DE HEILIGE SCHRIFT - DE BIJBEL

OPENBARINGEN

De vindplaats van materiaal voor Bijbelstudie, geloofstudie, catechese, school, kring, persoonlijk geloof, studie thuis, kerk, club, nieuws, godsdienstonderwijs, zingeving en vooral heel veel mogelijkheden om je Bijbelkennis te vergroten. Blijf niet afhankelijk van anderen maar lees zelf de Bijbel. Investeer in geestelijke rijkdom.


De Studiebijbel is uitermate geschikt om de Bijbel te leren verstaan.

Je kunt een keus maken uit onderstaande tabel voor verdere studie
A = Verwijzing naar bijbeltekst met uitgebreide uitleg
B = Beknopte verhandeling over het hier gekozen bijbelboek
C = Verwijzing naar de verhandeling van een ander bijbelboek

Terug naar de Inleiding van deze serie


A B C
BIJBELBOEK
met
UITLEG


Oude Testament

Genesis Exodus Leviticus Numeri Deuteronomium Jozua Richteren Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia Maleachi


Nieuwe Testament


Mattheüs Marcus Lukas Johannes Handelingen Romeinen 1 Korinthiërs
2 Korinthiërs
Galaten Efeziërs Filippensen Kolossensen1 Tessalonicensen2 Tessalonicensen 1 Timotheüs 2 Timotheüs Titus Filemon Hebreeën Jakobus 1 Petrus 2 Petrus 1 Johannes 2 Johannes 3 Johannes Judas Openbaring


OPENBARINGEN


De Openbaring van Johannes (vaak kortweg Openbaring genoemd) is het laatste boek van het Nieuwe Testament en daarmee eveneens van de gehele Bijbel.

 De naamgeving betreft een vertaling van het Griekse woord 'Apokalypsis Joannou', reden waarom het ook wel eens de Apocalyps wordt genoemd. Het boek telt 22 hoofdstukken. Het is het enige profetische boek in het Nieuwe Testament. Vanwege haar profetische karakter is de Openbaring van Johannes het moeilijkst te begrijpen boek van het Nieuwe Testament.

 In plaats van 'Openbaring van Johannes' zou de aanduiding 'Openbaring van Jezus Christus' beter op zijn plaats zijn omdat het volgens de aanhef om een openbaring van Jezus aan de apostel Johannes gaat. In Openbaring 1:1 staat namelijk: "Openbaring van Jezus Christus, die hij van God ontving om aan de dienaren van God te laten zien wat er binnenkort gebeuren moet. Hij heeft zijn engel deze openbaring laten meedelen aan zijn dienaar Johannes.".

 Het boek Openbaring van Johannes wordt ook wel Apocalyps genoemd.
 Een apocalyps is een boek waarin God door visioenen (een soort dromen) geheimen aan mensen onthult ('apocalyps' betekent 'onthulling', 'openbaring').

 Algemeen

 Het laatste bijbelboek vormt de afsluiting van dat wat God wilde openbaren. Van allerlei zaken die in het eerste boek Genesis begonnen, wordt in Openbaring de afronding beschreven. Er liggen dan ook vele lijnen tussen deze beide bijbelboeken. De wederkomst van Jezus Christus staat centraal in dit bijbelboek; de officiële naam
 van dit boek luidt dan ook: "Openbaring van Jezus Christus" (hfdst. 1:1). Hierbij gaat het om openbaren in de zin van iets bekend maken; tegelijk gaat het in dit boek om de openbaring van Christus en alles wat daarmee samenhangt.

 De Openbaring van Johannes (vaak kortweg Openbaring genoemd) is het laatste boek van het Nieuwe Testament en daarmee eveneens van de gehele Bijbel.

 De naamgeving betreft een vertaling van het Griekse woord 'Apokalypsis Joannou', reden waarom het ook wel eens de Apocalyps wordt genoemd. Het boek telt 22 hoofdstukken. Het is het enige profetische boek in het Nieuwe Testament. Vanwege haar profetische karakter is de Openbaring van Johannes het moeilijkst te begrijpen boek van het Nieuwe Testament.

 In plaats van 'Openbaring van Johannes' zou de aanduiding 'Openbaring van Jezus Christus' beter op zijn plaats zijn omdat het volgens de aanhef om een openbaring van Jezus aan de apostel Johannes gaat. In Openbaring 1:1 staat namelijk: "Openbaring van Jezus Christus, die hij van God ontving om aan de dienaren van God te laten zien wat er binnenkort gebeuren moet. Hij heeft zijn engel deze openbaring laten meedelen aan zijn dienaar Johannes.".

 Schrijver, ontstaan en bestemming

 Over de identiteit van de schrijver Johannes is verschil van opvatting.

 Volgens de traditionele opvatting is de apostel Johannes de schrijver van dit boek, alsook van het evangelie naar Johannes en de drie brieven van Johannes, te weten de Eerste, de Tweede en de Derde brief van Johannes. Volgens historisch-kritisch en tekst-kritisch onderzoek zou het om drie verschillende schrijvers gaan.

 Wie de schrijver is, maakt het eerste vers meteen al duidelijk: Johannes. Op zich is het vrij opmerkelijk dat van de vijf bijbelboeken die Johannes geschreven heeft, dit laatste bijbelboek het enige is, waarin we zijn naam als schrijver ook daadwerkelijk vinden! De naam Johannes is de Griekse vorm van het Hebreeuwse Jochanan, dat
 'De HERE is genadig' betekent. Het is alsof daarmee onderstreept wordt, dat juist temidden van de oordelen die in Openbaring beschreven worden, beseft moet worden dat de HERE genadig is! Algemeen aangenomen wordt dat dit bijbelboek rond 96 na Christus geschreven is. Toch zijn er ook argumenten dat Openbaring mogelijk eerder geschreven is; al gedurende de Handelingentijd.
 Johannes bevond zich ten tijde van het schrijven op Patmos (hfdst. 1:9). Wat voor de zeven algemene zendbrieven geldt, geldt ook hier: Johannes had een apostelschap ten behoeve van de besnedenen (Gal. 2:9).
 Degenen voor wie het boek Openbaring bestemd is, worden in het boek zelf in lijn met Johannes' apostelschap beschreven als "Zijn dienstknechten (hfdst. 1:1); de "zeven gemeenten in Asia" (hfdst. 1:4) en "een koninkrijk (...) priesters voor Zijn God en Vader" (hfdst. 1:6). Met name deze laatste benaming bepaalt ons bij het volk Israël (zie Exod. 19:6).

 Oorspronkelijk was een boek als Openbaringen bedoeld voor mensen die de beelden goed konden begrijpen en wisten waar ze over gingen. Zij kenden ook den symbolische betekenis van de getallen in het boek (bijvoorbeeld 'zeshonderdzesenzestig' in 13:18 en 'honderdvierenveertigduizend' in 14:1). Tegenwoordig moet je er hard op studeren als je ze wilt begrijpen!

 Canoniciteit

 In de 4e eeuw betwijfelde Johannes Chrysostomos en andere bisschoppen of dit boek in het Nieuwe Testament thuis hoorde, voornamelijk door de problemen die de interpretatie gaf en het gevaar van misbruik. De kerkvader Origenes ging hen voor, hij beschouwde de Openbaring als een verzameling van wilde dromerijen, waaruit niemand wijs kan worden. Christenen in Syrië verwierpen het ook omdat het montanisme zich op dit boek baseerde. Het werd uiteindelijk wel in de nieuwtestamentische canon opgenomen. De Oosters-Orthodoxe Kerk gebruikt het boek niet in de liturgie.

 Datering

 De traditie dateert het boek in 96 tijdens de regering van keizer Domitianus, hoewel sommigen argumenteren voor een vroegere datum, meestal 68 of 69, tijdens de regering van Nero. Voor de latere datering pleit het getuigenis van de kerkvader Irenaeus, die infomatie ontving van hen die Johannes persoonlijk gekend hadden. Hij schrijft dat de openbaring "niet vreselijk lang geleden gezien" was. Ander bewijs voor de latere datum is van interne aard: het boek zinspeelt op uitgebreide vervolging, die de christenen in Klein-Azië treft. Dat past beter bij de regering van Domitianus dan bij de regering van Nero. Nero's vervolging was geconcentreerd in het gebied rond Rome.

 Belangrijke zienswijzen inzake de interpretatie

 Er zijn drie belangrijke scholen voor wat betreft de wijze waarop de symboliek, de beelden en de inhoud van het boek geïnterpreteerd dienen te worden.

 De Bijbelse profetie gedachtenschool ziet de inhoud van het boek, zeker in samenhang met de boeken Daniël, Ezechiël en andere eschatologische delen van de bijbel als een profetie van de eindtijd. Deze school kan verder worden onderverdeeld in:

 een historische of contemporaine of preterische uitleg waarin het boek betrekking heeft op de gebeurtenissen in de eerste eeuw;

 een futuristische of eschatologische visie waarin het boek betrekking heeft op toekomstige gebeurtenissen in de eindtijd;

 een algemeen-historische visie waarin het boek de periode van de eerste eeuw tot de wederkomst omvat;

 een heilshistorische uitleg waarbij elementen uit de contemporaine en de futuristische gecombineerd worden.

 De historisch-kritische benadering, welke dominant werd onder kritische theologen tegen het eind van de 19e eeuw, probeert het boek te begrijpen in het kader van de apocalyptische literatuur, die populair was binnen zowel de christelijke als joodse traditie sinds de Babylonische diaspora, het patroon van het boek Daniël volgend.
 Recentelijk is de esthetische en literaire benadering opgekomen, die zich focussen op het boek Openbaring als een literair kunstwerk en verbeelding, het visioen ziend als symbolische afbeelding van tijdloze overwinning van goed over kwaad.
 Deze scholen sluiten elkaar niet uit, en veel christenen gebruiken die combinatie van benaderingen die zij nuttig achten.

 Symboliek tegen Rome

 Zekere analytische interpretaties hebben geleid tot de aanname dat Openbaring niet over een christelijke visie op goed tegen kwaad spreekt, maar over het destijds als sekte aangemerkte Jodendom tegen het Romeinse Rijk. Volgens dergelijke interpretaties zijn er verschillende verwijzingen naar Rome opgenomen, waaronder:

 Het Getal van het Beest, 666, dat volgens bepaalde berekeningen gebaseerd op het Hebreeuws te herleiden is naar de toenmalige Keizer Nero. Er zijn echter nog veel meer interpretaties van dit getal.
 De hoer van Babylon gezeten op het beest met de zeven koppen, dat symbool zou staan voor Rome, de hoofdstad van het naar de Joodse sekte toe vijandige Romeinse Rijk, die gebouwd is op zeven heuvels.

