DE HEILIGE SCHRIFT - DE BIJBEL

EZECHIËL

De vindplaats van materiaal voor Bijbelstudie, geloofstudie, catechese, school, kring, persoonlijk geloof, studie thuis, kerk, club, nieuws, godsdienstonderwijs, zingeving en vooral heel veel mogelijkheden om je Bijbelkennis te vergroten. Blijf niet afhankelijk van anderen maar lees zelf de Bijbel. Investeer in geestelijke rijkdom.


De Studiebijbel is uitermate geschikt om de Bijbel te leren verstaan.

Je kunt een keus maken uit onderstaande tabel voor verdere studie
A = Verwijzing naar bijbeltekst met uitgebreide uitleg
B = Beknopte verhandeling over het hier gekozen bijbelboek
C = Verwijzing naar de verhandeling van een ander bijbelboek

Terug naar de Inleiding van deze serie


A B C
BIJBELBOEK
met
UITLEG


Oude Testament

Genesis Exodus Leviticus Numeri Deuteronomium Jozua Richteren Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia Maleachi


Nieuwe Testament


Mattheüs Marcus Lukas Johannes Handelingen Romeinen 1 Korinthiërs
2 Korinthiërs
Galaten Efeziërs Filippensen Kolossensen1 Tessalonicensen2 Tessalonicensen 1 Timotheüs 2 Timotheüs Titus Filemon Hebreeën Jakobus 1 Petrus 2 Petrus 1 Johannes 2 Johannes 3 Johannes Judas Openbaring


EZECHIËL


Profeet

 (Hebr.: Jechezkel),  vermoedelijk afgeleid van jechazek el = moge God sterk maken) de naam van een profeet, naar wie het bijbelboek dat zijn woorden bevat, is genoemd. Hij wordt naast Jesaja en Jeremia gerekend tot de zgn. grote profeten.

Hoewel God koning Jechónia met veel Joden, waaronder Ezechiël, gevankelijk had laten wegvoeren naar Babel, heeft Hij hen daarmee niet verlaten, maar om te tonen, dat Hij Zijn kerk nog onder hen, zelfs in Babel wilde behouden en naderhand genadig verlossen en herstellen, heeft Hij tot hun dienst verwekt deze voortreffelijke profeet door wie Hij deze gevangenen in Babel hetzelfde, in verscheidene gezichten, profetieën en predikingen heeft voorgesteld, wat Hij door de profeet Jeremia hun broeders, die in het land en te Jeruzalem waren gebleven, dagelijks liet voordragen, hoewel zowel te Jeruzalem als in Babel bij de Joden dezelfde ongelovigheid en onboetvaardigheid gevonden werd.

 Te Jeruzalem geloofden ze de profeet Jeremia niet. Ze spotten met degenen, die zich aan de koning van Babel hadden overgegeven, menende dat zij nu alleen erfgenaam van het land zouden zijn.

 In Babel geloofden ze de profeet Ezechiël niet, maar morden ze tegen God, en hielden zich veel ongelukkiger dan hun broeders, die in het land gebleven waren, aan wie God nochtans, zowel door Ezechiël als door Jeremia, veel zwaardere plagen, alsmede de uiterste verwoesting van de stad, de tempel en het land voorzegde, doch ook met bijvoegingen van zeer schone beloften en vertroostingen, voor de boetvaardige en gelovige, van Zijn toekomstige gewisse genade en Zijn strenge oordelen over al hun vijanden en verdrukkers.

 Voornamelijk hierover gaat dit boek.

 In de eerste drie hoofdstukken beschrijft Ezechiël een gezicht, waardoor God hem in zijn profetisch ambt heeft bevestigd, onderwezen en gesterkt.

 Daarna tot aan hoofdstuk 25 toe worden de gruwelijke zonden van de Joden beschreven, alsmede hun straffen. In de hoofdstukken 26 tot 33 voorzegt God de naburige vijandelijke heidenen hun ondergang. Daarna, tot hoofdstuk 40 worden de zonden, murmureringen en huichelarijen der Joden, die in Babel waren, heftig door God bestraft, met vermaningen tot ware bekering en gelovige verwachting der toekomstige verlossing.

 In de laatste negen hoofdstukken besluit en verzegelt God deze profetieën, in Babylonië, met een zeer groot gezicht van het gebouw van een nieuwe tempel, nieuwe godsdienst, nieuwe regering van Gods volk, nieuw erfland en een nieuwe stad, alles voor Israël en de vreemdelingen; afbeeldende, naar de eis van die tijd, de toekomstige begenadigde en gezegende staat der strijdende en zegevierende kerk onder hun Koning, de Messias Jezus Christus, die met de Vader en de Heilige Geest, als de enige ware God van Israël, geloofd moet zijn in alle eeuwigheid. Amen.

 Het belangrijkste thema van Ezechiël is de ondergang en het herstel van Israël en Juda.
Het koninkrijk Israël was al eerder veroverd, door de Assyriërs in 722 voor Christus. In het boek wordt een verklaring gegeven voor de verwoesting en de ballingschap. Ze zijn namelijk een straf van God voor de zonden van het volk. De grootste zonde was het vereren van andere goden. Maar het boek kijkt ook vooruit: het volk zal terugkeren naar Jeruzalem.

EZECHIËL

 Hoewel God koning Jechónia met veel Joden, waaronder Ezechiël, gevankelijk had laten wegvoeren naar Babel, heeft Hij hen daarmee niet verlaten, maar om te tonen, dat Hij Zijn kerk nog onder hen, zelfs in Babel wilde behouden en naderhand genadig verlossen en herstellen, heeft Hij tot hun dienst verwekt deze voortreffelijke profeet door wie Hij deze gevangenen in Babel hetzelfde, in verscheidene gezichten, profetieën en predikingen heeft voorgesteld, wat Hij door de profeet Jeremia hun broeders, die in het land en te Jeruzalem waren gebleven, dagelijks liet voordragen, hoewel zowel te Jeruzalem als in Babel bij de Joden dezelfde ongelovigheid en onboetvaardigheid gevonden werd.

 Te Jeruzalem geloofden ze de profeet Jeremia niet. Ze spotten met degenen, die zich aan de koning van Babel hadden overgegeven, menende dat zij nu alleen erfgenaam van het land zouden zijn.

 In Babel geloofden ze de profeet Ezechiël niet, maar morden ze tegen God, en hielden zich veel ongelukkiger dan hun broeders, die in het land gebleven waren, aan wie God nochtans, zowel door Ezechiël als door Jeremia, veel zwaardere plagen, alsmede de uiterste verwoesting van de stad, de tempel en het land voorzegde, doch ook met bijvoegingen van zeer schone beloften en vertroostingen, voor de boetvaardige en gelovige, van Zijn toekomstige gewisse genade en Zijn strenge oordelen over al hun vijanden en verdrukkers.

 Voornamelijk hierover gaat dit boek.

 In de eerste drie hoofdstukken beschrijft Ezechiël een gezicht, waardoor God hem in zijn profetisch ambt heeft bevestigd, onderwezen en gesterkt.

 Daarna tot aan hoofdstuk 25 toe worden de gruwelijke zonden van de Joden beschreven, alsmede hun straffen. In de hoofdstukken 26 tot 33 voorzegt God de naburige vijandelijke heidenen hun ondergang. Daarna, tot hoofdstuk 40 worden de zonden, murmureringen en huichelarijen der Joden, die in Babel waren, heftig door God bestraft, met vermaningen tot ware bekering en gelovige verwachting der toekomstige verlossing.

 In de laatste negen hoofdstukken besluit en verzegelt God deze profetieën, in Babylonië, met een zeer groot gezicht van het gebouw van een nieuwe tempel, nieuwe godsdienst, nieuwe regering van Gods volk, nieuw erfland en een nieuwe stad, alles voor Israël en de vreemdelingen; afbeeldende, naar de eis van die tijd, de toekomstige begenadigde en gezegende staat der strijdende en zegevierende kerk onder hun Koning, de Messias Jezus Christus, die met de Vader en de Heilige Geest, als de enige ware God van Israël, geloofd moet zijn in alle eeuwigheid. Amen.

Schokkend

Ezechiël gebruikt ook vaak vergelijkingen. Sommige daarvan zijn bijna schokkend om te lezen. In Ezechiël 16 wordt God beschreven als minnaar van Jeruzalem (Jeruzalem wordt daarin beschreven als vrouw). Jeruzalem is niet trouw aan God, maar heeft seks met allerlei mannen (afgoden). In hoofdstuk 23 lees je ook zo'n soort vergelijking. Het is alsof de profeet gedacht heeft: ik zeg het heel duidelijk. Als ze het nu nog niet snappen, weet ik het ook niet meer.

Ezechiël stamde uit een priesterlijk geslacht en werd in 597 v.C. met andere aanzienlijken uit Jeruzalem door Neboekadnessar naar Babylon in ballingschap weggevoerd. Van hieruit volgde hij de gebeurtenissen in zijn vaderstad met grote belangstelling en hij begeleidde die met zijn profetieën. Zijn stijl kenmerkt zich door wijdlopigheid, zijn visioenen worden aanduidonderwijs verhaald, er treedt een bemiddelende gestalte op, die hun betekenis moet verklaren. Zo is de vorm van zijn profetieën een overgang naar de apocalyptiek, die dan ook allerlei beelden aan hem ontleend heeft, zoals dat van de eindstrijd tegen God (38–39).

 Hij bewaarde de ballingen in Babylon voor syncretisme en assimilatie, leerde een individuele verantwoordelijkheid en bereidde de herbouw van de joodse staat na de ballingschap voor. Hoewel hij geen spoedige bevrijding verwachtte, zag hij toch in de verre toekomst een nationaal herstel (33–37) en maakte hij het bestek van een nieuwe tempel met gedetailleerde bijzonderheden (40–43)

 De profeet Ezechiël profeteert

 Tussen de jaren 590-570 voor de Gewone Jaartelling als hij in ballingschap is in Babel (Bavel) (zie het historisch overzicht van de tijd waarin de profeten leefden).

Ezechiël is zoon van een priester genaamd Buzi. In 597 vGJ is hij weggevoerd door Nebukadnezar samen met Jojachin. Daar woont hij in Tel-Aviv aan de rivier de Kebar (een groot kanaal, dat bij Babel de Eufraat verlaat en boven Nippur bij Uruk weer in een rivier stroomt). Daar krijgt hij het bericht van de ondergang van Jeruzalem. Waarschijnlijk is hij rond 623 geboren. Hij is getrouwd, maar verliest zijn vrouw in 586, het jaar van de val van Jeruzalem. Hij heeft tenminste 20 jaar in Babel geprofeteerd. Hij is dus een jongere tijdgenoot van de in Jeruzalem profeterende Jeremia.

