DE HEILIGE SCHRIFT - DE BIJBEL

II KONINGEN

De vindplaats van materiaal voor Bijbelstudie, geloofstudie, catechese, school, kring, persoonlijk geloof, studie thuis, kerk, club, nieuws, godsdienstonderwijs, zingeving en vooral heel veel mogelijkheden om je Bijbelkennis te vergroten. Blijf niet afhankelijk van anderen maar lees zelf de Bijbel. Investeer in geestelijke rijkdom.


De Studiebijbel is uitermate geschikt om de Bijbel te leren verstaan.

Je kunt een keus maken uit onderstaande tabel voor verdere studie
A = Verwijzing naar bijbeltekst met uitgebreide uitleg
B = Beknopte verhandeling over het hier gekozen bijbelboek
C = Verwijzing naar de verhandeling van een ander bijbelboek

Terug naar de Inleiding van deze serie


A B C
BIJBELBOEK
met
UITLEG


Oude Testament

Genesis Exodus Leviticus Numeri Deuteronomium Jozua Richteren Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia Maleachi


Nieuwe Testament


Mattheüs Marcus Lukas Johannes Handelingen Romeinen 1 Korinthiërs
2 Korinthiërs
Galaten Efeziërs Filippensen Kolossensen1 Tessalonicensen2 Tessalonicensen 1 Timotheüs 2 Timotheüs Titus Filemon Hebreeën Jakobus 1 Petrus 2 Petrus 1 Johannes 2 Johannes 3 Johannes Judas Openbaring


II KONINGEN


Het
De boeken II en I Koningen (Hebreeuws: מלכים) zijn boeken uit de Hebreeuwse Bijbel. Het bevat een verslag van de koningen van het oude Israël en Juda. In de Tenach worden deze boeken gerangschikt onder de profeten.

Naamgeving
 De twee boeken vormden oorspronkelijk één boek in de Hebreeuwse Bijbel. De Hebreeuwse namen zijn M'lakhim Alef en M'lakhim Bet. De huidige tweedeling komt voor het eerst voor in de Septuaginta, die hen als het derde en vierde boek Koningen nummerde. De Vulgata volgde dit voorbeeld. Zie ook de toelichting op I Samuel.

HET TWEEDE BOEK DER KONINGEN

 Ook in het Tweede boek der Koningen lezen we over de afgoderij van de koningen, waarin zij met hun onderdanen halsstarrig zijn gebleven. Daarom heeft de Heer hen niet alleen door profeten, maar ook door zware straffen tot bekering geroepen.Om hen te waarschuwen voor hun ganse ondergang, als zij zich niet zouden bekeren, liet God de stam van Nafthali door Tigliath Piléser naar Assyrië voeren. Maar het heeft niet geholpen.

 Het is wel zo, dat God altijd een uitverkoren overblijfsel van ware gelovigen aan zich gehouden heeft, waartoe het onderricht der profeten veel heeft bijgedragen.

 Maar omdat de afvalligen geen einde aan de goddeloosheid maakten, heeft God hen uiteindelijk verworpen.

 Salmanasser, koning van Assyrië, is het land met een grote overmacht binnengevallen en heeft na een driejarige belegering de stad Samaria ingenomen en de Israëlieten gevankelijk weggevoerd, waarmee dit koninkrijk een einde genomen heeft. Een koninkrijk, dat, volgens berekening van sommigen, vanaf de tijd van de scheuring der stammen, omtrent tweehonderdtweeënzestig jaren heeft geduurd.

 Een gelijksoortige straf is het koninkrijk Juda uiteindelijk overkomen.

 Hoewel de ernstige vermaningen der profeten en de kastijdingen van de Heer, waardoor zij tot bekering werden geroepen, niet ophielden, zijn de gruwelen in de godsdienst en de dagelijkse overtredingen zo groot en veelvuldig geworden, dat God dit volk overgegeven heeft in de hand van Nebukadnézar, de koning van Babel, die het land verwoest en Jeruzalem ingenomen heeft. Hij verbrandde de tempel en voerde de Joden gevankelijk weg. Dit geschiedde toen het rijk Juda, sinds de scheuring van de tien stammen, omtrent driehonderdvijfennegentig jaren had bestaan

 Doch God heeft Zijn toorn zodanig gematigd, dat Hij in Zijn woord en beloften trouw gebleven is, en het uitverkoren volk en het geslacht Davids, waaruit de Messias naar het vlees voortkomen moest, tot die tijd door vaderlijke zorgvuldigheid bewaard heeft.

 De geschiedenis van het Tweede boek der Koningen beslaat een periode van omtrent driehonderdtwintig jaren.

 De beide boeken samen dus omtrent vierhonderdachtendertig jaren.

 Er waren in totaal eenenveertig koningen. De eerste drie koningen voor het hele rijk. Daarna voor Juda negentien1) en voor Israël negentien koningen2).

 Op de volgende pagina volgt een volledig (hoop ik) overzicht van alle koningen.

 1) De zesjarige regering van Athalia (2 Kon. 11:3), de moeder van Ahazia, niet meegerekend.
 2) Zie ook mijn verhaal 'De 'Korte' Koningen'. over koningen, die niet langer regeerden dan één jaar.

Periode
 De boeken beslaan de periode van Salomo's regering tot de verovering van Juda door de Babylonische koning Nebukadnezar. De exacte periode is moeilijk vast te stellen, een schatting geeft als tijdsbestek ongeveer 970 v.Chr. tot 587 v.Chr.

 De perioden zoals deze per koning in deze boeken worden genoemd, klinken zeer exact. Er zijn echter enkele aandachtspunten. Zo is in Juda het aantal jaren van Rehabeam tot de dood van Ahazia 95, in Israël 89 jaar. De periode van Jehu tot de val van Samaria bedraagt in Juda 165 jaar tegen 144 voor Israël.

 Hiervoor zijn een aantal oorzaken aan te wijzen:

 Sommige regeringen vielen samen of overlapten elkaar, zoals die van Davids laatste jaren met de eerste regeringsjaren van Salomo;
Het jaar van machtswisseling telde soms voor zowel de overleden als de nieuwe vorst;
In de woelige jaren na Jerobeam II heersten mogelijk meerdere koningen tegelijk in verschillende delen van Israël.
3. InhoudDe boeken bevatten de annalen van de koningen van Israël, zowel van het noordelijke tien-stammenrijk, dat na de scheuring als het koninkrijk Israël voortging, als van het twee- stammenrijk, het koninkrijk Juda.

 Ook het boek Kronieken behandelt deze periode. De kronieken zijn echter bondiger, meer samenvattend, terwijl er verhoudingsgewijs meer nadruk ligt op de Levitische aspecten. In de boeken over de Koningen ligt het accent meer op de koningen en de profeten.

