DE HEILIGE SCHRIFT - DE BIJBEL

II KRONIEKEN

De vindplaats van materiaal voor Bijbelstudie, geloofstudie, catechese, school, kring, persoonlijk geloof, studie thuis, kerk, club, nieuws, godsdienstonderwijs, zingeving en vooral heel veel mogelijkheden om je Bijbelkennis te vergroten. Blijf niet afhankelijk van anderen maar lees zelf de Bijbel. Investeer in geestelijke rijkdom.


De Studiebijbel is uitermate geschikt om de Bijbel te leren verstaan.

Je kunt een keus maken uit onderstaande tabel voor verdere studie
A = Verwijzing naar bijbeltekst met uitgebreide uitleg
B = Beknopte verhandeling over het hier gekozen bijbelboek
C = Verwijzing naar de verhandeling van een ander bijbelboek

Terug naar de Inleiding van deze serie


A B C
BIJBELBOEK
met
UITLEG


Oude Testament

Genesis Exodus Leviticus Numeri Deuteronomium Jozua Richteren Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia Maleachi


Nieuwe Testament


Mattheüs Marcus Lukas Johannes Handelingen Romeinen 1 Korinthiërs
2 Korinthiërs
Galaten Efeziërs Filippensen Kolossensen1 Tessalonicensen2 Tessalonicensen 1 Timotheüs 2 Timotheüs Titus Filemon Hebreeën Jakobus 1 Petrus 2 Petrus 1 Johannes 2 Johannes 3 Johannes Judas Openbaring


II KRONIEKEN


Het NDe boeken 1 en 2 Kronieken (Hebreeuws: דברי הימים) zijn boeken in het Oude Testament en in de Tenach. Er zijn 2 boeken, nu bekend als 1 Kronieken en 2 Kronieken, maar oorspronkelijk vormden zij 1 boek. In de Hebreeuwse indeling vallen de boeken onder de khethubim of hagiographa.

 Naamgeving
  Het boek draagt in het Mazoretisch Hebreeuwse de naam Divrei-HaYamim, oftewel "woord der eeuwen", maar kan ook vertaald worden als "handelingen der dagen". De splitsing in 2 boeken, ter wille van de omvang, vond voor het eerst plaats in de Septuaginta. Hier kregen ze de naam Paralipomenon, oftewel "wat over gebleven is", namelijk wat overbleef na 1 en 2 Samuël en 1 en 2 Koningen. In de Vulgata werd deze naam gehandhaafd. De opsplitsing in 2 delen vindt in Hebreeuwse uitgaven voor het eerst plaats in een rabbinale bijbel uitgave in Venetië, 1516-1517. Na de splitsing in 2 boeken worden ze in het Hebreeuws aangeduid als Divrei-HaYamim Alef en Divrei-HaYamim Bet.

  In protestantse kring wordt veelal aan de boeken gerefereerd als Kronieken, met de afkorting "Kron."; een naam die ook in rooms katholieke bijbels gebruikt wordt. De afkorting "Par." wordt vrijwel uitsluitend in de rooms katholieke literatuur gebruikt.

 HET TWEEDE BOEK DER KRONIEKEN

  In dit tweede boek der Kronieken wordt de geschiedenis van het volk Israël en hun koningen voortgezet tot de Babylonische ballingschap.

  Hoewel in dit boek ook gesproken wordt van de koningen van Israël, zo genoemd na de splitsing van het rijk, neemt men aan, dat de geschiedenis van Juda door Ezra is beschreven. Daarvoor heeft men gegronde redenen.

  De tien stammen van Israël waren zover van de ware leer afgeweken, dat ze door Gods bestiering door koning Salmanasser van Assyrië in gevangenschap uit hun land werden weggevoerd zonder hoop op verlossing.

  Juda daarentegen had zich beter aan de ware leer en godsdienst gehouden, zodat Juda dan eigenlijk alleen nog Gods volk genoemd kon worden.

  De voorkeur van Ezra gaat dan uit naar Juda. Daaruit, uit het koninklijke geslacht van David, moest uiteindelijk de Messias voortkomen. Daarom moest de geschiedenis van die koninklijke geslachten zo nauwkeurig mogelijk worden opgetekend.

  Werd in het eerste boek de geschiedenis van David uitvoerig vermeld, in dit tweede boek lezen we over de regering van Salomo, die zijn vader David opvolgde. Salomo is begaafd met grote wijsheid. Daarboven valt grote rijkdom hem ten deel en de waardering van de omringende volkeren.

  Maar vanwege zijn zonden is zijn rijk verdeeld toen zijn zoon Rehabeam hem op zou volgen.

  De tien stammen, die van Juda zijn afgescheiden kiezen Jerobeam als hun koning.

 Onder de vele koningen, die Juda gehad heeft, waren veel afgodendienaren, maar ook een achttal, dat min of meer in de ware leer bleef. Ook gebeurde het, dat een koning van het goede afweek naar het kwade, zoals Joas en Amazia, of van het kwade naar het goede, zoals Manasse.

  Maar God hield nooit op, zowel de koningen als de hele gemeente, tot bekering te roepen door middel van de dienst der profeten, die er in grote getale geweest zijn. Maar toen de meeste profeten door het volk werden gespot en veracht, heeft de Heer Juda laten overheersen door Nebukadnezar, de koning van Babel, die de Joden zeventig jaar gevangen heeft gehouden. Toen bracht Cyrus de heerschappij van de Babyloniërs aam de Perzen, waarbij hij de Joden hun vrijheid teruggaf. Hierover is uitvoeriger te lezen in de boeken Ezra en Nehemia.

  Hoewel niet iedereen het daarmee eens is, wordt aangenomen, dat dit tweede boek der Kronieken de geschiedenis van vierhonderdtwintig jaren beschrijft.

 Indeling
  De inhoud van de boeken kan in een aantal delen worden gegroepeerd:

  De hoofdstukken 1 Kronieken 1-9 bevatten een opsomming van geslachtsregisters, van Adam t/m de tijd van koning Saul;
 1 Kronieken 10 bevat het relaas van Sauls dood;
 1 Kronieken 11 t/m 29 betreft de regering van koning David;
 2 Kronieken 1-9 verhalen de regering van koning Salomo.
 De hoofdstukken in 2 Kronieken 12 t/m 36 bevatten een opsomming van de regering van de overige koningen van Juda, en noemen de terugkeer uit de Babylonische ballingschap.

 Ontstaan en auteur
  Het is niet onmogelijk dat deze twee boeken oorspronkelijk deel uitmaakten van een groter werk, waar ook de huidige boeken Ezra en Nehemia deel van uitmaakten. Een aanwijzing hiervoor is het einde van 2 Kronieken, waarvan de laatste verzen identiek zijn aan de eerste verzen van het boek Ezra.

  Omdat 2 Kronieken sluit met de terugkeer uit de Babylonische ballingschap, moeten de boeken samengesteld zijn na deze terugkeer. In de Joodse rabbinale traditie wordt Ezra als auteur gezien. De datering zou dan tussen 450 v.Chr en 435 v.Chr. liggen. Deze opvatting is tot in de 17e eeuw gehandhaafd. Ook in geest, stijl en woordkeus zijn er grote overeenkomsten tussen Kronieken en Ezra.