 Structuur gehele brief

 A. hfdst. 1. Inleiding. De engel getuigt. Zie, Hij komt. De Zoon des mensen. Johannes viel voor Zijn voeten.
 Zeven sterren.
 B. hfdst. 2 en 3. Het overblijfsel op aarde. De tijd van verdrukking. Aanmoedigingen om te overwinnen. Lijden
 met het oog op de nieuwe hemel en aarde, het paradijs en het nieuwe Jeruzalem.
 C. 1 (a) hfdst. 4 en 5. In de hemel. De troon, het boek, het Lam, de vier dieren en alle schepsel.
 (b) hfdst. 6:1-7:8. Op de aarde. De zes zegels. De honderdvierenveertigduizend uit de stammen van Israël.
 2 (a) hfdst. 7:9-8:6. In de hemel. De schare die niemand tellen kon en het zevende zegel.
 (b) hfdst. 8:7-11:14. Op de aarde. Het geschal van de zes bazuinen.
 3 (a) hfdst. 11:15-19a. In de hemel. Het geschal van de zevende bazuin. Het Koninkrijk.
 (b) hfdst. 11:19b. Op de aarde. De aardbeving, etc.
 4 (a) hfdst. 12:1-12. In de hemel. De vrouw, het mannelijke kind en de draak.
 (b) hfdst. 12:13-13:18. Op de aarde. De draak, het beest en de valse profeet.
 5 (a) hfdst. 14:1-5. In de hemel. Het Lam en de honderdvierenveertigduizend.
 (b) hfdst. 14:6-20. Op de aarde. De zes engelen.
 6 (a) hfdst. 15:1-8. In de hemel. De zeven engelen met de schalen.
 (b) hfdst. 16:1-18:24. Op de aarde. De zeven schalen.
 7 (a) hfdst. 19:1-16. In de hemel. De bruiloft van het Lam.
 (b) hfdst. 19:17-20:15. Op de aarde. Het laatste oordeel en de duizendjarige heerschappij.
 B. hfdst. 21:1-22:5. De nieuwe hemelen en aarde. Het nieuwe Jeruzalem. Geen moeite meer, noch dood.
 Het geboomte des levens. De overwinnaars beërven deze dingen.
 A. hfdst. 22:6-21. Slot. Johannes valt voor de voeten van de engel. De blinkende Morgenster. De engel getuigt.
 Ja, Ik kom spoedig.

 Indeling van het boek

 Aan de zeven gemeenten (1:4-3:22)
 Aanbidding van God en van het Lam (4:1-5:14)
 De eerste zes zegels (6:1-17) (met de de vier ruiters van de Apocalyps)
 De honderdvierenveertigduizend voor de troon (7:1-17)
 Het zevende zegel (8:1-5)
 De eerste zes bazuinen (8:6-9:21)
 De geopende boekrol (10:1-11)
 De twee getuigen (11:1-14)
 De zevende bazuin (11:15-19)
 De vrouw, de draak en de twee beesten (12:1-13:18)
 Het Lam en de zijnen; het oordeel (14:1-20)
 De zeven offerschalen (15:1-16:21)
 Het oordeel over Babylon (17:1-19:10)
 Het beest en zijn profeet verslagen (19:11-21)
 De eerste opstanding en de tweede dood (20:1-15)
 Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde (21:1-22:5)
 Slot (22:6-21)

 

Hoofdstuk 1
Schrijver Aanhef

Verschijning op Patmos

Hoofdstuk 2

Aan Efeze Smyrna Pergamum Tyatira

Hoofdstuk 3

Sardes Filadelfia Laodicea

Hoofdstuk 4

De 24 oudsten

Hoofdstuk 5

Verzegelde boekrol en

het Lam

Hoofdstuk 6

De eerste zes zegels

geopend

Hoofdstuk 7

De verzegelden uit Israël

De schare die neimand tellen kan

Hoofdstuk 8

Het zevende zegel

De vier bazuinen

Hoofdstuk 9

De vijfde en zesde bazuin

Hoofdstuk 10

Het geopende boek

Hoofdstuk 11

De twee getuigen

De zesda bazuin

Lofzang der oudsten

Hoofdstuk 12

De vrouw en de draak

Hoofdstuk 13

Het beest uit de zee

Het beest uit de aarde
 
Hoofdstuk 14

Het Lam en zijn

vrijgekochten

Aankondiging vanhet

oordeel

De oogst

Hoofdstuk 15

Het lied der overwinnaars

de zeven schalen der

gramschap

Hoofdstuk 16

De zeven plagen

Hoofdstuk 17

Het oordeel over Babylon

Hoofdstuk 18

De val van Babylon

Hoofdstuk 19

Lied op de val van

Babylon

De Bruiloft des Lams

Het Woord Gods

Het beest en zijn profeet

overwonnen

Hoofdstuk 20

Het duizendjarig rijk

De satan veroordeeld

Het laatste oordeel

Hoofdstuk 21

De nieuwe hemel en de

nieuwe aarde

Het nieuwe Jeruzalem

Hoofdstuk 22

De troon van God en van

het Lam

Slot
 

 Doel en inhoud

 Het doel van het boek Openbaring staat meteen al in het openingsvers: "... om Zijn dienstknechten te tonen
 hetgeen weldra moet geschieden ...". Dat wat 'geschieden moet' zijn de gebeurtenissen die plaatsvinden direct
 voorafgaand, tijdens en na de openbaring van Christus Zelf. Deze openbaring zelf wordt driemaal beschreven
 (hfdst. 6:12-17; 11:15-19 en 19:11-16). Openbaring geeft namelijk van begin tot einde niet zomaar een
 chronologische beschrijving van de gebeurtenissen, maar omschrijft deze juist in 'lagen', waarbij op een steeds
 intensievere wijze naar voren komt wat er allemaal te gebeuren staat. De eerste 'laag' wordt omschreven door
 middel van de zeven zegels (hfdst. 6 en 8:1 en 2). Hiermee komt een eerste beschrijving van de gebeurtenissen
 tot aan de openbaring naar voren. Daarna wordt er als het ware een tweede laag van beschrijvingen gegeven
 aan de hand van de bazuinen (hfdst. 8, 9 en 11:14-19), waarvan de laatste drie bazuinen "weeën" genoemd
 worden. Ook deze beschrijvingen gaan tot en met de openbaring van Christus. Dan volgen in hoofdstuk 16 de
 beschrijvingen van wat er op het moment van en direct na de openbaring van Christus plaatsvindt en wel aan de
 hand van de "zeven schalen van de gramschap Gods" (vs.1).

 Kernteksten

 "Zie, Ik maak alle dingen nieuw" (hfdst. 21:5).
 De structuren die in deze artikelenserie staan, zijn deels gebaseerd op die van Dr. E.W. Bullinger en C.H. Welch.
 Voor meer informatie over het ontstaan en de chronologie van de Nieuwtestamentische brieven raden we de Morgenrood-uitgave
 Gods Woord wijst ons de weg (ISBN 90-6694-199-5) aan.
 pagina 1 van 1

 Openbaring 1

 Op een (vs.10) verschijnt Jezus aan Johannes. Hij draagt hem op een brief door te geven aan elk van de zeven gemeenten van Klein-Azië (hoofdstuk 2-3); daarna geeft Hij Johannes door visioenen een kijkje achter de schermen van de geschiedenis (hoofdstuk 4-22). De aanleiding hiervoor is de verdrukking die de toenmalige christenen ondervonden; Johannes zelf is daarvan ook slachtoffer: hij is verbannen naar Patmos (vs.9). Om zijn volgelingen te bemoedigen gunt Jezus hun een blik op de toekomst. Wat ons in dit bijzondere boek verteld wordt, roept vele vragen op: op welke tijd, welke situatie, welke personen slaat dit alles? Ook al blijven die vragen grotendeels onbeantwoord, dan nog kan dit boek ons een hart onder de riem steken, want zoveel wordt telkens duidelijk: Christus beschikt over alle macht en die macht zet Hij in voor de zijnen, want Hij heeft ons lief; en hoe alles ook mag lopen, Christus komt terug en brengt ons op onze bestemming (vs.5-6,8,18). Te midden van alle bedreigende ontwikkelingen kunnen we dus gerust zijn: verbonden met Christus hebben we iets onaantastbaars.

 Openbaring 2

 Het bemoedigende van het boek Openbaring geldt niet automatisch voor ons. We kunnen Gods geschenken verspelen. Daarom schrijft Christus aan elk van de zeven gemeenten een korte brief om de gelovigen daar te bemoedigen of terecht te wijzen. Alle brieven hebben dezelfde opbouw:- Eerst een aankondiging van Christus als afzender, waarbij Hij zichzelf telkens anders typeert: 'Dit zegt Hij die....'- Dan volgt een uitgebreide typering van de gemeente, waarbij de sterke en zwakke punten aan de orde komen, vaak op deze manier: 'Ik weet uw werken.... Maar Ik heb tegen u.....' - Na of vóór een aansporing om te luisteren komt Christus met een prachtige belofte, die in bewoordingen telkens wisselt, afhankelijk van wat Hij over de gemeente heeft gezegd: 'Wie overwint, zal Ik...'Elke brief wordt gericht tot 'de engel van de gemeente': vermoedelijk is dit de bode die door die gemeente naar Johannes is toegestuurd. Deze brieven bewijzen hoe waar en tegelijk hoe goed het is dat Christus het Hoofd is van zijn gemeente: Hij weet tot in detail wat er gaande is en wat wij nodig hebben.

 Openbaring 3

 In dit hoofdstuk staan de brieven aan de laatste drie gemeentes, met dezelfde opbouw als de eerste vier. In zijn typeringen legt Christus bloot wat in het hart van zijn volgelingen leeft: soms veel moois, maar soms ook veel laakbaars. Daaruit blijkt dat het ook in het eerste begin van de christelijke kerk niet ideaal is geweest: van meetaf was er dwaalleer, ontrouw, de neiging om compromissen te sluiten; daarom moesten de gemeentes toen al telkens hardhandig gecorrigeerd worden. En toch blijft Christus van zijn kant trouw aan zijn gemeentes. Hij keert ze niet uit teleurstelling de rug toe maar blijft met zijn Geest vernieuwend op hen inwerken. Dat komt heel duidelijk uit in de laatste brief, die aan de gemeente in Laodicea. Die krijgt scherpe kritiek te horen: ze zijn lauw, onbruikbaar dus (koud water is verfrissend om te drinken, heet water nuttig om ermee schoon te maken). Maar juist die lauwe gemeente krijgt te horen: 'Ik sta aan de deur te kloppen; als iemand Mij opendoet, zullen we samen eten' (vs.20). Vertroostend: Christus staat met open armen voor ons klaar. Hoe reageren wij daarop?

 Openbaring 4 - 5

 Hier beginnen de visioenen die Johannes te zien kreeg. Daarmee werd hem een blik gegund op wat vanaf zijn tijd tot aan het einde zich achter de schermen afspeelt. Bij het lezen daarvan moeten we Johannes' verhalen niet overvragen: het blijven visioenen. Dat wil zeggen, we krijgen deze achtergrond-informatie in de vorm van symbolen, die soms moeilijk te duiden zijn. Bovendien: wat Johannes achter elkaar vertelt, hoeft niet achter elkaar te gebeuren; eerder is het zo dat dezelfde periode, van Christus' vertrek tot aan zijn terugkeer, op verschillende manieren wordt bezien. Dat moet ons voorzichtig maken snelle verbindingen te leggen tussen wat wij hier lezen en wat wij in onze geschiedenis meemaken of verwachten.De reeks visioenen begint heel indrukwekkend met een blik in de hemel. Johannes ziet God daar glorieus tronen met om zich heen 24 oudsten (vertegenwoordigers van de oudtestamentische gelovigen) en 4 wezens (vertegenwoordigers van de schepping) die Hem laaiend enthousiast bezingen. En dan ziet Johannes hoe in Gods hand een verzegelde boekrol is, vol met geheime profetieën over de toekomst. Alleen Christus mag die rol openen, want Hij is het Lam en staat daar 'als geslacht', dus nog met de snijwond in zijn hals. Door zijn plaatsvervangend lijden is Hij bevoegd en in staat sturing te geven aan de geschiedenis. Daarom wordt Hij door miljoenen engelen bejubeld.Alleen dit visioen is al voldoende om ons moed te geven te midden van alles wat in de wereld gaande is, want daarvan kunnen we zeker zijn: achter de schermen is Christus actief in de weer.