Een korte groepering van de inhoud
 Troonsbestijging en regering van Salomo (1 Koningen 1-11). Bouw van de tempel te Jeruzalem;
Scheuring van het rijk (1 Koningen 12);
Optreden van naamloze profeet uit Juda, koningen Rechabeam en Jerobeam (1 Koningen 13);
Optreden van de profeet Ahia tegen Jerobeam (1 koningen 14);
Regering van de koningen Abiam, Asa, Nadab, Baësa, Ela, Zimri, Omri (1 Koningen 15-16);
Optreden van de profeet Elia onder de koningen Achab, Josafat, Ahazia (1 Koningen 17 - 2 Koningen 1);
Optreden van de profeet Elisa onder diverse koningen (2 Koningen 2-13);
Regering van diverse koningen (2 Koningen 14-17);
Regering van Hizkia, profeet Jesaja (2 Koningen 18-20);
Regering van Manasse, Amon, Josia, Joahaz, Jojakim, Jojachin, Zedekia,

Boodschap/thema
 De schrijver had een duidelijk doel met het schrijven. De regering van aan God trouwe koningen worden uitvoeriger behandeld dan de regeringsperioden van koningen die van God afweken. Ook krijgen veel koningen een 'beoordeling' op dit punt: "En hij deed wat kwaad was in de ogen des Heeren" (2 Koningen 13:2,11; 15:9,18,24,28; 17:2, etc.). Of het tegenovergestelde: "En hij deed wat recht was in de ogen des Heeren" (bijv. 2 Koningen 14:3, 15:3; 18:3, etc.).

Auteurschap
 De Talmoed [1] noemt Jeremia als auteur. Critici zijn het echter niet eens over wie de auteur van deze boeken was. Volgens hen komen sommige delen overeen met Jeremia, waardoor sommigen gesuggereerd hebben dat Jeremia de auteur is. Als onderbouwing hiervan kan worden genoemd dat Jeremia's naam en optreden nergens tijdens de Koningen genoemd wordt - dit zou overbodig zijn wanneer Jeremia de schrijver is, zijn woorden vormen immers een apart boek. Als extra argument wordt hierbij genoemd dat sommige delen van Koningen en Jeremia bijna woordelijk overeen komen, zoals 2 Koningen 24:18-25:30 en Jeremia 52.

 Een alternatieve veronderstelling, die in het jodendom geen aanhang heeft, is dat Ezra, na de ballingschap, de boeken samenstelde uit documenten die mogelijk geschreven waren door David, Salomo, Nathan, Gad, en Iddo, en de documenten daarbij de huidige vorm en volgorde gaf.

 De boeken vermelden of verwijzen naar een aantal bronnen, namelijk:

 "boek der geschiedenissen van "Salomo" (1 Koningen 11:41);
het "boek van de kronieken van de koningen van Juda" (1 Koningen 14:29; 15:7, 23, etc.);
het "boek van de kronieken van de koningen van Israël" (1 Koningen 14:19; 15:31; 16:14, 20, 27, etc.).

Tijdsbestek
 De datum van de oorsprong van deze boeken hangt samen met de vraag naar de auteur. Mogelijk lag deze datum tussen 561 v.Chr., de datum van het laatste hoofdstuk (2 Koningen 25), toen Jojachin werd vrijgelaten uit de gevangenschap door Evil-Merodach (2 Koningen 25:27), en 538 v.Chr., de datum van de vrijlating door Cyrus.

Relatie met nieuwe testament
 Deze twee boeken worden verschillende malen aangehaald of geciteerd door Jezus Christus en zijn apostelen. Bijvoorbeeld in Mattheus 6:29; 12:42; Lukas 4:25, 26; 10:4 (vgl 2 Koningen 4:29); Markus 1:6 (vgl. 2 Koningen 1:8); Mattheus 3:4, etc.).

 2 Koningen 1
 O, o, wat laat die Ahazia zich in de kaart kijken! Gehoorzame jongen van slechte ouders. En dus loopt het ook met hem verkeerd af: geen lang leven (tegenbeeld van het 5e gebod). Hij krijgt een ongeluk met dodelijke afloop: een val uit het raam van de bovenverdieping. Dan ga je natuurlijk hulp halen bij de dichtstbijzijnde ‘hulppost’ op een steenworp van het paleis: de profeet van de HERE. Niet dus! De god van het Filistijnse Ekron, Baäl-Zebub (de vliegengod) staat bekend als een krachtpatser. Wat van ver komt, is toch veel beter? De gedachte alleen al. En toch trappen we er altijd weer in met onze Jomanda’s en zo. Elia, de man van God, laat het Ahazia hardhandig weten: “Is er dan geen God in Israël? Zou je niet beter naar Zijn Woord kunnen luisteren?” Ahazia speelt met hemels vuur. Zijn soldaten worden er de dupe van. En hijzelf sterft in zijn bed. Veel later valt er onder de preek van Paulus een van de hoorders uit een bovenraam, Eutychus. Hij is op slag dood. Maar wanneer Paulus de armen om hem heen slaat, leeft hij (Hand. 20: 7-12). Ja, kinderen van God mogen leven, ook al zijn ze gestorven.

2 Koningen 2
 Boven dit hoofdstuk staat in de NV: “Elia ten hemel opgenomen”. Ik kies toch liever een ander opschrift: “Elia gaat, het Woord blijft” (Elisa krijgt de Geest van Elia), of: “Door Elisa maakt de HERE met Israël een nieuw begin.” Want let eens op de route die Elia en Elisa volgen en op de plek waar Elia wordt opgenomen. Exact het tegenovergestelde van de route die Israël destijds volgde onder leiding van Jozua, na Mozes’ dood. Een terugtrekkende beweging: Israël is in al die eeuwen na Mozes’ dood en de intocht in Kanaän nog geen stap gevorderd (NB: Jericho is pas herbouwd). Terug dus naar af. Waarom zou anders Elia juist op die plek zijn opgenomen? En waarom zou anders Elisa opnieuw de Jordaan zijn overgestoken en zijn werk begonnen zijn in Jericho? Elia > Mozes, Elisa > Jozua!
 Elisa presenteert zich als Gods ‘mond’: in Jericho verandert vloek in zegen (er worden weer kinderen geboren), in Bethel verandert zegen in vloek (kinderen sterven). God is genadig, Hij is ook rechtvaardig. Laat Noord-Israël dat opnieuw erkennen en eindelijk tot geloof komen! Een duidelijke boodschap voor de kerk nu, na Christus’ verzoeningswerk: stilstand in geloofsgroei is ‘terug naar af’. Levensheiliging is een doorgaand proces, op basis van het Woord.

2 Koningen 3
 Een oorlog met een vreemde afloop. Daarbij roept ook nog es het optreden van Elisa vragen op. Moab heeft zich na de dood van Achab bevrijd van Israëls overheersing. Dat kan niet getolereerd worden. Daarom begint Joram van Israël een oorlog, samen met Josafat van Juda en de koning van Edom. Na een week zitten ze zwaar in de problemen: geen drinkwater voor mens en dier. Wat nu? Gelukkig, Elisa trekt mee op. Josafat erkent hem meteen als profeet: “Bij hem is het woord van de HERE.” Dat is de reden dat Elisa God vraagt om redding. En kijk: God biedt hulp op een bijzondere manier, met water dat wel bloed lijkt. En Hij belooft ook de overwinning op Moab. Maar dat laatste gaat niet door. Want – en dat roept die vragen op – Elisa profeteert over wat Israël Moab wel niet zal aandoen. Allemaal oorlogsmisdaden, die de HERE via Mozes streng verboden heeft! Hoe kan Elisa dit nu zeggen? Nu, ik denk, dat Elisa niet zegt wat Israël moet doen, maar wat het zal doen. Elisa is geen valse profeet. Israël levert een gemene streek tegen beter weten in. Als dan Moabs koning letterlijk zijn oudste zoon (de kroonprins) opoffert, dan is de maat vol. God is woedend op Israël. Laten we het wel zuiver houden! Eerst van God nieuw leven krijgen en dan jezelf uitleven: dat is foute boel.

