DE HEILIGE SCHRIFT - DE BIJBEL

DANÏEL

De vindplaats van materiaal voor Bijbelstudie, geloofstudie, catechese, school, kring, persoonlijk geloof, studie thuis, kerk, club, nieuws, godsdienstonderwijs, zingeving en vooral heel veel mogelijkheden om je Bijbelkennis te vergroten. Blijf niet afhankelijk van anderen maar lees zelf de Bijbel. Investeer in geestelijke rijkdom.


De Studiebijbel is uitermate geschikt om de Bijbel te leren verstaan.

Je kunt een keus maken uit onderstaande tabel voor verdere studie
A = Verwijzing naar bijbeltekst met uitgebreide uitleg
B = Beknopte verhandeling over het hier gekozen bijbelboek
C = Verwijzing naar de verhandeling van een ander bijbelboek

Terug naar de Inleiding van deze serie


A B C
BIJBELBOEK
met
UITLEG


Oude Testament

Genesis Exodus Leviticus Numeri Deuteronomium Jozua Richteren Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia Maleachi


Nieuwe Testament


Mattheüs Marcus Lukas Johannes Handelingen Romeinen 1 Korinthiërs
2 Korinthiërs
Galaten Efeziërs Filippensen Kolossensen1 Tessalonicensen2 Tessalonicensen 1 Timotheüs 2 Timotheüs Titus Filemon Hebreeën Jakobus 1 Petrus 2 Petrus 1 Johannes 2 Johannes 3 Johannes Judas Openbaring


DANÏEL


Het
Het boek Daniël is een boek in de Tenach (onderdeel Geschriften) en daarmee in het Oude Testament (onderdeel Hagiographa, de zgn. Grote Profeten). Het boek is geschreven in twee talen: Aramees (verzen 2:4-7:28) en Hebreeuws (verzen 1:1-2:3 en 8:1-12:13). De naam Daniël betekent God is mijn rechter. Het boek is genoemd naar de hoofdpersoon Daniël.

Dit boek is genoemd naar de hoofdpersoon Daniël.


 In de Joodse traditie hoort Daniël bij de Ketoeviem (Geschriften), en staat het tussen de boeken Ester en Ezra in. In deze bijbeluitgave staat het boek – net als in veel andere bijbeluitgaven – tussen de profetische boeken. Dit komt doordat we Daniël in het laatste deel van het boek vooral tegenkomen als ziener en profeet.

Daniël hoort tot de meer bekende profeten, vooral door de geschiedenis van Daniël in de leeuwenkuil, van de mannen in de brandende oven en het teken aan de wand: gewogen en te licht bevonden.

 Daniël is één van diegenen, die door Nebukadnézar was weggevoerd in Babylonische gevangenschap.

 Hij was een jongeling uit koninklijk zaad, knap en zonder gebreken en met een goed verstand.

Hij werd door Nebukadnézar uitverkoren om te worden onderwezen in de boeken en taal der Chaldeën om naderhand in hoge ambten gebruikt te worden.

 God, de Heer, heeft Daniël met bijzondere wijsheid en verstand begaafd, inzonderheid in het openbaren en uitleggen van dromen en gezichten, die God de koningen van Babel heeft laten dromen en zien en die geen mens kon begrijpen, laat staan verklaren, dan alleen Daniël.

 Hierdoor kwam Daniël in hoge achting en werd hij met geschenken vereerd. Ook werd hij in hoge ambten aangesteld, wat zorgde voor veel haat en afgunst bij de Chaldeën, tovenaars, waarzeggers en sterrenkijkers.

 Behalve aan de koningen, heeft God ook aan Daniël zelf enige gezichten laten zien, die hem door de engel Gabriël werden uitgelegd, inzonderheid aangaande de opbouw van de stad en van de tempel te Jeruzalem; van de verschijning van Christus in het vlees; van de verwoesting van de stad en van de tempel door hun vijanden; van Christus' predikingen en wonderen, en van de afschaffing van het Levietische priesterdom; van de juiste tijd, in welke Christus gedood zou worden.

 Daniël wordt door Ezechiël gesteld nevens Noach en Job, als een voorbeeld van godzaligheid en heilige ijver. Ez. 14:14 en 20

 In het Nieuwe Testament spreekt onze Heer Jezus Christus zelf van de profeet Daniël Matt. 24:15 en vermaant alle mensen, dat zij goed acht op zijn profetieën geven zullen.

De apostel Johannes heeft in zijn boek der Openbaring, niet alleen veel zaken met Daniël gemeen, maar hij gebruikt ook dikwijls de eigen woorden van deze profeet in het verhaal zijner voorzeggingen.

 De uitleggingen der dromen en gezichten aan de koningen en aan Daniël door God vertoond, zijn wel moeilijk te verstaan, maar God zal ze aan Zijn dienaren, die daar vurig om bidden, duidelijker te verstaan geven. De oude leraar Irenæus zegt: "Omnis prophetia, priusquam impleatur, ænigma est: Quando autem impleta fuerit, manifestam habet intelligentiam et ex- positionem.

 Dit betekent: Alle profetie is als een raadsel, totdat zij vervuld is, maar als zij vervuld is, zo kan zij duidelijk verstaan en verklaard worden.


Diepere laag

In het boek worden merkwaardige beelden gebruikt met specifieke betekenissen. Zo worden de koninkrijken in het boek Daniël bijvoorbeeld aangeduid als dieren (lees hoofdstuk 7 maar eens). Ook worden getallen met een symbolische betekenis gebruikt, zoals 'zeventig', en 'één tijd, een dubbele tijd en een halve tijd'. Wat je als moderne lezer in elk geval kan begrijpen is dat het boek ooit bedoeld is geweest als een hart onder de riem, voor vrome Joden die vochten tegen slechte invloed van buitenaf op hun godsdienst. Als je de visioenen uit Daniël 7-12 helemaal uitpluist, zul je er de geschiedenis van Judea, vanaf de val van het Babylonische rijk tot aan de opstand van de Makkabeeën, in terug kunnen vinden.