  Het geslachtsregister van David wordt opgesomd tot het zesde geslacht na Zerubbabel (1 Kronieken 3:19-24). Het bedrag benodigd voor de herbouw van de tempel wordt uitgedrukt in talenten (darics in het Hebreeuws), een munt die pas ten tijde van de Perzische overheersing in Israël gangbaar werd. Ook taalkundige kenmerken, zoals het gebruik van Aramees, pleiten voor een latere datering. De meeste moderne theologen komen hierdoor op een datering tussen 300 v.Chr. en 250 v.Chr..

  Omdat de geslachtsregisters tekenen van latere wijzigingen vertonen, het niet waarschijnlijk is dat latere auteurs oude bedragen naar de dan gangbare munten gaan omrekenen, en het doel van het boek beter past in een periode vlak na de terugkeer uit de ballingschap, houden orthodoxe (r.k.) theologen vaak vast aan Ezra of een tijdgenoot als auteur.

  De bronnen, waaruit de kroniekschrijver zijn werk compileerde, bestonden uit staatskronieken, registers en geslachtstabellen. Hier wordt in het boek aan gerefereerd (1 Kronieken. 27:24; 29:29; 2 Kronieken 9:29; 12:15; 13:22; 20:34; 24:27; 26:22; 32:32; 33:18, 19; 27:7; 35:25). Er zijn tussen de Kronieken en de boeken van Samuël en Koningen 40 parallellen te trekken, vaak woordelijk, die aantonen dat de schrijver deze bronnen kende en gebruikte (I Kronieken 17:18; vgl. II Samuël 7:18-20; en I Kronieken|II Kronieken 19; vgl. II Samuël 10, etc.).

 Thema en boodschap
  In hun algemene opzet zijn de boeken eerder didactisch als historisch. Het hoofddoel van de schrijver lijkt het presenteren van morele en religieuze waarheden te zijn. Religieuze instellingen krijgen soms meer aandacht dan politieke gebeurtenissen. "De geslachtsregisters in de eerste 9 hoofdstukken zijn voor de moderne lezer uitermate saai, maar voor de Joden uit die tijd een belangrijke bron van publieke staatkundige informatie. Ze vormden de basis voor de verdeling van het land, en voor de wijze en taakverdeling van de diensten in de tempel. Immers alleen de Levieten en hun nakomelingen hadden het recht in de tempel te dienen, en hun kwamen ook de eerstelingen van de oogst toe."

  Het onderwerp van de Davidische monarchie loopt als rode draad door deze twee boeken. De behandelde koningen zijn uitsluitend die van het zuidelijke koninkrijk, de koningen van het noordelijke tien stammenrijk worden niet vermeld.

  Een tweede rode draad wordt gevormd door de tempel. De verhuizing van de ark naar Jeruzalem krijgt hier meer aandacht dan in Koningen. Bij de regering van Salomo wordt verhoudingsgewijs zeer veel ruimte besteed aan de tempelbouw.

  De nadruk ligt op de koningen die God trouw zijn: David (I Kron. 10-29), 20 hoofdstukken; Salomo (II Kron. 1-9), 9 hoofdstukken; Asa (II Kron. 14-16), 3 hoofdstukken; Josafat (II Kron. 17-20) 4 hoofdstukken; Joas (II Kron. 23-24), 2 hoofdstukken; Jehizkia (II Kron. 29-32) 4 hoofdstukken. Koningen die "doen wat kwaad is in de ogen des Heeren" krijgen veel minder aandacht, vaak minder dan 1 hoofdstuk. De schrijver versterkt hiermee zijn boodschap: wanneer de mensen Hem zoeken, zegent hij hen met voorspoed, rijkdom en overwinning. Het verlaten van God valt samen met overheersing en aanvallen van buurvolken.

 Relaties met andere bijbelboeken
  Kronieken kan niet als samenvatting van Samuel en Koningen beschouwd worden. In vergelijking met Samuel en Koningen laat Kronieken veel onderwerpen weg die elders verhaald worden (II Samuël 6:20-23; 9; 11; 14-19, etc.), en bevat veel informatie die alleen hier voorkomt (I Kron. 12; 22; 23-26; 27; 28; 29, etc.). Twintig volledige hoofdstukken, en 24 delen van hoofdstukken met onderwerpen die niet in de beide andere boeken voorkomen. In een aantal gevallen worden onderwerpen meer in detail uitgewerkt, zoals de lijst van Davids helden (I Kron. 12:1-37), de verhuizing van de ark van Kirjath-Jearim naar de Berg Sion (I Kron. 13; 15:2-24; 16:4-43; vgl. II Sam. 6), Uzzia's huidvraat en de oorzaak hiervan (II Kron. 26:16-21; vgl. II Koningen 15:5), etc.

  Men heeft opgemerkt dat het boek vaak recentere namen gebruikt in plaats van namen en uitdrukkingen die in verval geraakt waren. Dit komt vooral tot uiting in nieuwe namen van plaatsen, zoals die in de dagen van de schrijver gebruikt werden, zoals Gezer (1 Kron. 20:4) in plaats van Gob (II Sam. 21:18), etc.

  Er wordt in het Nieuwe Testament aan deze boeken gerefereerd, maar zonder teksten woordelijk te citeren (Hebreeën 5:4, vgl 2 Kron. 26:16; Mattheus 12:42; 23:35 (vgl. 2 Kron. 24:21); Lukas 1:5 (vgl. I Kron. 24:10); 11:31, 51.

 UITVOERIGER INHOUD

 2 Kronieken 1: 1 -17
  God verschijnt aan Salomo te Gibeon met de vraag wat hij het liefste zou willen hebben. Salomo vraagt geen macht of rijkdom. Hij vraagt een verstandig hart. Hij wil net zoals zijn vader een goede knecht van God zijn. Daarom geeft de HERE hem wat hij had gevraagd. En alles wat hij níet gevraagd had, krijgt hij óók. Wat had ú geantwoord als de HERE dit aan u gevraagd had?
  Salomo's antwoord wordt wel eens gezien als een voorbeeld van bescheidenheid, die God honoreert. Maar het gaat hier om wat anders. 'Geef God en zijn Koninkrijk de hoogste plaats in uw leven. Hij zal dan in alles voor u zorgen' (Matteüs. 6: 33).

 2 Kronieken 1: 18 - 2: 17
“Zie, ik ga een huis bouwen voor de naam van de HERE, mijn God...”, zegt Salomo (2: 4). Een huis voor de naam… Vreemd! Waarom zou je een huis bouwen voor een naam? Maar dat wordt natuurlijk ook niet bedoeld. Gods naam is veel meer dan alleen een woord waarmee je Hem kunt aanspreken. Gods naam, dat is Hij zelf. God zoals Hij voor ons wil zijn.
  Nú is er geen tempel meer. De HERE wil dat wíj, zijn gemeente, zijn tempel zijn, zodat Hij kan wonen in ons hart (1 Corinthiërs 3: 16,17; 6: 19,20). Ook in zijn eeuwig Koninkrijk zal er geen tempel zijn (Openbaring 21:22), maar zal Hij steeds bij ons zijn en wij bij Hem (Openbaring 21: 1-5a).
  Waarom is er nu geen stenen tempel meer nodig?