2 Koningen 4: 1 - 37
 Kinderen weghalen, omdat de schulden niet worden afgelost, dat staat God niet toe. Daarom roept de weduwe de hulp in van Gods man, Elisa. Ze schreeuwt het uit. Elisa biedt hulp met – alleen maar – een stel opdrachten. Zo gebeurt er een groot wonder: van straatarm – wat is nu een flesje reukolie? – wordt deze vrouw schatrijk – een huis vol parfum. Ze kan haar schulden afbetalen en van de rest zorgeloos leven, samen met haar beide jongens.
 Nog een gebeurtenis waarin een jongen een belangrijke rol speelt. Om een lang verhaal kort te maken: een kinderloos echtpaar in Sunem krijgt van God een zoon, als dank voor hun uitzonderlijke gastvrijheid. Een aparte kamer voor de profeet Elisa: daaruit spreekt liefde voor God. En dat in die tijd van ontrouw! Wat zijn ze blij met Gods gift. Maar helaas, de jongen sterft aan een zonnesteek. God gaf, God neemt. Dat is hard. De moeder geeft het niet op: dit kan gewoon niet. Ze gaat naar Karmel, naar Elisa. Die stuurt Gechazi met zijn staf vooruit. Die legt hij op de jongen als teken: “Afblijven. Dit is van Elisa.” Dan komt Elisa zelf. Hij bidt intens tot God. Met zijn eigen lichaam verwarmt hij de jongen. En zie, de jongen leeft. Zijn moeder neemt hem mee. Maar eerst buigt ze zich neer voor God. God maakt doden levend. Dit is er nog maar één. Door Christus komt een ontelbare menigte tot eeuwig leven.

2 Koningen 4: 38 - 44
 Wat de jonge profeten in Gilgal overkomt, is bepaald geen aprilgrap. De dood zit echt in de pot. Geen mop van een grappenmaker die hoopt op een dubbele portie, maar dodelijk ernst. Eindelijk is er weer eens volop te eten (meegebracht door Elisa). Heerlijke geuren doen iedereen watertanden. Een van de jongens heeft er spontaan nog een voorraadje wilde komkommers bijgeplukt. Dat wordt smullen. Nee, dat wordt een voedselvergiftiging. Goddank: Elisa is er zelf bij. Een handvol meel – teken van leven – maakt het eten goed.
 In diezelfde tijd komt iemand de eerste opbrengst van de gersteoogst brengen: 20 broodjes en een zakje koren. De hongersnood is voorbij. 100 mensen eten van een maaltijd voor vier personen. En ze houden nog over ook. Hoe dat kan? Dat is niet zo moeilijk: “naar het woord van de HERE!” Later gebeuren er door Gods Zoon nog meer van dit soort wonderen. Voor God is niets onmogelijk. Hijzelf is de allerbeste levensverzekering. Hij geeft levend brood.

2 Koningen 5
 Om bij de afgoden in het gevlei te komen moet je sterke staaltjes uithalen en flink betalen. Misschien willen ze jou dan wel genezen, vooropgesteld dat ze niet je eigen droomhelden zijn. Naäman heeft vast al zijn best gedaan om van zijn ‘huidvraat’ af te komen. Het heeft hem niet geholpen. Dan toch maar luisteren naar dat vrome slavinnetje uit Israël. Maar zeven keer baden in de Jordaan, die sloot van Israël, dat is wel erg simpel. Nou ja, op aandringen van anderen, doe je ‘t dan. Maar ’t is werkelijk te gek voor woorden. Vooral ook nog, omdat die halfgare profeet (vgl. 9 : 11) zijn boodschap door zijn knechtje liet overbrengen. En dat tegen hem, zijne excellentie, de generaal van Aram. Het toppunt van onfatsoen.
 Heeft Naäman na zijn wonderlijke genezing – en meer dan dat! – nu echt in God geloofd? Was hij bekeerd? Maar dan ga je toch niet meer naar de tempel van de afgoden? Ook al kost het je je baan. Waarom ging hij niet lijden om zijn geloof? Stop even! Wees maar niet wijzer dan God zelf. Jezus Christus aarzelt niet de naam van Naäman te noemen als voorbeeld tegen de ongelovigen van Nazaret (Luk. 4: 27). Ook voor nu: kijk liever naar Naäman op dan op hem neer. En let op Gods liefde en geduld met zondige mensen. Zijn wij beter dan Naäman?

2 Koningen 6: 1 - 23
 Weer zo’n raar opschrift: ging het nu echt om die bijl? Welnee! De ‘plaats van samenkomst’ (kerk, campus) in Jericho is te klein geworden. Te klein! Dat betekent groei. Is dat niet fijn? Samen gaan ze een nieuw gebouw timmeren. Samen de schouders eronder: gemeenschap der heiligen. En dan kan een van hen niet meer meedoen. Zijn geleende bijl plonst in de rivier. En de gedachte komt boven: is God tegen? Maar nee: via Elisa zorgt God voor voortgang. Hij verandert even een van Zijn natuurwetten. De Schepper zelf leidt de gemeenteopbouw.
 Nog zo’n prachtige geschiedenis. Elisa is met zijn profetieën de koning van Aram steeds te glad af. “Nou, dan pakken we die Elisa toch op?” Eitje toch? Dothan wordt omsingeld in de nacht. Dat zal Elisa niet weten. Wat niemand ziet, dat ziet Elisa. En bij zijn knecht gaan ook de ogen open: “Zij die bij ons zijn, zijn talrijker dan zij, die bij hen zijn!” Op de hele berg waar Dothan op ligt wemelt het van de hemelsoldaten. Tussen Elisa en Aram is een muur van vuur. En dan komt de grap: bij de hele Aramese meute gaan de ogen dicht. En ze gaan pas weer open, wanneer ze middenin Samaria staan. En dan: een etentje en “Wel thuis!” Dan sta je toch wel met je ogen te knipperen. Die God van Israël is toch een wonderlijk Heer. Als je dat maar doorhebt. Ogen open voor Zijn macht, Zijn genade, Zijn verlossing!

