DE HEILIGE SCHRIFT - DE BIJBEL

JEREMIA

De vindplaats van materiaal voor Bijbelstudie, geloofstudie, catechese, school, kring, persoonlijk geloof, studie thuis, kerk, club, nieuws, godsdienstonderwijs, zingeving en vooral heel veel mogelijkheden om je Bijbelkennis te vergroten. Blijf niet afhankelijk van anderen maar lees zelf de Bijbel. Investeer in geestelijke rijkdom.


De Studiebijbel is uitermate geschikt om de Bijbel te leren verstaan.

Je kunt een keus maken uit onderstaande tabel voor verdere studie
A = Verwijzing naar bijbeltekst met uitgebreide uitleg
B = Beknopte verhandeling over het hier gekozen bijbelboek
C = Verwijzing naar de verhandeling van een ander bijbelboek

Terug naar de Inleiding van deze serie


A B C
BIJBELBOEK
met
UITLEG


Oude Testament

Genesis Exodus Leviticus Numeri Deuteronomium Jozua Richteren Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia Maleachi


Nieuwe Testament


Mattheüs Marcus Lukas Johannes Handelingen Romeinen 1 Korinthiërs
2 Korinthiërs
Galaten Efeziërs Filippensen Kolossensen1 Tessalonicensen2 Tessalonicensen 1 Timotheüs 2 Timotheüs Titus Filemon Hebreeën Jakobus 1 Petrus 2 Petrus 1 Johannes 2 Johannes 3 Johannes Judas Openbaring


JEREMIA


Het
Jeremia (יִרְמְיָהוּ Yirməyāhū, Jirmejahoe "Jahweh sticht"), de zoon van Hilkia

 Hij  wordt gerekend tot de 'grote profeten' van het Oude Testament van de Bijbel. Hij leefde van ca. 645 tot ca. 587 v.C. en werd geboren in Anatot, even ten noorden van Jeruzalem. Hij wordt vooral herinnerd als een fel criticaster van de politiek-religieuze verhoudingen in Judea, die uiteindelijk leidden tot de val van Jeruzalem in 587, het begin van de Babylonische ballingschap.

 Het boek is een verzameling van profetieën en verhalen die gaan over de tijd rond de verovering en de val van Juda en Jeruzalem in 586 voor Christus.
Het boek Jeremia ontleent zijn naam aan een profeet uit Juda. Deze profeet Jeremia, die afkomstig was uit een familie van priesters, sprak de mensen in de tweede helft van de zevende en het begin van de zesde eeuw voor Christus in Jeruzalem toe; tijdens een periode van ongeveer veertig jaar.

Symbool

Een van de opvallende dingen in dit boek is dat God Jeremia soms opdraagt een symbolische daad te doen. Zo lees je in 13:1-11 dat Jeremia een linnen gordel moet verbergen. Als Jeremia hem weer opzoekt, is hij vergaan. God zegt vervolgens tegen Jeremia dat dit een symbool is voor de roem van Juda en Jeruzalem: ook daar zal niets meer van overblijven. Andere symbolische opdrachten zijn bijvoorbeeld dat Jeremia een kruik kapot moet slaan (hoofdstuk 19) en een akker moet kopen (hoofdstuk 32).

De profeet Jeremia heeft niet alleen zijn predikingen en profetieën beschreven, die hij gedurende meer dan veertig jaar met heilige ijver en veel vrijmoedigheid onder de koningen Jechonia, Chonia en Zedekia bij het Joodse volk gehouden heeft, maar ook tal van geschiedenissen, die in die tijd zijn voorgevallen, dienende tot lering van Gods kerk en bevestiging zijner profetieën.

 Jeremia begon te profeteren in het dertiende jaar van koning Josia, een kleinzoon van Manasse, onder wie, volgens sommigen, de profeet Jesaja doorgezaagd zou zijn.

 Jeremia is Jesaja dus tamelijk gauw opgevolgd.

 Opmerkelijk is, dat Jeremia te Jeruzalem en Ezechiël te Babel op dezelfde tijd van de verwoesting van Jeruzalem geprofeteerd hebben. En ook hebben zij beiden de vervulling van hun profetieën beleefd.

 De Klaagliederen van Jeremia bevat treurige weeklachten over de jammerlijke verwoesting van het koninkrijk van Juda en van de stad Jeruzalem, mitsgaders over de zeer erbarmelijke toestand der Joden, die merendeels omgekomen waren door heet zwaard, de honger of de pest.

 Dit boek is zo deftig in woorden en stijl, dat geen enkel geschrift van de allerwelsprekendste schrijvers onder de heidenen daarmee vergeleken kunnen worden.

 Het is onzeker, wanneer Jeremia dit boek geschreven heeft. Sommigen menen kort na de dood van koning Josia, na wiens dood de zaken der Joden dagelijks meer en meer vervallen zijn, gelijk blijkt uit onder meer 2 Kronieken 35 vs 25: zie, zij zijn geschreven in de klaagzangen.

 Anderen menen, dat het pas na de verwoesting van Jeruzalem en van de tempel door de Chaldeën geschreven is, nadat de overgebleven Joden gevankelijk waren weggevoerd naar Babylonië, waarop de woorden dan ook doorgaans slaan.

Jeremia (van 625-580 geprofeteerd)

 Zijn naam betekend: ‘De Eeuwige grondvest’. Jeremia is de zoon van een priester Hilkia. Hij is rond 650 geboren in Anathoth (7 km. Ten noordoosten van Jeruzalem). Jeremia is in opdracht van G’d ongetrouwd gebleven (16:2). Jeremia profeteerde over de naderende ondergang van Jeruzalem. Hij is twee keer gevangen gezet vanwege zijn oordeelsprofetie. De eerste keer is hij uit een put bevrijd door de Moorman Ebed-Melech.

 Na de verwoesting van Jeruzalem (586) wordt de profeet op bevel van Nebukadnezar vrijgelaten. Na een korte tijd wordt hij door de overgebleven Joden ontvoerd naar Egypte, waarheen ze vluchten uit vrees voor Nebukadnezars wraak na de moord op diens stadhouder in Juda. Volgens de overleveringen is Jeremia door zijn volksgenoten in Egypte gestenigd, toen hij heb bestrafte vanwege hun afgoderij (580).

Jeremia maakte de volgende koningen mee:

 Josia, een godvrezende koning die sneuvelt in de slag bij Meggiddo, als hij Farao Necho tegen wil houden. Zijn zoon Joahaz, diens broer Jojakim en diens 18 jarige zoon Jojachin, die samen met Ezechiel in 597 wordt weggevoerd naar Babel.

Tenslotte maakt Jeremia Zedekia nog mee.

Zijn profetieën werden niet altijd enthousiast ontvangen door de heersende kringen. Hij mocht na waarschuwingen voor de naderende verwoesting van de tempel in Jeruzalem het tempelcomplex niet meer betreden, en koning Jojakim liet rollen met Jeremia's uitspraken verbranden. De profeet liet hierop zijn leerling Baruch een nieuwe rol maken en voorlezen op verschillende plekken in de stad. Nadat Nebukadnezar II Jeruzalem definitief had ingenomen, koos Jeremia ervoor in de stad te blijven en niet in ballingschap te gaan. Niet veel later was de situatie echter zo gevaarlijk geworden dat landgenoten hem dwongen met hen te vluchten naar Egypte.

 Inhoud

Het boek bevat de profetieën van de profeet Jeremia.

De inleiding, hoofdstuk 1, beschrijft de roeping van Jeremia.
Vermaningen van de zonden van de joden.
Een algemeen overzicht van de naties, in twee delen. (deel 1: hoofdstuk 46-49, deel 2: hoofdstuk 25).
Hoop op betere tijden: hoofdstuk 30-35.
Conclusies (1.) hoofdstuk 36, (2.) hoofdstuk 45.
In de hoofdstukken 1 t/m 24, opgetekend door Baruch, vertelt Jeremia over zijn worstelingen met God, zijn roeping en het geloof. Op delen van de hoofdstukken 19 en 20 na, zijn ze geschreven in de ik-vorm. Het begint met de twee visioenen die hij in 627 kreeg: God waarschuwt "Van het noorden zal zich dit kwaad opdoen over alle inwoners des lands". De hoofdstukken 26 t/m 45 beschrijven de ervaringen van Jeremia in de derde persoon. Het boek is niet chronologisch samengesteld, en bevat allerlei aanvullingen en uitbreidingen. In het aansluitende boek Klaagliederen doet Jeremia uitgebreid zijn beklag over de val van zijn geliefde stad, Jeruzalem.

 De structuur van het boek komt hiermee overeen met die van Jesaja en Ezechiël: een inleiding, gevolgd door vermaningen aan de joden, daarna vermaningen van de volken in de omtrek, gevolgd door andere profetieën.

 Er wordt verondersteld dat na een tussenpoos Jeremia in Egypte drie secties heeft toegevoegd, namelijk hoofdstuk 37-39, 40-43, en 44.

 De belangrijkste Messiaanse profetieën worden gevonden in hoofdstuk 23:1-8, 31:31-40 en 33:14-26.

 Jeremia's profetieën zijn opmerkelijk door de frequente herhaling van dezelfde woorden en beelden. Ze beslaan een periode van ongeveer 30 jaar. Aangenomen wordt dat de profetieën niet in chronologische volgorde in het boek zijn opgenomen.

