DE HEILIGE SCHRIFT - DE BIJBEL

EXODUS

De vindplaats van materiaal voor Bijbelstudie, geloofstudie, catechese, school, kring, persoonlijk geloof, studie thuis, kerk, club, nieuws, godsdienstonderwijs, zingeving en vooral heel veel mogelijkheden om je Bijbelkennis te vergroten. Blijf niet afhankelijk van anderen maar lees zelf de Bijbel. Investeer in geestelijke rijkdom.


De Studiebijbel is uitermate geschikt om de Bijbel te leren verstaan.

Je kunt een keus maken uit onderstaande tabel voor verdere studie
A = Verwijzing naar bijbeltekst met uitgebreide uitleg
B = Beknopte verhandeling over het hier gekozen bijbelboek
C = Verwijzing naar de verhandeling van een ander bijbelboek
 
Terug naar de Inleiding van deze serie

A B C
BIJBELBOEK
met
UITLEG


Oude Testament

Genesis Exodus Leviticus Numeri Deuteronomium Jozua Richteren Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia Maleachi


Nieuwe Testament


Mattheüs Marcus Lukas Johannes Handelingen Romeinen 1 Korinthiërs
2 Korinthiërs
Galaten Efeziërs Filippensen Kolossensen1 Tessalonicensen2 Tessalonicensen 1 Timotheüs 2 Timotheüs Titus Filemon Hebreeën Jakobus 1 Petrus 2 Petrus 1 Johannes 2 Johannes 3 Johannes Judas Openbaring
EXODUS


Inleiding

  Exodus is het tweede boek van de Bijbel. Het beschrijft hoe de Israëlieten door God worden verlost van de slavernij in Egypte en door Mozes naar het Beloofde land worden geleid.

 Mozes werd van oudsher beschouwd als de schrijver van dit boek. In orthodox-joodse en -christelijke kringen hangt men deze visie nog steeds aan, in vrijzinniger delen is men onder invloed van de zogeheten schriftkritiek geneigd hier vraagtekens bij te zetten of dit zelfs (grotendeels) te ontkennen.

  In dit bijbelboek lees je over de uittocht van het volk Israël uit Egypte en hun bevrijding uit het land van de slavernij.
 De naam Exodus komt van het Griekse woord voor 'uittocht'. Deze titel past goed bij de inhoud: in dit bijbelboek lees je over de uittocht van het volk Israël uit Egypte en hun bevrijding uit het land van de slavernij. Joden noemen het boek 'Sjemot'. Met dat woord, dat 'namen' betekent, begint de Hebreeuwse tekst.

 Geschiedenis- en lesboek
 Het boek Exodus heeft twee kanten. Aan de ene kant is het een soort geschiedenisboek waarin je leest hoe Israël wegtrekt uit Egypte en hoe God een verbond met het volk sluit. Aan de andere kant is het ook een soort lesboek voor de lezers. Je leest dat God zich het lot van zijn mensen aantrekt als ze in de problemen zitten. Ook kun je uit de wetten leren wat God van de mensen verwacht. Hoewel het de Israëlieten zijn die in dit verhaal aangesproken worden, is het vaak net alsof de schrijver het tegen jou heeft. De schrijver wilde zijn lezers daarmee extra aansporen om zich aan de regels te houden.
 Het boek Exodus lijkt dankzij de wetten en leefregels die erin beschreven staan, veel op andere boeken in de bijbel, zoals Leviticus en Numeri. De overeenkomst met Deuteronomium is het sterkst.

 Exodus is de tweede boek die aan Mozes wordt toegeschreven,het woord Exodus betekent uittocht,en verwijst naar de uittocht uit Egypte de bevrijding van de slavernij.
  Het boek Exodus vertelt het verhaal over de Israëlieten in Egypte,in de woestijn als geschiedenis van de groei van Israël  tot een volk waarmee God een verbond sluit.
  Het boek Exodus kan globaal in twee delen geknipt worden.
  Het eerste deel (1:1-15:21) vertelt het verhaal over de onderdrukking van de Israëlieten en de uiteindelijke bevrijding ,na Mozes optreden aan de hof van farao in Egypte is dan al door 10 plagen getroffen.
 Het tweede deel behandelt de tocht door de woestijn, als er gebrek is aan water en voedsel verzet het volk zich tegen God.
  Op de berg Sinai krijgt Mozes de 10 geboden en andere wetten en leefregels.
  De Israëlieten bouwen een tabernakel een tent waar God zijn intrek in nam voor die tijd wandelde God met zijn volk maar nu wilde Hij bij hen wonen. In het boek Hebreen  lezen we hoe de tabarnakeldienst het werk van Jezus Christus en zijn huidige bediening in de hemel als hogepriester afspiegelt  nu zijn Gods kinderen zijn tempel. zie 1kor 6:19-20 Ef 2:19-22

  Bij de Grieken wordt dit bijbelboek Exodus genoemd. Dat betekent 'uittocht' of 'uitgang'.
 Omdat deze naam wel overeenkomt met het voornaamste, dat in dit boek beschreven wordt, hebben de meeste vertalers de naam Exodus aangehouden.

  Eerst wordt in dit boek verhaald over de grote vermeerdering der kinderen Israëls en over de pogingen van de Farao hen te onderdrukken.
  En dan wordt de geboorte, de wonderbaarlijke redding en de opvoeding van Mozes1) beschreven. En hoe God hem en zijn broer Aäron geroepen en gezonden heeft om het volk Israël uit het diensthuis van Egypte te verlossen en weg te voeren.

  Ook verhaalt dit boek van het verblijf van Mozes te Midian, waar hij de schapen van Jethro2) hoedt. Jethro schenkt hem zijn dochter Zippora tot vrouw, die hem een zoon schenkt, die hij de naam Gersom gaf.

  Toen de koppige Farao steeds bleef weigeren het volk van Israël te laten gaan, heeft God het land geplaagd met tien zware plagen en daarna heeft Hij Zijn volk Israël met grote rijkdom door Mozes uit Egypte doen leiden, na de Paschaviering.
  Het volk wordt dan door de Rode Zee geleid, waarin daarna het leger van de Farao jammerlijk verdrinkt.

 God leidt Zijn volk door de woestijn en spijzigt hen met manna en kwakkels, terwijl hun dorst wordt gelest met water uit een rotssteen.
  In de woestijn worden ze aangevallen door de Amalekieten3), die ze weten te verslaan, lees hierover in Exodus 17:6-16.

  Ook komt Jethro in de woestijn naar Mozes en geeft hem goede aanwijzingen, die Mozes ook opvolgt.
  Toen Jethro, de schoonvader van Mozes met diens zonen en vrouw bij Mozes kwam in de woestijn, waar hij gelegerd was bij de berg Gods4), liet hij aan Mozes zeggen: Ik, uw schoonvader Jethro, kom tot u met uw vrouw en haar beide zonen. Ex.18:5-6

  Ook beklimt Mozes in de woestijn de berg Sinaï, waar hij de stenen tafelen van God ontvangt met daarop de tien geboden.

  Ook maakt Mozes, in opdracht van God, de tabernakel met daarin de ark en ander heilig gereedschap.

  Ook lezen we in dit boek over de afgoderij van de Israëlieten met het gouden kalf, om welke zonde God hen verdelgen wil, maar God laat zich door Mozes verbidden en ziet er van af.

  Daarna vernieuwt God Zijn verbond met de Israëlieten door Mozes, wiens aangezicht glanst van de heerlijkheid Gods.

  Verder somt Mozes de giften en gaven op, die het volk Israëls gebracht heeft om de tabernakel te kunnen maken.

  Als de tabernakel gereed is, geheel volgens de aanwijzingen, die God aan Mozes gegeven heeft, wordt hij opgericht, gewijd en met de heerlijkheid Gods vervuld.

  Dit boek is een geschiedkundig verhaal van wat de Israëlieten overkomen is in een periode van, naar de berekening van sommigen, honderdtweeënveertig jaar.