Inhoud

Visioen van Ezechiël
 De inhoud van het boek kan in een aantal delen worden samengevat:

 Het roepingsvisioen van Ezechiël, bij de rivier Chebar. (Hoofdstuk 1-3)
Waarschuwing tegen valse profeten, voor de ophanden zijnde val van Jeruzalem. (hoofdstuk 4,5). Een aantal gebruikte handelingen toont zijn grote bekendheid met de Levitische wetten. (Zie Ex. 22:30; Deut. 14:21; Lev. 5:2; 7:18,24; 17:15; 19:7; 22:8, etc.)

Profetieën tegen verschillende omliggende landen: Ammonieten (25:1-7), Moabieten (8-11), Edomieten (12-14), Filistijnen (15-17), Tyrus en Sidon (26-28) en Egypte (29-32).

Troostwoorden na de verwoesting van Jeruzalem door Nebukadnezar: de overwinning van Israël en van het koninkrijk van God op aarde, het rijk van de Messias (hoofdstuk 33-39); en het nieuwe Jeruzalem (40-48).

Opgemerkt kan worden dat Daniël, veertien jaar na zijn deportatie uit Jeruzalem, door Ezechiël (14:14 [2] ) genoemd wordt samen met Noach en Job als opmerkelijk en bekend vanwege zijn rechtvaardigheid. Vijf jaar later wordt hij genoemd vanwege zijn wijsheid (28:3 [3] ).

 Ezechiëls profetieën worden gekenmerkt door de symbolische en allegorische voorstellingen. De profetieën van Ezechiël hebben dit gemeen met de tweede helft van het boek Daniël en de profetieën van Zacharia. "Ze ontvouwen een rijke serie van majestueuze visioenen en een geweldige symboliek." Opvallend vaak krijgt Ezechiël ook opdracht om zijn profetieën beeldend aan zijn volk te brengen (4:1-4; 5:1-4; 12:3-6; 24:3-5; 37:16, etc.). "Deze wijze van presentatie, waarin symbolen en allegorieën een prominente plaats innemen, geven het boek een mysterieuze overschaduwing, die bijna ondoordringbaar is. Sint-Hiëronymus noemt het boek 'een labyrith van Gods mysteriën'. Het was precies om deze reden dat de Joden iemand verboden het boek te lezen voordat hij dertig jaar oud was.

 Ezechiël munt uit in zijn citaten uit de Thora/Pentateuch (bijv. Ezech. 27; 28:13; 31:8; 36:11, 34; 47:13, etc.). Hij laat ook zien dat hij bekend is met de geschriften van Hosea (Ezech. 37:22), Jesaja (Ezech. 8:12; 29:6), en vooral ook van Jeremia, zijn oudere tijdgenoot (Jer. 24:7, 9; 48:37).

 Gebruik van Ezechiël in het Nieuwe TestamentDe slot hoofdstukken van het boek worden ook gebruikt in het boek Openbaring van Johannes. Ezechiël 38 is vergelijkbaar met Openbaring. 20:8; Ezech. 47:1-8 met Openb. 22:1,2. Andere aanhalingen uit dit boek in het Nieuwe Testament vinden we in Romeinen 2:24 met Rom. 10:5, Gal. 3:12 met Ezech. 20:11; 2 Pet. 3:4 met Ezech. 12:22.

 De lijn van het boek Ezechiël:

De boodschap van Ezechiël is (evenals van Jeremia) dat God Zijn oordelen, voorzegt in Deuteronomium 27 en 28 uit gaat voeren als het volk zich niet bekeert naar God zoals God dat bedoelt heeft. Dat is leven in overeenstemming met de Thora. Deut. 6:1-9 Dit nu is het gebod, dit zijn de inzettingen en verordeningen, die de Eeuwige, uw God, bevolen heeft u te leren om die na te komen in het land, waarheen gij zult trekken om het in bezit te nemen, opdat gij de Eeuwige, uw God, vreest door al zijn inzettingen en geboden te onderhouden, die ik u opleg, gij en uw zoon en uw kleinzoon, al de dagen van uw leven, en opdat gij lang leven moogt.  Hoor dan, Israël, en onderhoud ze naarstig, opdat het u wel ga, en opdat gij zeer talrijk wordt, zoals de Eeuwige, de God uwer vaderen, u heeft toegezegd, in een land, vloeiende van melk en honig. Hoor, Israël: de Eeuwige is onze God; de Eeuwige  is één! Gij zult de Eeuwige, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht. Wat ik u heden gebied, zal in uw hart zijn, gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit, wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij nederligt en wanneer gij opstaat. Gij zult het ook tot een teken op uw hand binden en het zal u een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn, en gij zult ze schrijven op de deurposten van uw huis en aan uw poorten.

 Omdat het volk zich weigert te bekeren zal er een totale ballingschap volgen. Als eerste verdwijnt, door de zonden van het volk Gods aanwezigheid uit de tempel. In feite blijft er dan een lege huls over waar God niet is. Ezechiël voorzegt de verwoesting van de tempel en ook van de 2e tempel die in het jaar 70 na de Gewone Jaartelling is verwoest. De mensen kunnen de profetieën voor waar houden omdat ze al tijdens het profeteren beginnen uit te komen.

 Vervolgens profeteert Ezechiël ook weer het herstel van het volk, het land en de tempel (Ezech 43-46) waarin God met Zijn Shechina weer tussen de mensen zal wonen. De tempeldienst zal weer functioneren als in de dagen van weleer. Ook de tempelinstructies die in de Thora  beschreven staan gelden voor eeuwig. Psalmen 119:152 Van oudsher weet ik uit uw getuigenissen, dat Gij ze voor eeuwig hebt vastgesteld. Psalmen 119:160 Heel uw woord is de waarheid, al uw rechtvaardige verordeningen zijn voor eeuwig.

Keerpunt is het moment dat het volk Israël zich weer tot God bekeert, naar Hem gaat roepen en weer volgens de Thora van God gaat leven. God zal de situatie zo sturen dat het volk zich tot Hem bekeert. God zal maken dat het volk Israël zijn wil zal doen. Het herstel zal zichtbaar zijn als het volk Israël, Zijn volk, weer in het land Israël zal wonen, handelend in overeenstemming met de Thora, de Tempel weer herbouwd op de berg Zion, waar God als in vroeger dagen zal wonen.

 Gods Naam zal worden geheiligd (dat is waar het allemaal om draait) als het volk Israël God totaal dient volgens de Thora (Ezech. 36:20-38). De Eeuwige heeft Zijn Naam verbonden aan het herstel van Israël. De Messias (Ezech. 37:25) zal het volk daadwerkelijk terugleiden in de wegen van de Thora en zal de vijanden van God en van Zijn instellingen onderwerpen en/of vernietigen. Hij is een instrument in het totaalplan van de Eeuwige, de God van Israël

 We leven in een bijzondere tijd. We zien dat het volk Israël weer terug komt zoals dat o.a. in Ezechiël voorzegt wordt en in de Thora beschreven staat. Ook de rest zal op dezelfde manier in vervulling gaan.

 De naam betekent: ‘God is sterk’ of ‘God maakt (make) sterk’.

·  Volgens veel bijbelgeleerden doet de profeet zijn voorspellingen vanuit de Babylonische ballingschap. Anderen menen dat hij in Jeruzalem optreedt.

 ·  Zijn aankondiging van Gods plan om de omliggende volkeren te bestraffen, brengt een enorme dreiging met zich. Genoemd worden onder meer de ‘heidense volken’ Ammon, Moab, Edom, Filistea, Tyrus en Sidon en Egypte.

·  Zijn taalgebruik is bloemrijker en beeldender dan dat van de andere profeten. Vaak is het bedoeld om te shockeren. Zijn teksten hebben veelal een ironische ondertoon.

· De profetieën van o.a. Ezechiël worden door fundamentalistische joden – en christenen - geciteerd om aan te tonen dat zij recht hebben op het exclusieve bezit van het land Israël, dus héél Palestina. Ook blijkt volgens hen uit diens teksten dat de terugkeer uit de diaspora naar het land Israël de wil van God is.

· Veel theologen menen dat de profetische voorspellingen al eerder zijn vervuld – met de terugkeer uit de Babylonische ballingschap.

 · Andere profeten die in verband met de nu zo omstreden landbelofte (‘ het beloofde land’) worden aangehaald zijn Hosea, Jesaja, Jeremia, Joël en Zacharia. Ook in het eerste bijbelboek, Genesis, komt het onderwerp bij de geschiedenis van Abraham, Ismaël en Izaak uitgebreid aan de orde.

 Ezechiël 1

(Opmerking vooraf: Ezechiël is als priesterzoon bij de eerste deportatie van Nebukadnezar in 597 v. Chr. weggevoerd (onder koning Jojakin) uit Jeruzalem naar Babel, waar hij werd ´geïnterneerd´ aan de rivier de Kebar (Kaboeroe), vlak in de buurt van Abrahams oorspronkelijke woonplek Ur der Chaldeeën; daar kreeg hij zijn profetische visioenen).
 Ezechiël valt op zijn gezicht, als Hij met Gods heerlijkheid geconfronteerd wordt. Terecht, stel dat dit visioen zich aan ons zou voordoen? Gods Geestes-heerlijkheid... En dat God in zijn Geest nu in mij woont en dat ik zelf een tempel van de Heer ben? Besef ik dat nog wel genoeg? En vaak genoeg? Heer, leer mij eerbied, ontzag. Eerste oefening: hoe zitten we nu, als we gaan bidden of danken (aan tafel)? Ooit wel eens voor God letterlijk op je knieën gegaan, voor je bed, voor je slapen ging? God ziet het hart aan, klopt, maar de stem van het hart komt wel degelijk naar voren in de taal van je lichaam. God heeft ons toch lichamelijk gemaakt? Ezechiël viel op zijn gezicht. Letterlijk.

 Ezechiël 2: 1 - 3: 3
 Na onze knieval richt God ons weer op. Ezechiël, sta op. Opstanding. Zo is God, zo is Christus. Ezechiël wordt spreekbuis van de boekrol van God, pianola van Gods partituur: overigens staan daar enkel klaagliederen op, gezucht en gejammer. Toch is er hoop, zolang God maar spreekt, zelfs al is het verwijtend, nóg communiceert de HEER met zijn volk, al is dat stug en verstokt. Zodra God je voorgoed met rust gaat laten in je leven, is het gericht pas echt gekomen. Is dat tenslotte ook niet de hel: daar spreekt God je nooit meer aan?, ben ik echt alleen?