 2 Kronieken 3
“Toen begon Salomo met de bouw van de tempel te Jeruzalem op de berg Moria…” (vers 1)
  Er is al eerder op deze plek geofferd. Lang geleden al. In Genesis 22 lezen we dat Abraham met zijn zoon Izaäk naar de berg Moria moet om zijn zoon te offeren. Uiteindelijk komt dat nog net goed. De engel van de Here houdt Abrahams hand tegen en zorgt voor een plaatsvervangend offerlam. Dat gebeurde op deze zelfde berg. In de toekomst zal er veel geofferd worden op deze zelfde plek. Want hier bouwt Salomo de tempel. Dag in, dag uit zal hier geofferd worden. Om de zonden te verzoenen, om de straf voorbij te laten gaan. AI die offers kijken vooruit naar het ene offer dat straks gebracht zal worden. Het bloed op de berg Moria schreeuwt om Golgota. De toorn van God wordt gestild door het vloeien van het bloed van zijn Zoon. Om stil van te worden!

 2 Kronieken 4
  Churam maakte een bronzen altaar, een rond bassin dat 135.000 liter water kon bevatten, tien wasketels, tien gouden kandelaars, tien tafels, 100 offerschalen. Hij legde een binnenplein aan voor de priesters, en een voorplein. Verder maakte hij twee kunstig versierde zuilen, tien spoelkarren, tien ketels in de karren, potten, scheppen en vleesvorken. Hiermee had de tempelbouw in een tijdsverloop van 20 jaar sinds zijn begin, zijn beslag gekregen. Toen Salomo alle werkzaamheden aan de tempel had voltooid, gaf hij de geschenken die zijn vader David aan de HERE had gewijd, een plaats in de schatkamers van de tempel, samen met het zilver en het goud en de andere voorwerpen (5: 1). Er was dus nog heel veel over dat niet gebruikt was.

 2 Kronieken 5
“Toen al het werk, dat Salomo aan het huis des HEREN deed, voltooid was…” (vers 1). Feestelijk wordt de tempel ingewijd. Allereerst door de HERE zelf. Zijn wolk van eer vult het huis, net als indertijd de tabernakel toen die werd opgeleverd. Pas hierna kunnen de priesters met hun ambtswerk beginnen.
  Ook al staat er geen beeld, onmisbaar onderdeel van een afgodstempel, Salomo's tempel is niet leeg. Dat bewijst de wolk wel.
  Nu heeft God een vaste plaats. De plaats van zijn uitverkiezing, zoals dat in meer dan één psalm heet. Plaats van zijn rust onder zijn volk. Dat volk heeft Hij rust gegeven.

 2 Kronieken 6: 1 - 21
“Zou God dan waarlijk bij de mensen op aarde wonen? Zie, de hemel, zelfs de hemel der hemelen, kan U niet bevatten, hoeveel te min dit huis dat ik gebouwd heb!” (6: 18).
  God is de Onmetelijke. Hierdoor onderscheidt Hij zich van alles wat schepping is. Het geschapene kent afmetingen. God niet.
 Wat bedoelt Salomo te zeggen? Dit: ik heb nu de tempel laten bouwen. Kosten noch moeite gespaard. Een huis voor de God van Israël. Maar niet om Hem nu hierin te vangen. Om over Hem te beschikken naar eigen goeddunken. Zou de HERE zich laten insluiten in zo’n kleine ruimte als de tempel is? God is vrij en alomtegenwoordig.
  Salomo bouwt in de erkenning van Gods grootheid en eigen kleinheid. Hij heerst niet over God, maar God over hem. In antwoord hierop wil de HERE dan bij zijn volk wonen en vanuit zijn huis hen horen op hun gebed.
  Het blijkt steeds opnieuw dat Gods verblijf onder mensen goddelijke gave is. Laten wij Hem steeds tegemoet treden met de juiste belijdenis van Hem en met de juiste kijk op onszelf!

 2 Kronieken 6: 22 - 42
“Nu dan, sta op, HERE God, naar uw rustplaats, Gij en de ark uwer sterkte. Laten uw priesters, HERE God, zich bekleden met heil, en uw gunstgenoten zich in het goede verheugen” (6: 41).
  Salomo heeft gevraagd om verhoring van gebeden, opgezonden vanuit of in de richting van de tempel. Hiermee vroeg hij om doorgaand verbondsverkeer op grond van de dienst van de verzoening. Op grond van Gods eigen plaats bij zijn volk, naar Gods eigen belofte.
 David heeft Gods oorlogen zegevierend gevoerd. De tempel is onbedreigd. Daar is Gods rustplaats onder zijn volk. De ark heeft zijn kracht bewezen. Tijdens de uittocht, op het slagveld en in vijandelijk gebied. Het was de kracht van de Heilige.
  De plaats van Gods rust is de bron van Gods lust in zijn volk. Dat maakt zijn rustplaats heerlijk. Daar is Gods volk goed terecht. Dat maakt van het leven een feest!

 2 Kronieken 7
  Salomo heeft de bouw van Gods tempel voltooid. De feestelijke inwijding heeft plaatsgevonden. Een lang en indringend gebed is opgestegen naar boven. Nu komt Gods antwoord. Salomo had gebeden: “Here, laten uw ogen dag en nacht geopend zijn over dit huis” (6: 20). God zegt nu: “Mijn ogen zullen er zijn. Alle dagen!” (7: 16).
  Elke keer als een Israëliet de tempel binnenkomt, zal de Here hem zien. Hij ziet hoe die man of die vrouw daar komt. Hij kijkt immers in het hart van de mensen. Hij ziet het wanneer die tempelgang alleen maar uiterlijk vertoon is. Maar Hij ziet ook wanneer de tempelganger gebukt gaat onder schuldbesef. En wanneer hij verlangt naar zijn genade. Hij ziet de moeiten waar mensen mee worstelen.
 Diezelfde God woont vandaag onder ons. In de gemeente die zijn tempel is. Zijn liefde is in Christus naar ons toegekomen. Wie vol verwachting naar Hem opziet, kijkt in vriendelijke ogen. Ogen die vertellen dat Hij ons een warm hart toedraagt.

 2 Kronieken 8: 1 - 9: 12
  Nadat koning Salomo grootse dingen voor God had mogen doen, zoals de bouw en de inwijding van de tempel, breekt er een periode van betrekkelijke rust aan. Intussen heeft de roep over zijn wijsheid zich verbreid in alle omliggende landen, zelfs tot ver in het zuiden van Arabië, in Seba (of Saba), het tegenwoordige Jemen aan de Rode Zee. De koningin van Seba onderneemt een reis naar Jeruzalem om Salomo te bezoeken. De schatten die zij meebrengt en aanbiedt, zijn indrukwekkend. Van grote waarde zijn vooral de gesprekken, de uitwisseling van gedachten en het oplossen van allerlei vraagstukken. Vooral de eer die deze vrouw aan de HERE, de God van Israël, brengt en de erkenning van zijn geweldige macht en majesteit maken dit bezoek tot een hoogtepunt.
  Van van-God-gekregen-wijsheid gaat een getuigenis uit. Salomo is een voorbeeld van Jezus, de Vredevorst, die in Gods naam een beleid van overvloed en gerechtigheid ten toon zal spreiden.
  Wij mogen uitzien naar de totale vervulling van die belofte in Jezus' komende Vrederijk.

 2 Kronieken 9: 13 - 31
  Met al z’n rijkdom, wijsheid en vredesregiem is Salomo toch niet dé koning. De enige Vredebrenger is Hij die van Zichzelf kan zeggen: ‘... meer dan Salomo is hier’ (Matt. 12: 42). Aan Jezus is geen wijsheid verleend, Hij is Gods wijsheid in eigen persoon.
  Ook hebben Salomo’s rijkdom en wijsheid niet kunnen verhinderen dat hij net als zijn vader David ‘de weg der gehele aarde’ moet gaan (2 Kon. 2: 2). De overwinning op de dood blijft voorbehouden aan de grote Zoon van David!

