvermoedend in de woestijn gelegerd was, was de Koning van Israël al uitgebreid bezig om zijn volk te beschermen.

 Numeri 23
  Gods volk is met geen ander volk te vergelijken (vers 9). Dat blijkt in Numeri ook steeds weer het geval te zijn. God gaat met Israël zijn weg. En Israël blijft Gods volk. Er zijn nog bijzondere beloften voor het joodse volk (Rom. 9-11 o.a.). Dat blijft. De kerk is zeer beslist niet in de plaats van Israël gekomen! Dat neemt niet weg dat er voor het Nieuwtestamentische volk van God grote dingen worden gezegd. Lees maar in Galaten 3:26-29. Daar mag je gepast trots op zijn om daarmee God de eer te geven!

 Numeri 24
  In vers 17 staat: Een ster gaat op uit Jakob, een scepter rijst op uit Israël. Het gaat dus over een koning. Ten diepste over Jezus. “Hij heeft machtigen van de troon gestoten en eenvoudigen verhoogd”. En hoe vonden de magiërs uit het Oosten Hem? Via de (konings)ster. In Numeri gaat het dus ook al over Jezus. En God laat het komen uit de mond van een beroepsvloeker. Wie is hier het sterkst?

 Numeri 25
  In hoofdstuk 24:25 lijkt Bileam gewoon naar huis te gaan. Maar als we Numeri 31:16 lezen, dan blijkt dat Bileam wel gesproken heeft wat God hem had geboden, maar dat het slechts lippendienst was. Voordat hij afreist heeft hij nog een tip: voor vrouwen vallen ze wel. Een goed geheim wapen. En jawel, het werkt. Maar Pinehas van de bewakingsdienst grijpt in als iemand van Israël grof brutaal (vers 6) openlijk de God van Israël te kijk zet. Terwijl Zimri en Kozbi geslachtsgemeenschap met elkaar hebben steekt hij ze dood en doet dat richting hun geslachtsdelen (onderbuik). Pinehas kwam op voor de eer van God en de plaag houdt op.

 Numeri 26: 1 - 37
  Een geslachtsregister. Wat moet je daar nu mee. Nou, er zit meer in dan je op het eerste gezicht zou denken. Het hoofdstuk begint met: “Na de plaag zeide de HERE tot Mozes en tot Eleazar (…): Neemt het aantal der gehele vergadering der Israëlieten op, van twintig jaar oud en daarboven. Hoeveel heeft Simeon er bijvoorbeeld? 22.200 (vers 14). En dan schrik je als je Numeri 1:23 er naast legt: 59.300. Wat een verschil. Zonde maakt meer kapot dan je lief is.

 Numeri 26: 38 - 65
  De Levieten kregen geen erfdeel (vers 62). Zij waren door God apart gezet om de eredienst te onderhouden. Geen lapje grond enz. Toegewijd aan de God van Israël. Heilige grond. Waren de andere 12 stammen dan niet toegewijd aan God? Jazeker wel, maar anders. Financieel maakten zij het mogelijk. Om God te eren. Om de lofzang gaande te houden. Het maakt niet uit wat je voor de kost doet. Als je maar aan God bent toegewijd.

 Numeri 27
  In Numeri 26:33 worden er ogenschijnlijk terloops wat namen genoemd, maar die namen komen onder andere in dit hoofdstuk weer terug. De genoemde vrouwen stellen onrecht in het erfrecht aan de kaak. Hun vader was (om zijn zonde tegen God) gestorven in de woestijn. Als zovelen. Maar een zoon had hij niet achtergelaten. Daardoor was er geen erfdeel voor deze vijf dochters. En de naam van hun vader zou verdwenen zijn. God geeft ze gelijk. Hij gaat verder met zijn volk, ondanks alle zonde. De naam van Zelafead blijft behouden en de dochters krijgen toch hun stukje familiegrond. God is rechtvaardig. En we mogen altijd opnieuw beginnen!

 Numeri 28: 1 - 25
  Het dagelijkse leven van de Israëliet verliep op het ritme van de beide dagelijkse offers: aan het begin en aan het einde van elke werkdag. Met God beginnen, bij God afsluiten. Een brandoffer tot een liefelijke reuk voor God! De gebeden om en op grond van de verzoening, bij het altaar, elke dag. En op de dag die de verbinding aan God nog extra markeert, de sabbat: dubbel zoveel. Dat is extra werk voor de priesters, maar het onderstreept de extra feestelijkheid voor allen. Hier wordt het patroon geweven van een leven met God, elke dag, waarbij de sabbat als polsslag fungeert. En alle seizoenen weer komen de grote feesten. Het begint met  Pasen: dat is elke keer weer het begin van alles. De herinnering aan Gods sparende en reddende hand bij de uittocht uit Egypte als de opmaat naar het leven in het beloofde land. En er is geen feest zonder offers: zonder de toewijding, de verzoening, de aanbidding en de dankbaarheid jegens God. Zo moet het leven zijn onder de koepel van Gods bescherming.  Wat mooi!