Ezechiël 3: 4 - 15

 Het wordt dus hard tegen hard (vs.8,9). Je zult maar Ezechiël heten, wie van ons kan dat aan om door zowat een heel volk beroddeld en tenslotte gehaat te worden. Jezus zal dat later nog veel dieper ondergaan. Alleen het Woord van God zal aan Ezechiël de diamant-harde kracht geven om deze taak aan te kunnen. Gods Woord spreken en blijven spreken temidden van een geseculariseerd volk: dat is geen comfortabele taak. Een profeet die de volksgunst heeft in tijden van geloofsslapte en wereldgelijkvormigheid: dat is een veeg teken. Als preken met een zekere regelmaat geen weerstand oproepen, mag de preker zich wel es achter de oren krabben.

 Ezechiël 3: 16 - 27

 Natuurlijk loopt Ezechiël ook liever weg. Maar nu God hem geroepen heeft, houdt God hem ook verantwoordelijk. Daarmee hebben de hoorders in hun ge- of ongehoorzaamheid hun eígen verantwoordelijkheid. Nog te vaak hoor je, dat ouders een preker of ambtsdrager verantwoordelijk houden voor bijvoorbeeld het gebrek aan geloof of geloofsontwikkeling van (hun) kinderen (of van henzelf). Dat geldt ook voor het soelaas dat catechisatie of vereniging oplevert: de catecheet of leider/leidster is dan de schuldige. Nee. Tegelijk: God zal wel rekenschap vragen van hen aan wie hij de zielen van de zijnen toevertrouwde (Hebr.13:17). Roeping betekent verantwoordelijkheid. Daarom was het (vroeger) ook niet gewoon, dat je het ambt als een ´baantje´ opvatte, dat je al dan niet op jouw tijd kon neerleggen (of voor bedanken). En de ´verzakelijking´ ten aanzien van het predikantsambt (-dat is ook een gewoon ´vak´ geworden, niet waar, al of niet ´parttime´) is daarbij een veeg teken. Sommige dingen kun je niet half of even doen, tenzij God zelf de maten waarbinnen je functioneren kunt en mag, inkort. De omvang van je roeping bepaalt Hij. Ezechiël moet ook standvastig als diamant zijn. Dat kan niet zonder gebed. Als God tot hem spreken zal, zal hij moeten spreken, graag of niet, vers 27! Tegelijk: hoort u, hoe Jezus het later zeggen zal, nu al uit de mond van Ezechiël: wie een oor heeft, die hore...! De eindverantwoordelijkheid ligt tenslotte bij de hoorder.

 Ezechiël 4

 Dit wordt een heilig schouwspel. Hoe het zich precies afgespeeld heeft, zal wel niet helemaal in te denken meer zijn. Hoe heeft hij koeken gebakken terwijl hij gebonden lag, op z´n linker- en op z´n rechterzijde, zolang? Of lag hij alleen overdag (of ´s nachts) gebonden, als hij sliep? Maar duidelijk is wel, dat God de zonden van zijn volk in een gebonden, geketend lijden zal gaan bezoeken, dat Jeruzalem belegerd en ingenomen gaat worden en dat tijdens dat beleg de honger en de onreinheid zullen gaan toeslaan (drie ons brood per dag en één liter water). De honger en de pest zullen toeslaan onder de drukkende hand van Nebukadnezar! Ezechiëls lijden is een uitbeeldend lijden, eenmalig en uniek-profetisch in opdracht van God (-haal er alsjeblieft geen alibi uit of zelfs aansporing om toneelstukjes in de kerk(dienst) te gaan doen, voer zo´n discussie op andere argumenten), een verschrikkelijke opdracht (zoals er nog andere verschrikkelijke uitbeeldingsopdrachten voor Ezechiël zullen komen).

 Ezechiël 5

 Langs drie wegen zal het gericht toeslaan: via honger en pest, via het zwaard, via deportatie. Aangrijpend is Gods klagen: Israël was door God ´midden onder de volken gesteld, met landerijen eromheen´: een parel temidden van de ´volken´, de heidenen. De oogappel van God, een proefboerderij van Het Verbond, van de Keuze van Jahwe, visitekaartje onder de goiïm. Ze hebben het verbond uitgewoond, ze hebben God tot een baäl gemaakt, tot een instrument van hun welvaart, tot een afgod die voor hèn uitging, tot een mascotte en anders een ander voor Hem. God die zijn Verbond met hen opnam als een heilig Huwelijk, zij Zijn Geliefde. Ze hebben Hem bedrogen op elke hoek van hun leven, ze bleken niet echt van Hem te houden...., de tempel en hun tempeldienst bleek egoïstisch en aardsgezind. Zo kun je geen Licht voor de volkeren rondom zijn. Hoe is het mogelijk, dat God uit deze godsverduistering door mensen uiteindelijk toch nog Het Licht van Zijn Zoon gestuurd en aangestoken heeft.

 Ezechiël 6

 De hoofdstukken 1 t/m 24 vormen een indringende waarschuwing. Het noordelijke rijk Israël is reeds lang weggevaagd. Als Juda zich niet bekeert zal hen iets dergelijks treffen. In het jaar 597 voor Christus is Juda onder het gezag van de Babyloniërs gekomen. Zedekia is aangesteld als een aan Babel onderworpen koning. Een klein deel van de bevolking, waaronder Ezechiël, is in ballingschap gevoerd. Ezechiël laat in en vanuit Babel dezelfde waarschuwende geluiden horen als Jeremia in Juda. Er is alleen heil als men zich tot God bekeert!
 Ezechiël 6 geeft de boodschap weer dat de HERE het niet neemt dat zijn volk op alle hoge plaatsen de afgoden vereert of daar zelfs kunstmatige hoogten voor opricht. Er is alle reden voor het oordeel van de HERE. En toch blijft Hij trouw en genadig. Een rest zal ontkomen….

 Ezechiël 7

 Aangrijpend wordt hier het komende oordeel getekend. De HERE zal op volstrekt rechtvaardige wijze het volk zijn zonden vergelden. De vijanden van Juda worden voor dat doel gebruikt. Zij roven bezittingen en kostbaarheden. Uit Juda zullen velen dan met andere ogen gaan kijken naar afgoden van zilver en goud. Schrik, schaamte en schuld zullen het volk tekenen.
Maar de vijand zal zich niet alleen tegoed doen aan kostbaarheden uit de dienst van afgoden. Vers 22 tekent hoe de HERE Zich afwendt en hoe zelfs zijn kostbaar eigendom (de tempel!) ontheiligd en geplunderd zal worden.

Ezechiël 8

 Ezechiël werd in een visioen meegevoerd naar Jeruzalem. Meteen valt dat beeld op: een beschermgod zoals vele volken die plaatsten voor poorten van steden, paleizen en tempels. Vervolgens wordt Ezechiël een voorhof binnengeleid, mogelijk van een paleisgebouw. Hier vindt in het geheim een Egyptische vorm van afgodendienst plaats. Vervolgens ziet Ezechiël hoe de Babylonische godheid Tammuz openlijk vereerd wordt bij de ingang van de tempel. In de binnenste voorhof buigen de aanwezigen zich voor de zonnegod neer…. Vers 17 tekent de algemene toestand van het volk in termen ontleend aan de situatie vlak voor de zondvloed: Eén en al slechtheid. Het gebaar met de wijnrank spreekt van verachting. De toorn van de HERE is bij dit alles meer dan begrijpelijk…..!

 Ezechiël 9

 In dit visioen zien we hoe het oordeel voltrokken wordt. Opvallend is de functie van die “man” die eruit ziet als een priester met het gereedschap van een schrijver. Er wordt een merkteken aangebracht bij allen die verdriet hadden over de gruwelen die er in Juda plaats vonden. Zij zullen gespaard worden. Het oordeel is volstrekt rechtvaardig. Het blijkt ook onherroepelijk te zijn….
Ezechiël kan de uitvoering van het vonnis niet aanzien en pleit hartstochtelijk bij de HERE voor zijn volksgenoten. Hoe zit dat bij ons? We weten van de komst van Jezus om te oordelen levenden en doden. Brengt dat ons in beweging ten gunste van anderen?

Ezechiël 10

 In hoofdstuk 1 is de verschijning van de HERE een troost voor de ballingen in Babel. In hoofstuk 10 staat het in het kader van het oordeel. De HERE trekt Zich terug. Hij komt uit het Heilige der heiligen. Het visioen beschrijft zijn machtige verschijning. De troon van God wordt “gedragen” door cherubs. Deze engelengestalten hebben verschillende “aangezichten” waarmee bepaalde eigenschappen worden uitgedrukt. Hun “onderstel” bestaat uit grote wielen, waarmee ze zich soepel alle kanten op kunnen bewegen. Het vertrek komt als de afgodendienaars gedood en de stad verwoest is. De heerlijkheid van de HERE wijkt uit naar de plaats waar de ballingen zich bevinden (zie ook 11: 24-25).

 Ezechiël 11

 We horen eerst Gods oordeel over die 25 mannen (zie ook 8: 16) uit de leidende kringen van het volk. Zij beschouwen zichzelf als “vlees” d.w.z. het duurste voedsel. Zij zijn het meest kostbaar in de “pot” d.w.z. Jeruzalem. De HERE maakt duidelijk dat Hij juist de slachtoffers van hun wanbeleid het meest kostbaar acht…..
In vers 14 begint een nieuw gedeelte. De bewoners van Jeruzalem richten zich op harde wijze tot degenen die weggevoerd zijn: “Blijven jullie maar voorgoed in den vreemde. Het land is nu van ons…” De HERE maakt duidelijk dat Hij ook bij de ballingen is, al moeten ze in de vreemde op geestelijk terrein veel missen. Hij waakt over hen en zal zorg dragen voor hun terugkeer. Ja, ook geestelijk zal Hij zorgen voor een terugkeer (vers 19-20).

 Ezechiël 12: 1 - 20

 We moeten aannemen dat deze zinnebeeldige handeling plaats heeft gehad in Babylonië, maar het verhaal zal vast overgebracht zijn naar Jeruzalem. De profeet moet zich als een balling gedragen. Als bij een breed publiek belangstelling is gewekt door dit bijzondere gedrag klinkt de boodschap van de HERE. Koning Zedekia zal in ballingschap gevoerd worden. De rest van het volk dat dan nog in Jeruzalem achterblijft heeft weinig reden tot vreugde. Zij zijn de schaarse getuigen van een vreselijk oordeel.
In de verzen 17-20 horen we hoe Ezechiël de ernst van wat er komen gaat moet uitbeelden en verkondigen. Men zál weten dat de HERE de levende God is die doet wat Hij heeft gezegd….