 2 Kronieken 10: 1 - 11: 17
 Hier begint het laatste hoofddeel van Kronieken, dat loopt tot aan hoofdstuk 36. Opvallend is dat Juda alle aandacht krijgt, terwijl het noorden genegeerd lijkt te worden. Kronieken volgt de lijn van de beloften van de HERE aan David. Dwars door alles heen zal eenmaal de Messias komen. Achter de schermen van de geschiedenis zit het geheim van de verkiezende God. Tegelijkertijd is juist in Kronieken zichtbaar gemaakt hoezeer ons handelen en onze menselijke keuzes door de Here serieus genomen worden.
 Rechabeam kijkt uit de hoogte neer op “dit” volk. Het niet “verstaan” van het volk heeft grote gevolgen. De HERE heeft het ingeweven in zijn handelen met Israël. De straf op de zonde van Salomo wordt zo voltrokken.

 2 Kronieken 11: 18 - 12: 16
  In 12:14 klinkt een sleutelbegrip uit het boek Kronieken: “de Here zoeken”. Van Rechabeam als koning zijn best positieve dingen te zeggen. Maar zijn hart was niet op God gericht. In de eerste jaren van zijn koningschap maakte hij dankbaar gebruik van de steun van hen die naar Juda waren geëmigreerd vanwege de afgodische praktijken onder Jerobeam. Maar toen hij zijn macht eenmaal gevestigd had bleek zijn trouw aan de wet van God een politieke zet. Zo kiest hij ook eieren voor z’n geld als de profeet Semaja uit de doeken doet hoe het zit met de inval van Sisak, de koning van Egypte. Maar van echte overgave aan de Here is geen sprake. Erg is dat: mensen die “geloven” in God, maar toch hun eigen gang gaan. Dat geldt toch niet voor u? Of……?!

2 Kronieken 13: 1 - 23
 In het licht van 1 Koningen 15:1-8 is dit een merkwaardig hoofdstuk. Van Abia valt bepaald niet te zeggen dat hij deed wat goed en recht was in de ogen van de HERE (14:2-5). Het lijkt erop dat Abia een vechtersbaas was, politiek en militair in een fel conflict met Jerobeam verwikkeld. Abia gebuikt in die strijd theologische argumenten. Daarmee steekt hij z’n eigen mensen een hart onder de riem en brengt hij gelovige broeders uit het noorden in verwarring. Wat hij zegt is formeel theologisch waar en krijgt in de dagen van het schrijven van Kronieken een nieuwe spits richting de Samaritanen. God schenkt de overwinning maar dat staat vooral in het kader van het oordeel over Jerobeam. Gods geopenbaarde wil (11:4) wordt immers met voeten getreden. Er is een grote slachting onder broeders.

 2 Kronieken 14: 1 - 14
 Asa wordt beschreven als een vrome koning. Hij is de HERE met hart en ziel toegewijd. Niet alleen worden heidense zaken opgeruimd, het volk wordt ook opgeroepen de HERE te “zoeken” (vers 4). Men maakt ernst met het Woord van God. De vrede die er mag zijn wordt getekend als zegen van God. Het land bloeit op.
  Dan volgt een geweldige bedreiging. De Kusieten zijn hier waarschijnlijk bedoeïenen. Hun aantal wordt symbolisch aangeduid als “duizendmaal duizend man”: een onoverwinnelijk leger. De 300 wagens geven een realistischer beeld. Bij de aantallen soldaten van Juda en Benjamin is het woord “1000” waarschijnlijk op te vatten als “militaire eenheid”.
Als Asa zijn kracht zoekt bij de HERE blijkt hoe machtig hij op die manier is!

 2 Kronieken 15
  Als Asa is teruggekeerd in Jeruzalem richt de HERE via Azarja het woord tot hem. Het is een oproep aan de koning om Gods wetten serieus te nemen. Het antwoord van Asa is een cultische reiniging van het land. Alles wat te maken heeft met de afgoden wordt weggedaan. In dat kader moeten we ook vers 13 lezen. Het gaat daar niet om gedwongen bekeringen maar om Gods straf op de afgodendienst (vergelijk Deuteronomium 17: 2-7).
 Asa ontziet bij de reiniging van het land niemand, zelfs niet zijn oma Maäka, die als “gebiedster” heel wat in de melk te brokkelen had.
  In positieve zin erkent hij de HERE door in allerlei situaties offers te brengen. Ondanks zijn ijver lukt het hem echter niet definitief af te rekenen met de offerhoogten.

 2 Kronieken 16
  De Bijbel is een eerlijk boek. We lezen in de laatste regeringsjaren ook negatieve dingen van Asa. Zijn vertrouwen op de HERE is bij het klimmen van de jaren niet sterker geworden. Heeft de voorspoed tot hoogmoed geleid?
 Basa, de koning van Israël, daagt Asa uit via militair-strategische speldenprikken. Asa reageert door steun te zoeken bij zijn politieke bondgenoten. Hij verwacht het van tactische tegenzetten. Als de HERE hem daarover terecht wijst wordt Asa boos. De boodschapper van Gods Woord komt achter de tralies en ook anderen krijgen het er van langs. Als Asa daarop ziek wordt zoekt hij “zelfs in zijn ziekte” geen hulp bij de HERE, doch uitsluitend bij doktoren…. Hoe is dat bij ons? Zijn wij wél op Hem gericht?

 2 Kronieken 17
  Josafat, de zoon van Asa, “zocht” de God van zijn vader en “wandelde” in overeenstemming met de geboden van de HERE. De HERE zegende hem geestelijk, politiek, militair en economisch. Er is vrede en voorspoed.
  Opvallend is dat Josafat zorg draagt voor een stuk geestelijk onderwijs van zijn volk. Daarbij nemen de levieten een bijzondere plaats in. De boeken Kronieken, Ezra en Nehemia laten vaker uitkomen dat juist de levieten zich bezig hielden met onderricht in Gods Woord.
 Als wij deze dingen lezen kunnen we onszelf de vraag stellen welk belang wij hechten aan het onderwijs in en vanuit het Woord van de HERE. Hoe kunnen wij dit onderwijs steunen en stimuleren?

 2 Kronieken 18: 1 - 19: 3
  Het zijn sterke schouders, die de weelde van de voorspoed kunnen dragen…. Evenals zijn vader Asa raakt Josafat gevangen in menselijke strategieën. Josafat kiest er uit politieke overwegingen voor om zijn zoon te laten trouwen met een dochter van koning Achab. Daarmee haalt Josafat zich heel wat op de hals. Hij raakt betrokken in een militaire expeditie waarbij Achab het leven laat. De HERE had Achab gewaarschuwd, maar hij wilde niet luisteren. In de strijd roept Josafat de HERE te hulp en hij wordt gered. Na de strijd richt God via de ziener Jehu het woord tot Josafat om hem te waarschuwen voor vriendschap met wie de HERE haten. Het “zoeken” van God heeft ook gevolgen voor de keuze van je vrienden. Wat zou dit vandaag kunnen betekenen voor jou?