 Numeri 28: 26 - 29: 11 (Wbr)
  Nu komt Pinksteren: precies zeven weken later (“Feest der weken”); op de vijftigste dag. Ons woord Pinksteren betekent: (feest van de) vijftigste dag. Pinksterfeest benadrukt de afhankelijkheid van de God die de nieuwe oogst gaf. Het is het feest van de ‘eerstelingen’. De oogst die op Pasen begint wordt op Pinksteren binnengehaald. God geeft leven! En het is niet zonder zin, dat juist op deze dag later de Heilige Geest wordt uitgestort (Hand 2). De Geest die op Pinksteren  wordt uitgestort op de basis van Pasen.
 En dan, midden in het joodse kalenderjaar, staat daar de Grote Verzoendag: de dag van de volslagen inkeer die oproept tot de houding van diep gevoeld berouw, van ieder en allen. Dag van boete, elk jaar weer; dag van gebed; van onthouding en van vasten rondom het ritueel van de Grote Verzoening, waardoor alle oppervlakkigheid wordt voorkomen. Misschien denken we wel eens, dat al die rituelen vormendienst in de hand werkten. Maar rituelen zijn vormgevend. Ze hebben elke keer weer aan het denken moeten zetten. Zetten ze ons ook aan het denken? 

 Numeri 29: 12 - 30: 1 (Wbr)
  En dan barst het oogstfeest los, als alles is ingehaald, geplukt en verwerkt. Feest van de Loofhutten. Zeven dagen feest. Plus een achtste speciale dag. Vele offers. Overvloed. Hebt u ze geteld? 71 stieren, 15 rammen, 105 ramlammeren, 8 bokken en de daarbij behorende plengoffers en spijsoffers, en daarboven overheen dan nog de dagelijkse vaste offers! God geeft veel.  Hij is niet karig. En het gaat er in de tabernakel en later in de tempel niet afgeknepen toe. Een stuk uitbundigheid, waarin je de lijnen ziet lopen naar het grote feest voor alle volken (Zach. 14:16-18) en naar de schare die niemand tellen kan rondom de troon van het Lam met palmtakken in de handen en het loflied op de lippen: de attributen van het uitbundige Loofhuttenfeest (Openbaring 7).

 Numeri 30: 2 - 17 (Wbr)
  Geloften zijn bindend. Je kunt geen grote woorden spreken zonder gevolgen. Dat geldt voor ieder. Man en vrouw.  Mooie dingen zeggen alleen om door de mensen geëerd te worden is een belediging voor God. Hij zelf komt de “geloften” die Hij heeft afgelegd na. Ze vormen de basis van Isrels bestaan. Nu vraagt Hij ook trouw aan geloften van Jan en Alleman. Maar geloften kunnen de bestaande verhoudingen niet als dynamiet laten springen. En woorden  in onbezonnenheid gesproken, waardoor anderen gedupeerd kunnen worden, zullen worden ontkracht. Toch: ook in die gevallen zal de zaak niet aan willekeur worden overgelaten. De echtgenoot, de vader, de persoon die de bestaande orde vertegenwoordigt, mag tégen-spreken, maar niet pas als het hem uitkomt. Op tijd en duidelijk. God houdt niet van gesjoemel.

 Numeri 31: 1 - 24
  De veldtocht tegen Midjan heeft niet in de eerste plaats een militair accent: het is de straf die God voltrekt over een volk, dat uit was op de ondergang van Gods volk. Bileam speelde daarbij zijn sluwe rol (Num 24:14; zie verder Num 25). Hij staat voor altijd model voor de Grote Verleider (vgl 2 Petr 2:15; Openb 2:14). We lezen met schrik hoe God zijn oordeel voltrekt: niemand en niets ontziend! En als bij de terugkeer van het leger blijkt, dat zij nota bene de hoofdschuldigen nog in leven hebben gelaten, wekt dat de woede van Mozes. Het oordeel wordt alsnog volledig voltrokken! Het is letterlijk: huivering wekkend. God laat niet met zich spotten. Hij is niet on-machtig. Juist daarom kun je op Hem vertrouwen. Denk nog eens terug bij deze geschiedenis aan de psalm die we gisteren lazen.