Het boek Daniël werd geschreven ten tijde van het oude Babylon. In 605 vóór Christus werd Daniël als jonge man gevangen genomen en als banneling naar Babylon gebracht door de legers van koning Nebukadnessar. Jeruzalem werd verwoest en de Joodse natie kwam onder de heerschappij van Babylon. Bij een eerste aanval nam koning Nebukadnessar veel joden mee om zijn rijk te dienen. Er volgden nog twee aanvallen. Daniël, die een van de eerste bannelingen moet geweest zijn, werd gekozen om aan het hof van de koning te dienen. Hij was trouw in het dienen van de Babylonische koning, maar nooit loochende of vergat hij de ware Koning in de hemel. Steeds weer opnieuw beschermt de Heer deze trouwe profeet en gaf hem ook dromen en visioenen van toekomstige gebeurtenissen.

Daniël is de held van een Bijbelboek, dat gedeeltelijk in autobiografische vorm is geschreven. Het is het verhaal van een jonge joodse balling van voorname (volgens I: 3 wellicht zelfs van Koninklijke) afkomst die als page met drie vrienden aan het hof van de Chaldeeuwse koning Nebukadnezar (Nabuchodonosor, 605-562 v. Chr.) komt en hier ie Babylonische naam Beltsazar ontvangt (d.i. "bescherm het leven van de koning", later Balthasar). Ondanks vele beproevingen blijft hij ook aan het heidense hof de joodse godsdienst trouw. Door de wonderbaarlijke uitlegging van dromen blinkt deze wijze boven al de tovenaars en astrolgen van Babylon uit en blijft zo in groot aanzien bij het hof, ook onder de opvolgers van deze koning, onder wie vooral Belsazar (de zoon en mederegent van koning Nabonidus) en Darius de Meder (wellicht de Perzische stadhouder Gobryas ?) vermeld worden.

Zijn laatste visioenen (10 : I) zijn gedateerd uit de regering van koning Kores (d.i. Cyrus), dus na de verovering van Babylon door de Perzen in het jaar 539 v. Chr.

1. Inhoud

Het boek Daniël bestaat uit twee helften, waarvan hoofdstuk 1-6 in de vorm van losse verhalen de lotgevallen van Daniël en zijn vrlenden en hunwonderbaarlijke uitredding uit de gevaren van de heidense omgeving beschrijven. De tweede helft, hoofdstuk 7-12, behelst een verslag van Daniëls visioenen en voorspellingen, als van zijn eigen hand afkomstig. Eigenaardig is het verschil van taal, dat niet overeenkomt met deze indeling van het boek in twee helften. Hoofdstuk 2:4 -7 : 26 zijn in het Aramees gesteld (de taal, die men vroeger naar aanleiding van 2 : 4 "Chaldeeuws" placht te noemen).

1. 1. Historisch deel
•De aankomst in de ballingschap in Babel, en de lotgevallen van Daniël en zijn drie vrienden.
•Nebukadnezars droom en uitlegging door Daniël
•De drie vrienden van Daniël in de vurige oven
•Nebukadnezars tweede droom
•Gods oordeel over Belsazar
•Daniël in de leeuwenkuil

De Oud-Griekse vertaling, de Septuaginta, bevat nog enkele aanvullende delen, die in de Hebreeuwse versie, niet voorkomen:
•Daniël en Susanna
•De priesters van Bel
•Het gebed van Azarja in de vurige oven, en
•Een lied toen ze uit de vurige oven verlost waren

Deze delen komen wel in de Rooms-katholieke en Orthodoxe bijbels voor, maar maken geen deel uit van de protestantse canon. Openstaand punt: wat is de positie van deze delen in de Joodse traditie?

1. 2. Profetisch deel

Het profetische deel van het boek Daniël vertelt gezichten die doen denken aan de Openbaring. Het bestaat uit:
•het gezicht van de vier dieren (hoofdstuk 7)
•het gezicht van de ram en de geitenbok (hoofdstuk 8)
•Daniëls gebed (hoofdstuk 9) en het gezicht van de 70 weken
•gezicht bij de rivier Hedekel. (hoofdstuk 10-12)

2. Boodschap en thema

Het historische deel van Daniël speelt zich af tijdens de Babylonische ballingschap, evenals het boek Esther. Daniël wordt daarom ook wel de 'historicus van de ballingschap' genoemd. Genoemd worden de Chaldeese koningen Nebukadnezar en Belsazar, de vorsten der Perzen en Meden Kores, Ahasveros en Darius.

Chronologisch is het boek hiermee geplaatst tussen de koningen van Juda en de terugkeer onder Ezra en Nehemia. Zie ook de Geschiedenis van het oude Israël en Juda en de Geschiedenis van Perzië.

Een deel van de uitleggers meent dat het boek niet geschreven is tijdens de Babylonische ballingschap (circa 600 v.Chr.), maar dateert uit de tweede eeuw voor Christus. Het boek zou van betekenis zijn geweest tijdens de opstand van de Makkabeeën tegen de Seleucidische vorst Antiochus IV Epiphanes, die met harde hand Jeruzalem wilde helleniseren. De latere datering zou verklaren waarom het boek Daniël in de Tenach niet tot de profeten wordt gerekend, maar behoort tot de Geschriften (Ketubim). Exegeten die uitgaan van een latere datering zien in de visioenen uit Daniël 7-12 geen toekomstvoorspellingen, maar geschiedschrijving in de vorm van een toekomstvisioen. Deze wijze van geschiedschrijving wordt 'vaticinium ex eventu' genoemd en is een kenmerk van apocalyptiek, tot welk letterkundig genre het tweede deel van het boek Daniël wordt gerekend.
Daniël 1

