DE HEILIGE SCHRIFT - DE BIJBEL

I KRONIEKEN

De vindplaats van materiaal voor Bijbelstudie, geloofstudie, catechese, school, kring, persoonlijk geloof, studie thuis, kerk, club, nieuws, godsdienstonderwijs, zingeving en vooral heel veel mogelijkheden om je Bijbelkennis te vergroten. Blijf niet afhankelijk van anderen maar lees zelf de Bijbel. Investeer in geestelijke rijkdom.


De Studiebijbel is uitermate geschikt om de Bijbel te leren verstaan.

Je kunt een keus maken uit onderstaande tabel voor verdere studie
A = Verwijzing naar bijbeltekst met uitgebreide uitleg
B = Beknopte verhandeling over het hier gekozen bijbelboek
C = Verwijzing naar de verhandeling van een ander bijbelboek

Terug naar de Inleiding van deze serie


A B C
BIJBELBOEK
met
UITLEG


Oude Testament

Genesis Exodus Leviticus Numeri Deuteronomium Jozua Richteren Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia Maleachi


Nieuwe Testament


Mattheüs Marcus Lukas Johannes Handelingen Romeinen 1 Korinthiërs
2 Korinthiërs
Galaten Efeziërs Filippensen Kolossensen1 Tessalonicensen2 Tessalonicensen 1 Timotheüs 2 Timotheüs Titus Filemon Hebreeën Jakobus 1 Petrus 2 Petrus 1 Johannes 2 Johannes 3 Johannes Judas Openbaring


I KRONIEKEN


HeNDe boeken 1 en 2 Kronieken (Hebreeuws: דברי הימים) zijn boeken in het Oude Testament en in de Tenach. Er zijn 2 boeken, nu bekend als 1 Kronieken en 2 Kronieken, maar oorspronkelijk vormden zij 1 boek. In de Hebreeuwse indeling vallen de boeken onder de khethubim of hagiographa.

  Met het woord 'kroniek' wordt een boek bedoeld waarin je allerlei feiten uit de geschiedenis kunt vinden.
 De boeken 1 en 2 Kronieken zijn samen eigenlijk één boek. Kronieken geeft op een hele eigen manier een overzicht van de geschiedenis van Israël. Het begint met het geslachtsregister van Adam en eindigt met een oproep om de verwoeste tempel in Jeruzalem te herbouwen. Je moet wel een beetje je best doen om dit boek te lezen, want het is soms wat langdradig. Het begint bijvoorbeeld met negen hoofdstukken vol namenlijsten. En toch is ook dit uiteindelijk een heel interessant boek.

 HET EERSTE BOEK DER KRONIEKEN

  Bij de Hebreeën zijn de twee boeken der Kronieken slechts één boek, maar bij ons zijn de Kronieken van oudsher in twee boeken verdeeld.

  De Hebreeën noemen de Kronieken 'De woorden der dagen' en bij de Grieken is de naam 'Paraleipomena'

  Maar wij noemen het de 'Boeken der Kronieken'.

  De woorden der dagen of der tijden. Daarmee wordt bedoeld het gedenkwaardigste, dat er in de loop der tijden in de kerk Gods, in Israël gebeurd is.

  De Grieken bedoelen met Paraleipomena voorbijgegane of nagelaten dingen, omdat er in de Kronieken verschillende dingen verteld worden, die in de voorgaande boeken om de een of andere reden niet vermeld zijn, terwijl ze toch wel belangrijk genoeg zijn om te vermelden.

  Wij noemen ze de 'Boeken der Kronieken', 'Beschrijvingen der tijden', omdat er in deze boeken vermeldenswaardige zaken uit het verleden in het kort worden verteld.

  Het is niet helemaal duidelijk, wie de inhoud van deze boeken bijeengebracht heeft, maar men neemt aan, dat Ezra deze Kronieken verzameld en geschreven heeft, daarbij niet alleen puttende uit de vijf boeken van Mozes, maar ook uit boeken en nagelaten schriften van profeten, die voor hem geleefd hebben en allerlei vermeldenswaardige zaken uit die tijd op schrift gesteld hebben.

  Als blijk van het gestelde, dat allerlei gegevens uit de beschrijvingen van die profeten komen kan gelden, dat er telkens staat: Het overige zijner woorden of daden staat geschreven in het boek van Gad, van Iddo, van Jesaja enz.

  In de eerste negen hoofdstukken van het eerste boek der Kronieken staan veel geslachtsregisters. Van Adam tot Abraham en van Abraham tot Jakob en dan de verdeling in verschillende stammen, hetgeen in de voorgaande boeken nergens zo uitvoerig en volledig voorkomt.

  En dan vinden we een beschrijving van de regering van koning David en hoe hij voor zijn dood, door ingeving van de Heilige Geest, richtlijnen voor zowel kerk als staat heeft gegeven. Ook zorgde hij voor voorraad voor de tempelbouw door zijn zoon Salomo, die binnen Jeruzalem de tempel zou bouwen.

  Het eerste boek der Kronieken is dus eigenlijk in het kort een beschrijving van allerlei dingen vanaf de schepping tot de regering van Salomo. Mogelijk beslaat dit een tijd van negenentwintighonderdenvijfentachtig jaren.

  In dit eerste boek der Kronieken wordt ons een kort beeld geschetst van het begin van de kerk van God en hoe deze na de zondvloed in het huis van Sem is behouden en daarna in het huis en geslacht van Abraham en met name in de nakomelingen van Abraham en Jakob tot op David, uit wiens nakomelingen de Messias geboren moest worden.

 Geschiedenis
 Kronieken is vermoedelijk niet voor het einde van de vijfde eeuw voor Christus geschreven. Waarschijnlijk is het gemaakt door een schrijver uit de priesterlijke kringen in Jeruzalem. Sommige bijbelwetenschappers denken dat ook de boeken Ezra en Nehemia door hem of door iemand uit dezelfde groep geschreven zijn. Misschien was het de bedoeling om een doorlopende geschiedenis te schrijven.