 Jeremia 1

 De toon wordt gelijk gezet. Jeremia is een jonge man, een bevend riet in de wind, nu hij zich tegen de gevestigde politieke orde moet gaan richten met profetieën die hem niet in dank afgenomen zullen gaan worden. Maar de kracht van het Woord van God ligt nooit in de mens die dat woord spreken gaat. Niet in Jeremia als spreker dus. Vreemd dat dat altijd weer de verleiding is, ook in vrijgemaakt domineesland. Dat de mensen kijken naar wie er preekt. Dat er zelfs een top-tien van dominees ontstaat. Wij zijn, ook in de kerk, op zoek naar sterke en gebekte mannen. Dat er geshopt en achternagelopen wordt. Paulus was al een slecht spreker, geen favoriete dominee dus. Maar daardoor wordt nu des te duidelijker, dat God in menselijke zwakheid Zíjn kracht, lees: de kracht van Zíjn Woord volbrengt. Zo ook Jeremia. Hij is geen partij tegen het bolwerk van priesters en koningen uit zijn tijd. Maar hij heeft het Woord van God aan z´n kant. Dát maakt, dat hij, kleine man, ´gezag heeft over koninkrijken en volken, om ze uit te rukken en te verwoesten, op te bouwen en te planten´(vs.10). Alleen wie een ziener is, heeft dat door.

 Jeremia 2: 1 - 25

 Weer die diepe klacht van de HERE. Jeruzalem is zijn bruid. Liefde is in het spel. Maar het volk van God is zijn voorrechten vergeten. Een huwelijk kan zo maar grijs worden. Dan wordt er geflirt, gelonkt, en van het één komt het ander: ze gaan achter de Baäls aan: de goden van vruchtbaarheid in de meest brede zin van het woord. De HERE heft zijn klacht aan: ´Heeft ooit een volk zijn goden ingeruild? En goden, dat zijn het niet eens...!´(vs.11). Je bent een hitsige kameel, een tochtige ezelin. Er is niets nieuws onder de zon.

 Jeremia 2: 26 - 3: 5

 Er is wel een zogenaamde bekering tot God in het spel bij Israël. Dat is de bekering die bestaat in het verwijt aan God: kijk nou toch eens Heer, hoe wij van alle kanten geplunderd worden als uw volk, en waar bent u nou, nu wij U opnieuw zoeken en aanroepen? Vaak is dat het herkenbare patroon: eerst wordt God vergeten, en vervolgens begint men te protesteren, dat God hén vergeet. Dat is ook de aanklacht van de geseculariseerde mens van vandaag tegen God: hoe kán Hij het toelaten, zoveel ellende en leed. Eerst de Baäls achterna lopen, God inruilen voor de goden van het genot en het jezelf tot god zijn. En dan God ter verantwoording roepen. Alsof Israël de godsverduistering niet zelf over zich afgeroepen heeft. Alsof het Gods-vacuüm in onze tijd niet gewoon de spiegel is van ons goddeloos geworden gedrag in Nederland en het Westen.

 Jeremia 3: 6 - 4: 4

 Prachtig hoe vanaf vers 22 God beschrijft hoe Hij zijn volk terugneemt. Feitelijk behoort dat tot de onmogelijkheden, zoiets doet men niet, zo´n kraakpand van een vrouw, uitgewoond tot op het bot, terugnemen (3:1). Maar God doet het. De schuldbelijdenis vanaf vers 22 is onthullend. Toegegeven wordt hoe afgoden een mens verslinden en opvreten zoals de kanker dat doet, van afgoderij hoe zoet ook word je altijd slechter. De HEER staat klaar als de Vader uit de gelijkenis van de verloren zoon: ´wanneer je op je schreden terugkeert, keer dan terug naar Mij!´(4:1). God gaf dáárvoor zijn Zoon: om overspeligen als u en mij opnieuw te kunnen trouwen.

 Jeremia 4: 5 - 31

 Er valt alleen maar te huiveren bij dit hoofdstuk. Als God eenmaal zijn oordeel doorzet is er geen houden meer aan. En toch: we nemen de gok, dat het allemaal nog wel een beetje los zal lopen en vooral dat het vandaag en ook morgen nog niet gebeurt. Dan overvalt het Israël en Juda als de weeën een zwangere vrouw. Zo was het al in de dagen van Noach: men at en dronk en huwde... Zo zal het ook zijn bij de komst van de Zoon des mensen, zei Jezus. Waak dan en wees bereid, permanent klaar om Christus te ontvangen.

 Jeremia 5

 Pas het eens op jezelf toe: de elementen die in dit hoofdstuk voorbij komen. Bijv. vers 3: dat Gods tuchtiging niet echt helpt, je schrikt wel even, maar echt bekeren doe je je niet. Of vers 7, het tegenovergestelde: God geeft voorspoed in je leven, maar dat pak je nou niet echt op om de Here (er mee) lief te hebben. Of vers 12: dat we tegen elkaar zeggen (en ook zo leven): God meent het zo zwaar niet, ons zal geen onheil treffen. Vers 23: koppig, wat een steekwoord, tegen beter weten in toch doorgaan met je eigen weg. Vers 31: zelfs de leiders gaan erin voorop om alles met de mantel van de liefde en de slapheid te bedekken. Er is niets nieuws onder de zon.

  Hoe zat het ook alweer met de profeet Jeremia? God stelde hem – zo jong als hij was – aan “om uit te rukken en af te breken, om te verdelgen en te verwoesten, om te bouwen en te planten.” Als dat geen zware missie is! Want hoe zal op zijn woord (= Gods woord), worden gereageerd? “Wees voor niemand bang,” zei God, “want ik ben met je, om je te redden.” En dus gaat Jeremia ervoor, tijdens de regering van de laatste koningen van Juda. Als God roept, moet je horen. Maar gelukkig, Hij is er zelf bij: Immanuel.

 Jeremia 6: 1 - 15

 Donkere wolken komen opzetten in het Noorden: Babel is op oorlogspad. Het rukt op – via Assur – en komt almaar dichterbij. Nog even, dan breekt het geweld los over die knappe en door God altijd zo verwende dochter van Sion. Dan is het afgelopen met haar leugens en bedrog. Jeruzalem zal veranderen in een onbewoond land. Anderen zullen de lege plaatsen innemen. Vreselijk! De beelden waarin Jeremia spreekt, zijn overduidelijk. De vrede is ver te zoeken. Had Sion maar naar haar Vader geluisterd! Gehoorzaamheid, dat is altijd – toen en nu – levensreddend.

 Jeremia 6: 16 - 30

 Gods volk heeft eigenlijk nooit willen luisteren. Een overbekend woord: “vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg is, opdat u die gaat en rust vindt voor uw ziel.” Maar nee, op Gods wegen hebben zij nog nooit willen gaan, naar de signalen van zijn gidsen/wachters nog nooit willen luisteren. Ze gaan gewoon hun eigen gang. Tja, dan moet het wel fout aflopen. Eigen wegen lopen altijd dood. Dus raken ze hopeloos verdwaald. Ze struikelen. Groot onheil doemt op voor hen, vader en zoon. Bij het zien van de meedogenloze vijand uit het Noorden zakken ze door hun knikkende knieën en hangen hun armen slap langs het lichaam. Eigen schuld. De HERE heeft hen afgekeurd. Alleen over Gods weg – Jezus Christus – bereikt ieder zijn bestemming.

 Jeremia 7: 1 - 20

 Maar er is nog een kans voor Juda! Het zou de HERE ook niet zijn, als hij zijn volk niet genadig was! Als ze nu luisteren naar het Woord van de HERE en hun ´handel en wandel´ beteren, dan is er redding. Kort gezegd: bekering! Op stel en sprong rechtsomkeert maken op die doodlopende weg. Niet denken dat de tempel de plek is waar je automatisch wel veilig bent, ook al leef je nog zo wetteloos – dat is nu juist heidense magie – maar in je hele manier van leven echt een ander mens worden. Door al die afgoden te blijven vereren, NB zelfs in Gods tempel – een roversnest hebben ze ervan gemaakt – halen ze Gods straf over zich. Daarom: nu luisteren! Zo niet, dan wordt Sion net als Silo: een puinhoop waar Gods Naam niet meer woont. Daarom: kom van je eigen wegen af, ga op die van God.

 Jeremia 7: 21 - 34

 Oei, Jeremia mag niet meer voor Juda en Jeruzalem bidden. Natuurlijk deed hij dat zonder ophouden. Het gaat je als Gods dienaar toch aan het hart, als zijn volk naar de knoppen gaat? Je wilt zo graag dat ze gered worden. Maar God zegt: “Houd maar op, Jeremia. Je kunt praten wat je wilt, Ik luister niet.” Het is inderdaad ook meer dan bar wat Gods volk presteert aan wangedrag. Ze minachten de HERE door de zon te aanbidden. Gods kinderen, het zijn allemaal zonaanbidders. Ze liggen, nee niet op hun rug, zo goed als in hun blootje, om maar lekker bruin te worden, maar voorover in aanbidding, met offers van wijn en koeken. Uit Egypte hebben ze die vervloekte afgoderij meegenomen. Maar het vuur van Gods toorn zal nog vele keren heter zijn dan de ergste zonnebrand. Laten ze liever luisteren naar Gods stem en op zijn wegen gaan. Tot nu toe hebben ze met hun harde kop niet willen horen naar God zelf of zijn profeten. Daarom: ga maar vast in de rouw, zing een klaaglied, want er zal geen vrolijkheid en gelach meer zijn. Moorddal: er is geen plek genoeg voor alle lijken.

 Jeremia 8: 1 - 23

 In plaats van het leven regeert de dood: het land ligt bezaaid met botten (vgl Ezech. 37). Het is toch normaal dat iemand die valt, weer opstaat. Maar Juda doet dat niet. Ze hebben geen berouw. Ze kiezen bewust voor de ondergang. Hoe durven ze te zeggen: “Wij zijn wijs, wij hebben de wet van de HERE bij ons,” terwijl ze voortdurend tegen God rebelleren. Ooievaars en zwaluwen volgen Gods wetten, maar Gods volk kent het recht van de HERE niet eens, terwijl ze er zoveel over gehoord hebben. Het is diep en diep treurig. Zelfs de profeten en de priesters – de voorgangers, de identificatiefiguren van Gods volk – plegen bedrog zonder blikken of blozen. Waarom? Waarom? God maakt gedane zaak: in de verte is de vijand al te horen. Alles wat hem in de weg staat, wordt door hem verslonden. Jeremia is in zak en as: “Niet te lenigen is mijn kommer, mijn hart is zo ziek!” Als je ziet hoe Gods volk met haar leiders steeds verder van God afraakt, dan raakt je dat tot in het diepst van je hart.