 Als we de naam van Nebukadnessar, de koning van Babel horen, denken we meteen aan de verwoesting van Jeruzalem. Maar al een tijd eerder was hij voor de muren van deze stad verschenen om het opstandige Juda een lesje te leren. Bij die gelegenheid paste Nebukadnessar een bekende tactiek toe in de hoop nieuwe opstanden te voorkomen: de deportatie van leidinggevende mensen. Bij die gelegenheid waren ook de jonge Daniël en z'n drie vrienden in Babel terecht gekomen.
Om deze jonge Judeeërs meer aan zich te binden gaf Nebukadnessar de opdracht hen op te leiden als hoveling. Bij die gelegenheid lieten Daniël en z'n vrienden zien dat ze wel 'in de wereld' wilden zijn (ze deden voluit mee met de opleiding) maar niet 'van de wereld' (ze bleven zich houden aan de voedselvoorschriften uit de wet van Mozes). Deze trouw aan God bleef niet zonder uitwerking: Daniël en z'n vrienden kwamen het beste voor de dag bij Nebukadnessar.
Deze geschiedenis wil ons aansporen ook in een moeitevolle situatie het gelovig-zijn zonder compromissen vol te houden, in het vertrouwen dat God vroeg (zoals toen) of laat (zoals meestal) voor een goede afloop zorgt.

 Daniël 2: 1 - 23

 Volgens een bekend gezegde zijn dromen bedrog. Inderdaad kun je aan dromen soms geen touw vastknopen, waarom je, wakker geworden, jezelf kunt geruststellen: 'Het was maar een droom'. Maar dan nog blijken ze wel terdege ergens op te slaan. Ze reageren op wat er in je leeft, ze maken de angsten tastbaar die in je zitten, ze helpen je mee om oude pijn te verwerken. Maar het komt ook voor dat God er gebruik van maakt om jou iets duidelijk te maken.
Dat laatste overkwam Nebukadnessar: hij kreeg een droom die duidelijk iets betekende. Van z'n geleerden wilde hij toen weten hoe hij z'n droom moest uitleggen. Kennelijk vertrouwde hij ze niet, want hij vroeg hen om als bewijs van hun kundigheid eerst de ìnhoud van die droom te vertellen. Geschrokken reageerden zij: 'Niemand ter wereld kan dat, behalve de goden, maar die verkeren niet onder de stervelingen.' (vs.11). Een explosieve uitspraak. De pretentie van die magiërs was immers dat ze toegang hadden tot de godenwereld, maar nu bekenden ze dat ze hun pretentie niet konden waarmaken: de goden waren voor hen onbereikbaar; dus vroeg de koning het onmogelijke van hen.
En toen kwam Daniël op de proppen. Prachtig hoe afhankelijk hij zich opstelde: ook hij kon niet beschikken over God met zijn wijsheid. God was volstrekt vrij hem wel of niet die droom te onthullen. Maar op zijn verzoek wijdde God Daniël in in wat de koning bezig hield. Zo is God: als wij onze handen voor Hem openhouden, laat Hij ons nooit met lege handen staan. Natuurlijk, we kunnen Hem niks afdwingen; ook krijgen we lang niet altijd waarom we vragen. Maar Hij laat ons niet in de steek.

 Daniël 2: 24 - 49

 Onderricht door God kon Daniël zowel de inhoud als de betekenis van Nebukadnessars droom vertellen. In die droom had Nebukadnessar een beeld gezien dat verbrijzeld werd door een steen, die van een berg was losgeraakt. Die droom bleek een soort film te zijn van de geschiedenis na Nebukadnessar (het hoofd). Wij zien daarin een profetie van het Medisch-Perzische rijk (de romp), het rijk van Alexander de Grote (de buik), het Romeinse rijk (de benen) en de periode daarna (de voeten). Deze wereldrijken worden opgevolgd door het koninkrijk dat Christus sticht en dat een einde maakt aan alle politieke machten in deze wereld.
Daniëls woorden maakten de koning duidelijk dat niet de goden van Babel maar de Heer van het (door hem overwonnen!) Juda de enige echte God is (vs.47). Hij heeft overzicht over de wereldgeschiedenis; sterker nog: Hij stuurt deze geschiedenis naar het door Hem beoogde doel - nog altijd.

 Daniël 3: 1 - 30

 Hoe enthousiast Nebukadnessar het unieke van de God van Daniël ook had erkend (2:47), na enige tijd richtte hij toch een beeld op waarvoor hij goddelijke verering vroeg. Bij de inwijdingsceremonie waren noodgedwongen ook Daniëls vrienden aanwezig. Ze weigerden het beeld goddelijke eer te bewijzen, ook toen de koning hen met een gruwelijke doodstraf bedreigde. Wij weten dat deze geschiedenis goed is afgelopen, maar de vrienden kenden Gods bedoeling met hen niet. Toch bleven ze compromisloos trouw aan God: 'Onze God is in stáát ons te redden. Maar ook al doet Hij dat niet, dan nog weigeren we dit beeld te vereren.' Ze sloten dus geen deal met God, zoals christenen soms proberen te doen: 'Als wij weigeren U ongehoorzaam te zijn, dan moet U ons tegen onze vijand beschermen. Voor wat hoort wat.' Nee, ze wijdden zich onvoorwaardelijk toe aan God en lieten de afloop aan Hem over. Toch kun je zeggen: ze vertrouwden erop dat God het goed zou laten aflopen; Gods zorg gaat immers door ook al heb je je leven verloren. Christus zei later: 'Wie zijn leven verliest omwille van mij, die zal het behouden' (Mat.10:39). Dat is nog altijd van toepassing.
 Overigens maakte God door de indrukwekkende uitredding van de drie vrienden meteen iets belangrijks duidelijk aan de aanwezige heidenen. Die waren ervan overtuigd: 'Dat Juda door Babel is overwonnen, had bewezen dat Juda's God de mindere is van onze goden.' Die redding bewees dat Juda's God bepaald niet onmachtig was. Dat kan ons ook nu moed geven: onze God is superieur aan alles en iedereen, ook al laat Hij ogenschijnlijk niks van zich merken.

