DE HEILIGE SCHRIFT - DE BIJBEL

ESTHER

De vindplaats van materiaal voor Bijbelstudie, geloofstudie, catechese, school, kring, persoonlijk geloof, studie thuis, kerk, club, nieuws, godsdienstonderwijs, zingeving en vooral heel veel mogelijkheden om je Bijbelkennis te vergroten. Blijf niet afhankelijk van anderen maar lees zelf de Bijbel. Investeer in geestelijke rijkdom.


De Studiebijbel is uitermate geschikt om de Bijbel te leren verstaan.

Je kunt een keus maken uit onderstaande tabel voor verdere studie
A = Verwijzing naar bijbeltekst met uitgebreide uitleg
B = Beknopte verhandeling over het hier gekozen bijbelboek
C = Verwijzing naar de verhandeling van een ander bijbelboek

Terug naar de Inleiding van deze serie


A B C
BIJBELBOEK
met
UITLEG


Oude Testament

Genesis Exodus Leviticus Numeri Deuteronomium Jozua Richteren Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia Maleachi


Nieuwe Testament


Mattheüs Marcus Lukas Johannes Handelingen Romeinen 1 Korinthiërs
2 Korinthiërs
Galaten Efeziërs Filippensen Kolossensen1 Tessalonicensen2 Tessalonicensen 1 Timotheüs 2 Timotheüs Titus Filemon Hebreeën Jakobus 1 Petrus 2 Petrus 1 Johannes 2 Johannes 3 Johannes Judas Openbaring


ESTHER


Het
Het boek Esther of Ester (Hebreeuws: אסתר) is een kort boek in de Hebreeuwse bijbel en tevens de naam van de hoofdpersoon.

 In de Tenach valt het onder de Geschriften, en hierbinnen onder de vijf feestrollen. Als feestrol wordt dit boek gelezen bij het Poerimfeest. In het Hebreeuws wordt het boek Hadassa genoemd, wat mirte betekent.

 Dit bijbelboek is het boek Esther genoemd, omdat het in dit boek voornamelijk over haar gaat.

 De machtige koning Ahasveros1) richt in zijn derde regeringsjaar een feestmaal aan voor al zijn vorsten en dienaren.

 Zijn gemalin, koningin Vasthi, geeft een diner voor vrouwen.

 Zo'n feestmaal duurde niet een paar uur, zoals bij ons, maar zeven dagen!

 Op de zevende dag beveelt de koning, dat zijn vrouw Vasthi voor hem zal verschijnen. Hij wil met haar pronken bij zijn gasten.

 Maar Vasthi weigert bij de koning te komen.

 De koning is woedend en verstoot haar, na overleg met zijn raadslieden.

 Er wordt dan een wet gemaakt, dat elke man baas in zijn huis zal zijn.

 En dan worden er vele jonge vrouwen uit het hele rijk bijeen gebracht, waaruit de koning zich een nieuwe koningin kan kiezen. De keuze van de koning valt dan uiteindelijk op Hadassa, die de plaats van Vasthi gaat innemen en dan Esther gaat heten. De koning geeft dan een grote bruiloft.

 Esther was de dochter van Abichaïl, die niet meer leefde. Ze wordt opgevoed, door de zoon van de broer van haar vader, door Mordechai, die dus haar neef was. Hoewel Esther dus een Jodin was, had ze dat niet aan de koning verteld.

 En dan wordt er een aanslag op de koning beraamd door twee kamerlingen, Bigtan en Teres geheten.

 Dit komt echter Mordechai ter ore, die meteen Esther van dat plan op de hoogte brengt. Esther op haar beurt licht dan de koning in.

 De koning laat de zaak meteen onderzoeken. Als blijkt, dat het waar is, wordt het tweetal gevangen genomen en ter dood gebracht.

 En dan plaatst de koning een zekere Haman op een zeer hoge positie. Hoger dan enig ander persoon. Hij wordt als het ware de rechterhand van de koning.

Deze Haman was een zoon van Hammadatha, een Agagiet. Er zijn theologen, die menen, dat Haman afkomstig was van Agag, koning der Amalekieten.

 Deze Haman heeft het nogal hoog in de bol, want alle mensen moeten zich voor hem buigen en knielen. Maar Mordechai vertikt dat en dat staat Haman natuurlijk helemaal niet aan.

 Hij zint dan op wraak, maar hij wil niet alleen Mordechai straffen, maar het hele volk van Israël.

 En listig bedenkt hij dan iets, waardoor hij alle Joden kan uitroeien.

 Maar eerst moet er nog geloot worden om het juiste tijdstip daarvoor te bepalen. Elke maand werpt men het lot, te beginnen in de eerste maand, de maand Nisan2) en te eindigen in de twaalfde maand, de maand Adar3).

 Dat werpen van het lot was een heidens, Perzisch bijgeloof om een bepaald tijdstip te bepalen. Het lot wijst dan pas in de twaalfde maand een geschikte dag aan.

 Haman klaagt de Joden dan bij de koning aan en dringt er op aan, hen uit te roeien, waarmee de koning instemt.

 Toen zeide Haman tot koning Ahasveros: Er is één volk, dat verstrooid en afgezonderd leeft onder de volken in al de gewesten van uw koninkrijk en zijn wetten verschillen van die van alle volken, maar de wetten van de koning volbrengt men niet, zodat het de koning niet betaamt het met rust te laten. - Esther 3:8 -
De koning geeft dan volmacht aan Haman en er wordt een rondschrijven naar de bestuurders van alle gewesten verzonden.

 Als dit Mordechai ter ore komt, scheurt hij zijn kleren en hult hij zich in zak4) en as. En zo nadert hij, luid jammerend, tot voor de poort des konings.

 Overal in het land zijn de Joden in diepe rouw.

 Als een en ander Esther ter ore komt, schrikt zij en stuurt iemand met kleren naar Mordechai, die hij echter weigert aan te nemen.

 Zij stuurt dan haar bediende Hatach naar Mordechai om te horen wat hem zo bedroeft. Mordechai vertelt dan aan Hatach de reden van zijn droefenis en geeft hem een afschrift van het bevel des konings mee. Ook laat hij Hatach tegen Esther zeggen, dat zij naar de koning moet gaan om te proberen het onheil af te wenden.

 Dat is echter niet zo eenvoudig. Als Esther zonder ontboden te zijn naar de koning gaat riskeert zij zelfs de doodstraf, want het is niemand toegestaan ongevraagd naar de koning te gaan, zelfs zijn eigen vrouw niet.

 Esther aarzelt dan ook om het verzoek van Mordechai in te willigen. Maar Mordechai blijft aandringen. Hij zegt, dat het misschien Gods bestiering geweest is, dat zij de vrouw van Ahasveros werd om in deze aangelegenheid redding te bieden aan het joodse volk.

 Uiteindelijk stemt Esther toe.

 Nu was het zo, dat niet ieder, die ongevraagd naar de koning ging gedood werd. Het kon ook gebeuren, dat de koning zo iemand gunstig bejegende. Hij toonde dit dan door die persoon zijn gouden scepter toe te steken.