2 Koningen 6: 24 - 7 : 2
 Een ezelskop: dat is nog te doen. Maar duivenpoep: dat is toch niet te pruimen? Elke cent is er één teveel. Maar wat als je vergaat van de honger? Dan wil je wel. Het kan nog veel erger: je eigen kind opeten. Kannibalisme. Dat is het toppunt van nood. Wanneer Koning Joram het hoort, scheurt hij zijn kleren. Hij is net zo radeloos als zijn volk: rouwkleding aan onder zijn vest. Maar nu zal hij zijn woede koelen op de schuldige van al deze ellende. Met eigen handen gaat hij die Elisa vermoorden. Is die niet Gods man? En is het niet God, die deze belegering van Samaria door Aram heeft toegestaan? “Wat zou ik nog op de HERE hopen?”, zegt hij. Nee, dat hoeft hij niet te proberen. Behalve als hij zich bekeert, als heel Israël zich bekeert. En toch, die goede God komt met Zijn woord: “Morgen zullen de prijzen weer normaal zijn, van de gewone dagelijkse kost.” Dat kan alleen maar, als … Ja, de redding is nabij! Zeker weten.

2 Koningen 7: 3 - 20
 Je kunt natuurlijk schamper reageren op Gods belofte van redding uit de nood – en ’t is in zekere zin nog wel te begrijpen ook dat die officier zo reageert – maar je komt wel met de consequenties te zitten: wel kijken maar aankomen niet. Het perspectief verspringt van de ellende in Samaria naar de situatie erbuiten. Vier melaatsen doen de ontdekking van hun leven. Uit de beschutting van de stadsmuur, waar ze evenveel honger lijden als in de stad, gaan ze – tegen de avond – op zoek naar eten. Of ze nu blijven zitten of overlopen naar de vijand, dat maakt niks uit. Ze komen bij het legerkamp en vinden alles verlaten. De Arameeërs zijn gevlucht, nadat de HERE ze bang gemaakt had. Er is eten in overvloed. En allerlei mooie spullen. Ze graaien van alles bij elkaar. Maar dan staan ze weer met beide benen op de grond en gaan het melden aan de poortwachter. De koning stuurt verkenners uit en stelt vast dat de kust veilig is. Dan trekt de hele stad uit en doet zich te goed aan wat er in het legerkamp ligt opgestapeld. Het leven wordt weer normaal. Alleen, de adjudant van Joram heeft het nakijken. Die doet niet mee aan het bevrijdingsfeest. Als Israël nu maar leert van deze nood en deze redding. Als ze zich nu maar aan God overgeven. Aan Hem ligt het niet.

2 Koningen 8: 1 - 24
 De HERE laat Israël zeven jaar honger lijden. De Sunemietische en haar gezin hoeven dit lijden niet mee te maken. Op advies van Elisa wijken ze tijdelijk uit naar Filistea. Na terugkeer vraagt de vrouw de koning om haar te helpen haar huis en akker terug te krijgen (is haar man overleden?). Gechazi zit juist de koning te vertellen over ‘de grote daden van Elisa’. Hij is net bezig met het verhaal over de opwekking van die jongen van de Sunemietische vrouw. Laten ze nu op datzelfde ogenblik levend en wel het paleis binnenkomen! De koning is enthousiast en helpt uitbundig. Ja, wat heet toeval? Hoe vaak ervaren wij niet de leiding van Gods Geest in ons leven? God heeft alle draden van ieders leven en werk in handen. Aan Zijn hand lopen wij veilig en zonder risico.
 God straft ook. Maar dat doet Hij om Zijn volk tot inkeer te brengen. Hij schakelt daarbij zelfs vreemde volken en vreemde koningen in. Zo kan het gebeuren dat Elisa naar Damascus gaat om Hazaël tot koning over Aram te zalven. Wat Hazaël doet, kan absoluut niet door de beugel. De moord op Benhadad, de onderdrukking van Israël, het is vreselijk. Toch is hij middel in Gods hand en kan hij niets doen tegen de wil van God. Tegen Gods verlossingsplan kan hij niets beginnen. Hazaël is niet meer dan een stofje aan een weegschaal.  Fffft, weg. Gods kinderen hebben toekomst: meeregeren met Christus over de nieuwe aarde.

2 Koningen 8: 25 - 9: 15
 Zo op het oog had Achab veel goeds gedaan voor het land: rust in het land zelf en rust in de kwestbare relatie met de zuiderburen Juda. De koningshuizen zijn verwant geraakt en trekken samen ten oorlog (8: 25-29). Maar de rust die was gebracht, was oppervlakkig. Achab heeft het volk in godsdienstig opzicht geruïneerd (9: 7-10). De buitenkant zegt dus niet alles. Wees er maar op bedacht. Zo wordt het einde van Achabs koningshuis aangekondigd. Jehu zal het vonnis uitvoeren.

2 Koningen 9: 16 - 37
 God vergeet niet waar Achab en zijn familie mee dachten weg te komen: moord op profeten, op Nabot, het volk de Baäls laten dienen. Hier wordt verteld hoe de meest prominente leden van Achabs familie aan hun einde komen. Ook het koningshuis van David heeft zich ingelaten met de wandaden van Achab en ontkomt dus niet aan straf. Izebel is met haar houding nu en eerder model komen te staan voor de grote hoer in Opb. 19: 2, het gepersonifieerde kwaad. Oog in oog met de dood buigt ze nog haar knieën niet. Wat kunnen mensen toch verblind zijn!

2 Koningen 10: 1 - 17
 Jehu pakt het grondig aan. De dood van meer dan honderd prinsen uit Achabs huis is volgens het mandaat van God. Maar waarom moesten ook Achabs ambtenaren en vertrouwelingen dood (10: 11)? Jehu’s ‘ijver voor de Heer’ (10: 16) is dus maar gedeeltelijk echt voor de Heer. Jammer genoeg gebeurt het veel te vaak dat mensen wat schuin is goedpraten als zijnde ‘ijver voor Gods zaak’. Ook Jehu komt hier niet mee weg, zie Hos. 1: 4.

2 Koningen 10: 18 - 35
 Je kunt wel merken dat Jehu geen politicus, maar militair is. Hij pakt het strategisch aan. Aan de Baälsdienst komt alleen een einde, als je de voorgangers aanpakt. God ‘beloont’ Jehu met een (beperkte) dynastie. Maar wat heeft Jehu dan zo goed gedaan in Gods ogen? Genoemd worden alleen: het vonnis over Achabs huis en de beëindiging van de Baäls-dienst. Maar jammer genoeg – en zie je dat niet terug in je eigen leven en in de kerk – de vernieuwing gaat niet diep genoeg bij Jehu. De gouden kalveren in Bethel en Dan blijven staan.

2 Koningen 11: 1 - 20
 Ondertussen in Jeruzalem... Nu zie je pas goed, welke bedreiging het koningshuis van Achab vormde voor de belangen van God. Atalja, Achabs dochter, moordt alle prinsen uit het huis van David uit. Het voortbestaan van Davids koningshuis staat dus op het spel en hangt aan een zijden draadje en daarmee tegelijk de toekomst van Gods volk. Het zijden draadje heet: Joas. Gered door zijn tante. Op de troon geholpen door zijn oom. Gelukkig is er langs deze ene zoon van David toch nog een toekomst. In Israël en Juda gaan de Baäls eruit. Maar hoe echt en blijvend is die vernieuwing?