Ezechiël 12: 21 - 13: 16

 In het land van Israël hechten ze weinig waarde aan de woorden van Ezechiël en andere profeten. Eén van de redenen daarvoor is het optreden van lieden die zich voor profeet uitgeven zonder het te zijn. Er wordt zo veel gezegd. De mensen zijn er moe en zat van. Wie moet je geloven en wat is waarheid?
 Wij leven in een situatie waarin iets dergelijks speelt. De mensen om ons heen halen de schouders op bij de “grote verhalen” van godsdiensten en ideologieën. Dat er een oordeel komt gelooft men niet, en al zeker niet dat zoiets wel eens slecht kon aflopen. Als kerk hebben we de opdracht om waar en waarachtig te zijn. Wat is dat soms anders…..

 Ezechiël 13: 17 - 14: 11

 Profetie en waarzeggerij hebben zich kunnen vermengen, omdat de mensen niet geïnteresseerd waren in Gods wil maar slechts in vermeend eigen belang. Men wilde gunstige dingen horen en profijt hebben van de “godsdienst”. Veelzeggend is die uitspraak dat men afgoden in het hart droeg. Dan moet je niet verwachten dat de stem van de levende God nog klinkt. Dan klinken er alleen nog stemmen van leugengeesten.
 In hoeverre zou het kunnen zijn dat wij misschien ook aan één of andere afgod ruimte geven in ons hart? En wat doe je als je zo’n afgod ontmaskerd hebt? Wijs je hem echt de deur?

 Ezechiël 14: 12 - 23

 Er worden vier gevallen geschetst in de trant van “gesteld dat”. Telkens klinkt eenzelfde logische conclusie. De rechtvaardigheid van rechtvaardigen als Noach, Daniël en Job is slechts voldoende om henzelf te redden. De onrechtvaardigheid van anderen wordt daardoor niet verzoend.
 In de vijfde situatie keren de vier onheilssituaties tegelijkertijd terug in één gebied: de stad Jeruzalem. We horen niet over rechtvaardigen. We horen wél over lijfsbehoud. De ballingen die naar Babel gevoerd worden zijn voor hun reeds eerder weggevoerde volksgenoten een teken dat het oordeel terecht is, maar bovenal een teken van Gods genade!

 Ezechiël 15

 Israël wordt vergeleken met een wijnstok. Dit beeld komt vaker voor in het OT. Zie Psalm 80: 9 – 12, Jeremia 2: 21 en Hosea 10: 1. God zorgt voor zijn wijnstok. Maar hier is het hout van de wijnstok nog minder dan gewoon brandhout. De wijnstok is een edele plant, maar als hij geen vruchten draagt, is hij totaal waardeloos. Erger nog: een onvruchtbare wijnstok is nutteloos. Daarom: uitrukken en verbranden! Is je leven een vruchtbaar leven? Lees ook Johannes 15: 1 – 6. Het is God, de Landman, niet te doen om het hout, maar om de vruchten!

 Ezechiël 16: 1 - 22

Israël wordt vergeleken met een pasgeboren meisje, dat te vondeling gelegd werd. De Here nam het aan als zijn eigen kind. Hij gaf haar te eten en liet haar opgroeien, zodat ze een mooie, jonge vrouw werd. Toen trouwde Hij met haar. Op alle mogelijke manieren toonde Hij haar zijn liefde. Alles wat ze was en had dankte ze aan Hem.
 Maar… alle mooie geschenken die ze van haar man, de Here, had gekregen, gebruikte ze om Hem te bedriegen. Ze lokte daarmee andere mannen naar zich toe.
 Daarover klaagt de Here. De geschiedenis van de kerk is vol van voorbeelden van dit overspel. Wil de Here met die kerk nog iets te maken hebben? Ja, dat is zijn liefde. Die is onbeschrijfelijk groot.
 Hoe staat het van onze kant? Hoe gedragen wij ons met alles wat ons door de Here gegeven is?

 Ezechiël 16: 23 - 43

De Here klaagt Israël aan. Zijn mooie, jonge vrouw ging hoereren met vreemden: Egyptenaren, Assyriërs, Babyloniërs. In het NT vind je hetzelfde beeld. Christus noemt het Israël tijdens zijn omwandeling op aarde een overspelig geslacht. Paulus vergelijkt het huwelijk met de verhouding van Christus en de gemeente. In de Openbaring wordt de grote hoer getekend, en daartegenover de kerk als de reine bruid. Juist in Openbaring lezen we over het oordeel van de afvallige vrouw. Het huwelijksleven is beeld van het mooiste dat er bestaat: de verhouding tussen de Here en zijn volk.

 Ezechiël 16: 44 - 63

Ezechiël mag prediken dat de Here ondanks Israëls afdwalingen de verhouding weer herstellen zal: ‘Maar Ik zal Mijn verbond met u uit de dagen van uw jeugd gedenken'. Hoewel Israël het verbond heeft vergeten, de Here zal het toch blijven gedenken. Hij vergeet zijn beloften niet, maar houdt vast aan zijn eens gegeven woord en verbond. Dit is een profetie van het nieuwe verbond, dat eeuwig vastligt in onze Here Jezus Christus. Er zal verzoening komen!
“Een stroom van ongerechtigheden
 had d' overhand op mij,
 maar U verzoent ons overtreden
 en maakt van schuld ons vrij.” (Ps. 65: 2 ber.)

 Ezechiël 17: 1 - 15
Het prachtige toekomstperspectief weerhoudt Ezechiël er niet van om maar telkens weer de trouwbreuk van Juda aan het licht te stellen. Niet alleen tegenover de HERE heeft Juda zijn woord gebroken. De profeet krijgt de opdracht een gelijkenis te vertellen. Daarin wordt symbolisch de trouwbreuk van koning Sedekia voorgesteld. De koning van Juda en de zijnen hebben hun verbond met Babel gebroken door politieke alliantie met Egypte. Je kunt een verbond niet straffeloos schenden. God straft trouwbreuk.

Ezechiël 17: 16 - 24

 Koning Sedekia zal de straf op zijn eed- en trouwbreuk niet ontlopen. Hij zal buiten zijn eigen land, in ballingschap, sterven. Ezechiël mag profeteren van een nieuwe toekomst van Davids koningshuis. De Here zélf zal een jonge loot van de oude stam nemen. Hij zal de Messias, de grote zoon van David, verwekken. ‘Vogels van diverse pluimage’ zullen tot de Messias komen en bij Hem schuilen. Dit is de belofte dat ook de heidenen tot het geloof in de Christus gebracht zullen worden.

 Ezechiël 18: 1 - 18

‘De vaders hebben onrijpe druiven gegeten
 en de tanden der kinderen zijn slee geworden'.
 Het is niet juist alle schuld op rekening van ‘de vaderen’ te schuiven, Natuurlijk, er is een solidariteit van geslachten. Maar ieder blijft zelf verantwoordelijk! De man, ‘de ziel’, die zondigt, die zal sterven. Een zoon zal niet mede de ongerechtigheid van zijn vader dragen.

 Ezechiël 18: 19 - 32

Daarom is het verkeerd om te zeggen: ‘De weg van de HERE is niet recht’ (vs. 25). Het is juist zo, dat de wegen van het ‘huis Israëls’ niet recht zijn. Niet alleen om de zonden van de vaderen, maar ook om de ongerechtigheid van de kinderen nadert het oordeel. Daarom roept de profeet opnieuw op: ‘Bekeert u, en leeft!’ Maar wil het huis Israëls zich bekeren?

 Ezechiël 19

 Een klaaglied over de Judese koningen Joahaz, Jojachin en Zedekia. Het zijn drie broers die voorafgaand aan de Babylonische ballingschap over het Joodse volk hebben geregeerd. Ze worden hier vorsten van Israël genoemd. Israël (= vorst van God) is de erenaam die Jakob kreeg, toen hij bij Pniël tegen God en mensen had gestreden en door het geloof overwon. Deze vorsten zijn echter goddeloze lieden. Ze strijden ... tegen weduwen en voeren Gods volk naar de ondergang. De profeet treft een uiterst gevoelige snaar door in dit lied een tegenstelling te maken tussen de voortreffelijkheid van koningin-moeder Hamoetal (de fiere leeuwin) èn het goddeloze optreden van haar drie zoons (de leeuwen). Hamoetal was de vrouw van de gelovige koning Josia. Zegt het hun niets dat zij het levenswerk van hun gelovige moeder (en vader) moedwillig kapot maken? Op welk spoor bevind jij je?

 Ezechiël 20: 1 - 17

De les van de geschiedenis (1) De profeet wordt geraadpleegd door oudsten uit Israël. Judese voorgangers vragen hoe zij aan de dreigende straf van God kunnen ontkomen. Het antwoord van God, via de profeet, is dat de HERE door hen niet geraadpleegd wil worden. Laten ze maar letten op de geschiedenis van Gods volk! Die historie laat namelijk zien, dat God tevergeefs zijn ontfermende armen uitstrekte naar een ongelovig en goddeloos volk!

Ezechiël 20: 18 - 31

De les van de geschiedenis (2) God wil zich niet laten raadplegen door de oudsten die zich tot de profeet wenden. Tot op de huidige dag gaan ze immers door met het doen van goddeloze praktijken (vs 29-31a). In het Nieuwe Testament (Handelingen 7) zien we dat Stefanus op soortgelijke wijze te werk gaat als hij zich verweert tegen de Joodse leidslieden. Ook Stefanus laat de geschiedenis spreken: De HERE wordt steeds afgewezen. Op zo'n prediking is maar één antwoord mogelijk, namelijk verootmoediging voor de HERE en erkennen: wij en onze vaderen hebben gezondigd!

Ezechiël 20: 32 - 44

 Vanwege alle goddeloosheid zal God zijn volk verstrooien onder de volkeren. Maar God verbindt daaraan in zijn genadige goedheid een groots perspectief: Hij zal hen daar onder zijn herdersstaf door doen gaan. Omwille van de komende Christus zal God daar tot hun hart spreken: een deel zal zich verharden in ongeloof, maar een ander deel zal door Gods Geest zich gewillig laten verzamelen onder de staf van Christus. Een prachtig vergezicht op de nieuwtestamentische kerk, die God onder het Hoofd Christus uit alle volkeren bijeenbrengt. Ja, het ziet uit op de jongste dag, wanneer al Gods beloften ten volle vervuld zullen worden: en het zal worden: één Herder, één kudde.