 Esther gaat dan in de binnenste voorhof staan tegenover de koningszaal, waar de koning op zijn troon zit.

 De koning ziet Esther en zij wint zijn genegenheid. De koning reikt haar de gouden scepter toe. Esther nadert dan en raakt de punt van de scepter aan.

 Haar leven loopt dan geen gevaar meer.

 De koning vraagt dan wat de reden van de komst van Esther is. Ze mag haar wens kenbaar maken en al is het de helft van het koninkrijk, het zal haar gegeven worden.

 Esther nodigt dan de koning met Haman aan haar feestdis. De koning laat meteen Haman roepen en samen gaan ze bij Esther aan tafel.

 Aan het eind van de maaltijd, als de wijn5) ingeschonken is, vraagt de koning opnieuw naar de wens van Esther. Maar Esther durft nog niet goed en vraagt de koning en Haman de volgende dag opnieuw aan haar feestdis te verschijnen.

 De koning stemt daarmee in.

 De daaropvolgende nacht kan de koning niet slapen.

 Hij laat zich dan voorlezen uit de kronieken der Perzen. Als ze dan lezen over de beraamde aanslag door Bigtan en Teres, die werd verijdeld door Mordechai, vraagt de koning, welke beloning Mordechai daarvoor heeft ontvangen.

 Als hij dan hoort, dat daar geen beloning voor is gegeven, besluit hij daar alsnog wat aan te doen.

 Haman is juist in de voorhof. Hij wil de koning vertellen van zijn plannen met Mordechai. Hij had intussen namelijk een hoge paal opgericht en daar wil hij Mordechai op spietsen.

 Koning ahasveros laat Haman dan direct bij zich roepen en stelt hem een vraag.

 "Zeg Haman," zegt hij, "ik wil iemand een grote eer bewijzen. Wat raad je me aan om te doen?"

 Haman denkt natuurlijk meteen, dat de koning hem, Haman, bedoelt. Aan wie zou de koning anders eer willen bewijzen?

 "Nou Majesteit," antwoordt Haman, "ik zou zo iemand een koninklijk kleed aantrekken en hem op het paard van de koning zelf plaatsen, met op het hoofd van dat paard een koninklijke kroon. En één van de vooraanstaanden des ko- nings moet dat paard dan aan de teugel leiden en al voortgaand roepen: Zo wordt gedaan aan de man, aan wie de koning eer wil bewijzen."

 "Dat is een goed idee!" roept de koning verheugd. "Een heel goed idee zelfs! Ga onmiddellijk naar buiten en haal de Jood Mordechai. Trek hem een konink- lijk kleed aan, zet hem op mijn paard. Plaats een kroon op het hoofd van dat paard en dan mag jij zelf dat paard aan de teugel leiden en al voortgaand roepen: Zo wordt gedaan aan de man, aan wie de koning eer wil bewijzen."

 En er zit voor Haman niets anders op, dan te doen wat de koning hem opdraagt.

 Daarna haast Haman zich diep treurig naar huis. Razend is hij!

 Maar veel tijd om treurig en razend te zijn heeft hij niet, want die dag wordt hij aan het feestmaal van koningin Esther verwacht.

 En daar krijgt hij een tweede klap te verwerken. Een klap, die hij niet zal overleven.

 Net als de dag daarvoor, vraagt de koning naar de wens van Esther als de wijn geserveerd is.

 En dan vertelt Esther aan de koning van de plannen om alle Joden uit te roeien. Ze maakt de koning ook duidelijk, welk een geldelijk gemis dat voor de koning zal zijn.

 Ahasveros vraagt dan aan Esther van wie die boze plannen afkomstig zijn. De koning heeft daar natuurlijk geen weet van, want hij had aan Haman zijn ze- gelring en volmacht gegeven.

 Esther zegt dan, dat Haman die man is.

 En Esther zeide: Een verdrukker, een vijand, Haman, die booswicht daar. Toen verschrok Haman van wege het gelaat des konings en der koningin. - Esther 7:6 -
Diep geschokt en kokend van woede verlaat de koning dan de tafel en begeeft zich in de tuin van het paleis.

Haman blijft binnen en smeekt Esther om het behoud van zijn leven. Hij werpt zich neer op rustbed6) van Esther.

 Dan komt de koning weer binnen. "Wel verdraaid!" roept hij. "Ook nog de koningin geweld aandoen? En dat nog wel in mijn eigen paleis?"

 En dan wordt het hoofd van Haman omwonden, want bij de Perzen was het gebruikelijk, dat iemand die bij de koning in ongenade was gevallen, niet langer waardig werd bevonden de koning nog te zien.

 En dan wordt Haman opgehangen aan de galg, die hij voor Mordechai bij zijn huis had opgericht.

 Esther vertelt dan ook aan de koning, wat haar familierelatie met Mordechai is. De koning geeft het huis van Haman aan Esther.

 En Mordechai komt dan hoog in aanzien. In de oude vertaling staat: Mordechai kwam voor het aangezicht des konings. Daarmee wordt bedoeld, dat hij voortaan deel uitmaakte van de vorsten, die dagelijks bij de koning kwamen. En de zegelring, die de koning van Haman had teruggenomen, gaf hij nu aan Mordechai.

 En opnieuw wendt Esther zich tot de koning, met het verzoek de wetten, waarin Haman had bepaald, dat alle Joden uitgeroeid moesten worden, in te trekken.

 Dat doet de koning. En hij geeft Mordechai en Esther ook toestemming om nieuwe wetten uit te vaardigen ten gunste van de Joden.

 De schrijvers van de koning worden dan ontboden en een rondschrijven wordt gestuurd naar alle Joden en stadhouders en landvoogden en vorsten van honderdzevenentwintig gewesten.

 De Joden kregen toen veel macht en ze richtten onder hun vijanden een slachting aan. In de stad Susan werden vijfhonderd man gedood en ook de tien zonen van Haman werden omgebracht. Dit gebeurde op de dertiende dag der maand Adar7). Op de veertiende dag werden nog eens driehonderd man gedood. Dit doden gebeurde zonder dat de bezittingen der doden geroofd werden.

 Op de vijftiende dag werd gerust.

 En Mordechai, die intussen steeds machtiger werd, stuurt dan een schrijven naar alle Joden, waarin hij hen opdraagt jaarlijks op de veertiende en vijftiende dat van de maand Adar feest te vieren, het Purimfeest.

 Men noemt die dagen 'Purim', naar het woord pur, dat 'lot' betekent. Omdat Haman het lot geworpen had om een dag te bepalen, waarop de Joden uitgeroeid zouden worden.

 In het jaar daarop8) schrijft Esther, samen met Mordechai, nog eens een dergelijke brief om de eerste te bekrachtigen.

 En Mordechai wordt steeds machtiger, zijn positie is direct onder de koning.

 Want de Jood Mordechai was de eerste na koning Ahasveros; hij was in aanzien bij de Joden en bemind bij de menigte van zijn broederen, want hij zocht het goede voor zijn volk en sprak tot heil van al zijn volksgenoten. - Esther 10:3 -
Alle grote daden van Ahasveros, alsook een nauwkeurig bericht over de grootheid, waartoe de koning Mordechai verheven heeft zijn geschreven in het boek der kronieken der koningen van Medië9) en Perzië10).