2 Koningen 12: 1 - 22
 In dit hoofdstuk blijkt hoe klein en kwetsbaar het plantje van de geestelijke vernieuwing vaak is. Joas neemt wel initiatieven, maar is nog wel erg jong. Het duurt jaren voordat de tempel echt gerenoveerd wordt (12: 6). De priesters vinden het niet erg dat God zich zolang maar moet behelpen met een bouwval (12: 8). En als er geld komt, dan is het zuinigheid troef: geen zilver en goud (12: 13). Hoe diep steekt dan de liefde voor God? En het vertrouwen op God? Kijk naar Joas: Hazaël komt en wordt afgekocht (12: 17-18). Is dat geloofsmoed?

2 Koningen 13: 1 - 21
 De zonen van Jehu zitten op de troon. En je ziet dat het onder hun (groot)vader ingezette herstel zich inderdaad niet doorzet. Het zat immers ook bij Jehu al niet zo diep. Over Baäl lees je niet, maar als een refrein keert wél terug: ‘hij week niet af van de zonden die Jerobeam, de zoon van Nebat, Israël had doen bedrijven’ (13: 2, 11). De oude profeet Elisa wordt nog één keer, voordat hij sterft, met het gebrek aan vertrouwen en daadkracht bij de koningen van Israël geconfronteerd.

2 Koningen 13: 22 - 14: 14
 Lezend over Amasja ga je begrijpen waarom de profeet Amos (optredend tijdens de regering van zijn zoon Uzzia/Azarja) het huis van David ‘een vervallen hut’ noemt. Niet dat deze zoon van David alles verkeerd doet. Amasja doet wat recht is in Gods ogen. Maar: niet zoals zijn vader David (14: 3). Hij is gehoorzaam aan bepalingen van Gods wet (14: 6), maar het volk mag gewoon doorgaan met het offeren op de hoogten (14: 4). En dan die naïeve overmoed tegenover Joas: laten we ons met elkaar meten (14: 8). Hoogmoed komt voor de val. Amasja heeft het aan den lijve ondervonden.

2 Koningen 14: 15 - 29
 Een groot deel van het gedeelte van vandaag beschrijft de regeringsperiode van Jerobeam II. Onder deze Jerobeam brak voor het tienstammenrijk een periode aan van economische bloei en politieke rust (zie 14: 28). Je zou verwachten dat dit breed uitgemeten zou worden. Maar de Bijbel legt andere maatstaven aan en plaatst de dingen van ons leven in een ander perspectief. Uit 14: 27 kun je afleiden, dat wat God betreft de periode onder Jerobeam II een laatste, korte opleving is. De maat is vol en binnenkort zal het met het tienstammenrijk gedaan zijn.

2 Koningen 15: 1 - 31
 Het klinkt nogal eentonig. Je weet bijna van tevoren, wat er over de volgende koning zal worden gezegd. Maar als God voor een volk kiest, kiest Hij daar echt voor. Dus heeft Hij ook aandacht voor hun gewoonten. Eén van die gewoonten is om precies bij te houden, welke koningen er zijn geweest en wat er tijdens hun regering gebeurde.
 Toch kan eentonigheid ook leerzaam zijn. Je ziet dat aan de zonde van Jerobeam, die elke koning van Israël weer opnieuw bedrijft. Je ziet daaraan ook, hoe verstrekkende gevolgen een verkeerde beslissing hebben kan. Een goede gewoonte leer je moeilijk aan. Een slechte gewoonte leer je moeilijk af.

2 Koningen 15: 32 - 16: 20
 Achaz valt uit de toon. Wat een zonden! Je kunt het zo gek niet bedenken, of hij doet het. Creatief in het kwaad. Kennelijk kan het nog erger dan al die anderen. En het wordt breed uitgemeten. Het moet dus blijkbaar goed tot ons doordringen.
 Het is natuurlijk ook verschrikkelijk. David moest het eens weten: een nakomeling van hem. Maar zulke dingen gebeuren. Zo geniaal is de duivel en zo slecht kunnen mensen worden. Natuurlijk, God is de sterkste. Maar neem ook maar eens de tijd om echt ontzet te zijn over het kwade.

2 Koningen 17: 1 - 23
 Onvoorstelbaar! Baäl en Astarte verliezen het van Jahwe. De muren van de sterke grensstad Jericho storten in elkaar. De ene na de andere stad valt. Kanaänitische legers worden vernietigd. En dan woont in het land Kanaän een nieuw volk. Wie had dat ooit gedacht?
 De Israëlieten waren best wel bang voor de goden van dat goede land. Maar Jahwe is geweldig! Baäl en Astarte en al die andere goden en godjes stellen echt niets voor.
Maar het duurt niet lang of je ziet Israëlieten knielen voor een opgerichte steen en voor een gewijde paal. Het werd zelfs een hardnekkige zonde. Het is Israëls ondergang geworden. Onvoorstelbaar! Als wij de muren van Jericho in elkaar hadden zien storten, hadden wij dat nooit gedaan.
Maar wij hebben ook afgoden. Denk eens aan de afgod van de macht. Als iemand duidelijk veel macht heeft, durf je hem niet aan te tasten. Maar zijn we dan echt vergeten, wat God daarvan vindt en wat Hij kan? Vandaag bijna 60 jaar geleden stortte het Derde Rijk in elkaar. Wie deed dat eigenlijk?

2 Koningen 17: 24 - 41
 Het Tienstammenrijk werd bezet gebied. Er kwamen mensen te wonen met vreemde talen, een vreemde cultuur, vreemde godsdiensten. Die laatste waren overigens niet zo vreemd. Het land kreeg waar het om vroeg. ‘Hopeloos’, zo zou je denken. Gedurende de Tweede Wereldoorlog hebben heel veel mensen dit vast en zeker ook gedacht. Maar gelukkig waren er ook anderen!
 Als God ergens aan begint, geeft Hij dat niet prijs. Zo blijft het land dat Hij eenmaal veroverd heeft, zijn land. De nieuwe bewoners hebben dat maar te aanvaarden. De Schepper stuurt leeuwen om hen kwaadschiks tot gehoorzaamheid te brengen.
Als Jezus op aarde komt, verkeert Samaria nog steeds in een uitzonderingspositie. Maar als de Geest is uitgestort, komen ook Samaritanen tot geloof (Handelingen 8). En vandaag is Samaria, de streek rond de berg Gerizim, een oord van vrede tussen Palestijnen en Israëli’s in.
 Ook als alles hopeloos lijkt, is God er nog. Niet dat Israël nog steeds het heilige land zou zijn. Maar het is wel een stukje van Gods wereld. En is het niet een aanklacht, dat juist op dat stukje grond zo hardnekkig gevochten wordt? Maar God geeft nooit op waar Hij aan begonnen is.

2 Koningen 18: 1 - 16
“De Here stond Hizkia terzijde en in alles wat hij ondernam, had hij succes.” Weet u wel wat dat betekent?
Stel het je maar voor. De Judeeërs slaan een bres in de muren van Gaza. Achter de ontstane opening verschijnen Filistijnse strijders, het zwaard in de vuist. Maar de Israëlieten slaan hun tegenstanders tegen de grond. Daar liggen ze met bebloede wangen en zwaar verminkte armen en benen. Hoe kan God daar nu achter staan?
 In de tijd van Hizkia was oorlog voeren gewoon. Wij vinden, dat God dat oorlogvoerende volkje duidelijk had moeten maken dat het op moest houden. Maar waarom?
 Misschien kunnen onze achterachterkleinkinderen wel niet begrijpen, dat God ons heeft geduld. Er zijn bij ons vast en zeker gewoonten, die zij heel verkeerd zullen vinden én terecht!