Ezechiël 21: 1 - 22

 In dit hoofdstuk wordt voorzegd dat de voltrekking van Gods oordeel aan Juda onafwendbaar is: zowel de goeden als de slechten zullen door de Chaldeeën gedood worden. Dit wil niet zeggen, dat er geen verschil is tussen de dood van de rechtvaardige en die van de goddeloze. Maar het zegt wel, dat de Chaldeeën dan niets en niemand zullen ontzien. Ezechiël moet (vers 14) in de handen klappen als symbool dat de Chaldeeën elkaar zullen ophitsen om volledig met de Judeeërs af te rekenen. Aangrijpend is te lezen, dat de HERE ook zelf in de handen zal klappen (vers 17) om de Chaldeeën tegen Juda op te hitsen: Gods toorn is niet meer te keren tegen zijn volk, dat Hem zovaak in ongeloof heeft versmaad. Aan Gods geduld komt bij volharding in zonde en ongeloof een keer een eind. Met te meer klem klinkt die boodschap ook door in het Nieuwe Testament: "Vreselijk is het te vallen in de handen van de levende God!" (Hebreeën 10,31)

Ezechiël 21: 23 - 37

 De Joden weten zich beschermd door hun nieuwe bondgenoten, nadat zij (meinedig!) het (opgelegde) verbond met Babel hebben verbroken. Maar God heeft tot de ondergang van Jeruzalem besloten. De meineed neemt Hij hoog op! De hoofdstad Rabba van de Ammonieten zal hetzelfde lot als Jeruzalem ondergaan, al voltrekt zich de verwoesting van Jeruzalem eerst. De Ammonieten hebben zich ook aan meineed schuldig gemaakt. Daarnaast hebben zij Gods volk, Gods oogappel, gesmaad. De verzen 25-27 zijn heel bijzonder: God zal verhogen die nederig is (= koning Jojachin) en vernederen die hoog is (= koning Zedekia). De naar Babel weggevoerde koning Jojachin zal eten van de tafel van de koning van Babel (Jeremia 52, 31-34). De 'evangelische' ommekeer die hoort bij het rijk van Christus. Ezechiël profeteert hier van de grote Zoon van David, de Messias, die alle heerschappij zal ontvangen op basis van recht. Gods trouw blijft, zelfs in zulke door de zonde vastgelopen situaties, waarin alles spreekt van Gods toorn! Houdt daarom altijd moed in voor- en tegenspoed!

 Ezechiël 22: 1 - 16

“Hij is eraan verknocht, meer dan aan welke stad van Jakob ook.” Dit zijn woorden uit een nieuwe berijming van Psalm 87, uit ‘Psalmen voor nu’. Waarschijnlijk kent u déze berijming beter: “De HEER, die Zich in Sions heil verblijdt, bemint haar meer dan één van Jakobs steden.”
Een mooie Psalm. God hield van Jeruzalem. Hij houdt van de gemeente.
 Maar door Ezechiël zegt God heel iets anders: “Ik schud mijn vuist tegen je, Jeruzalem.” (Zie vers 13.) Hoe kan dat nu?
 En toch: bent u nooit heel erg boos op iemand van wie u heel veel houdt? Vast wel. Waarom? Omdat je het weer goed wilt krijgen. Nu, zo is het met God ook.

 Ezechiël 22: 17 - 31

 Een land waarop de regen geen vat heeft, waarin de regen niet doordringt als het stormt. (Zie vers 24.) Met zo’n akker begin je niets. Dat het niet goed gaat, ligt niet aan de omstandigheden. Het komt door de grond.
 Met zulke grond vergelijkt God Israël. De omstandigheden waren prima en toch ging alles heel erg fout. Zelfs mensen die de toon aan moesten geven, deden dat verkeerd. De profeet Ezechiël noemt de koningen (vers 25), de priesters (vers 26), andere leiders (vers 27), de profeten (vers 28) en de landadel (vers 29). Maar vergis je niet, want je krijgt heel vaak de leiders die je verdient.
 Ik moest denken aan Jezus’ gelijkenis van de Zaaier. Het zaad was uitstekend, maar heel veel grond niet. Het zaad is ook vandaag prima. Veel andere christenen zijn er jaloers op. Hoe staat het met de grond?

 Ezechiël 23: 1 - 27

 Kent u dat lied van Ria Borkent over het nieuwe Jeruzalem? Getoonzet op de mooie melodie van Willem Vogel is het echt ontroerend: “Als een bruid op haar mooist  …” (Negentig Gezangen Lied 42.)
De vergelijking van de gemeente met een bruid is bekend en geliefd. In het huwelijksformulier komen we hetzelfde tegen, maar dan omgekeerd. “Zoals de gemeente Christus liefheeft …”
Maar nu de vergelijking tussen de kerk en een prostituéé: is dat niet iets voor het Oude Testament? We kennen het beeld via Hosea, die profeet die van God met een hoer moest trouwen. We komen het nu bij Ezechiël opnieuw tegen. Deze keer gaat het om twee hoeren. De eerste heet Ohola. Dat betekent: ‘haar eigen tent’. Ohola is een symbool voor het Tienstammenrijk, en dat rijk kiest heel eigenzinnig haar eigen plaatsen voor de eredienst.
 De tweede heet Oholiba, dat wil zeggen: ‘mijn tent is in haar’. Oholiba duidt Juda aan. De Judeeërs kwamen bij elkaar op de plaats die God verkoos. Toch bleek dat niet de garantie voor een goede afloop te zijn.
Maar nogmaals: is dit niet heel erg Oudtestamentisch? Een vraag: ‘zou God zich vandaag nooit grandioos verraden voelen door een gemeente, een kerk? En zou dat ook onze kerk kunnen zijn?’

 Ezechiël 23: 28 - 49

 Heel afschuwelijk, een god die zijn eigen mensen in stukken laat hakken. (Zie vers 47.) Is dit God wel?
 Als je je eigen boosheid tot die ander door wilt laten dringen, zul je ook zijn of haar eigen taal moeten spreken. Anders denkt hij of zij nog,dat je het niet meent.
 Hoe maak je een volk dat er geen been in ziet om kinderen te offeren duidelijk, dat je dit niet neemt?
 Het gaat niet om de manier waarop, maar om het feit dat. Als je een hechte relatie met God hebt, ontdek je vanzelf hoe de Here vandaag zijn boosheid uit.

 Ezechiël 24

 Er kan een moment zijn, dat God je helemaal voor zich opeist. Dat hoeft niet altijd. Het kan ook zijn, dat je een deel van je tijd besteedt aan het werk waarmee je je geld verdient, een ander deel aan de kerk en aan het evangelie en weer een ander deel aan je relaties en aan ontspanning. Maar soms worden mensen helemaal opgeëist. Hij is niet voor niets op 55-jarige leeftijd gestorven. De situatie van de kerk op dat moment bracht dit gewoon met zich mee.
 Voor Ezechiël geldt hetzelfde. Niet iedere profeet heeft van God een rouwverbod gekregen bij het overlijden van zijn vrouw. Ezechiël is zelfs de enige, van wie dit in de bijbel staat. Maar de situatie was ernaar.
 De ballingen in Babel, onder wie Ezechiël profeet was, gingen er zonder meer vanuit dat ze binnenkort wel weer zouden terugkeren naar Juda. Jeruzalem zou niet vallen. Dat kon niet. Jeruzalem was de stad van God!
Deze mensen hadden een bord voor de kop. Dan is er heel wat nodig om ze wakker te maken.
 De vrouw van Ezechiël sterft en hij rouwt er niet eens om. Dan is er maar één mogelijkheid: hij heeft haar zelf vermoord of laten vermoorden. Als Jeruzalem valt, dan is het eigenlijk zo, dat de Judeeërs hun eigen stad hebben vernield.

 Ezechiël 25

 Je kunt als kerklid naar twee kanten doorslaan: óf je verdedigt je eigen kerk door dik en dun óf je kraakt die kerk helemaal af. Het verbaast je vast niet, dat God geen van beide doet.
 Jeruzalem is gevallen. De stad en de tempel zijn vernield. Een ooggetuige is het de profeet Ezechiël in Babel komen vertellen. (Zie 33: 21. Vergelijk 24: 25, 26.)
Het was hun eigen schuld. God heeft hen zo gewaarschuwd. De buurvolken hebben er leedvermaak om. ‘Ha, net goed!’ Maar schaart God zich nu achter die buurvolken?
Nee, God is kwaad op hen en Hij komt op voor Juda. Want waarom was God ook nog maar weer boos op Jeruzalem? Omdat Hij het in orde wilden hebben. Als je echt van iemand houdt, dan blijft je liefde, ook al ben je wel eens boos. Die boosheid staat in dienst van je relatie.

 Ezechiël 26

 Als een docent die hoog aangeschreven staat tijdens een hoorcollege het christelijk geloof afkraakt, schrik je. Als de baas van je bedrijf hetzelfde doet, schrik je ook. Naarmate de niet-gelovige meer macht heeft, voel je jezelf onzekerder worden.
 Tyrus was in de tijd van Ezechiël een machtige stadstaat op een eiland vlak vóór de Syrofenicische kust. Machtig vooral door de handel. Eén stad maar en toch: de Assyriërs en zelfs de Babyloniërs kregen het niet klein. Tyrus was ook het centrum van de dienst aan de vruchtbaarheidsgodin Asjera. De goddeloze koningin Izebel kwam er vandaan.
 En toch gaat Tyrus eraan. God is altijd nog de sterkste!
 Wee dus maar niet bang en blijf vooral jezelf.

 Ezechiël 27: 1 - 25a

 In de tijd van Ezechiël was Tyrus beroemd. Uit allerlei landen deden handelaars Tyrus aan. Je kunt het vergelijken met New York.
 Op zich is daar niks mis mee. Je kunt zonde doen met veel, maar ook met heel weinig bezit.
 Maar het einde van vers 3 is veelzeggend: “Tyrus, jij roemde je eigen schoonheid, je dacht: Ik ben volmaakt.” God kent iedereen.

 Ezechiël 27: 25b - 28: 10

 Je sterke kant is meteen ook je zwakke kant. Het is wel duidelijk, waarom. Op het terrein waar je sterk bent, bevind je je regelmatig aan de grenzen van je kunnen. Daar loop je dus tegelijk grote risico’s. Dat maakt je meteen zwak. Het is prachtig om jezelf te ontwikkelen en om nieuwe ontdekkingen te doen, maar je blijft een mens.
 De kracht van Tyrus was de zeevaart en dan ook nog op het wijde water. Dat durfde geen enkele andere zeevarende mogendheid uit die tijd aan. Hun schepen waren kustvaarders. Maar Tyrus was hen in scheepsbouw ver vooruit. Toch kan het ook dan mis gaan en hoeveel indruk maakt dat dan niet!
 God heeft de mens bijna goddelijk gemaakt. (Zie Psalm 8.) Wees er blij mee. Geniet ervan. Maar vergeet ook dat woord bijna niet.