 Naamgeving
  Het boek draagt in het Mazoretisch Hebreeuwse de naam Divrei-HaYamim, oftewel "woord der eeuwen", maar kan ook vertaald worden als "handelingen der dagen". De splitsing in 2 boeken, ter wille van de omvang, vond voor het eerst plaats in de Septuaginta. Hier kregen ze de naam Paralipomenon, oftewel "wat over gebleven is", namelijk wat overbleef na 1 en 2 Samuël en 1 en 2 Koningen. In de Vulgata werd deze naam gehandhaafd. De opsplitsing in 2 delen vindt in Hebreeuwse uitgaven voor het eerst plaats in een rabbinale bijbel uitgave in Venetië, 1516-1517. Na de splitsing in 2 boeken worden ze in het Hebreeuws aangeduid als Divrei-HaYamim Alef en Divrei-HaYamim Bet.

  In protestantse kring wordt veelal aan de boeken gerefereerd als Kronieken, met de afkorting "Kron."; een naam die ook in rooms katholieke bijbels gebruikt wordt. De afkorting "Par." wordt vrijwel uitsluitend in de rooms katholieke literatuur gebruikt.

 Indeling
  De inhoud van de boeken kan in een aantal delen worden gegroepeerd:

  De hoofdstukken 1 Kronieken 1-9 bevatten een opsomming van geslachtsregisters, van Adam t/m de tijd van koning Saul;
 1 Kronieken 10 bevat het relaas van Sauls dood;
 1 Kronieken 11 t/m 29 betreft de regering van koning David;
 2 Kronieken 1-9 verhalen de regering van koning Salomo.
 De hoofdstukken in 2 Kronieken 12 t/m 36 bevatten een opsomming van de regering van de overige koningen van Juda, en noemen de terugkeer uit de Babylonische ballingschap.

 Ontstaan en auteur
  Het is niet onmogelijk dat deze twee boeken oorspronkelijk deel uitmaakten van een groter werk, waar ook de huidige boeken Ezra en Nehemia deel van uitmaakten. Een aanwijzing hiervoor is het einde van 2 Kronieken, waarvan de laatste verzen identiek zijn aan de eerste verzen van het boek Ezra.

  Omdat 2 Kronieken sluit met de terugkeer uit de Babylonische ballingschap, moeten de boeken samengesteld zijn na deze terugkeer. In de Joodse rabbinale traditie wordt Ezra als auteur gezien. De datering zou dan tussen 450 v.Chr en 435 v.Chr. liggen. Deze opvatting is tot in de 17e eeuw gehandhaafd. Ook in geest, stijl en woordkeus zijn er grote overeenkomsten tussen Kronieken en Ezra.

  Het geslachtsregister van David wordt opgesomd tot het zesde geslacht na Zerubbabel (1 Kronieken 3:19-24). Het bedrag benodigd voor de herbouw van de tempel wordt uitgedrukt in talenten (darics in het Hebreeuws), een munt die pas ten tijde van de Perzische overheersing in Israël gangbaar werd. Ook taalkundige kenmerken, zoals het gebruik van Aramees, pleiten voor een latere datering. De meeste moderne theologen komen hierdoor op een datering tussen 300 v.Chr. en 250 v.Chr..

  Omdat de geslachtsregisters tekenen van latere wijzigingen vertonen, het niet waarschijnlijk is dat latere auteurs oude bedragen naar de dan gangbare munten gaan omrekenen, en het doel van het boek beter past in een periode vlak na de terugkeer uit de ballingschap, houden orthodoxe (r.k.) theologen vaak vast aan Ezra of een tijdgenoot als auteur.

  De bronnen, waaruit de kroniekschrijver zijn werk compileerde, bestonden uit staatskronieken, registers en geslachtstabellen. Hier wordt in het boek aan gerefereerd (1 Kronieken. 27:24; 29:29; 2 Kronieken 9:29; 12:15; 13:22; 20:34; 24:27; 26:22; 32:32; 33:18, 19; 27:7; 35:25). Er zijn tussen de Kronieken en de boeken van Samuël en Koningen 40 parallellen te trekken, vaak woordelijk, die aantonen dat de schrijver deze bronnen kende en gebruikte (I Kronieken 17:18; vgl. II Samuël 7:18-20; en I Kronieken|II Kronieken 19; vgl. II Samuël 10, etc.).

 Thema en boodschap
  In hun algemene opzet zijn de boeken eerder didactisch als historisch. Het hoofddoel van de schrijver lijkt het presenteren van morele en religieuze waarheden te zijn. Religieuze instellingen krijgen soms meer aandacht dan politieke gebeurtenissen. "De geslachtsregisters in de eerste 9 hoofdstukken zijn voor de moderne lezer uitermate saai, maar voor de Joden uit die tijd een belangrijke bron van publieke staatkundige informatie. Ze vormden de basis voor de verdeling van het land, en voor de wijze en taakverdeling van de diensten in de tempel. Immers alleen de Levieten en hun nakomelingen hadden het recht in de tempel te dienen, en hun kwamen ook de eerstelingen van de oogst toe."

  Het onderwerp van de Davidische monarchie loopt als rode draad door deze twee boeken. De behandelde koningen zijn uitsluitend die van het zuidelijke koninkrijk, de koningen van het noordelijke tien stammenrijk worden niet vermeld.

  Een tweede rode draad wordt gevormd door de tempel. De verhuizing van de ark naar Jeruzalem krijgt hier meer aandacht dan in Koningen. Bij de regering van Salomo wordt verhoudingsgewijs zeer veel ruimte besteed aan de tempelbouw.

  De nadruk ligt op de koningen die God trouw zijn: David (I Kron. 10-29), 20 hoofdstukken; Salomo (II Kron. 1-9), 9 hoofdstukken; Asa (II Kron. 14-16), 3 hoofdstukken; Josafat (II Kron. 17-20) 4 hoofdstukken; Joas (II Kron. 23-24), 2 hoofdstukken; Jehizkia (II Kron. 29-32) 4 hoofdstukken. Koningen die "doen wat kwaad is in de ogen des Heeren" krijgen veel minder aandacht, vaak minder dan 1 hoofdstuk. De schrijver versterkt hiermee zijn boodschap: wanneer de mensen Hem zoeken, zegent hij hen met voorspoed, rijkdom en overwinning. Het verlaten van God valt samen met overheersing en aanvallen van buurvolken.