 Daniël 3: 31 - 4: 15

 Weer werd koning Nebukadnessar geplaagd door een onbegrijpelijke droom. Hij voelde aan dat die droom voor hem weinig goeds voorspelde. Misschien was dat ook de reden waarom z'n geleerden zich niet aan een uitleg waagden (4:4). Opmerkelijk is hoe breedsprakig dit hoofdstuk is, vooral aan het begin (3:31-33); opvallend is ook dat Nebukadnessar zelf uitvoerig aan het woord is. Kennelijk wordt hier geciteerd uit een officieel document, waarin de koning zelf z'n verhaal  gedicteerd heeft. Wat hem is overkomen heeft hem blijkbaar aangegrepen.
 Overigens blijkt uit dit gedeelte hoe moeilijk het voor Nebukadnessar was los te komen van z'n geloof in vele goden. Wel erkende hij in 4:47 het unieke van Daniëls God, maar in 4:15 heeft hij het erover dat de geest van de heilige goden in Daniël zou wonen. Intussen is opmerkelijk dat hij dit document begint met een verwijzing naar de hoogste God; ook belijdt hij van deze God dat die voor eeuwig koning is. Tot op zekere hoogte heeft het hem bereikt hoe uitzonderlijk Daniëls God is. In zijn situatie was dat kennelijk voldoende voor God. God werkt niet volgens het stramien 'alles of niets'.

 Daniël 4: 16 - 34

 Daniël schrok toen hij de droom hoorde, want door God geholpen begreep hij meteen de betekenis ervan. Was hij bang voor de reactie van Nebukadnessar op z'n slechte boodschap? Ik heb meer de indruk dat het hem aan het hart ging wat er voor de koning stond te gebeuren: hij zou afgestraft worden voor z'n trots en zeven jaar lang zich als een dier gedragen, totdat hij z'n afhankelijkheid van God zou erkennen. Deze aankondiging was geen doem, want Daniël wees de koning een uitweg: door zich humaan tegenover de zwakken te gedragen zou hij z'n straf kunnen ontlopen. Maar kennelijk heeft Nebukadnessar hier onvoldoende mee gedaan. De trots bleef in hem groeien: geen wonder na zoveel overwinningen en zoveel bouwactiviteiten in Babel. Op een gegeven moment gaf hij daar luidkeels uiting aan, vanaf een paleisterras kijkend naar de stad beneden hem. Meteen hoorde hij een engel z'n straf uitspreken en sloeg de krankzinnigheid toe.
Pas na zeven jaar als een dier geleefd te hebben was hij zover dat hij erkende helemaal op God aangewezen te zijn. Weer koning geworden maakte hij het verhaal van z'n hoogmoed publiek: zo dankbaar was hij. Wat zou er een getuigenis van uitgaan als dictators van nu God op deze manier de eer zouden geven! Laten wij op onze plek in elk geval de lof op God zingen.

 Daniël 5

 Terwijl de vijandelijke troepen al voor de stad stonden hield de nieuwe koning van Babel, Belsassar, een feestmaal. Op een gegeven moment droeg hij met een dronken kop op om de bekers uit de tempel van Jeruzalem te laten aanrukken zodat ze daaruit konden drinken: een uitdagende actie ten koste van de God van Juda. Zij hadden zijn volk overwonnen; dus kon naar hun idee die God ongestraft bespot worden. Bij die gelegenheid liet God zien dat Hij niét met zich laat spotten: een geheimzinnige hand schreef op de muur van de feestzaal Hebreeuwse woorden, die volgens de uitleg van Daniël de ondergang aankondigden van Belsassar en zijn koninkrijk. Overigens herinnerde Daniël nadrukkelijk eraan hoe Nebukadnessar door God was bestraft om z'n hoogmoed; als Belsassar hiervan had geleerd, had hij het wel nagelaten de bekers uit Gods tempel voor zijn dronkemansfeest te gebruiken.
 Dit oude verhaal maakt duidelijk wat nog altijd geldt: God laat bespotting niet lopen; vroeg of laat reageert Hij. Een waarschuwing voor mensen die menen God en zijn kinderen ongestraft belachelijk te kunnen maken. Tegelijk bemoedigend voor Gods kinderen: God ziet het als ze vernederd worden en Hij doet daar wat mee, vroeg of laat.

 Daniël 6

 Uit jaloezie om zijn bevoorrechte positie probeerden Daniëls collega's hem uit te schakelen. Ze konden niks bedenken, totdat ze zich realiseerden dat ze Daniël wel op het gebied van z'n geloofsovertuiging konden pakken. Ze stelden daarom de koning voor af te kondigen: 'de komende dertig dagen moeten de gebeden tot de goden stilgelegd worden omdat alleen de koning verzoeken mogen worden gedaan.' De nietsvermoedende Darius voelde zich waarschijnlijk gevleid, want hij zette het voorstel om in een wet. Toen bleek dat Daniël het slachtoffer zou worden van deze wet, probeerde Darius diens executie te voorkomen. Tevergeefs: gevangen door z'n eigen wet kon hij niet anders dan Daniël in de leeuwenkuil laten deponeren. Ontroerend is hoe Darius vooraf, haast bezwerend, tegen Daniël zei: 'Uw God zal u redden' (vs.17). Na een slapeloze nacht zocht hij de kuil op met de angstige vraag: 'Heeft uw God u kunnen redden?' Daniël bleek springlevend.
 Wat een stimulerend verhaal voor christenen die om hun geloof in het nauw gebracht worden: ze kunnen zich optrekken aan Daniël die trouw bleef aan God tegen alle verdrukking in; ze kunnen vertrouwen hebben in God die zijn zorg niet laat doorkruisen door wat voor angstaanjagends ook.