  1) De naam Mozes betekent 'uitgetrokken'. Mozes was als het ware uit het water getrokken.
  2) De Amalekieten waren de nakomelingen van Ezau, de broer van Jakob, aan wie Jakob het eerstgeboorterecht had ontfutseld. De strijd tussen de Amalekieten en de Israëlieten vond plaats toen Mozes met het volk Israël op weg was naar de berg Horeb. Zie ook Gen. 36:15-16 en Deut. 25:17-18.

  3) Jethro was de schoonvader van Mozes. Hij was tevens priester of overste in Midian. Het Hebreeuwse woord betekent wel 'priester', maar het woord wordt in het algemeen ook gebruikt voor overste in de maatschappelijke staat en een persoon van groot aanzien.

  4) Met de berg Gods wordt de berg Horeb bedoeld. Horeb is een andere naam voor Sinaï. Het is ook mogelijk, dat er sprake is van twee bergtoppen in hetzelfde gebergte.

  Sinaï is nu een Egyptisch schiereiland tussen de Golf van Suez en de Golf van Akaba met een oppervlakte van ongeveer 60000 km². Het gebergte heeft als hoogste toppen de Moesa, 2285 meter hoog en de Djebel Catharina, 2637 meter hoog.
  De Moesa wordt beschouwd als de berg Sinaï uit de Bijbel.

 Inhoud

 Het verslag van de groei en de onderdrukking van het Hebreeuwse/Israëlitische volk in Egypte (hoofdstuk 1)
 De roeping van Mozes (hoofdstukken 2-7)
 De beschrijving van de tien plagen om het vertrek uit Egypte af te dwingen (hoofdstukken 7-11)
 De instelling van het Pesachfeest en de feitelijke uittocht (hoofdstukken 12-13)
 De doortocht door de Schelf- of Rietzee (hoofdstukken 13-15)
 De reis naar de Sinaïberg (hoofdstukken 15-18)
 De verschijning van God op de berg Sinaï alsmede zijn geven van de tien geboden aan Mozes (hoofdstukken 19-20)
 Overige wetgeving (hoofstukken 20-23)
 De sluiting van het verbond tussen God en de Israëlieten (hoofdstuk 24)
 De bepalingen over het bouwen van een heiligdom voor God (ark, tabernakel, instelling van priesters enz.) (hoofdstukken 25-40)
 De instelling van de sjabbat (hoofdstukken 31 en 35)
 De intrek van God in het heiligdom (hoofdstuk 40)

 Volgens Exodus hoofdstuk 12:40-41 zouden de Israëlieten vanaf de tijd van Jozef tot aan hun uittocht uit Egypte precies 430 jaar in dat land hebben gewoond.

  In de brief van Paulus aan de Galaten hoofdstuk 3:17 wordt deze periode van 430 jaar ook genoemd waarbij het beginpunt een belofte van God is. De vraag is waar deze belofte betrekking op heeft: op die aan aartsvader Abraham en dan zouden de Israëlieten slechts 120 jaar in Egypte hebben vertoefd, of wat Jozef in Genesis hoofdstuk 48:21 meedeelt namelijk dat God de Israëlieten te zijner tijd naar Kanaän zal laten terugkeren. In dat geval zouden zij wel degelijk 430 jaar in Egypte hebben verkeerd.
  Gezien het feit wat er geschreven staat in Exodus 12:40-41 heeft de laatste uitleg de voorkeur.

 Mozes hoort Gods naam

 Het boek begint met het verhaal over de slavernij van het volk Israël in Egypte. Daarna volgt het verhaal van Mozes, een lid van de Israëlitische stam Levi. Als baby kwam hij onder de hoede van de dochter van de farao. Als volwassen man wordt hij op een dag geroepen door de God van Abraham, Isaak en Jakob. Deze God openbaart aan Mozes de betekenis van zijn naam Jahweh: ‘Ik ben die is’. Het is zeker niet toevallig dat deze naamsverklaring juist aan het begin van de uittocht wordt geplaatst. De bevrijding uit het slavenland Egypte is immers het heilsfeit bij uitstek, waarin Israël het dynamische en bevrijdende ‘er zijn’ van God ervaren heeft en waarmee het altijd verbonden zal blijven. Het eerste deel bevat verder de beroemde passages over de Tien Plagen die God over Egypte uitstort, het eerste Paasfeest en de spectaculaire doortocht door de Rode Zee (Rietzee).

 Woestijn

 In het tweede deel gaat het over het begin van Israëls tocht door de woestijn, van Egypte tot de Sinaï. Voor de bijbelse schrijver was de woestijn de geschikte achtergrond om te beschrijven hoe Israël moeizaam zijn weg heeft gezocht en gaandeweg ontdekt heeft hoe het moest leven als vrij volk. In de woestijn, die de dagelijkse realiteit verbeeldt waarin de gelovige leeft, zal Israël geleidelijk aan de eisen ontdekken die een leven in vrijheid mogelijk maken.

  Berg Sinaï

 Het derde deel ten slotte verhaalt hoe God op indrukwekkende wijze verschijnt op de berg Sinaï, met Israël een verbond aangaat en in de wetgeving zijn wil openbaart. Als elementen van wetgevende aard zijn te vermelden: de Tien Geboden, het verbondsboek, cultische voorschriften voor het heiligdom van Jahweh en de eredienst.

 Voorschriften voor samenleving en cultus

 De Tien Geboden staan centraal in de bevrijdingstheologie van Israël. Wie ze beleeft, wordt niet aan banden gelegd, maar juist bevrijd tot het niveau van het echte mens-zijn. Het verbondsboek bevat rechtsregels die een maatschappij van boeren en herders veronderstellen en dus dateren uit de eerste periode na Israëls vestiging in Kanaän. Karakteristiek is de nauwe verbinding van burgerlijke met zedelijke en godsdienstige voorschriften. Daarna volgen een aantal cultische voorschriften, die tot de jongste gedeelten van de Pentateuch behoren en die betrekking hebben op de vervaardiging van een heiligdom voor God met alles wat erbij hoort, en op de instelling van het oudtestamentisch priesterschap.

 De schuld moet afbetaald worden

 Uit het feit dat je God serieus moet nemen vloeit voort dat God zijn toezeggingen zeker gestand zal doen. Maar er vloeit ook uit voort dat God genoegdoening eist voor elke krenking van zijn majesteit. Hij eist volledige vergoeding voor elke schending van zijn rechten.

  In de centrale tekst van het boek Exodus beveelt God dat een dief hoe dan ook het gestolene moet vergoeden: "De dief moet alles teruggeven. Kan hij dat niet, dan moet hij zelf verkocht worden om het gestolene te vergoeden." (Exodus 22:2). De bepaling dat een dief het gestolene moet vergoeden, is eerlijk en billijk. Dat geldt echter niet alleen voor mensen onderling, maar ook voor de verhouding tussen God en mens. God had Adam en Eva in het paradijs verboden van de vruchten van de boom van de kennis van goed en kwaad te eten. Daarmee gaf God aan dat Hij het alleenrecht had om te bepalen wat goed en kwaad is. Dat Adam en Eva toch van de vrucht van deze boom aten, was een teken dat ze autonoom - dus onafhankelijk van God - wilden bepalen wat goed en kwaad is. Dat was niet alleen revolutie, opstand tegen God, maar ook diefstal, want Adam en Eva pleegden een inbreuk op Gods alleenrecht om te bepalen wat goed en kwaad is. Zo is elke zonde een inbreuk op Gods rechten. Elke zonde kan als diefstal beschouwd worden, waardoor de mens steeds verder bij God in de schuld komt te staan. Dat blijkt ook uit het feit dat de Israëliet een schuldoffer moest brengen, wanneer hij God of zijn naaste benadeeld had. Door die zonde stond hij bij God in de schuld, ook als hij zonder opzet gezondigd had.