2 Koningen 18: 17 - 37
 Macht is een afgod, waar je zomaar voor knielt. Je geeft toe aan iemand met een grote mond. ‘Dan is hij tenminste weer een poosje tevreden’, zo denk je bij jezelf.
 Hizkia – Hizkia nota bene! – verzamelt al het zilver van de tempel en alle zilveren voorwerpen uit de schatkamers van zijn paleis. Ja, hij laat zelfs het gouden en zilveren beslag afhalen van de deuren en deurposten waarop hij dat zelf heeft laten aanbrengen. Het is een armoedig gezicht. Nu geen zilver en goud meer, maar heel gewoon hout.
 Maar als Hizkia denkt dat dit helpt, heeft hij het mis. En als Eljakim en Sebna en Joach veronderstellen, dat de Assyrische opperbevelhebber wel in het Aramees wil spreken, dan is dat een naïeve gedachte. Natuurlijk heeft hij er alle belang bij om het volk zo bang te maken, dat het zijn eigen leiders demoraliseren gaat.
 Met macht valt niet te onderhandelen. In elk geval niet met demonische macht. Geef de duivel geen voet!

2 Koningen 19: 1 - 13
 Als iemand macht heeft, kun je daar soms bang van worden. Toch is iemand die macht bezit, zelf ook maar een schepsel. De koning van het machtige Assyrië ontvangt het bericht, dat koning Tirhaka van Nubië tegen hem oprukt. Hij verifieert het niet, maar gelooft het direct. Zoiets gebeurt vaker. Je ziet daaraan, dat zelfs machtige mensen hun zwakke kanten hebben. Soms voelen ze zich opeens heel erg bedreigd. Wat niet meteen wil zeggen, dat ze dat ook laten blijken. Zo spreekt de koning van Assyrië stoere taal. “U hebt zelf gehoord, dat de koningen van Assur altijd alle landen die zij binnenvielen, hebben verwoest.” Stel je voor, dat Hizkia zich laat intimideren. Dan kan hij Jeruzalem nog net even veroveren, voordat Tirhaka komt. Altijd te proberen! Maar een machthebber blijft een schepsel en hoe stoerder de taal, des te groter is de onzekerheid.

2 Koningen 19: 14 - 37
 Heb jij, hebt u wel eens een brief gekregen waar je vreselijk van schrok? Je kon er niet van slapen. Je bedacht allerlei strategieën, mogelijkheden om wat dan ook te doen. Maar je vond al die strategieën riskant. Die brief heeft wel wat teweeg gebracht!
 Ook Hizkia ontvangt een verschrikkelijke brief. Maar wat doet hij? Hij rolt de brief open en legt deze vóór de Here neer. Waarschijnlijk deed hij dat in de voorhof, vlak vóór de ingang van het tempelgebouw.
 Waarom zouden wij dat vandaag ook niet doen? Natuurlijk, de tempel is er niet meer. Maar God is er wel. En Hij kan echt wel zien, wat er in die brief staat die je gekregen hebt. Wat meer is: Hij kan en wil je ook beschermen, je wijsheid geven, een wonder doen desnoods. Hij ziet echt wel hoe je geschrokken bent en Hij doet daar vast iets mee.

2 Koningen 20
 Hizkia staart door het venster naar de zonnewijzer. Die zonnewijzer is een dak in de vorm van een trap. Intussen liggen meer dan tien treden daarvan in de schaduw. Straks valt onherroepelijk de nacht. Dan gebeurt het wonder. Opeens is het dak tegenover hem weer bijna helemaal licht.
Kan dit wel? Normaal gesproken niet. Wij kennen een aantal natuurwetten en dit verschijnsel strijdt met een deel daarvan. Natuurwetten zijn best belangrijk en wetenschap is het ook. Maar overschat die wetenschap niet. Als je denkt dat je dankzij de wetenschap weet hoe het in alle tijden en overal is gegaan en zal gaan, dan heb je het mis.
 God brengt heel wat in beweging voor dat ene kind van Hem, die doodzieke Hizkia. Dat wil Hij en dat kán Hij. Ook zonder dat er verder in het heelal ook maar één ramp gebeurt.

2 Koningen 21: 1 - 18
Bij Manasse vindt een defintief keerpunt ten kwade plaats, zelfs de vrome Josia die na hem komt krijgt het volk niet meer fundamenteel om. Manasse is de ´Achab´ van het tweestammenrijk (Juda) genoemd. De afgoden rukken nu op tot in de tempel van de HERE. Het volk van God wordt verleid tot een vorm van heidendom, waar zelfs de heidenen nog een puntje aan konden zuigen. In het bestek van twee tot drie generaties (-Manasse regeerde 55 jaar!-) vindt deze omwenteling plaats. Je kunt je oren gewoon niet geloven als je dit verslag van de Koningenschrijver hoort. Waarom vermeldt hij trouwens de bekering van Manasse niet, zoals de Kronist (2 Kron.33:10-20) wel doet, het feit dat Manasse zich verootmoedigde op het eind van z´n leven en zelfs de afgoden uit het land en de tempel wegdeed? In ieder geval blijkt een gedurende meerdere generaties verleid volk niet best meer terug te buigen (-het verbond Gods van vader op zoon krijgt een omgekeerde dynamiek als de duivel z´n voet er tussen gezet heeft, wat dat betreft snap je soms, vergun me de opmerking, de argeloos oppervlakkige vorm van ´voorleven´ van ouders niet, hun gebrek aan precisie en toewijding in het voorleven van het verbond van de HERE). Zo is ook zoontje Amon definitief de weg kwijt, als hij de troon moet overnemen. Een vader die aan het eind van z´n leven er nog es ernst mee gaat maken moet nergens op rekenen wat z´n nageslacht betreft.

2 Koningen 21: 19 - 22: 7
 Amon maakt de hervormingen die Manasse nog aan het eind van zijn leven probeerde in te voeren weer ongedaan. Een samenzwering ruimt hem uit de weg. Uit 2 Kron.34 valt af te leiden, dat zijn zoon Josia in zijn achtste regeringsjaar, dus toen hij zelf een joch van zestien was, de HERE gaat zoeken en een paar jaar later een begin met hervormingen maakt. De naam van David valt gelukkig weer in het verslag, de glans van het verbond licht op, zij het dat alles te laat blijkt. Maar toch.