 Relaties met andere bijbelboeken
  Kronieken kan niet als samenvatting van Samuel en Koningen beschouwd worden. In vergelijking met Samuel en Koningen laat Kronieken veel onderwerpen weg die elders verhaald worden (II Samuël 6:20-23; 9; 11; 14-19, etc.), en bevat veel informatie die alleen hier voorkomt (I Kron. 12; 22; 23-26; 27; 28; 29, etc.). Twintig volledige hoofdstukken, en 24 delen van hoofdstukken met onderwerpen die niet in de beide andere boeken voorkomen. In een aantal gevallen worden onderwerpen meer in detail uitgewerkt, zoals de lijst van Davids helden (I Kron. 12:1-37), de verhuizing van de ark van Kirjath-Jearim naar de Berg Sion (I Kron. 13; 15:2-24; 16:4-43; vgl. II Sam. 6), Uzzia's huidvraat en de oorzaak hiervan (II Kron. 26:16-21; vgl. II Koningen 15:5), etc.

  Men heeft opgemerkt dat het boek vaak recentere namen gebruikt in plaats van namen en uitdrukkingen die in verval geraakt waren. Dit komt vooral tot uiting in nieuwe namen van plaatsen, zoals die in de dagen van de schrijver gebruikt werden, zoals Gezer (1 Kron. 20:4) in plaats van Gob (II Sam. 21:18), etc.

  Er wordt in het Nieuwe Testament aan deze boeken gerefereerd, maar zonder teksten woordelijk te citeren (Hebreeën 5:4, vgl 2 Kron. 26:16; Mattheus 12:42; 23:35 (vgl. 2 Kron. 24:21); Lukas 1:5 (vgl. I Kron. 24:10); 11:31, 51.

 UIVOERIGER INHOUD

 1 Kronieken 1 
  Het boek Kronieken lijkt een herhaling van 2 Samuël en Koningen. Toch is er een wezenlijk verschil: in Kronieken komt alleen de geschiedenis aan de orde van het zuidelijke rijk Juda en van het koningshuis van David; het noordelijke rijk van de tien stammen blijft grotendeels buiten beeld. Dat heeft alles te maken met de oorspronkelijke doelgroep van dit boek.
  Het boek Kronieken is namelijk geschreven na de ballingschap. In die tijd was een aantal joden terugekeerd naar Judea. Enerzijds prachtig voor hen: ze woonden weer in Kanaän en konden weer meedoen met de tempeldienst. Anderzijds verdrietig: hun aantal was maar beperkt en ze hadden met allerlei tegenspoed te maken. In die situatie werd deze gelovigen in Kronieken een hart onder de riem gestoken. Vandaar dat 1 Kron. begint met Adam en Abraham: hoe armetierig de gelovigen er toen ook voor stonden, hun geschiedenis had betekenis voor de héle mensheid; en hoe klein hun aantal ook was, aan hen vervulde God zijn oude belofte dat Abrahams nageslacht zijn volk zou zijn en tot zegen zou zijn voor de hele mensheid.
  Dat is het bijzondere van de kerk: wat voor negatiefs de omgeving (soms heel terecht) van haar mag zeggen, zij is het begin van Gods nieuwe mensheid en hééft daarom toekomst. Dat kan de Nederlandse christen moed geven in een tijd dat de kerk hier een verdwijnende minderheid is geworden.

  1 Kronieken 2
  1 Kronieken 1-9 bevat haast uitsluitend lijsten met talloze namen. Daar houden wij niet zo van, want wij ervaren die lijsten als buitengewoon saai: 'Wat moet je met al die, meestal onbekende, namen?' Maar als je die lijsten nauwkeuriger bekijkt en nadenkt over de betekenis ervan, blijken ze toch wel terdege evangelie te bevatten. Neem nou die berooide groepjes joden die toen in Judea leefden. Kijkend naar hun omstandigheden konden zij zich afvragen: 'Wat kunnen we eigenlijk van God verwachten? Wat zijn zijn beloftes eigenlijk waard?' Maar dan lazen ze die vele namen uit bijv. hoofdstuk 2; voor de goede verstaander spraken die een duidelijke taal: 'Weet je nog hoe God zijn belofte aan Abraham waargemaakt heeft? Hij had hem immers beloofd dat hij tot een groot volk zou uitgroeien. En dat is gebeurd: te veel namen om te onthouden! Zou God, die trouw is aan zichzelf, hen dan vergeten?!'
  Dat is het mooie van de bijbelse geschiedenis: met dat je die eeuwenoude verhalen leest, krijg je te horen hoe God vandaag nog altijd is. We hebben daarom alle reden vertrouwen in Hem te hebben.

  1 Kronieken 3 - 4
  Omdat in Kronieken de blik gericht wordt op Judea komen eerst de nakomelingen van Juda en Simeon aan de orde; ook Davids familiegeschiedenis wordt in vogelvlucht beschreven. Een hele toer om al de namen met aandacht te lezen, maar laten we niet vergeten: ze spreken van Gods trouw aan zijn belofte. In dit verband denk ik dan aan wat God de profeet Natan tegen David laten zeggen: 'Je troon zal vast staan' (2 Samuël 7:16). En inderdaad, al die eeuwen was het koningshuis van David in stand gebleven, zo'n 350 jaar lang, terwijl de noordelijke stammen in de 210 jaren van hun bestaan maar liefst 10 verschillende koningshuizen hebben gekend. God maakt waar wat Hij gezegd heeft. Bemoedigend voor alle tijden!
  In 4:9-10 staat het beroemd geworden gebed van Jabes. Dit gebed wordt vaak misbruikt als een methode waardoor je van God welvaart en/of welzijn kunt krijgen - net alsof God zich door ons ook maar iets laat afdwingen. Beter is het deze verzen te zien als een illustratie van Gods onverdiende gunst: van z'n moeder had het kind de naam Jabes, 'stuk verdriet' meegekregen; om van die erfenis uit z'n jeugd af te komen, had Jabes God om hulp gevraagd, en in zijn geval gaf God hem waarom hij vroeg: in zijn royaliteit doet God dat soms. Maar zo werkt het lang niet altijd. Vaak blijf je met erfenissen uit het verleden tobben, maar dan nog ben je dank zij Christus voor God geen 'stuk verdriet', maar: 'mijn geliefde kind'.