  Een aanvulling

 1) Koning Ahasveros (Achásjwerôsj) regeerde over honderdzevenentwintig gewesten. Het schijnt, dat hij in de Griekse geschiedenis Xerxes genoemd wordt, de zoon van Darius Hystaspis. Maar anderen menen weer, dat hij Cambyses was, de zoon van Cyrus.
 Zijn naam is in het Hebreeuws Achaschverosch, ook wel genoemd Assuërus (zie de aantekening bij Ezra 4:6 in de Statenbijbel)
 2) Die maand viel gedeeltelijk in onze maand maart en gedeeltelijk in april.

 3) Adar is een Syrisch of Chaldeeuws woord. Deze maand viel gedeeltelijk in onze maand februari en gedeeltelijk in maart.

 4) Met zo'n zak wordt een treurkleed gedoeld, dat hij met as bestrooit.

 5) Het schijnt, dat men bij de Perzen de wijn pas na de maaltijd inschonk. Tijdens de maaltijd zelf dronk men water. De koning dronk dan gekookt water uit de rivier Choaspe.

 6) Dit was een soort ligbank, waarop men tijdens de maaltijd lag, naar het gebruik bij de Perzen en andere volken. Zo heeft ook Christus met zijn discipelen aan tafel gelegen, niet gezeten (zie Mattheüs 26:20).

 7) Zie boven achter 3).

 8) Zie de aantekening in de Statenbijbel bij Esther 9:29.

 9) Medië was in de oudheid een land tussen de bovenloop van de Tigris en het zuidwestelijke deel van de Kaspische Zee. Het werd bewoond door Perzische stammen en was tot het midden van de 8e eeuw v.C. aan Assyrië onderworpen. Begin 7e eeuw v.C. is het land onder één gezag geplaatst door Kyaxares, die een eind maakte aan het Assyrische rijk en zijn gebied in noordwestelijke richting uitbreidde tot Hallys in 585 v.C.
 Omstreeks 511 v.C. werd het Medische rijk ten val gebracht door de Perzische koning Kyros II.
 Kyaxares was koning van Medië ongeveer van 625-585 v.C. Hij veroverde grote gebieden op de Skythen, Assyriërs en Lydiërs.
 Koning Kyros II is een bekende voor ons, want het is dezelfde als Kores of Cyrus, stichter van het grote Perzische wereldrijk. Hij onderwierp Medië, Lydië en Babel en liet de joodse ballingen naar hun land terugkeren.
 Zie het Tweede boek der Kronieken en het boek Ezra.

 10) Perzië was het huidige Iran.

 Het boek Eshter is genoemd naar de hoofdpersoon van het verhaal, de Joodse vrouw Ester.
In de Joodse traditie hoort het boek Ester bij de vijf Feestrollen (Megilot). Het verhaal vertelt hoe het Joodse poerimfeest is. Het woord poerim is afgeleid van het Hebreeuwse woord poer (lot). Dat woord komt in dit boek voor in hoofdstuk 3:7 en 9:24. Het boek speelt zich af in Perzië (een rijk dat ongeveer in het gebied lag van het tegenwoordige Iran). Je hoort over de moeilijke positie van de Joden die buiten Judea wonen.
Eerst dreigt het Joodse volk vernietigd te worden. Maar dan lukt het ze om zich van de onderdrukkers te bevrijden.

Herhaling
Je ziet in het boek Ester allerlei omkeringen. Het volk dat eerst met de dood wordt bedreigd, wordt later overwinnaar. Haman, die eerst een hoge positie heeft en wil dat de Jood Mordechai voor hem buigt, moet later zelf buigen voor Mordechai. En hoewel Haman wil dat Mordechai ter dood gebracht zou worden, wordt hij uiteindelijk zelf gedood.
Bij het lezen van het boek zul je zien dat ook herhaling belangrijk is. Zo worden er steeds maaltijden gehouden. Let maar eens op wat daar allemaal gebeurt. Ook zie je dat er een aantal bevelschriften in voorkomt.



Voor de naam Esther zoals deze in de Hebreeuwse tekst voorkomt zijn verschillende verklaringen gegeven. De naam is waarschijnlijk afkomstig van het Perzische ستاره setareh, en betekent dan "een ster" (in het Sanskriet: Sitara, stara of tara). Ook wordt wel verband gelegd met het werkwoord str, dat verbergen of verspreiden betekent: de naam zou dan iets als verborgen of ik zal mij verbergen kunnen betekenen.

 Het boek bestaat uit verscheidene delen. De eerste tien hoofdstukken zijn in het Hebreeuws geschreven en worden zowel door protestanten als rooms-katholieken als canoniek erkend. De hiernavolgende hoofdstukken (de Toevoegingen op Ester) zijn in het Grieks geschreven, en zijn zowel in de Septuaginta alsook in de rooms-katholieke Bijbels opgenomen, maar worden door de protestanten als apocrief gezien. Maarten Luther beschouwde zelfs het gehele boek als dusdanig.

Ontstaan en auteurschap
 Over het auteurschap van het boek Esther heeft altijd veel onzekerheid bestaan. De Talmoed, in Baba Bathra 15a, wijst het aan de grote synagoge toe, Titus Flavius Clemens in Alexandrië aan Mordechai, en Augustinus aan Ezra.

 In deze varianten wordt er vanuit gegaan dat het verhaal redelijk kort na het gebeuren op schrift is gesteld. Moderne onderzoekers plaatsen het verscheidene generaties later, en wijzen het toe aan anonieme bronnen rond 150-130 v.Chr..

 Het verhaal in het boek Esther speelt ten tijde van Xerxes I (in het Grieks); Perzisch: Khshayarsha; Hebreeuws: Ahasuerus), de Perzische koning (486-465 v.Chr.) die de oorlogen van zijn voorganger tegen de Grieken voortzette; in 480 v.Chr. versloegen de Grieken zijn leger in de Slag bij Salamis, en in 479 v.Chr. zijn marine in de Slag bij Plataeae, waarna Xerxes zijn pogingen om Griekenland te veroveren opgaf. Dit betekende het einde van het Perzische rijk als de overheersende macht in het Midden-Oosten.