 Jeremia 9: 1 - 15

 Jeremia kan dag en nacht wel huilen. Hij zou wel willen weggaan, naar een bivak ergens in de woestijn, om al dat kwaad maar niet langer te hoeven aanzien. Juda blijft maar weigeren God te erkennen. Het gaat bij hen van kwaad tot erger. Het bedrog stapelt zich steeds meer op. “Zou Ik aan een volk als dit Mij niet wreken?” vraagt God zich af. Wat een vreselijke teleurstelling moet dit voor Hem zijn. Hij gaat ze verstrooien, omdat ze zich aan zijn wetten niet hebben gehouden, terwijl ze dat wel hadden beloofd. Er is geen andere oplossing.

 Jeremia 9: 16 - 25

 Hoor! Uit Sion klinken klaagzangen. De klaagvrouwen zingen met felle uithalen, de inwoners huilen tranen met tuiten. Het is alsof een tsunami huis gehouden heeft: het volk is weg, de huizen zijn verwoest. Het is overal dood en verderf. Dit zegt de HERE: “Wil iemand zich op iets beroemen, laat hij zich erop beroemen dat hij Mij kent.” Eigen wijsheid, eigen kracht, eigen rijkdom, ja daaraan klemmen mensen zich altijd vast. Maar het is zinloos. Liefde, recht, gerechtigheid, die komen van niemand anders dan de HERE. Ben je besneden? Kind van God dus, met het teken van zijn verbond in/op je lichaam? Maar als je Hem niet erkent, redt jou dat niet, hoor. Je kunt naar de tempel gaan, Gods Woord aanhoren, besneden zijn, maar wanneer jouw leven haaks staat op Gods wil, dan ben je gewoon een ‘onbesnedene’.

 Jeremia 10

 Nou, nou, worden die even afgeserveerd! Schitterend zoals Jeremia in zijn profetie al die afgoden te kijk zet. Je kunt er toch niet bij dat Israël, het volk van de levende God, op die hele santekraam van stomme goden vertrouwde? Je neerbuigen voor een stuk versierd brandhout, je redding verwachten van een bewerkt stuk steen. Zie je jezelf al in aanbidding neervallen voor een vogelverschrikker tussen de komkommers? Om het uit te gieren toch? (vgl 1 Sam. 5 en 1 Kon. 18; lees of zing Ps. 115 en 135). Daarom: “Niemand is U gelijk, HERE! Groot bent U en groot is uw naam in kracht. Niemand is aan U gelijk, Koning van de volkeren.” Al die goden: bespottelijke nullen! De HERE: de levende God, de Formeerder van alles. Zo, die zit! En als je het nu toch nog verwacht van die producten van je eigen fantasie, dan wacht je verstrooiing en verwoesting. Dan moet je het maar voelen: het geraas uit het Noorderland komt steeds dichterbij. Wat een prachtprofeet, die Jeremia: hij blijft pleiten voor Israel en  bidt God dat Deze zich in zijn straf over Israel niet door Zijn boosheid laat meevoeren, maar door recht: “HERE, let toch ook op al die volken die U niet kennen en die uw volk verslinden. Want Israel is toch wel uw volk, ook al zijn ze nog zo ongehoorzaam!”

 Jeremia 11

 Jeremia moet tot Gods volk spreken, met als thema de oproep: “Hoort naar mijn stem!” Waarom zouden zij dat moeten doen? Omdat Hij hun Vader is en zij zijn kinderen. Eeuwen geleden al heeft God zijn verbond met hen gesloten. Hij heeft er een eed bij gezworen. En Hij heeft zich altijd – echt altijd! – aan zijn beloften gehouden: van Egypte heeft Hij hen naar het beloofde land gebracht. Maar zij houden zich niet aan hún beloften. Ook nu doen ze dat niet. Zij hebben Gods verbond verbroken door andere goden te dienen. Ze willen zelfs Jeremia’s profetie niet eens horen: “Profeteer niet in de naam van de HEER, of we maken je eigenhandig een kopje kleiner.” Dat zal je maar gezegd worden. Het is de omgekeerde wereld: wie luistert naar God wordt de mond gesnoerd (Jeremia), wie zich tegen Hem verzet krijgt applaus (de hooligans van Anatot). Maar nu is het afgelopen: het onheil is over hen besloten. De olijfboom Juda – eerder fris groen en vol vrucht – zal veranderen in een door Gods bliksem getroffen dorre, kale stronk. Symbool van Gods straf.

 Jeremia 12

 Bekende woorden! Lees maar Psalm 73. “Waarom is de weg van de goddelozen voorspoedig, en zijn zonder zorg allen die zich trouweloos gedragen?” Natuurlijk, God heeft het recht aan zijn kant, maar toch vraagt Jeremia zich af waarom hijzelf zo hard wordt aangepakt en al die opstandige volksgenoten, die hem kwaad willen doen, niet. Wat hemzelf betreft krijgt Jeremia van God te horen, dat dit nog maar het begin is: het zal nog veel erger worden. Zelfs zijn eigen familie zal hem laten vallen. Laat Jeremia zijn borst maar nat maken! En over Juda en Jeruzalem en ook over de buurvolken die het komen verwoesten zegt God, dat de boosdoeners hun straf echt niet zullen ontgaan. Maar er is ook ontferming, voor Juda en voor de volken: “daarna zal ik mij opnieuw over hen ontfermen en ieder naar zijn eigen land en eigen bezit laten terugkeren.” Als ze maar wel belijden: “zo waar de HERE leeft.” Laten al die volken dat van Gods volk leren. Ja, laat Gods volk nu eens het goede voorbeeld geven in plaats van de wereld na te apen. Dan komt voor de dood het leven in de plaats.

 Jeremia 13: 1 - 14

 Een serie van vijf waarschuwingen in de vorm van symbolische acties en gelijkenissen. Vandaag de eerste twee, in proza:
 1 (1-11) Juda/Jeruzalem is als een prachtige gordel, gemaakt van linnen (priesterkleding > Gods volk een volk van priesters, vgl Ex. 19:6, 1 Petr 2:9). Deze gordel past precies om Gods middel. Werkelijk een sieraad, waarop de eigenaar trots is. Je hoort de verraste uitroepen:“He, wat heb jij een mooie riem om, zeg!” Maar de gordel is bedorven, ook al heeft de eigenaar hem goed bewaard op een droge plek. Hij is niet meer te gebruiken. Daarom: weg ermee, in de vuilnisbak.
 2 (12-14) De inwoners van Juda/Jeruzalem, speciaal de leiders: een partij wijnflessen die allemaal gevuld worden met dronkenschap (wijn in z’n uitwerking). Dan worden die flessen tegen elkaar gesmeten: ze barsten in stukken uit elkaar. Zo slaat God zijn volk stuk, vaders en zonen, onverbiddelijk. Scherven brengen … ongeluk.

 Jeremia 13: 15 - 27

 Er volgen nog drie waarschuwingen, in dichtvorm:
 3 (15-17) Denk aan een kudde geiten in de bergen. Ze willen maar niet wil doorlopen. Wanneer het dan donker wordt – en in het veld kan het echt aardedonker zijn – moet de herder bivak maken. Er zit niets anders op. Anders zou de kudde in het ravijn storten. Israel, kudde van God: kom tot inzicht en eer de HEER voordat Hij het donker laat worden. Anders zullen de tranen vloeien omdat de kudde verdwenen is.
 4 (18-19) Voor de koning en zijn moeder (Jojachin en Nechusta, 597vChr?) is het uit: kom maar van jullie hoge troon af; jullie kroon – symbool van vorstelijke waardigheid – zal vallen. Hoezo? Nu, wat moet je nog met troon en kroon als er geen onderdanen meer zijn. Juda wordt in zijn geheel weggevoerd. En een koning zonder volk, dat is toch onzin?
 5 (20-27) Jeremia spreekt tot Jeruzalem, de vrouw van God: Kijk daar komt je vriendje uit het noorden aan. Hij komt over je heersen, je uitkleden en te kijk zetten. Ja, dat komt nu van die ontelbare misstappen van je. Je bent onverbeterlijk, vergroeid met het kwaad: net als een neger die zijn vel niet van kleur kan laten veranderen, of als een panter die zijn vlekken niet kan weghalen. De HEER zegt: Je ben bent mij ontrouw geworden, Jeruzalem. Ikzelf zal je poedelnaakt uitkleden. Dan zullen ze allemaal je overspel en je hoererij zien. Hoe zou je ooit nog rein worden? Er is maar één mogelijkheid: “Wees mij genadig, HEER!” (Ps 123/124).

 Jeremia 14

 Het koren op de akkers is dit jaar niet of nauwelijks opgekomen. Het gras in de weilanden wel, maar het is schraal en bruingeel. De kranten staan bol van de pessimistische berichten. Grote kans, dat een flink aantal boeren failliet zal gaan. Stel, dat zoiets ooit gebeurt. En ga er dan ook nog eens vanuit, dat vrijwel de hele economie op de landbouw en de veelteelt steunt.
 In Israël was dat laatste het geval. En al een paar jaar lang werd men geteisterd door grote droogte. Het was echt verschrikkelijk.
 De profeet Jeremia maakt zich tot spreekbuis van zijn volk en hij spaart God niet. Wij herkennen daar wel wat in. Soms vragen ook wij ons af, of God wel echt bij ons betrokken is. En misschien is er ook wel eens iemand, die denkt dat God ook machteloos kan staan. Maar dat is in Israël de oorzaak niet. God is gewoon ontzettend kwaad op zijn volk. Dat kan dus, dat je God heel erg kwaad maakt.