 Numeri 31: 25 - 54
  Er worden regels gegeven voor de verdeling van oorlogsbuit. De ene helft  is voor het uitgetrokken leger. De andere helft is voor de thuisgeblevenen. En verder wordt geregeld wat daarvan aan God moet worden afgestaan. Een vijfhonderdste deel van de helft voor het leger wordt bestemd voor de priesters; en een vijftigste deel van de helft voor het volk wordt bestemd voor de Levieten. Wie de moeite neemt de getallen uit te splitsen, krijgt het volgende resultaat: kleinvee: 675 stuks voor de priesters en 6750 stuks voor de Levieten; runderen resp. 72 en 720; ezels resp.  61 en 610; mensen resp. 32 en 320. Daarbij komt dan nog de schenking van 16.750 sikkels goud.  Men berekent dat op 167 2 kg goud. Dat is een enorm bedrag! Een schenking die wordt aangemerkt als een verzoeningsgift (vs 50). Het wordt neergelegd bij God als een herinnering: God moge zijn volk blijven gedenken, en Israël moge zijn God blijven gedenken. Oorlogsbuit is niet maar alleen economische winst!

 Numeri 32: 1 - 19
  De verdeling van het pas veroverde land aan de “overzijde van de Jordaan” (die betiteling dateert uiteraard pas uit later tijd, toen het volk goed en wel gesetteld was), is het begin van de inlossing van Gods belofte. Het land is zeer geschikt voor de stammen die vooral leven van de veeteelt. Mozes hekelt aanvankelijk de mentaliteit van: “als wij maar binnen zijn”. Als blijkt, dat het helemaal niet de bedoeling is de band met de rest van het volk of met de God-van-heel-Israël te verbreken, wordt het anders. De eenheid zal blijven bewaard. Dat beloven ze. En zo wordt dit hoofdstuk het begin van de nieuwe fase in de geschiedenis van Israël. Een eigen land, een zelfstandig bestaan, leven voor Gods aangezicht, de rust van Gods vrede rondom.

 Numeri 32: 20 - 42
  De afspraken worden vastgelegd. Het land wordt toegewezen. De eenheid blijft gehandhaafd. Opvallend is de herhaling van de uitdrukking: voor Gods aangezicht. Zo stelt men zich van weerskanten op: onder de open hemel, binnen de zichtbaarheid voor God, rekenend op zijn bescherming. “Coram Deo”: dat zijn een paar mooie woorden, ze geven uitzicht naar boven en naar voren.  En tegelijk leg je je daarmee vast op een duidelijke koers.

 Numeri 33: 1 - 49
  O wat eentonige opsomming van al die ‘pleisterplaatsen’ ... Ik kan me voorstellen dat u na een paar namen struikelt en de rest overslaat. Al die namen en dat ook nog op de eerste Kerstdag! En toch: voor de tijdgenoten zijn het allemaal herinneringen geweest. Is niet de rechte lijn de kortste verbinding tussen twee punten? Welnu: hier wordt de kortste lijn getrokken tussen die twee uitspringende punten: Rameses waar ze vertrokken (vs 3-4), en de velden van Moab waar ze tenslotte aankwamen (vs49). Lees dan in elk geval die beide teksten om iets van het wonder te ondergaan dat hier in de lange lijst van namen is gestold. Dat begin: de opgeheven hand van de HERE, het vertrek voor de ogen van de Egyptenaren die nog bezig waren hun doden te begraven. En zij op weg naar het leven. En tenslotte de aankomst  in de velden van Moab. Alles wat zich daartussen afspeelde is de vastlegging van het wonder van de woestijn: God die ze leidde, die ze voedde, die er was in de wolk, ondanks al de dingen die er gebeurden van pleisterplaats tot pleisterplaats. Elke naam betekende: weer een stap verder. En één keer staat er ineens een zinnetje dat óplicht tussen al die pleisterplaatsen: het sterven van Aäron (vs 38). En de notitie, dat men in het Zuiderland vernam dat de Israëlieten in aantocht waren! (vs 40). En dan nog wat: op al die plaatsen zijn de graven gedolven, totdat het hele geslacht dat uit Rameses vertrokken was tenslotte gestorven was. En daar staat het dan: toen legerden zij zich langs de Jordaan, in de velden van Moab. Dorre namen kunnen ook gaan léven: de grens was bereikt; de deur naar de toekomst werd eindelijk geopend! God bracht ze werkelijk zó ver!