2 Koningen 22: 8 - 20
Bij de restauratie van de tempel komt het verbondsboek (de wet van Mozes zal wel bedoeld zijn) boven water, dat normaliter als het geopenbaarde Woord van de HERE naast de ark in het heilige der heiligen behoorde te liggen, maar nu blijkbaar ´weg´ was geraakt. Hoe kan het, hè: het Woord gewoon weg, kwijt, terwijl de tempel (-als een zo goed als leeg omhulsel, vormendienst heet dat-) nog overeind staat. Het Woord weg en Juda evenals zijn vorsten zijn de koers helemaal bijster. Zonder een geopende bijbel loopt het leven in enkele generaties volledig uit de rails, de VVB bleek trouwens nog wel (uit gewoonte? of als ´verzekeringssom´?) overgemaakt in verband met de verbouwing (bouwen bindt soms nog een tijd ook al is het Woord als eigenlijk bindmiddel en ijkpunt daarin verdwenen). Hulda kan de oordeelsaankondiging van God nog wel even als uitgesteld aankondigen, maar niet als afgesteld. De oprecht vrome Josia valt uiteindelijk op het slagveld, maar zal de deportatie van Jeruzalem niet meer hoeven mee te maken. Hij valt in de handen van God.

2 Koningen 23: 1 - 14
 De rillingen lopen je over je rug bij de opsomming van de gruwelen die Josia allemaal verwijderen en verbranden moet en laat na de verbondsvernieuwing. Het spoor van ontrouw wordt terug beschreven tot op Salomo. Deze zwarte catalogus laat als in een spiegel zien hoe lang van geduld (lankmoedig) de HERE onder dit alles gebleven was. Als God je eenmaal uit zijn Boek wist, nou dan heb je het er ook echt naar gemaakt. God heeft naar Jezus´ gelijkenis van de verloren zoon/dochter echt steeds maar op de uitkijk gestaan, maar Hij is er moe onder geworden (-dat is geloof ik het enige waarvan ergens in de bijbel gezegd wordt, dat God er vermoeid onder kan raken: van onze zonden, voor het overige is God onuitputtelijk en nooit achter adem, vooral in zijn trouw en liefde, ps.121-), en daarom komt het oordeel toch onafwendbaar.

2 Koningen 23: 15 - 30
 Josia trekt zelfs in zijn hervormingsdrang het voormalige (gedeporteerde) tienstammenrijk in en vernietigt de hoogte van Bethel met haar gewijde paal (asjera). Hij laat grafschennis plegen ten aanzien van allen die zich rondom deze hoogte van het gewijde stierkalf hadden laten begraven: het oordeel over de doden wordt zo ook aan deze zijde van de dood alsnog voltrokken, laat staan hoe het aan gene zijde toe zal zijn gegaan: het is niet niks om ´te vallen in de handen van de levende God´ als je de weg van het Verbond definitief achter je gelaten hebt om de goden van deze eeuw te aanbidden. Het pascha wordt sinds eeuwen weer stipt gevierd naar de voorschriften van het boek van het Verbond en dus in Jeruzalem, zie voor een imposante be
schrijving daarvan 2 Kron.35: ´zulk een Pascha was in Israël niet gevierd sinds de dagen van de profeet Samuël zoals Josia het vierde met de priesters, de Levieten en geheel Juda en Israël dat zich daar bevond en met de inwoners van Jeruzalem´ (2 Kron.35:18). Zelfs de paschavieringen onder David en Salomo en later nog Hizkia konden daaraan blijkbaar niet reiken. Over (de noodzaak van) stijl gesproken, over liturgie, over heilige voorbereiding en plechtige viering van de maaltijd van Jahwe, de maaltijd van de Heer Jezus Christus, over diepgang en eerbied: wie durft onder zulke aanwezigheid van de HEER zelf dan zingend en vierend met de hand(en) in de zakken te staan...?
 Wat een pracht getuigenis over Josia (vs.25)! Toch blijft de HERE onvermurwbaar, waarbij opnieuw Manasse als het definitieve keerpunt genoemd wordt.

2 Koningen 23: 31 - 24: 7
 Weer zet het kwaad zich door. Zonde is en blijft een raadsel, ook als je ziet welke waarschuwende oordelen God stuurt. Joahaz wordt als koning van Juda vazal van Egypte, evenals zijn (oudere) broer Jojakim die in zijn plaats door de Farao op de troon gezet wordt. Het land zucht onder afdracht van de enorme egyptische boeteheffing. Egypte is als een scherp riet, dat je je hand doorboort; zonde loont uiteindelijk nooit. Later komt Nebukadnezar (de toekomstige koning van Babel), die Farao Necho verslaat in de slag bij Karkemis (605 voor Christus) en Jojakim tot vazal maakt, ondanks zijn poging tot verzet. Opnieuw valt de naam Manasse: vanaf zijn duivelse regering is er zoveel gepasseerd dat God tot in Zijn diepste gekrenkt heeft, dat het woord valt: de HERE wilde dat niet vergeven. Daar wordt je koud van, van zo´n zin. Komt daar op Oud-Testamentische wijze om de hoek kijken, wat Jezus later als onvergeeflijk beschreef: de zonde tegen de Heilige Geest. Dat is meer dan het ´bedroeven´ (Jes.63, Ef.4:30) van God en de Geest. Dat is willens en wetens alle signalen van Gods Verbond en zelfs van zijn Verbondswraak negeren en God onder (nog niet eens boven) op de hoop gooien van het heir des hemels aan afgoden dat je dient. Kan een natie ook onder zo´n oordeel gaan vallen? In ieder geval is met Jojakim het huis van David als koningsmacht zo goed als uitgeregeerd. Meer dan ooit lijkt de komst van de grote Zoon van David achter de horizon verdwenen. Als het verbond van God toch eens van mensen afhing.


2 Koningen 24: 8 - 25: 12
 De laatste twee afleveringen in de verslaglegging van Koningen krijgen nu hun beslag. Er valt weinig toe te lichten. Jojakin leent het oor opnieuw aan Egypte, Nebukadnezar komt zelf de zaak rechtzetten en ondanks een vorstelijk onthaal (24:12) wordt Jojakin naar Babel afgevoerd evenals alle inwoners van Jeruzalem waar Nebakadnezar wel wat in zag; de arme ´onnutte´ rest mag achterblijven. Met een van al zijn verguldsel ontdane eredienst op de plek waar Jahwe eens in al zijn heerlijkheid resideerde. Oom Mattanja wordt op de schijntroon neergezet. Pop aan een touwtje. Zodra de pop een eigen beweging (om hulp richting Egypte, Ezech.17:5) maakt, keert Nebukadnezar terug: de ´tweede´ en definitieve ballingschap naar Babel. Na een slopend beleg van 18 maanden en ondanks dat de Farao van Egypte nog een vergeefse poging onderneemt (Jer.7:5vv), ondanks een verschrikkelijke uithongering en het uitbreken van besmettelijke ziekten, ja zelfs ondanks kannibalisme (Jer.38:2-9, Klaagliederen 2:20vv), wil Zedekia niet opgeven. Zijn ontvangen straf is gruwelijk. De tempel wordt verwoest; het huis waar ooit de HEER woonde, met de grond gelijk gemaakt.