 Jeremia 15

 Jeremia durft wel wat te zeggen tegen God. “U hebt mij teleurgesteld als een beek die drooggevallen is.” Het is hoogzomer en je bent al lange tijd onderweg. Je dorst is hevig.
Maar gelukkig, straks kom je bij een beek waar altijd water in zit. Nog een paar stappen en je ziet de beek al vóór je liggen. Niet te geloven: de beek is droog! En daarmee vergelijkt Jeremia God.
 Wij proberen in ons gebed altijd netjes te blijven. We zullen zelden schelden op de Schepper.
 Misschien doen we het toch wel, diep in ons hart.
 God laat Jeremia uitspreken. Maar daarna zegt Hij wel, wat Hij ervan vindt. “Als je bij mij terugkeert en ik je aanneem, zul je mij weer dienen. Als je waardige woorden spreekt, niets onwaardigs, zul je weer mijn zegsman zijn. Laat dit volk zich naar jou richten, jij mag je niet richten naar hen.”
Het is goed om eerlijk te zijn, zelfs, ja juist, tegenover God. Hij weet natuurlijk ook best, wat wij denken. Maar God is ook eerlijk.

 Jeremia 16

 Een profeet die niet trouwt en geen kinderen krijgt, dat is in Israël, zeker in Jeremia’ s tijd, ongehoord. Het wekt opzien. Er worden vragen gesteld. ‘Beste Jeremia, waarom doe jij zo?’
De reden is duidelijk. Over niet al te lange tijd zullen de kinderen in Israël bij massa’s sterven. Zoveel zelfs, dat er geen beginnen aan is om ze te begraven. Trouwens, veel volwassenen die hen kunnen begraven zullen er ook niet zijn.
 Je kunt je dan wel iets voorstellen bij dat verbod dat God aan Jeremia geeft.
 Aan de andere kant: hoelang duurt het nog voordat het onheil daar is? En is het echt zeker, dat de kinderen van Jeremia dan bij de doden zullen zijn?
 Belangrijk is natuurlijk vooral, dat Jeremia fungeert als een levend symbool. Maar je zult dat maar moeten zijn! Profeet zijn is geen eenvoudige roeping.
 Ook wij gaan wel eens onder een opdracht gebukt. Dat hoort er dan bij. God kan je ook een moeilijke taak geven. Maar Hij vertrouwt er dan dus ook op, dat je het kunt.

 Jeremia 17

 In hoeverre lijkt onze op de Joodse sabbat? Daar wordt verschillend over gedacht.
In het Israël van Jeremia was er van verschil van inzicht geen sprake. ‘De sabbat is de heilige dag van de Heer. Op die dag werk je niet en je koopt en verkoopt niet.’ Maar dat wilde niet zeggen, dat men zich er ook aan hield. Als de betekenis van de vast staat, betekent dat dus nog niet dat alle problemen zijn opgelost.
 Wat vandaag betreft zou ik zeggen: ‘Maak, in biddend opzien tot God, je keus. Kies onder leiding van Woord en Geest, hoe je de in wilt vullen. Maar houd je daar dan ook aan. Want in feite maakte je een afspraak met God. En of je zoiets nu een gebod wilt noemen of niet, het gaat om Hém. Hij is niet zomaar iemand.

 Jeremia 18

 Sommige predikanten zijn goed in het geven van aanschouwelijk onderwijs. Zelfs de volwassenen vergeten het niet gauw.
 Maar God doet er ook aan. Hij stuurt Jeremia naar een pottenbakker toe. Pas als Jeremia ter plekke is, steekt de Heer van wal.
 God vergelijkt zijn volk, maar ook ieder ander volk, met een pottenbakkerskruik. Hij is natuurlijk ook de machtige Schepper. Hij mag, ook met ons, doen wat Hij wil.
 Betekent dat nu, dat God willekeurig is, dat er in wat Hij doet geen lijn zit?
 Lees in vs. 8 en vs. 10: “maar als dat volk met zijn kwalijke praktijken breekt, dan zie ik af van het onheil waarmee ik het wilde treffen” en “maar luistert dat volk daarna niet naar mij en doet het wat slecht is in mijn ogen, dan zie ik af van al het goede dat ik had beloofd te doen.”
God is niet willekeurig, maar eerlijk. Maar Hij is ook niet partijdig. Als Gods volk er dus niets van maakt, kan echt het moment komen dat het afgelopen is. Hij is de machtige en alleen maar verantwoording schuldig aan zichzelf.

 Jeremia 19

 In het Hinnom-dal gooit de profeet Jeremia, in aanwezigheid van enkele oudsten en priesters, een aarden kruik met kracht op de grond. De kruik breekt aan stukken en de scherven vliegen alle kanten uit. De nabije poort wordt nog lang daarna de Schervenpoort genoemd.
 Het is even stil. Dan klinkt de stem van de profeet: “Dit zegt de Heer van de hemelse machten: ‘Zo zal ik dit volk en deze stad stukslaan. Zo zal ik Tofet treffen. Omdat er nergens anders plaats meer is, zullen ze hun doden zelfs in dit dal begraven.’”
Tofet: in dat dal werden kinderoffers aan de god Moloch gebracht. Je moet soms wat doen om de aandacht van een afgod te trekken, zoals vandaag zoveel mensen onmenselijke offers brengen aan de god die Carrière heet. Maar het is duidelijk, wat God daarvan vindt.

 Jeremia 20

 Profeet zijn is een gevaarlijk beroep. Zo bevindt Jeremia zich op een dag opeens in een cel van de hoge Benjaminpoort, een stadspoort die dichtbij de tempel staat. Zijn voeten zitten in het blok. Daar zit hij letterlijk vast. Het zal je maar overkomen.
 De volgende dag komt Paschur, de priester die hem heeft laten opsluiten, hem persoonlijk bevrijden. Gelukkig. Die ellende is voorbij. Maar Jeremia is niet op z’n mondje gevallen. ‘De Heer noemt jou niet langer Paschur’, zo zegt de profeet,’maar Magor-Missabib.’ Dat is Hebreeuws en het betekent ‘overal paniek.’ Je moet maar lef hebben als profeet. Is het niet wat onvoorzichtig?
 Natuurlijk hoeven wij Jeremia niet na te doen. God vertelt ons in de bijbel niet allereerst over het lot van zijn profeten met de bedoeling, dat wij hen zullen imiteren. Maar leren kunnen we er natuurlijk wel van. Tactisch zijn is nog iets anders dan bang zijn. En bang moet je niet zijn, als je een goed instrument wilt zijn van God.

 Jeremia 21

‘Wie de stad verlaat en zich overgeeft aan de Chaldese belegeraars zal zijn leven behouden.’
Dat is een gevaarlijke uitspraak. Zeker, als je stad al even belegerd is. Dan komt het erop aan. Interne zwakheid kun je dan niet dulden. Zo’n uitspraak als van Jeremia kan hem zijn leven kosten. Zeker als je let op wat die beide koninklijke gezanten tegen hem zeggen: ‘Wij willen u vragen de Heer voor ons te raadplegen. Misschien zal hij opnieuw wonderdaden verrichten en zal de vijand het beleg opbreken.’
Jeremia praat ze niet naar de mond. Je kunt als christen teveel zware woorden gebruiken. Dan doe je tekort aan de glans van het evangelie. Maar als er voor een ernstig woord reden bestaat, moet je het niet nalaten.

 Jeremia 22: 1 - 12

 Het ziet er voor Jeruzalem niet best uit. Het duurt niet lang meer, dan zal deze stad een puinhoop zijn. Het zal de mensen die eraan voorbijtrekken, opvallen. Misschien hebt u het zelf wel eens gezien, zo’n ontluisterde stad. Onwillekeurig vraag je jezelf af, wat daar in vredesnaam gebeurd is.
 In de tijd van Jeremia denkt men op zo’n moment ook aan de God van Israël. Blijkbaar heeft deze God zijn stad in de steek gelaten. Anders was dit niet gebeurd. Daar moet Hij dan ook wel een reden voor hebben gehad. Welke?
 Dat de mensen van Juda het verbond met hun God verbroken hebben, dat ze hebben neergeknield voor andere goden en die vereerd. Dát is de reden.
 Het verbond met je God verbreken: dat kun je vandaag ook en dat moet je dus nooit doen.

 Jeremia 22: 13 - 30

 In Juda maakt men zich schuldig aan afgoderij. Met andere goden steekt men God de ogen uit. Maar de koningen gaan zich bovendien aan vreselijke corruptie te buiten. Stuk voor stuk krijgen ze hun loon. Sallum, oftewel Joahaz, zoon van Josia nog wel, wordt weggevoerd naar Egypte. Het is erg om in de vreemde te sterven. Dat wil niemand. Het overkomt hem. Wat er met Jojakim is gebeurd, is niet zeker. Mogelijk heeft zijn lijk, gehaat als hij was bij het volk, een tijd lang onbegraven gelegen buiten de poorten van Jeruzalem. Jojachin tenslotte zal samen met zijn invloedrijke moeder en al de leiders van het volk op transport gaan naar Babel. Dat is allemaal nog eens wat anders dan een plechtige uitvaartdienst in de Nieuwe Kerk in Delft.

 Jeremia 23: 1 - 22

 Ook in zijn tijd wist Jeremia al, dat er ooit iemand komen zou die wel een prima koning zou zijn. God had het hem verteld en hij vertelde het weer door. “De dag zal komen – spreekt de Heer – dat ik aan Davids stam een rechtmatige telg laat ontspruiten, die als koning een wijs beleid zal voeren en die in het land recht en gerechtigheid zal handhaven.” Wij weten inmiddels wie dat is, Jezus!
 Natuurlijk heeft dit niet als bedoeling om al het slechte dat de koningen in Israël deden, trouwens ook wat leiders vandaag doen, te relativeren. Zo van: mensen zijn natuurlijk slecht, maar gelukkig hebben we ook nog een goede koning, Jezus. Want zo natuurlijk is het niet, dat mensen slecht zijn. Maar als je veel moeite hebt met het slechte om je heen én in jezelf, is dit wel een geruststelling. Gelukkig, er is één koning die alles goed doet.