 Ezechiël 28: 11 - 26

 Het lijkt wel alsof de zondeval zich in de geschiedenis van Tyrus herhaalt.
 Maar zo gek is dat nog niet. De val van Adam en Eva is niet een waar gebeurd verhaal dat veilig is opgeborgen in een ver en voor ons onschuldig verleden. Met dat doel staat Genesis 3 niet in de bijbel. Het vallen in zonde komt nog dagelijks voor!
 Het kan zo goed beginnen. Je start een prima studie en je wordt lid van een christelijke studentenvereniging. Je begint aan een baan met perspectief en tegelijk ben je actief lid van je kerk. Maar na verloop van tijd komt de klad erin. Het gaat echt helemaal fout met je.
 Hoe is dat mogelijk? Ja, waarom ging het met Adam en Eva verkeerd?
‘Waarom heeft God dat niet tegengehouden?’, zeggen wij dan. Je kunt je ook – en dat is beter – afvragen, wat die eerste mensen mankeerde. Het houdt in elk geval een waarschuwing in: volhouden kost ook energie!

 Ezechiël 29

 Vreemd: koning Nebukadnessar heeft bij de aanval op Tyrus het uiterste van zijn leger gevergd. Maar de koning en zijn leger zijn niet beloond voor deze zware strijd. Waarschijnlijk kreeg hij Tyrus niet echt op de knieën. Voor God is dit de reden voor een tegemoetkoming. Als compensatie geeft Hij aan koning Nebukadnessar  Egypte. De koning van Babel wordt voor zijn inspanning beloond door de God van Israël. Waar slaat dit in vredesnaam op?
 Maar als Nebukadnessar nu een opdracht voor God uitvoert? En dat doet hij! God wilde Tyrus straffen voor zijn hoogmoed en Egypte, omdat zijn volk Israël daar niet op vertrouwen kon.
 Zo kan het voorkomen, dat iemand die niet in God gelooft toch iets voor Hem doet en dat God er dan ook nog eens goed op let, dat hij zijn loon krijgt. Zo eerlijk is God.

 Ezechiël 30

 De Judeese ballingen in Babel geloven het niet, dat Jeruzalem vallen zal. Niet alleen omdat het de stad van God is, maar vooral ook omdat Juda in Egypte een sterke bondgenoot heeft. Egypte heeft hen opgezet tegen Babel. ‘Egypte zal en kan’, zo geloven ze, ‘Jeruzalem voldoende tot steun zijn.
 Om dat geloof te doorbreken drukt God zich d.m.v. Ezechiël heel plastisch uit. Hij vergelijkt Egypte en Babel met twee sterke mannen, ieder met een zwaard in de hand. De armen van de koning van Babel zal God sterk maken. Maar de armen van de koning van Egypte zal Hij beide breken.
 Je geloof in God kan ook worden geblokkeerd door een sterk vertrouwen op een mens.

 Ezechiël 31

 Heb jij dat wel eens meegemaakt, zo’n reusachtige kastanjeboom die neergehaald wordt?
 Onder aan de stam zijn mannen bezig met een kettingzaag. Even verderop staan mannen met stevige touwen in hun handen. De stam is bijna doormidden, de mannen trekken en dan gebeurt het: de oude reus valt met een dreun op de grond. Een gejuich stijgt op. Het is ook niet niks om zo’n oeroude boom de baas te worden. Maar zelfs die boom is eindig.
 In de tijd van Ezechiël en daarna werd een machtige koning vaak door een woudreus aangeduid. Denk aan de geweldige boom, die Daniël ooit zag in een droom. Koningen hadden in die tijd ook heel veel macht. De democratie had haar intrede nog niet gedaan. Ook de farao van Egypte was in de tijd van Ezechiël zo’n ontzagwekkende persoonlijkheid. Geen wonder dat God door Ezechiël, bijna twee maanden na zijn voorspelling van de val van de farao, nog eens laat aankondigen dat de koning van Egypte vallen zal. Zoiets gelooft toch niemand?

 Ezechiël 32: 1 - 16

 Alweer gaat het over de ondergang van Egypte. Blijkbaar is dit iets, wat goed tot de Israëlitische lezers doordringen moet.
 Wat wíj bij herhaling te horen krijgen, is vaak heel iets anders, namelijk: de vergeving van onze zonden, de liefde van God, het eeuwige leven.
 Natuurlijk is ook dat belangrijk. En toch: wat kunnen we ontzettend opzien tegen mensen!
Dat staat onze verhouding met God net zo goed in de weg.

 Ezechiël 32: 17 - 32

 Wie wint? Wie houdt het ’t langste vol? Wie bereikt de top?
 Belangrijke vragen vandaag. Het liefste praten we over onze successen. En als je die niet te vertellen hebt, houd je je stil, heimelijk onder de indruk van wie onbetwist de sterkste is.
 In de onderwereld doet het gerucht de ronde, dat nu ook Egypte daar komt.
De onderwereld: dat fenomeen kennen wij niet. Maar zo’n beeld is wel heel nuttig. Als je merkt dat je schrikt van iemand die machtig is, denk er dan ook eens aan Wie de allersterkste is.

Ezechiël 33: 1 - 20

 Het is de taak van een knecht van God om, waar nodig, te waarschuwen. Hier de profeet Ezechiël. Die taak is niet altijd gemakkelijk. Want de toehoorders zitten er vaak niet op te wachten. Bij echt gevaar, omdat mensen goddeloos gaan leven, kan men niet zwijgen. En dat mag gelden voor elke christen.

 Ezechiël 33: 21 - 33

 De boodschap klinkt: de stad Jeruzalem is gevallen. De vijand heeft de stad ingenomen. Wat zeggen de mensen van Gods volk?  Heel vroom: het land is van ons, door God gegeven. Maar die praat past hen niet als ze naast hun God de afgoden dienen, als men elkaar haat en om het leven brengt. Vroom praten over God, maar er niet naar leven, is dodelijk.

Ezechiël 34: 1 - 16

 Leiders van Gods volk moeten herders zijn, zorgzaam, beschermend. Maar dat doen ze nu juist niet. De schapen van Gods kudde worden geleid met harde hand en wat doen die schapen dan? Ze gaan er van door. In zulke leiders hebben ze geen vertrouwen. Slechte leiders in de kerk zijn bedacht op zichzelf. De Here God zal zijn schapen leiden en Hij zal zelf de herder zijn.

Ezechiël 34: 17 - 31

 De Here zal als de grote herder van zijn kudde voor eerlijkheid en recht zorgen. De schapen van zijn volk waren onderling in strijd gewikkeld. Dan worden de sterken sterker en de zwakken nog zwakker. Maar juist het zwakke zal de Here verzorgen. Hij zal veiligheid bieden. 
 Er valt de naam ‘huis van David’. En zo profeteert Ezechiël over de komende koning Jezus Christus, die die herder is. Let op het steeds noemen van: mijn schapen, mijn schapen. De kerk is van Hem. Niet van mensen.

Ezechiël 35

 Het gaat over het gebergte Seïr. Dat is Edom. En  de naam Edom staat voor Ezau en zijn nageslacht. Ezau is de tweelingbroer van Jakob. En wat was het een strijd tussen de beide broers. En dat is het nog. Toen het nageslacht van Jakob het benauwd kreeg door vijanden, heeft Edom zich aan de kant van die vijanden geschaard. Zoals Edom Gods volk te pakken heeft genomen, zo zal God Edom ten onder brengen.

 Ezechiël 36: 1 - 15

 Gods volk is aan alle kanten gepakt. Het hele land heeft schade opgelopen. De bergen, de dalen, en wat eens dorpen en steden waren. Het volk Edom behoorde mee tot de plunderaars. Ezechiël mag ook het venster op de toekomst richten: de verstrooide Israëlieten zullen terugkeren naar eigen land. En het vruchtbare land zal weer zijn vruchten opbrengen. Er zullen weer veel mensen wonen. En men zal weten dat God de machtige is.

 Ezechiël 36: 16 - 38

 Ezechiël wijst de oorzaak van de ballingschap aan. Het volk werd verstrooid omdat het in zonden leefde. Het heeft het land vuil gemaakt door zijn stijl van leven en werken. Er was onderlinge harde strijd. Men diende andere goden. Dat tast de naam van God aan. De wereld die toekeek zei: dat is nou het volk van de Here, maar toch gaan ze weg uit hun land. Die God laat het maar goed zitten. De heilige naam van God is daarmee aangetast. En toch laat God het niet zitten. Hij zal het laten zien. Hij laat zijn kinderen uit alle landen terugkeren. En dan is er meer dan veilig wonen in een fijn land. God doet meer. Hij geeft zijn kinderen een nieuwe geest, een nieuw hart. Een hart niet meer van steen maar een zacht hart van vlees. Om weer voluit uit liefde te gaan leven naar Gods regels. En men zal walgen over het verkeerde van vroeger. Dat is echte bekering.

 Ezechiël 37: 1 - 14

 We worden via een hemelse droom van Ezechiël verplaatst naar een dal dat vol ligt met doodsbeenderen. Kan zoiets nog tot leven komen? Immers nooit. En toch, het gaat gebeuren. Zo zal het gaan met de verstrooide Israëlieten. Het volk komt weer tot leven. De Here brengt de geest in hen. Een dode komt weer tot leven. Hij alleen is daartoe in staat.

 Ezechiël 37: 15 - 28

 Het boek Ezechiel is vol met ‘plaatjes’. Om iets duidelijk te maken. Hier gaat het over twee stukken hout. Die moeten uitbeelden hoe het vroeger was toen Israël een verscheurd land was, met het tienstammenrijk en het tweestammenrijk. De twee stukken hout worden samen gebonden. Om aan te geven dat die verdeeldheid straks voorbij is. Verdeeldheid onder zijn kinderen vindt de Here een gruwel. Hier gaat het om de tijd na de ballingschap. Er is ook weer sprake van één koning. En weer wordt gesproken over die koning als mijn knecht David. Hij is de ene herder. Er wordt verder gesproken over een verbond van vrede dat eeuwig duurt. Op deze manier wordt duidelijk dat het in Ezechiël om meer gaat dan de terugkeer van het oude volk Israël. Er wordt ons een blik gegund in het koninkrijk van Jezus Christus, zoals dat er vandaag is, waarin wij ons, als zijn schapen,  veilig mogen weten.