 Openbaring 6: 1 - 7: 8

 Tot en met hoofdstuk 8 wordt beschreven hoe het Lam de zeven zegels verbreekt van de boekrol met z'n profetieën over de toekomst. Johannes ziet dan hoe God straffend optreedt in de geschiedenis, maar tegelijk ook tot inkeer oproept en zijn volgelingen beschermt (zie H.R. van de Kamp, Openbaring):- Zegel-1: Een ruiter op een wit paard: hoe geduldig Christus ook is, uiteindelijk zet Hij zijn overwinning door.- Zegel-2: Een ruiter op een rossig paard: ondanks z'n dromen over wereldvrede, sticht de mens telkens weer allerlei kwaad. - Zegel-3: Een ruiter op een zwart paard: de aarde is vaak het tafereel van voedselschaarste.- Zegel-4: Een ruiter op een vaal paard: de dood slaat telkens onstuitbaar toe in onze wereld.- Zegel-5: Gestorven martelaars in de hemel, die aan de voet van het altaar daar hunkerend roepen om het einde van de geschiedenis; zelf mogen ze al tot rust komen.- Zegel-6: Een hevige aardbeving en een ontregeling van de sterrenwereld, waardoor het voor de ongelovigen overduidelijk wordt dat met God niet valt te spotten. Tegelijk ziet Johannes hoe God ervoor zorgt dat er 144.000 gelovigen overblijven, symbool voor een onoverzienbare menigte. Dit alles maakt duidelijk dat de goede en kwade dingen in de wereld niet toevallig plaatsvinden. Daarin of daarachter (hoe je het ook maar moet formuleren) is Christus actief. Hij laat merken dat Hij zonde hoog opneemt, maar tegelijk stimuleert Hij ons om (alsnog) aan Hem gehoor te geven, want alleen bij Hem is er uitzicht.

 Openbaring 7: 9 - 8: 13

 Dwars door alle angstaanjagende gebeurtenissen heen heeft God een onoverzienbare massa gelovigen om zijn troon verzameld. Dat is het uitzicht dat Christus geeft, dank zij zijn gevloeide bloed. Nu maken we nog allerlei ellende mee, maar het eindresultaat is: God wist onze tranen af en geeft ons eeuwig leven. Nu we dat weten, kunnen we de toekomst gerust ingaan.Als Christus het 7e zegel verbreekt valt er een gespannen stilte in de hemel. Tijdens die stilte worden 7 bazuinen/ramshoornen uitgedeeld; op elk daarvan moet straks een stoot gegeven worden als waarschuwing voor wat komen gaat. Maar eerst wordt aandacht gegeven aan de gebeden van de gelovigen: die tellen dus mee in Gods bestuur van de geschiedenis! En dan volgen na elke bazuinstoot Gods straffen. Na de vierde roept een rondvliegende arend zijn medelijden uit met de mensen op aarde om wat nog komen gaat.Deze gang van zaken maakt duidelijk dat wij op aarde nooit een paradijs kunnen en zullen stichten. De macht van de zonde is te sterk en Gods toorn daarover laat zich onvermijdelijk gelden. Zo kijken wij meestal niet naar de gebeurtenissen op het journaal: naar ons idee gebeuren de dingen zoals ze gebeuren. Hier leren we dat God daarin bezig is om de macht van de zonde te stuiten en om ons op te roepen tot inkeer. Het 'Wee u' van die arend kan dus omgezet worden in 'Gelukkig bent u' als we ons vastklampen aan het Lam dat zichzelf heeft laten slachten.

 Openbaring 9

 Na een stoot op de vijfde bazuin/ramshoorn wordt de diepe afgrond geopend waarin de boze geesten in voorarrest worden gehouden. Ze stijgen daaruit op in de vorm van reusachtige sprinkhanen met een menselijk gezicht en leeuwentanden. Onder leiding van de duivelse engel Apollyon (Verderver) kwellen ze de niet-gelovigen met hun giftige angel, waarom die alle levenslust verliezen.Nadat op de zesde bazuin is geblazen worden vier engelen losgelaten die leiding geven aan miljoenen ruiters, die vele mensen doden door vuur, rook en zwavel uit de bek van hun paarden.Maar ze bekeerden zich niet van hun afgoderij en andere wandaden, staat er dan. Daarmee wordt duidelijk wat Gods uiteindelijke bedoeling is met alle ellende in de wereld: daarmee wil Hij de mensen niet alleen maar afstraffen maar vooral oproepen tot inkeer. Een oud thema in de Bijbel, want al in Ezech.18:23-24 staat: 'Zou Ik een welgevallen hebben aan de dood van de goddeloze? luidt het woord van de Here. Niet veeleer hieraan dat hij zich bekeert van zijn wegen en leeft?' Ook Paulus wijst erop dat God wil dat alle mensen behouden worden en tot erkenning van de waarheid komen (1Tim.2:3). Als we met ellende geconfronteerd worden, moeten we dan ook niet opstandig of bitter gaan worden maar met overtuiging voor Christus (blijven) kiezen als hèt houvast.

 Openbaring 10

 Voordat de zevende bazuin/ramshoorn wordt geblazen, volgen er twee intermezzo's. Johannes ziet een indrukwekkende engel, die deels op de zee en deels op het land staat, als teken dat z'n boodschap voor de hele wereld bestemd is. Hij heeft een geopende boekrol in de hand, al eerder genoemd in 5:1. Die rol staat vol met profetieën over de toekomst. Hij zweert bij God dat deze profetieën vervuld worden.Dan wordt Johannes opgedragen die boekrol op te eten, net als Ezechiël destijds (Ezech.2:8-10); het smaakt naar honing, maar als hij het op heeft, ligt het hem zwaar op de maag. Daarmee wordt aangegeven dat Johannes' boodschap vol vreugde zal zijn (Gods kinderen worden bevrijd) maar tegelijk ook verdriet zal oproepen (Gods vijanden worden afgestraft). Het is waar, bij het evangelie domineert het góede, blíjmakende. Maar het evangelie heeft ook een donkere kant: uiteindelijk laat God de zonde niet ongestraft en schakelt Hij de goddelozen eens uit. We zijn dus gewaarschuwd!

 Openbaring 11

 Hier volgt het tweede intermezzo nadat op de zesde bazuin/ramshoorn is geblazen. Johannes moet de tempel opmeten, om zo dit terrein af te bakenen: God biedt zijn kinderen bescherming. Tegelijk krijgt Johannes te horen dat de voorhof en de stad zelf vertrapt worden. In die tijd laat God twee profetische getuigen optreden, een nieuwe Mozes en Elia. Ze staan symbool voor de kerk zoals die als licht voor de wereld optreedt, of in elk geval hóórt op te treden. Zodra hun taak voltooid is, worden ze door het beest (zie Openb.13) vermoord. Een paar dagen later worden ze weer levend en gaan de hemel in.Dan wordt op de zevende bazuin/ramshoorn geblazen en krijgt Johannes weer de geopende hemel te zien. Daar wordt God om zijn koningschap en om zijn bevrijdend ingrijpen enthousiast toegejuicht, waarna er een imponerende donderbui losbreekt als een uiting van Gods ontzagwekkende glorie. We zeggen wel eens dat we nu tegen de àchterkant van Gods borduurwerk aankijken, maar dat we zeker kunnen zijn van het prachtige ontwerp aan de vóórkant. Maar in het boek Openbaring wordt ons telkens al een blik op de voorkant gegund. De feiten zoals wij die waarnemen, kunnen ons soms onzeker of zelfs bang maken: 'Hoe loopt het met Gods kinderen af?' Maar als we ons met Johannes naar de hemel verplaatsen, kan het buiten discussie staan: als onze koning biedt God ons afdoende bescherming en zet Hij zijn plan om het kwaad uit te bannen onstuitbaar door. Het kòmt dus goed.

 Openbaring 12

 Al in het paradijs heeft God aangekondigd dat er vijandschap zou bestaan tussen de slang, de duivel èn de vrouw met hun kroost (Gen.3:15). Deze strijd wordt hier nader uitgewerkt. Johannes ziet een prachtig versierde vrouw (Gods kerk in de loop van de eeuwen), die belaagd wordt door een angstaanjagende draak (Satan); hij wil het kind dat zij gaat baren meteen verslinden. Die kwaadaardige bedoeling herkennen we in het Oude Testament, telkens als Gods volk in z'n voortbestaan bedreigd wordt. Als het kind geboren is, blijft het buiten Satans bereik en wordt hij meteen naar de hemel gehaald. Daarin herkennen we Christus die tijdens zijn leven de duivel heeft weerstaan en uiteindelijk naar de hemel is gegaan, onbereikbaar voor Satan. Maar daarmee is het niet afgelopen: er ontstaat een gigantische oorlog in de hemel. Michaël en zijn engelen verslaan de draak met z'n engelen en verjagen die uit de hemel. Had Satan tot die tijd vrij toegang (zie Job 1:6-12; Zach.3:1-2), sinds Christus' verschijning daar is Satans optreden als aanklager in de hemel voorbij. Om deze beslissende stap vooruit in de geschiedenis klinkt in de hemel een lofprijzing op God. Tegelijk wordt over de aarde 'wee u' uitgesproken: de duivel zet nu alles op alles om de vrouw, Christus' gemeente, in het nauw te brengen. Die actie wordt in het slot van dit hoofdstuk beschreven: enerzijds angstaanjagend, want geloven blijkt telkens vijandschap op te roepen; anderzijds geruststellend, want God blijkt zijn gemeente afdoende bescherming te bieden.

 Openbaring 13: 1 - 14: 5

 De duivel is een geduchte tegenstander. Hij schakelt twee beesten in: een beest dat uit de zee en een beest dat uit de aarde opkomt. Het eerste beest mag namens de draak/duivel macht uitoefenen. Net als Christus, het Lam, overleeft hij een dodelijke wond, wat hem wereldwijd talloze volgelingen bezorgt. Hij keert zich in godslasterlijke taal tegen God en onderneemt bloedige actie tegen de gelovigen. Hier herkennen wij de politieke macht zoals die soms agressief tegen Gods volk wordt ingezet, in Johannes' tijd de moordzuchtige Nero (zijn naam zit verscholen in het getal 666, 3:18). 'Hier blijkt de volharding en het geloof der heiligen', staat er dan (13:9). Het is vaak niet makkelijk om trouw te blijven: de duivel oefent grote invloed uit, vaak tastbaar via agressieve mensen of instanties. Het tweede beest heeft de verraderlijke uitstraling van een lam, maar spreekt als de draak, de duivel. Het beest fungeert als een minister van propaganda in dienst van het eerste beest (in 16:13 wordt hij daarom 'valse profeet' genoemd) en organiseert daarvoor een heuse eredienst, terwijl hij economische discriminatie toepast op wie weigeren daarin mee te doen. Hier herkennen wij de verleiding die uitgaat van allerlei dwaalleer, onchristelijke godsdienstigheid en ideologieën in de wereld.Toch ziet het er niet hopeloos uit, want diezelfde gediscrimineerde mensen, die geweigerd hebben afgoderij te plegen ('ze zijn maagdelijk', 4:4), zien we in 14:1 terug bij het Lam op de berg Sion; dat wil zeggen: ondanks alle moeiten zijn ze op aarde geborgen bij Christus. Vanuit de hemel krijgen zij een indrukwekkend loflied voorgezongen. Bemoedigend: van onszelf kunnen we onmogelijk standhouden, maar door de kracht van Christus' Geest behalen we uiteindelijk toch de overwinning (52).