 Het boek bevat zekere gegevens die er op wijzen dat het een aantal generaties later geschreven is, namelijk:

 Dat Esther in Babylon geboren werd en door Mordechai verder opgevoed werd toen ze wees was geworden;
Een impliciete suggestie dat Susa niet langer de hoofdstad was (hoofdstuk 1:2);
Van Mordechai wordt vermeld dat hij uit Jeruzalem is weggevoerd met Jechonia door Nebukadnezar. Dit vond plaats in 597 v.Chr., zo'n 110 jaar eerder;
Xerxes' vrouw aan het eind van de jaren 480 was Amestris, een dochter van een van zijn generaals;
Het is niet goed voorstelbaar dat Haman wetend dat Mordechai een Jood was, dit niet van Esther geweten heeft;
Esther 10:3 roemt Mordechais weldaden aan zijn volk, en het is niet aannemelijk dat hij dit zelf heeft opgeschreven;
Het is niet goed voorstelbaar dat Vasthi's weigering op het feest tot een vrouwenopstand in het rijk zou leiden;
De Elamieten waren een volk geweest met hoofdstad Shushan, en hun traditionele vijand was Babel. Elam werd verslagen (in 640 v.Chr.) door de Assyriërs. Hun campagne tegen de Elamieten betekende de tijdelijke redding van het koninkrijk Juda. Maar tegelijkertijd kwamen zij ook zo verzwakt uit deze strijd dat Assyrië door Perzië ingenomen werd. Darius I bouwde Susa waar Shushan gestaan had. Tegen de tijd dat Esther werd geschreven, was de buitenlandse macht aan de horizon het Macedonië van Alexander de Grote. Deze zou het Perzische rijk een 150 jaar na het verhaal van Esther verslaan. Hierom noemt Xerxes Haman ook een Macedoniër in plaats van een Amalekiet, die eerder de vijanden van de Joden waren geweest (in de toevoegingen, hoofdstuk 16:10,14);
een uitleg van Perzische gebruiken impliceert dat deze gebruiken niet langer bij de lezer bekend zijn (hoofdstuk 1: 13, 19; 4: 11; 8: 8);
De wraakzuchtige houding van de Joden tegenover de heidenen;
Woorden en uitdrukkingen die op een latere datering wijzen.
Op grond van deze en andere argumenten concluderen veel moderne kenners dat Esther verscheidene generaties later geschreven is, mogelijk rond 130 v.Chr., toen de historische feiten niet meer helder waren.

 Orthodoxe uitleggers houden vast aan een historische interpretatie van het boek. Zij zien naast de verklaring van de oorsprong van het Poeriemfeest ook Gods beschermende hand over het Joodse volk als boodschap. Enkele van hun argumenten voor een datering uit de tijd van Mordechai of spoedig daarna zijn:

 De gebruikte taal behoort tot de periode van de Perzische overheersing. Het wordt gekenmerkt door oude Perzische woorden, die tegen de tweede eeuw voor Christus in onbruik geraakt zijn, en waarmee de vertalers van de Septuaginta blunderden.
Esther 10:2 vraagt: "Zijn zij niet geschreven in het boek van de kronieken van de koningen van Medië en Perzië?" M.a.w., de kronieken zijn nog te raadplegen, dus Perzië bestaat nog (332 v.Chr.: Alexander de Grote verslaat Perzië);
Het woord "die" in Esther 2:6 slaat op Mordechais grootvader, dus Mordechai is niet als kind weggevoerd. Een belangrijk argument voor latere datering vervalt hiermee;
Het opsommen van details in namen wijst op authenticiteit;
De grote kennis van Perzische gewoonten zoals deze uit het boek blijkt (bijvoorbeeld het gebruik van wit en blauw als de nationale kleuren van Perzië); Een ander voorbeeld is het feest waarop Vasthi verstoten werd: de wedergeboorte van de zon werd gevierd met een spectaculair feest met wijn, vrouwen en zang.
Dat niet het goed voorstelbaar zou zijn dat Haman wetend dat Mordechai een Jood was, dit niet van Esther geweten zou hebben, zoals hierboven wordt gesteld, is bijzonder zwak. Het boek Ester beschrijft namelijk hoe Ester constant weigerde haar afkomst te vertellen. Dat Mordechai behalve haar pleegvader ook haar neef was, was niet bekend.

Inhoud
 De koning en Haman worden door Esther uitgenodigd (Rembrandt)
 Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details van de plot en/of de afloop van het verhaal.
 Koning Ahasveros/Xerxes is gehuwd met Vasthi, en deze weigert tijdens een feest aan de verzamelde gasten haar schoonheid te tonen, waarop zij door de koning verstoten wordt (484 v.Chr.). Mordechais nicht Hadassa wordt uit een groot aantal kandidates door de koning gekozen als zijn nieuwe vrouw. Zij krijgt de Perzische naam Esther (480 v.Chr.).

 Mordechai, die in de poort van de koning werkt, ontdekt dat twee hovelingen een aanslag tegen de koning beramen. Hij meldt dat en de samenzweerders worden ter dood gebracht.

 De minister Haman (een Amalekiet) maakt zch kwaad omdat de Jood Mordechai niet voor hem buigt. Hij laat een wet uitvaardigen waarin staat dat het hele Joodse volk uitgeroeid moet worden, en wel op een door het lot bepaalde datum. Haman realiseert zich niet dat Esther ook tot dit volk behoort.

 Op aandringen van Mordechai probeert Esther in te grijpen. Ze neemt het risico dat ze ter dood veroordeeld wordt omdat ze ongevraagd bij de koning komt (in de Septuagint wordt dit heel levendig beschreven). Ze nodigt de koning en Haman uit voor de maaltijd. Tijdens de maaltijd vraagt de koning wat Esthers wens is, maar Esther beantwoordt die vraag niet direct. In plaats daarvan vraagt ze de koning en Haman de volgende dag weer bij haar te komen eten.

 Haman is de verdere dag in een vrolijke stemming. Hij heeft een belangrijke functie en hij is zelfs twee keer door de koningin te eten gevraagd! Hij blijft zich echter ergeren aan de Jood Mordechai, die niet voor hem buigen wil. Hoewel hij al geregeld heeft dat het hele Joodse volk wordt uitgeroeid, besluit hij, op aandringen van zijn vrouw, een paal gereed te maken om Mordechai aan op te hangen. Hij zal de koning de volgende ochtend vragen om het vonnis te bekrachtigen.

 Die nacht kan de koning niet slapen en hij laat zich de kronieken voorlezen. Zo wordt hij eraan herinnerd hoe Mordechai enige tijd geleden een aanslag had verijdeld, en dat hij daarvoor nooit beloond is. De koning vindt dat dat verzuim moet worden goedgemaakt. 's Morgens komt Haman bij de koning, hij wil de koning goedkeuring vragen voor het doodvonnis van Mordechai, maar voordat Haman aan het woord komt spreekt de koning - en hij zegt dat Mordechai een beloning moet ontvangen. Het spreekt vanzelf dat Haman zijn plannen nu voor zich houdt.

 Als de koning en Haman die middag weer bij Esther de maaltijd gebruiken en de koning weer vraagt wat Esther wenst, antwoordt Esther dat haar volk uitgeroeid moet worden, volgens een wet die Haman heeft geschreven. De koning laat Haman ophangen aan de paal die hij voor Mordechai had bedoeld, en hij stelt Mordechai aan als minister in plaats van Haman.

 Rest nog de uitgevaardigde wet, die onmogelijk ingetrokken kan worden. Mordechai lost dit op door de Joden overal toe te staan zich te verzamelen en te verdedigen.

 Dit laatste vormt de oorsprong van het joodse poeriemfeest. Zie: Joodse feesten.