 Daniël 7

 Met dit hoofdstuk begint het tweede deel van het boek Daniël. Daarin staan visioenen waarin God allereerst, soms heel gedetailleerd, aankondigt wat er gaat gebeuren na de dood van Alexander de Grote in 323 vóór Christus. Maar zoals vaker bij visioenen wordt de blik nog verder gericht dan op de nabije toekomst: op de komst en terugkeer van Christus. Net zoals de visioenen uit het boek Openbaring hebben ook Daniëls visioenen de bedoeling te bemoedigen. De eeuwen vóór de komst van Christus hadden Gods kinderen het zwaar in Palestina. Ze werden telkens vermalen door de grootmachten die vanuit het zuiden (Egypte) of vanuit het noorden (Syrië, Babel, Perzië) optrokken. Daarom onthulde God hen, vóór alles aan, de toekomst en maakte Hij de uiteindelijke afloop bekend. Zo konden de gelovigen erop vertrouwen: dwars door alle plannen en acties van mensen heen voert God zijn plan uit en laat Hij Christus' rijk van vrede aanbreken.
 In het eerste visioen zag Daniël vier angstaanjagende dieren, die symbool stonden voor vier opeenvolgende koninkrijken, waarschijnlijk net als in Daniël 2: het Babylonische rijk, het Medisch-Perzische rijk, het rijk van Alexander de Grote met z'n opvolgers en het Romeinse rijk met de machten daarna. Om z'n vervolging van Gods kinderen (vs.21) was dit laatste rijk het ergste. Maar al deze rijken werden overtroefd door 'een oude wijze', kennelijk God (vs.9), met inschakeling van zijn miljarden engelen (vs.10-12). Daarna gaf Hij het eeuwige koningschap aan 'iemand die eruitzag als een mens' (vs.13): Christus, weten wij. Kijkend naar die vier dieren raakte Daniël van de wijs, maar de uitleggende engel bemoedigde hem met de uitkomst: Gods heiligen zouden onaantastbaar zijn; zij zouden met Christus mee regeren (vs.18,27). We moeten ons dus nooit verkijken op de macht van leiders in de wereld.

Daniël 8

 In een volgend visioen werd ingezoomd op het derde rijk, dat van Alexander de Grote (voorgesteld door een geitebok). Dat zou het tweede, Medisch-Perzische rijk (voorgesteld door een ram, een mannetjesschaap dus) vernietigen. Maar na Alexanders dood in 323 vóór Christus zou zijn reusachtig rijk in vier delen uiteenvallen (de vier hoorns uit vs.8). Een van die deelrijken, dat van Syrië, zou in de 1½ eeuw hierna al machtiger worden en op een gegeven moment zich uitermate vijandig opstellen tegenover God met zijn gelovigen (vs.11-14). Dat was, weten we nu, vooral in de tijd van koning Antiochus IV. In 168 vóór Christus zette hij de offerdienst in de tempel van Jeruzalem stop en verving hij die door een heidense cultus; ook vervolgde hij de joodse gelovigen die trouw aan God wilden blijven. De apocriefe boeken van de Makkabeeën vertellen o.a. over deze periode. Maar al in 164 kwam Antiochus door een ziekte aan z'n einde. Angstjagend allemaal, maar ook weer bemoedigend.
 Het moet voor de gelovigen rond 168 vóór Christus heel wat geweest zijn dat ze dit visioen uit plm. 550 in hun tijd weer voor de aandacht kregen: heel hun ellende had God al van tevoren aangekondigd, maar ook de afloop: het einde van Antiochus' tirannie. Bij deze God waren ze veilig en zijn we nog altijd veilig. Christus heeft geen loze woorden gesproken toen Hij zei: 'Ik ben met jullie, tot aan de voltooiing van deze wereld' (Mat.28:20).

 Daniël 9: 1 - 19

 Plm. 539 verdiepte Daniël zich in de profetieën van Jeremia, waarvan hij kennelijk een afschrift had. Daarin kwam hij tegen dat de ballingschap 70 jaren zou duren (Jer. 29:10). De eerste groep Judeeërs (onder wie Daniël met z'n vrienden) was al in 605 weggevoerd, 66 jaar daarvoor (de laatste groep was gedeporteerd na de verwoesting van Jeruzalem in 586). Het einde van de ballingschap was dus in zicht. Daniël hunkerde ernaar dat het zover zou zijn. Maar hij realiseerde zich dat z'n volksgenoten het ernaar gemaakt hadden dat God ze met ballingschap gestraft had. Daarom sprak hij een uitvoerig gebed uit waarin hij de schuld van Gods volk royaal erkende en een emotioneel beroep deed op Gods barmhartigheid.
Het bijzondere aan dit gebed is dat Daniël in de 'wij'-vorm sprak. Natuurlijk, hij was nog maar een kind toen hij werd weggevoerd; dus persoonlijk had hij zich niet schuldig gemaakt aan ontrouw aan God. Maar hij voelde zich verbonden met de schuld van z'n voorouders, in het besef dat hij net zo vatbaar voor ongehoorzaamheid was als zij. Daarom is het goed dat ook wij ons nog altijd schamen voor wat er vroeger fout is gegaan: hoe passief zijn wij (!) niet geweest toen de joden tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi's werden afgevoerd; en hoeveel slaven hebben wij, Nederlanders, niet van Afrika naar Amerika verscheept. Door zo in de 'wij'-vorm te spreken voorkomen we dat we hoogmoedig op ons voorgeslacht neerkijken. Ook wij moeten leven van de vergeving. Daniël besefte dat. Tegelijk smeekte hij God om een ommekeer te brengen in het lot van zijn volk.