 Openbaring 14: 6 - 15: 8

 Gods straffend optreden op aarde neemt qua intensiteit toe. Maar eerst worden achter elkaar drie engelen uitgezonden om de mensen te waarschuwen en tot inkeer op te roepen: een samenvatting van het missionaire optreden van de kerk in de loop van de eeuwen. De gelovigen worden bemoedigd met de woorden: 'Zalig de doden die in verbondenheid met de Here sterven; dat ze rusten van hun moeiten.' God laat zich in zijn toorn nooit tomeloos gaan, maar heeft steeds onze redding op het oog. Maar weigeren mensen hardnekkig zich te laten redden, dan ondergaan ze vroeg of laat daarvan de gevolgen. In het visioen ziet Johannes Christus op een wolk verschijnen, die met een sikkel het graan op aarde maait: het bijeenbrengen van de gelovigen. Daarna gaat een engel aan het werk met een sikkel; hij snijdt de druiventrossen af, waarna die in de druivenpers uitgeperst worden: Gods afrekening met de ongelovigen. Daarop hoort Johannes de trouw gebleven gelovigen op het glazen podium voor Gods troon een overwinningslied zingen, zoals eens de Israëlieten na de ondergang van Farao's leger in de Rietzee. Maar nog is Gods toorn niet uitgewoed, want Johannes ziet zeven engelen in de hemel verschijnen met elk een gouden schaal (vroeger: fiool) in de hand, vol met Gods toorn.

 Openbaring 16

 De zeven engelen krijgen opdracht elk hun schaal leeg te gieten en zo rampen op aarde te veroorzaken:- Schaal 1: Gods vijanden krijgen kwaadaardige gezwellen.- Schaal 2: het water in de zee wordt gestold bloed, dodelijk voor de vissen.- Schaal 3: het water van rivieren en bronnen wordt bloed en daardoor ondrinkbaar.Dit drietal schalen wordt afgesloten met instemmende reacties van een engel en van de zielen aan de voet van het altaar (verg. 6:9): 'Ze hebben het verdiend, hun bestraffing is rechtvaardig.'- Schaal 4: de mensen worden door de zonnehitte verzengd.- Schaal 5: het wordt pikdonker en de mensen worden daar benauwd van.- Schaal 6: het water in de Eufraat droogt op, waarmee de weg gebaand wordt voor de komst van de bondgenoten van de draak en z'n beide beesten naar de verzamelplaats Harmageddon, ofwel Megiddo (waar in de oudtestamentische tijd verschillende veldslagen geleverd zijn).- Schaal 7: onder het geluid van een donderbui vindt er een grote allesverwoestende aardbeving plaats.Al deze rampen zijn bedoeld de mensen tot inkeer te brengen, maar, staat er een paar keer: ze bekeerden zich niet maar lasterden God. De oproep die luidkeels van rampen uitgaat, wordt niet door de mensen opgepakt. Integendeel, ze blijven nog hardnekkiger aan hun ongeloof vasthouden. En Gods kinderen? Hopelijk gebruiken wij alle ellende waarmee we geconfronteerd worden als een stimulans houvast te zoeken bij God: alleen de verbondenheid met Christus geeft uitzicht, tot in eeuwigheid.

 Openbaring 17

 Vanaf dit hoofdstuk komt Babylon in beeld: een rijk geklede hoerige vrouw, overdadig behangen met sieraden (tegenpool van Jeruzalem, de bescheiden geklede bruid uit 19:8; 21:2). Van haar wordt gezegd dat ze op zeven bergen zetelt; daarmee wordt verwezen naar de stad Rome, gebouwd op zeven heuvels. Blijkbaar is Babylon symbool voor de economische macht zoals die mensen en instanties verstrikt in de zucht naar welvaart en invloed. De vrouw gebruikt het beest uit 13:1 als rijdier, waaruit blijkt dat die economische macht gedragen wordt door politieke macht. Raadselachtig wordt van dit beest gezegd dat het was, niet is en toch zal zijn; hierin lijkt hij iets op God die is, was en komt (1:4,8), maar bij het beest staat erbij dat hij z'n verderf tegemoet gaat. Alleen de band met God geeft dus uitzicht. Even raadselachtig wordt gesproken van koppen en horens, die tegelijk koningen zijn; mogelijk wordt hiermee gezinspeeld op toestanden uit Johannes' tijd. Dit slaat vermoedelijk op het totaal aan antichristelijke machthebbers. Het gemeenschappelijke aan al deze personages is hun haat tegen het Lam en zijn volgelingen; van de vrouw wordt zelfs gezegd dat ze dronken is van het bloed van de gelovigen. Maar op het eind keren al die koningen zich onder leiding van het beest tegen de vrouw.Door dit alles wordt aangegeven hoe vijandig de economische en politieke macht vaak staat tegenover Christus' gemeente, maar hoe Gods vijanden uiteindelijk ondergaan. Bemoedigend voor christenen die de haat tegen Christus in hun eigen leven ervaren.

 Openbaring 18

 Luidkeels roept een engel: 'Gevallen is de grote stad Babylon!' Maar voor het zover is, klinkt de oproep tot de gelovigen uit Babylon weg te vluchten om geen last te krijgen van de rampen die over haar komen; hiermee wordt ons voorgehouden dat we geen water in de wijn van ons christen-zijn moeten doen maar ons ver moeten houden van de zonde in onze wereld: anders gaan ook wij de ondergang tegemoet.Als motief voor Babylons ondergang wordt genoemd: haar hoogmoed (vs.7), haar ongerechtigheid (vs.5) en haar afslachten van gelovigen en anderen (vs.24). En dan volgt een brede beschrijving hoe de koningen/bestuurders, kooplui en zeelui die van haar geprofiteerd hebben, rouwklagen over haar ondergang. Tegelijk worden de gelovigen opgeroepen zich over het gevallen Babylon vrolijk te maken, want God heeft nu recht gedaan aan alle slachtoffers van Babylon. En nog eens wordt bevestigd dat er nooit meer in Babylon gemusiceerd, gefeest en gewerkt zal worden. Hoe we de verschillende details ook moeten uitleggen en toepassen, de hoofdstrekking is helder: Gods vijanden hebben vaak veel macht en laten zich gelden ten koste van zijn kinderen, maar uiteindelijk gaan ze eraan. Wat onaantastbaar blijft, is Gods beschermende liefde voor zijn kinderen.Openbaring 19:1-10Opnieuw een bericht van de hemelse Bruidegom voor zijn bruid op aarde. De hemel juicht over de val van Babel. De lofzang wordt overgenomen door de vierentwintig oudsten. Bedoeld zijn de vertegenwoordi­gers van de kerk op aarde. Met de vier wezens zou­den de vertegenwoordigers van de schepping bedoeld zijn. Allen zij het eens over de rechtvaardigheid van Gods oordeel. Vers 9 prijst hen gelukkig die zijn uitgenodigd voor het brui­loftsmaal van het Lam. Daarom de oproep om de strijd van het geloof te blijven voeren.

 Openbaring 19: 11 - 21

 In vers 11 wordt de draad van hoofdstuk 16 opgepakt. Het beest en de leugenprofeet worden gevangen genomen. Zij hebben veel aanhang gehad. Maar God is een God die het kwaad wreekt. Jezus is de ruiter op het witte paard (wit is de kleur van de overwin­ning en/of van het hemels licht). Hij wordt Getrouw en Waarach­tig genoemd. Dat staat tegenover leugen en gruweldaden. Wat daarvan overblijft wordt getekend in vers 20.

 Openbaring 20

 Johannes krijgt adembenemende visioenen. De engel ­komt in actie tegen de satan. Hij wordt gearresteerd. Maar al­weer een ander gezicht: martelaren die onthoofd zijn om hun trouw aan God, mogen zitten in tronen om te regeren met Chris­tus. Vanaf vers 7 trekt satan er opnieuw op uit, mobili­seert volken tegen de kerk. Niet voor lang: in het eindvisi­oen ziet Johan­nes een grote witte troon (vergelijk Openbaring 1­9,6), blinkend vanwege Gods heiligheid. Alle mensen verschijnen daar voor Gods troon en worden geoor­deeld. Vijan­den van God verdwij­nen: de dui­vel (vers 10), de dood en het dodenrijk en wie niet is opgeschreven in het boek des le­vens (Openbaring 14,15).

 Openbaring 21: 1 - 14

 Het hangt van Gods gunst af of je binnen mag gaan in het nieuwe Jeruzalem. Toch is dat geen willekeur. Uitgesloten worden zij die gruwelen bedrijven als in vers 8 beschreven. Toch geeft een braaf leven niet de doorslag. Dat is Gods genade: als je je le­ven buiten je zelf, in Christus zoekt, wordt je door Hem mee­genomen naar de eeuwigheid.

 Openbaring 21: 15 - 22: 5

 Het nieuwe Jeruzalem is vol van Gods aanwezigheid. Het is een geweldige, schitterende woonplaats. De poorten staan uitnodigend open voor wie erin wonen. De namen van de apostelen zijn terug te vinden op de poorten. Wat ook een pracht en praal:goud en edel­gesteenten. Johannes die dit visioen gezien heeft kende de prachtige natuurlijke tinten van edelstenen. Hij schildert ons een heilige stad, die er bijzonder kleurrijk uitziet. Het ge­heim van edelstenen is hun variatie in kleur. Als uit alle vol­ken der aarde mensen deze stad bewonen, dan is Christus degene die hen verlichten zal. Was dat ook al niet zo toen ze nog op de aarde leefden, in verbondenheid aan Hem?

 Openbaring 22: 6 - 21

 "Ik kom spoedig". Dat is de rode draad in dit gedeelte. En daarmee moet je rekening houden! Christus vraagt ons om niets af of toe te doen aan zijn profetie. Hebben wij dan een dor boeken-geloof? Het boek Openbaring is een deel van de bijbel dat wel duidelijk voelbaar maakt dat Christus zelf in de Schrift te vinden is. Wat een actie, wat een werken aan de toekomst! Ons gebed is: Maranatha, kom spoedig Here Jezus!



 Johannes de Theoloog


 De theoloog, dat wil zeggen, iemand die van God en goddelijke dingen spreekt. Godgeleerde noemen we dat in onze moderne tijd.

 Johannes werd zo genoemd door veel oude leraars, zoals Justinus, Martyr, Iranæus, Clemens, Origenes, Hieronymus en vele anderen, omdat hij van de Godheid van Christus spreekt in al zijn Boeken: in zijn Evangelie, in zijn Eerste Brief en in zijn Openbaring, vol van goddelijke gezichten en verborgenheden.