2 Koningen 25: 13 - 30
De onttakeling van de tempel. Ikabod, de eer van de HEER is weg. Gruwelijk. Ook alle hoge dienaren van de HERE worden afgevoerd. Dieptepunt van ontluistering. Gedalja, een Judeeër, wordt tot stadhouder aangesteld over het volk dat niet weggevoerd wordt: dat lijkt in ieder geval nog gunstig. Maar hij wordt vermoord door een nazaat uit Davids huis, die daartoe opgestookt is door de koning van de Ammonnieten die zijn gebied wil vergroten (Jer.40:13vv). De rest vlucht naar Egypte onder wie ook de profeet Jeremia. Zedekia wordt begenadigd, zijn kostje lijkt gekocht tot aan zijn dood, maar of de genade van de HERE er nog in zit? Zo eindigt 2 Koningen als een drooggevallen bedding, met een gekooide van God afgevallen koning, een gedeporteerd en deels gevlucht volk en een verwoeste tempelstad. Toch laat God een rest, verstrooid of niet, en blijven zijn beloftes onberouwelijk (Rom.11:29). Dit is het einde niet.

Alle data zijn voor Christus. De jaartallen zijn "circa" omdat de bronnen hierover niet eensluidend zijn.
Israël Juda
Saul 1020-1010
David 1010-970 David 1010-970
Salomo 970-930 Salomo 970-930
Jerobeam I 930-910 Rehabeam 930-913
Nadab 910-909 Abia(m) 913-910
Baësa 909-886 Asa 910-873
Ela 886-885 Josafat 873-848
Zimri 885 Joram 848-841
Omri 885-874 Ahazia 841
Achab 874-853 Athalia (koningin) 841-835
Ahazia 853-852 Joas 835-796
Joram 852-841 Amazia 796-791
Jehu 841-814 Azaria (Uzzia) 791-751
Joahaz 814-798 Jotham 751-735
Joas 798-781 Achaz 735-715
Jerobeam II 781-753 Hizkia 715-696
Zacharia 753 Manasse 696-641
Sallum 752 Amon 641-639
Menahem 751-741 Josia 639-609
Pekahia 741-731 Joachaz (Sallum) 609
Pekah 731 Jojakim 609-597
Hosea 731-722 Jojachin 597
Zedekia 597-586

COMMENTAAR
BIJBELBOEK

OT


Genesis

Exodus

Leviticus
 

Numeri

Deuteronomium

Jozua
 
Richteren
 
Ruth
 
1 Samuël

2 Samuël
 
1 Koningen
 
2 Koningen
 
1 Kronieken

2 Kronieken
 

Ezra
 
Nehemia
 
Esther

Job

Psalmen

Spreuken

Prediker

Hooglied


Jesaja


Jeremia


Klaagliederen van Jeremia

Ezechiël

Daniël


Hosea

Joël


Amos


Obadja


Jona


Micha


Nahum


Habakuk

Zefanja

Haggaï

Zacharia

Maleachi

NT

Matthëus


Markus

Lukas

Johannes

Handelingen

Romeinen


1 Korinthiërs


2 Korinthiërs


Galaten

Efeziërs

Filippensen


Kolossensen

1Thessalonicensen

2Thessalonicensen

1 Timothëus

2 Timothëus

Titus

Filemon

Hebrëen

Jakobus

1 Petrus

2 Petrus

1 Johannes

2 Johannes

3 Johannes

 
Judas

Openbaring
 

 READ THE BOOK - THE BIBLE CHANGE YOUR LIFE

Deutsch
de
English en français fr italiano it Nederlands nl español es português pt Norsk no svenska sv Polski pl čeština cz Slovák sk Magyar hu român ro Български bg hrvatski hr Pyсский ru Türkçe tr عربي ar

       

Heer, wees mijn Gids 

                              

INFO: DE WEG - DE WAARHEIDHET LEVENFILM - AUDIO


Wie zoekt zal vinden           


www Holyhome.nl

Boeiende Series :

Bijbelvertalingen
Bijbel en Kunst

Bijbels Prentenboek
Biblische Bildern
Encyclopedie
E-books en Pdf
Prachtige Bijbelse Schoolplaten

De Heilige Schrift
Het levende Woord van God
Aan de voeten van Jezus
Onder de Terebint
In de Wijngaard

De Bergrede
Gelijkenissen van Jezus
Oude Schoolplaten
De Zaligsprekingen van Jezus

Goede Vruchten
Geestesgaven

Tijd met Jezus
Film over Jezus
Barmhartigheid

Catechese lessen
Het Onze Vader
De Tien Geboden
Hoop en Verwachting
Bijzondere gebeurtenissen

De Bijbel is boeiend
Bijbelverhalen in beeld
Presentaties en Powerpoints
Bijbelse Onderwerpen

Vrede van God voor jou
Oude bijbel tegels

Informatie over alle kerken in Nederland: Kerkzoeker
 
Bible Study: The Bible alone!
L'étude biblique: Rien que la Bible!
Bibelstudium: Allein die Bibel!  

Materiaal voor het Digibord
Werkbladen Bijbelverhalen Bijbellessen
OT Hebreeuws-Engels
NT Grieks-Engels

Naslagwerken
Belijdenissen
Een rijke bron

Missale Romanum + Afbeeldingen
Stripboek over Jezus
Christelijke Symbolen
Plaatjes Afbeeldingen Clipart
Evangelie op Postzegels

Harmonium Huisorgel
Godsdiensten en Religies
Herinnering aan Kerken

Christian Country Music
Muzikale ontspanning
Software voor Bijbelstudie
Hartverwarmende Klanken
Read and Hear the Holy Bible
 Luisterbijbel

Bijbel voor Slechtzienden Begrippenlijst   -1-   -2-

Meer weten over de Psalmen, gezangen, liturgieën, belijdenisgeschriften: Catechismus, Dordtse Leerregels en veel andere informatie? . Kijk opOnline-bijbel.nl
         
  (
What's good, use it)



Waard om te weten :

Een hartelijk welkom op de site
Deze pagina printen
Sitemap
Wie zoekt zal vinden


FAQ - HELP

Kerk
Zondag
Advent
Kerstfeest
Driekoningen
Vastentijd
Goede Vrijdag
Aswoensdag
Palmzondag
Palmpasen
De stille week
Witte donderdag
Stille zaterdag
Paaswake
Pasen - Paasfeest
Hemelvaartsdag
Pinksteren
Biddag
Dankdag
Avondmaal
Doop
Belijdenis
Oudjaarsdag
Nieuwjaarsdag
Sint Maarten
Sint Nicolaas
Halloween
Hervormingsdag
Dodenherdenking
Bevrijdingsdag
Koningsdag / Koninginnedag
Gebedsweek
Huwelijk
Begrafenis
Vakantie
Recreatie
Feest- en Gedenkdagen
Symbolen van herkenning
 
Leerzame antwoorden op levens- en geloofsvragen


Hebreeën 4:12 zegt: "Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden"Lees eens: Het zwijgen van God

God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.
Lees eens:  God's Liefde

Schat onder handbereik


Bemoediging en troost

Bible-people - stories of famous men and women in the Bible
Bible-archaeology - archaeological evidence and the Bible
Bible-art - paintings and artworks of Bible events
Bible-top ten - ways to hell, films, heroes, villains, murders....
Bible-architecture - houses, palaces, fortresses
Women in the Bible -
 great women of the Bible
The Life of Jesus Christ - story, paintings, maps

Read more for Study  
Apocrypha, Historic Works
 GELOOF EN LEVEN een
          KLEINE HULP VOOR  ONDERWEG