 2 Kronieken 19: 4 - 20: 12
  Na het onderwijs regelt Josafat ook de rechtspraak. Wij kunnen ons nauwelijks voorstellen hoe belangrijk dit is. Prachtig hoe de rechters gewezen worden op de HERE die op hun spreken van recht toeziet als de hoogste Rechter. Trouwens bij elk beroep en elke handeling kunnen we ons dit aantrekken: doet alles ter ere van God!
 Dan wordt Josafat ineens met heel andere problemen geconfronteerd. Een groot leger trekt tegen hem op. Ook hier wordt de HERE bewust bij betrokken. In vasten en bidden verootmoedigt het volk zich. Men richt zich in de tempel tot God om hulp. Een grote plaats is ingeruimd voor de belijdenis van het geloof. Opvallend is hoe men vanuit het Woord van God de Here vrijmoedig tegemoet treedt met diens eigen woorden en daden!

 2 Kronieken 20: 13 - 37
 Heel het volk is nauw betrokken bij het smeken van God om hulp. De HERE geeft antwoord via de profeet Jachaziël. Men hoeft niet bang te zijn, want de HERE zal voor hen strijden.
  Dit woord wordt in geloof ontvangen. Vanuit het geloof klinkt de lofzang al voordat er gestreden wordt. Wat normaal gesproken een reactie op een overwinning is, gaat hier aan de strijd vooraf….
Op het moment dat Juda de HERE prijst, gebeurt er iets wonderlijks. Het leger van de vijand wordt vanuit hinderlagen overvallen. We weten niet of dit bedoeïenen, Judeeërs, engelen of delen van het vijandelijke leger waren. Maar het vijandelijke leger keert zich vervolgens tegen zichzelf en Juda kan zo maar de buit op halen…..

2 Kronieken 21
  De toenadering tot het tienstammenrijk Israël heeft Josafat enkel narigheid opgeleverd. Josafat zelf bleef de HERE trouw. Maar onder diens zoon Joram ging het helemaal fout. Gehuwd met een dochter van Achab, liet Joram zich inspireren door de praktijken van Achab. Mensenlevens, zelfs van broers, waren daarbij niet in tel. Uit angst de macht te verliezen werd er een slachting onder familieleden aangericht.
 Ook op godsdienstig vlak werd de mode uit het noorden gevolgd. Joram ging voorop in het dienen van andere goden.
 De schrijver van het boek Kronieken laat in zijn weergave van de geschiedenis uitkomen dat er op zoiets geen zegen kan rusten.

 2 Kronieken 22
  We komen hier nog een zwarte bladzijde tegen uit de geschiedenis van Juda. We lezen van moord en doodslag, van ongehoorzaamheid aan God op allerlei terreinen van het leven. Dit alles heeft te maken met de totaal verkeerde koers van de koningen van Juda. Ze oriënteren zich op de politiek van het huis van Achab. Daarmee wordt zelfs de toekomst van het huis van David op het spel gezet.
  Maar de HERE blijft trouw aan zijn Woord (zie ook 2 Kronieken 21:7) en zorgt ervoor dat één van de prinsen aan het bloedbad ontkomt. De brandende lamp was het symbool van het bewoonde huis. Zo bleef het huis van David “bewoond” en ging de geschiedenis door naar de komst van die grote zoon van David: onze Heiland Jezus Christus!

 2 Kronieken 23
  Wonder boven wonder blijft de kleine Joas gespaard. Zijn oom, de priester Jojada, is niet alleen getrouwd met een prinses, maar blijkt zelf ook politiek-militair inzicht te hebben. De zorgvuldig geplande staatsgreep wordt -onder Gods zegen- perfect uitgevoerd.
  Jojada maakt gebruik van het moment om Juda erop te wijzen dat men Gods eigen volk is. Er wordt een verbond gesloten waarin koning, priester en volk zich opnieuw toewijden aan de HERE. Door de dingen vast te leggen wordt afgerekend met vrijblijvendheid. Er wordt een keuze gemaakt waaraan men elkaar kan houden.
 Hierna rekent Jojada af met de macht van de Baäl-cultus in Jeruzalem. Hij heeft nu ook de vrije hand om de dingen rondom de dienst aan God passend te regelen.

 2 Kronieken 24
  De regeringstijd van Joas valt in twee delen uiteen. Zolang Jojada leeft is Joas gericht op God en zijn dienst. Joas weet geld en enthousiasme los te maken voor de restauratie van de tempel.
  Na de dood van Jojada laat Joas zijn oren hangen naar de adel van Juda. Er komt weer ruimte voor de afgodendienst. De HERE stuurt profeten om koning en volk te waarschuwen, maar men weigert te luisteren. Joas laat zich zelfs betrekken in een samenzwering om Zekarja, de zoon van Jojada, uit de weg te ruimen. Een valse aanklacht leidt tot het vonnis: dood door steniging. Het wordt nota bene op het tempelplein voltrokken….
De HERE neemt het niet. Een klein vijandelijk leger krijgt Juda op de knieën. De koning raakt gewond en wordt terwijl hij ziek te bed ligt via een samenzwering gedood…..

2 Kronieken 25
  Het hart van koning Amasja is verdeeld (2). Dat blijkt in zijn leven. Aan de ene kant respecteert hij de wet die Mozes aan Gods volk mocht geven. De kinderen hoeven niet te sterven als gevolg van de zonden van hun vaders (Deut. 24:16). Hij vertrouwt op Gods hulp in de strijd (Israëls huurleger heeft hij niet nodig). Bij hem is helaas ook een andere kant. De goden van het verslagen heidenvolk –de HERE helpt dus!- worden door hem op een voetstuk gezet. Zelfs gaat hij er voor op de knieën (14).
  Gods toorn kan dan ook niet uitblijven. Amasja verliest de strijd tegen Israël en zelfs wordt tempelgerei als buit geroofd. Het levenseinde van deze koning is diep triest. Ook hij komt door een samenzwering om het leven.
  Dienen wij de HERE met een toegewijd hart?

 2 Kronieken 26
  Wat lijkt het prachtig te gaan met koning Uzzia. Hij leeft naar de goede leer. Zoekt echt God en ontvangt royaal loon. God maakt zijn regering voorspoedig. Wijd en zijd wordt dit erkend. Wie op God vertrouwt, wordt 'wonderbaar' (15) gebouwd.
 Maar dan stijgt de roem hem naar het hoofd. Behalve koning wil hij zich ook als priester laten gelden. Moedig treden de priesters hem tegemoet. Ze waarschuwen de koning met klem. Die laat zich door niemand meer gezeggen. Dan moet God wel gaan spreken. Zichtbaar vertoont zich bij Uzzia de melaatsheid. Het gevolg is dat hij ook als vorst terzijde komt te staan. Tot aan zijn dood moet hij als een afgezonderde leven. Zelfs zijn graf komt apart te staan. 'Hij was melaats' (23)..
  Hoogmoed doet een mens diep vallen.

 2 Kronieken 27
  Eindelijk komt er een koning bij wie woord en daad ineen vloeien. Jotam weet zijn plaats als vorst. Dus gaat hij zich niet als een priester gedragen. Deze koning wil God dienen zoals het hoort. Alleen dit bekoort het volk niet. In 2 Koningen 15:35 lezen we dat het volk nog steeds offert op de hoogten. Een mens is hardleers. Toch volhardt Jotam. Hij blijft standvastig in het geloof. Wij lezen van geen strijd in zijn levenstijd.
  Deze rust in Juda en Jeruzalem kon wel eens te maken hebben met ’s konings standvastige geloofswandel. Leven naar Gods geboden loont. Pak de Heidelbergse Catechismus er maar eens bij (24 en Antwoord 86)

 2 Kronieken 28
  Wie dit hoofdstuk leest, schrikt. Huivert. Kan zoiets in Juda/ Jeruzalem gebeuren? Kan de kerk zo diep verwereldlijken?
 Wàt kan een mens zijn Schepper krenken (25). Achaz wil niets meer met God te maken hebben. De tempel laat hij dicht spijkeren. Hij verklaart de God van zijn vader David (2) voor dood.
 Ziet deze koning dan niet hoe dan alles moet vastlopen? Dat vanaf nu van alle kant de vijanden zullen toeslaan? Ze worden van Hogerhand gezonden (19). De HERE laat niet met zich spotten. Nooit.