  We moeten God serieus nemen. Dat betekent dat de mens zijn schuld aan God moet afbetalen. Daar is geen ontkomen aan: "De dief moet alles teruggeven. Kan hij dat niet, dan moet hij zelf verkocht worden om het gestolene te vergoeden." De schuld moet hoe dan ook betaald worden. Kun je dat niet, dan moet je er eeuwig voor boeten. Maar gelukkig is dat laatste niet nodig. Als je God de hand geeft, betaalt een ander voor jou: Jezus, Gods eigen Zoon. Aan het kruis heeft Hij zichzelf tot een schuldoffer gesteld en zo in onze plaats de straf van God gedragen. Maar dat betekent niet dat het er dan niet zoveel meer toe doet of je zondigt. Wie zo redeneert neemt God niet serieus. Uit het feit dat God volledige vergoeding eist, kunnen we leren hoe ernstig God de zonde neemt.
  De kern van Gods boodschap in het boek Exodus is: Ik eis volledige betaling van de schuld.

 Overzicht

 Exodus 1
  Gods belofte, aan Abraham gedaan, gaat in vervulling: het volk van de belofte wordt talrijk en sterk. Farao balanceert tussen uitroeien en handhaven: hun capaciteiten benutten, ondertussen hun potentie (letterlijk!) ondermijnen. De eerste aanzetten van de holocaust komen eraan. Een wonderlijke verknoping van abortus en euthanasie ineen moet de oplossing brengen: gooi de jongetjes maar in de godrivier de Nijl, onze god weet er wel raad mee. Maar wie Gods volk op het vlak van de natuur bestrijdt, zal merken hoe het geestelijk overwint. Waarbij overigens de natuur niet uitgeschakeld wordt: door Gods Geest beademd neemt het volk alleen nog maar meer toe en wordt sterker en sterker. Zegt dit hoofdstuk trouwens ook nog iets over de kinderzegen vandaag, nu ook de gereformeerde gezinnen kleiner en kleiner geworden zijn? Ik zeg niet, dat ik het antwoord op die vraag weet, toen is niet nu, ik constateer alleen de praktijk waarbij ik een open vraag stel. Kinderzegen? Kerkbouw? Natuurlijk kan God uit stenen Abrahamskinderen verwekken, maar de Koninklijke weg is toch allereerst het Abrahamsverbond, dat Hij bevestigt van kind tot kind? 

 Exodus 2: 1 - 22
  Het gaat in Gods verlossend handelen er wel allemaal vreemd aan toe. Mozes blijkt levensvatbaar doordat hij ‘uit het water getrokken wordt’. Kijk, dat is toch een doop van jewelste: dwars door de beoogde verdrinkingsdood heen het land van Gods opstanding opgetrokken. Mozes komt daarmee ook nog eens uitgerekend in Farao’s paleis terecht: alle bronnen van onderwijs en cultuur, maar ook gewoon: gezonde voeding, staan hem ter beschikking. Niet door jouw kracht en drift, maar door Mijn Geest, dat moet Mozes leren bij zijn eerste interventie Egypte tegenover Israël; steeds weer overigens, zoals wij allemaal, zoals Petrus later ook met z’n getrokken zwaard in de hof van de Olijven. Wil Mozes middelaar van het oude verbond kunnen worden, dan zal hij met huid en haar uit kracht van de Middelaar van het nieuwe verbond moeten gaan opereren. Vluchten hoort daarbij. Teruggeworpen worden op God. Vreemdeling, enkel geborgen in God, zo zoon van Abraham, de vreemdeling bij uitstek. Dat Mozes zijn eerstgeborene Gersom noemt, laat zien dat hij zijn situatie door heeft: ‘ik ben vreemdeling geworden in een onbekend land’. Dán gaat God hem roepen.

 Exodus 2: 23 - 3: 22
  Het is ongelofelijk, maar waar, hoe snel het geloof in enkele generaties helemaal kan verdwijnen. Israël is nu enkele generaties verder, sinds ze voor het eerst voet in Egypte zetten (Gen.15:16 rekent vanaf Abraham tot de uittocht 4 generaties). Wat blijkt: ze kennen de God van hun voorouders, van Abraham, Isaäk en Jakob, helemaal niet meer. Dat is onthutsend. Mozes moet God opnieuw bij hen introduceren: ‘zeg tegen hen: Ik ben die Ik ben heeft mij tot jullie gestuurd, Hij is de Heer, de God van jullie voorouders, de God van Abraham, Isaäk en Jakob’(vs.15). Israël is inmiddels en masse overgestapt op de goden van de maatschappij waarin ze nu al van opa tot achterkleinkind leven: de goden van Egypte. Zo hou je je hart ook vast, als je ziet hoe snel vandaag van vader op zoon en moeder op dochter het geloof wegzakt: het Godsverbond van ouders op kinderen heeft ook z´n grimmige keerzijde, die ook in het tweede gebod naar voren komt. Gelukkig maar dat Jahwe Dezelfde blijft in zijn trouw: die is, die was en die komt, Ik ben die Ik ben. Hij is zijn inmiddels nu al 400 jaar geleden met Abraham gesloten verbond niet vergeten, integendeel.

 Exodus 4
  Het gaat er grimmig aan toe, nu Mozes de uitleidende Hand van de HERE moet gaan vertegenwoordigen. De tekenen lijken willekeurig, maar liegen er niet om: de slang, de melaatsheid en het bloed. In ieder geval symboliseren ze iets van het gevecht, dat Jahwe van de machten nu aangaat met de tegenkrachten van de Farao, de Nijl en de duivel. Mozes blijft protesteren, omdat hij de spanning wel voelt van de machtsstrijd waarin hij nu verwikkeld zal gaan worden. Om zijn taak te kunnen vervullen zal Hij eerst zelf als een heilig man zijn gezin moeten voorgaan. De door God geforceerde, verlate besnijdenis van Gersom, die nota bene door de moeder voltrokken wordt, werpt Mozes erop terug, dat niet door menselijke potentie, maar door Gods kracht het volk uitgeleid zal worden. Maar met God verkeren is voor alles heilig zijn. Wie dit leest kan alleen maar opnieuw huiveren voor de heilige liefde van God. En je vraagt je soms af of wij niet al te onheilig met Gods liefde omgaan, daar waar wij zo de liefde van God benadrukken maar toch al spijkerbroekend en open-boorderig voor zijn aangezicht verschijnen dat het een lieve lust is. Ach ja, het hart nietwaar, daar komt het op aan, zeggen we dan. Dat klopt, maar waarom zocht God dan de toch inmiddels wel hartelijk geworden Mozes te doden? Waarom moest Mozes de schoenen van z´n voeten doen (3:5)?

 Exodus 5: 1 - 21
 Dat zie je vaker in de bijbel: waar God uitkomst belooft, daar neemt eerst de verdrukking nog toe. Abraham kreeg z’n bloedeigen zoon toegezegd, maar moest juist daartoe eerst te oud worden om in eigen kracht nog een zoon te kunnen verwekken. Waarom verhardt God überhaupt het hart van Farao om het volk te laten gaan? Waarom maakte Jahwe dat hart juist niet zacht om Israël te laten vertrekken? Alles balt zich opnieuw samen rondom een hernieuwde machtsopenbaring van Jahwe zelf. Het gaat God erom, dat door alles heen Hijzélf bekend wordt aan mensen, opdat ze zich tot Hem bekeren en zullen leven vanuit een levende omgang en levende afhankelijkheid van Hem. Het gaat God namelijk nooit om een gemakkelijke verlossing (-lees: onze oplossing) van problemen (hetgeen vaak leidt tot geloofsafval), maar om herstel van de levende relatie met Hem. Daartoe is de vaak in eerste instantie toenemende verdrukking een onmisbare leerschool in zijn hand. ‘Eer ik verdrukt werd, dwaalde ik’(psalm 119). Snelle wensbevrediging levert vaak een oppervlakkig geloofsleven op. Dat is ook het gevaar van christenen die beweren, dat bij hard bidden de afgebeden wensen wel in vervulling gaan. Hebreeën 13 leert, dat gebedsverhoring heel wat anders is.

 Exodus 5: 22 - 6: 27
  Mozes en Aäron worden opnieuw door God naar voren geschoven: door jullie ga Ik mijn volk uit Egypte weghalen. Het brokstuk genealogie, dat vanaf vers 14 in het lopende verhaal ingeplakt is, dient om de voluit Israëlitische afstamming van Mozes en Aäron aan te tonen. Nog nader: dat ze volbloed Levieten zijn. De aanvankelijke aanloop vanuit Ruben en Simeon is daar ook op gericht: om bij Levi uit te komen. Het toekomstig profetische en priesterlijke van de stam Levi gloort al in het optreden van Mozes en Aäron in Egypte. En dat is op zijn beurt weer preludium op het werk van Christus. Opdat God koning zij: laat mijn volk gaan!