 Jeremia 23: 23 - 40

‘Welke last geeft de Heer ons met zijn woorden te dragen?’ Met deze spottende woorden werd Jeremia vaak benaderd. Het was een ironische woordspeling. Het Hebreeuwse woord voor ‘Godsspraak’ is namelijk hetzelfde als het woord dat ‘last’ betekent.
 Als je iemand niet mag, kun je dat wel eens laten blijken door hem na te bauwen. Nu moet je dat bij mensen niet doen, maar zeker niet als het om God gaat. God verdient ons heilig respect.
 God laat ook niet met zich spotten. ‘Jullie zelf zijn die last’, zegt de Heer, ‘maar ik zal jullie afwerpen.’

 Jeremia 24

 Je zult maar met een mand met bedorven vijgen worden vergeleken, of, wat Hollandser, met een mand met rotte appels. En dat ook nog ‘en plein publique’. In Jeruzalem werden ze door Jeremia op het tempelplein neergezet.
 Maar het bijzondere was, dat met de bedorven vijgen juist hen werden bedoeld van wie men dat niet verwachtte. De mensen die waren weggevoerd: ja, juist aan hen zou je denken als het om bedorven vijgen ging. Maar het was juist andersom.
 Verkijk je niet op de werkelijkheid. Als het iemand uiterlijk goed gaat, wil dat nog niet zeggen dat God hem of haar ook zegent.

 Jeremia 25: 1 - 14

 Jeremia kijkt terug op de afgelopen 23 jaar. Al die jaren heeft hij in opdracht van de HERE geprofeteerd. Hij heeft Gods straffen aangekondigd en opgeroepen tot bekering. En wat heeft het opgeleverd? Niets. Ook Jeremia 25 laat ons zien waar het op uitloopt als je zonder de HERE blijft leven.
 Tegelijk zie je Gods liefde. In de volgende hoofdstukken zal dit nog duidelijker aan het licht komen. De HERE blijft tot bekering oproepen. En als die bekering na eeuwen onderwijs nog niet komt, grijpt de HERE zelf in: Hij geeft de mensen andere harten.

 Jeremia 25: 15 - 38

We lezen hier over God die oorlogen over Israël afroept, die Nebukadnessar laat komen met al zijn wreedheden. En over de HERE, die vreugde en vrolijkheid doet verdwijnen. Het land is verlaten, het hele land is een puinhoop. De HERE brult! Hij vuurt Zichzelf aan zoals iemand die druiven aan het uitpersen is in een bak. Hij gaat maar door met het ‘platstampen’ van de aarde…”ten gevolge van zijn brandende toorn.” (vs. 38b). Gods toorn is altijd terecht. Nooit zal Hij iets terug hoeven nemen of spijt betuigen. Wij kunnen ons dat moeilijk voorstellen. Maar bij de Here is zijn toorn één met zijn liefde. Juist omdat Hij ons liefheeft, is Hij terecht gekwetst als die liefde niet wordt beantwoord. De Here wil een goede verhouding met ons en neemt met minder geen genoegen.

Jeremia 26

Opnieuw spreekt Jeremia een indringend, waarschuwend woord. Op twee manieren kun je daarop reageren. De eerste is: je verzetten, de boodschapper de mond snoeren of weglopen. De tweede manier is: je bekeren. Profeten en priesters proberen Jeremia de mond te snoeren en hem te doden. Er blijkt echter nog een derde weg mogelijk te zijn. De vorsten nemen deze weg. Zij verdedigen Jeremia. Ze willen hem niet doden en zeggen: Jeremia brengt niet zijn eigen boodschap, hij geeft alleen Gods boodschap door. Je kunt hem niet de doodstraf geven. Maar… verder doen ze niets. Zij roepen de mensen niet op tot bekering. Bekeren is ook voor hen te pijnlijk. Staat u altijd open voor Gods Woord, ook als u het niet leuk vindt om te horen?

 Jeremia 27

Allerlei buitenlandse gezanten zijn in Jeruzalem. Zes landen willen samen de strijd aanbinden tegen Nebukadnessar, de koning van Babel. Met z'n zessen moet dat toch lukken! En dan komt Jeremia. Hij draagt een juk. En hij heeft er meer bij zich, voor elke delegatie één. 'Wen er maar vast aan', zegt hij, 'want het duurt niet lang meer voor jullie allemaal het juk van Nebukadnessar zullen moeten dragen'.
 De koningen hebben zich laten misleiden door valse profeten en raadgevers. Er is echter maar Eén die werkelijk macht heeft: de Heer van hemel en aarde. Hij heeft de politieke en militaire macht aan Babel gegeven. Er is geen ontkomen aan. Alleen onderwerping kan je redden. Onderwerping aan Babel? Ja, maar dat is indirect onderwerping aan Gods wil. De HERE had immers de straf aangekondigd? Onderwerping aan vreemde volken was allang voorzegd. Verder verzet maakt het alleen maar erger. Als je je onderwerpt aan Gods macht en wil, heb je nog een kans. Zo niet, dan raak je alles kwijt!

Jeremia 28

 Er zijn twee profeten, allebei zeggen ze dat ze Gods boodschap brengen. Maar hun boodschap is tegengesteld aan elkaar. Jeremia zegt: Blijf gehoorzaam aan Nebukadnessar. Chananja zegt: Kom in opstand. Wie liegt er, en wie spreekt de waarheid? Hoe weet je wie gelijk heeft? Jeremia wijst aan hoe je Gods wil ontdekt. Hij zegt: Klopt de boodschap met het verleden? Beoordeel mijn boodschap en die van Chananja met wat de HERE vroeger gezegd heeft (vs. 8). De HERE verandert niet in de loop van de tijd. Gods boodschap is niet in de ene tijd zus en in de andere tijd zo. De HERE heeft steeds oordelen aangekondigd door verschillende profeten; is dat nu plotseling anders? De HERE Iaat zich kennen uit de geschiedenis. Een christen heeft historisch besef nodig. Klopt een nieuwe boodschap met wat de Here vroeger gezegd heeft?

 Jeremia 29

 De toorn en de straf van God is niet het einde. De HERE belooft dat er een nieuwe tijd komt. Na de ballingschap. Dan zal God naar zijn volk omzien en naar hen horen als ze bidden! Waarom? Omdat dat volk dan beter zal zijn? Heeft God dan opeens zoveel vertrouwen in hen? Nee, maar Hij zal het zelf beter maken. God zal een betere Voorbidder dan Jeremia geven: Jezus Christus. Hij zal voor de zonden van heel zijn volk het offer brengen. En op basis van dat offer bidt Hij, ook voor ons vandaag. Dat is de rijkdom van het Nieuwe Verbond. U mag er een plaatsje in hebben, uit genade.

 Jeremia 30

 God houdt een keer op met straffen en verandert het lot van zijn volk (vs. 3a). Omdat het eindelijk leert om met de HERE te leven? Nee. Omdat de HERE iets afdoet van de manier waarop Hij met ons wil omgaan? Nee. Omdat de Here zijn woede en toorn op Jezus legde? Ja!
 De heilige God, die ook oordelen kan, wil bovenal de God van alle genade zijn. Vandaar nu ook het spreken van Jeremia over herstel. Gods stad - ze mag letterlijk vanuit het puin weer boven komen (vs. 18). Jeruzalem mag spreken van barmhartigheid; barmhartigheid die het oordeel ook overwint. Vandaag bovenal sprekend getuige daarvan. En is Gods stad - Gods gemeente in Jezus Christus - van die barmhartigheid niet nog steeds het levende en sprekende bewijs tot een getuigenis voor heel de wereld?

 Jeremia 31: 1 - 22

Jeremia blijft niet ‘jeremiëren’! Hij komt met een blijde boodschap: God wil zijn volk weer terug hebben, weer opbouwen. Zijn liefde voor zijn mensen is eeuwig (vs. 3). In allerlei beelden wordt geschetst hoe de HERE weer in liefde voor zijn volk zal gaan zorgen. Er zal weer gedanst en gezongen worden en er zullen weer goede oogsten zijn. De weg terug naar huis zal een effen weg zijn, en onderweg zal het het volk aan niets ontbreken, want de HERE zorgt voor de zijnen.
 Ten diepste is de HERE een God van liefde en ontferming. Zo kijkt Hij naar ons. Hij kan het niet over z'n hart verkrijgen ons ten onder te laten gaan. Al hebben we dat duizend keer verdiend. Zijn liefde is boven-menselijk. Die liefde gaat niet ten onder als wij het weer eens verknallen. God denkt steeds maar aan ons. Je bent nooit uit zijn gedachten. God loopt over van liefde, nota bene voor ons.

 Jeremia 31: 23 - 40

 God spreekt van een nieuw verbond. Hoe is het mogelijk! Mensen die het zozeer verdiend hebben om te blijven zitten in de ellende van ballingschap, onderdrukking en verdriet. Mensen die het verdienen dat God hen verstoot, omdat ze ondankbaar en koppig waren, ongevoelig voor al de blijken van liefde. Hoe bestaat het dat God toch zijn Geest blijft geven, dat Hij zijn verbond toch handhaaft en zelfs intensiveert. Het nieuwe verbond rust op het kostbare bloed van de grote Hogepriester. Op Golgota heeft het nieuwe verbond voor eeuwig rechtskracht gekregen. En op Pinksteren is de Heilige Geest in stromen uitgegoten op de gemeente. God genade en zijn Geest komen naar ons toe in Woord en sacrament. Zijn we daar nog gevoelig voor? Zullen wij als antwoord daarop niet rijk zijn in geloof, liefde en goede werken?