 2 Kronieken 29: 1 - 19
  Wàt een verrassing is de zoon van Achaz! Meteen -'in het eerste jaar zijner regering, in de eerste maand' (3)- gaat Hizkia over tot reformatie. De door zijn vader ontwijde tempel wordt gereinigd. De Levieten krijgen van de nieuwe vorst duidelijke bevelen. Haal al (!) het onreine weg uit Gods heiligdom. Dat is de enige weg om aan Gods toorn te ontkomen (8). Hizkia ziet verband tussen Gods oordelen en Israëls ontrouw. Zijn begeerte is het om het verbond met de HERE te vernieuwen (10). Hij vindt medewerkers. Levieten en ook priesters (16) laten zich inschakelen. Na 16 dagen is de tempel schoon. Er is geen spoor meer te zien van de vreselijke ontwijding van Achaz.
  Reformatie bestaat uit daden. Zonder omwegen en meteen. Wàt is de HERE goed dat Hij mensen aanspoort om helemaal te gaan voor zijn dienst. De daad van 1 (Hizkia) zet velen aan het werk. Waarom zou dat vandaag niet kunnen?

 2 Kronieken 29: 20 - 36
  Er blijven verrassingen komen. Tot in het laatste vers: 'want onverwacht was deze zaak geschied' (36) klinkt dit door. Wie had dit een maand geleden kunnen vermoeden? Een eerbiedige en feestvierende menigte bij een totaal gereinigde tempel… Niet te geloven, maar het is toch echt waar. Ook in de kerk gebeuren wonderen!
  Hizkia staat er vroeg voor op. Hij kan niet langer wachten. De oversten van de stad gaan mee. Ja, velen uit het volk zijn present. Eerst het zondoffer (21), want wat we allen diep gezondigd. Alleen via bloed van offerdieren is verzoening mogelijk (Leviticus 17:11). Maar als dit gedaan is, kan de muziek klinken. Een lied vol vreugde wordt aangeheven. Velen vieren met een blij hart dat het weer goed is tussen de HERE en zijn volk.
  Dit is voor een mens op aarde de grootste vreugde.

 2 Kronieken 30: 1 - 15a
  Hizkia heeft een droom. O, als Juda en Israël eens weer samen de HERE gaan dienen. Dat zou toch geweldig zijn. Als koning heeft hij de macht om aan de verwezenlijking van deze droom te werken. Velen van zijn volk weet hij enthousiast te maken. Er groeit verlangen om samen het Pascha te vieren. Pascha: het feest van de bevrijding uit het slavenhuis Egypte. De HERE greep toen immers in met krachtige hand. En Hij blijft dezelfde. 'Want genadig en barmhartig is de HERE, uw God: Hij zal het aangezicht niet van u afwenden, indien gij tot Hem wederkeert' (9b). Jeruzalem geraakt vol! Velen geven de HERE hun hand (8). Het is Gods hand, die bewerkte dat zij één van zin werden.
  Dat kan dus. Gelovigen die elkaar vinden in het samen dienen van hun God. Zich één voelen in het dienen van HERE en daar ook samen vorm aan geven. Wat we lezen in 2 Kronieken 30 roept verlangen op. Wie droomt niet eens van de ware zichtbare eenheid van al Gods kinderen?
  Bemoedigend is te weten dat Gods hand wonderen kan bewerken. Hij kan trouw maken. Geven wij de HERE de hand (8)? Als we dat echt doen, dan kan dat voor de zichtbaarheid van Christus' gemeente op aarde wel eens prachtige gevolgen hebben. Daar bad ook de Heer van de kerk vol verlangen om (Joh. 17:20-23).

 2 Kronieken 30: 15b - 27
  Vreugde golft door Jeruzalem (21,23,25,26). Zoiets geweldigs was sinds koning Salomo niet meer voor gekomen in de tempelstad. Zeven dagen feest vinden ze te kort. Ze kunnen nog niet van elkaar scheiden. Graag willen ze samen hun dank aan de goede God nog langer vreugdevol gestalte geven.
 Koning Hizkia –wàt kijken we hem hier in het hart- verschaft royaal de middelen. Duizenden offerdieren stelt hij beschikbaar. Het is nu de tijd om God uitbundig te danken.
 Nog een ding kan de lezer hier opvallen. De koning is allereerst een voorbidder voor zijn volk (18 en 19). Van de priesters wordt met nadruk gezegd dat hun biddende stem doordrong tot in de hemel (27).
  De gebedshouding siert ons mensen. Daarmee eren we de HERE het meest.

 2 Kronieken 31
  Onder de regering van Koning Hizkia vindt er in Juda een reformatie plaats. Israël keert terug naar God. De tempel in Jeruzalem wordt gerestaureerd en gereinigd. De erediensten en de feesten worden in ere hersteld. De Israëlieten bekeren zich metterdaad tot de HERE, de God van het verbond. Voor de Israëlieten na de ballingschap – ik ga ervan uit dat Ezra het boek Kronieken heeft geschreven om Israël te bemoedigen – moet het een geweldige troost en stimulans zijn, dat er continuïteit is: God gaat verder met hen. De eredienst toen en nu, de tempel toen en nu, ze wijzen naar dezelfde God die trouw is aan Zijn Woord! In dit kader staan ook de bijdragen, heffingen, regelingen en registers in verband met de tempeldienst: “met getrouwheid wijdden zij zich aan het heilige.” Hizkia zocht God en was voorspoedig. Zo gaat het iedereen die met volle toewijding trouw is aan de HERE.

 2 Kronieken 32: 1 - 23
  Hizkia blijft trouw aan de HERE, ook in moeilijke tijden. Wanneer Sanherib van Assur de steden van Juda belegert, neemt Hizkia wel allerlei maatregelen om Juda te verdedigen. Maar voor alles roept hij hen op om niet bang te zijn, want – zegt hij – “met ons is meer dan met hem. Met hem is een vleselijke arm, maar met ons is de HERE, onze God (dat zei Elisa vroeger ook al, 2 Kon. 6:16-17). Ook al probeert Sanherib dat met zijn brallende woorden te ontkennen (climax in vs 15), Juda gaat niet om voor zijn angstoffensief. Zij doorzien de dwaze fout van Sanherib: hij beschouwt de levende God als ‘maaksel van mensenhanden’. Hij zal er wel achterkomen. Het loopt slecht met hem af. Maar Hizkia is bij alle volken hoog geëerd. God geeft ieder die Hem dient een hoge titel en veel roem (vgl. Fil. 2:9-11).