 Enkelen menen, dat de Openbaring door een andere Johannes werd geschreven dan de Apostel Johannes. Bovengenoemde oude leraars trekken dat echter volstrekt niet in twijfel. En ook in de gehele Christelijke Kerk wordt algemeen aangenomen, dat niemand anders dan de Apostel Johannes dit boek geschreven kan hebben.

 Een extra aanwijzing hiervoor is, dat hij in hoofdstuk 19 Christus het Woord Gods noemt, hetgeen Johannes eigen is in al zijn geschriften. vgl Joh. 1 : 1 en 14; 1 Joh. 1 : 1; 1 Joh. 5 : 7 en Op. 19 : 13

 De goddelijkheid van het boek zelf en de vervulling van veel voorzeggingen, die nu reeds door de hele wereld worden gezien, zijn ook voldoende bewijs, dat niemand anders dan een Apostel van Christus dit boek geschreven kan hebben.


 Allereerst een algemeen overzicht

 De Openbaring van Johannes wordt over het algemeen als een moeilijk bijbelboek beschouwd. Ik geloof niet, dat er veel gezinnen zijn, waar men een gedeelte uit Openbaring zal kiezen om aan tafel te lezen.

 Misschien komt het ook wel daardoor, dat men over het algemeen weinig bekend is met dit boek.

 Toch is dit boek een wezenlijk deel van onze bijbel en dus moeten wij ons er wel eens wat meer in verdiepen.

 Het is een boek vol goddelijke lessen, al zijn die dan ook vaak moeilijk te begrijpen.

 De Openbaring is door de apostel Johannes geschreven, ongeveer 64 jaar na Christus' Hemelvaart.

 Dat was tegen het eind van de regering van keizer Domitianus, door wie Johannes, na veel Christenvervolgingen, naar het eiland Patmos werd verbannen.

 En daar was het, dat deze openbaringen tot hem kwamen.

 We kunnen het boek Openbaring in drie delen verdelen.

 Het eerste deel is het voorwoord.

 We vinden dat in de eerste acht verzen van het eerste hoofdstuk.

 Het tweede deel, lopende van hoofdstuk 1 vers 9 tot en met hoofdstuk 22 vers 5, is één lang verhaal van profetische gezichten en voorspellingen van dingen, die vanaf die tijd tot aan het einde der wereld zullen gebeuren.

 De resterende verzen van hoofdstuk 22 vormen dan een verzegeling en besluit van dit boek en tevens van het hele Nieuwe Testament.

 Dat het God beliefd heeft, sommige toekomstbeelden volkomen duidelijk en sommige onbegrijpelijk weer te geven, wordt wel zo uitgelegd, dat God daarmee wil voorkomen, dat de romeinen, als zij vernemen van de plagen over hun rijk, de Christenen des te zwaarder gaan vervolgen.

 Het aantal gezichten, dat we in het boek Openbaring vinden, bedraagt zeven.

 Het eerste gezicht beeldt ons Christus af in zijn Koninklijke en priesterlijke staat, wandelende onder de zeven kandelaren, voorstellende de zeven gemeenten.

 Het tweede gezicht is een gezicht van Gods Heerlijkheid, zittende op Zijn troon en van het Lam, staande op de troon, omringd door vierentwintig ouderlingen en van vier dieren met het boek verzegeld met zeven zegels.

 Het derde gezicht is de verschijning der zeven engelen met hun bazuinen.

 Het vierde gezicht toont ons de vrouw, die in barensnood is en door de draak tot in de wildernis wordt gevolgd.

 Het vijfde gezicht gaat over de zeven fiolen1) en de plagen, die uit deze fiolen worden uitgestort op de troon van het beest.

 In het zesde gezicht zien we de grote hoer, zittende op het beest met zeven koppen.

 Het zevende gezicht gaat over de binding van satan voor 1000 jaren, zijn loslating voor een korte tijd en daarop volgend de voleinding van alle dingen door het laatste oordeel van God over duivel, dood en alle goddelozen en dan tot slot de nederdaling van het Hemels Jeruzalem tot een heerlijke en eeuwige woonplaats van alle uitverkorenen.

 Lees eens : Openbaring 1:1-8

 Dit voorwoord bestaat uit een Opschrift en een Aanhef.

 Want de tijd is nabij, lezen we in vers 3. Namelijk de tijd, dat deze dingen zullen beginnen te geschieden en dat de gelovigen zich met de oordelen Gods tegen de verdrukkers en met de zalige uitkomst der verdrukten zullen mogen troosten en sterken.

 De aanhef begint met: Johannes aan de zeven gemeenten in Asia. Die zeven gemeenten worden in vers 11 met name genoemd.

 Lees eens : Openbaring 1:9-3:22

 Christus verschijnt hier aan Johannes met de opdracht aan de engelen der zeven gemeenten te schrijven.

 Deze verschijning van Christus was het eerste van de zeven gezichten.

 Christus verschijnt op de dag des Heren. Daarmee wordt de eerste dag der week bedoeld, omdat dat de dag was, waarop Christus opstond uit het graf. En dat was ook toen al de dag, waarop de niet Joodse Christenen de dienst des Heren uitoefenden, zoals alle oude leraars getuigen.

 Die zeven gemeenten waren: Epheze (in de oude vertaling geschreven als Efeze), Smyrna, Pergamum, Thyatira2), Sardes3), Philadelphia en Laodicéa4).

 Van Smyrna, Pergamum, Sardes en Philadelphia lezen we verder nergens in de Heilige Schrift.

 Die zeven korte brieven beginnen steeds met: Schrijf aan de engel der gemeente.

 Daarmee wordt bedoeld de herder der gemeente. Dit wil niet zeggen, dat hier een enkele persoon mee bedoeld wordt, het kan ook betrekking hebben op de hele raad van priesters.

 Lees eens : Openbaring 4, 5, 6 en 7

 In de genoemde vier hoofdstukken wordt het tweede gezicht beschreven.

 Eerst wordt aan de apostel een koninklijke troon in de geopende hemel getoond. En de Heerlijkheid Gods, die op de troon zat. Daarna vierentwintig gekroonde ouderlingen, zittende rondom de troon, met donderslagen, bliksemen, brandende lampen.

 En een glazen zee en vier dieren met veel ogen en vleugelen. En dan wordt verhaald van de lofzang die de vier dieren en de vierentwintig ouderlingen Gode hebben toegezongen.

 Na de beschrijving van degene, die op de troon zat, verhaalt de apostel de eigenschappen van het verzegelde boek, dat in zijn hand was. Het boek, dat geen schepsel in de hemel of op de aarde kon openen. Alleen de Leeuw van Juda, die het boek uit zijn hand ontvangt, waarop de vier dieren en de vierentwintig ouderlingen zijn naam loven.

 In hoofdstuk 6 worden de zes zegels geopend.

 In hoofdstuk 7 ziet Johannes vier engelen aan wie macht gegeven was om de aarde te beschadigen en de wind tegen te houden. En een andere engel, die het zegel Gods had en die hen tegenhield, omdat eerst alle dienstknechten van God getekend moesten zijn, honderdvierenveertigduizend uit alle geslachten Israëls.

 Daarna ziet hij een ontelbare menigte uit alle natiën, staande voor de troon en voor het Lam, lofzingende. Johannes hoort van één van de vierentwintig ouderlingen, wie het waren, die in witte klederen verschenen en waarin hun gelukzaligheid is gelegen.

 Lees eens : Openbaring 8, 9, 10 en 11

 Het derde gezicht, de verschijning der zeven engelen met hun bazuinen.

 Het zevende zegel wordt geopend, waarop een stilte volgt in de hemel.

 Na die stilte worden zeven engelen met bazuinen gezien. Maar eerst komt een andere engel te voorschijn, die reukwerk op het gouden altaar legt bij de gebeden der heiligen. Vervolgens vult hij het wierookvat met vuur van het altaar en werpt dat op de aarde. Hierna bazuint de eerste engel, en dan de tweede, waarna verschrikkelijke dingen volgen. Daarna bazuint de derde engel, en een ster, Alsem genaamd, valt uit de hemel in de wateren. Als de vierde engel bazuint wordt een derde deel van de zon, de maan en de sterren verduisterd, waarna een andere engel wee roept vanwege de plagen der drie volgende bazuinen, waarover we in hoofdstuk negen verder lezen.

 De vijfde engel bazuint en een ster valt uit de hemel, die de sleutel van de afgrond heeft, waaruit rook voortkomt als van een oven. En uit de rook komen sprinkhanen, die de mensen, die het zegel Gods niet hebben, steken. Hun werd macht gegeven gelijk de schorpioenen der aarde macht hebben, staat geschreven in vers 3.

 Verderop volgt dan een beschrijving van de gedaante en houding der sprinkhanen. Hun koning was de engel des afgronds, wiens naam was Abaddon in het Hebreeuws en Apollyon in het Grieks, hetgeen betekent verderver. Dit komt overeen met de naam, die de apostel Paulus de antichrist geeft 2 Thess. 2:3,4,9 als hij hem noemt de mens der zonde en de zoon des verderfs, de tegenstrijder en die zich verheft boven al wat God genoemd wordt, welker komst is naar de werking des satans.

 Hierna bazuint de zesde engel, waarop de vier engelen aan de Eufraat ontbonden worden en een grote menigte ruiters te voorschijn komt. Die ruiters doden een derde deel der mensen.

 Men neemt aan, dat met die vier engelen de Mohammedanen bedoeld worden, die voornamelijk in vier volken gezocht moeten worden: de Arabieren, Saracenen, Tartaren en Turken, waarvan de Arabieren en Saracenen van het jaar 620 af veel geweld tegen de Christenen hebben gebruikt, vooral tegen het Romeinse rijk in het oosten en westen.

 Maar daarna zijn ze door de Christenen weer over de Eufraat gedreven, totdat omtrent het jaar 1300, toen het antichristendom op zijn hoogst was en de rechtzinnige Christenen het meest werden verdrukt, de Tartaren en Turken uit de beide Armeniën, die tegen de Eufraat liggen, zijn doorgebroken en heel Azië en Afrika hebben overlopen en het Griekse of Oosterse rijk, waarvan Konstantinopel de hoofdstad was, te niet gedaan. Er is toen veel bloed vergoten.

 In hoofdstuk tien wordt verhaald, hetgeen tot troost der gemeente onder dezelfde bazuin nog zou volgen. Er daalt een engel uit de hemel neer in grote heerlijkheid, met een open boek in de hand. Hij roept met grote stem, waarop zeven donderslagen volgen. Hij zweert, dat er geen tijd meer zou zijn, nadat de zevende bazuin zou hebben gebazuind. Hij geeft dan het boek aan de apostel om het op te eten en het was zoet in de mond, maar bitter in de buik. Daarna wordt aan de apostel gezegd, dat hij weer moet gaan profeteren.

 Die zeven donderslagen gaven niet alleen geluid, ze werden ook begeleid door een sprekende stem, zoals blijkt uit vers vier.

 In hoofdstuk elf ontvangt Johannes een rietstok om de tempel te meten, behalve het voorhof.

 Christus geeft Zijn twee getuigen macht om te profeteren en om hun vijanden plagen toe te zenden. Sommigen veronderstellen, dat met die twee getuigen Henoch en Elia bedoeld worden, die twaalfhonderdzestig dagen, oftewel drie en een half jaar voor het einde der aarde tegen de antichrist zouden profeteren en daarna door hem gedood worden.