 Ezechiel 38

 Een bijzondere naam komt ons tegemoet. De naam Gog. Gog staat  voor een sterke aardse macht die zich stelt tegenover God en zijn volk.
 Deze gaat optreden als Israël is teruggekeerd en mag leven in vrede, zonden muren en poorten. Gog wordt getekend als  het gevaar dat uit het noorden komt. God zal die macht laten optrekken tegen z'n eigen volk. Maar Hij zal het ook vernietigend tegemoet treden. We horen van een aardbeving. God zal hen straffen. We mogen ook hier denken aan het eindoordeel van God dat eenmaal komt, wanneer God zijn vijanden zal straffen.

 Ezechiël 39

 Het gaat over de ondergang van Gog, die zo brutaal in verzet komt tegen de Here. Het land zal gereinigd worden. En we denken aan de wereld die gereinigd zal worden en die dan overgaat in een rijk van vrede. God zal recht spreken over alle volken. Er wordt bij Gog ook concreet gedacht aan de goddeloze  Antiochus Epifanes, een vorst uit het noorden. Deze heeft tot in Jeruzalem toe God en zijn volk bestreden. (Zie Daniël 11, vers 40 en volgende.) De Makkabeeën komen in  verzet. (Zie het apocriefe bijbelboek: 1 Makkabeeën hfd. 1.) Zie voor de eindafrekening van Gog in de toekomst: Openbaring 20:8,9 en Ezechiël 38:22.

 Ezechiël 40: 1 - 27

 Nou, maak de borst maar nat: hoofdstukken lang allerlei afmetingen van een nooit gebouwde tempel, waar je vaak ook nog geen touw aan vast kunt knopen. Waarom staan deze hoofdstukken nou in de bijbel? In elk geval niet om elke dag even een stukje te lezen voor een gezin met kinderen aan tafel. Dat kweekt alleen maar afkeer van de bijbel.
 Jammer dat de bijbel geen plattegronden kent. Een schemaatje van een plattegrond is veel inzichtelijker dan een geschreven plattegrond.
 Op grond van de hoofdstukken 40-48 hebben allerlei uitleggers wel zelf een plattegrond of een drie dimensionale reconstructie ontworpen. Je ziet er hier twee. Het helpt mij wel om bij het lezen een indruk te krijgen van wat er ongeveer bedoeld wordt.
Deze keer een beschrijving van de tempel aan de buitenkant. Er zijn drie toegangspoorten. Opvallend is dat het niet zomaar een opening is zoals bij de tabernakel, maar dat het complete bouwwerken zijn. De tempel krijgt hierdoor iets van een onneembaar fort. Wat zou dat zeggen?
 
 Ezechiël 40: 28 - 49

 Vandaag leidt de gids ons van het buitenplein via weer een nieuwe poort naar het binnenplein.
 Ook hier weer drie poorten, die er als echte stadspoorten uitzien, waardoor de eigenlijke tempel dus door een dubbeldikke muur met telkens forse poortgebouwen beschermd wordt. Je loopt niet zomaar door naar de tempel!
 Let er ook op dat je steeds hoger komt. In de buitenste poort moet je 7 treden klimmen, in de binnenste poort 8 treden. En voor je de tempel binnenkomt nog eens 10 treden. 25 in totaal. De tempel is symbool van de hemel als woonplaats van God; daarom klim je op tot je God ontmoet in zijn heiligdom. Hoe dichter je bij God komt, des te hoger stijg je op!
 Mooie gedachte als je naar de kerk gaat en lofliederen aanheft: je klimt op tot de Allerhoogste.

 Ezechiël 41

 Nu zijn we bij de echte tempel. Was het de bedoeling van dit visioen om de tempel die door Nebukadnezar verwoest was, op deze manier weer op te bouwen?
 Ezechiël 43:11 zegt dat de maten worden gegeven om nagebouwd te worden. Maar Nehemia en Ezra hebben het zo niet begrepen. Ik neem aan dat ze de beschrijving van dit visioen van Ezechiël gekend hebben. Toch hebben ze niet deze afmetingen gebruikt voor de nieuwe tempel die zij na de ballingschap gingen bouwen.
Verderop gaat Ezechiël ook het heilige land verder indelen voor de 12 stammen. Dit gebeurt zo schematisch en met zo weinig oog voor de werkelijke geografie van het land, dat je de indruk krijgt dat dit visioen niet bedoeld is als handleiding voor echte landverdeling. Zou ook de tempel met zijn afmetingen alleen symbolisch bedoeld zijn?
 Volgens anderen echter wachten deze instructies uit Ezechiël 40-44 nog steeds op de tijd dat ze letterlijk worden uitgevoerd. Dat lijkt me vreemd: na het offer van Christus zie ik geen plaats meer voor een letterlijke offerdienst.
 Hoe dan ook, ik hou het erop dat dit visioen in elk geval een bemoediging is: de HERE heeft  in Ezechiël 8-10 ook in een visioen laten zien dat Hij weg ging uit de tempel van Salomo. Gevolg van deze leegstand was de verwoesting vlak daarna.
Maar houd ook tijdens de ballingschap moed: Hij wil straks opnieuw te midden van zijn mensen komen wonen.
 Het paradijs keert terug: vandaar die palmbomen en engelfiguren in de versiering van de tempel.
 Opvallend is dat er in deze nieuwe tempel veel minder goud blinkt dan in die van Salomo. Om alle aandacht op de aanwezigheid van de HERE zelf te richten?

 Ezechiël 42

 Als je bij een patiënt op de Intense Care op bezoek gaat, moet je vaak eerst je handen wassen, een mondkapje voordoen, een schort aantrekken en sloffen om je schoenen. Je zou anders van straat allerlei bacteriën kunnen meenemen naar deze afdeling. En niet voor niets ligt de patiënt op Intensive Care. Vandaar die sluis, met alle voorzorgsmaatregelen.
 Nu wil ik God niet vergelijken met een ernstig zieke patiënt. Wel kun je het voorbeeld gebruiken om duidelijk te maken dat Gods heiligheid op geen enkele manier door ons straatvuil aangetast mag worden. De vorige tempel was verwoest omdat mensen er in en uit liepen alsof het hun eigen huis was. Maar God is heilig. Alleen via heilige priesters die het onderscheid tussen heilig en niet-heilig kennen, is Hij toegankelijk. Christus is onze heilige priester door wie wij priesters mogen worden. We mogen binnen komen als we ons eerst aankleden met Christus.

 Ezechiël 43

 God komt terug, en wil weer wonen in ons midden. Probeer de indrukwekkende beelden van zijn macht en majesteit in de eerste verzen van dit hoofdstuk eens op je in te laten werken. Denk je in dat je erbij stond. Wat gaat er door je heen?
 Nog indrukwekkender zullen de Here God met Jezus Christus in al hun heerlijkheid in ons midden komen tronen op een nieuwe aarde.
 De tempel staat helemaal vrij, niet meer zoals eerst tegen het paleis van Salomo aangebouwd. Die weelde bleek niet te dragen, en leidde tot ontheiliging van de heilige woning van God. Vandaar een vrijstaande woning voor God. Maar vanuit deze woning van God, vanuit de ontmoeting met Hem wordt het omliggende gebied ook zeer heilig. Hoe straalt de hoge heiligheid van God door in uw dagelijkse leven?

 Ezechiël 44: 1 - 16

 De buitenste Oosterpoort mag nooit meer gebruikt worden. De Here is erdoor binnengekomen, en nu blijft Hij dicht. Ook weer een blijk van de grote heiligheid van de HERE. Hij heeft de deur achter zich dichtgetrokken, omdat Hij nooit weer weg wil gaan.
Wie mag binnenkomen en wie niet? Wie onbesneden is van hart en lichaam mag niet naar binnen. De GrootNieuws vertaling zegt het mooi: “wie onbesneden is, wie Mij niet met hart en ziel is toegedaan…” (vers 9). Heb je je hart laten besnijden, ben je opnieuw geboren en heb je je hart aan Hem verloren, dan ben je van harte welkom. Maar anders niet!

 Ezechiël 44: 17 - 31

 In de tweede helft van dit hoofdstuk geeft de Here allerlei regels voor het gedrag en het werk van de priesters die dienstdoen in de tempel. Een kernzin is vers 23: de priesters hebben de taak mijn volk het verschil te leren tussen heilig en niet-heilig, tussen rein en onrein.
 Deze regel geldt ook voor christenen nog steeds: “wees heilig want Ik ben heilig, zegt de Here”, 1 Petrus 1:16. En vergeet niet: wanneer je een ander iets wilt leren, zul je eerst zelf het goede voorbeeld moeten geven.
 Een verrassend mooie zin is vers 28. In GrootNieuws staat het er zo: “De priesters  hebben geen recht op eigen grond. Hun voorrecht is het Mij te dienen.” In de gangbare vertaling staat het er wat kernachtiger: “Een bezitting in Israël mag je de priesters niet geven: Ik ben hun bezitting.” Mooi om eens over door te denken. De Here zelf als je erfdeel, je kostbaarste bezit. Psalm 16:6.

 Ezechiël 45

 Dit hoofdstuk regelt de onderlinge verhoudingen van de vorst en het volk. De vorst mag niet meer heersen over het volk. Hij lijkt al met al meer op een soort priester dan op een koning, in zijn zorg voor de offers. Niet hij zelf staat in het middelpunt maar centraal in het gebied dat hem toebedeeld wordt ligt de tempel van de HERE met daarom heen het gebied van priesters en levieten en de strook bestemd voor de hoofdstad.

Ezechiël 46

 Ook dit hoofdstuk regelt vooral de taak van de vorst, zijn positie in het heiligdom. Op de sabbat mag de binnenste Oosterpoort geopend worden, maar de vorst moet op de drempel blijven staan, hij mag niet helemaal naar binnen op het binnenplein. Dat is alleen voor de priesters weggelegd.
 In vers 9 wordt de verkeerscirculatie enigszins geregeld voor de grote feesten, wanneer het een drukte van belang wordt in de tempel. Kom je via de Zuiderpoort het buitenplein op, dan loop je rechtdoor en ga je er via de Noorderpoort weer uit, en andersom. Is dit om onnodig gedrang te voorkomen? (Maar waarom dan niet de regel dat iedereen de zelfde kant uitloopt?) In elk geval moet de vorst zich ook aan deze verkeersregel onderwerpen.