 Exodus 6: 28 - 7: 25
  Magie tegen magie lijkt het: het eerste treffen van Farao en Mozes met Aäron. De duivel is altijd al de aap van God geweest. Als je maar weet, dat de slang van de beginne ook hier weer geen schijn van kans heeft tegen Jahwe van de machten: de slang van Aäron verslindt de Egyptische slangen met huid en haar. Ondertussen wordt Farao er niet anders van. Wie door de tekens niet op de HEER zelf ziet, wordt door tekens nooit bekeerd. Zelfs ten slotte niet door het ultieme teken van de opstanding van de Zoon van God (Matth.28:11-15, zie ook: Luc.16:30,31!).

 Exodus 7: 26 - 8: 15
  We zijn nu drie plagen ver. Allereerst de Nijl, de god van het leven voor Egypte, wordt een bron van de dood. Natuurlijk kunnen Farao´s hovelingen dat ook: water in bloed veranderen. Toch kunnen ze juist niet voorkomen, dat hun god De Nijl zich tegen hen keert. Ze staan in hun hemd. Hetzelfde geldt voor de kikkers: ook zo´n religieus symbool in Egypte. Afgoden zijn nietsen. Ze keren zich zelfs tegen je. Na het water (plaag 1 en 2) gaat het het land op: grond verandert in muggen (anderen vertalen: luizen). De duivel als aap van God staat mat: hij kan magisch niet meer meekomen. Het is een vreselijk pijnlijke plaag. De magiërs geven toe: God heeft hier de hand in. Farao blijft onvermurwbaar. Hoe kan het toch, dat God mensen tegen de dood aanhoudt, telkens en telkens weer, tot op vandaag toe, maar dat ze zich niet laten gezeggen, zich bekeren en leven? Dat is het duistere geheim van ons mensen.

 Exodus 8: 16 - 9: 12
  Vanaf de 4e plaag voert de schrijver het verschil op in de situatie van het Egyptische volk, dat onder de plagen doorgaat, en Israël zelf: zij worden op geen enkele wijze getroffen. Dat zal vast ten aanzien van de eerste drie plagen ook al gegolden hebben. Maar de schrijver trekt dit fijne puntje nu naar voren om te laten zien hoe God een God van redding is doordat Hij een God van scheiding, schifting is. De markatielijn gered of verloren gaat dwars door de wereld heen. Vaak lijkt het alsof het allemaal één pot nat is, nietwaar: of je nu gelooft of niet gelooft, allen treft hetzelfde lot. De spotters gebruiken zelfs dat argument voor hun ongeloof. Waar is God? Daar dus, waar Hij in zijn uitredding én gericht tevoorschijn komt. Mensen kijken niet verder dan hun neus lang is, zo was het in de dagen van Noach al. Vandaag ook. Wie het boek van God opslaat, weet dat de plagen van Egypte al aankondigen, hoe de schiftende Dag van de HEER eraan komt. Dan zal de één namelijk aangenomen, de ander achtergelaten worden. Lees Matth.24 maar.

 Exodus 9: 13 - 35
  Hagelstormen zijn een in Egypte zeldzaam verschijnsel. Het collectieve Egyptische volksgeheugen (vs.18) zal deze hagelstormen nooit meer vergeten. De HERE kondigt deze plaag zelf als een zeer zware plaag aan. De plaag heeft apocalyptische afmetingen: donder en bliksem maakt van Egypte een spookland. Het lijkt alsof de wereld vergaat. Bergen valt op ons, heuvelen bedekt ons. Farao’s schuldbelijdenis wordt geboren, maar is puur geënt op zijn angst en de ravage die aangericht wordt. Niet de schuld moet weggenomen, de stráf, dat is zijn doel. Vandaag de dag maken we het nog gekker: we beschuldigen God van de straffen die Hij over de aarde laat heengaan, niet onze schuld maar Zijn schuld schuiven we daarin naar voren. Dat is de verhoudingen op z´n kop. Het blijkt trouwens aan Farao, dat waar God dan de strafgerichten tempert, mensen hun schuld aansluitend meteen al weer vergeten zijn. God figureert voor ons slechts als afgod: Hij moet het ons naar de zin maken, voor de rest kunnen we Hem missen als kiespijn. Dat is nou precies de smart van Gods hart. Wie bedenkt, dat God voor zo´n mensheid zijn eigen Zoon gegeven heeft, wordt verwonderd stil. En zwijgt in vertrouwen, ook daar waar het wel eens fors hagelt naar het bestel des HEREN in zijn leven.
  
 Exodus 10: 1 - 20
  Gods tegenstanders kunnen ook door Hem in hun tegenstand worden verhard!  (vs 1). Gods oordeel over farao om z’n Goddelijke grootheid en macht te etaleren. Tegelijk farao voor eigen verantwoordelijkheid geplaatst (vss 3 en 4). Plagen ook geloofsondersteuning de generaties door (vs 2). Bijbelse-geschiedenis-les niet voor de ‘rooie oortjes’ alleen, maar vooral om de HERE beter te leren kennen en vertrouwen.

 Exodus 10: 21 - 11: 10
  Stukje bij beetje breekt God verzet: vgl 10: 11 met 24. Inktzwarte duisternis blamage voor de Egyptische religieuze zonverering! Ironische omkering door Mozes van farao’s dreigement: Inderdaad zien hij en farao elkaar voor het laatst; maar de dood zal niet bij Mozes en z’n volk maar bij farao en z’n volk toeslaan. Farao’s jongste weigering maakt ruimte voor de zwaarst treffende plaag: Dood onder alle oudste nakomelingen onder mensen en dieren. Intussen had God goodwill gekweekt voor z’n volk bij Egyptische volk en voor Mozes bij farao’s personeel.

 Exodus 12: 1 - 28
  Alleen op Gods genadige aanwijzing ontkomt Gods volk aan het oordeel ; vs 13: “..Wanneer Ik het bloed zie, dan ga Ik voorbij”. Wij overleven alleen door het bloed van Het Lam, Jezus Christus. De eerste viering van Pascha kan niet anders dan incompleet zijn: alleen die nacht van vertrek. Pas compleet in het beloofde land. Wat is een uittocht zonder intocht? Geldt ook voor ons: Onze uittocht is ook pas compleet bij de intocht in het nieuwe Jeruzalem. De HERE gunt z’n volk feest, maar wil Zelf met z’n daden centraal staan; zie vs 11 en 17. Vraag: Waarom zou de HERE zo fel zijn op gistvrije huizen?

 Exodus 12: 29 - 51
  De vijandschap tegen de HERE en z’n volk loopt uit op totale ontreddering in alle lagen van de Egyptische bevolking: Geen huis zonder dode!  Opvallend in de aanvullende voorschriften (vs 47,48) is de overeenkomst met onze kerkelijke praktijk: Pas door de doop word je lid van de gemeente en pas dan kun je avondmaal meevieren. Trekken we de vergelijking door, dan een probleem: Kinderen van toen vierden wel Pascha (ze waren besneden; de jongetjes dan), maar nu nemen onze kinderen geen deel aan de viering Avondmaal, terwijl ze wel gedoopt zijn. Vgl bij vs 50 het trieste bericht in 2 Kon 23:21-23. Zelfs de kerk kan zich kennelijk door wat dan ook voor lange tijd laten afleiden van het gedenken van Gods grote daden. Punt van waakzaamheid: Wat is ook al weer het uitgangspunt van onze erediensten?