  1 Kronieken 5: 1 - 26
  In dit hoofdstuk wordt aandacht gegeven aan de stammen die in de tijd van Jozua ten óósten van de Jordaan waren gaan wonen, in het tegenwoordige Jordanië. Hun geschiedenis bevat in de notendop wat heel Israël was overkomen: zolang zij zich afhankelijk van God opstelden, leefden ze veilig in het land (vs.20); zodra zij zich tegen God keerden, haalden ze de ondergang over zich (vs.25-26).
 Dit kunnen we niet meer rechtstreeks op onze situatie toepassen, want in dit opzicht hebben we geen beloftes van God gekregen. Intussen is waar: zolang mensen gericht op God leven, komt hun leven tot bloei - ondanks alle moeiten die altijd weer opduiken.
  Even tussen haakjes: nogal wat christenen verdedigen dat de Israeli's, gehoord de bijbelse landbelofte, recht hebben op de Westbank en dus niks moeten afstaan aan de Palestijnen; opmerkelijk is dat die christenen nooit melding maken van het overjordaanse terwijl dit in de landbelofte van Gen.15:18 wel genoemd wordt. Wat mij betreft een illustratie ervan hoe uitzichtloos het is als je uit die landbelofte een politiek programma wilt afleiden.

  1 Kronieken 5: 27 - 6: 38 (NBG: 6: 1 - 53)
  In dit en het volgende gedeelte wordt uitgebreid aandacht gegeven aan de stam Levi. Dat heeft er alles mee te maken dat deze stam met de tempel verbonden was: de nakomelingen van Aäron waren priester (door Mozes namens God benoemd, Ex.28:1); de andere nakomelingen waren helper van de priesters en zij werden vaak kortweg 'levieten' genoemd. Hun werk was uitermate belangrijk want niet het koninklijk paleis maar de tempel was het centrum van Gods volk: daar werden verzoenende offers gebracht, daar vierden de gelovigen hun vrede met God en daar werd de lof op God gezongen door de priesterkoren (die worden hier apart genoemd, want liturgische muziek is een wezenlijk element van de dienst aan God).
  Bij alles wat er sindsdien veranderd is, is gelijk gebleven dat in ons leven het moet draaien om de band met God, met Christus, om zijn vergeving, zijn liefde, de lof op Hem. Vanuit die kern komen er krachten vrij die ons leven tot een echt menselijk, christelijk leven maken.

  1 Kronieken 6: 39 - 66 (NBG: 6: 54 - 81)
  Het centrale van het werk van de priesters en 'levieten', hun dienaren, blijkt ook uit de manier waarop zij onder Israël woonden: niet in een eigen stamgebied, maar in 48 steden verspreid onder alle andere stammen. Het is waar, de aanleiding voor deze spreiding was de vloek die Jakob over Levi had uitgesproken over diens wandaad tegen Sichem (zie Gen.34:25-31; 49:5-7). Maar omdat uitgerekend Levi trouw was gebleken tijdens Israëls zonde met het gouden kalf, had Mozes de leden van deze stam benoemd tot dienaren van de tabernakel (Ex.32:25-29; Deut.33:8-11). Door hun spreiding onder Israël konden zij de Israëlieten overal en constant bijstaan in het dienen van God.
  Ook dat is onveranderd: waar we ook wonen, overal wordt we opgeroepen ons op God te richten.

  1 Kronieken 7
  Nu komen de andere stammen kort in beeld. Weer een hele reeks namen. De meeste daarvan zijn ons volslagen onbekend, maar tegelijk spreken ze weer van Gods trouw: zijn belofte aan Abraham is kennelijk waargemaakt. Bovendien kunnen we er gerust op zijn: al die onbekende personen, die nu al vele eeuwen dood zijn, zijn bekend aan God. Vertroostend als je op een kerkhof grafopschriften van medechristenen leest: al die mensen zijn voor ons voorbij, maar niet voor God! 
  Ook spreken die vele namen ervan dat God in individuen geïnteresseerd is. Wij vinden onszelf misschien onbelangrijk, in elk geval oninteressant voor anderen en zeker voor God. Maar de Bijbel spreekt anders: elke afzonderlijke man of vrouw heeft Gods persoonlijke aandacht. Verbazingwekkend, want wat een afstand bestaat er niet tussen ons, kleine, schuldige mensjes, en de glorieuze, heilige Gods. En toch laat Hij zich met ieder van ons persoonlijk in. Een extra bewijs hiervoor is de manier waarop Christus met de mensen in zijn omgeving omging. Een aansporing voor ons om dan ook van onze kant aan zijn hand te lopen.

  1 Kronieken 8: 1 - 9: 13
  Apart aandacht wordt geschonken aan de stam Benjamin, want daaruit was Saul, de eerste koning, afkomstig. Door deze reeks namen komt de verdrietige geschiedenis van Sauls mislukking in herinnering. Maar de kroniekschrijver blijft niet in dat verdrietige verleden steken. In de eerste helft van hoofdstuk 9 somt hij de vele namen op van mensen die na de ballingschap in Judea zijn teruggekeerd: een rijsje uit de tronk van Juda - zou je kunnen zeggen. De geschiedenis leek zo vastgelopen, maar God gaf toch een nieuw begin. Zo verrassend treedt God telkens op in de geschiedenis. Het rijsje uit de tronk van Juda's nakomeling Isaï, Christus, is daarvan het tastbare bewijs.

  1 Kronieken 9: 14 - 44
  De opsomming van de teruggekeerde joden wordt voortgezet: al met al een hele reeks. Zelfs mensen uit de noordelijke stammen. Tientallen jaren daarvoor had God het al beloofd via de profeet Jeremia: 'Aan de ballingschap komt een einde. Mensen zullen zich naar God omkeren en dan ook naar het beloofde land terugkeren' (Jer.25:11; 29:10). Voor God bestaan er geen doodlopende routes.
  Mooi is te merken wat voor verschillende taken die teruggekeerde gelovigen in de tempel verrichtten: priesters, helpers van de priesters, poortwachters, materiaalbeheerders. Ze worden allemaal bij name genoemd. In de kerk zijn we een lichaam, waarvan alle leden even nodig zijn voor het goed functioneren van het geheel. Wij mogen onszelf soms onbelangrijk vinden in de gemeenschap, God kijkt daar duidelijk anders tegenaan: iedereen mag er zijn in het grote geheel, áls je je maar geven wilt.