 Het beest komt uit de afgrond en doodt de getuigen, waarover de mensheid zich verheugt. Maar na drie en een halve dag worden ze weer levend en worden ze opgenomen in de hemel. Hierna volgt een aardbeving en schade over de grote stad. Met die aardbeving wordt bedoeld een grote beroering en beweging in de wereld.

 De zevende engel bazuint en de koninkrijken worden van God en Christus, waarop de vierentwintig ouderlingen God loven.

 De toorn Gods komt over de volken, maar de heiligen worden beloond.

 En de tempel Gods in de hemel wordt geopend.

 Lees eens : Openbaring 12, 13 en 14

 Het vierde gezicht toont ons de vrouw, die in barensnood is en door de draak tot in de wildernis wordt gevolgd.

 De rode draak stond voor de vrouw om het kind te verslinden. Maar het kind wordt opgenomen voor Gods troon en de vrouw vlucht in de woestijn.

 Het merendeel van de bijbeluitleggers meent, dat met deze vrouw de gemeente van Christus wordt bedoeld. De vrouw was bekleed met de zon, waarmee het ware geloof in onze Heer wordt bedoeld. Op haar hoofd een kroon van twaalf sterren, de twaalf apostelen.

 In de hemel ontstaat strijd tussen Michaël met zijn engelen en de draak. De draak wordt overwonnen en op de aarde geworpen. Onder Michaël moeten wij Christus zelf verstaan, terwijl met de draak Satan bedoeld wordt.

 Nadat de draak op aarde is geworpen volgt een lofzang in de hemel. De draak vervolgt de vrouw. Met andere woorden: Satan vervolgt de gemeente van Christus.

 De draak voert krijg tegen de overigen van haar zaad.

 En Johannes stond aan zee op het strand.

 En in hoofdstuk dertien lezen we dan, dat hij uit de zee een beest ziet opkomen met tien horens en zeven koppen.

 Die zeven koppen zijn de zeven bergen, waarop de grote stad, waar de vrouw op zit, is gebouwd vgl hfdstuk 17 vers 9 .

 De toen horens zijn tien koningen, die het koningschap nog niet hadden ontvangen.

 Het beest lastert God en Zijn heiligen. Het beest overwint allen, die niet in het boek van het Lam staan.

 Daarna komt een ander beest op uit de aarde, hebbende twee hoornen als het Lam, maar doende de werken van het eerste beest. Dat met dit tweede beest de antichrist bedoeld wordt is bij alle uitleggers buiten twijfel.

 Dit beest doet grote tekenen en verleidt de bewoners der aarde.

 In hoofdstuk veertien ziet de apostel het Lam, staande op de berg Zion met zijn honderdvierenveertigduizend getekenden.

 In de hemel wordt een nieuw gezang gezongen, dat niemand kan leren dan de duizenden, die maagden zijn en het Lam volgen waar het gaat.

 Daarop vliegt een engel door de hemel, die het eeuwig Evangelie verkondigt.

 Hij wordt gevolgd door een andere engel, die de val van de grote stad Babel voorzegt. Er volgt een derde engel, die met de eeuwige straf dreigt voor degenen, die het beest aanbidden.

 De heiligen worden tot lijdzaamheid gemaand en die in de Heer sterven worden van hun zaligheid verzekerd.

 Daarna wordt een engel op een witte wolk gezien met een kroon op het hoofd en een sikkel in de hand, die hij in de rijpe oogst moet zetten.

 Tenslotte komt er nog een engel uit de tempel des hemels, ook met een sikkel in de hand, die opdracht krijgt de druiventakken te snijden. Die worden dan in de wijnpersbak van de toorn Gods geworpen, die getreden wordt en vloeit tot aan de tomen der paarden zestienhonderd stadiën ver. Dat is ongeveer zesenzestig mijlen.

 Lees eens : Openbaring 15 en 16

 Het vijfde gezicht gaat over de zeven fiolen5) en de plagen, die uit de fiolen worden uitgestort op de troon van het beest.

 Zeven engelen worden gezien, die de laatste plagen hebben. En een glazen zee, waaraan de overwinnaars van het beest staan met citers, die een lofzang zingen, waarin zij God en zijn oordelen prijzen.

 Daarna wordt de tempel in de hemel geopend, waaruit zeven engelen in blinkende klederen te voorschijn komen, die zeven fiolen vol van de toorn Gods ontvangen, waarna de tempel wordt vervuld met de rook der heerlijkheid Gods.

 In hoofdstuk zestien krijgen de engelen dan opdracht de fiolen uit te gieten.

 De eerste wordt uitgestort op de aarde, de tweede in de zee en de derde in de rivieren, waarover de rechtvaardigheid Gods met een lofzang wordt geprezen.

 De vierde fiool wordt uitgegoten in de zon, de vijfde op de troon van het beest, waarna de mensen op aarde zich echter niet bekeren.

 De zesde fiool wordt uitgestort op de grote rivier de Eufraat. Drie onreine geesten, als vorsen6) komen uit de mond van de draak, uit de mond van het beest en uit de mond van de valse profeet en gaan tot de koningen der aarde om die te verzamelen tot de krijg van de grote dag. En een iegelijk wordt tot waken gemaand.

 In hoofdstuk twaalf is reeds geschreven over de draak en de twee beesten. In de plaats van het tweede beest wordt hier de valse profeet gesteld, waaruit blijkt, dat deze valse profeet ook het beeld van het beest is, dat wil zeggen de antichrist met zijn hele rijk en al zijn geestelijke prelaten7) en kerkvergaderingen en personen, die gebruikt worden om de valse leer te verbreiden.

 Tenslotte wordt de zevende fiool uitgegoten in de lucht en alle dingen hebben een einde, ook het grote Babylon.

 Dit kan wat verwarrend overkomen. Er wordt gesproken over de grote stad en over Babylon. Hiermee wordt echter één en dezelfde stad bedoeld, namelijk Rome met haar heerschappij (vgl Openb. 17:9) die Sodom genoemd wordt om de ontucht, die daar zetelt en Egypte vanwege de verdrukking van Gods volk.

 En dan valt er een zware hagel op de mensen, die God daarover lasteren.

 Lees eens : Openbaring 17, 18 en 19

 In het zesde gezicht zien we de grote hoer, zittende op het beest met zeven koppen.

 Eén van de hiervoor genoemde zeven engelen brengt de apostel in een woestijn en toont hem de grote hoer van Babylon, zittende op een rood beest, dat zeven koppen en tien hoornen heeft. Haar kleding, versiering, titels en bloeddorstigheid wordt beschreven. De engel verklaart Johannes eerst de verborgenheid van het beest. Daarna van zijn zeven koppen en van de achtste koning, die volgen zou. En van de tien hoornen, die zoveel koningen zijn, die hun macht ontvangen met het beest. Zij strijden met het Lam, maar worden overwonnen. De engel verklaart, welke de wateren zijn, waarop deze hoer zit. En hoe de koningen hun macht het beest weer zullen ontnemen. Eindelijk verklaart hij, wie deze hoer is.

 Hoofdstuk 17 handelt over de grote hoer, die zit aan vele wateren.

 De ware kerk van Christus wordt wel vergeleken met een eerbare vrouw. En zo wordt de afvallige kerk vergeleken met een hoer.

 In vers 2 lezen we: Zij, die op de aarde wonen, zijn dronken geworden van de wijn harer hoererij. Dat wil zeggen, dronken van afgoderij.

 'Ik zag een vrouw zitten op een scharlaken rood beest.'

 Met deze vrouw wordt ongetwijfeld de stad Rome met haar heerschappij bedoeld. Dat blijkt uit de hele verdere beschrijving, vooral uit vers 9, waar gezegd wordt, dat de zeven koppen zeven bergen zijn en vers 18, waar we lezen, dat deze vrouw de grote stad is, die het koningschap heeft over de koningen der aarde. Dat past alleen op Rome.

 Dat is zo duidelijk, dat niet alleen protestanten het daarover eens zijn, maar zelfs veel pausgezinde uitleggers. Maar die beweren dan, dat met dit Rome wordt bedoeld het Rome ten tijde van de heerschappij van heidense keizers en van Christenvervolgingen.

 Maar dat klopt niet. Het heidense Rome dwong andere volken niet hun afgoderij aan te nemen. Zelfs de Joden niet.

 Dat gebeurde pas, nadat zij tegen de Romeinen in opstand kwamen.

 Bovendien wordt in het volgende hoofdstuk gesproken van de ondergang van Rome en dat kan onmogelijk betrekking hebben op het heidense Rome, omdat dat niet vernietigd is zolang het heidens was. Zelfs daarna is het meer dan honderd jaar onder Christelijke keizers in goede staat geweest.

 Wel is het waar, dat het daarna door onder andere de Gothen en Wandalen is ingenomen en vernietigd, maar dat was van korte duur.

 Het werd weer hersteld en dat duurt nog steeds voort.

 De vernietiging, waarvan sprake is in het gelezen hoofdstuk, zal nooit meer hersteld worden.

 We vinden dat in hoofdstuk 18 vers 21, waar geschreven staat: En een sterke engel nam een steen op als een grote molensteen en wierp hem in zee, zeggende: 'Zo zal Babylon met geweld geworpen worden, de grote stad, en zij zal nooit meer gevonden worden.

 Dat is zo duidelijk, dat zelfs enkele pausgezinde uitleggers het daarmee eens zijn, maar zij verdraaien de zaak. Zij zeggen, dat voor het einde der wereld tien heidense koningen zullen komen, die de paus uit Rome zullen verjagen en de antichrist in zijn plaats stellen.

 De vrouw zit op een scharlakenrood beest.

 Hiermee wordt de Roomse pracht en praal bedoeld.

 De vrouw was gekleed in purper en scharlaken en versierd met goud en edelgesteente. Dat duidt ook weer op de uiterlijke pracht van de Roomse kerk, die ook tot uiting komt in de kleding van bijvoorbeeld kardinalen en bisschoppen.

 In vers 5 lezen we van een naam op het voorhoofd van de hoer geschreven, een geheimenis. In de oude vertaling staat: en op haar voorhoofd was een naam geschreven, namelijk 'Verborgenheid'. In het Grieks is dat 'Mysterion'.

 Nu wordt er wel beweerd, dat deze naam, Mysterion, vroeger op de pauselijke hoed met drie kronen geschreven stond.

 In vers 6 lezen we, dat de vrouw dronken was van het bloed der heiligen en van het bloed der getuigen van Jezus. Hierbij gaan onze gedachten als het ware vanzelf uit naar de martelaren, die omwille van hun geloof zijn gestorven.

 In vers 8 staat iets, dat op het eerste gezicht min of meer onduidelijk lijkt: Het beest, dat gij zaagt, was en is niet, en het zal opkomen uit de afgrond.

 We kunnen ook zeggen 'het beest was en het beest is niet en het beest zal opkomen'.

 Het beest was: het Romeinse rijk was er al enige honderden jaren geweest.

 Het beest is niet: Rome had nog geen geestelijke macht over de hele wereld.

 Het beest zal opkomen: Die geestelijke macht van Rome zou 500 jaar na Johannes opkomen.

 De zeven koppen zijn zeven bergen, lezen we in vers 9.

 Dat duidt ook weer op Rome. Rome is namelijk op zeven bergen gebouwd. Sommige oude schrijvers noemen Rome wel de zevenbergse stad.