Thema
 De interpretatie van het verhaal hangt sterk samen met de vraag naar het auteurschap en de visie van de commentator. Vrijwel alle commentatoren zijn het er over eens dat de auteur de herkomst van het poeriemfeest wilde verklaren.

 Enkele 'moderne' opvattingen:

 "Vasthi" was de naam van de voornaamste Elamitische godin. "Esther" is Aramees voor "Ishtar", de belangrijkste Babylonische godin, en "Hadassa" is afgeleid van het Babylonische woord voor "bruid", een van Ishtar's titels. "Mordekai" zou de Hebreeuwse vorm zijn van "Mardoek", de Babylonische' hoofdgod. "Haman" komt van "Hamman", de naam van de Elamitische oppergod, en "Zeres" is evenzo de naam van Hamman's goden-vrouw "Kirisha". Het boek Esther is dus een allegorie voor de Babylonische overwinning op "Elam", waarin de Babylonische goden de Elamitische goden in Shushan vervangen. Ze brengen de geest van de tijd tot uitdrukking waarin het geschreven werd, een tijd waarin de Joden weer een onafhankelijk koninkrijk vormden na generaties van bittere vervolging.
Verscheidene auteurs hebben het als een geromantiseerd verhaal beschouwd.
John Levenson ziet in zijn commentaar op Esther in 1997 het boek als een novelle, en analyseert de literaire structuur van het boek. Hij concludeert dat het is opgebouwd rond het banketmotief. De boodschap van het boek beschouwt hij vanuit meerdere gezichtspunten.
Adele Berlin gaat er in haar in 2001 verschenen commentaar op het boek Esther van uit dat het boek bedoeld is als humoresk. Hiervoor voert zij met name het volgende bewijsmateriaal aan:
de vele humoristische elementen in het boek (zie bijvoorbeeld Raddays Esther with Humor) (bijvoorbeeld hoofdstuk 7:8)
de huidige carnavaleske/vrolijke viering van het feest;
de boekrol ziet geen probleem in geweld, gemengde huwelijken, niet-koosjere maaltijden - dit past in een fictieve komedie;
de cliché-achtige karakters in het verhaal.

Relaties met andere boeken/apocriefen
 Esther is het enige Bijbelboek waarin de naam van God niet genoemd wordt. Latere schrijvers hebben getracht dit euvel te verhelpen door enkele toevoegingen. In de Griekse vertaling, de Septuaginta, werden deze toevoegingen opgenomen. In de Latijnse vertaling, de Vulgata, de officiële vertaling van de katholieke kerk, zijn deze toevoegingen ook opgenomen. Volgens de rooms-katholieke opvattingen behoren de toevoegingen dus tot de canon van de Bijbel en hebben leergezag. De protestanten noemen deze toevoegingen apocriefen, wat wil zeggen: "niet tot de canon behorend", en de toevoegingen hebben dus geen leergezag. De toevoegingen werden vroeger tussen de andere teksten ingevoegd, in latere uitgaven gebundeld tussen het Oude en Nieuwe Testament. In de Nieuwe Bijbelvertaling is een versie met én een versie zonder apocriefen uitgegeven: in de protestantse visie is uitgave van canonieke en apocriefe boeken in één band niet aan de orde.

Een uitgebreid overzicht van de inhoud

 Ester 1
 Het boek bijbelboek Ester is meer dan een spannend verhaal. Houd Genesis 3:15 bij het lezen steeds voor de aandacht. Gods volk van toen werd aangevallen door de duivel en zijn handlangers. Maar God houdt zijn belofte!
 Koning Ahasveros richt een feestmaal aan voor zijn hoge functionarissen. Als de wijn royaal heeft gevloeid, moet koningin Wasti maar eens laten zien hoe mooi ze is. Begrijpelijk dat ze dit weigert. De koning voelt zich genomen. Zo’n koningin geeft een slecht voorbeeld aan de andere vrouwen. Dus moet ze vernederd. De man zal haar heer en meester blijven (22).
 Maar gaat het dan wel goed?

 Ester 2: 1 - 11
 Koning Ahasveros ontwaakt uit zijn roes en ontdekt dat hij Wasti onherroepelijk kwijt is als koningin. Hier moet wat aan gedaan. Mooie meisjes worden geronseld. Zo ging dat toen in Perzië… Onder hen is Hadassa, de pleegdochter van de Jood Mordechaï.
God heeft dat meisje gezegend met uiterlijke schoonheid. Die gaat ergens toe dienen. Het volk Israël is een bijzonder volk. Via deze natie gaan Gods heilsbeloften schitteren. Lees maar door.
 Mordechaï is in staat de stand van zaken rond het koninklijke hof te volgen. Wat gaat er met zijn mooie 'mirt' (betekenis van de naam Hadassa) gebeuren? Hoe gaat de God van Israël hier handelen?

 Ester 2: 12 - 23
 Hadassa of te wel Ester (=ster) - die naam zal ze aan het hof gekregen hebben - maakt indruk op de koning. Ze straalt van nature (zie het slot van vers 15). Zij ontvangt de kroon en mag de plaats van Wasti innemen. Zo leidt God haar levensweg. De betekenis daarvan komt later aan het licht.
 Mordechaï ontdekt een samenzwering. Vorsten hadden toen veel vijanden. Rijkdom en macht wekken altijd afgunst. Hij slaagt erin om dat verraderlijke plan door te geven aan Ester. Zò komt de koning het te weten. De twee samenzweerders - Bigtan en Teres, behorend tot de  paleiswacht - worden ter dood veroordeeld. De kronieken leggen het vast voor later.

 Ester 3
 Hamans ster aan het koninklijke hof stijgt. De koning zet hem boven alle anderen. Voor hem moet ieder knielen. Mordechaï weigert. Waarom? Dat niet knielen valt natuurlijk op en komt ook Haman ter ore. De man kan dat niet hebben en zint op wraak. Buigt die Jood Mordechaï niet voor mij, nu dan zal ik heel dat vreemde volk (8) treffen.
 Hier komt de duivel naar voren sluipen. Dat aparte volk moet weg van de aardboden. Dè Redder uit die natie mag er niet komen (Gen. 3:15!).
 De plannen worden gesmeed. Na heel wat geharrewar - Haman moet bijna een vol jaar zijn woede inhouden - wordt bepaald dat het eindvonnis over heel het joodse volk op de 13 de van de 12 de maand zal uitgevoerd worden. Er dreigt groot onheil. Geen wonder dat de stad Susan waar veel Joden wonen in rep in roer raakt.

 Ester 4
 De spanning stijgt. Mordechaï ziet de ernst van de tijd. Ester moet met spoed op de hoogte gebracht. Het vreselijke plan van Haman raakt ook haar! Ze komt secuur alles aan de weet (5vv.). Mordechaï draagt haar op om de koning om genade te smeken. Ester beseft daarvan het risico. Geen mens mag ongeroepen bij de koning komen. Alleen als de vorst bij zo’n plotselinge ontmoeting je de gouden scepter toe steekt, overleef je dat. O, wat spannend.
 Dan zegt Mordechaï: 'Wie weet ben je juist koningin geworden met het oog op een tijd als deze' (14).
Dit geeft Ester –en ons!- te denken. Alleen… het gaat langs het scherp van de schede. Vasten past zeker hier. Omkeer tot God is echt nodig.