  1 Kronieken 10
  Voordat de geschiedenis van David in beeld komt, wordt eerst uitgebreid verteld hoe Saul in een veldslag tegen de Filistijnen aan z'n einde kwam; z'n hoofd werd als een trofee in de tempel van Dagon opgehangen, maar z'n lijk werd met veel rouwbetoon door de Jebusieten begraven. Tragisch, maar het was een gevolg van het feit dat hij God ontrouw was geweest en zich niet had opengesteld voor Gods woord. Een pijnlijke toelichting die de eeuwen door Gods kinderen kan waarschuwen: 'Weet wel wat je doet als je God links laat liggen, want God laat niet met zich sollen.' Zo staat het ook in de berijming van Psalm 32:5 'Wie God verlaat, heeft smart op smart te vrezen.' Natuurlijk is waar dat het vonnis over iets kwalijks van ons niet meteen voltrokken wordt (zie Pred.8:11), maar dat geeft Maarten 't Hart nog niet het recht een boek van hem de spottende titel mee te geven 'Wie God verlaat heeft niets te vrezen'. Iedereen die God maar laat praten, zal eens ondervinden hoe fout die spottende uitspraak is.

  1 Kronieken 11: 1 - 25
  Eindelijk is het boek Kronieken waar het wezen wil, want nu begint de geschiedenis van koning David. De gelovigen die berooid uit hun ballingschap in Judea zijn teruggekeerd, kunnen zich troosten met de gedachte dat ook hun glorieuze koning David heel schamel begonnen is. Maar stap voor stap kwam hij verder: eerst koning in Hebron, over een klein deel van Israël; pas na enkele jaren koning over heel Israël en toen kwam ook Jeruzalem, de nieuwe hoofdstad, in beeld.
 Maar waaraan had hij deze opgaande lijn te danken? In eerste instantie zijn we geneigd te kijken naar die lange lijst met 'helden' van David: 'Wat een mannetjesputters; geen wonder dat hij zo machtig is geworden.' Toch zou dat kortzichtig zijn. De kernzinnen in dit hoofdstuk zijn: 'En de Here was met hem' (vs.9), en: hij verkreeg zijn koningschap 'naar het woord van de Here' (vs.10). Opvallend is ook hoe na een geweldig macho-optreden van een paar helden in de strijd samenvattend wordt gezegd: 'een grote overwinning schonk de Here' (vs.14). Dus het succes van David met z'n krachtpatsers werd bepaald door Gods belofte en royaliteit voor hem.
  Ook wij moeten dat geen moment vergeten: we worden ingeschakeld en moeten ons dan ook inzetten, maar in dat alles zijn we afhankelijk van God. Als Hij niet geeft, ontvangen we niks.

  1 Kronieken 11: 26 - 12: 23 (NBG: 11: 26 - 12: 22)
  De lijst met Davids 'helden' wordt voortgezet, waarna in hoofdstuk 12 een opsomming volgt van Davids verdere aanhang uit de begintijd. Om deze opsommingen in het juiste kader te zetten, is het belangrijk te bedenken dat David niet zomaar een (aanstaande) koning was. Hij was de stamvader van Christus, de koning van de wéreld. Davids rijk in Kanaän was dan ook een voorproef van het wereldwijde koninkrijk van God. Zijn 'helden' en verdere aanhang moeten we om deze reden niet alleen politiek beschouwen, maar religieus: door hun keus voor David, die God als koning beloofd had, werd Satans invloedsfeer in de toenmalige wereld aangetast: een beeld van wat Davids Zoon door zijn volgelingen tot stand zou en nog gaat brengen. Maar als God in staat is telkens een voorproef te geven, kunnen we er zeker van zijn dat de rest 'vanzelf' komt.

  1 Kronieken 12: 24 - 13: 14° (NBG: 12: 23 - 13: 14)
  Al in Hebron is Davids leger gigantisch uitgegroeid: een stevige start voor zijn koningschap. Geen wonder dat er grote vreugde heerste over Davids aantreden als koning over heel Israël: 20 jaar na Davids zalving door Samuël was Gods belofte aan hem vervuld! Maar David kon het niet hebben dat de ark intussen nog altijd stond waar de Filistijnen die hadden achtergelaten: de eredienst rond de ark hoorde in de hoofdstad van het koninkrijk plaats te vinden. Daarom werd besloten de ark naar Jeruzalem over te brengen. Hoe enthousiast David en zijn onderdanen ook waren over deze processie (vs.8), ze waren er nog niet rijp voor. Het werd volledig genegeerd dat de ark alleen maar, met een doek bedekt, gedrágen mocht worden (Num.4:5-6,15). Per slot van rekening hadden ze te doen met 'de ark van God, de Here die op de cherubs troont, de ark waarover de Naam is uitgeroepen' (vs.6) - wordt met sidderende eerbied gezegd. Het ging dan ook vreselijk fout, met een dode als gevolg: wie met onbeschermde ogen in de zon kijkt, wordt onvermijdelijk blind. Wij kunnen God niet naar onze hand zetten, hoe enthousiast we daarbij ook zijn; we moeten ons juist heel eerbiedig en gehoorzaam naar Hem schikken. Leerzaam in een tijd waarin soms gedaan wordt alsof wij door ons bidden God iets kunnen afdwingen. God staat niet ons ter beschikking maar Hij kan in volle vrijheid ons soms wel zijn cadeaus uitdelen.

  1 Kronieken 14
  Een vorstelijk paleis, goeie internationale contacten, en een harem met veel nageslacht behoorden tot de statiesymbolen. Ook David gaat daarin met zijn tijd mee. Ze blijken later zo ook hun verzoekingen met zich mee te brengen. God bevestigt hem weliswaar, ook hierin, toch zal David z´n kracht elders moeten leren zoeken wil hij een ware messiaanse koningsallure leren uitstralen. Vergelijk David eens met Christus. Tegen de Filistijnen toont David wel weer een messiaans-vorstelijk gelaat. God gaat voorop, krijgt de eer. De filistijnse afgoden worden publiek verbrand. Davids naam die steeds groter wordt (vs.17) blijft zo verwijzer naar Gods eigen Naam.