 2 Kronieken 32: 24 - 33
  Toch blijkt ook die trouwe Hizkia een ‘gewoon mens’, zelfs nadat God hem op wonderlijke wijze van een dodelijke ziekte heeft genezen. Ook al weet Hizkia dat hij zijn leven aan God te danken heeft, al dat aanzien van de volken stijgt hem naar het hoofd. Hij wordt hoogmoedig. Maar Goddank, Hizkia heeft berouw en bekeert zich tot de HERE. Hizkia doorstaat de geloofsbeproeving. God weet wat in Hizkia’s hart is en zegent hem daarom met grote rijkdom en luister. Zo is Hizkia een zoon van David: een gelovig man, getypeerd door zijn vrome daden. In Christus, de ware Zoon van David, is het leven van Hizkia en van iedere christen (gezalfde!) gegarandeerd.

 2 Kronieken 33
  Dan wordt Hizkia’s zoon Manasse koning over Juda. Wat een vreselijke schok: hij is het tegenbeeld van zijn vader. Hij doet precies het tegenovergestelde. Wat Hizkia zorgvuldig heeft opgebouwd, breekt Manasse tot de grond toe af; wat Hizkia weloverwogen heeft vernietigd, bouwt hij weer op. Het is in één woord schandalig. Hij krenkt de naam van de HERE waar hij maar kan. De duivel is in Manasse en in Juda gevaren. Ze doen meer kwaad dan de volken om hen heen. De wereld op zijn kop. God kan dit niet aanzien en komt met zijn straf: Manasse wordt door de generaals van Assur aan haken en kettingen weggevoerd. Weg uit Gods ogen. Dan erkent Manasse dat de HERE God is. God opent zijn ogen, Manasse bekeert zich en mag van God weer koning zijn. God is goed, barmhartig, liefdevol voor Manasse, voor iedere zondaar die tot bekering komt. Hij sluit elke verloren zoon die terugkomt, in Zijn armen (Luk. 15). Opnieuw is er reformatie. Juda komt terug bij de HERE. En dan is het ook weer: God met ons. Jammer dat Manasse’s zoon Amon dat niet heeft ingezien. Hij moet zijn slechte daden met de dood bekopen.

 2 Kronieken 34: 1 - 21
  Opnieuw komt in Juda een wending, maar nu ten goede. Koning Josia, die van huis uit geen echte geloofsopvoeding had meegekregen, begint als hij 16 jaar is 'de God van zijn vader David te zoeken' (3).
 Hij ziet dan helder zijn taak voor zich. Wèg moeten de Baäls en heel die afgodendienst. Hij gaat grondig te werk (5) en kijkt heel breed (6v.). Ook buiten Juda en Jeruzalem valt er veel te reformeren. Deze koning is daadkrachtig! Vanzelfsprekend verlangt hij het huis des HEREN te herstellen. Er wordt royaal geld beschikbaar gesteld en ook dat werk wordt krachtig ter hand genomen (12v).
  Dan de verrassing. De priester Hilkia vindt 'het boek van de wet des HEREN' (15). Een gedeelte van Deuteronomium? Als de koning hoort wat voor altijd staat geschreven, gaat hij de diepte van de zonde van het volk beseffen. Gods toorn is terecht. Hij maakt zich klein voor God. Alleen zo is er uitkomst voor een mens. En toekomst.

 2 Kronieken 34: 22 - 33
  De profetes Chulda mag vorst en volk op de hoogte brengen van Gods plannen. Inderdaad zal Gods toorn over de vreselijke zonde van afgoderij komen. Wat staat geschreven in o.a. Deut. 28:15-68 zal werkelijkheid worden. Alleen komt de straf nog niet direct. De HERE heeft de verootmoediging van koning Josia gezien. Daarom zal het onheil niet meteen komen.
  De koning beseft wat hem te doen staat. 'Het gehele volk van groot tot klein' op de hoogte brengen. Ieder moet horen wat staat geschreven in het boek van het verbond. Laat er toch verbondstrouw mogen groeien bij het volk.
 De reformatie zit Josia hoog. Hoe diep heeft het door gewerkt? En vooral: maken wij ernst met Gods verbond?

 2 Kronieken 35: 1 - 19
  De bijbel levert de lezer steeds verrassingen op. Kijk maar naar vers 3. Moet de ark in de tempel gezet? Maar daar stond ze toch al (1 Kon. 8:6)? Daar mocht ze toch niet worden weggehaald?
  De beste verklaring lijkt me dat koning Josia constateert dat de levieten de heilige ark niet meer behoeven te dragen, dat die rustig in de tempel kan blijven staan en dat de Levieten dus andere taken moeten verrichten. Vers 3 is beter te lezen als: gij hebt geplaatst.
  Nu die andere taak krijgen ze! Het Pascha moet binnenkort gevierd en daarvoor dient heel wat geregeld. Dat moet secuur gebeuren. Precies zo als is voorgeschreven (4,6).
  Het wordt een groots feest. Zoiets is in eeuwen niet gebeurd (18). Ieder mag meedoen. Gods volk hoort ook bijeen.  Wàt is mooier dan samen het feest van Gods bevrijdende daden te vieren? Toch prachtig om elkaar in de kerk te ontmoeten en om samen het Avondmaal te vieren?

 2 Kronieken 35: 20 - 36: 10
  Als lezer blijf je je verbazen. Heeft Necho, de vorst van Egypte, echt een boodschap van God ontvangen (21)? Komen de woorden van die Farao 'uit de mond Gods' (21)? Nog een vraag: waarom laat de vrome koning Josia zich niet waarschuwen? Moet deze goede reformatie zò eindigen?
  Wij mensen kunnen Gods beleid niet doorgronden. Er valt op aarde veel te klagen (24,25). Temeer als je leest hoe het volstrekt mis gaat met de elkaar snel opvolgende vorsten Joahaz, Jojakim en Jojachin. Ze doen alle drie wat kwaad is in Gods ogen. Dat levert wegvoering op naar Egypte (Jachaz) of naar Babel (Jojakim en Jojachin). Zelfs het meest heilige en kostbare tempelgerei wordt afgevoerd. Kan het erger?
  Wie God verlaat heeft smart op smart te vrezen. En sleept velen mee in de afgrond.

 2 Kronieken 36: 11 - 23
  Gods ontferming ontroert.
 Al tijdens de goddeloze regering van Zedekia zendt Hij Jeremia (lees Jer. 37 en 38). Hoon is profetenloon (16). De Chaldeeën voeren Gods oordeel over volgehouden afval uit. Het huis Gods, de paleizen, ja alles gaat eraan. Wordt dit het einde?
  Nee. God wil verder met zijn plan. Eens zal de ware Davids vorst komen. Daarom is er toch een weg terug uit Babel. Precies op de beloofde tijd. Na 70 jaar herbergt het beloofde land weer Gods volk (vgl. Jer. 25:11 en 29:10 en ook Dan. 9:2).
  Deze Machtige laat niet varen wat zijn hand begon. Er is dus hoop voor wie Gods belofte aanvaardt als betrouwbaar.

 Aanvulling: De tempel van Salomo

  In 2 Kronieken lees je dat Salomo de tempel bouwde in Jeruzalem. Salomo begon met het bouwen aan de tempel toen hij ruim drie jaar koning was, rond 955 voor Christus.

 De tempel

 De tempel moet een heel groot en mooi gebouw zijn geweest. Hij had ongeveer de volgende afmetingen: dertig meter lang, tien meter breed en vijftien meter hoog. Voor de tempel was een voorvertrek van tien meter breed en vijf meter lang. Volgens 2 Kronieken 3:4 was deze voorhal zestig meter hoog, maar dat is zeer waarschijnlijk een schrijffout omdat de tempel zelf maar vijftien meter hoog was en de Hebreeuwse tekst hier bovendien niet goed loopt. Waarschijnlijk was de hoogte van dat voorvertrek dan ook zes meter in plaats van zestig.