 Daniël 9: 20 - 27

 Daniël kreeg op een ongekende manier van God een reactie op z'n smeekgebed: de engel Gabriël verscheen aan hem om namens God een boodschap door te geven. Het blijft onzeker hoe we die boodschap moeten uitleggen. Mogelijk kunnen we het zo zeggen: de ballingschap (de eerste 7 van de 70 'weken') zou binnen afzienbare tijd (zo'n 4 jaar) voorbij zijn. Een gezalfde vorst (vs.25), Cyrus (ook wel Kores genoemd), zou de Judeeërs weer naar Kanaän laten terugkeren. Daar zou de tempel in Jeruzalem herbouwd worden evenals de stad zelf. Maar tijden daarna (62 'weken' later) zou een gezalfde worden vermoord (vs.26), met wie waarschijnlijk Christus is bedoeld.  Na zijn dood zou de laatste 'week' aanbreken; daarin zou Jeruzalem verwoest worden (door de Romeinen in 70 na Christus) en zou een hele lange tijd voorbijgaan zonder offerdienst. Maar dan zou de voltooiing van alles aanbreken.
 Of deze verklaring juist is of niet, intussen was de hoofdlijn Daniël vast duidelijk: z'n smeken om het einde van de ballingschap werd verhoord, want God bleef trouw aan wat Hij door Jeremia aangekondigd had. Verder zou God ondanks alle verdrietige gebeurtenissen zijn veelbelovend plan afmaken. Gods liefde en trouw geven altijd houvast.

 Daniël 10

 Een paar jaar nadat de joden in ballingschap van Cyrus/Kores de ruimte hadden gekregen terug te keren naar Jeruzalem om daar de tempel te herbouwen (vergelijk vs.1 met Ezra 1:1-4), zag hun situatie er zorgelijk uit (verg. Ezra 4:1-5). Dat was voor Daniël reden in de rouw te gaan en zich tot God te richten. Hem verscheen toen een engel met een indrukwekkend uiterlijk. Via zijn boodschap aan Daniël gunt God ons een kijkje achter de schermen: er is een strijd gaande tussen Gods engelen en demonische geesten. Dat wordt ons ook verteld door de apostel Paulus (Ef.6:12). Maar hier staat een opmerkelijk extra detail: aan het heidense hof van de Perzen alsook aan het hof van de Grieken was een vorst gestationeerd (vs.13,20), tegen wie deze engel en Michaël de strijd moesten voeren. Met die twee vorsten moeten wel machtige demonen bedoeld zijn, die invloed uitoefenden aan het Perzische en het Griekse hof, ongetwijfeld ten nadele van de pas teruggekeerde joodse ballingen. Zo werken demonen dus. Als we willen begrijpen wat gaande is in de wereld moeten we daarom niet alleen naar de leiders kijken maar ons ook realiseren dat in hun directe omgeving demonen in de weer zijn.
 Gelukkig blijkt uit dit hoofdstuk dat ze niet ongestoord hun gang kunnen gaan. Gods engelen, tot en met iemand als Michaël, zijn alert en gaan de strijd aan. Maar die strijd was in Daniëls geval er de oorzaak van dat hij pas na 21 dagen reactie kreeg op z'n bidden. Dat maakt nog eens extra duidelijk hoe belangrijk het is te accepteren dat God altijd op zíjn tijd reageert. Maar Hij reageert!

 Daniël 11: 1 - 20

 De vierde Perzische koning (vers 2) is Xerxes I.  Hij zette in 480 v. Chr. een leger in tegen Griekenland. In de verzen 3 en 4 gaat het over de Griekse koning Alexander de Grote. Zijn rijk was inderdaad groot, maar kortstondig. In de verzen 5 t/m 20 gaat het over Egypte (Zuiden) en Syrië (Noorden). De koning van het Zuiden van vers 5 is Ptolemeüs I Lagi. Eén van zijn legeraanvoerders, Seleucus, verovert Babel en legt de grondslag voor het Syrische rijk, dat toen het Seleucidische rijk genoemd werd. Zoals vers 6 aangeeft, ontstaat er een relatie tussen de beide rijken. Het Noorden onder Antiochus II Teüs en het Zuiden onder Ptolemeüs II Filadelfus. Antiochus II trouwt ter bezegeling hiervan met de dochter van Ptolemeüs II. Maar zijn hele familie wordt vermoord door zijn (eerste) ex-vrouw. Een broer van deze dochter (‘een spruit uit haar wortels’, vs. 7), Ptolemeüs III, trekt op tegen Syrië als straf. Syrië trekt meerdere malen op tegen Egypte (vs. 9 – 13).
 Ook vanuit Israël ontstaat er verzet tegen de Egyptenaren (vs. 14). De Syrische koning Antiochus III de Grote verslaat Egypte, maar krijgt vaste voet in Israël (vs. 15, 16). Dit betekent een tijd van verdelging. Hij bindt ook de strijd aan tegen de Romeinen (kustlanden) en poogt vrede met Egypte te sluiten door z'n dochter Cleopatra tot vrouw te geven aan de Egyptische koning. Hij wordt echter verslagen en moet aan de Romeinen oorlogsschatting betalen. Zijn zoon neemt die verplichting over en stelt een geldeiser aan (‘afperser’, vs. 20) om zijn berooide schatkist te vullen.
 Het zijn ‘de donkere dagen’ (eeuwen) voor Christus' komst in de wereld. Bemoedigend te weten: God houdt de wereldgeschiedenis in zijn hand. Hij zorgt ervoor dat de ‘volheid des tijds’ aanbreekt om zijn Zoon te zenden (Gal. 4: 4).