  1 Kronieken 15
  Het messiaanse profiel van David versterkt zich: de ark moet als woning van de Heer zijn behuizing hebben en wel in de stad waar ook het paleis staat. Als koning behoort David als eerste een waarlijk priesterlijke uitstraling te hebben en dat blijkt hier: nu is het overbrengen van de ark niet alleen maar enthousiast geregeld (denk aan het drama van 1 Kron..13 dat nog vers in het geheugen ligt), maar heeft alles ook de heilige liturgie over zich die God zelf in verband met ´de ark van het verbond des HEREN´(vs.29) had voorgeschreven. Natuurlijk ziet God het hart aan (in 1 Kron.13 kwam alles juist ook uit het hart van David en het volk), maar dat betekent niet, dat je dan dus maar alles lukraak (´als het maar gemeend is´) kunt doen. God hecht, getuige heel het OT, wel degelijk aan liturgische stijl en dus kan (naar vandaag toe) ook maar niet alles binnen (en buiten) een kerkdienst als God er maar enthousiast mee gediend zou zijn. God-fashion betekent ook het gewaad van de heiliging en de eerbied (vs.12). En van instrumentarium bijvoorbeeld en zang die nauwkeurig op elkaar afgestemd zijn. Overigens komt dat geen moment in mindering op de uitbundigheid ervan: zo zelfs dat Michal haar man om zijn priesterlijke danskunst als haar koningsgemaal veracht.

  1 Kronieken 16
  Let erop, hoe er nu dus twee liturgische plekken ontstaan (blijven bestaan, het was al langere tijd zo) waar de dienst voor de HERE plaats vindt: de ark in een tent in Jeruzalem, de ´rest´ van de tabernakel op de hoogte van Gibeon, waar onder andere zich dus ook het brandofferaltaar bevond. De ark staat vooral voor het verbond dat God met Israël heeft, het brandofferaltaar vooral voor de verzoening waarin het verbond ingebed is. Maar ze horen bij elkaar, die twee, en vanaf hoofdstuk 17 gaat die beweging zich inzetten. Overigens: wat een profetische allure vertoont deze koning David in dat prachtige loflied dat hij inzet in dit hoofdstuk. De daden van God worden bezongen en moeten de aarde over. Profeet, priester, koning: dat is nog eens een met de Geest gezalfde vorst.

  1 Kronieken 17
  Dat niet David zelf, maar één van zijn zonen (Salomo) een huis voor God zal bouwen is maar een punt van ondergeschikt belang. Het wezenlijke punt is, dat God heel Davids gedachtegang omdraait: niet David zal voor de HERE een huis bouwen, maar de HERE zal David een huis bouwen (vs.25). Dat is nu precies afgoderij: jij bouwt jouw huis voor jouw god waarin hij op jouw manier en naar jouw godsbeschouwing wonen moet/mag. Ik heb jou achter de schapen weggehaald, David, Ik heb jou op de troon gezet. Het is een grote denkfout om te menen dat wij mensen hier op aarde God een woning moeten bereiden, dat is de werkelijkheid op z´n kop, dat is tegen de Eigenaar van alles zeggen: zal ik voor u een kamer reserveren voor vannacht? Gelukkig zei Jezus dan ook: Ik ga heen om jullie plaats te bereiden. Een kamer gereserveerd voor ons. Bij God.

  1 Kronieken 18
  Zoek op een kaart in een bijbelse atlas maar eens al de gebieden van deze volken op. Dan zie je hoe groot Davids rijk wordt. Er vloeit wel veel bloed, uiteindelijk voor God een reden om pas Salomo met de tempelbouw te belasten. Overigens rust Gods zegen er wel op, op Davids overwinningen (vs.13). De omringende volkeren waren voortdurende bedreigingen voor de theocratie (de ´Godsstaat´) die Israël onder de gezalfde koning diende te zijn, als zodanig betreft het hier wel degelijk ´heilige´ oorlogen. En toch: naast al die zegen die in Davids overwinningen bleek, laat ook de Here God het bloed dat daarbij vergoten werd, blijkbaar bepaald niet onberoerd (1 Kron.22:8).

  1 Kronieken 19 - 20
  Hier zie je hoe de Kronist selecteert in z´n materiaal. Terwijl de Ammonieten de genadeslag toegebracht wordt (bij Rabba, hoofdstuk 20:1), pleegt David zijn zonde met Bathseba waarbij Uria juist bij Rabba sneuvelt (2 Sam.11 en 12). Het gaat de Kroniekenschrijver erom om Davids publieke leven neer te zetten met de effecten daarvan op het volk en de eredienst. Als zodanig moest het ook een bemoedigende spiegel worden voor de mensen die net uit de ballingschap teruggekeerd waren en voor wie de kroniekenboeken allereerst geschreven zijn. Overigens: die wreedheid van David in 20:3 staat sterk ter discussie. Een andere hebreeuwse lezing geeft weer, dat David hen tot dwangarbeiders maakte die moesten werken met zagen, ijzermateriaal en bijlen.