 Volgens vers 10 zijn die zeven koppen ook zeven koningen.

 Nu is het niet geheel duidelijk, welke zeven koningen dat zijn. Hiermee kunnen bedoeld worden de zeven keizers, die vanaf Nero tot aan de tijd van Johannes geregeerd hebben. Het lijkt echter waarschijnlijker, dat hiermee de zeven verschillende regeringsvormen bedoeld worden, die Rome gekend heeft. Daarmee is vers 10 ook duidelijk verklaard, zoals uit het volgende zal blijken.

 Die zeven regeringsvormen waren de volgende:

 Ten eerste: de koningen;

 ten tweede: de consuls (of burgemeesters);

 ten derde: de dictators;

 ten vierde: de Decemviros, dat waren tienmanschappen;

 ten vijfde: tribunos consulares, dat waren weer een bepaald soort consuls;

 ten zesde: de heidense keizers (één daarvan regeerde ten tijde van Johannes, dat klopt precies met vers 10, waar staat 'één is er nog';

 ten zevende: de Christenregering onder keizer Constantijn.

 Deze laatste regeringsvorm was er ten tijde van Johannes nog niet. In vers 10 lezen we dan ook: en de andere is nog niet gekomen.

 En verder staat er dan 'en wanneer hij komt, moet hij korte tijd blijven'.

 Dat klopt ook weer, want keizer Constantijn is na 20 jaar naar Bizantium getrokken, dat hij later, naar zichzelf, Constantinopel heeft genoemd.

 In hoofdstuk 18 komt een engel af uit de hemel, die opnieuw de val verkondigt van het grote Babylon om haar hoererijen en weelde. En zij roemt, dat zij geen weduwe zal zijn, maar toch zullen haar plagen terstond over haar komen. De koningen der aarde rouwen over haar val, evenals kooplieden en zeelieden.

 Maar daarentegen worden de heilige apostelen en profeten in de hemel gemaand om vreugde te bedrijven. Een sterke engel werpt een zeer grote steen in de zee om de eindelijke val van dit grote Babylon af te beelden. En hij verklaart, dat geen muziekinstrumenten meer in haar zullen worden gehoord, omdat zij alle volken had verleid en het bloed der heiligen in haar is gevonden.

 In hoofdstuk 19 lezen we, dat er in de hemel halleluja8) gezongen wordt over het oordeel der grote hoer.

 Halleluja! Het heil en de heerlijkheid en de macht zijn van onze God.

 Een andere stem uit de troon maant alle dienstknechten Gods tot vreugde, omdat de bruiloft van het Lam is gekomen en Zijn bruid zich met Zijn blinkend lijnwaad heeft toebereid. Wie tot de bruiloft zijn geroepen, worden zalig gesproken. De apostel werpt zich aan de voeten van de engel, maar wordt daarover berispt en bevolen God te aanbidden.

 Johannes wordt in een nieuw gezicht een wit paard getoond, met daarop iemand, wiens gerechtigheid, vlammende ogen, bloedkleurig kleed, verborgen naam, gevolg, zwaard en roede worden beschreven.

 In vers 11 begint het laatste deel van dit hoofdstuk, waarin Johannes in een nieuw gezicht de komst van Christus wordt getoond om Zijn gemeente te verlossen en de antichrist met al zijn aanhang te niet te doen, gelijk uit dit hele verhaal blijkt.

 Maar sommigen menen, dat hier een andere toekomst van Christus door zijn Geest en kracht wordt beschreven, die nog aan zijn laatste toekomst zou voorafgaan en waarin de Joden bekeerd zouden worden en de overige gemeenten hier op aarde, met de Joden verenigd zijnde, over alle vijanden zouden zegevieren en een vreedzaam rijk genieten. Maar dat klopt niet met wat geschreven staat in vers 20, namelijk dat het beest en de valse profeet levend in de poel des vuurs worden geworpen, hetgeen pas in de laatste toekomst van Christus zal geschieden, zoals ook apostel Paulus uitdrukkelijk getuigt (vgl 2 Thess. 2:8) en ook omdat in deze toekomst van Christus, waarvan in dit hoofdstuk wordt gesproken, de bruiloft van het Lam met Zijn bruid zal geschieden.

 En ik zag de hemel geopend en ziet, een wit paard en die op hetzelve zat was genoemd Getrouw en Waarachtig en Hij oordeelt en voert krijg in gerechtigheid. (oude vertaling)

 De hemel wordt geopend om Christus als opperste Rechter en Overste de weg te openen om met al Zijn hemelse heirscharen af te dalen tot verlossing van zijn gemeente en tot straf van alle vijanden.

 Christus verschijnt op een wit paard, als teken van Zijn heerlijkheid en overwinning.

 Hij wordt genoemd Getrouw en Waarachtig, namelijk in het doen en uitvoeren van Zijn beloften en bedreigingen.

 Hij oordeelt en voert krijg in gerechtigheid, niet alleen tot bescherming van de Zijnen, maar ook ter bestraffing van Zijn vijanden.

 En Hij was bekleed met een kleed, dat met bloed geverfd was; en zijn naam wordt genoemd: Het Woord Gods.

 Met bloed geverfd door Zijn lijden en ook met bloed van Zijn vijanden.

 Hij treedt de wijnpersbak van de wijn des toorns en der gramschap des almachtigen Gods.

 Hij vertreedt en verplettert de vijanden van God, zoals druiven in een wijnpers vermorzeld worden. (vgl Hfdstuk 14:20; Jes. 63:3; Klaagl.Jer. 1:15)

 En dan, in vers 17, ziet Johannes een engel, die alle vogels roept om te eten van het vlees van alle veldoversten en van alle anderen in de grote slachting Gods, die zich verzameld hadden om krijg te voeren tegen Hem, die op het paard zat.

 Het beest met de valse profeet worden in de poel des vuurs geworpen en al hun aanhangers worden gedood door het zwaard.

 Lees eens : Openbaring 20, 21 en 22:1-5

 Het zevende gezicht gaat over de binding van Satan voor duizend jaren, zijn loslating voor een korte tijd en daarop volgend de voleinding van alle dingen door het laatste oordeel van God over duivel, dood en alle goddelozen en dan tot slot de nederdaling van het hemels Jeruzalem tot een heerlijke en eeuwige woonplaats van alle uitverkorenen.

 Hoofdstuk 20 is wat moeilijk te begrijpen en wordt ook verschillend uitgelegd.

 Sommigen menen, dat wat hier verteld wordt nog moet gebeuren, na de ondergang van de antichrist. Satan zal dan eerst worden gebonden, de Joden tot Christus bekeerd en de ware kerk van Christus zal in groot aanzien en in vrede en goede welstand over alle volken der wereld heersen, duizend jaren lang. En in het begin van die duizend jaren zullen alle martelaren opstaan uit de doden en zich bij die kerk voegen, of ze zullen in de hemel tot Christus opgenomen worden, totdat na duizend jaren, als Satan weer ontbonden is, de overige ongelovige volken hen opnieuw zullen bestrijden. Maar dan komt Christus met Zijn oordeel en Hij zal Zijn kerk volledig verlossen en de Satan met al zijn dienaars in de poel des vuurs in eeuwigheid werpen.

 Deze uitleg is heel oud en heeft ook heden ten dage nog aanhangers.

 Maar als alles nog eens goed wordt overwogen, dan is het toch niet te rijmen met Gods woord, en wel om deze redenen:

 1. Uit hoofdstuk 19 de verzen 19 en 20 blijkt, dat de antichrist en zijn rijk niet geheel vernietigd zullen worden vóór het laatste oordeel.

 2. Omdat de bekering der Joden, geschied zijnde volgens de voorzegging van Paulus, nochtans nergens zulk een staat der kerk wordt beloofd, die zonder kruis, strijd en vervolging door de hele wereld zou zijn, zoals in hoofdstuk 19 vers 11 bewezen is. Want het blijft altijd waar, wat Paulus zegt in 2 Tim. 3:12: allen, die in Christus Jezus godvruchtig willen leven, zullen vervolgd worden. En inzonderheid omtrent het einde van de wereld, waarvan Christus in Lucas 18:8 zegt: Doch als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde? En hetgeen Paulus zegt in 2 Tim. 3:1: Weet wel, dat er in de laatste dagen zware tijden zullen komen.

 3. Omdat het strijdt tegen het artikel van de opstanding uit de doden, dat zo veel miljoenen martelaren, die er in de wereld zijn geweest, in het begin van deze duizend jaren alleen zouden opstaan en in deze wereld zouden blijven leven, zoals sommigen menen of lichamelijk tot Christus in de hemel zouden worden opgenomen, wat anderen denken. Terwijl de Schrift alom getuigt, dat al de doden tegelijk en pas op de laatste dag zullen opstaan.

 Johannes 5:28 Verwondert u hierover niet, want de ure komt, dat allen, die in de graven zijn, naar zijn stem zullen horen, en zij zullen uitgaan, wie het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven, wie het kwade bedreven hebben, tot de opstanding ten oordeel.
 Johannes 6:44 Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, die Mij gezonden heeft, hem trekke, en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage.

 Johannes 11:24 Martha zeide tot Hem: ik weet, dat hij zal opstaan bij de opstanding ten jongsten dage.

 1 Corinthiërs 15:51,52 Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin, want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden.

 1 Thessalonicenzen 4:16,17 Want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here wezen.

 Openbaring 20:12,13 En ik zag de doden, de groten en de kleinen, staande voor de troon en er werden boeken geopend. En nog een ander boek werd geopend, het boek des levens; en de doden werden geoordeeld op grond van hetgeen in de boeken geschreven stond, naar hun werken. En de zee gaf de doden, die in haar waren en de dood en het dodenrijk gaven de doden, die in hen waren en zij werden geoordeeld, een ieder naar zijn werken.

 Een engel komt af van de hemel met de sleutel van de afgrond en bindt de satan daar duizend jaren. De heilige martelaars en degenen, die het beest niet hebben aanbeden, zitten op tronen en zetelen met Christus duizend jaren. Doch der anderen blijven in de dood. Allen, die deel hebben aan de eerste opstanding, worden zalig gesproken. Na die duizend jaren wordt de satan weer losgelaten. En opnieuw verleidt hij de volken en hij roept Gog en Magog9) op ten strijde. Zij omringen de geliefde stad, maar worden door het vuur verslonden. En de duivel wordt in de poel des vuurs geworpen.

 Een witte troon wordt gezien, met daarop Iemand voor wie de aarde en de hemel wegvluchten. De doden, klein en groot, verschijnen voor God. De boeken worden geopend en een ieder wordt geoordeeld naar zijn werken.

 Dood en hel worden in de poel des vuurs geworpen met allen, die niet zijn geschreven in het boek des levens.

 In vers 5 staat: Deze is de eerste opstanding. Dat is de opstanding uit de dood der zonde. Zoals de val in de zonde de eerste dood is en het eerste sterven van de mensen naar de geest. Een dergelijke wijze van spreken vinden we ook in Joh. 5:25, Col. 3:1, Ef. 2:5 en Ef. 5:14.

 De tweede dood, waarvan in vers 6 wordt geschreven, is de eeuwige dood, zo genoemd, omdat hij op de dood der zonde volgt, wanneer de mensen zich niet bekeren.

 In hoofdstuk 21 ziet Johannes een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Met het nieuwe Jeruzalem, versierd als Christus' Bruid.