 Numeri 33: 50 - 34: 12
  En toen ging de deur open. Het nieuwe leven. Het Beloofde Land! “Wanneer gij de Jordaan overtrekt...”. Zo’n zinnetje moet je proeven! Ze zullen de Jordaan overtrekken, ja eindelijk! Er zal land, in bezit worden gegeven, een  héél land nog wel! Er vallen grote woorden: erfdeel, verdelen, toewijzen, eigendom,.... Dat is léven, toekomst, perspectief “vanuit het dode dal”. Ieder krijgt zijn deel, niemand ontvangt te weinig, niemand heeft straks te veel. De contouren van het nieuwe land tekenen zich af: het beloofde land wordt in kaart gebracht (en je hebt er dus ook eigenlijk een kaart bij nodig). De opsomming is zo droog als een kadaster, maar de kadastrale registratie betekent wel dat je eigenaar wordt! En daar, op dat stuk grond zal het duidelijk worden, hoe goed het leven met deze God is. Het geschenk van het land is gebonden aan het leven met Hem. Beloften zijn nooit onvoorwaardelijk. 

 Numeri 34: 13 - 35: 8
  Het staat er zo zakelijk: dit zijn de mannen die jullie het land zullen toewijzen: Eleazar de priester en Jozua de zoon van Nun. Hij  die het zegt, Mozes, zal daar zelf niet meer bij zijn. Hoe zal het hem daarbij te moede zijn geweest? Zal de vreugde die hem vervuld moet hebben bij de aankondiging van deze geweldige toekomst niet gemengd zijn geweest met het verdriet om het voortijdige afscheid? Daar stond hij: nu zou het nieuwe leven beginnen. “Dit zijn de mannen die jullie het land zullen toewijzen”. Wat een geweldige aankondiging uit zijn mond!  En hij wees de hele rij aan: voor elke stam één naam, het gezegende tiental dat de erfenis in ontvangst gaat nemen!
  En vervolgens de (48) steden voor de Levieten, verspreid door het hele land. Zo zullen er steeds overal mensen zijn, die het volk kunnen leiden en opbouwen in het geloof. 

 Numeri 35: 9 - 34
  Wat een indrukwekkende bepalingen om het leven te beveiligen. Aan de ene kant: zeer strenge bepalingen voor de doodslager en moordenaar. Wie het leven niet acht, ontwijdt het land en verspeelt zijn plaats temidden van de levenden. Wie zich bezondigt aan het leven zal moeten worden gestraft. Zelfs in de vrijstad. Maar dan wel altijd door een onbevooroordeelde rechtspraak! En niet dan na zorgvuldig onderzoek. Aan de andere kant: even strenge bepalingen tegen onbeheerste wraakzucht, die de discretie veracht, de rechtspraak blokkeert en de samenleving verziekt. Sterker: de dood injaagt, van de ene wraak naar de andere. En intussen kan niemand na iets dat hij per ongeluk deed zonder gevolgen weg komen: het verblijf in de vrijstad kan niet worden opgeheven, pas na de dood van de hogepriester. Dat betekende wel en totale inbreuk in de gang van iemands leven! Ja, wat een zorg voor veiligheid!

 Numeri 36
  De grenzen zullen gehandhaafd blijven : voor allen genoeg, voor niemand te weinig en zeker geen opeenhoping van steeds meer in de handen van enkelen. De regelingen rondom de dochters van Zelafead (Selofchad) moeten voorkomen, dat er straks geen basis meer is voor het eigen bestaan. Ze worden het model voor alle soortgelijke gevallen. Sociale gerechtigheid. Wijsheid van God. Spreiding van welvaart. Patroon voor de goed geordende samenleving  tot welzijn voor allen.


COMMENTAAR
BIJBELBOEK

OT


Genesis

Exodus

Leviticus
 

Numeri

Deuteronomium

Jozua
 
Richteren
 
Ruth
 
1 Samuël

2 Samuël
 
1 Koningen
 
2 Koningen
 
1 Kronieken

2 Kronieken
 

Ezra
 
Nehemia
 
Esther

Job

Psalmen

Spreuken

Prediker

Hooglied


Jesaja


Jeremia


Klaagliederen van Jeremia

Ezechiël

Daniël


Hosea

Joël


Amos


Obadja


Jona


Micha


Nahum


Habakuk

Zefanja

Haggaï

Zacharia

Maleachi

NT

Matthëus


Markus

Lukas

Johannes

Handelingen

Romeinen


1 Korinthiërs


2 Korinthiërs


Galaten

Efeziërs

Filippensen


Kolossensen

1Thessalonicensen

2Thessalonicensen

1 Timothëus

2 Timothëus

Titus

Filemon

Hebrëen

Jakobus

1 Petrus

2 Petrus

1 Johannes

2 Johannes

3 Johannes

 
Judas

Openbaring
 

 READ THE BOOK - THE BIBLE CHANGE YOUR LIFE

Deutsch
de
English en français fr italiano it Nederlands nl español es português pt Norsk no svenska sv Polski pl čeština cz Slovák sk Magyar hu român ro Български bg hrvatski hr Pyсский ru Türkçe tr عربي ar