Jeremia 32: 1 - 25

Jeremia zit in de gevangenis. Jeruzalem is belegerd door de Chaldeeën. De situatie is hopeloos. Chanamel, een neef van Jeremia, komt bij hem met een vraag: 'Jeremia, wil je mijn akker kopen? Ik heb geld nodig en jij bent m'n naaste familie.' Jeremia gaat daarop in. Alles wat bij deze transactie hoort, wordt op de gebruikelijke manier gedaan. Alsof er geen sprake is van oorlog en bezetting! Met deze koop wil God iets zeggen. Zoals nu deze akker het eigendom van Jeremia is, zo zal eens heel het land weer van Gods volk zijn, waar het in vrijheid mag leven. Toch heeft Jeremia het er moeilijk mee. De ballingschap zou toch 70 jaar duren? Wat moet hij dan met die akker? Hij brengt zijn twijfels op het enige adres waar ze thuishoren: bij God. Hij bidt niet zomaar eventjes; hij weet Wie de HERE is. Hij begint met de belijdenis van Gods almacht, en de herinnering aan al het goede en wonderlijke dat God voor zijn volk heeft gedaan in de geschiedenis. Jeremia beseft ook dat al de ellende die hij nu om zich heen ziet, het werk van God is. Juist daarom begrijpt hij het niet meer. Wat is nu eigenlijk de bedoeling?

Jeremia 32: 26 - 44

De HERE maakt Jeremia alles nogmaals duidelijk. Nog eens verzekert Hij Jeremia Wie Hij is, nog eens legt Hij hem uit waarom Juda gestraft moest worden. Het is deze verzekering en bevestiging die Jeremia zo nodig had. De HERE heeft begrip voor zijn vertwijfeling. Maar Hij geeft hem geen andere taak. Hij geeft ook geen verdere verduidelijking. Jeremia moet het ermee doen en vertrouwen hebben.
 Wel komt er een aanvulling. Er is heil, er is herstel, het zal goed komen. De koop van de akker is daar een teken van. Het gaat niet om die akker zelf, het gaat om Gods belofte. Dat moet Jeremia goed beseffen. Het gaat niet om zijn vertwijfeling. Het gaat erom dat duidelijk zal worden dat de HERE zijn woord houdt. Dát moet verkondigd worden!

 Jeremia 33: 1 - 13

De HERE is werkelijk tot alles in staat! Grote, onbegrijpelijke dingen kan en zal Hij doen voor wie tot Hem roepen, meer dan enig mens zich kan voorstellen. Midden in de angst en moeite van oorlog en vernieling krijgt Jeremia dit te horen. God zegt erbij wat Hij van plan is te doen, een machtige belofte!
 Maar de HERE gaat niet voorbij aan de situatie zoals die er ligt. Jeruzalem is een stad in oorlog; mensen sterven, huizen worden afgebroken, men probeert zich te verdedigen zolang het nog kan. En God weet dat. Juist daardoor wordt het contrast tussen hoe het nu is en hoe het straks zal zijn, heel scherp. De stad, het land en het volk zullen hersteld worden. God zal zonden vergeven. Er zal weer sprake zijn van vrede en welvaart. Alle blijdschap van het dagelijks leven zal terugkomen. En de HERE zal weer geëerd worden in Juda. Maar er is nog meer!

 Jeremia 33: 14 - 26

 Voordat het allerergste komt, de verwoesting van de stad en de tempel, spreekt de HERE over de toekomst van zijn volk. Hij zal aan David een Spruit der gerechtigheid doen ontspruiten. Hij kondigt daarmee de komst van de Messias aan. Ja, maar zijn dat geen lege woorden? Waar is het koningshuis van David gebleven? En als straks zelfs de tempel verwoest zal zijn, worden dan deze woorden niet aan de kaak gesteld als pure onzin?
 Kun jij met je blote handen de zon van z'n plaats duwen? Of de aarde een zet geven zodat dag en nacht in de war raken? Als je dat kunt, dan zal de Here ook zijn beloften aan David laten varen. Vreemd gezegd, nietwaar? Maar dat is om duidelijk te maken dat er echt een Zoon zal komen die op de troon van David zal zitten. Loof God voor al het goede dat Hij belooft en doet.

 Jeremia 34

 Toen Babel voor de poorten van Jeruzalem verscheen was er angst en schrik. Men besloot om op een bepaald punt de wet te gaan onderhouden, nl. door slaven na het intreden van het jubeljaar vrij te laten. Maar wat gebeurde? Toen Babel tijdelijk het beleg onderbrak, nam ieder zijn slaaf of slavin weer terug. De bekering uit nood bleek niet echt geweest te zijn. Men heeft opnieuw het oordeel over zich gehaald. Snijdend boodschap Jeremia: “Daarom – dit zegt de HEER: Omdat jullie niet naar mij hebben geluisterd, je volksgenoten niet de vrijheid hebben geschonken, geef ik het zwaard, de honger en de pest de vrijheid om jullie te treffen. Ik maak jullie tot een afschrikwekkend voorbeeld voor alle koninkrijken op aarde.” (NBV)

 Jeremia 35

 Beloofd is beloofd.
Een bijzonder verhaal: een familie die naar de tempel moet komen en uitgenodigd wordt om samen te komen in een bepaalde kamer. Daar worden ze vergast op kannen vol heerlijke wijn. En dat allemaal op initiatief van de profeet. Jeremia. En als ze allemaal een plekje hebben gevonden worden ze uitgenodigd om te drinken. En wat ze nooit hadden gedaan deden ze ook nu niet: eenmaal beloofd is beloofd: zij drinken geen wijn. En het zal voor hen extra van betekenis zijn  geweest, dat ze in het huis van God zitten: beloofd is beloofd. En dat eenmaal beloofd blijft beloofd. En Jeremia gaat met dit nee de straat op en zegt tegen de mensen: waren jullie maar zo. Standvastig en trouw aan de Here. En hij kondigt de gevolgen van hun houding aan. Wat hebben wij de Here beloofd?

Jeremia 36: 1 - 15

 Gods Woord mag niet verloren raken.
Jeremia moet schrijven. Een heel verhaal. Hij moet vastleggen wat er allemaal door de Here tegen Jeremia is gezegd. De Here heeft zich zo geërgerd aan het volk met het toelaten van sociaal onrecht en het dienen van God. Niet met  het hart, maar voor de vorm. Een zekere Baruch treedt op als schrijver. En als het er allemaal goed op staat moet Baruch ook nog eens de voorlezer zijn. Alleen het Woord van God kan overtuigen. Het gebeurde op een speciaal daarvoor georganiseerde vastendag !! Jeremia hoopt: misschien zal men dan tot inkeer komen. Alleen het Woord van God kan overtuigen.

 Jeremia 36: 16 - 32

 Gods Woord mag niet verloren gaan.
 Moet koning  Jojakim ook weten wat in de boekrol staat? De vooraanstaande personen die in nauw contact met de koning staan, zijn bang als ze het niet doen. Zij vragen aan Baruch hoe hij aan de inhoud van de boekrol komt. En hij vertelt van de bron: Jeremia. Dan slaat de schrik echt toe. De koning moet niets van Jeremia hebben. En ze geven het dringende advies om zich te gaan verbergen. De rol wordt voorgelezen en uit de houding van de koning wordt goed duidelijk hoe deze over de inhoud denkt. Maar God wil dat Zijn  Woord niet verloren gaat. De koning krijgt een bikkelhard oordeel aangezegd. 

 Jeremia 37

 Gods boodschapper de mond gesnoerd?
 Na de dood van Jojakim werd niet diens zoon als opvolger aangesteld, maar een zekere Zedekia. Ook hij gaf geen gehoor aan het Woord zoals dat door Jeremia was doorgegeven. En het was: zo koning, zo volk. Maar dan nota bene wel vragen of Jeremia voor hem wil bidden.  De schijnvroomheid ten top. Het was nog in de tijd dat Jeremia nog niet gevangen was gezet. In die tijd trokken de Chaldeeën (Babyloniërs) die Jeruzalem bedreigden, van die stad  weg op de nadering van het leger van Egypte dat te hulp was geschoten. De koning krijgt te horen dat hij zich niet rijk moet rekenen, want dat leger dat weggetrokken is, komt terug en dan gaat Jeruzalem er onherroepelijk aan. Je merkt hoe de verhoudingen onderling zijn: het is een en al wantrouwen. Dit leidt tot de gevangenneming van Jeremia. Zou Jeremia nu een toontje ‘anders’ zingen? Nee dus.

 Jeremia 38: 1 - 13

 Gods Woord blijft bekend.
 Jeremia heeft, ook al is hij gevangen,  nog  de gelegenheid om het volk toe te spreken. Zijn woord maakt duidelijk dat je beter de stad uit kunt gaan, naar de Chaldeeën toe. Toen werd de koning gevraagd om het doodvonnis uit te spreken. Jeremia werd in een put geworpen en zakte voor een deel weg in het  slijk. De donker gekleurde knecht Ebed Melech trekt zich het lot van Jeremia aan. Let op de voorzichtige manier waarop deze te werk gaat om Jeremia uit de put te halen.

Jeremia 38: 14 - 28

 Gods Woord is niet altijd aangenaam.
 Jeremia moet bij de koning komen voor een tweede onderhoud. Maar Jeremia is er bepaald niet gerust op want hij weet wat de koning wil horen en wat hij niet kan zeggen. De koning zweert dat hij Jeremia niet zal doden. Kort en goed komt het hier op neer: schik u onder machtige hand van God die deze vijand heeft gestuurd. Maar de koning is bang voor bespotting. Jeremia laat merken dat dit toch de enige kans is om te overleven. Samen bedenken ze een list om aan lastige vragen van de stadsvorsten te ontkomen.

 Jeremia 39

God doet naar wat Hij zegt.
 Toen was het moment daar dat gebeurde wat de Here had voorzegd: de inname van de stad Jeruzalem door de troepen uit Babel. De koning en de zijnen vluchten in het duister van de nacht  Maar ze worden toch gepakt. De gevolgen zijn voor hem en vooral voor zijn kinderen vreselijk.  Jeremia wordt met opperste vriendelijkheid behandeld. Hij mag aan zijn toegewijde vriend Ebed Melech een prachtige boodschap van de Here overbrengen.