Daniël 11: 21 - 45

Deze verzen gaan over de Syrische koning Antiochus IV Epifanes. Hij is de broer van de vermoorde koning en had geen recht op het koningschap, maar hij werd koning door list en omkoperij (vs. 20, 21). Hij is een type, een voorloper van de antichrist. Hij ging wreed tekeer in Israël en zag zichzelf als god. De vorst van het verbond (vers 22) is waarschijnlijk de hogepriester, die door hem wordt afgezet en vervangen door zijn eigen broer. De politiek staat nu aan het hoofd van de religie. Velen worden omgekocht of dienen Antiochus IV om er beter van te worden. Wie echter met de antichrist een verbond aangaat, staat straks met lege handen: God ben je kwijt en de wereld en de politiek hebben je niet meer nodig (vs. 23). Gelukkig lezen we dat het antichristelijke ‘slechts voor een tijd’ is (vs. 24). Het is nooit langer dan de HERE heeft bepaald.
 Op de terugweg van een strijd tegen Egypte hoort Antiochus IV over een opstand in Jeruzalem. Hij gaat over tot wrede daden en ontheiligt de tempel (vs. 28). Later herhaalt hij dit (vs. 29, 30a). Een deel van Gods volk doet mee met de tijdgeest. Antiochus IV krijgt belangstelling voor die afvallers (vs. 30b – 32). Hij vervangt de tempeldienst door een altaar voor Zeus, ‘de god der vestingen’, de god van macht en geweld (vs. 36 – 38). Zijn ware aard blijkt nu: die is satanisch. De verstandigen (vs. 33), zij die God trouw zijn, worden vervolgd, gemarteld en gedood. Het zijn zij die het volk tot inzicht willen brengen. Geestelijke toerusting en wapenrusting zijn ook in moeilijke tijden belangrijk. Juist deze vromen moeten het ontgelden. Sommigen vallen af. Het is een proces van loutering (vs. 34, 35).
 Naarmate het einde komt, wordt de scheiding tussen Gods volk en de wereld steeds duidelijker. Zichzelf tot god maken, vandaar zijn vestiging in Israël (vs. 45a), belangstelling hebben voor godsdienst en eredienst en velen verleiden tot afval van Gods Woord en waarheid – het zijn dè kenmerken van de antichrist. Maar eens komt ook zijn einde (vs. 45b).

Daniël 12

 Wanneer zal er een eind komen aan de verdrukking van het volk van de HERE? Een rechtstreeks antwoord krijgt Daniël niet. Geen precieze data. Maar wat Daniël gehoord en gezien heeft, moet genoeg zijn. Dat moet hij opbergen en verzegelen tot de eindtijd. Niet verbergen en geheim houden, maar goed opbergen, als een kostbaar bezit. Nu en altijd zal het volk van God hier zijn troost uit kunnen putten. Troost, want de verschrikkelijke dingen die komen gaan, zijn voorzegd, en wel door de HERE Zelf. En dan geeft de Hij verder geen jaartallen, maar maakt wel duidelijk: de tijden zijn in zijn hand. Een tijd, tijden en een halve tijd. Dan zal de HERE de macht van de verdrukker plotseling breken en Zelf de voleinding brengen. Door alle verdrukking heen bewaart de HERE Zelf zijn volk. Daar mogen we op vertrouwen, bij alle strijd en tegenstand. De tijden, en ook wij, zijn in Gods hand. En dat geldt niet alleen van de eindtijd van het Oude Testament, ook van de eindtijd van het Nieuwe Testament. Ook op dat laatste einde heeft Daniël hier duidelijk zicht mogen krijgen, in vers 2, waar het gaat over de opstanding uit de doden, een opstanding tot eeuwig leven, en een opstanding tot eeuwig afgrijzen.
 Waar het dan om gaat, ook in de eindtijd van nu, dat is: getrouw te zijn aan de HERE, en ons te laten leiden en vertroosten door het Woord van de HERE. Zijn Woord is de waarheid. We horen het hier Christus Zelf zweren. Hij zweert bij Hem die eeuwig leeft: een tijd, tijden en een halve tijd. Gods Woord is waar. Christus regeert. Hij komt spoedig terug. En de tijd daarvan staat vast. Wij weten het jaartal niet. Maar de dagen zijn geteld: 1290 dagen en 1335 dagen. En ze zijn in Gods hand. En als de nood op het hoogste is, en het einde lijkt uit te blijven – 1290 dagen worden 1335 dagen – dan is Christus er, op de wolken, en Hij zal volkomen uitkomst geven. Daar mogen we zeker van zijn, in het geloof op Gods onfeilbaar Woord.

Aanvulling : Hoop voor de toekomst

 Ben jij bang, nu of voor de toekomst, als je kijkt naar wat er in de wereld gebeurt? Als je ziet dat miljoenen mensen sterven door aids, honger, oorlogen en natuurrampen? Of als je dichterbij kijkt en problemen ziet in ons land, in je eigen familie of vriendenkring? Soms word je moedeloos van de dingen die je meemaakt. De toekomst kan er somber uitzien.

Moed

 Het boek Daniël kan je weer moed geven. Want de problemen en angsten van vandaag waren er in de tijd van Daniël ook al. Israël en Babylonië waren in oorlog met elkaar. Nebukadnessar verovert Jeruzalem en plundert de tempelschatten. De Israëlieten raken alles kwijt en worden als ballingen weggevoerd naar Babylonië. De jonge Daniël maakt dat allemaal mee. Ook hij wordt gevangengenomen, weggevoerd naar Babylonië en van zijn familie gescheiden. Hij raakt alles kwijt. Hij belandt in een uitzichtloze situatie en heeft geen hoop op een goede toekomst. Of toch wel?

Daniël vertrouwt ondanks alles op God en probeert zo goed mogelijk te leven. Hij dient God, wat de gevolgen daarvan ook zijn. Hij weet dat de toekomst er niet goed uitziet, maar hij kijkt vooruit met de beloften van God in gedachten. God is blij met de houding van Daniël en zegent hem in alles wat hij doet. Hij laat hem in dromen en visioenen een betere toekomst zien voor de Israëlieten en voor de hele wereld.