       

Heer, wees mijn Gids

                              

INFO: DE WEG - DE WAARHEIDHET LEVENFILM - AUDIO


Wie zoekt zal vinden           


www Holyhome.nl

Boeiende Series :

Bijbelvertalingen
Bijbel en Kunst

Bijbels Prentenboek
Biblische Bildern
Encyclopedie
E-books en Pdf
Prachtige Bijbelse Schoolplaten

De Heilige Schrift
Het levende Woord van God
Aan de voeten van Jezus
Onder de Terebint
In de Wijngaard

De Bergrede
Gelijkenissen van Jezus
Oude Schoolplaten
De Zaligsprekingen van Jezus

Goede Vruchten
Geestesgaven

Tijd met Jezus
Film over Jezus
Barmhartigheid

Catechese lessen
Het Onze Vader
De Tien Geboden
Hoop en Verwachting
Bijzondere gebeurtenissen

De Bijbel is boeiend
Bijbelverhalen in beeld
Presentaties en Powerpoints
Bijbelse Onderwerpen

Vrede van God voor jou
Oude bijbel tegels

Informatie over alle kerken in Nederland: Kerkzoeker
 
Bible Study: The Bible alone!
L'étude biblique: Rien que la Bible!
Bibelstudium: Allein die Bibel!  

Materiaal voor het Digibord
Werkbladen Bijbelverhalen Bijbellessen
OT Hebreeuws-Engels
NT Grieks-Engels

Naslagwerken
Belijdenissen
Een rijke bron

Missale Romanum + Afbeeldingen
Stripboek over Jezus
Christelijke Symbolen
Plaatjes Afbeeldingen Clipart
Evangelie op Postzegels

Harmonium Huisorgel
Godsdiensten en Religies
Herinnering aan Kerken

Christian Country Music
Muzikale ontspanning
Software voor Bijbelstudie
Hartverwarmende Klanken
Read and Hear the Holy Bible
 Luisterbijbel

Bijbel voor Slechtzienden Begrippenlijst   -1-   -2-

Meer weten over de Psalmen, gezangen, liturgieën, belijdenisgeschriften: Catechismus, Dordtse Leerregels en veel andere informatie? . Kijk opOnline-bijbel.nl
         
  (
What's good, use it)



Waard om te weten :

Een hartelijk welkom op de site
Deze pagina printen
Sitemap
Wie zoekt zal vinden

FAQ - HELP

Kerk
Zondag
Advent
Kerstfeest
Driekoningen
Vastentijd
Goede Vrijdag
Aswoensdag
Palmzondag
Palmpasen
De stille week
Witte donderdag
Stille zaterdag
Paaswake
Pasen - Paasfeest
Hemelvaartsdag
Pinksteren
Biddag
Dankdag
Avondmaal
Doop
Belijdenis
Oudjaarsdag
Nieuwjaarsdag
Sint Maarten
Sint Nicolaas
Halloween
Hervormingsdag
Dodenherdenking
Bevrijdingsdag
Koningsdag / Koninginnedag
Gebedsweek
Huwelijk
Begrafenis
Vakantie
Recreatie
Feest- en Gedenkdagen
Symbolen van herkenning
 
Leerzame antwoorden op levens- en geloofsvragen


Hebreeën 4:12 zegt: "Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden"Lees eens: Het zwijgen van God

God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.
Lees eens:  God's Liefde

Schat onder handbereik


Bemoediging en troost

Bible-people - stories of famous men and women in the Bible
Bible-archaeology - archaeological evidence and the Bible
Bible-art - paintings and artworks of Bible events
Bible-top ten - ways to hell, films, heroes, villains, murders....
Bible-architecture - houses, palaces, fortresses
Women in the Bible -
 great women of the Bible
The Life of Jesus Christ - story, paintings, maps

Read more for Study  
Apocrypha, Historic Works
 GELOOF EN LEVEN een
          KLEINE HULP VOOR  ONDERWEG