 Ester 5  Een riskant etentje
Ester raapt alle moed bij elkaar, kleedt zich in koninklijke statie en begeeft zich naar de binnenste voorhof van het koninklijk paleis. Daar wacht ze met bonzend hart tot Koning Ahasveros haar ziet, met in haar gedachten de woorden van Oom Mordechai: “Wie weet ben je juist koningin geworden met het oog op een tijd als deze” (4:14). Ze weet dat alle Joden in Susa met haar meeleven. Ze is bereid om voor haar volk te sterven, als het moet (4:16-17). Het gaat om de redding van haar volk uit de handen van Haman, de Amalekiet. En: de HERE zelf is met haar! Ook al wordt zijn Naam in het hele boek niet genoemd, Hij is voortdurend aanwezig. Dat geeft haar moed.
  De koning is in een goede bui (uit de algemene geschiedenis weten we dat deze man heel nukkig kon zijn en er niet voor terugschrok om wie ook maar hem in de weg stond zonder vorm van proces te laten ombrengen). Hij is blij Ester te zien en wil haar alles wel geven. Op haar uitnodiging om bij haar te komen eten, samen met Haman, gaat hij meteen positief in. Hij heeft natuurlijk wel door dat Ester ergens heel erg mee zit. Maar, als zij er nog niet aan toe is om hem dat te vertellen, neemt hij ook de tweede uitnodiging aan. Morgen zal Ahasveros het horen. Afgesproken. En Haman, jodelend van plezier gaat hij naar huis en blaast zichzelf nog wat extra op. Alleen, die vervelende Mordechai vergalt hem zijn vreugde. Hangen zal hij. Ester slaakt een zucht van verlichting: tot zover is alles goed gegaan.

 Ester 6 Koninklijke eer voor … Mordechai
 Zou Ahasveros zich ongerust maken over zijn vrouw Ester? Hoe dan ook, hij kan niet slapen en laat zich voorlezen uit de koninklijke annalen. Hoe komt het zo uit: de koning hoort hoe Mordechai eens zijn leven heeft gered en hij wil hem daarvoor alsnog onderscheiden. En dat terwijl Haman zich juist bij hem aandient om hem toestemming te vragen voor Mordechai’s  executie. Het kan toch niet anders: God zelf heeft de regie van dit spel in handen. Hij gaat nu definitief afrekenen met Amalek, dat altijd al zijn verbondsvolk met de dood bedreigde.
“Wat moet er gedaan worden als de koning iemand eer wil bewijzen?” Haman – in de waan dat hij natuurlijk de man is die die koninklijke eer gaat krijgen – schildert spontaan de koning – en zichzelf! – een prachtig evenement voor ogen. Hij haalt echt alles uit de kast en ziet zichzelf al rondrijden als de koning zelf, helaas maar voor even. Maar dan komt de vreselijke dreun: “Doe dat met de Jood Mordechai!” Met nadruk zegt de koning: “Laat niets van wat u hebt voorgesteld achterwege.” O, wat een ontstellende vernedering voor Haman. Zijn aartsvijand krijgt koninklijke eer. En hij is zijn dienaar. “Je zult het volledig van hem verliezen,” voorspellen zijn vrienden hem. Hij hoeft nu natuurlijk niet meer bij de koning aan te komen met zijn moordplan. En voor het feestmaal bij Ester is hij echt niet meer in de stemming.

 Ester 7  De executie van Haman
 Weer eten Ahasveros en Haman bij Koningin Ester. Ahasveros ontspannen en vrolijk, bereid om Ester te plezieren; Haman boos en bitter, tot in het diepst van zijn ziel vernederd; Ester, hypernerveus maar vastberaden. Wanneer de koning opnieuw vraagt wat haar wens is, stort Ester haar hart uit, zonder angst voor de mogelijke gevolgen: “Mijn volk en ik zijn ten dode opgeschreven.” Hoe dit voor haarzelf afloopt, het deert haar niet. Als haar volk maar gered wordt.
“Wie is die man?” vraagt de koning. Ester, zonder vrees, geeft antwoord: “Die ellendeling daar, Haman!” De koning loopt de tuin in om na te denken. Zou hij zich echt niet meer herinneren hoe hij Haman vrij spel gegeven had tegen het volk van Ester (3:10-11)? Maar hoe kan hij nu Hamans misdadige plan verijdelen? Als hij bij terugkomst Haman aan Esters voeten ziet liggen, gaat hij door het lint. Het is afgelopen met Haman: hij wordt opgehangen aan de paal die voor Mordechai bestemd was. In een paar uur tijd is een eind gekomen aan een eeuwenlange strijd van Amalek tegen Israël: Gods profetie is vervuld.

 Ester 8: 1 - 8  Onherroepelijke ommekeer
 Ineens zijn de rollen omgekeerd: Ester krijgt van de koning Hamans bezittingen cadeau, Mordechai ontvangt Hamans positie. Met de zegelring van de koning aan zijn vinger heeft hij nu het hele koninkrijk in zijn hand en kan hij zijn volk redden van de ondergang. De koning zelf geeft zijn fiat: “Wat geschreven is in naam van de koning en verzegeld met de zegelring van de koning, kan niet worden herroepen.” Dat gold voor de uitroeiïngswet van Haman. En dat zal ook gelden voor het tegenbevel van Mordechai. Zo laat God de kansen keren voor zijn volk Israël. Na vroeger de redding uit Egypte, nu de redding van Amalek. Redding uit de klauwen van de duivel (beide landen zijn symbool van de slang).
 
 NB, de positie van Haman als adviseur van de koning moet niet worden onderschat (vgl Achitofel en Husai, adviseurs van David; ook: de wijzen van de farao in Mozes’ dagen). Haman kan worden beschouwd als sacraal leider, tovenaar, hogepriester, die het contact met de goden onderhoudt. Het zou me niet verbazen, als hij – immers in Perzië – een expert in de astrologie is geweest. In de plaats van deze ‘heiden’ komt nu de Jood Mordechai, lid van Gods verbondsvolk. Inderdaad een grote ommekeer, alleen al in sfeer en instelling. Ahasveros was er op zijn minst tevreden mee.