 Exodus 13: 1 - 16
  In de dood van alle eerstgeboren Egyptische mensen en dieren trof de HERE het complete gezin en de hele samenleving. In alle Israëlitische mensen en dieren eiste de HERE alles en iedereen op voor zijn dienst. Maar geen menselijke offers. In hun plaats (‘lossen’) dierlijke offers. Later komen in plaats van menselijke eerstgeborene-offers de levieten (bijv Num 3:11-18). Les: jullie zijn mijn eigendom. Vgl. Cat. zd 1. Vs 8,14,15: Laat het je kinderen weten: de HERE is onze Eigenaar en Verlosser. Zonder die uitgesproken boodschap zijn alle kerkelijke rituelen (sacramenten; feesten) holle vaten.   
    
 Exodus 13: 17 - 14: 31
  Gods overwegingen (13:17) en de paniekreacties van de Israëlieten (14:10-12) maken duidelijk: Gods volgelingen nog niet helemaal en allemaal overtuigd van ‘succes’ van de uittocht. Beleef jij je bevrijding door Jezus altijd als ‘succesvol’? Zie je de aankomst in het Beloofde Land al vóór je? Kernpunt (vs 14): De HERE – de Betrouwbare - staat borg voor succes van uittocht-doortocht en aankomst. Vertrouwen dus! Overgave!

 Exodus 15
  Niet een lied van wraak of leedvermaak, maar loflied op de overwinning door de HERE. En een oproep aan al die volken die ervan krijgen te horen (vss 14-16): Erken dat de HERE, onze God, Koning is (vgl. Openbaring 15:3,4). Vs 26: Ook al voordat de 10 geboden er waren: God volgen gaat niet zonder luisterende oren en vertrouwende harten in Gods richting.

 Exodus 16: 1 - 20
  Opvallend dat de HERE zich gevoelig toont voor gemopper, dat a) wel een echte oorzaak had (honger), maar b) blijk gaf van gebrek aan vertrouwen en overgave; en c) op Mozes (en Aäron) gericht is alsof die god is. Leiders in de kerk zijn op z’n best doorgevers van wat God zegt/geeft. Vgl. situatie kerk toen met: “en de vrouw vluchtte naar de woestijn, .. een plaats .. door God bereid, opdat ze daar .. onderhouden zou worden “(Openbaring 12:6).

 Exodus 16: 21 - 36
  Is dit sabbatsgebod over te poten naar nu? Dan de aardappels ’s zaterdags al schillen voor de ..! Of is het een voorbeeld van vertrouwen op/ afhankelijkheid van de HERE? Over het sabbatsgebod in ’t algemeen: “...slechts een schaduw van wat komen moest, terwijl de werkelijkheid (van) Christus is” (Col 2:16,17).

 Exodus 17
  Gods staf (vgl. Psalm 23) in Mozes’ hand zorgt a) voor dorstlesser uit Gods natuur en b) voor de overwinning tegen het lafhartige (Deuteronomium 25:17-19) Amalek, dat generaties lang aartsvijand van Gods volk blijft tot in Esters tijd: Haman, een Amalekiet.

 Exodus 18
  Jethro, een heidense priester, weet goede dingen te zeggen over de HERE. In de denkwereld van toen stond de HERE bovenaan op de godenlijst. Jethro geeft nog een zegenrijk advies: Grote leiders in de kerk moeten nooit ‘solo’ willen. God geeft meer Godvrezende leiders, in een gezond teamverband.

 Exodus 19
  vs 5,6: vgl 1 Petr 2:9: Uitgekozen-kerk-zijn om zijn grote daden te verkondigen -> evangeliserende gemeente zijn! God in zijn heiligheid huiveringwekkend, zoekt genadig omgang met z’n volk. Die omgang was toen nog omslachtig via middelaar Mozes, nu rechtstreeks dankzij Middelaar Jezus.

 Exodus 20
  Gods 10 grondregels voor zijn ideaalbeeld van ons. Alleen Gods mensgeworden zoon voldoet daaraan. Die stelt ons zijn Geest ter beschikking zodat wij in Gods liefdegebod(en) kunnen ingroeien. Vss 22-29: Dienst aan God moet heilig zijn <-> sexuele losbandigheid in heidense erediensten.

 Exodus 21: 1 - 27
  Oog om oog, tand om tand. Dat klinkt heel hard. Ook bij andere bepalingen frons je de wenkbrauwen. Is dat nu de manier om met medemensen om te gaan? Laten we goed bedenken dat deze woorden uit een totaal andere tijd en cultuur komen. Onze gevoelens van afstand worden versterkt door de casuïstiek, het beschrijven van situaties: als dit is voorgevallen, dan is dat het antwoord. Wanneer we deze woorden plaatsen in het raam van de tijd, dan is het heel bijzonder dat slaven rechten krijgen. Dat de wraak aan banden gelegd wordt. Voor een striem mag je niet iemand doodslaan. Onder en achter alles klinkt de stem van de HERE, die het leven en het levensgeluk wil beschermen. Geweldig dat de God van het recht in Jezus Christus nog een stap verder gaat en ons de weg van de liefde wijst!

 Exodus 21: 28 - 22: 16  (NBG 22: 17)
  Letselschade en smartengeld. Daar worden in onze samenleving ingewikkelde processen om gevoerd. In het bijbelgedeelte van gisteren en vandaag zien we dat God op dit punt achter de slachtoffers staat. We worden via deze woorden opgeroepen om onze verantwoordelijkheid voor het welzijn van de naaste te kennen. In het verkeer, op het werk, in de persoonlijke omgang, in de grote vraagstukken van het milieu, enz.
  Het tweede gedeelte handelt over schade aan bezit. De strafmaat is op dit punt opvallend mild: wat gestolen was moet teruggegeven of vergoed worden, en daarbovenop komt een boete. Dit moet ons te denken geven….
Soms is onschuld niet te bewijzen. Dan dient men voor God (beter dan “de goden”, opgevat als rechters) in het heiligdom te verschijnen en een eed af te leggen. God zal de schuldige straffen!

 Exodus 22: 17 (NBG 22: 18) - 23: 12
  Een inhoudelijk sterke samenleving komt op voor haar zwakste leden. Liefde moet de onderlinge omgang stempelen. God geeft twee klemmende redenen voor Zijn eis. Hij herinnert Zijn volk aan hun voormalige vreemdelingenbestaan. In de tweede plaats verklaart Hij dat Hij genadig is. En God laat niet met Zich spotten!
  Hij duldt het niet dat goden die niet bestaan mensenlevens de verkeerde kant op sturen. Hij neemt het niet dat Hij gepasseerd wordt voor bovennatuurlijke krachten, die de ene mens macht verlenen over de ander en die ruimte geven aan Zijn tegenstander. Hij gruwt ervan als mensen hun seksuele lusten beestachtig botvieren, geld naar zich toegraaien ten koste van anderen, of door leugens het recht krom maken. Zijn volk moet aan Hem toegewijd zijn!

 Exodus 23: 13 - 33
  Israël gaat van feest tot feest steeds voort. Vreugde om Wie de HERE is moet hun bestaan doortrekken. Hem moeten ze van harte dienen door het beste wat ze hebben aan Hem te geven. Zoals je doet bij iemand van wie je veel houdt.
  Natuurlijk kun je die liefde niet afdwingen. Maar als een mens echt ontdekt Wie God is, dan kan het niet anders of hij zal Hem aanbidden. Hij is zo groot, zo volmaakt, zo liefdevol en goed, zo zuiver…..
Deze God gaat Zijn volk voor op weg naar het beloofde land, in die gestalte van de Engel des HEREN. Van Israël wordt gevraagd Hem blijvend te volgen. Alleen dan is er zegen te verwachten in dat beloofde land.

 Exodus 24
  God zien. Dat is iets waar je naar verlangt en voor huivert. God is zo groot, zo heilig. Op de berg Sinaï ervaren Mozes en Aäron met 72 van de oudsten van Israël dat geweldige wonder. Net als b.v. in Openbaring “zien” we God als Koning op de troon, onder Zijn voeten iets als een plein van edelsteen. En God wil bij hen zijn, maaltijd met hen houden. Dit gebeuren staat in het teken van de verbondssluiting tussen God en Zijn volk. De oudsten vertegenwoordigen het hele volk. Door het gesprenkelde bloed van de aan God gewijde offers is er gemeenschap met God. Een door God tot stand gebrachte eenheid met Hem. Zijn volk mag van Hem ontvangen, alles wat nodig is in leven en sterven. Ten diepste verwijst dit alles naar Christus, die ook bij u wil binnenkomen om “maaltijd met u te houden”.