 Salomo zorgde dat de tempel na zeven jaar klaar was. Als je dat vergelijkt met bijvoorbeeld bouwprojecten in de middeleeuwen, waarbij men soms tientallen jaren aan een gebouw werkte, dan is zeven jaar voor de bouw van zo'n bijzonder gebouw ontzettend kort. Je kunt je dus voorstellen dat dit een project van enorme omvang was. Salomo liet dan ook 153.600 (!) buitenlanders die in Israël woonden hieraan meewerken.

 Tempelweetjes

 Buiten de tempel stond een enorm bronzen watervat dat ‘de Zee’ werd genoemd. Dat vat werd door de priesters gebruikt als ze zich volgens een bepaald voorschrift moesten wassen. 

  De hogepriester was een belangrijke man. Hij mocht als enige één keer per jaar op Grote Verzoendag de heiligste plek van de tempel binnengaan, het heilige der heiligen. Hij droeg een schild op zijn borst waar twaalf kostbare edelstenen in waren gelegd. Elke steen vertegenwoordigde een van de stammen van Israël. 

  Achterin de tempel bevond zich het 'heilige der heiligen'. Het was een zaal van ongeveer tien bij tien meter. Op deze plek werd de ark van het verbond bewaard. De ark was een vergulde kist waar de stenen tafelen met de wet van Mozes in bewaard werden. 

  Het 'heilige' was eigenlijk het centrale deel van de tempel. Deze zaal werd door Salomo aangekleed met de mooiste materialen: cipressenhout, edelstenen en zuiver goud. In het heilige stonden tien gouden kandelaren, vijf aan elke kant van de ruimte. De priesters moesten er voor zorgen dat ze nooit doofden, want ze waren het symbool van Gods aanwezigheid in de tempel. 

  Buiten de tempel, tegenover het grote watervat stond een heel groot altaar. Het altaar was een grote platte steen (van 10 x 10 meter oppervlakte en 2,5 meter hoog) waar rituele handelingen werden verricht, vooral het brengen van offers.

COMMENTAAR
BIJBELBOEK

OT


Genesis

Exodus

Leviticus
 

Numeri

Deuteronomium

Jozua
 
Richteren
 
Ruth
 
1 Samuël

2 Samuël
 
1 Koningen
 
2 Koningen
 
1 Kronieken

2 Kronieken
 

Ezra
 
Nehemia
 
Esther

Job

Psalmen

Spreuken

Prediker

Hooglied


Jesaja


Jeremia


Klaagliederen van Jeremia

Ezechiël

Daniël


Hosea

Joël


Amos


Obadja


Jona


Micha


Nahum


Habakuk

Zefanja

Haggaï

Zacharia

Maleachi

NT

Matthëus


Markus

Lukas

Johannes

Handelingen

Romeinen


1 Korinthiërs


2 Korinthiërs


Galaten

Efeziërs

Filippensen


Kolossensen

1Thessalonicensen

2Thessalonicensen

1 Timothëus

2 Timothëus

Titus

Filemon

Hebrëen

Jakobus

1 Petrus

2 Petrus

1 Johannes

2 Johannes

3 Johannes

 
Judas

Openbaring
 

 READ THE BOOK - THE BIBLE CHANGE YOUR LIFE

Deutsch
de
English en français fr italiano it Nederlands nl español es português pt Norsk no svenska sv Polski pl čeština cz Slovák sk Magyar hu român ro Български bg hrvatski hr Pyсский ru Türkçe tr عربي ar

       

Heer, wees mijn Gids

                              

INFO: DE WEG - DE WAARHEIDHET LEVENFILM - AUDIO


Wie zoekt zal vinden           


www Holyhome.nl

Boeiende Series :

Bijbelvertalingen
Bijbel en Kunst

Bijbels Prentenboek
Biblische Bildern
Encyclopedie
E-books en Pdf
Prachtige Bijbelse Schoolplaten

De Heilige Schrift
Het levende Woord van God
Aan de voeten van Jezus
Onder de Terebint
In de Wijngaard

De Bergrede
Gelijkenissen van Jezus
Oude Schoolplaten
De Zaligsprekingen van Jezus

Goede Vruchten
Geestesgaven

Tijd met Jezus
Film over Jezus
Barmhartigheid

Catechese lessen
Het Onze Vader
De Tien Geboden
Hoop en Verwachting
Bijzondere gebeurtenissen

De Bijbel is boeiend
Bijbelverhalen in beeld
Presentaties en Powerpoints
Bijbelse Onderwerpen

Vrede van God voor jou
Oude bijbel tegels

Informatie over alle kerken in Nederland: Kerkzoeker
 
Bible Study: The Bible alone!
L'étude biblique: Rien que la Bible!
Bibelstudium: Allein die Bibel!  

Materiaal voor het Digibord
Werkbladen Bijbelverhalen Bijbellessen
OT Hebreeuws-Engels
NT Grieks-Engels

Naslagwerken
Belijdenissen
Een rijke bron

Missale Romanum + Afbeeldingen
Stripboek over Jezus
Christelijke Symbolen
Plaatjes Afbeeldingen Clipart
Evangelie op Postzegels

Harmonium Huisorgel
Godsdiensten en Religies
Herinnering aan Kerken

Christian Country Music
Muzikale ontspanning
Software voor Bijbelstudie
Hartverwarmende Klanken
Read and Hear the Holy Bible
 Luisterbijbel

Bijbel voor Slechtzienden Begrippenlijst   -1-   -2-

Meer weten over de Psalmen, gezangen, liturgieën, belijdenisgeschriften: Catechismus, Dordtse Leerregels en veel andere informatie? . Kijk opOnline-bijbel.nl
         
  (
What's good, use it)



Waard om te weten :

Een hartelijk welkom op de site
Deze pagina printen
Sitemap
Wie zoekt zal vinden


FAQ - HELP

Kerk
Zondag
Advent
Kerstfeest
Driekoningen
Vastentijd
Goede Vrijdag
Aswoensdag
Palmzondag
Palmpasen
De stille week
Witte donderdag
Stille zaterdag
Paaswake
Pasen - Paasfeest
Hemelvaartsdag
Pinksteren
Biddag
Dankdag
Avondmaal
Doop
Belijdenis
Oudjaarsdag
Nieuwjaarsdag
Sint Maarten
Sint Nicolaas
Halloween
Hervormingsdag
Dodenherdenking
Bevrijdingsdag
Koningsdag / Koninginnedag
Gebedsweek
Huwelijk
Begrafenis
Vakantie
Recreatie
Feest- en Gedenkdagen
Symbolen van herkenning
 
Leerzame antwoorden op levens- en geloofsvragen


Hebreeën 4:12 zegt: "Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden"Lees eens: Het zwijgen van God

God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.
Lees eens:  God's Liefde

Schat onder handbereik


Bemoediging en troost

Bible-people - stories of famous men and women in the Bible
Bible-archaeology - archaeological evidence and the Bible
Bible-art - paintings and artworks of Bible events
Bible-top ten - ways to hell, films, heroes, villains, murders....
Bible-architecture - houses, palaces, fortresses
Women in the Bible -
 great women of the Bible
The Life of Jesus Christ - story, paintings, maps

Read more for Study  
Apocrypha, Historic Works
 GELOOF EN LEVEN een
          KLEINE HULP VOOR  ONDERWEG