Jeremia 40

 Je ziet het voor je: Jeremia temidden van andere gevangenen met hun reisbagage klaar voor vertrek naar Babel. Hij wordt uit de groep gehaald en mag of naar Babel meegaan  of hier blijven, onder het bestuur van Gedalja. En Jeremia krijgt een geschenk en eten en drinken mee. Gedalja belooft de achtergeblevenen veiligheid tegenover de Chaldeeën  als men zich aan hen onderwerpt. Gedalja wordt bedreigd. Hij slaat een waarschuwing in de wind.

 Jeremia 41

De bestuurder Gedalja wordt vermoord, met al degenen die bij hem zijn, waaronder ook mensen uit Babel. Met list en bedrog. Er heerst een schrikbewind onder leiding van een zekere Ismaël. Maar deze krijgt met een geduchte tegenstander te maken: Johanan. Tenslotte weet Ismaël met 8 mensen te ontsnappen naar de Ammonieten.

 Jeremia 42

 Johanan en de zijnen vervoegen zich bij Jeremia en vragen om te bidden voor het  lijfsbehoud van de rest die nu nog in het land overgebleven is. En vraag ook aan God wat we moeten doen. Jeremia belooft te doen wat ze vragen maar zegt ook dat hij alles zal vertellen wat God hem meedeelt. Zij gaan akkoord en zeggen dat het goed zal zijn: of het nu een goede of een slechte boodschap is. Na 10 dagen gaat de Here spreken en de boodschap houdt in: blijf rustig hier en het zal u goed gaan. Maar als jullie naar Egypte willen gaan omdat jullie de strijd   willen ontvluchten dan zal het verkeerd aflopen. De Here laat heel ernstig waarschuwen.

 Jeremia 43: 1 - 44: 14

 En toch. Het zou goed zijn wat Jeremia als mond van de Here zou spreken maar het valt bij Johanan en zijn medestanders helemaal verkeerd. Allemaal leugens Jeremia! En de schrijver Baruch worden verwijten gemaakt. Zij gaan toch naar Egypte en nemen Jeremia en Baruch de schrijver mee.
 In Egypte aangekomen gebruikt Jeremia een heel duidelijk beeld om aan te geven dat ook hier de soldaten van Babel zullen komen. Er is geen ontkomen aan Gods wil. Die doet naar wat Hij zegt, ook in zijn oordelen. De mensen vergeten al dat kwaad dat onder het volk de eeuwen door heeft plaats gevonden. De rest die veilig denkt te zijn in Egypte kan het vergeten.

 Jeremia 44: 15 - 45: 5

 Het volk reageert hoogmoedig op de woorden van Jeremia. Men zoekt het bij de afgoden. En ze denken een sterk argument te hebben: kijk eens hier Jeremia, toen wij ophielden met het dienen van de goden , toen ging het juist mis. Met andere woorden je moet vooral niet naar Jeremia luisteren. Maar Jeremia houdt vol: wie niet het koninkrijk van God zoekt en Gods Woord niet telt, met die loopt het verkeerd af. De Here waakt over hen ten kwade. Dit type waken van God bestaat ook. En Baruch maar schrijven. Om niet te vergeten.

 Jeremia 46 en 47

 God regeert over alle volken.
 Niet alleen over het volk Israël voert de Here het bewind. Alle volken vallen binnen zijn machtsgebied. Ook in tijden van oorlog. Egypte krijgt het, nu de profeet van de Here zich in Egypte bevindt, te horen na de nederlaag die Egypte leed  tegen het machtige Babel. In fel bewogen beelden wordt de strijd geschilderd. Ook Egypte moet zich opmaken voor een ballingschap. De Here doet bezoeking aan dit land. Maar het zal eenmaal ook weer rustig worden. En dan komt ook Israël in beeld. Het zal eenmaal terugkeren. Rust en vrede eenmaal. Want de grote koning  zal komen. Jezus Christus. In het land van Israël. Ook het land van de Filistijnen krijgt een woord van de Here te horen. Ook zij zullen overwonnen worden door de grote macht uit het Noorden: Babel.

 Jeremia 48: 1 - 25

 De verschillende profetieën tegen de volken stammen waarschijnlijk alle uit de periode waarin de macht van Babel steeds toenam (vanaf 605 voor Christus). Het is moeilijk te zeggen of deze profetieën een functie hadden voor de betreffende volken. De functie van deze profetieën voor Juda moge duidelijk zijn: God doet wat Hij heeft gezegd, met Hem valt niet te spotten. Dat de HERE Zelf spreekt via September: Jeremia blijkt doordat diens woorden uitkomen. Men moet rekening houden met die bewogen dienaar van de HERE, die zo nadrukkelijk oproept om zich te bekeren. Moab krijgt de rekening gepresenteerd voor z’n hoogmoed en z’n vertrouwen op Kamos. Maar in Juda is het niet veel beter…..

 Jeremia 48: 26 - 47

 In dit gedeelte treffen we uitspraken aan die we ook vinden in Jesaja 15 en 16. We horen een echo van Numeri 21: 17-30 en andere bijbelplaatsen. Het is alles samengevoegd tot een indrukwekkend geheel. Het oordeel wordt getekend in verschillende beelden. Een dronken man met wie de spot gedreven wordt, een kruik die wordt verbrijzeld, aas voor de gier. De macht van Moab zal worden gebroken, de rijkdom geroofd, de vreugde uitgewist. God zet er een streep door. Hij voltrekt het vonnis over zelfverheffing en onrecht. Hoe streng het oordeel ook moge zijn, toch zal de HERE eens een keer brengen in het lot van Moab. Er is toch nog toekomst!

 Jeremia 49: 1 - 22

 Ook Ammon, het broedervolk van Moab krijgt het zwaar te verduren. De reden daarvoor is dat ze zich hebben vergrepen aan het gebied van Israël. Zij vertrouwden op hun god Milkom en hun rijkdom die gebaseerd was op het vruchtbare land. Maar ze komen bedrogen uit.
 Terwijl er ook voor Ammon nog een belofte van toekomstig heil is, ligt dat anders voor de nakomelingen van Esau. In tegenstelling tot dieven of druivenplukkers die altijd nog wel iets achterlaten, is er een complete kaalslag. Er zal geen nageslacht overblijven, geen familie, geen leven in de toekomst en geen steun in het heden. Het oordeel over Edom zal doen denken aan Sodom en Gomorra. Het land dat prat gaat op z’n wijsheid moet leren dat “onneembare” vestingen in een barre bergwereld het niet houden tegen de kracht van de HERE.

 Jeremia 49: 23 - 39

 Damascus is de hoofdstad van het Aramese rijk, waarvan vele koningen de naam Benhadad droegen. De stad ligt bijzonder gunstig. Er is een aangenaam klimaat en overvloed aan fris water. De handelsroutes noord-zuid en oost-west komen er samen.
Vervolgens horen we over nomadenstammen. Veel van hun rijkdom was geroofd door het overvallen van steden en dorpen in het cultuurland. Ruig volk in een ruige wereld.
 Elam lag ten zuidoosten van Babel, in het huidige Iran. Terwijl de macht van de Babyloniërs toenam probeerde Elam die macht door militaire operaties te breken.
 De verschillende volken maken dezelfde fouten: vertrouwen op eigen prestaties, arrogantie en het onafhankelijk van de Here willen zijn. God breekt via Babel hun eigen waan.

 Jeremia 50: 1 - 28

 Babel is een instrument geweest in Gods hand. Maar hoe de HERE precies regeert blijft voor ons verborgen. Wij vinden het vaak moeilijk om die gruwelijke oordelen te rijmen met Gods liefde en genade. In elk geval blijkt telkens dat de mens nooit zijn verantwoordelijkheid verliest, ook al is hij of zij een instrument in Gods hand. Blijkbaar is er telkens een keuze om hier op een goede of verkeerde wijze vorm aan te geven. We lezen hoe Babel op zijn beurt terecht staat voor de wijze waarop het met Israël is omgesprongen. Juist ook Babel wordt getekend door diezelfde zonden: hoogmoed, vertrouwen op zichzelf en onafhankelijk willen zijn van de Here. Als Babel valt is er perspectief voor Israël. Meer nog dan de terugkeer uit de ballingschap is het wonder van de vergeving zoals vers 20 dat tekent. Een nieuwe start!

 Jeremia 50: 29 - 46

 De Chaldeeën zullen hetzelfde lot ondergaan als de volken die zij hebben overmeesterd. Het trotse Babel wordt een ruïne, het land zal getekend worden door leegte.
De God van dat kleine volk Israël zal blijken de enige echte God te zijn. Hij is de HEER van de hemelse machten. Hij is het die over zijn volk waakt. Hij zal voor hen strijden. Babel heeft de spot gedreven met deze God. De tempel is verwoest, het gerei naar Babel afgevoerd. Juda is in ballingschap gevoerd. Maar daarmee heb je de HERE nog niet uitgeschakeld!
 Dwars door de raadsels heen maakt God ons duidelijk dat Hij de geschiedenis leidt. Wie op Hem vertrouwt blijft niet gevrijwaard voor ellende maar heeft wel toekomst…..

 Jeremia 51: 1 - 33

 Achter het onheil dat Babel treft zit Israëls God. In dit gedeelte wordt zijn grootheid getekend. Hij is het die de aarde heeft gemaakt met zijn kracht, de wereld gegrondvest met zijn wijsheid. Hij is het die vorm gegeven heeft aan alles wat er is. Hoe anders is Hij dan de godenbeelden die mensen hebben gemaakt.
Vanuit het bijbelgedeelte met al die mokerslagen richting Babel komen allerlei vragen op ons af. Maar de eerste vraag is in hoeverre wij de HERE werkelijk willen erkennen als de rechtmatige Heerser over heel de schepping. Een God die te groot is voor ons denken. Wij kunnen zo gevangen zitten in onze beelden van een god. Tegenover onze vragen staat de openbaring van de Levende. Hij gaf in Jezus hét beeld van Zichzelf.