 Ezechiël 47

 Dit is de climax van het visioen van de nieuwe tempel. Vanuit de nieuwe woonplaats van God onder zijn mensen wordt het omliggende land gezegend. Net als in het paradijs ontspringt bij de troon van God de levensrivier. Hij sijpelt onder de drempel door, uit de Oosterpoort, en gaat richting oosten, in de richting van de Dode Zee. Het begint heel klein maar de stroom wordt steeds dieper. En als de profeet dan terugkijkt, ziet hij dat de oever overal begroeid is met prachtige bomen. Het is water van leven. Overal vis.  Zelfs in de Dode Zee keert het leven terug. Openbaring 21 werkt dit beeld verder uit voor de nieuwe aarde.
 In dit gezegende land krijgen alle stammen van Israël de ruimte. Jozef krijgt twee stroken, omdat al vanouds zijn zonen Efraïm en Manasse afzonderlijke stammen vormen. En vanzelfsprekend geven zij dan ook ruimte aan vreemdelingen en asielzoekers die bij hen willen wonen, rond de tempel van de Here.

 Ezechiël 48: 1 - 14

 Nu volgt een heel schematische indeling van het land onder de stammen, elke stam krijgt een strook die in het Westen aan de Middellandse Zee grenst en in het Oosten aan de Jordaan. Het doet me denken aan de indeling van landen in Afrika, die met hun rechte strepen geen rekening houden met natuurlijke grenzen, maar die op de tekentafel zijn geboren. Met dit verschil: deze indeling is niet bedoeld, dacht ik, om echt uitgevoerd te worden maar heeft een symbolische betekenis: eerlijke verdeling en ruimte voor iedereen.
 Wat in hoofdstuk 45 al geregeld was voor het gebied rond de tempel, wordt nog eens herhaald en uitgewerkt. De tempel ligt niet alleen centraal in het gebied van de vorst maar ook in heel Israël.

 Ezechiël 48: 15 - 34

 We werken vanuit het noorden zuidwaarts. Na de eerste 7 stammen zijn we nu aangekomen bij het gebied rond de tempel. De precieze positie van de stad wordt uitgetekend. Daarna komen de overige 5 stammen aan de beurt.

De stad is voor alle stammen het middelpunt, en staat open naar alle richtingen. Elke stam is welkom. Het nieuwe Jeruzalem (in Openbaring 21:12-14) heeft ook 12 poorten die met de namen van de stammen van Israël gesierd zijn, terwijl de muren rusten op 12 fundamenten: de apostelen van Christus!
 Het hoogtepunt is het laatste zinnetje: de naam Jeruzalem wordt niet genoemd, maar: de Here woont hier!
Daar gaat het om. Daar gaat het heen: een plek voor Israël en de volken met God en Christus als stralend middelpunt.

Aanvulling : Profetisch perspectief

 Bij het woord perspectief denk je algauw aan de toekomst. In de bijbel moet je dan bij de profeten zijn, want die spreken over de toekomst. Ook Ezechiël doet dat. Het is alsof de profeten boven op een bergtop staan, zoals Bileam: 'de man wiens oog geopend is (zie Num. 23:14-18 en 24:4).

Ze beschrijven het uitzicht: Wat dichtbij ligt, zien ze scherp, maar de volgende berg wordt al minder helder. Wat echt in de verte ligt, zien ze nog maar vaag. Ze zeggen dingen over de directe toekomst van hun volk, maar soms ook over latere tijden, dingen waarvan wij denken dat ze met ónze toekomst te maken hebben. Dat zijn profetieën die nog niet 'vervuld' zijn. Dat prikkelt onze fantasie. We willen wel weten wat God voor ons in petto heeft.

Eindtijdvisies

In de latere christelijke kerk vind je dan ook allerlei zogenaamde 'eindtijdvisies'. Die bestaan meestal uit losse bijbelteksten die aan elkaar zijn geregen tot een theorie over het 'einde der tijden' en de komst van een nieuwe, goede wereld. Maar je voelt wel, dat staat een eind af van het perspectief van de profeten zélf. De bijbel leent zich niet echt voor zulke simpele schema's. Dat zie je al doordat er zo veel verschillende zijn, terwijl ze toch allemaal beweren dat ze de waarheid laten zien.

Kijken met Gods ogen

Wat is het profetisch perspectief dan wél? Nu, dat moet je vooral uit de profeten zelf halen. Het is meer dan alleen toekomst, het is ook de manier waarop je tegen alles aankijkt. Profeten zijn zieners. Zij hebben tijdelijk Gods ogen te leen. Daarmee doorzien ze de maatschappij, en de samenhang van alles wat er gebeurt. Dat is gekoppeld aan het gedrag van het volk. Wat voor gewone mensen toevalligheden zijn, zoals de agressie van vreemde volken, zien de profeten als iets wat Israël over zichzelf afroept. Zij peilen de drijfveren van de mens, en wat die teweegbrengen. Dat staat dicht bij ons en het blijft altijd actueel.

Toekomst

Het woord perspectief heeft nog een derde betekenis: mogelijkheid of kans. En die legt weer verbinding met de toekomst.
Telkens weer begint God opnieuw met Israël, ook zonder dat daar een aanknopingspunt voor is bij de mensen. Zo is het ook in Ezechiël 37. Die tekst gaat over het herstel van Israël en het koningschap van David. Maar dit wordt op zo'n manier beschreven dat je je voor kunt stellen dat mensen hier later een aankondiging in hebben gelezen van het koninkrijk van God en de komst van de messias. Profetisch perspectief is niet alleen actueel en onthullend, het is verbazingwekkend.


COMMENTAAR
BIJBELBOEK

OT


Genesis

Exodus

Leviticus
 

Numeri

Deuteronomium

Jozua
 
Richteren
 
Ruth
 
1 Samuël

2 Samuël
 
1 Koningen
 
2 Koningen
 
1 Kronieken

2 Kronieken
 

Ezra
 
Nehemia
 
Esther

Job

Psalmen

Spreuken

Prediker

Hooglied


Jesaja


Jeremia


Klaagliederen van Jeremia

Ezechiël

Daniël


Hosea

Joël


Amos


Obadja


Jona


Micha


Nahum


Habakuk

Zefanja

Haggaï

Zacharia

Maleachi

NT

Matthëus


Markus

Lukas

Johannes

Handelingen

Romeinen


1 Korinthiërs


2 Korinthiërs


Galaten

Efeziërs

Filippensen


Kolossensen

1Thessalonicensen

2Thessalonicensen

1 Timothëus

2 Timothëus

Titus

Filemon

Hebrëen

Jakobus

1 Petrus

2 Petrus

1 Johannes

2 Johannes

3 Johannes

 
Judas

Openbaring
 

 READ THE BOOK - THE BIBLE CHANGE YOUR LIFE

Deutsch
de
English en français fr italiano it Nederlands nl español es português pt Norsk no svenska sv Polski pl čeština cz Slovák sk Magyar hu român ro Български bg hrvatski hr Pyсский ru Türkçe tr عربي ar

       

Heer, wees mijn Gids

                              

INFO: DE WEG - DE WAARHEIDHET LEVENFILM - AUDIO


Wie zoekt zal vinden           


www Holyhome.nl

Boeiende Series :

Bijbelvertalingen
Bijbel en Kunst

Bijbels Prentenboek
Biblische Bildern
Encyclopedie
E-books en Pdf
Prachtige Bijbelse Schoolplaten

De Heilige Schrift
Het levende Woord van God
Aan de voeten van Jezus
Onder de Terebint
In de Wijngaard

De Bergrede
Gelijkenissen van Jezus
Oude Schoolplaten
De Zaligsprekingen van Jezus

Goede Vruchten
Geestesgaven

Tijd met Jezus
Film over Jezus
Barmhartigheid

Catechese lessen
Het Onze Vader
De Tien Geboden
Hoop en Verwachting
Bijzondere gebeurtenissen

De Bijbel is boeiend
Bijbelverhalen in beeld
Presentaties en Powerpoints
Bijbelse Onderwerpen

Vrede van God voor jou
Oude bijbel tegels

Informatie over alle kerken in Nederland: Kerkzoeker
 
Bible Study: The Bible alone!
L'étude biblique: Rien que la Bible!
Bibelstudium: Allein die Bibel!  

Materiaal voor het Digibord
Werkbladen Bijbelverhalen Bijbellessen
OT Hebreeuws-Engels
NT Grieks-Engels

Naslagwerken
Belijdenissen
Een rijke bron

Missale Romanum + Afbeeldingen
Stripboek over Jezus
Christelijke Symbolen
Plaatjes Afbeeldingen Clipart
Evangelie op Postzegels

Harmonium Huisorgel
Godsdiensten en Religies
Herinnering aan Kerken

Christian Country Music
Muzikale ontspanning
Software voor Bijbelstudie
Hartverwarmende Klanken
Read and Hear the Holy Bible
 Luisterbijbel

Bijbel voor Slechtzienden Begrippenlijst   -1-   -2-

Meer weten over de Psalmen, gezangen, liturgieën, belijdenisgeschriften: Catechismus, Dordtse Leerregels en veel andere informatie? . Kijk opOnline-bijbel.nl
         
  (
What's good, use it)


Waard om te weten :

Een hartelijk welkom op de site
Deze pagina printen
Sitemap
Wie zoekt zal vinden


FAQ - HELP

Kerk
Zondag
Advent
Kerstfeest
Driekoningen
Vastentijd
Goede Vrijdag
Aswoensdag
Palmzondag
Palmpasen
De stille week
Witte donderdag
Stille zaterdag
Paaswake
Pasen - Paasfeest
Hemelvaartsdag
Pinksteren
Biddag
Dankdag
Avondmaal
Doop
Belijdenis
Oudjaarsdag
Nieuwjaarsdag
Sint Maarten
Sint Nicolaas
Halloween
Hervormingsdag
Dodenherdenking
Bevrijdingsdag
Koningsdag / Koninginnedag
Gebedsweek
Huwelijk
Begrafenis
Vakantie
Recreatie
Feest- en Gedenkdagen
Symbolen van herkenning
 
Leerzame antwoorden op levens- en geloofsvragen


Hebreeën 4:12 zegt: "Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden"Lees eens: Het zwijgen van God

God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.
Lees eens:  God's Liefde

Schat onder handbereik


Bemoediging en troost

Bible-people - stories of famous men and women in the Bible
Bible-archaeology - archaeological evidence and the Bible
Bible-art - paintings and artworks of Bible events
Bible-top ten - ways to hell, films, heroes, villains, murders....
Bible-architecture - houses, palaces, fortresses
Women in the Bible -
 great women of the Bible
The Life of Jesus Christ - story, paintings, maps

Read more for Study  
Apocrypha, Historic Works
 GELOOF EN LEVEN een
          KLEINE HULP VOOR  ONDERWEG