 1 Kronieken 21 - 22: 1
  Bij de volkstelling ging het erom om de mannen die vechten konden te tellen (vs.5 ´die het zwaard konden voeren´). Inventarisatie van eigen menselijke slagkracht. De messiaanse koning valt van zijn troon. Davids naam en kracht moet verwijzer zijn naar Gods naam en kracht. God laat zijn kracht zien doordat Hij Israël begon ´te slaan´ (vs.7: natuurrampen of ziektes?) In ieder geval laat God voelen hoe geïnventariseerde menselijke kracht geen partij is, wanneer God zich tegen je keren gaat. Ondanks Davids berouw komt de ´straf´ (onzuiver woord) toch en zet zich door: niet omdat God zich in de straf wreken wil, of omdat pas de voltrokken straf hier verzoening aanbrengt, maar omdat Israël als theocratie-onder-de-messiaanse-koning falende is en gezuiverd moet worden. Straf als leermiddel, als tuchtiging tot behoud, tot heiliging (Hebr.12:4-11!). Wat Gods toorn uiteindelijk doet bedaren is Gods eigen medelijden en spijt over het onheil zoals het de mensen aan het treffen was. Het brandofferaltaar (geïmproviseerd op Ornans akker) is daarbij het middel: en het offer dat daarop gebracht wordt door David wijst heen naar Christus, naar God zelf dus die de prijs van de verzoening, sterker nog: de straf, op Zich neemt. Ook hier geldt al, dat God ons met Zichzelf verzoenende was in zijn Zoon, 2 Kor.5. Overigens zit door heel het handelen van God het handelen van de duivel heen ( vergelijk 2 Sam.24:1), je moet dus goed luisteren en kijken om de ware God als Vader van Jezus Christus scherp in het oog te houden in dit verhaal, vertrouwend luisteren en kijken dus (en daar ging het meteen in het paradijs al mis toen de duivel zich door Gods handelen en spreken heendrong). David die als messiaanse koning faalde bij het begin van dit hoofdstuk is daar aan het einde weer bij terug, priester op zijn troon.

  1 Kronieken 22: 2 - 19
 David heeft als messiaanse koning toch te veel bloed aan zijn handen om de tempel van God te mogen bouwen en inwijden. Het wachten is op de vredevorst Salomo. Als de echte vredeVorst gekomen is, Christus, kan de tempel zelfs weg: God breekt zich in Hem baan naar alle volkeren en elke mens ´in Geest en waarheid´ wordt nu een tempel van de HERE (Joh.4:23).

  1 Kronieken 23 - 27
 Kijk eens hoe David de (toekomstige) tempeldienst ordent door de Levietendiensten te ordenen. Ook nu wordt er geteld, maar heel anders dan in hoofdstuk 21. Er wordt geordend en geteld met het oog op de heilige dienst aan de HERE, die de Kracht van Israël is. De zonen van Aäron in hun geslachten verrichten daarbij de offerdienst. Er worden ook zangers aangesteld, die de muzikale vormgeving in de tempel voor hun verantwoordelijkheid krijgen. Geen organisten dus op vrijwillige basis met alle amateurisme en willekeur van dien soms (ondanks hun vaak eigen goede en gemeende inzet), maar geprofessionaliseerde muzikaliteit in de tempel. Voor God is het beste niet goed genoeg: dat bleek niet alleen uit de bouw van de tempel, maar ook uit het liturgische niveau (let eens op hoofdstuk 25:7 ´volleerd´). Ik bedoel maar. Met onze nadruk op de Woorddienst (niks ten kwade daarvan op zich), waarbij alleen geschoolde theologen als regel mogen voorgaan (ook daar niks ten kwade van op zich) heeft zich in navolging van (sommige) reformatoren (Calvijn voorop) een liturgisch-muzikale kaalslag voorgedaan die zich tot op vandaag kan uiten in orgelspel (lees: begeleiding) tijdens onze erediensten die in sommige gevallen niet meer verantwoord mag heten als je het OT serieus neemt, waarbij trouwens ook de karige beloning van organisten (haast) ´pro deo´ is in de juist verkeerde zin van het woord (maar over de zin daarvan valt wellicht nog van mening te verschillen). De dienst aan de HEER vergt niveau op alle vlak, want God troont ook op het zingen van zijn volk, waar of niet? Maar er zijn bijna geen organisten meer hoor ik sommigen zeggen, en ze hebben gelijk, maar muzikale gaven: die zijn toch van alle tijden want daar zit de Heilige Geest zelf achter, maar ze aanwenden voor de dienst aan de Here en dan ook  in een kerkdienst bijvoorbeeld, misschien wringt daar onze schoen, want daar moet je tijd voor vrijmaken, en dus hart, en dus ook geld. 1 Kron.22-26 laat ons kijken in een spiegel. We kunnen meer dan ooit ook op muzikaal vlak in onze cultuur, maar in de kerk lijkt het soms net andersom. Ik bedoel dit niet allemaal kribbig, wel leg ik een vinger op een zere plek en als het pijn doet is dat in ieder geval een goed teken, want het doet pijn als God er bij ons soms te bekaaid af komt.
 Aan hoofdstuk 27 tenslotte kleeft het bloed van Davids overmoed (vs.23 en 24!), daarom moet men dit hoofdstuk als een gewaarschuwd mens opgenomen zien in het boek van de Kronist. Bouw er je vertrouwen niet op, ook als alles goed geregeld is en als de voorraadschuren vol zijn.

  1 Kronieken 28
  David maakt de leiders van Israël bekend dat zijn zoon Salomo hem als koning zal opvolgen en de tempel zal bouwen. God had David het bouwplan van de tempel al gegeven. Tot in de kleinste details. Zoals Hij ook eens aan Mozes het ontwerp van de tabernakel getoond had. De tabernakel was een tent. De tempel is een gebouw. Grootser, met eigentijds materiaal. Maar het ontwerp is gelijk.
 In je eredienst moet je inspelen op je eigen tijd, maar niet trendgevoelig zijn. Niet smaak of mode beslist, maar het grondpatroon waarvan God zelf zegt dat het Hem recht doet. Dat is belangrijk in de liturgie. En in onze levensstijl. Ook als nieuwe generaties het anders willen.

  1 Kronieken 29: 1 - 9
  David zelf heeft al veel kostbare materialen gegeven. Als koning geeft hij zijn volk het voorbeeld. Dat geeft hem ook het recht hen aan te moedigen hem na te volgen. Wie anderen opwekt om offers te brengen, maar zelf de hand op de portemonnee houdt, is niet geloofwaardig!
  Davids oproep vindt gehoor! De mensen komen met geld voor de tempelbouw. Zij komen niet in de eerste plaats om te ontvangen, maar om te géven. Wij, die alles van de Here ontvangen hebben, zouden wij vandaag niet in de eerste plaats komen in de kerk om te géven? Niet alleen geld, maar ook lof en dank aan God en liefde aan onze broeders en zusters.
  Hoe? Met een volkomen toegewijd hart en vrijwillig. Hoe kom je aan zo’n hart? Door erom te bidden. En door te bedenken: wat is er dat ik niet ontvángen heb?