Niet opgeven dus, maar volhouden! Vertrouw op God, hij laat je niet alleen. Dat is de boodschap voor Daniël en ook voor jou. God is er altijd en hij zorgt voor je. Blijf in hem geloven en hem volgen, ook als je het moeilijk hebt. Hij helpt je en wil jou nieuwe hoop geven. Hoop voor vandaag, voor morgen en voor de toekomst. Hij is bij je tot de dag aanbreekt die Daniël beschrijft in 7:13-14.

Dit is een voorproefje uit de themapagina van Daniël. Lees de rest in je eigen Bijbel!
 

COMMENTAAR
BIJBELBOEK

OT


Genesis

Exodus

Leviticus
 

Numeri

Deuteronomium

Jozua
 
Richteren
 
Ruth
 
1 Samuël

2 Samuël
 
1 Koningen
 
2 Koningen
 
1 Kronieken

2 Kronieken
 

Ezra
 
Nehemia
 
Esther

Job

Psalmen

Spreuken

Prediker

Hooglied


Jesaja


Jeremia


Klaagliederen van Jeremia

Ezechiël

Daniël


Hosea

Joël


Amos


Obadja


Jona


Micha


Nahum


Habakuk

Zefanja

Haggaï

Zacharia

Maleachi

NT

Matthëus


Markus

Lukas

Johannes

Handelingen

Romeinen


1 Korinthiërs


2 Korinthiërs


Galaten

Efeziërs

Filippensen


Kolossensen

1Thessalonicensen

2Thessalonicensen

1 Timothëus

2 Timothëus

Titus

Filemon

Hebrëen

Jakobus

1 Petrus

2 Petrus

1 Johannes

2 Johannes

3 Johannes

 
Judas

Openbaring
 

 READ THE BOOK - THE BIBLE CHANGE YOUR LIFE

Deutsch
de
English en français fr italiano it Nederlands nl español es português pt Norsk no svenska sv Polski pl čeština cz Slovák sk Magyar hu român ro Български bg hrvatski hr Pyсский ru Türkçe tr عربي ar

       

Heer, wees mijn Gids 

                              

INFO: DE WEG - DE WAARHEIDHET LEVENFILM - AUDIO


Wie zoekt zal vinden           


www Holyhome.nl

Boeiende Series :

Bijbelvertalingen
Bijbel en Kunst

Bijbels Prentenboek
Biblische Bildern
Encyclopedie
E-books en Pdf
Prachtige Bijbelse Schoolplaten

De Heilige Schrift
Het levende Woord van God
Aan de voeten van Jezus
Onder de Terebint
In de Wijngaard

De Bergrede
Gelijkenissen van Jezus
Oude Schoolplaten
De Zaligsprekingen van Jezus

Goede Vruchten
Geestesgaven

Tijd met Jezus
Film over Jezus
Barmhartigheid

Catechese lessen
Het Onze Vader
De Tien Geboden
Hoop en Verwachting
Bijzondere gebeurtenissen

De Bijbel is boeiend
Bijbelverhalen in beeld
Presentaties en Powerpoints
Bijbelse Onderwerpen

Vrede van God voor jou
Oude bijbel tegels

Informatie over alle kerken in Nederland: Kerkzoeker
 
Bible Study: The Bible alone!
L'étude biblique: Rien que la Bible!
Bibelstudium: Allein die Bibel!  

Materiaal voor het Digibord
Werkbladen Bijbelverhalen Bijbellessen
OT Hebreeuws-Engels
NT Grieks-Engels

Naslagwerken
Belijdenissen
Een rijke bron

Missale Romanum + Afbeeldingen
Stripboek over Jezus
Christelijke Symbolen
Plaatjes Afbeeldingen Clipart
Evangelie op Postzegels

Harmonium Huisorgel
Godsdiensten en Religies
Herinnering aan Kerken

Christian Country Music
Muzikale ontspanning
Software voor Bijbelstudie
Hartverwarmende Klanken
Read and Hear the Holy Bible
 Luisterbijbel

Bijbel voor Slechtzienden Begrippenlijst   -1-   -2-

Meer weten over de Psalmen, gezangen, liturgieën, belijdenisgeschriften: Catechismus, Dordtse Leerregels en veel andere informatie? . Kijk opOnline-bijbel.nl
         
  (
What's good, use it)



Waard om te weten :

Een hartelijk welkom op de site
Deze pagina printen
Sitemap
Wie zoekt zal vinden

FAQ - HELP

Kerk
Zondag
Advent
Kerstfeest
Driekoningen
Vastentijd
Goede Vrijdag
Aswoensdag
Palmzondag
Palmpasen
De stille week
Witte donderdag
Stille zaterdag
Paaswake
Pasen - Paasfeest
Hemelvaartsdag
Pinksteren
Biddag
Dankdag
Avondmaal
Doop
Belijdenis
Oudjaarsdag
Nieuwjaarsdag
Sint Maarten
Sint Nicolaas
Halloween
Hervormingsdag
Dodenherdenking
Bevrijdingsdag
Koningsdag / Koninginnedag
Gebedsweek
Huwelijk
Begrafenis
Vakantie
Recreatie
Feest- en Gedenkdagen
Symbolen van herkenning
 
Leerzame antwoorden op levens- en geloofsvragen


Hebreeën 4:12 zegt: "Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden"Lees eens: Het zwijgen van God

God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.
Lees eens:  God's Liefde

Schat onder handbereik


Bemoediging en troost

Bible-people - stories of famous men and women in the Bible
Bible-archaeology - archaeological evidence and the Bible
Bible-art - paintings and artworks of Bible events
Bible-top ten - ways to hell, films, heroes, villains, murders....
Bible-architecture - houses, palaces, fortresses
Women in the Bible -
 great women of the Bible
The Life of Jesus Christ - story, paintings, maps

Read more for Study  
Apocrypha, Historic Works
 GELOOF EN LEVEN een
          KLEINE HULP VOOR  ONDERWEG