 Jeremia 51: 34 - 64

 In Jeremia 51 horen we Israël roepen tot de HERE om vergelding over het kwaad dat de Babyloniërs hen hebben aangedaan. Het antwoord van God is een belofte van oordeel over Babel. De Joden worden aangespoord om dit land te ontvluchten vanwege de dingen die zullen gaan gebeuren. De zekerheid van het oordeel vernemen we in het bijzonder via die symbolische handeling die op het eind beschreven wordt. Nadat de oordeelswoorden zijn uitgesproken wordt de boekrol verzwaard met een steen en in de rivier de Eufraat geworpen. Zo zal Babel verzinken en niet weer bovenkomen.
 Een God van vergelding is de HERE. Hij straft het kwaad. Het kruis van Golgotha is daar het meest duidelijke getuigenis van. Wie op Jezus vertrouwt komt het oordeel wél te boven!

 Jeremia 52: 1 - 16

 Als Sedekia in 597 voor Christus door Nebukadnessar aangesteld wordt als vazal-vorst is het met de militaire kracht van Juda gedaan. Dat Sedekia zich later toch laat verleiden om mee te doen in coalities tegen Babel is niet alleen onverstandig, maar het gaat ook lijnrecht in tegen de waarschuwingen van de HERE via profeten als Jeremia. De opstand wordt in het jaar 586 bloedig neergeslagen. Sedekia en Jeruzalem betalen een hoge tol. De belangrijkste gebouwen van de stad worden vernield en de muren neergehaald. Velen worden in ballingschap gevoerd. Wanneer we de verzen 28-30 erbij betrekken zien we dat het t.o.v. de wegvoering in 597 nog meeviel én dat er in 582 nog steeds mensen woonden!

 Jeremia 52: 17 - 34

 Dit gedeelte beschrijft de plundering van de tempel. Blijkbaar werden de geroofde kostbaarheden uit het heiligdom zorgvuldig geregistreerd en daarna goed opgeborgen. Volgens Ezra 5: 14 werden ze rond 539 in Babel teruggevonden.
We vernemen hoe een aantal vooraanstaande mannen wordt geëxecuteerd. Hoe vreselijk ook, de aandacht van de tekst is toch vooral op de overlevenden gericht. Dwars door het oordeel heen is er toekomst. De vermelding van de begenadiging van Jojakim door Nebukadnessar’s zoon en troonopvolger heeft de bedoeling om bij de lezers hoop te wekken. Het oordeel is het laatste niet. Er is genade….

Aanvulling : De profeten van het Oude Testament

 Zo nu en dan kom je ze tegen: mensen die in opstand komen tegen wantoestanden. Het zijn mensen die de straat opgaan om te protesteren, of die als enige in hun omgeving hun mond durven opendoen. Ook in de boeken van het Oude Testament kom je ze geregeld tegen. Zij doen dat niet omdat ze nou zo graag kritiek hebben of klagen, maar omdat ze zich oprecht zorgen maken. Ze zijn er heilig van overtuigd dat het fout zal aflopen als mensen hun gedrag niet zullen veranderen. In de bijbel heten deze mensen 'profeten'.

In de Jongerenbijbel vind je een tijdbalk waarop je zien wie dat allemaal waren en wanneer ze ongeveer leefden.

Geroepen door God

Een profeet was dus niet iemand die zomaar de toekomst kon voorspellen. Een soort waarzegger op de kermis bijvoorbeeld. Hij was iemand die doorhad wat er fout zat in de samenleving om zich heen, die de mensen daarop wees en waarschuwde. De profeet houdt andere mensen een spiegel voor: 'kijk dit zijn jullie. Zo leven jullie. Je doet niet wat goed is in de ogen van God.'
Ze voelen zich geroepen om dat te doen: geroepen door God. Daarom spreken ze steeds in de naam van God. Ze wijzen daarbij terug naar het verleden, zo van: 'God heeft onze wereld mooi gemaakt, ons bevrijd uit de slavernij van Egypte. We hadden toch een verbond gesloten?' En ze kijken ook vooruit. 'Als je alleen maar voor jezelf leeft, als niemand zich niet meer houdt aan de leefregels van God, dan loopt het slecht af. Dan is de dood nabij, want niemand kiest meer voor het leven en samen-leven.'

Uiteindelijk wijzen de profeten een weg van verwachting. Ze zeggen: hoe slecht iedereen ook handelt, er is altijd een weg naar de toekomst. Want God is een God van leven en niet van dood en verderf. Als de mensen leven in harmonie met God en de mensen om hen heen, dan is er hoop.
 

COMMENTAAR
BIJBELBOEK

OT


Genesis

Exodus

Leviticus
 

Numeri

Deuteronomium

Jozua
 
Richteren
 
Ruth
 
1 Samuël

2 Samuël
 
1 Koningen
 
2 Koningen
 
1 Kronieken

2 Kronieken
 

Ezra
 
Nehemia
 
Esther

Job

Psalmen

Spreuken

Prediker

Hooglied


Jesaja


Jeremia


Klaagliederen van Jeremia

Ezechiël

Daniël


Hosea

Joël


Amos


Obadja


Jona


Micha


Nahum


Habakuk

Zefanja

Haggaï

Zacharia

Maleachi

NT

Matthëus


Markus

Lukas

Johannes

Handelingen

Romeinen


1 Korinthiërs


2 Korinthiërs


Galaten

Efeziërs

Filippensen


Kolossensen

1Thessalonicensen

2Thessalonicensen

1 Timothëus

2 Timothëus

Titus

Filemon

Hebrëen

Jakobus

1 Petrus

2 Petrus

1 Johannes

2 Johannes

3 Johannes

 
Judas

Openbaring
 

 READ THE BOOK - THE BIBLE CHANGE YOUR LIFE

Deutsch
de
English en français fr italiano it Nederlands nl español es português pt Norsk no svenska sv Polski pl čeština cz Slovák sk Magyar hu român ro Български bg hrvatski hr Pyсский ru Türkçe tr عربي ar

       

Heer, wees mijn Gids

                              

INFO: DE WEG - DE WAARHEIDHET LEVENFILM - AUDIO


Wie zoekt zal vinden           


www Holyhome.nl

Boeiende Series :

Bijbelvertalingen
Bijbel en Kunst

Bijbels Prentenboek
Biblische Bildern
Encyclopedie
E-books en Pdf
Prachtige Bijbelse Schoolplaten

De Heilige Schrift
Het levende Woord van God
Aan de voeten van Jezus
Onder de Terebint
In de Wijngaard

De Bergrede
Gelijkenissen van Jezus
Oude Schoolplaten
De Zaligsprekingen van Jezus

Goede Vruchten
Geestesgaven

Tijd met Jezus
Film over Jezus
Barmhartigheid

Catechese lessen
Het Onze Vader
De Tien Geboden
Hoop en Verwachting
Bijzondere gebeurtenissen

De Bijbel is boeiend
Bijbelverhalen in beeld
Presentaties en Powerpoints
Bijbelse Onderwerpen

Vrede van God voor jou
Oude bijbel tegels

Informatie over alle kerken in Nederland: Kerkzoeker
 
Bible Study: The Bible alone!
L'étude biblique: Rien que la Bible!
Bibelstudium: Allein die Bibel!  

Materiaal voor het Digibord
Werkbladen Bijbelverhalen Bijbellessen
OT Hebreeuws-Engels
NT Grieks-Engels

Naslagwerken
Belijdenissen
Een rijke bron

Missale Romanum + Afbeeldingen
Stripboek over Jezus
Christelijke Symbolen
Plaatjes Afbeeldingen Clipart
Evangelie op Postzegels

Harmonium Huisorgel
Godsdiensten en Religies
Herinnering aan Kerken

Christian Country Music
Muzikale ontspanning
Software voor Bijbelstudie
Hartverwarmende Klanken
Read and Hear the Holy Bible
 Luisterbijbel

Bijbel voor Slechtzienden Begrippenlijst   -1-   -2-

Meer weten over de Psalmen, gezangen, liturgieën, belijdenisgeschriften: Catechismus, Dordtse Leerregels en veel andere informatie? . Kijk opOnline-bijbel.nl
         
  (
What's good, use it)



Waard om te weten :

Een hartelijk welkom op de site
Deze pagina printen
Sitemap
Wie zoekt zal vinden


FAQ - HELP

Kerk
Zondag
Advent
Kerstfeest
Driekoningen
Vastentijd
Goede Vrijdag
Aswoensdag
Palmzondag
Palmpasen
De stille week
Witte donderdag
Stille zaterdag
Paaswake
Pasen - Paasfeest
Hemelvaartsdag
Pinksteren
Biddag
Dankdag
Avondmaal
Doop
Belijdenis
Oudjaarsdag
Nieuwjaarsdag
Sint Maarten
Sint Nicolaas
Halloween
Hervormingsdag
Dodenherdenking
Bevrijdingsdag
Koningsdag / Koninginnedag
Gebedsweek
Huwelijk
Begrafenis
Vakantie
Recreatie
Feest- en Gedenkdagen
Symbolen van herkenning
 
Leerzame antwoorden op levens- en geloofsvragen


Hebreeën 4:12 zegt: "Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden"Lees eens: Het zwijgen van God

God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.
Lees eens:  God's Liefde

Schat onder handbereik


Bemoediging en troost

Bible-people - stories of famous men and women in the Bible
Bible-archaeology - archaeological evidence and the Bible
Bible-art - paintings and artworks of Bible events
Bible-top ten - ways to hell, films, heroes, villains, murders....
Bible-architecture - houses, palaces, fortresses
Women in the Bible -
 great women of the Bible
The Life of Jesus Christ - story, paintings, maps

Read more for Study  
Apocrypha, Historic Works
 GELOOF EN LEVEN een
          KLEINE HULP VOOR  ONDERWEG