 Ester 8: 9 - 17 Redding voor de Joden en de volken
 Mordechai laat er geen gras over groeien. Meteen na de grote verandering laat hij een bevelschrift schrijven en per expresse toesturen aan alle 127 provincies van het Perzische rijk, in ieders eigen schrift en taal (net als destijds dat van Haman). Het bevel is niet voor misverstand vatbaar en er is niemand die het niet ontvangt. Ook de Joden, het doelwit van Hamans wet, krijgen het apart bezorgd (zij wonen immers verstrooid tussen de andere volken, behalve dan de Joden die naar Juda en Jeruzalem zijn teruggekeerd en daar de tempel hebben herbouwd). Zo roept Mordechai in naam van Koning Ahasveros de dreigende holocaust een halt toe. De Joden mogen zich met alle middelen verdedigen. Ze mogen – op 13 Adar – hun vijanden tot de laatste man doden en hun bezittingen buitmaken, uit zelfverdediging.
 Mordechai krijgt de hoogste eer. De stad Susa is opgetogen. De Joden zijn uitgelaten. Overal wordt feest gevierd. Meer nog: als gevolg van het tegenbevel van Ahasveros sluiten velen uit de andere volken zich bij de Joden aan. Ze zijn bang voor hun hachje. Om de dans te ontspringen worden zij Jood. De redding van de Joden betekent ook hun redding. Laat angst de volken drijven, het is God die dit allemaal bewerkt. Zo bereidt Hij de wereld van die dagen voor op de redding van de wereld die zal komen door zijn Zoon, de Heiland van de wereld.

 Ester 9: 1 - 19  Rust!
Op 13 Nisan (1e maand) – NB de dag voor Pesach, het feest van Israëls verlossing! – had Haman zijn dodelijke wet uitgevaardigd. Op 23 Siwan (3e maand) liet Mordechai het tegenbevel uitgaan. De maand Adar breekt aan (12e maand). De spanning stijgt ten top. Nog enkele dagen, dan gaat het gebeuren. Het? Wat?
 13 Adar, de fatale datum voor Gods volk. Tenminste, dat is de bedoeling. Maar nee, het omgekeerde gebeurt: “het waren juist de Joden die hun belagers in hun macht kregen.” De hele natie is bang, van laag tot hoog. De gouverneurs, de ambtenaren, ze steunen de Joden. Ze zijn allemaal beducht voor de invloed van Mordechai. Alle tegenstanders, onder wie de zonen van Haman, worden gedood. In totaal 75.000 mensen. De dag erna worden in de burcht van Susa nog meer tegenstanders geëxecuteerd, met de instemming van Koning Ahasveros. Hij staat volledig achter Ester en Mordechai en steunt de redding van hun volk, Gods volk.
 14 Adar, net als 14 Nisan: een dag van rust, van feestmalen en feestvreugde (voor de Joden in Susa: 15 Adar). Het wordt een jaarlijkse gedenkdag. Elk jaar weer vieren de Joden feest en sturen elkaar lekkernijen toe, omdat op 13 Adar God hun leven redde. Nee, dat was geen dag van brute wraak en grove plundering: alleen de misdadigers die nog steeds achter Haman stonden werden gedood. Hun bezittingen werden met geen vinger aangeraakt. Het ging alleen maar om redding, niet om verovering.

 Ester 9: 20 - 10: 3  Feest!
 Droefheid is veranderd in vreugde, rouw in feest. Op bevel van Mordechai wordt het ‘feest van de rust’ een vast gebruik onder de Joden. Er wordt ook een naam gekozen voor dit bevrijdingsfeest: Poerim, naar het woord poer (lot), omdat de Amalekiet Haman het lot had laten werpen om de Joden uit te roeien. Zo wordt de herinnering aan deze dagen levend gehouden, generatie op generatie. Ester zelf vindt dit zo belangrijk dat ook zij hierover ‘bindende voorschriften’ geeft.
 God heeft naar zijn volk omgezien en de dreiging weggenomen (vgl Ex. 2:23-25). De dreiging is veranderd in het tegenovergestelde: de Joden staan in hoog aanzien en worden overal geëerd. Mordechai, in zijn hoge positie pal onder de koning (vgl Jozef in Egypte), staat borg voor het welzijn van zijn volk. Zo wijst hij vooruit naar de Christus, de grote Pleitbezorger, die komen zal om de wereld definitief te redden van de allergrootste booswicht, de duivel zelf. Het boek Ester laat zien dat zijn dagen geteld zijn. Er is eeuwige rust op komst!

 Hieronder volgen nog enkele historische gegevens met betrekking tot de in het boek Ester beschreven gebeurtenissen.

 485 – 465 vC -Ahasveros (= Sasta I, Xerxes) regeert over Perzië, in de plaats van zijn vader Darius I (die de Joden toestemming gaf om verder te bouwen aan hun tempel, klaar in 516 vC). Ahasveros is een krachtig heerser die in staat is een groot rijk onder controle te houden, en daarnaast ook nog uit te breiden (hij valt Griekenland binnen). Hij is schatrijk, houdt graag grote feesten, is impulsief en bruut. Het voorstel van Haman past bij zijn temperament.
479 vC -Ester wordt gekozen tot koningin in de plaats van Wasti. Uit alles blijkt dat Ahasveros haar zeer waardeerde, evenals trouwens haar oom, Mordechai (Wasti wordt later als ‘koningin-moeder’ in ere hersteld door Ahasveros’ zoon en opvolger, Artasasta I (= Artaxerxes, 465-424 vC)).
474 vC -Haman beraamt zijn plan om de Joden uit te roeien. Dit plan wordt verijdeld door Ester en Mordechai. Op 13 Adar krijgen de Joden rust: het hele volk is hun welgezind, de tegenstanders worden uitgeschakeld. Sinds deze dag wordt jaarlijks op 14 en 15
458 vC -Adar het Purimfeest gevierd.
445 vC -Ezra gaat naar Jeruzalem (Ezra 7:6-9).
 Nehemia, in dienst van Koning Artasasta I, gaat naar Jeruzalem (Nehemia. 1-2).

Aanvulling: Vrouwen in de Bijbel

 Een missverkiezing in de bijbel, zo zou je het begin van het boek Ester wel kunnen noemen. De Perzische koning Ahasveros is op zoek naar een nieuwe vrouw en laat zijn personeel de mooiste meisjes selecteren. Ze krijgen eerst een langdurige schoonheidsbehandeling en vervolgens bepaalt de koning welk meisje hem het meeste bevalt. Uiteindelijk valt de schoonheid van Ester hem zo op, dat hij haar tot nieuwe koningin kroont.

De bekroning van een schoonheidverkiezing. Is dat nou het enige wat de bijbel over vrouwen te melden heeft? Als het aan de mannen ligt misschien wel. Want één ding is wel duidelijk: mannen hebben een groot stempel gedrukt op de bijbelse geschiedenis. Dat zie je vaak aan de manier waarop over vrouwen wordt gesproken: ze worden vaak voorgesteld als 'de vrouw van' en niet als onafhankelijk, vrij, mens. Maar toch betekent dat niet dat vrouwen in de bijbel altijd een ondergeschikte en onbelangrijke rol spelen. Juist niet eigenlijk! Als je goed leest, gaan je ogen open. Dan zie je dat het juist vrouwen waren die op alle cruciale momenten in het Oude en Nieuwe Testament opduiken.

Moeders
De vrouwen in de bijbelverhalen zorgen steeds voor nageslacht. 'Ja, hè hè', zul je zeggen. 'Wie anders?' Maar waar het in deze verhalen om gaat, is niet dat ze kinderen op de wereld zetten. De verhalen willen vaak zeggen: God brengt de vastgelopen geschiedenis weer op gang. Een weg die doodlopend lijkt te zijn, wordt via vrouwen weer geopend.