 1 Kronieken 29: 10 - 30
  David bezingt de majesteit van zijn God, de machtige Heerser over alle dingen. Ook als iemand vermogend is en invloedrijk, heeft hij dat aan God te danken. David heeft het ervaren! De HERE gaf hem de overwinning over al zijn vijanden, zodat hem een rijke buit in handen viel. Nu gaven David en zijn volk aan God van wat ze eerst ontvangen hadden. Vrijwillig en royaal. Het geeft David een loflied in de mond. Niets is ons bezit. Alles is het eigendom van God. David bidt voor zijn volk. Hij bidt de HERE om offervaardig hart én harten die op de HERE gericht zijn.
  Welke gave van ons aan God heeft meer waarde voor Hem dan ons geld?  

COMMENTAAR
BIJBELBOEK

OT


Genesis

Exodus

Leviticus
 

Numeri

Deuteronomium

Jozua
 
Richteren
 
Ruth
 
1 Samuël

2 Samuël
 
1 Koningen
 
2 Koningen
 
1 Kronieken

2 Kronieken
 

Ezra
 
Nehemia
 
Esther

Job

Psalmen

Spreuken

Prediker

Hooglied


Jesaja


Jeremia


Klaagliederen van Jeremia

Ezechiël

Daniël


Hosea

Joël


Amos


Obadja


Jona


Micha


Nahum


Habakuk

Zefanja

Haggaï

Zacharia

Maleachi

NT

Matthëus


Markus

Lukas

Johannes

Handelingen

Romeinen


1 Korinthiërs


2 Korinthiërs


Galaten

Efeziërs

Filippensen


Kolossensen

1Thessalonicensen

2Thessalonicensen

1 Timothëus

2 Timothëus

Titus

Filemon

Hebrëen

Jakobus

1 Petrus

2 Petrus

1 Johannes

2 Johannes

3 Johannes

 
Judas

Openbaring
 

 READ THE BOOK - THE BIBLE CHANGE YOUR LIFE

Deutsch
de
English en français fr italiano it Nederlands nl español es português pt Norsk no svenska sv Polski pl čeština cz Slovák sk Magyar hu român ro Български bg hrvatski hr Pyсский ru Türkçe tr عربي ar

       

Heer, wees mijn Gids

                              

INFO: DE WEG - DE WAARHEIDHET LEVENFILM - AUDIO


Wie zoekt zal vinden           


www Holyhome.nl

Boeiende Series :

Bijbelvertalingen
Bijbel en Kunst

Bijbels Prentenboek
Biblische Bildern
Encyclopedie
E-books en Pdf
Prachtige Bijbelse Schoolplaten

De Heilige Schrift
Het levende Woord van God
Aan de voeten van Jezus
Onder de Terebint
In de Wijngaard

De Bergrede
Gelijkenissen van Jezus
Oude Schoolplaten
De Zaligsprekingen van Jezus

Goede Vruchten
Geestesgaven

Tijd met Jezus
Film over Jezus
Barmhartigheid

Catechese lessen
Het Onze Vader
De Tien Geboden
Hoop en Verwachting
Bijzondere gebeurtenissen

De Bijbel is boeiend
Bijbelverhalen in beeld
Presentaties en Powerpoints
Bijbelse Onderwerpen

Vrede van God voor jou
Oude bijbel tegels

Informatie over alle kerken in Nederland: Kerkzoeker
 
Bible Study: The Bible alone!
L'étude biblique: Rien que la Bible!
Bibelstudium: Allein die Bibel!  

Materiaal voor het Digibord
Werkbladen Bijbelverhalen Bijbellessen
OT Hebreeuws-Engels
NT Grieks-Engels

Naslagwerken
Belijdenissen
Een rijke bron

Missale Romanum + Afbeeldingen
Stripboek over Jezus
Christelijke Symbolen
Plaatjes Afbeeldingen Clipart
Evangelie op Postzegels

Harmonium Huisorgel
Godsdiensten en Religies
Herinnering aan Kerken

Christian Country Music
Muzikale ontspanning
Software voor Bijbelstudie
Hartverwarmende Klanken
Read and Hear the Holy Bible
 Luisterbijbel

Bijbel voor Slechtzienden Begrippenlijst   -1-   -2-

Meer weten over de Psalmen, gezangen, liturgieën, belijdenisgeschriften: Catechismus, Dordtse Leerregels en veel andere informatie? . Kijk opOnline-bijbel.nl
         
  (
What's good, use it)



Waard om te weten :

Een hartelijk welkom op de site
Deze pagina printen
Sitemap
Wie zoekt zal vinden


FAQ - HELP

Kerk
Zondag
Advent
Kerstfeest
Driekoningen
Vastentijd
Goede Vrijdag
Aswoensdag
Palmzondag
Palmpasen
De stille week
Witte donderdag
Stille zaterdag
Paaswake
Pasen - Paasfeest
Hemelvaartsdag
Pinksteren
Biddag
Dankdag
Avondmaal
Doop
Belijdenis
Oudjaarsdag
Nieuwjaarsdag
Sint Maarten
Sint Nicolaas
Halloween
Hervormingsdag
Dodenherdenking
Bevrijdingsdag
Koningsdag / Koninginnedag
Gebedsweek
Huwelijk
Begrafenis
Vakantie
Recreatie
Feest- en Gedenkdagen
Symbolen van herkenning
 
Leerzame antwoorden op levens- en geloofsvragen


Hebreeën 4:12 zegt: "Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden"Lees eens: Het zwijgen van God

God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.
Lees eens:  God's Liefde

Schat onder handbereik


Bemoediging en troost

Bible-people - stories of famous men and women in the Bible
Bible-archaeology - archaeological evidence and the Bible
Bible-art - paintings and artworks of Bible events
Bible-top ten - ways to hell, films, heroes, villains, murders....
Bible-architecture - houses, palaces, fortresses
Women in the Bible -
 great women of the Bible
The Life of Jesus Christ - story, paintings, maps

Read more for Study  
Apocrypha, Historic Works
 GELOOF EN LEVEN een
          KLEINE HULP VOOR  ONDERWEG