 Hij hoort een stem uit de hemel, waardoor God belooft, dat Hij hun God zal zijn, alle tranen zal afwissen en hun de erfenis zal geven.

 Maar de stem dreigt ook, dat de vreesachtige en andere onboetvaardige zondaren hun deel zullen hebben in de poel des vuurs.

 Eén van de engelen der zeven fiolen voert Johannes op een hoge berg en toont hem duidelijk, hoe het nieuwe Jeruzalem er uit zal zien: haar heerlijkheid, haar muur met twaalf poorten naar de namen der kinderen Israëls. Haar twaalf fundamenten naar de namen der twaalf apostelen. Haar lengte en breedte, haar stof van goud. Haar twaalf fundamenten uit kostelijke stenen. Haar poorten uit twaalf paarlen. Haar tempel, God zelf en het Lam. Gods heerlijkheid in plaats van zon en maan. Haar inwoners, alle zalige volken, zelfs ook de zalige koningen. Haar poorten altijd open, maar niemand, die onreinheid doet komt daar in.

 In hoofdstuk 22 wordt de apostel verder nog een rivier getoond van het water des levens, met op de oever de boom des levens. Enige andere eigenschappen van de inwoners van het nieuwe Jeruzalem worden beschreven.

 De beelden, die in hoofdstuk 21 tot Johannes komen hebben betrekking op de tijd na het laatste oordeel.

 Hij ziet een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.

 Eén van de engelen der zeven fiolen, namelijk degene, die hem in de woestijn had gevoerd en het oordeel der grote hoer had getoond, laat hem nu het nieuwe Jeruzalem zien vanaf een hoge berg. Hij toonde Johannes het nieuwe Jeruzalem, nederdalende uit de hemel van God. En zij had de heerlijkheid Gods en haar licht was de allerkostelijksten steen gelijk, namelijk als de steen Jaspis10), blinkende gelijk kristal. Zo staat het in vers 11 van de oude vertaling; in de nieuwe vertaling wordt niet van de steen Jaspis gesproken, maar van een kristalheldere diamant: en zij had de heerlijkheid Gods en haar glans geleek op een zeer kostbaar gesteente, als de kristalheldere diamant.

 Er volgt dan verder in hoofdstuk 21 een uitvoerige beschrijving van het nieuwe Jeruzalem.

 In vers 18 lezen we, dat de stad zuiver goud was, gelijk zuiver glas. Het aardse goud is van zichzelf niet doorzichtig, doch alleen blinkend en zuiver, maar dit goud heeft bovendien de eigenschap van zuiver glas en wordt gevoegd bij de Jaspis en andere kostelijke stenen, die in vers 19 en 20 genoemd worden.

 Johannes zag geen tempel in het nieuwe Jeruzalem, dat wil zeggen geen tempel als gebouw zoals het oude Jeruzalem had, want de Here, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam, dat is Christus zelf, die als waarachtig God met de Vader en Heilige Geest de gemeente zal verheerlijken en alles in allen zijn.

 Zon en maan zijn niet meer nodig om de dagen en nachten af te meten, want er zal geen nacht meer zijn, maar een eeuwigdurend licht van Gods heerlijkheid.

 In hoofdstuk 22 wordt Johannes een zuivere rivier van het water des levens getoond, waaraan de boom des levens stond, twaalf vruchten voortbrengende, van maand tot maand. En de bladeren van de boom waren tot genezing der heidenen. Dat wil niet zeggen, dat er in het eeuwige leven nog gebreken zullen zijn, maar dat de genezing van al de gebreken, die door Christus verdiensten en Geest hier is geschied, daar in der eeuwigheid door dezelve kracht zal behouden en bewaard worden. Niet alleen voor de Israëlieten, maar ook voor alle andere gelovige volken.

 Zij zullen Zijn aangezicht zien, Zijn naam zal op hun voorhoofden11) zijn, zo lezen we in vers 4. Zij zullen Zijn majesteit en heerlijkheid zien, om dezelve deelachtig te zijn, gelijk van de engelen gezegd wordt. Met de naam op het voorhoofd wordt bedoeld, Hem toebehorende en daarvan openlijk belijdenis doende.

 In vers 5 wordt nogmaals benadrukt, dat er in de hemel geen nacht zal zijn en dat ze geen kaars of licht van de zon nodig zullen hebben, want de Here God verlicht hen.

 In de verzen 6 tot en met 21 van hoofdstuk 22 volgt dan de afsluiting van het Boek der Openbaringen van Johannes en tevens van het Nieuwe Testament.

 Een afsluiting met een betuiging van de waarheid en vastigheid van deze gezichten en voorzeggingen. Johannes werpt zich opnieuw voor de voeten van de engel en wordt daar weer voor bestraft. Hij krijgt daarna bevel, de woorden van dit boek niet te verzegelen, hoewel sommigen die zullen misbruiken tot hun zwaardere straf.

 Christus verklaart, dat Hij is de Alfa en de Omega en spreekt zalig, die Zijn geboden onderhouden en onzalig, die gruwelen bedrijven. Christus betuigt, dat Hij Zijn engel heeft gezonden om deze openbaring aan Zijn gemeente te doen.

 De bruid van Christus verlangt naar Zijn komst.

 Daarna wordt deze openbaring besloten met een bedreiging tegen degenen, die hier iets aan zouden toe- of afdoen.

 Christus betuigt opnieuw, dat Hij spoedig komen zal.

 Johannes besluit tenslotte het boek met de apostolische groet.

 Maar laten we eerst vers 20 nog even aandachtig lezen. De oude en nieuwe vertaling verschillen hier nogal. Let op punten en komma's.

 In de oude vertaling staat:

 Die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom haastelijk. Amen. Ja, kom Heere Jezus!

 En nu de nieuwe vertaling:

 Hij, die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom spoedig. Amen, kom, Here Jezus!

 Het eerste gedeelte, Ja, Ik kom haastelijk. Amen., wordt gezegd door Christus en de laatste woorden, Ja, kom Here Jezus!, komen uit de mond van Johannes.

 We besluiten nu met de apostolische groet van Johannes, zoals die in de oude vertaling staat:

 De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.

COMMENTAAR
BIJBELBOEK

OT


Genesis

Exodus

Leviticus
 

Numeri

Deuteronomium

Jozua
 
Richteren
 
Ruth
 
1 Samuël

2 Samuël
 
1 Koningen
 
2 Koningen
 
1 Kronieken

2 Kronieken
 

Ezra
 
Nehemia
 
Esther

Job

Psalmen

Spreuken

Prediker

Hooglied


Jesaja


Jeremia


Klaagliederen van Jeremia

Ezechiël

Daniël


Hosea

Joël


Amos


Obadja


Jona


Micha


Nahum


Habakuk

Zefanja

Haggaï

Zacharia

Maleachi

NT

Matthëus


Markus

Lukas

Johannes

Handelingen

Romeinen


1 Korinthiërs


2 Korinthiërs


Galaten

Efeziërs

Filippensen


Kolossensen

1Thessalonicensen

2Thessalonicensen

1 Timothëus

2 Timothëus

Titus

Filemon

Hebrëen

Jakobus

1 Petrus

2 Petrus

1 Johannes

2 Johannes

3 Johannes

 
Judas

Openbaring
 

 READ THE BOOK - THE BIBLE CHANGE YOUR LIFE

Deutsch
de
English en français fr italiano it Nederlands nl español es português pt Norsk no svenska sv Polski pl čeština cz Slovák sk Magyar hu român ro Български bg hrvatski hr Pyсский ru Türkçe tr عربي ar

       

Heer, wees mijn Gids

                              

INFO: DE WEG - DE WAARHEIDHET LEVENFILM - AUDIO


Wie zoekt zal vinden           


www Holyhome.nl

Boeiende Series :

Bijbelvertalingen
Bijbel en Kunst

Bijbels Prentenboek
Biblische Bildern
Encyclopedie
E-books en Pdf
Prachtige Bijbelse Schoolplaten

De Heilige Schrift
Het levende Woord van God
Aan de voeten van Jezus
Onder de Terebint
In de Wijngaard

De Bergrede
Gelijkenissen van Jezus
Oude Schoolplaten
De Zaligsprekingen van Jezus

Goede Vruchten
Geestesgaven

Tijd met Jezus
Film over Jezus
Barmhartigheid

Catechese lessen
Het Onze Vader
De Tien Geboden
Hoop en Verwachting
Bijzondere gebeurtenissen

De Bijbel is boeiend
Bijbelverhalen in beeld
Presentaties en Powerpoints
Bijbelse Onderwerpen

Vrede van God voor jou
Oude bijbel tegels

Informatie over alle kerken in Nederland: Kerkzoeker
 
Bible Study: The Bible alone!
L'étude biblique: Rien que la Bible!
Bibelstudium: Allein die Bibel!  

Materiaal voor het Digibord
Werkbladen Bijbelverhalen Bijbellessen
OT Hebreeuws-Engels
NT Grieks-Engels

Naslagwerken
Belijdenissen
Een rijke bron

Missale Romanum + Afbeeldingen
Stripboek over Jezus
Christelijke Symbolen
Plaatjes Afbeeldingen Clipart
Evangelie op Postzegels

Harmonium Huisorgel
Godsdiensten en Religies
Herinnering aan Kerken

Christian Country Music
Muzikale ontspanning
Software voor Bijbelstudie
Hartverwarmende Klanken
Read and Hear the Holy Bible
 Luisterbijbel

Bijbel voor Slechtzienden Begrippenlijst   -1-   -2-

Meer weten over de Psalmen, gezangen, liturgieën, belijdenisgeschriften: Catechismus, Dordtse Leerregels en veel andere informatie? . Kijk opOnline-bijbel.nl
         
  (
What's good, use it)



Waard om te weten :

Een hartelijk welkom op de site
Deze pagina printen
Sitemap
Wie zoekt zal vinden


FAQ - HELP

Kerk
Zondag
Advent
Kerstfeest
Driekoningen
Vastentijd
Goede Vrijdag
Aswoensdag
Palmzondag
Palmpasen
De stille week
Witte donderdag
Stille zaterdag
Paaswake
Pasen - Paasfeest
Hemelvaartsdag
Pinksteren
Biddag
Dankdag
Avondmaal
Doop
Belijdenis
Oudjaarsdag
Nieuwjaarsdag
Sint Maarten
Sint Nicolaas
Halloween
Hervormingsdag
Dodenherdenking
Bevrijdingsdag
Koningsdag / Koninginnedag
Gebedsweek
Huwelijk
Begrafenis
Vakantie
Recreatie
Feest- en Gedenkdagen
Symbolen van herkenning
 
Leerzame antwoorden op levens- en geloofsvragen


Hebreeën 4:12 zegt: "Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden"Lees eens: Het zwijgen van God

God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.
Lees eens:  God's Liefde

Schat onder handbereik


Bemoediging en troost

Bible-people - stories of famous men and women in the Bible
Bible-archaeology - archaeological evidence and the Bible
Bible-art - paintings and artworks of Bible events
Bible-top ten - ways to hell, films, heroes, villains, murders....
Bible-architecture - houses, palaces, fortresses
Women in the Bible -
 great women of the Bible
The Life of Jesus Christ - story, paintings, maps

Read more for Study  
Apocrypha, Historic Works
 GELOOF EN LEVEN een
          KLEINE HULP VOOR  ONDERWEG