Dat lees je ook in het bijzondere verhaal van Ester. In de loop van het verhaal wordt Ester steeds zekerder van zichzelf en van de rol die ze mag spelen in de geschiedenis. Ze ziet dat de weg van het volk doodloopt, omdat alle Joden in het Perzische Rijk vermoord dreigen te worden. Het lijkt een hopeloze situatie. Maar dan staat Ester op en doet het onmogelijke: de koning aanspreken en vragen om het volk te sparen ... De geschiedenis van God met mensen gaat weer door! En weer dankzij het optreden van een moedige vrouw.

Vrouwen met een hoofdrol Oude Testament én  Nieuwe Testament

Eva: Gen. 3:20-4:1
  Vrouw zonder naam: Matt. 26: 1-14
 
 Sara(i): Gen. 11:29-23:20
  Elisabet: Luk. 1
 
 Mirjam: Ex. 15:20
  Maria: o.a. Luk.. 1 en 2
 
 Rebekka: Gen. 22:23-49:32
  Marta: o.a. Luk. 10:38-42
 
 Lea: Gen. 29:16-35:26
  Samaritaanse vrouw: Joh. 4:1-39
 
 Hagar: Gen. 16:1-21:21
  Dorkas: Hand. 9:36-41
 
 Noömi: Ruth 1-4
  Lydia: Hand. 16:15; 16:40
 
 Ruth: Ruth 1-4
  Febe: Rom. 16:1
 
 Chulda: 2 Kon. 22:15-20 en 2 Kron. 34:23-28
  
Hanna:1 Sam 1-2
  
Abigaïl: 1 Sam.25:1-44
  
Ester: Ester
  
Debora: Rech. 4 en 5

COMMENTAAR
BIJBELBOEK

OT


Genesis

Exodus

Leviticus
 

Numeri

Deuteronomium

Jozua
 
Richteren
 
Ruth
 
1 Samuël

2 Samuël
 
1 Koningen
 
2 Koningen
 
1 Kronieken

2 Kronieken
 

Ezra
 
Nehemia
 
Esther

Job

Psalmen

Spreuken

Prediker

Hooglied


Jesaja


Jeremia


Klaagliederen van Jeremia

Ezechiël

Daniël


Hosea

Joël


Amos


Obadja


Jona


Micha


Nahum


Habakuk

Zefanja

Haggaï

Zacharia

Maleachi

NT

Matthëus


Markus

Lukas

Johannes

Handelingen

Romeinen


1 Korinthiërs


2 Korinthiërs


Galaten

Efeziërs

Filippensen


Kolossensen

1Thessalonicensen

2Thessalonicensen

1 Timothëus

2 Timothëus

Titus

Filemon

Hebrëen

Jakobus

1 Petrus

2 Petrus

1 Johannes

2 Johannes

3 Johannes

 
Judas

Openbaring
 

 READ THE BOOK - THE BIBLE CHANGE YOUR LIFE

Deutsch
de
English en français fr italiano it Nederlands nl español es português pt Norsk no svenska sv Polski pl čeština cz Slovák sk Magyar hu român ro Български bg hrvatski hr Pyсский ru Türkçe tr عربي ar

       

Heer, wees mijn Gids

                              

INFO: DE WEG - DE WAARHEIDHET LEVENFILM - AUDIO


Wie zoekt zal vinden           


www Holyhome.nl

Boeiende Series :

Bijbelvertalingen
Bijbel en Kunst

Bijbels Prentenboek
Biblische Bildern
Encyclopedie
E-books en Pdf
Prachtige Bijbelse Schoolplaten

De Heilige Schrift
Het levende Woord van God
Aan de voeten van Jezus
Onder de Terebint
In de Wijngaard

De Bergrede
Gelijkenissen van Jezus
Oude Schoolplaten
De Zaligsprekingen van Jezus

Goede Vruchten
Geestesgaven

Tijd met Jezus
Film over Jezus
Barmhartigheid

Catechese lessen
Het Onze Vader
De Tien Geboden
Hoop en Verwachting
Bijzondere gebeurtenissen

De Bijbel is boeiend
Bijbelverhalen in beeld
Presentaties en Powerpoints
Bijbelse Onderwerpen

Vrede van God voor jou
Oude bijbel tegels

Informatie over alle kerken in Nederland: Kerkzoeker
 
Bible Study: The Bible alone!
L'étude biblique: Rien que la Bible!
Bibelstudium: Allein die Bibel!  

Materiaal voor het Digibord
Werkbladen Bijbelverhalen Bijbellessen
OT Hebreeuws-Engels
NT Grieks-Engels

Naslagwerken
Belijdenissen
Een rijke bron

Missale Romanum + Afbeeldingen
Stripboek over Jezus
Christelijke Symbolen
Plaatjes Afbeeldingen Clipart
Evangelie op Postzegels

Harmonium Huisorgel
Godsdiensten en Religies
Herinnering aan Kerken

Christian Country Music
Muzikale ontspanning
Software voor Bijbelstudie
Hartverwarmende Klanken
Read and Hear the Holy Bible
 Luisterbijbel

Bijbel voor Slechtzienden Begrippenlijst   -1-   -2-

Meer weten over de Psalmen, gezangen, liturgieën, belijdenisgeschriften: Catechismus, Dordtse Leerregels en veel andere informatie? . Kijk opOnline-bijbel.nl
         
  (
What's good, use it)



Waard om te weten :

Een hartelijk welkom op de site
Deze pagina printen
Sitemap
Wie zoekt zal vinden

FAQ - HELP

Kerk
Zondag
Advent
Kerstfeest
Driekoningen
Vastentijd
Goede Vrijdag
Aswoensdag
Palmzondag
Palmpasen
De stille week
Witte donderdag
Stille zaterdag
Paaswake
Pasen - Paasfeest
Hemelvaartsdag
Pinksteren
Biddag
Dankdag
Avondmaal
Doop
Belijdenis
Oudjaarsdag
Nieuwjaarsdag
Sint Maarten
Sint Nicolaas
Halloween
Hervormingsdag
Dodenherdenking
Bevrijdingsdag
Koningsdag / Koninginnedag
Gebedsweek
Huwelijk
Begrafenis
Vakantie
Recreatie
Feest- en Gedenkdagen
Symbolen van herkenning
 
Leerzame antwoorden op levens- en geloofsvragen


Hebreeën 4:12 zegt: "Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden"Lees eens: Het zwijgen van God

God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.
Lees eens:  God's Liefde

Schat onder handbereik


Bemoediging en troost

Bible-people - stories of famous men and women in the Bible
Bible-archaeology - archaeological evidence and the Bible
Bible-art - paintings and artworks of Bible events
Bible-top ten - ways to hell, films, heroes, villains, murders....
Bible-architecture - houses, palaces, fortresses
Women in the Bible -
 great women of the Bible
The Life of Jesus Christ - story, paintings, maps

Read more for Study  
Apocrypha, Historic Works
 GELOOF EN LEVEN een
          KLEINE HULP VOOR  ONDERWEG