Exodus 25
  God wil in het midden van Zijn volk wonen. Geen vakantie houden, maar blijvend aanwezig zijn. Het heiligdom, eerst de tabernakel, later de tempel, is daar een symbool van. God bouwt Zijn heiligdom via mensenhanden en met behulp van vrijwillige giften. Wij worden ingeschakeld in Zijn dienst!
 Drie voorwerpen worden in dit hoofdstuk beschreven. De ark: een gouden kist bestemd voor het Woord van God, concreet in die stenen tafelen, die Mozes op de berg zal ontvangen. Met een bijzonder deksel, dat de hemel symboliseert in die engelgestalten. Een gouden tafel waarop broden zullen worden neergelegd, als teken van dank voor Gods zorg voor het leven. Een gouden kandelaar, die het volk Israël symboliseert; mét het wonder van het altijd brandende licht: symbool van God, die leven en vruchtbaarheid schenkt.

 Exodus 26
  Een verzameling bouwinstructies. Interessant voor de liefhebber. Er zijn aardige modellen gemaakt, die ons helpen een voorstelling van de tabernakel te maken.
  Ongemerkt is er een behoefte om iets “geestelijks” uit dit hoofdstuk te halen. Er zijn dan ook allerlei bespiegelingen gegeven bij de diverse onderdelen. Graag wijs ik op de hoofdlijn. Het heiligdom is mooi en kostbaar. Er omheen komt straks de voorhof. Binnen het heiligdom is er het heilige en het heilige der heiligen. Er is een toenemende heiligheid. Daarin wordt de afstand tussen God en mens uitgedrukt. Het Nieuwe Testament verhaalt ons hoe bij het sterven van Christus God Zelf het voorhangsel in de tempel in tweeën heeft gescheurd. Door het bloed van Christus hebben wij vrije toegang tot God gekregen!

 Exodus 27
 Heilig. Dat wil zeggen: apart gezet, voor de dienst aan God. Aan Hem gewijd. De ruimte binnen die voorhof is afgescheiden van de rest van de wereld. Wit is dan ook de kleur van de stof die rondom de voorhof afgrenst. Rein.
 Wie deze ruimte binnenkomt moet gereinigd worden. Daarom staat daar dat brandofferaltaar. Het bloed van dieren vloeit. Schuldige mensen mogen gereinigd naar huis. Onschuldige dieren sterven in grote getale. Want, zo zegt de Hebreeënbrief (10: 4) bloed van dieren kan uiteindelijk de zonde wel aanwijzen, maar niet wegnemen. De reiniging is door de HERE gegeven op grond van het bloed van Christus, dat eens en voor goed de zonden wegneemt. In het oude testament ontving men als het ware een voorschot daarop. Wij mogen leven uit de rijkdom van de erfenis!

 Exodus 28: 1 - 30
 Kleren maken de man. Het kleed van de hogepriester tekent zijn functie. De persoon valt weg achter zijn ambt. De hogepriester is maar niet voor zichzelf bezig. Hij heeft de roeping Israël voor God te vertegenwoordigen en God tegenover het volk. Zijn kleding is dan ook geweldig kostbaar en vol symboliek. Het meest sprekend is wel dat indrukwekkende borstschild met die edelstenen, waarin de namen van die 12 stammen van Israël staan gegraveerd. Zo draagt de hogepriester het volk op zijn hart.
  Bij het borstschild zit ook de efod, oneerbiedig gezegd een zak met steentjes: de Urim en de Tummim. In bepaalde situaties moet de hogepriester de beslissing van God kenbaar maken. Dat kan gebeuren met behulp van de efod: het ene steentje betekent ja, het ander nee. Maar de hogepriester beoordeelt op welke wijze de HERE geraadpleegd moet worden!

 Exodus 28: 31 - 43
  De HERE heilig. Dat is het motto van heel de eredienst. Met als toespitsing die bijzondere taak van de hogepriester, die eenmaal per jaar het Heilige der heiligen mocht betreden. Het stempelt ook de veel eenvoudigere kleding van de andere priesters: wit, rein!
  We komen deze dingen b.v. weer tegen als we in het boek Openbaring de hemelse eredienst getekend zien. Geen wonder, dat de oude kerk een grote liefde voor witte kleding had. Een christen die in het zwart gekleed gaat was in die dagen een onvoorstelbaar iets……
Uiteindelijk verwijst die kleding natuurlijk naar onze roeping: te leven als kinderen van het Licht. Laat dat gezien mogen worden!

 Exodus 29: 1 - 28
  De priesters worden aan de HERE gewijd: een ceremonie van reiniging, bekleding en zalving.
 Vervolgens worden er offers gebracht, waarbij Mozes als offeraar fungeert. Een zondoffer, dat spreekt van de vergeving die ook Aäron en zijn zonen nodig hebben én mogen ontvangen. Een brandoffer, bedoeld om God te aanbidden en te verheerlijken. En een vredeoffer, bedoeld om de gemeenschap tussen God en mens te doen beleven. Bepaalde delen van het offerdier worden als dankbare gave aan God op het altaar verbrand en de rest wordt met dankbaarheid gegeten. Hier gaat het om een bijzondere gemeenschap. De bloedceremonie legt een verbinding tussen alle betrokkenen en het altaar.

 Exodus 29: 29 - 46
  Na de voorschriften m.b.t. de overdacht van de kleding van de hogepriester wordt de draad weer opgenomen van vs. 26. Ook in de verzen 36-37 gaat het over de 7 dagen van de feestelijke wijding van de priesters.
 Dan komt het dagelijkse morgen- en avondoffer aan de orde. Alle nadruk valt op de aanwezigheid van God te midden van Zijn volk. Daartoe dient de wijding van het altaar, het heiligdom en de priesters. Het volk moet er van doordrongen zijn dat de God die hen uit Egypte geleid heeft onder hen wil wonen. Dat is een geweldig voorrecht. Maar ook een opdracht tot heilig leven, want deze God verdraagt de zonde niet. Alle schuld moet beleden en weggedaan worden, keer op keer….!

Exodus 30: 1 - 21
  Naast het brandofferaltaar moet er ook een reukofferaltaar gemaakt worden. Eveneens van acaciahout, maar aanmerkelijk kleiner en niet overtrokken met koper maar met goud. Het altaar werd waarschijnlijk gevuld met aarde en stenen, daarop brandde het vuur. Elke morgen en avond haalde een priester met een schop een deel van de brandende kolen van het brandofferaltaar, strooide er reukwerkpoeder over en legde ze op het reukwerkaltaar. Dit welriekende reukwerk symboliseert de gebeden, waarin de verzoende mens tot God gaat. Elke morgen en elke avond, dag in dag uit wordt God geëerd. Het roept ons op tot trouw in de omgang met de HERE.

 Exodus 30: 22 - 38
  Het reukofferaltaar zorgt ervoor dat de tabernakel permanent vervuld wordt met een liefelijke geur voor de HERE. Alles wat in dienst van de HERE staat wordt door middel van de heel speciale zalfolie aan Hem gewijd. Ook via het zintuig van de reuk wordt het heilige van de gewone wereld afgescheiden.
 In het Nieuwe Testament horen we dat de gelovigen een geur van Christus genoemd worden (2 Corinthiërs 2: 15). Door het offer van Christus mogen we deel hebben aan de wereld van God. Onze opdracht is de liefelijke geur van het eeuwige leven te verspreiden. Dit brengt scheiding, want niet ieder is van deze geur gediend. Daar heerst de sfeer van de dood. Wie Christus volgt verlangt ernaar dat nog velen gered mogen worden en tot Gods eer de geur van het leven zullen verspreiden.

 Exodus 31
  Gods laatste aanwijzingen aan Mozes gaan allereerst over de tabernakel; de kwaliteit daarvan moet iets laten zien van Gods glorie. Daarom moest Mozes deskundigen inschakelen. Ook moest hij Israël het vierde gebod op het hart drukken. De sabbat fungeerde namelijk als het teken van de band tussen God en Israël: door het houden van de sabbat liet Israël zien dat het bij God hoorde, die ook de zevende dag gerust had: zo Vader, zo zoon. Tenslotte gaf God Mozes de tekst mee van de Tien Geboden. Zo maakte God door heel Ex.25-31 duidelijk: ‘Ik wil jullie God zijn en Ik wil dicht bij jullie, mijn kinderen, wonen.’ Prachtig toch?

 Exodus 32: 1 - 20
  Veertig dagen is Mozes weggebleven op de Horeb. Een mooie tijd voor hem, want hij kreeg te horen hoe God de band met zijn kinderen nog hechter wilde maken. Intussen maakten de Israëlieten een gouden stierkalf: een puur heidense actie. Ze waren er niet tevreden mee dat God door zijn Wóórd dicht bij hen was. In reactie hierop gooide Mozes de stenen platen stuk, waarop God de Tien Geboden had geschreven, de grondwet van zijn verbond. Een terechte kwaadheid: Israël was Gods verbond niet waard. Natuurlijk wist Mozes dat Gods liefde onvoorwaardelijk is: zijn gunst staat voorop. Maar die liefde vraagt wel om wederliefde. Het is dus niet genoeg kind van God te zijn, je moet je ook als Gods kind gedrágen.

 Exodus 32: 21 - 33: 11
  Typisch menselijk schoof Aäron zijn verantwoordelijkheid van zich af en gedroeg hij zich als slachtoffer van de slechte Israëlieten: ‘Zij kwamen met het idee; ik heb alleen het goud in het vuur gegooid, en ja, toen kwam dit kalf eruit’ (32:21-24). En dan volgt een verschrikkelijk bloedbad. Onvoorstelbaar in onze kerkelijke verhoudingen, maar zo wordt wel duidelijk: niemand moet denken dat hij/zij God goedkoop de rug toekeert; dat betekent uiteindelijk de dood. Dat geldt nog altijd. Na dat bloedbad hield God Israël een tijd op afstand, maar meteen begon al weer zijn gunst zichtbaar te worden: Hij bleef heel vertrouwelijk in gesprek met Mozes, de bemiddelaar.

 Exodus 33: 12 - 34: 17
  Mozes en Israël hebben het ervaren wat in Ps.103:9 staat: ‘niet eeuwig zal Hij toornen.’ Want toen Mozes aan God een bewijs vroeg van zijn vergevende liefde, gáf God hem dat bewijs: Mozes kreeg iets te zien van Gods glorie, terwijl God uitriep: ‘Ik ben barmhartig en genadig!’  Ook gaf God een nieuw exemplaar van de Tien Geboden en vernieuwde Hij ook verder zijn verbond met Israël. Dat is nou typisch God: elke keer weer staat Hij met open armen klaar, ondanks al onze ontrouw. Maar daar hoort dan wel bij dat we naar God luisteren. Daarom bond God Israël op het hart: ‘Dien Mij zoals Ik dat wil en hou het heidendom op een afstand.’

Exodus 34: 18 - 35
  Net alsof er niks gebeurd is geeft God allerlei voorschriften betreffende het paasfeest, pinksterfeest en loofhuttenfeest. Door die feesten werd Israël erbij bepaald dat ze helemaal afhankelijk waren van God, in de natuur én in hun geschiedenis. Bekend is het verbod: ‘Geen bokje koken in de melk van z’n moeder’ (vs.26): Israël mocht geen magische praktijken toepassen om de vruchtbaarheid te garanderen; ze moesten hun vertrouwen stellen in God. En Hij is een glorieuze God, zoals telkens bleek als Mozes met God had gesproken, want dan glom zijn gezicht zo sterk van Gods glorie dat hij het voor de Israëlieten moest verbergen. Kun je nagaan, zei Paulus later, hoe glorieus het niéuwe verbond is dat Christus heeft gebracht, 2Kor.3:7-8.
  
 Exodus 35: 1 - 29
  Weer wordt herinnerd aan het sabbatsgebod: het houden van de sabbat was nu eenmaal het teken dat Israël bij God hoorde. Dan volgt hoe Israël z’n bijdragen voor de bouw van de tabernakel in natura leverde. Het is mooi dat dit ruimhartige hoofdstuk volgt op de zonde met het gouden kalf: Israël is blijkbaar tot inkeer gekomen; vandaar het herhaalde gebruik van het woord ‘hart’: vs.5,21,22,26,29. Wat dat betreft is er niks veranderd: ook nu is de ‘vaste vrijwillige bijdrage’ een soort  toetssteen voor wat in ons hart voor God leeft. Wie z’n giroboekje angstvallig gesloten houdt, heeft kennelijk nog niks begrepen van Gods royaliteit aan ons.

 Exodus 35: 30 - 36: 7
  In Ex.35-40 wordt verteld hoe Mozes heeft uitgevoerd wat God hem op de Sinaï heeft opgedragen. Hij begint met de aanstelling van Besaleël en Oholiab: ambachtsmannen/kunstenaars bij de gratie van Gods Geest. Wij verbinden Gods Geest vaak alleen met ons geloof, maar de Geest heeft kennelijk ook te maken met onze vaardigheden. Natuurlijk, die worden bepaald door wat onze menselijke geest aan mogelijkheden heeft, maar dwars daar doorheen werkt Gods Geest, zoals Gods Geest ook inwerkt op de natuur, zie Ps.104:30. Beide mannen beschikten dus over Geestelijke vakbekwaamheid. Voor God is alleen het beste goed genoeg. Leerzaam voor ons, bijv. als wij het hebben over liturgische veranderingen: we kunnen niet volstaan met goede bedoelingen; er moet kwaliteit zijn en vakbekwaamheid.

 Exodus 36: 8 - 38
  Als ongeduldige westerse lezers snappen we niet waarom de ópdracht om de tabernakel te bouwen (zie Ex.26:1-37) nu letterlijk herhaald wordt om de úitvoering te vertellen. Eén keer gedetailleerd vertellen is toch genoeg? Dat past inderdaad bij onze no-nonsense-stijl: alles schrappen wat informatief overbodig is. Verplaatsen we ons in die tijd, dan wordt toch iets waardevols duidelijk: het enthousiasme van de toenmalige gelovige over het ongekende feit dat de glorieuze God bij hen wilde wonen. Daarbij past dat melding gemaakt wordt van de rijkdom aan materiaal. En dan te bedenken dat dit alles nog maar een schaduw was van het glorieuze van onze tijd. God is ons immers veel dichter genaderd: zijn Geest woont in ons.

 Exodus 37
  Eerst komt hét ‘meubel’ van het allerheiligste aan de orde: de ark. Op de cherubs van de ark troonde in zekere zin God (1Sam.4:4). Op het deksel ervan werd jaarlijks op de grote verzoendag bloed gesprenkeld. Een uitermate belangrijk voorwerp dus, waarom de metalen delen allemaal van goud waren. Voor het heilige werden drie meubels gemaakt: de tafel, waarop broden lagen, als erkenning dat ons eten van God komt; de kandelaar, die dag en nacht brandde, als symbool van Gods volk dat licht in de duisternis moet zijn; het reukofferaltaar, waarop reukwerk geofferd werd, als symbool van Israëls gebeden. Al deze voorwerpen ontbreken bij ons, maar de zaak die zij aangeven is gebleven: dat we verzoening nodig hebben, dat we onze afhankelijkheid van God moeten erkennen, dat we uitstraling moeten hebben in onze omgeving en dat ons gebed wezenlijk is voor onze verhouding tot God.

 Exodus 38
  In de voorhof van de tabernakel kwam het brandofferaltaar, minder dicht bij het allerheiligste, waarom het metaal daaraan van koper was. Hierop werden de verschillende soorten offers gebracht, o.a. van verzoening, dankbaarheid en toewijding. Door Christus is er geen verzoenend offer meer nodig, maar wel hebben we nog altijd de taak in ons leven offers van dankbaarheid en toewijding te brengen. Belangrijk was ook het wasvat en natuurlijk de voorhof zelf. Het hele project kostte een vermogen, maar dat is niet erg: wie aan de kerk weggeeft, geeft uiteindelijk van z’n geld terug aan Hem die ons dat geld gegeven heeft. Als je dat beseft, is weggeven geen probleem meer en zelfs logisch (zie 1Kron.29:14).

 Exodus 39: 1 - 31
  Uitgebreid wordt de vervaardiging van de kleding voor de hogepriester beschreven. Hem wordt schitterende kleding aangemeten, passend bij de glorie van God voor wie hij verschijnt. Allerlei details maken duidelijk dat we te maken hebben met een heilig God, voor wie je niet zomaar kunt verschijnen, toen zelfs de hogepriester niet. Een opmerkelijk detail is dat alle priesters een broek moesten dragen: een ongebruikelijk kledingstuk voor de jurkdragende mensen van toen. De verklaring daarvoor kunnen we afleiden uit Ex.24:26: God wilde per se voorkomen dat de dienst aan Hem vermengd zou worden met seksuele wantoestanden, zoals toen heel gebruikelijk was. Heiligheid was dan ook het kernwoord voor de priesters, is dat trouwens ook voor ons als christelijke priesters.

 Exodus 39: 32 - 40: 16
  Toen alles klaar was, hield Mozes inspectie. Daarna gaf God Mozes de opdracht het project af te ronden: hij moest de tabernakel met toebehoren in elkaar zetten en de priesters van hun kleding voorzien. Opvallend is elke keer weer hoe nauwgezet Mozes van God te werk moest gaan. Het komt in de dienst van God heel precies. Natuurlijk, we hoeven niet krampachtig met God om te gaan: zijn vergevende liefde is heel royaal. Maar dat geeft ons geen vrijheid nonchalant te zijn in Gods dienst. We moeten juist heel respectvol met Gods opdrachten omgaan, in het besef dat Hij geen maatje van ons is (al is Hij onze Vader) maar onze hoogverheven Heer.

 Exodus 40: 17 - 38
  Toen Mozes de tabernakel overeenkomstig Gods opdracht in elkaar gezet had, gebeurde er iets bijzonders (wat later weer gebeurd is toen Salomo de tempel had voltooid, 1Kon.8:10-11): Gods glorie vervulde het heiligdom - al was die glorie wel omhuld door een wolk, om het kijken daarnaar door gewone mensen haalbaar te maken. Deze verschijning van Gods (gedempte) glorie was een teken dat God onder zijn volk was komen wonen, tronend op de cherubs van de ark. Dat moet een hele ervaring zijn geweest voor de toekijkende Israëlieten. Toch zijn wij er niet op achteruit gegaan. God is nog altijd in ons midden, nu door de Heilige Geest die in ons woont. Verder is de falende priesterdienst in het aardse heiligdom vervangen door Christus’ volmaakte dienst in het hemelse heiligdom.
COMMENTAAR
BIJBELBOEK

OT

Genesis

Exodus

Leviticus
 

Numeri

Deuteronomium

Jozua
 
Richteren
 
Ruth
 
1 Samuël

2 Samuël
 
1 Koningen
 
2 Koningen
 
1 Kronieken

2 Kronieken
 

Ezra
 
Nehemia
 
Esther

Job

Psalmen

Spreuken

Prediker

Hooglied


Jesaja


Jeremia


Klaagliederen van Jeremia

Ezechiël

Daniël


Hosea

Joël


Amos


Obadja


Jona


Micha


Nahum


Habakuk

Zefanja

Haggaï

Zacharia

Maleachi

NT

Matthëus


Markus

Lukas

Johannes

Handelingen

Romeinen


1 Korinthiërs


2 Korinthiërs


Galaten

Efeziërs

Filippensen


Kolossensen

1Thessalonicensen

2Thessalonicensen

1 Timothëus

2 Timothëus

Titus

Filemon

Hebrëen

Jakobus

1 Petrus

2 Petrus

1 Johannes

2 Johannes

3 Johannes

 
Judas

Openbaring
 

 READ THE BOOK - THE BIBLE CHANGE YOUR LIFE

Deutsch
de
English en français fr italiano it Nederlands nl español es português pt Norsk no svenska sv Polski pl čeština cz Slovák sk Magyar hu român ro Български bg hrvatski hr Pyсский ru Türkçe tr عربي ar

       

Heer, wees mijn Gids 

                              

INFO: DE WEG - DE WAARHEIDHET LEVENFILM - AUDIO


Wie zoekt zal vinden           


www Holyhome.nl

Boeiende Series :

Bijbelvertalingen
Bijbel en Kunst

Bijbels Prentenboek
Biblische Bildern
Encyclopedie
E-books en Pdf
Prachtige Bijbelse Schoolplaten

De Heilige Schrift
Het levende Woord van God
Aan de voeten van Jezus
Onder de Terebint
In de Wijngaard

De Bergrede
Gelijkenissen van Jezus
Oude Schoolplaten
De Zaligsprekingen van Jezus

Goede Vruchten
Geestesgaven

Tijd met Jezus
Film over Jezus
Barmhartigheid

Catechese lessen
Het Onze Vader
De Tien Geboden
Hoop en Verwachting
Bijzondere gebeurtenissen

De Bijbel is boeiend
Bijbelverhalen in beeld
Presentaties en Powerpoints
Bijbelse Onderwerpen

Vrede van God voor jou
Oude bijbel tegels

Informatie over alle kerken in Nederland: Kerkzoeker
 
Bible Study: The Bible alone!
L'étude biblique: Rien que la Bible!
Bibelstudium: Allein die Bibel!  

Materiaal voor het Digibord
Werkbladen Bijbelverhalen Bijbellessen
OT Hebreeuws-Engels
NT Grieks-Engels

Naslagwerken
Belijdenissen
Een rijke bron

Missale Romanum + Afbeeldingen
Stripboek over Jezus
Christelijke Symbolen
Plaatjes Afbeeldingen Clipart
Evangelie op Postzegels

Harmonium Huisorgel
Godsdiensten en Religies
Herinnering aan Kerken

Christian Country Music
Muzikale ontspanning
Software voor Bijbelstudie
Hartverwarmende Klanken
Read and Hear the Holy Bible
 Luisterbijbel

Bijbel voor Slechtzienden Begrippenlijst   -1-   -2-

Meer weten over de Psalmen, gezangen, liturgieën, belijdenisgeschriften: Catechismus, Dordtse Leerregels en veel andere informatie? . Kijk opOnline-bijbel.nl
         
  (
What's good, use it)



Waard om te weten :

Een hartelijk welkom op de site
Deze pagina printen
Sitemap
Wie zoekt zal vinden


FAQ - HELP

Kerk
Zondag
Advent
Kerstfeest
Driekoningen
Vastentijd
Goede Vrijdag
Aswoensdag
Palmzondag
Palmpasen
De stille week
Witte donderdag
Stille zaterdag
Paaswake
Pasen - Paasfeest
Hemelvaartsdag
Pinksteren
Biddag
Dankdag
Avondmaal
Doop
Belijdenis
Oudjaarsdag
Nieuwjaarsdag
Sint Maarten
Sint Nicolaas
Halloween
Hervormingsdag
Dodenherdenking
Bevrijdingsdag
Koningsdag / Koninginnedag
Gebedsweek
Huwelijk
Begrafenis
Vakantie
Recreatie
Feest- en Gedenkdagen
Symbolen van herkenning
 
Leerzame antwoorden op levens- en geloofsvragen


Hebreeën 4:12 zegt: "Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden"Lees eens: Het zwijgen van God

God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.
Lees eens:  God's Liefde

Schat onder handbereik


Bemoediging en troost

Bible-people - stories of famous men and women in the Bible
Bible-archaeology - archaeological evidence and the Bible
Bible-art - paintings and artworks of Bible events
Bible-top ten - ways to hell, films, heroes, villains, murders....
Bible-architecture - houses, palaces, fortresses
Women in the Bible -
 great women of the Bible
The Life of Jesus Christ - story, paintings, maps

Read more for Study  
Apocrypha, Historic Works
 GELOOF EN LEVEN een
          KLEINE HULP VOOR  ONDERWEG